CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B28 Quickscan Ontplofbare oorlogsresten Stationstuinen

Oriënterende commissie Ruimte 4 april 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Proces gebiedsontwikkeling De Stationstuinen4.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten

Stationstuinen, Barendrecht Gemeente Barendrecht IDDS Explosieven B.V.

Datum : 25 augustus 2022 Kenmerk : A2925-04/KMA/QS1 In opdracht van : Gemeente Barendrecht Auteur : Dhr. K.J. Marijt MA (historicus) Status : Definitief Versie : 1.0

ACCORDERING

QuickScan Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten Stationstuinen, Barendrecht Gemeente Barendrecht Kenmerk: A2925-04/KMA/QS1 Benadrukt wordt dat onderhavige rapportage geen historisch vooronderzoek conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO-01) betreft. Afbeelding voorpagina: Oude brug bij Barendrecht, op circa 1.500 meter van het onderzoeksgebied gelegen. Bron: Beeldbank NIMH, objectnummer 2011-5056. Gezien en goedgekeurd door Organisatie IDDS Explosieven B.V.

IDDS Explosieven B.V.

Naam Dhr. M.D. Quint

Dhr. T.G.M. Neijenhuis

Functie

Datum

Teamleider en Senior Deskundige OOO

25-08-2022

Senior Adviseur OO/ munitietechnicus 25-08-2022

© IDDS Explosieven B.V. Alle rechten voorbehouden.

Handtekening

Inhoudsopgave 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ........................................................................................................................ 4 Aanleiding van de QuickScan ontplofbare oorlogsresten .............................................. 4 Onderzoeksgebied Stationstuinen Barendrecht ............................................................ 4 Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten .................................................... 6 Overzicht geraadpleegde bronnen QuickScan OO ....................................................... 8 Resultaten bronnenonderzoek ................................................................................. 10

3.1 3.2

Conclusie en advies................................................................................................... 13 Conclusie ..................................................................................................................... 13 Advies........................................................................................................................... 14

Bijlage 1: Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten ................................... 15

Inleiding 1.1

Aanleiding van de QuickScan ontplofbare oorlogsresten

In de nabije toekomst staan diverse grondroerende werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied Stationstuinen te Barendrecht. Door de opdrachtgever is gevraagd een QuickScan naar ontplofbare oorlogsresten (hier na te noemen: OO) uit te voeren voor het onderzoeksgebied. Achtergebleven OO uit de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse bodem kunnen een risico vormen binnen de realisatie van een project. Vanzelfsprekend is het aantreffen van OO gevaarlijk, maar naast de veiligheidsrisico’s kan ook druk op planning en budget ontstaan. Hiernaast is er in de Arbeidsomstandighedenwet (artikel 4.10) een verplichting jegens de werkgevers opgenomen dat deze de risico’s van het werk in kaart moeten brengen: ‘In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld.’ Derhalve dient er tijdens de voorbereiding van een project altijd gekeken worden of er tijdens de uitvoering van het project risico’s zijn doordat er zich in het onderzoeksgebied mogelijk OO bevinden. Deze QuickScan OO is een oriënterend onderzoek.

1.2

Onderzoeksgebied Stationstuinen Barendrecht

IDDS Explosieven B.V. heeft van de opdrachtgever digitale tekeningen ontvangen, met daarop het onderzoeksgebied. Bij het opstellen van deze QuickScan houdt IDDS Explosieven B.V. het gebied aan alwaar de grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. IDDS Explosieven B.V. hanteert naast het aangegeven onderzoeksgebied een analysegebied. Dit analysegebied vormt een buffer van vijftig meter om het onderzoeksgebied heen. Het hanteren van een analysegebied zorgt ervoor dat (indicaties van) oorlogshandelingen in de directe nabijheid van het onderzoeksgebied expliciet in de analyse en beoordeling worden meegenomen. Daarnaast compenseert het hanteren van een analysegebied voor eventuele cartografische onnauwkeurigheid, welke optreedt bij het inpassen van luchtfotografie en kaartmateriaal in geografische informatiesystemen. De ervaring leert dat vijftig meter voldoende marge biedt om bijvoorbeeld eventuele kraterpatroonanalyse toe te passen op de grens van het onderzoeksgebied, aan de hand van luchtfotografie. Ook het analysegebied is weergegeven in figuur 1.

Het onderzoeksgebied Stationstuinen te Barendrecht is weergegeven met de rode omkadering. De oranje stippellijn is het analysegebied.

1.3

Historisch vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Na raadpleging van de VEO bommenkaart blijkt dat er voor het onderzoeksgebied nog geen dekkend vooronderzoek is uitgevoerd. Wel zijn er in nabijheid enkele onderzoeken uitgevoerd, te weten: 1. Vooronderzoek Conventionele Explosieven Havenspoorlijn te Rotterdam, uitgevoerd door de firma Saricon met projectcode 16S132, d.d. 22 december 2016. Uitgevoerd conform WSCSOCE richtlijn. 1 a. Het onderzoek is ontvangen van ProRail. b. Op basis van de RailMaps kaart van ProRail is het onderzochte deel van dit onderzoek niet verdacht op het aantreffen van OO (zie figuur 3). Dit komt overeen met het vooronderzoek en is weergegeven op de bodembelastingkaart (zie figuur 4). 2. Vooronderzoek Rotonde Verenambachtseweg, uitgevoerd door de firma T&A Survey met projectcode GPR4951 d.d. 7 april 2015. Uitgevoerd conform WSCS-OCE richtlijn. a. De resultaten uit het onderzoek zijn opgevraagd bij T&A Survey, maar nog niet ontvangen bij oplevering van deze QuickScan OO. 3. Vooronderzoek Conventionele Explosieven Nieuw Reijerwaard Ridderkerk, uitgevoerd door de firma Saricon met projectcode 12S120, d.d. 21 februari 2013. Uitgevoerd conform WSCS-OCE richtlijn. a. Het onderzoek is opgevraagd bij Saricon, maar nog niet ontvangen bij oplevering van deze QuickScan OO.

Op basis van de VEO bommenkaart blijkt voor het onderzoeksgebied nog geen compleet dekkend vooronderzoek naar OO voor het onderzoeksgebied te zijn uitgevoerd. Wel zijn er in directe nabijheid enkele onderzoeken uitgevoerd. Bron: VEO Bommenkaart. 1

Afkorting voor Werkveldspecifiek certificatieschema voor het opsporen van conventionele explosieven, een norm die tot 2021 binnen de Explosievenwereld gehanteerd werd.

Op een uitsnede van de RailMaps kaart van ProRail is waar te nemen dat het onderzochte deel bij de spoorlijn niet verdacht is op het aantreffen van OO. Ten zuiden (zie rode pijl) ligt wel een verdacht gebied. Bron: RailMaps.

Op de uitsnede van de bodembelastingkaart van het onderzoek is te zien dat het onderzochte deel van het onderzoeksgebied onverdacht is op het aantreffen van OO. Ten zuiden (zie rode pijl) ligt wel een verdacht gebied. Bron: Vooronderzoek Saricon (2016).

1.4

Overzicht geraadpleegde bronnen QuickScan OO

Alhoewel er diverse vooronderzoeken OO voor de directe nabijheid van het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd, zijn deze niet dekkend. Zodoende heeft IDDS Explosieven B.V. voor de volledigheid nog diverse bronnen geraadpleegd om een gedegen uitspraak te kunnen doen inzake de mogelijke aanwezigheid van OO binnen het onderzoeksgebied. Hierbij is met name gekeken naar de volgende oorlogshandelingen: •

•

•

Gevechtshandelingen tijdens: o De Meidagen van 1940, tussen Nederlandse en Duitse troepen; o De bevrijding van Nederland, vanaf september 1944 tot en met mei 1945; Schade vanuit de lucht: o Luchtaanvallen van geallieerde vliegtuigen op belangrijke infrastructuur, waaronder spoorlijnen, fabrieken, havens, verkeersknooppunten en V-1 en V-2 installaties2; o Bombardementen op steden of dorpen; Aanwezigheid van Duitse verdedigingswerken, waaronder: o Duitse geschutstellingen; o Loopgraven; o Bunkers; o Mijnenvelden.

Hieronder wordt weergegeven welke bronnen bij de uitvoer van deze QuickScan zijn geraadpleegd. Er is daarbij gezocht naar verschillende zoektermen die verband houden met het onderzoeksgebieden en directe nabijheid daarvan. Ook het vooronderzoek zoals genoemd in paragraaf 1.3 is gebruikt. Literatuur • Amersfoort, H., Kamphuis. P.H., Mei 1940; De strijd op Nederlands grondgebied (Amsterdam 2012); • David, R.G., Bombing the European Axis Powers. A Historical Digest of the Combined Bomber Offensive, 1939-1945 (Alabama 2006); • Freeman, R.A., Mighty Eighth War Diary (New York 1981); • Klep, C. en Schoenmaker, B., (reds.), Oorlog op de Flank; De Bevrijding van Nederland 19441945 (’s-Gravenhage 1995); • Middlebrook, M., en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Leicester 1996); • Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln; Den Haag 19911993).

Primaire bronnen (archiefstukken) • Gevechtsverslagen en -rapporten van de Meidagen 1940 (collectie 409 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie); • De collectie Duitse verdedigingswerken, bestaande uit rapporten, verslagen en kaarten die door het Nederlandse verzet tijdens de oorlog zijn gemaakt (collectie 575 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie); • De collectie Burgemeestersverklaringen ’40-45’, bestaande uit verklaringen van burgemeesters van de Nederlandse gemeenten inzake diverse zaken aangaande de Tweede Wereldoorlog (collectie 420 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie); • Collectie ‘Mijnenveldkaarten’ van de Munitie- en mijnopruimingsdienst (MMOD); • Digitaal materiaal van de Library and Archives Canada (LAC) waaronder kaartmateriaal

2 De hier genoemde infrastructuur waren doelwitten van de geallieerde vliegers.

(militaire stafkaarten, de zogenoemde defence overprints); o Defence Overprint, 3. S.W. Oud- Beijerland (datum onbekend). Luchtfoto’s • Wageningen University WOII WOII Luchtfoto’s: foto van 3 september 1945, sortienummer 16/2238, fotonummer 3215. Websites • VEO Bommenkaart; o Op deze website staan diverse reeds uitgevoerde onderzoeken naar OO gemeld. • TopoTijdreis; o Deze website is geraadpleegd om topografische kaarten van de periode 1940-1945 te kunnen raadplegen. • Verliesregister Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945; o De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 houdt een register bij van alle vliegtuigcrashes op Nederlands grondgebied, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. • Vergeltungswaffen; o Deze website toont zo’n 2200 locaties in Nederland waar een V.1 of V.2 (voortijdig) is neergekomen en in veel gevallen ontploft. • Traces of War: o Op deze website staan diverse zaken aangegeven die verband houden met de Tweede Wereldoorlog. Hieronder vallen overblijfselen van de oorlog, zoals bunkers, maar ook monumenten ter nagedachtenis aan omgekomen piloten. • Beeldbank NIMH; o De beeldbank van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie bevat verschillende afbeeldingen van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. • IKME (Indicatieve Kaart Militair Erfgoed): o Deze kaart toont het Militair Erfgoed van Nederland.

Met name de diverse Nederlandse stellingen en Duitse verdedigingslinies zijn interessant voor deze QuickScan. • Actueel Hoogtebestand Nederland: o Door AHN worden in het bladloze seizoen, grofweg van december t/m maart, LiDARmetingen verricht. Vanuit een vliegtuig worden pulsen uitgezonden. De puls wordt gereflecteerd door het aardoppervlakte, terugontvangen en gedigitaliseerd opgeslagen. Het aardoppervlakte wordt in beeld gebracht met ca. 10 punten per m2. De ruwe data wordt vervolgens gecontroleerd, gecorrigeerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk kan van alle als maaiveld geclassificeerde punten een Digital Terrain Model (DTM) worden gemaakt. Op het DTM zijn kraters die in de bodem zijn geslagen door afwerp- en geschutsmunitie duidelijk zichtbaar. Ook contouren van loopgraven en Duitse stellingen zijn vaak via het DTM zichtbaar. Zodoende wordt deze website ook geraadpleegd voor de QuickScan.

Resultaten bronnenonderzoek Het onderzoeksgebied is gelegen binnen de gemeente Barendrecht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog was het onderzoeksgebied grotendeels onbebouwd (zie onderstaand figuur), maar lag het wel tegen de spoorlijn Rotterdam- Dordrecht aan. In nabijheid van het onderzoeksgebied lag de spoorbrug van Barendrecht (zie ook de afbeelding op het voorblad).

Het onderzoeksgebied op een topografische kaart van 1940. Het gebied is grotendeels onbebouwd. De spoorbrug van Barendrecht ligt bij de rode pijl. Bron: Topotijdreis.

IDDS Explosieven B.V. heeft voor het onderzoeksgebied naar onderstaande oorlogshandelingen (zoals genoemd in paragraaf 1.4) gekeken: •

Gevechtshandelingen tijdens: o De Meidagen van 1940, tussen Nederlandse en Duitse troepen; ▪ Tijdens de Meidagen van 1940 vinden er enkele gevechten plaats bij de brug van Barendrecht. Duitse troepen nemen de brug over en Nederlandse soldaten voeren hierop een tegenaanval uit, die mislukt. 3 Het onderzoeksgebied ligt op circa 1.300 meter van de spoorbrug en zodoende is deze indicatie niet relevant voor deze QuickScan OO. o De bevrijding van Nederland, vanaf september 1944 tot en met mei 1945; ▪ Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er tijdens de bevrijding van OudBeijerland grondgevechten hebben plaatsgevonden tussen Duitse en geallieerde troepen. De burgemeester van Barendrecht omschrijft in zijn verklaring dat er geen geallieerde strijdkrachten bij de bevrijding verschenen.4

3 Mei 1940. Strijd op Nederlands grondgebied, p. 345. 4

Collectie 420 Burgemeestersverklaringen NIMH, verklaring van de burgemeester van Barendrecht.

•

Gevechtshandelingen (grondgevechten) tussen geallieerde en Duitse soldaten kwamen hier niet voor. Schade vanuit de lucht: o Luchtaanvallen van geallieerde vliegtuigen op belangrijke infrastructuur, waaronder spoorlijnen, fabrieken, havens, verkeersknooppunten en V-1 en V-2 installaties; ▪ Op 31 mei 1944 wordt trein 1136 tussen Barendrecht en Zwijndrecht beschoten door een geallieerd toestel.5 De exacte plek van deze beschieting is niet bekend. Vanwege het ontbreken daarvan is deze indicatie niet relevant voor het onderzoeksgebied. ▪ Op 5 september 1944 wordt trein 616159 bij Barendrecht beschoten. 6 De exacte plek van deze beschieting is niet bekend. Vanwege het ontbreken daarvan is deze indicatie niet relevant voor het onderzoeksgebied. ▪ Alhoewel het onderzoeksgebied naast een spoorlijn ligt en in directe nabijheid van station Barendrecht (periode 1940-1945), zijn er in de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen gevonden dat dit station is aangevallen. Vermoedelijk waren andere doelwitten belangrijker voor de geallieerden. Op een geraadpleegde luchtfoto van 3 september 1945 zijn er binnen het onderzoeksgebied of directe nabijheid geen sporen van kraters waarneembaar (zie figuur 6). o Bombardementen op steden of dorpen; ▪ Geen indicaties gevonden dat er bombardementen hebben plaatsgevonden binnen het onderzoeksgebied.

De geraadpleegde luchtfoto van 3 september 1945 laat geen sporen van oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied zien. Bron: Kadaster, luchtfoto van 3 september 1945. 5 En Nooit Was Het Stil, p. 227. 6 En Nooit Was Het Stil, p. 291.

•

Aanwezigheid van Duitse verdedigingswerken, waaronder: o Duitse geschutstellingen; ▪ Er zijn geen aanwijzingen gevonden in de geraadpleegde bronnen dat er binnen het onderzoeksgebied Duitse geschutstellingen hebben gestaan. Zowel op de geraadpleegde luchtfoto als op de defence overprint (zie figuur 7) zijn hiervoor geen aanwijzingen gevonden. o Loopgraven; ▪ Er zijn geen aanwijzingen gevonden in de geraadpleegde bronnen dat er binnen het onderzoeksgebied loopgraven hebben gestaan. Zowel op de geraadpleegde luchtfoto als op de defence overprint (zie figuur 7) zijn hiervoor geen aanwijzingen gevonden. o Bunkers/overige militaire objecten; ▪ Er zijn geen aanwijzingen gevonden in de geraadpleegde bronnen dat er binnen het onderzoeksgebied militaire werken hebben gestaan. Zowel op de geraadpleegde luchtfoto als op de defence overprint (zie figuur 7) zijn hiervoor geen aanwijzingen gevonden. o Mijnenvelden; ▪ Geen aanwijzingen gevonden in de mijnenveldkaarten voor de aanwezigheid van mijnenvelden binnen het onderzoeksgebied.7

Op de geraadpleegde defence overprint zijn voor het onderzoeks- en analysegebied geen bijzonderheden waar te nemen wat betreft de aanwezigheid van Duitse stellingen, loopgraven of andere militaire objecten. Bron: Library and Archives Canada.

7

Mijnenveldkaarten, Boek 11: Zuid-Holland, en Utrecht, in bezit van IDDS Explosieven B.V.

Conclusie en advies 3.1

Conclusie

IDDS Explosieven B.V. heeft diverse bronnen geraadpleegd om te achterhalen of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Naast de vooronderzoeken in directe nabijheid van het onderzoeksgebied, zijn ook een veelvoud aan andere bronnen (genoemd in paragraaf 1.4) geraadpleegd. Er zijn te weinig indicaties die duiden op het mogelijk aantreffen van OO in het onderzoeksgebied. De term verdacht of onverdacht is in principe voorbehouden aan een volledig vooronderzoek volgens de CS- VROO. Alle indicaties die wel bekend zijn wijzen erop dat de werkzaamheden zonder speciale maatregelen of onderzoek kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van het protocol spontaan aantreffen.

Er zijn voor het onderzoeksgebied te weinig indicaties die duiden op het mogelijk aantreffen van OO.

IDDS Explosieven B.V. streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Een QuickScan Ontplofbare Oorlogsresten is echter gebaseerd op een beknopt bronnenonderzoek en betreft geen compleet historisch vooronderzoek conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO). Het blijft zodoende mogelijk dat relevante informatie niet achterhaald is, welke mogelijkerwijs tot andere uitkomsten en conclusies kan leiden. 8

8 De QuickScan kan niet worden geïnterpreteerd als een analyse die een volledig of compleet beeld weergeeft voor het al dan

niet daadwerkelijk aanwezig zijn van OO. Het is de door IDDS Explosieven B.V. verzamelde beschikbare informatie over het onderzoeksgebied en brengt dat in beeld met de benoeming van de mogelijkheid van het aantreffen van OO in dat gebied. De opdrachtgever neemt het besluit om al dan niet nader onderzoek te doen uitvoeren om risico’s verder te verkleinen op het aantreffen van OO in het onderzoeksgebied en enkel de opdrachtgever is verantwoordelijk voor deze beslissing en de daaruit voorvloeiende consequenties en mogelijke schade. IDDS Groep BV of haar deelbedrijven sluiten iedere aansprakelijkheid uit voor

3.2

Advies

De voorgenomen werkzaamheden kunnen plaatsvinden binnen de contouren van het onderzoeksgebied zonder dat vervolgstappen ondernomen hoeven te worden in de explosievenopsporing. Hoewel er geen feitelijk aantoonbare aanleiding is het onderzoeksgebied verdacht te verklaren, adviseert IDDS Explosieven B.V. u om het uitvoerend personeel voorafgaand aan werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren aan de hand van het Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten (zie bijlage 1). De belangrijkste punten hieruit: 1. 2. 3. 4. 5.

Staak onmiddellijk de werkzaamheden nabij het verdachte object; Kom niet aan het object, verplaats deze niet en breng geen markeringen aan; Neem contact op met de politie 0900-8844; Zet de omgeving af en laat niemand toe; Houd het object (op afstand) in de gaten tot de politie of de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) ter plekke is; 6. Hervat de werkzaamheden pas na overleg met de politie. In het geval van het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten nooit en te nimmer verdere acties te ondernemen behalve direct contact op te nemen met de politie op telefoonnummer: 09008844. Op het moment dat er tijdens de voorgenomen werkzaamheden 1 explosief wordt aangetroffen, dan is dit een toevalstreffer. Worden er meerdere explosieven binnen het onderzoeksgebied aangetroffen, dan dienen de werkzaamheden per direct te worden stilgelegd en is verder onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk!

het toepassen van de inhoud van de QuickScan en de inhoud zelf van de QuickScan, en mogelijke daaruit voortvloeiende schade in welke vorm dan ook, direct of indirect.

Bijlage 1: Protocol spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten tijdens werkzaamheden Doel Het doel van dit protocol is het beschrijven hoe de betrokken medewerkers dienen te handelen bij het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) bij de uitvoering van (grondroerende) werkzaamheden. Door het volgen van dit protocol wordt onveilig handelen met mogelijke gevolgen voor personeel en materieel voorkomen.

Inleiding Bij bodemroerende werkzaamheden kunnen in Nederland (restanten van) OO uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen worden. Nederland is immers vijf jaar lang oorlogsgebied geweest. Om het risico op het aantreffen van dergelijke OO te verkleinen kan een historisch vooronderzoek uitgevoerd worden. Dit onderzoek bepaald of het gebied verdacht is op OO. Aansluitend kan een opsporingsonderzoek uitgevoerd worden voor het daadwerkelijk opsporen van OO. Hoewel het risico op het aantreffen van OO middels opsporing geminimaliseerd wordt, is het niet geheel uit te sluiten dat tijdens grondroerende werkzaamheden spontane vondsten van OO worden gedaan. Ook in gebieden waar op basis van ervaring of onderzoek geen OO worden verwacht, kunnen deze aangetroffen worden. In dit protocol wordt beschreven hoe men om dient te gaan met het vinden van vermoedelijke OO en hoe er gehandeld dient te worden in een dergelijk geval. De beschrijving van de handelswijze kan opgedeeld worden in drie fasen: 1. 2. 3.

Voor aanvang van de werkzaamheden; Bij het aantreffen van een verdacht object; Afhandeling door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD).

Bij dit protocol zijn enkele voorbeelden van OO weergegeven om het herkennen van dergelijke objecten enigszins te vergemakkelijken (zie bijlage). De beoogde resultaten van dit protocol zijn de spoedige ruiming van het verdachte object, het voorkomen van onnodige risico’s en het creëren van een veilige werkomgeving.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

1/12

Aantreffen van een verdacht mogelijk explosief object Bij het aantreffen van een object, een OO, of door de vinder als zowaar wordt aangemerkt is het van groot belang dat de vinder correct handelt. De manier van handelen wordt hieronder besproken en staat stapsgewijs aangegeven. De vinder van het object dient er voor te zorgen dat: • • • • • •

De werkzaamheden direct na de vondst worden stil gelegd nabij het verdachte object (50 meter rond de locatie van het object); Het object NIET wordt beroerd; Het object NIET wordt verplaatst; Het object wordt NIET gemarkeerd; Omgeving van het object afzetten en zo veel mogelijk vrijhouden van personen; Verdacht object in de gaten houden totdat politie of EODD arriveert;

De vinder van het object of een door hem toegewezen persoon zal zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag of diens vertegenwoordiger, de politie, over de vondst informeren. Tevens, indien het van toepassing is, de opdrachtgever/uitvoerder in kennis stellen van de vondst. Bij het melden van de vondst van een vermoedelijk OO dient tenminste de volgende informatie doorgegeven te worden: • • • • • •

Naam, functie en telefoonnummer van de melder; De ligplaats van het object; Een omschrijving van het object; Hoeveel objecten er zijn aangetroffen; Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object; (Indien mogelijk) Een foto van het object.

Let op bij het vaststellen van de gegevens dat dit wordt gedaan zonder dat het voorwerp wordt bewogen of verplaatst. Wat betreft het vermelden van de afmetingen volstaat het geven van een schatting. De aannemer/uitvoerder dient er vervolgens zorg voor te dragen dat de werkzaamheden in de omgeving van het object stilgelegd worden. Aanwezige personen dienen uit de omgeving van het object te worden verwijderd en te worden geïnformeerd over de aanwezigheid van de vondst met het verzoek dit niet uitgebreid te melden of door te geven zoals b.v. via sociale media. In overleg met de politie kunnen aanvullende maatregelen worden genomen zoals afscherming of afsluiting van het terrein. De politie geeft vervolgens de vondst van het vermoedelijke OO door aan de EODD.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

2/12

Afhandeling door EODD Door tussenkomst van de politie zal de komst van de EODD worden geregeld. Afhankelijk van het gevaar en de ligplaats kan dit op zeer korte termijn zijn. De EODD bepaalt, na een inspectie van het object op de vindplaats, welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Het vervolg van de handelswijze wordt door de EODD afgestemd met het bevoegd gezag en de politie. Als wordt besloten tot ruiming van het object dan is de politie het aanspreekpunt voor de EODD (en indien nodig ook voor de aannemer). Wanneer na identificatie door de EODD van het aangetroffen object blijkt dat het niet om een OO gaat, kunnen de werkzaamheden in overleg met de EODD weer worden hervat. Indien het aangetroffen object inderdaad een OO betreft, worden door de EODD – in overleg met de politie en het Bevoegd Gezag – stappen genomen om het OO onschadelijk te maken. Nadat het OO onschadelijk is gemaakt dient in overleg tussen de opdrachtgever en een explosieven opsporingsbedrijf/EODD bepaald te worden of er sprake is van een incidentele vondst of van een verdacht gebied. In het eerste geval kunnen de werkzaamheden weer worden hervat. In het tweede geval blijven de werkzaamheden gestaakt en worden maatregelen genomen om het risico op het aantreffen van verdere OO te minimaliseren. Bij het uitvoeren van deze maatregelen kan een CSOOO gecertificeerd opsporingsbedrijf worden ingeschakeld.

Aan de inzet van de EODD en de eventuele benodigde lokale dienstverlening (politie en dergelijke bij ontruiming) zijn geen kosten verbonden.

Betrokken instanties Bevoegd Gezag De burgemeester van de gemeente waarbinnen het verdacht object wordt aangetroffen is het Bevoegd Gezag. Het Bevoegd Gezag is binnen de gemeente verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en dient als zodanig betrokken te worden in de besluitvorming omtrent een eventuele ruiming van een OO. Namens Bevoegd Gezag kan een vertegenwoordiger optreden. In dit geval vaak de politie. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) De EODD is de enige instantie in Nederland die gerechtigd is OO te ruimen. Indien een verdacht object een OO blijkt te zijn, draagt deze instantie zorg voor de ruiming en adviseert het de politie en het Bevoegd Gezag over de te nemen stappen. Explosieven opsporingsbedrijf Medewerkers van een opsporingsbedrijf bezitten de kennis, vaardigheden en ontheffingen om explosieven op te sporen, te benaderen en te identificeren. Daarnaast kunnen zij medewerkers voorafgaande aan de werkzaamheden instrueren hoe zij om moeten gaan met de spontane vondst van verdachte objecten. Politie De politie heeft tot taak het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Als zodanig neemt de politie een centrale rol in bij het veiligstellen van de omgeving en de communicatie met de EODD en het Bevoegd Gezag. Het nummer van de politie in geval OO worden aangetroffen is: 0900-8844.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

3/12

VOORBEELDEN VAN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

4/12

Afwerpmunitie (bommen)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

5/12

Klein kaliber munitie (geweerpatronen) tot kaliber 20 mm

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

6/12

Handgranaten

Geweergranaten

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

7/12

Munitie voor granaatwerpers

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

8/12

Raketten

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

9/12

Geschutmunitie vanaf kaliber 20 mm. (granaten en mortiergranaten)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

10/12

Mijnen (anti-personeel en anti-tank)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

11/12

Ontstekingsinrichtingen (van geschutmunitie)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12555887/1