B14 Ladder wonen De Stationstuinen 2e fase
Tekst van het document
advies
projectnaam Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinen Barendrecht
Inleiding 1.1 Aanleiding
De Stationstuinen wordt een nieuw gemengd gebied waarbij wonen,
datum 8 december 2023
In de gemeente Barendrecht zijn plannen om een nieuw gebied te reali-
maatschappelijke voorzieningen en onderwijs een sterk cluster vormen.
seren, met een mix van wonen, maatschappelijke voorzieningen, onder-
Fruitpacking District wordt een groene, duurzame innovatieve wijk waar
wijs en detailhandel. Het plan is om het huidige Fruitpacking District (ge-
de voetganger centraal staat. De straten, tuinen en het landschap vor-
projectnummer P06343
legen in Barendrecht) deels te transformeren naar woningen voor de
men een grote collectieve lokale tuin. Ontspanning en recreatie staan
toekomstige wijk ‘De Stationstuinen’. Daarbij zijn 1.200 woningen be-
centraal. De Stationstuinen versterkt het dorp Barendrecht, de relatie
opdrachtgever Fruitpacking District Ontwikkeling BV
oogd in diverse segmenten (sociale huur, midden huur, midden koop en
met de omgeving en de stad. De ontwikkeling draagt bovendien bij aan
het hoge koopsegment). Aan de hand van de Ladder voor duurzame
het vitaal en krachtig houden van het bedrijvencluster op de grens van
verstedelijking is onderzocht of het plan voorziet in een behoefte en of
Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam. Dit cluster van agrofood gerela-
er sprake is van duurzaam ruimtegebruik.
teerde bedrijven heeft zich verenigd tot Dutch Fresh Port, onderdeel van
BRO projectleider FSi
1.3 Planinitiatief Stationstuinen
de Greenport West-Holland. De Dutch Fresh Port is een koploper op de
1.2 Toepassing Ladder voor Duurzame Verstedelijking
wereldmarkt en is constant bezig met verbetering en vernieuwing van
Het woningbouwplan betreft een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en
producten en diensten. De karakteristieken van het gebied zorgen ook
projectteam
moet daarom worden getoetst aan de Ladder voor Duurzame Verstede-
IBo, LvdH
lijking (hierna: ‘Ladder’ zie ook blauw kader).
voor de behoefte aan woonruimte voor werknemers, ruimte voor onderwijs, research- en development, voor ontmoeting en kennisuitwisseling. Ligging plangebied
Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
Fruitpacking District ligt tegen Station Barendrecht aan (zie figuur 1). Het centrum van Barendrecht ligt op een kwartier loopafstand. Aan de andere kant van de planlocatie ligt Dutch Freshport. Het gebied ligt vlak bij de Oude Maas en is omringd door verschillende natuurgebieden, zoals de Zuidpolder, het Waalbos en de Bongerd. Programma wonen
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Het initiatief Stationstuinen voorziet in de bouw van 1.200 woningen. Het totale woningprogramma is onderverdeeld in drie segmenten (tabel 1).
Minimaal 60% van het totale woonaanbod bestaat uit betaalbare woningen waarvan minimaal de helft sociale huurwoningen. In totaal worden er dus minimaal 720 betaalbare woningen gerealiseerd, waarvan minimaal 360 sociale huurwoningen.
1/12
Maximaal 40% van het totale woonaanbod bestaat uit woningen in
het hogere segment. Dit betreffen dus maximaal 480 woningen, be-
Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030
neden-boven woningen of grondgebonden woningen. In ieder geval
Bouwmanifest Regio Rotterdam (2020)
zal minimaal 25% van het initiatief (300 woningen) tot het hogere
Realisatieagenda regio Rotterdam
segment behoren.
Structuurvisie Barendrecht (2012)
Woonvisie Barendrecht 2023-2027 (2023)
Strategische visie, Samen bouwen aan Barendrecht (2018)
Voor het initiatief is onderzocht of en op welke manier de toevoeging
Woonvisie Rotterdam en Adddendum woonvisie Rotterdam 2030
van 1.200 te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor
Voortgangsrapportage woonvisie gemeente Rotterdam (2022)
Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag luidt:
Rekenkamer Rotterdam, thuis in cijfers (2022)
Rekenkamer Barendrecht, Bauwen in balans (2022)
1.4 Opzet onderzoek
Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied? Om een antwoord te geven op de hoofdvraag onderzoeken we de kwanFiguur 1: Ligging planlocatie
titatieve en de kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt een locatieafweging gemaakt over de ligging ten opzichte van het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden de
Tabel 1: Woningprogramma
verwachte effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstede-
Segment
Aandeel van totaal
Sociale huur
Minimaal 30%
lijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is gebruik gemaakt van diverse bronnen:
Omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland
Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021-2040 (2021)
Middeldure huur
Hoger segment
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
Verdeling binnen segment
Gebruiksoppervlakte
Aantal woningen
20%
55-65 m2
240 appartementen
10%
65-75 m2
120 appartementen
Minimaal 10%
55-85 m2
120 appartementen
Restant
45-70 m2
360 appartementen
25%
70-95 m2
300 appartementen
10%
95-135 m2
120 appartementen, BEBO of grondgebonden woningen
5%
> 135 m2
60 appartementen, BEBO of grondgebonden woningen
60% (minus aandeel sociale huur)
Minimaal 25%, maximaal 40%
2/12
2 Conclusies
In de paragrafen hierna lichten we deze conclusie toe.
2.1 Passend binnen beleidskaders
Nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied
Het initiatief past binnen de beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:
Er is een fors woningtekort en daarom zet het rijk, de provincie en de regio in op versnelde woningbouw. Dit initiatief is één van de
Ruimtelijk verzorgingsgebied Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan het woningbouwprogramma bevatten. De behoefte wordt bepaald binnen het ruimtelijk relevante verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang hiervan zijn leidend voor het ruimtelijke verzorgingsgebied. Verhuisbewegingen binnen en tussen gemeenten geven hiervoor een goede indicatie.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ‘ladderplichtig’ is.
sleutelprojecten, genoemd in de Realisatieagenda regio Rotterdam.
De provincie, regio en gemeente streven naar een gevarieerd woningaanbod met een geschikte woning voor iedereen. Het initiatief betreft huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen. Hier-
De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de functie niet is toegestaan binnen het huidige bestemmingsplan en er een functiewijziging nodig is.
door is het programma geschikt voor diverse doelgroepen. Daarnaast worden er vooral levensloopbestendige appartementen gerealiseerd (gelijkvloers, lift aanwezig).
De gemeente Barendrecht heeft voorkeur voor woningtoevoegingen door verdichting en gestapelde woningbouw. Ook de provincie en regio streven naar verdichting. De ontwikkeling ligt binnen bestaand stedelijk gebied ligt en betreft verdichting. Daarnaast worden er
Conclusie: Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de relevante regio. Deze is gedefinieerd op basis van verhuisbewegingen. Gemeente Barendrecht is het primair verzorgingsgebied en ge-
Bij de afweging over de ligging binnen of buiten bestaand stedelijk gebied gaat het er om of de planlocatie al een stedelijke bestemming heeft. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
meente Rotterdam is het secundair verzorgingsgebied. Uit deze twee gemeenten komt in totaal 73% van de verhuisbewegingen naar gemeente Barendrecht. Kwantitatieve behoefte aangetoond Bij de kwantitatieve behoefte gaat het om benodigde woningaantallen. De behoefte aan een woningbouwontwikkeling wordt bepaald door de langetermijnprognose van de vraag naar woningen af te zetten tegen de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. In veel provincies en regio's zijn prognosemodellen beschikbaar die bruikbaar zijn om de behoefte te bepalen.
vooral appartementen gerealiseerd. Hierdoor is er ook sprake van de gewenste gestapelde bouw.
Het beleid legt nadruk op voldoende woningen in het sociale seg-
Conclusie: Het initiatief is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De be-
ment en voldoende betaalbare woningen. Het initiatief sluit aan bij
oogde functie is niet toegestaan in het huidige bestemmingsplan en er is
de doelstelling van 60% betaalbaar, waarvan 30% sociaal. Hierdoor
een functiewijziging nodig is. Daarnaast worden er meer dan 12 wonin-
sluit dit initiatief ook op dit punt aan op het beleid.
gen toegevoegd. Binnen bestaand stedelijk gebied:
Conclusie: De beoogde ontwikkeling van maximaal 1.200 woningen
2.2 Toets Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan (Bedrijventer-
voorziet in een kwantitatieve behoefte:
Eindconclusie
rein Barendrecht Noord-Oost) de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Bedrij-
De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.
De locatie valt binnen de bestemmingen ‘Gemengd’ en ‘Bedrijventerrein’ en is daarmee onderdeel van het stedelijk gebied.
In zowel gemeente Barendrecht als het secundair verzorgingsge-
venterrein’. Het plangebied heeft daarmee een stedelijke functie. In de
bied gemeente Rotterdam is sprake van een groei van de beno-
directe omgeving liggen tevens stedelijke functies (o.a. ‘bedrijventerrein’
digde woningvoorraad. In gemeente Barendrecht zijn 1.650 extra
en ‘Wonen’). Gelet daarop is sprake van een ligging ‘binnen bestaand
woningen nodig tot 2032 en voor de gemeente Rotterdam 19.640
stedelijk gebied’. Verdere motivering op dit punt is niet nodig.
woningen nodig.
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
3/12
Daartegenover staat een totale plancapaciteit van 4.057 woningen
Uit de strategische visie van Barendrecht blijkt ook een grote be-
in gemeente Barendrecht en 50.279 woningen in de gemeente Rot-
hoefte aan levensloopbestendige woningen (vergrijzing bevolking).
terdam. De harde plancapaciteit in Rotterdam bedraagt 15.780 wo-
Het initiatief realiseert voornamelijk appartementen, inclusief lift. Dit
ningen. Dit betekent dat de harde plancapaciteit in gemeente Rotter-
is een levensloopbestendige woonvorm en sluit aan bij de behoefte
dam niet voorziet in de benodigde woningbehoefte. In Barendrecht
van ouderen.
is eveneens ruimte om woningen toe te voegen. De meest recente
In Rotterdam ervaren huishoudens met een middeninkomen grote
harde plancapaciteit is uit 2021 en bedraagt 105 woningen (actuele
concurrentie op de woningmarkt, waardoor zij moeilijk een woning
cijfers zijn niet bekend). Dit betekent dat het initiatief Stationstuinen
vinden. Dit initiatief realiseert tevens middeldure woningen en geeft
om maximaal 1.200 woningen te realiseren redelijkerwijs voorziet in
invulling aan de vraag door middeninkomens.
een kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte aangetoond De kwalitatieve behoefte gaat over specifieke woningtypen, eigendomssituaties, prijssegmenten, doelgroepen en woonmilieus. De kwalitatieve behoefte volgt onder andere uit de planinformatie, de lokale vraag-aanbodstructuur, trends en ontwikkelingen en beleidskaders. Kortom: de kwalitatieve ‘meerwaarde’ van het plan. Vooral in krimpgebieden is er soms geen kwantitatieve behoefte, maar is vaak wel sprake van kwalitatieve behoefte aan bepaalde typen woningen. Denk aan levensloopbestendige woningen en betaalbare woningen.
Conclusie: Het initiatief om 1.200 woningen te realiseren in zowel het koop- als (sociale)huur segment voor diverse doelgroepen voorziet in een kwalitatieve behoefte:
Uit het Woonbeleid van gemeente Barendrecht blijkt dat er in de gemeente vooral een tekort is aan woningen in het goedkope(re) segment. Ook in Rotterdam is vraag en het aanbod van goedkope(re) woningen sterk uit balans, en is er een groot te kort. Het initiatief voorziet in minimaal 60% (circa 720 woningen) betaalbare woningen. Het initiatief sluit daarmee aan op de behoefte aan goedkope(re) woningen.
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
4/12
Bijlage 1: Onderbouwing woningbouwbehoefte
Verhuisbewegingen
Relatief
Binnen gemeente Barendrecht
37%
Rotterdam
36%
Totaal
73%
B1.1 Afbakening verzorgingsgebied Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag naar en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarkt verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats. Een analyse van de verhuisbewegingen toont dat 37% van de verhuizingen plaatsvindt binnen de gemeente Barendrecht. Dit betekent dat de meeste verhuisbewegingen plaatsvinden binnen de eigen gemeente en daarmee is de eigen gemeente in dit onderzoek het primaire verzorgingsgebied. In de kwantitatieve en kwalitatieve analyse wordt primair gekeken naar de gemeente Barendrecht Tegelijkertijd is ook sprake van een stevige verhuisstroom vanuit de gemeente Rotterdam. Circa 36% van de verhuisbewegingen naar Barendrecht is afkomstig uit gemeente Rotterdam. De totale verhuisbewegingen van zowel binnen de gemeente Barendrecht als verhuisbewegingen vanuit het secundaire verzorgingsgebied is 73%. Zie tabel en figuur 2 hiernaast voor het overzicht. Rotterdam wordt gezien als het secundaire verzorgingsgebied. Verder worden er met de regiogemeenten op regionaal niveau afspraken gemaakt over de woningbouwprogramma’s. De volgende gemeenten Al-
Figuur 2: Verhuisbewegingen overzicht
brandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
5/12
B1.2 Kwantitatieve behoefte In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht. De afgelopen jaren is de bevolking in de gemeente Barendrecht gestaag gegroeid. Tot 2032 wordt (op basis van cijfers van CBS 2022) een groei verwacht naar 49.700. In tabel 3 is de vraagbehoefte aan woningen afgezet tegen het huidige aanbod en de nog te ontwikkelen woningen (harde plancapaciteit). Door de woningbehoefte te verminderen met de harde plancapaciteit blijkt of er extra kwantitatieve behoefte is aan extra woningen. Uit de kwantitatieve behoefteraming uit blijkt van boven naar beneden het volgende: Zowel het aantal inwoners1 als het aantal huishoudens2 neemt toe
Figuur 2: Ontwikkeling demografie Barendrecht
Figuur 1: Demografie Barendrecht
in zowel de gemeente Barendrecht als de gemeente Rotterdam. Het aantal huishoudens groeit iets sneller in de gemeente Barendrecht,
Tabel 3: Kwantitatieve behoefteraming woningen in verzorgingsgebied
Gemeente ’s Barendrecht
door de alsmaar kleinere huishoudens. Het toekomstig aantal huishoudens bepaalt grotendeels de benodigde woningvoorraad2 (zie
2022
rij C). In zowel gemeente Barendrecht als gemeente Rotterdam is sprake van een groei van de benodigde woningvoorraad. In gemeente Barendrecht zijn 1.650 woningen extra woningen nodig en voor de gemeente Rotterdam 19.640 extra woningen.
De plancapaciteit zijn woningen die zijn voorzien in alle woningbouwplannen. Hierin maken we onderscheid in harde en zachte
2032
Gemeente Rotterdam
Ontwikkeling
2022
2032
Ontwikkeling
A. Inwonertal
48.400
49.700
+3%
655.468
729.800
+11%
B. Huishoudens
19.327
20.977
+11%
319.210
338.850
+6%
C. Benodigde woningvoorraad
19.327
20.977
+1.650
319.210
338.850
+19.640
D. Harde plancapaciteit tot 2030
105
15.780
E. Zachte plancapaciteit tot 2030
3.952
36.820
plannen in een vergevorderd stadium. De zachte plancapaciteit is
F. Totale plancapaciteit tot 2030 be-
4.057
50.279
minder relevant. Deze plannen bevinden zich nog in de idee- of ont-
kend 1.545
+3.860
plancapaciteit. De handreiking bij de Ladder schrijft voor dat we de harde plancapaciteit doorrekenen in de behoefteraming. Dit zijn
werpfase.
G. Aanvullende woningbehoefte = C-D
1 2
CBS Bevolkingsprognose (2022) CBS Regionale prognose 2022 kerncijfers (2022)
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
6/12
De totale plancapaciteit in gemeente Barendrecht is 4.057 woningen tussen 2021 en 2030. De harde plancapaciteit was in 2021 105 woningen. Recentere cijfers zijn niet bekend. Ervaring leert het overgrote deel van de plannen zachte plancapaciteit betreft en dat diverse zachte plannen uiteindelijk niet tot uitvoering worden gebracht. De verwachting is daarom dat er voor de gemeente Barendrecht een aanvullende woningbehoefte zal zijn.
De totale plancapaciteit in gemeente Rotterdam is 50.279 woningen, waarvan 15.780 woningen behoren tot de harde plancapaciteit (rij D). Als de harde plancapaciteit wordt afgetrokken van de benodigde woningvoorraad (rij C) is in de secundaire regio sprake van een aanvullende woningbehoefte van circa 3.860 woningen (zie rij F). Dit is de ruimte die nog kan worden ingevuld met (harde) woningbouwplannen.
Woondruk-index De woondruk-index is een modelmatige benadering voor het bepalen van de vraag of er een tekort is aan woningen in een gebied3. Het model resulteert in het aantal potentiële huishoudens per 100 woningen. Op het moment dat er meer dan 100 potentiële huishoudens per 100 inwoners zijn is er sprake van een tekort aan woningen. Hoe hoger het aantal potentiele huishoudens, hoe hoger de woondruk. Met name in de Randstad is de woondruk zeer hoog. De gemeente Barendrecht kent een woondruk van 119 potentiële huishoudens per 100 woningen (zie figuur 4). De gemeente Rotterdam heeft een woondruk van 111 potentiele huishoudens per 100 woningen. Dit wordt gezien als een relatief hoge woondruk. Er is dus momenteel een tekort aan woningen in de gemeenten Barendrecht en Rotterdam. Figuur 4: Woondruk Nederland
3
Atlas voor gemeenten (2022), Woondruk (potentiële huishoudens per 100 woningen)
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
7/12
B1.3 Kwalitatieve behoefte In deze paragraaf is de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Daarmee is ook het kwalitatieve aanbod en de vraag betrokken in het onderzoek en is het initiatief op basis van deze resultaten afgewogen, conform richtlijnen van de ladder. Trends en ontwikkelingen Figuur 5 toont de belangrijkste trends en ontwikkelingen voor de Nederlandse woningmarkt. Er zijn in de basis drie doelgroepen te onderscheiden: starters, gezinnen en ouderen. Deze doelgroepen hebben verschillende wensen en knelpunten die van belang zijn. Voor het initiatief is het van belang om de beoogde doelgroep inzichtelijk te hebben. Op deze manier kan worden gekeken of het initiatief aansluit op de wensen van de doelgroep. Het initiatief voorziet voornamelijk in appartementen, maar ook enkele grondgebonden woningen en beneden-boven woningen. Door de diverse prijsklasse is het initiatief geschikt voor meerdere doelgroepen.
Jongeren en starters worden aangesproken door de relatief kleinere appartementen in het betaalbare prijssegment vallen.
Gezinnen worden aangesproken door de ruimere appartementen, beneden-boven woningen en grondgebonden woningen in het hogere segment vallen.
Senioren zullen, afhankelijk van hun financiële positie, aangetrokken worden tot diverse type woningen. Belangrijk voor hen is dat veel woningen binnen het initiatief evensloopbestendig zijn.
Figuur 5: Trends Nederlandse woningmarkt
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
8/12
Kwalitatief aanbod
Kwalitatieve behoefte
De gemeente Barendrecht telt circa 19.594 woningen4. Deze woningen
In 2020 heeft Rekenkamer Barendrecht een onderzoek uitgevoerd naar
moet een goede mix komen van woningen in Barendrecht, zodat ie-
zijn als volgt te verdelen:
het woonbeleid van gemeente Barendrecht. Een vergelijkbaar onder-
dereen zijn plek kan krijgen en voor elkaar kan zorgen.
74% van de woningvoorraad betreft eengezinswoningen. Dit bete-
zoek is 2022 ook voor de gemeente Rotterdam uitgevoerd. Hierin staat
kent dat 26% een meergezinswoning is.
beschreven dat gemeente Barendrecht er vanuit gaat dat er vanuit de
centrum. Met deze levensloopbestendige woningen kunnen ouderen
70% van de woningvoorraad is een koopwoning. 22% van de wonin-
eigen gemeente behoefte is aan woningen in het middeldure segment
vanuit hun eengezinswoning doorstromen naar een nieuwbouwap-
gen is een huurwoning in corporatiebezit. De overige 8% betreft
en dat er vanuit de regio behoefte is aan woningen in het goedkopere
partement. Zo komen er woningen vrij voor jongeren en gezinnen.
huurwoningen in het bezit van een particulier.
segment. Het beleid van gemeente Barendrecht heeft echter tussen
Het meest voorkomende woningtype in Barendrecht is een rijtjeswo-
2015 en 2020 niet bijgedragen aan een verbeterde balans op de wo-
Voor Rotterdam kan op basis van het onderzoek naar het woonbeleid
ning (44%), gevolgd door een appartement (26%). Vrijstaande wo-
ningmarkt. Er zijn in deze periode te veel woningen in het dure segment
het volgende over de woningbehoefte geconcludeerd:
ningen komen relatief weinig voor, slechts 6% 5.
gerealiseerd, en te weinig woningen in het goedkope segment. Hierdoor
Ondanks dat er relatief veel appartementen zijn, hebben woningen
is het realiseren van meer sociale woningvoorraad belangrijk.
de woningen groter dan 100 m 2.
Meer levensloopbestendige woningen, zoals appartementen, in het
Tussen 2015 en 2020 is de krapte van goedkope woningen toegenomen, doordat het percentage huishoudens met een laag inkomen gelijk is gebleven, maar het percentage goedkope woningen afnam.
in Barendrecht een relatief groot oppervlak6. Van alle woningen in Barendrecht is 71% groter dan 100 m2. Landelijk is slechts 41% van
Betaalbare huisvesting voor ouderen en kwetsbare mensen. Er
Er is daardoor behoefte aan woningen in het goedkopere segment.
In de strategische visie, samen bouwen aan Barendrecht wordt vermeldt dat er behoefte is aan goedkopere en levensloopbestendige woningen:
Huishoudens in het middensegment ervaren grote concurrentie op
Betaalbare huisvesting voor starters en jongeren. Jongeren geven
de woningmarkt. Een beperkt deel (40%) van de woningen in het
zelf aan dat zij in Barendrecht willen blijven wonen.
middensegment, zijn aan mensen met een middeninkomen verkocht. Hierdoor is er behoefte aan middeldure woningen.
Figuur 6: woningtype Barendrecht 4 5 6
Figuur 7: woningvoorraad Barendrecht
CBS Geodienst.xyz, nieuwbouwmonitor Geodienst.xyz, nieuwbouwmonitor
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
9/12
Bijlage 2: Beleidskaders In deze bijlage is het kaderstellend beleid van provincie, regio en gemeente in beeld gebracht. Op basis daarvan is het initiatief afgewogen.
Provincie Zuid-Holland Omgevingsvisie Zuid-Holland Zuid‑Holland staat voor de opgave om het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. De uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het leef- en vestigingsklimaat kan worden versterkt door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. In Zuid-Holland moet iedereen zich thuis kunnen voelen in sterke steden en dorpen. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn. De provincie wil de bouw van passende en betaalbare woningen versnellen, met aandacht voor ruimtelijke en sociale kwaliteit en passende mobiliteitsvoorzieningen. Nieuwbouw is energieneutraal, zolang het de hoeveelheid en het tempo van woningbouw
ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en cen-
Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021-2040
tra met een goede onderlinge bereikbaarheid.
De regionale woonvisie heeft niet dezelfde status als de lokale woonvisie of prestatieafspraken. Het is een inspiratiedocument dat gebruikt
De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen:
Bouw naar behoefte;
De regio Rotterdam ziet acht grote opgaven waar ze op het gebied van
Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied;
wonen voor aan de lat staan, waaronder:
Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de
1. Er is een enorme bouwopgave om het woningtekort terug te drin-
langzaam vervoersrelaties
gen, zodat meer mensen kunnen wonen naar wens. De juiste wo-
Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten;
ningen worden daarom op de juiste plek gebouwd (mede door trans-
Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, na-
formatie van bedrijvenlocaties), woningbouw wordt versneld en er
tuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving.
wordt gebouwd op de juiste plek en met het oog op de toekomst.
Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op
2. In de regio werken ze aan betere spreiding van de sociale voorraad
grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de ‘ladder voor duur-
om zo in elke regiogemeente een evenwichtiger opbouw van de wo-
zame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal be-
ningvoorraad mogelijk te maken. Het is belangrijk de individuele
lang
kwaliteiten en identiteiten van de gemeenten te blijven versterken. 3. De betaalbaarheid van wonen staat mede door de schaarste onder
Omgevingsverordening Zuid-Holland
bestaand bebouwd gebied en nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en
druk. Dit vraagt actie in de bestaande voorraad en de nieuwbouw.
Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benut-
4. Omdat de schaarste niet van de ene op de andere dag is opgelost,
ting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikke-
onderzoekt de regio met elkaar hoe ze de toegankelijkheid en be-
ling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen
schikbaarheid kunnen verbeteren.
en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder
5. Naast de woningschaarste vraagt de aanpak van de kwetsbare ge-
voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het
bieden in de regio nadrukkelijke aandacht. Er zijn kwetsbare gebie-
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader.
den die vragen om forse investeringen én een maatwerkaanpak. 6. Oplossingen vragen om een goede, verantwoorde en integrale af-
niet belemmert. Verder wil de provincie dat het bebouwd gebied klimaat adaptief wordt ingericht. Daarbij wordt primair gekozen voor bouwen in
wordt bij het opstellen of aanpassen van de lokale woonvisie.
Regio Rotterdam
weging tussen wonen en andere domeinen en voorzieningen om de beschikbare ruimte goed in te vullen.
De regionale woonvisie “Fijn wonen in een veelkleurige regio” (2021) vormt samen met het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken
Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken
(2019) en het Bouwmanifest (2020) een drieluik. De regionale woonvisie
In het regioakkoord maken de veertien gemeenten van het Samenwer-
duidt de kwalitatieve ambities, het Regioakkoord focust zich op de kwan-
kingsverband Wonen Regio Rotterdam zich samen sterk om de regio
titatieve woningmarktopgaven en het Bouwmanifest is gericht op wo-
Rotterdam te behouden en verder te ontwikkelen. Dat wil zeggen een
ningbouwversnelling.
regio met voldoende woningvoorraad en specifiek voldoende woningen
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
in het sociale segment, evenwichtig en ruimtelijk goed gespreid.
10/12
De regionale doelstellingen zijn:
Realisatieagenda regio Rotterdam
stedelijk gebied waar ruimte schaars is. Daarnaast zal juist ook door
Voldoende woningen in de totale voorraad. Concreet: de streefvoor-
De woningbouwopgave in Nederland is de afgelopen jaren ingrijpend
deze keuze sprake moeten zijn van intensivering van stedelijk ge-
raad bedraagt 638.300 woningen in 2030. Hierdoor staan de ge-
veranderd. Het aantal huishoudens groeit sterk en de prijzen zijn flink
bied nabij het centrum en het station. Dit is niet alleen goed vanuit
meenten voor de uitdaging een netto groei van 53.700 woningen in
gestegen. De woningmarkt is uit balans. Daarom moeten er in Neder-
mobiliteitsbeperking, maar biedt ook de mogelijkheid om wonen en
de periode 2018 tot 2030 te bewerkstelligen. Deze afspraak vormt
land tot 2030 circa 900.000 extra woningen worden gerealiseerd. De
voorzieningen te integreren en zo een gebied te realiseren met opti-
de basis voor de woningbouwprogrammering tot 2030 van de ge-
provincie Zuid-Holland spant zich in om tot 2030 ruim 235.000 woningen
male condities voor levensloopbestendig wonen. Daarbij zal meer
hele regio.
te realiseren, waarvan bijna 100.000 in regio Rotterdam. Om dit te reali-
dan in het verleden ook in dit deel van Barendrecht gekozen moeten
Barendrecht: benodigde groei van 1.090 woningen in de periode
seren heeft de regio sleutelprojecten aangewezen. De stationstuinen in
worden voor gestapelde bebouwing.
2017-2030.
Barendrecht is daar een van.
-
Rotterdam: benodigde groei van 30.000 woningen in de periode 2017-2030.
Uitgangspunt is een optimale afstemming van het kwalitatieve aanbod op de marktvraag. Dit houdt in dat de focus op middellange ter-
Betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen is een belangrijk onderwerp.
mijn vooral ligt op het bouwen van levensloopbestendige woningen
Voldoende woningen in de sociale voorraad. Concreet: de streef-
Daarom wordt er gestreefd dat 66% van de nieuwbouwwoningen betaal-
en starterswoningen.
voorraad bedraag 322.100 sociale woningen in 2030. De regio reali-
baar zijn (sociale huur, middenhuur tot maximaal €1.075 en betaalbare
seert bovendien een meer evenwichtige spreiding van de sociale
koop tot €355.000). Het streven is dat de woningvoorraad van iedere
Woonvisie Barendrecht 2023-2027
woningvoorraad.
gemeente uiteindelijk minimaal 30% sociale huur bevat.
Barendrecht is een woongemeente, waar veel mensen wonen die elders
Voldoende beschikbaarheid op lokaal niveau en regionaal gelijkmatiger toegang tot de sociale voorraad voor huurtoeslaggerechtigden.
leren of werken. Barendrecht groeit snel, maar wil tegelijkertijd een fijne
Concreet: op gemeentelijk niveau wordt tenminste 75% van de vrij-
Gemeente Barendrecht
gekomen huurwoningen van corporaties met een huurprijs onder de
Structuurvisie Barendrecht
liberalisatiegrens toegewezen aan de primaire doelgroep (huurtoe-
woon- en leefomgeving behouden. In de woonvisie Barendrecht geeft de gemeente het woonbeleid weer op basis van vier thema’s, namelijk: Juiste toevoegingen (beschikbaarheid en betaalbaarheid): Ge-
De ambitie is om het hoge kwaliteitsniveau van wonen, werken,
meente Barendrecht zet in op het realiseren van betaalbare wonin-
slaggerechtigden).
voorzieningen, groen en alles wat verder bijdraagt aan de kwaliteit
gen. Kwaliteit van woningen is belangrijk, maar er zijn ook kwantia-
Voldoende betaalbare woningen met huur onder de bovenste aftop-
van samenleven in Barendrecht, vast te houden en waar mogelijk te
tieve doelstellingen. Zo wil de gemeente tussen 2021 en 2031 3.600
pingsgrens op lokaal niveau en meer balans van deze voorraad in
versterken. Bijzonder daarbij zijn enerzijds de kansen die vooral in
woningen realiseren, waarvan 30% sociaal, 30% middelduur en
de regio. Concreet: op gemeentelijk niveau een sociale huurvoor-
de randen van Barendrecht liggen. Anderzijds zal door herstructure-
raad van de corporaties die voor tenminste 70% bestaat uit wonin-
ring van oudere woongebieden, het centrum en diverse voorzienin-
40% duur. Toekomstbestendig wonen (duurzaamheid): Nieuwbouwwonin-
gen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens.
genstroken, juist ook in de kern Barendrecht een kwaliteitssprong
gen zijn zoveel mogelijk geschikt voor diverse huishoudens in ver-
gemaakt kunnen worden.
schillende levensfases. Daarnaast zijn woningen zoveel mogelijk
Barendrecht zet in op woningbouwontwikkeling binnen het bestaand
co2 neutraal en we gaan uit van het principe ‘nul op de meter’. De
De ondertekenaars van het Bouwmanifest verbinden maximaal aan ac-
stedelijk gebied om in te spelen op de lokale behoefte. Uitgangspunt
gemeente daagt partijen uit een extra stap te zetten in het thema
ties om de woningbouwproductie de komende jaren kwantitatief en kwa-
is dat passend bij het suburbane, landelijke karakter van Barend-
van circulair en natuurinclusief bouwen. Ook maakt de gemeente
litatief ten minste op peil te houden. Plannen die later in de tijd zijn ge-
recht wordt gebouwd, ook op herstructureringslocaties.
samen met haar partners wijkplannen, waarin aandacht is voor een
Barendrecht zet daarbij ook in op verdichting en gestapelde woning-
multidisciplinaire en integrale aanpak waarin fysieke en sociale
bouw om zodoende ontwikkelingen mogelijk te blijven maken in een
maatregelen elkaar versterken.
Bouwmanifest Regio Rotterdam
programmeerd zullen zo veel mogelijk naar voren worden gehaald. Alle partijen streven ernaar om in 2025 voor minimaal 50% van de gehele
productie tot en met 2030 daadwerkelijk gestart te zijn met de bouw.
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
11/12
Wonen en zorg, iedereen doet mee (bijzondere doelgroepen): Nieuwbouwwoningen zijn in principe geschikt voor huishoudens in verschillende levensfasen, maar ook voor mensen met een lichte beperking. Bovendien inventariseert de gemeente of het bestaande aanbod van geclusterde woonvormen kwalitatief voldoende is en hoe nieuwe geclusterde woonconcepten kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast werkt de gemeente samen met partners van wel-
zijn en zorg om wonen zo prettig mogelijk te maken. Regie in de samenwerking: Voor het behalen van de gestelde doelen is de gemeente afhankelijk van de stakeholders: corporaties, projectontwikkelaars, zorgorganisaties én de inwoners. Het is dus belangrijk om die uitvoering goed te organiseren. Dit doet de gemeente aan de hand van een afwegingskader voor woningbouwplannen, dat in samenspraak met de stakeholders tot stand komt.
Ladder voor duurzame verstedelijking stationstuinenBarendrecht
12/12