B21 Nota vooroverleg
Tekst van het document
Nota vooroverleg – Bestemmingsplan De Stationstuinen 1ste fase te Barendrecht 1.
Inleiding
Samenvatting vooroverlegreacties, beantwoording en beschrijving
men en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversings-
gevolgen voor het bestemmingsplan
systeem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen.
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemees-
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 1. Vooroverlegreactie I
ter en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan over-
Betrek de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in de (deel)advisering
tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbe-
leg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschap-
en informatiedeling indien in het plangebied nieuwe energiebronnen
reid zijn heb je zelf in de hand”. Bij het sluiten van een huur-/koop-
pen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de
worden ontwikkeld. Aan de energietransitie (nieuwe vormen van ener-
contract kunnen bewoners op de (externe) veiligheidsrisico’s gewe-
zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van
giewinning, -opslag en –transport) zijn immers veiligheidsrisico’s verbon-
zen worden.
belangen welke in het plan in het geding zijn.
den, zoals risico’s rond elektrisch rijden/parkeren/laden, waterstof en
Het voorontwerpbestemmingsplan ‘De Stationstuinen 1e fase te Barend-
plangebied aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen
grootschalig gebruik van zonnepanelen al dan niet in combinatie met
2. Beantwoording
energie opslag systemen (EOS).
Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen zal rekening worden gehouden met de adviezen ten aanzien van te nemen maatregelen van de
recht’ is overeenkomstig artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de verschillende betrokken instanties.
Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de in het
2. Beantwoording
VRR.
In de verdere fase van planvorming wordt gekeken naar de nieuwe In de paragraaf 2 van deze nota zijn de vooroverlegreacties samengevat
energiebronnen en onder andere de installatie hiervan en de veiligheids-
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan
en beantwoord. Daarbij is aangegeven wat de gevolgen zijn van de
eisen. Te zijner tijd zal de VRR hierbij worden betrokken.
Geen
gevat zijn weergegeven, betekent overigens niet dat deze slechts ge-
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan
1. Vooroverlegreactie III
deeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige reacties
Geen
De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn
vooroverlegreacties voor het bestemmingsplan. Dat de reacties samen-
om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. In beginsel geldt dat
betrokken. 2.
Vooroverlegreacties en beantwoording
In deze paragraaf worden de vooroverlegreacties samengevat en voor-
1. Vooroverlegreactie II
schuilen in een gebouw de beste optie is. Door ramen en deuren te slui-
Er worden enkele maatregelen voorgesteld door de VRR:
ten, het ventilatiesysteem af te schakelen, weg te blijven bij ramen (hit-
De VRR adviseert bij de ontwikkeling van onderhavig plangebied
testraling en mogelijke scherfwerking) en te schuilen aan die zijde van
zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoor-
het gebouw die zo ver mogelijk van het incident is afgelegen, is het ri-
zieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen op-
sico op verwondingen het kleinst.
zien van een antwoord. Er zijn 5 vooroverlegreacties ontvangen vanuit de volgende partijen/instanties:
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Rijkswaterstaat
Provincie Zuid-Holland
TenneT
Gemeente Zwijndrecht
treden.
Bij het realiseren van parkeergarages wordt vermoedelijk de stalling
2. Beantwoording
van elektrische voertuigen mogelijk gemaakt. Dit brengt veiligheids-
In de quickscan externe veiligheid wordt ingegaan op de zelfredzaam-
risico’s met zich mee.
heid en wordt het groepsrisico verantwoord. Het advies wordt meegeno-
Construeer gebouwen zodanig dat bij een toxische wolk de moge-
men in het verdere planproces.
lijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen worden verbeterd (conform 2.10 van de Regeling Bouwbesluit 2012). Als deuren, ra-
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen
1
Rijkswaterstaat 1. Vooroverlegreactie I
Provincie Zuid-Holland 1. Vooroverlegreactie I
Met dit bestemmingsplan wordt een deel van het bedrijventerrein aan
Een volledige analyse van de verkeerseffecten van het Hoofdwegennet
De provincie Zuid-Holland heeft een e-formulier aangeleverd met daarin
in Nieuw-Reijerwaard voldoende.
ontbreekt. Rijkswaterstaat verlangt dat bij nieuwe grootschalige ontwik-
antwoorden op verschillende vragen die relevant zijn voor de provincie.
kelingen een analyse wordt opgesteld van de verkeersintensiteiten
De conclusie van het document is dat de provincie akkoord is met het
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan
waarbij de verkeerseffecten van het plan op de (aansluitingen van) rijks-
planvoornemen.
Aanpassing paragraaf 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland en
wegen in beeld worden gebracht, inclusief de te nemen maatregelen bij
zijn oorspronkelijke functie onttrokken. Voor dit deel is de compensatie
toevoegen van het compensatieplan en het advies van de MRDH aan
knelpunten. Dit onderzoek moet worden opgenomen in de toelichting
2. Beantwoording
van het bestemmingsplan. Onder grootschalige ontwikkelingen valt on-
n.v.t.
der andere een woningbouw-ontwikkeling van meer dan 250 woningen
de bijlagen.
binnen 5 kilometer van een aansluiting op de rijksweg. Gezien uw plan
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan
TenneT 1. Vooroverlegreactie I
kan worden gesteld dat de ontwikkelingen die uw plan mogelijk maakt,
Geen
TenneT geeft aan in het plangebied noch bovengrondse-, noch onder-
grootschalig zijn. Daarom dient bovengenoemde verkeerskundige analyse voor het Hoofdwegennet aanwezig te zijn.
grondse hoogspanningsverbindingen in beheer te hebben. Aangegeven 1. Vooroverlegreactie II
wordt dat TenneT daarom geen opmerkingen heeft op het plan.
Aanvullend op het e-formulier wordt aangegeven dat in het bestem2. Beantwoording
mingsplan rekening gehouden moet worden met de compensatiever-
2. Beantwoording
In het kader van het MER is hier naar gekeken. Verwezen wordt naar
plichting die geldt conform de provinciale omgevingsverordening. Het
n.v.t.
het spelregelkader, deel C van het MER en dan met name paragraaf
gaat hier om de compensatieplicht van bedrijventerreinen als bestaande
9.3.2. Voor de verbetering van de verkeersafwikkeling op de A16 wor-
terreinen een andere functie krijgen.
den maatregelen onderzocht in het MIRT onderzoek Oeververbindin-
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan Geen
gen. Aanpassingen aan de toerit van de A15 worden door Rijkswater-
2. Beantwoording
staat opgepakt bij dit MIRT-onderzoek en als meekoppelkans meegeno-
De reactie van de provincie is verwerkt in het bestemmingsplan. Er is
men.
een compensatieplan opgesteld voor De Stationstuinen. Deze is opge-
Gemeente Zwijndrecht 1. Vooroverlegreactie I
nomen in de bijlagen. Daarnaast is dit onderwerp toegevoegd aan de
De gemeente Zwijndrecht geeft aan de stukken te hebben bekken en
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan
verantwoording in paragraaf 3.2.2. ten aanzien van de provinciale om-
geen verdere opmerkingen te hebben. Er zijn geen bezwaren tegen het
Geen
gevingsverordening. Over dit compensatieplan is een advies binnenge-
plan.
komen van de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH). Deze is ook verwerkt in paragraaf 3.2.2 en als bijlage bij de toelichting gevoegd.
2. Beantwoording
De visie van de gemeente over de compensatie past grotendeels binnen
n.v.t.
het provinciale Omgevingsbeleid door de verplaatsing naar Nieuw-Reijerwaard, maar leidt wel tot een aanzienlijke onttrekking van ruimte voor
3. Gevolgen voor het bestemmingsplan
bedrijven, ook in lagere milieucategorieën. Hierover dienen nog nadere
Geen
afspraken gemaakt te worden met de provincie Zuid Holland. Gesprekken hierover zijn gaande.
2