CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B10 Milieueffectrapport De Stationstuinen

gemeenteraad 19 december 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Bestemmingsplan De Stationstuinen 1ste fase27.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.3.2

Autonome ontwikkelingen in en rond het gebied Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die onafhankelijk van de ontwikkeling van De Stationstuinen plaats zullen vinden en waarover het bevoegd gezag een definitief besluit heeft genomen. Er spelen een aantal autonome ontwikkelingen:  Afwijkingslocatie  ProRail-locatie  WPD-locatie  Nieuw Reijerswaard Afwijkingslocatie (fase 0) Binnen de gemengde bestemming van het vigerend bestemmingsplan is reeds woningbouw toegestaan via een wijzigingsbevoegdheid (zie paragraaf 1.2). Door middel van een afwijkingsbesluit heeft het college van burgemeesters en wethouders de ontwikkeling van de eerste 300 woningen mogelijk gemaakt.

Figuur 2.8 Woningbouwontwikkeling in fase 0 van De Stationstuinen

Blad 28 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

ProRail-locatie Op het braakliggend perceel aan de oostkant van Zuideinde wordt door ProRail een trainingspost en calamiteitencentrum ontwikkeld. De ligging is in figuur 2.9 weergegeven. Voor deze locatie is de omgevingsvergunning aangevraagd. Het perceel ligt binnen het plangebied van De Stationstuinen en grenst aan fase 1 van de ontwikkeling. De locatie wordt ingepast in het nieuwe woon-werkgebied. Bij de inrichting van het gebied wordt rekening gehouden met de activiteiten op dit terrein. Voor het MER en het bestemmingsplan voor fase 1 betekent dit dat er in de onderzoeken uitgegaan wordt van de aanwezigheid van ProRail.

Figuur 2.9 Begrenzing van de ProRail-locatie (oranje)

WPD-locatie Door WPD wordt een distributiecentrum met drie magazijnen ontwikkeld. De ontwikkeling is aan het Spoorwegemplacement gelegen, direct ten zuiden van het plangebied. Het distributiecentrum heeft een totaal grondoppervlak van circa 60.000 m2 en de magazijnen respectievelijk 24.000 m2, 9.500 m2, 4.800 m2 en 4.800 m2. De ligging en ontsluiting van de WPB-locatie is in figuur 2.10 weergegeven.

Blad 29 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 2.10 Ligging van het distributiecentrum ten opzichte van het MER-gebied.

Bedrijventerrein Nieuw-Reijerwaard (compensatielocatie bedrijven) Binnen de provincie Zuid-Holland geldt een kwantitatieve en kwalitatieve compensatieverplichting voor bedrijventerreinen die aan een transformatieopgave worden onderworpen. Bedrijven die in de bestaande situatie in het plangebied aanwezig zijn en worden onttrokken als gevolg van de ontwikkeling, moeten een plek krijgen elders in de relevante marktregio. Met de ontwikkeling van De Stationstuinen wordt 14 hectare bedrijventerrein aan de bestaande voorraad onttrokken. Met bestemmingsplan Nieuw-Reijerwaard (vastgesteld op 12 november 2014) is planologische ruimte geboden voor deze bedrijven uit de agrofood sector. Bovendien blijft er voldoende aanbod over voor de vraag vanuit de agrologistiek in de regio. Het bestemmingsplan Nieuw-Reijerwaard is reeds vastgesteld en een verdere vulling van dit bedrijventerrein met nieuwe bedrijven maakt onderdeel uit van de referentiesituatie in dit MER. De locatie van NieuwReijerwaard is te zien in onderstaand figuur. Binnen Nieuw Reijerwaard worden drie windturbines mogelijk gemaakt. Deze zijn in figuur 2.11 weergegeven. De dichtstbijzijnde windturbine komt op 0,95 km van de meest noordelijke hoek van het plangebied.

Blad 30 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Nieuw Reijerwaard

Windmolens

0,95 km

Nieuw Reijerwaard

Stationstuinen

Figuur 2.11 Ligging van de bedrijfsbestemmingen en windmolens binnen Nieuw Reijerwaard t.o.v. het plangebied van De Stationstuinen.

Blad 31 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

3

Beschrijving van het voornemen Dit hoofdstuk beschrijft het planvoornemen voor De Stationstuinen, zoals opgenomen in de gebiedsvisie. Dit vormt het planvoornemen dat in hoofdstuk 5 getoetst wordt.

3.1

Aanleiding voor de ontwikkeling

Locatiekeuze De aanleiding voor de transformatie van De Stationstuinen naar een gemengd gebied wordt onder andere gevormd door de grote woningvraag in de regio, de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein van Dutch Fresh Port en de nadruk op verdichting van de stad in plaats van uitbreiding in het buitengebied. De directe nabijheid van het station en de korte afstand tot het centrum maken de locatie tot een geschikt woon-werkgebied. Naast woningen en werkgelegenheid moet het gebied ook ruimte bieden aan voorzieningen zoals horeca, onderwijs en sportvoorzieningen. Voor bedrijvigheid is met de ontwikkeling van Nieuw Reijerwaard vervangende ruimte voor bedrijvigheid geboden voor bedrijven die nu binnen het plangebied vallen en niet ingepast worden in de ontwikkeling. Prioritering van De Stationstuinen door de Provincie Zuid-Holland De huidige woningbouwbehoefte wordt erkend door de provincie Zuid-Holland. De provincie wil samen met Zuid-Hollandse gemeenten de woningbouw versnellen. Ze zoekt kansen om snel, slim en toekomstbestendig geschikte woningen te bouwen op de juiste plek en voor iedereen. De provincie wil in samenwerking met de gemeenten kijken naar de beste locaties voor voldoende sociale en betaalbare woningen en ziet een totale woningbehoefte van circa 90.000 woningen voor de periode 2021-2030.

De Stationstuinen wordt expliciet als kansrijke locatie genoemd door provincie Zuid-Holland en wordt om deze reden geprioriteerd om aan de woningbehoefte te voldoen. De Stationstuinen is aangewezen als versnellingslocatie binnen de Woondeal De Stationstuinen is hiermee een van de kerngebieden voor de woningbouwopgave in ZuidHolland. De Woondeal Zuidelijke Randstad is een meerjarige samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partners. De Woondeals heeft het Rijk vanaf januari 2019 met zes regio’s gesloten. Eén daarvan is de Woondeal Zuidelijke Randstad. De gemeenten en de provincie zetten zich in voor voldoende plancapaciteit tot 2040 en voldoende productie in 2018-2025, waarvan een aanzienlijk deel in het betaalbare segment. Onderdeel van de woondeal zijn zogenaamde ‘versnellingslocaties’, waar De Stationstuinen wordt genoemd. Het doel is hier door gezamenlijke inzet de woningbouw te versnellen in de komende 5 tot 15 jaar. Het Rijk ondersteunt deze locaties door middel van ingehuurde kennis en expertise. Het kabinet besloot in 2019 ook de woningbouwimpuls te ondersteunen met € 1 miljard subsidie. Doel hiervan is bij te dragen aan de bouw van tenminste 65.000 betaalbare woningen in heel Nederland, in het bijzonder in regio’s waar de schaarste het grootst is.

Blad 32 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

De locatiekeuze voor de Stationstuinen is beschreven in het Koersdocument De Stationstuinen (2019) en Gebiedsvisie Stationstuinen (2020) De ambities voor het gebied zijn vastgelegd in het Koersdocument De Stationstuinen (2019). Het plan is verder uitgewerkt in de Gebiedsvisie De Stationstuinen Barendrecht (2020), met hierin de visie op de ontwikkeling en transformatie van het huidig bedrijventerrein, en het Ontwikkelkader Stationstuinen dat in januari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente heeft in samenspraak met de provincie en het Rijk mede voor De Stationstuinen gekozen vanwege de binnenstedelijke ligging en de nabije ligging van het treinstation van Barendrecht. Ook werden het nabijgelegen centrum van Barendrecht en de voorzieningen die daarin zijn gevestigd als voordeel gezien. Voldoende en passende woningen ziet provincie Zuid-Holland als provinciaal belang De provincie ziet het voorzien in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland als provinciaal belang (Omgevingsvisie Zuid-Holland). Het aanbod van woningen in provincie Zuid-Holland sluit onvoldoende aan op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt beperken zich niet tot gemeente- en / of regiogrenzen. De provincie helpt gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties bij het opstellen regionale woonvisies en regionale woningprogramma’s.

Figuur 3.1 Verdichtingsopgaven nabij HOV-knooppunten (Verstedelijkingsstrategie 2021 - 2040, Zuid-Holland)

Blad 33 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

De ontwikkeling van De Stationstuinen is ook genoemd in de verstedelijkingsstrategie van ZuidHolland. De Verstedelijkingsstrategie is het kader voor de verstedelijkingsopgave, met daarin een forse woningbouwopgave. Ruimtelijke opgaven worden hierin integraal afgewogen. Inzet op verdichting in de nabijheid van HOV-knooppunten is hierbij het uitgangspunt. Gemeente leggen ontwikkelrichtingen vast in woonvisies In de woonvisies stellen de gemeenten de gewenste kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelrichtingen voor de bestaande en gewenste woningvoorraad vast. Dit gebeurt in samenspraak met de regio en provincie. De regionale woonvisie vormt vervolgens het kader en onderbouwing voor het regionale woningbouwprogramma. De provincie beoordeelt de regionale woonprogramma’s op basis van de woonvisie. De provincie streeft naar verstedelijking en stedelijke kwaliteitsverbetering Daarnaast streeft de provincie in de provinciale omgevingsvisie naar het beter benutten en de kwaliteitsverbetering van bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie hanteert de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ om bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgebied te bevorderen. Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk.

Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur. De provincie houdt toezicht op de gemeentelijke uitvoering van de Huisvestingswet 2014.

3.2 3.2.1

Plangebied, ontwikkelgebieden en fasering

Ontwikkelgebieden binnen het plangebied De Stationstuinen zijn gelegen aan de oostzijde van Station Barendrecht. Tevens liggen De Stationstuinen ten oosten van het centrum van Barendrecht. Voor de eerste fase van de ontwikkeling wordt een bestemmingsplan opgesteld onder de nu geldende wet- en regelgeving. Dit wordt later opgenomen in het omgevingsplan voor De Stationstuinen. Het omgevingsplan omvat de totale ontwikkeling van circa 3.500 woningen, bijbehorende voorzieningen en werkgelegenheid. Het bestemmingsplan bevat een deel van de ontwikkeling van De Stationstuinen. Het plangebied voor het omgevingsplan wordt begrensd door de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht. De overige begrenzingen lopen veelal over perceelsgrenzen. Ook maken de Nieuwstraat, Spoorlaan, Transportweg, Mijnweg, Tuindersweg en Gebroken Meeldijk onderdeel uit van de plangebiedsgrenzen voor het omgevingsplan, en dus voor het MER. Binnen het gebied zijn diverse ontwikkelvelden aangewezen (figuur 3.2). De ontwikkelvelden zijn de gebieden waar woningbouw en nieuwe voorzieningen en bedrijvigheid voorzien zijn. Buiten de ontwikkelvelden zijn de ruimtelijke structuren zoals infrastructuur, groenstructuren en oppervlaktewater voorzien. In paragraaf 3.3 is het programma verder toegelicht. Paragraaf 3.4 beschrijft de ruimtelijke structuren van De Stationstuinen.

Blad 34 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 3.2 Ontwikkelvelden binnen het plangebied van De Stationstuinen.

3.2.2

Fasering Er zijn drie fases van elkaar te onderscheiden:  Fase 0 (afwijkingslocatie): Deze ontwikkeling is reeds planologisch mogelijk gemaakt door middel van een afwijkingsbesluit. Het vigerend bestemmingsplan biedt reeds ruimte voor deze ontwikkeling via een buitenplanse afwijking. De omgevingsvergunning voor deze ontwikkeling is aangevraagd.  Fase 1 (bestemmingsplangebied): het plan biedt ruimte aan ruim 800 woningen (inclusief fase 0), circa 4.300 m2 bvo voorzieningen (detailhandel en horeca) en ruim 10.000 m2 kantoorfuncties.  Fase 2 (omgevingsplangebied): de overige velden worden planologisch mogelijk gemaakt via een omgevingsplan.

Blad 35 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 3.3 Ligging van de afwijkingslocatie en bestemmingsplan binnen het plangebied van De Stationstuinen.

Het MER is procedureel gekoppeld aan het eerste ruimtelijke besluit voor De Stationstuinen, het bestemmingsplan voor fase 1. Het bestemmingsplangebied betreft een deel van het gehele onderzoeksgebied voor het MER hiervan (zwarte stippellijn in onderstaand figuur). Het MER richt zich op de totale ontwikkeling van De Stationstuinen, waar het bestemmingsplan zich op een deel ervan richt. Het bestemmingsplangebied is gelegen langs de Spoorlaan. De ontwikkeling van De Stationstuinen neemt naar verwachting circa 10 tot 15 jaar in beslag. Het plan komt gefaseerd tot stand. Als eerste wordt begonnen met het gebied rondom de entree van het treinstation. Dit deelgebied betreft een afwijkingslocatie, en maakt onderdeel uit van het bestemmingsplangebied. Vanuit daar kan het woon-werkgebied uitbreiden langs de Spoorlaan, tot aan de Gebroken Meeldijk en langzaam naar de uitlopers van het plangebied.

3.3

Programma voor De Stationstuinen

De gebiedsontwikkeling van De Stationstuinen betreft de transformatie van het bedrijventerrein naar een woonwijk gecombineerd met werkfuncties. Het totale programma van de gebiedsontwikkeling bestaat uit circa 3.500 woningen en circa 67.500 m2 bvo voor werken en voorzieningen. In tabel 3.1 is het programma uitgesplitst naar woningen, voorzieningen en werken (kantoorfuncties). In de tabel is te zien hoe het programma gefaseerd ontwikkeld wordt.

Blad 36 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Tabel 3.1 Programma De Stationstuinen naar fase Woningen Voorzieningen Werken (kantoren)

Referentiesituatie (fase 0) 300 woningen 500 m2 horeca +detailh. 800 m2 bvo

Bestemmingsplan (fase 1) 800 woningen 4.300 m2 horeca+detailh. 10.700 m2 bvo

Gebiedsvisie (fase 2) 3.500 woningen 15.000 m2 52.500 m2

Totale programma De Stationstuinen In dit MER en de bijbehorende onderzoeken is voor het programma en de begrenzing voor De Stationstuinen aangesloten bij de gegevens uit de gebiedsvisie. Dit wordt uiteindelijk uitgewerkt in programma’s per ontwikkelveld met dichtheden en bouwhoogtes die passen bij de gewenste schaal. Deze stedenbouwkundige uitwerking leidt mogelijk tot een groter totaal programma van woningen en voorzieningen dan in dit MER opgenomen. Door middel van een gevoeligheidsanalyse is in dit MER beschouwd wat dit kan betekenen voor de effecten op de leefomgeving en de kwaliteit van het woon- en leefmilieu van De Stationstuinen. Dit is opgenomen in paragraaf 7.5.

3.3.1

Woningbouw Barendrecht wil de komende jaren structureel (betaalbare) woningen toevoegen. In De Stationstuinen is ruimte voorzien voor verschillende groepen woningzoekenden. Om deze doelgroepen onder te brengen is een variatie aan woonvormen voorzien, van woningen in het dure (luxueuze) segment, tot woningen in het midden en goedkope segment, met mogelijkheden tot zorg(-ondersteunend) wonen. In het MER wordt uitgegaan van een totale ontwikkeling van circa 3.500 woningen. In de gebiedsvisie is de volgende onderverdeling (bij benadering) in woningtypen opgenomen:  30% sociale woningen  20% betaalbare woningen  50% dure huur- en koopwoningen De Stationstuinen is een gebied dat actuele woonwensen moet samenbrengen, waarbij een groot gedeelte gestapeld is (met voornamelijk appartementen) en een deel grondgebonden met een voordeur aan de straat. Dit zijn rijwoningen, portiekwoningen en beneden-bovenwoningen. De optie bestaat om ook hier appartementen te realiseren. Ook zijn stadswoningen, pionierswoningen voor bewoners die zelf willen bouwen, woonwerkunits en gestapelde, meerlaagse eengezinswoningen voorzien. De hoogte van de woonblokken is circa drie tot zes bouwlagen met op diverse plaatsen hogere accenten. De bebouwing wordt gekarakteriseerd door gelaagdheid en stapeling van functies (wonen, werken, recreëren).

3.3.2

Werkgelegenheid en voorzieningen In de Gebiedsvisie De Stationstuinen wordt het gebied omschreven als “Vers Proeftuin”. Deze benaming heeft een relatie met het aanwezige Dutch Fresh Port-cluster, waarvan veel bedrijven in het huidige plangebied deel uitmaken. Ook als deze bedrijven vertrekken naar het verderop

Blad 37 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

gelegen bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard moet het karakter van de huidige “vers”-gerelateerde bedrijvigheid blijven bestaan in De Stationstuinen. Denkrichtingen die genoemd worden zijn een creatieve broedplaats, nieuwe woonconcepten en startups. Het karakter van de bedrijvigheid verschuift hiermee van een grote invloed van de logistieke sector naar meer research en development en dienstverlening. In de ontwikkeling is ruimte voor voorzieningen, startups, bedrijven en kennis- en opleidingsinstituten op het gebied van voedsel en gezondheid. Voor de ontwikkeling wordt uitgegaan van 67.500 m2 bvo ten behoeve van werk en functies en voorzieningen. Ter ondersteuning van de woonwijk is minimaal 8.500 m2 aan voorzieningen voorzien, de onderverdeling is te zien in de tabel 3.1. Tabel 3.2 Oppervlakten voorzieningen Type voorziening Zorg Onderwijs, campus Onderwijs, primair, BSO Cultuur Horeca Sport Detailhandel, supermarkt Detailhandel, (niet)dagelijks Totaal:

Minimum m2 bvo 500 1.500 2.200 300 1.500 650 1.250 600 8.500

Voor de werkfuncties ligt de voorkeur bij nevenfuncties vanuit de AgroFood-sector, vanwege de nabijheid van de Dutch Fresh Port. Voor het realiseren van een multifunctionele wijk moet minimaal 30.000 m2 bvo benut worden voor werkfuncties. De werkfuncties en voorzieningen moeten wel aansluiten bij het autoluwe karakter van de wijk en groeien organisch mee met de woonwijk. Deze functies worden ingepast in het gebied op basis van een dynamiekkaart (zie figuur 3.4). De voorzieningen worden zorgvuldig geplaatst rondom wegen in het gehele plangebied voor een evenredige spreiding van functies.

Blad 38 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 3.4 Dynamiekkaart voor De Stationstuinen. Bron: Ontwikkelkader.

3.4 3.4.1

Ruimtelijke structuren

Hoofdstructuur en ruimtelijke kwaliteit De hoofdstructuur wordt bepaald door de vervoersassen (het spoor en wegen voor auto- en fietsverkeer) en de groen- en waterstructuur. De hoogste dichtheden zijn voorzien rondom de Spoorlaan ten oosten van het treinstation. Figuur 3.5 toont het ruimtelijke raamwerk weer voor het gebied. Deze is bewust flexibel, in de Gebiedsvisie wordt enkel de ruimtelijke hoofdstructuur vastgelegd. In de volgende paragrafen worden de overige structuurelementen verder uitgewerkt. De ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied wordt uiteindelijk uitgewerkt in beeldkwaliteitsplannen bij het ruimtelijke besluit.

Blad 39 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 3.5 Ruimtelijke hoofdstructuur in De Stationstuinen. Bron: Gebiedsvisie.

3.4.2

Infrastructuur Openbaar Vervoer Voor infrastructuur zet de gemeente in op het maximaal benutten van de nabijheid van het station. Dat betekent dat langzaam verkeer prioriteit krijgt en het autogebruik tot een minimum beperkt wordt. De directe nabijheid van het station is ook de reden om hier woningen te ontwikkelen en het gebied om te vormen tot een OV-knooppunt. Vanuit het gehele plangebied is station Barendrecht op loopafstand gelegen. Vanaf dit station rijden per uur zes sprinters richting Rotterdam en richting Dordrecht, vanaf december 2021 gaan hier zes sprinters per uur rijden. Deze intercitystations zijn in minder dan 15 minuten te bereiken. Vanaf Rotterdam zijn de grote steden Den Haag en Amsterdam in ongeveer 1 uur bereikbaar. Vanaf Dordrecht zijn de grote steden in Noord-Brabant en Zeeland bereikbaar met de intercity. Aan de oostzijde van het station rijdt één buslijn door het plangebied. Buslijn 187 rijdt tussen Zuidplein en het bedrijventerrein Nieuw-Reijerwaard. Deze bus rijdt alleen in de ochtend- en avondspits. Autoverkeer De autoverbindingen zijn beperkt en parkeren wordt gecentreerd aan de randen van het gebied. De woongebieden worden autovrij. Vrachtverkeer wordt uit het gebied geweerd. Figuur 3.6 toont de beoogde inrichting van de infrastructuur. Vanuit het plangebied zijn twee wegen verbonden

Blad 40 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

met de Veren Ambachtseweg. Via deze weg is de A15 en de A29 te bereiken. De wegen ontsluiten de bouwvelden en het station (P+R-locatie). De auto krijgt echter geen dominante plek in het gebied. Door middel van centrale parkeergelegenheden aan de randen moet de auto uit het straatbeeld van de bouwvelden verdwijnen. De realisatie van mobiliteitshubs en de aanleg van langzaam verkeersverbindingen moeten mensen stimuleren duurzame vervoersmiddelen te kiezen. Richting het centrum van Barendrecht zijn aan de noord- en zuidkant van het station twee onderdoorgangen voor langzaam verkeer.

Figuur 3.6 Beoogde verkeersroutes in De Stationstuinen. Bron: Gebiedsvisie.

3.4.3

Groen en water Tussen de bouwvelden moet groen de boventoon voeren. Zo ontstaat een groen raamwerk waarmee verbindingen gelegd worden met groenvoorzieningen in de omgeving, zoals het Waalbos aan de zuidoostkant en sportpark De Bongerd aan de noordwestkant. Watergangen binnen deze structuren moeten zorgen voor voldoende waterberging bij hevige regenval. Daarnaast zorgt dit voor een robuuste waterstructuur door bestaande waterpartijen met elkaar te verbinden.

Blad 41 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 3.7 Beoogde groenstructuur in De Stationstuinen. Bron: Gebiedsvisie.

3.5

Ambities voor Stationstuinen Barendrecht

De Stationstuinen moet een voorbeeld worden van duurzame gebiedsontwikkeling. Voordelen van het stedelijk leven, gecombineerd met sociale krachten van het dorp staan hierin centraal. In het gebied hebben fietsers en voetgangers voorrang, er moet ‘slim’ worden omgesprongen met autogebruik en -bezit, er moeten voldoende betaalbare woningen gerealiseerd worden en de relatie van het gebied met de bedrijvigheid in de omgeving moet blijven bewaard. De ontwikkeling van woningen, voorzieningen en werkgelegenheid in De Stationstuinen zorgen voor stedelijke verdichting. Uitdaging is om hierbij aansluiting te vinden met de dorpse waarden van Barendrecht. Ook moet overlast van omliggende wegen en de hinder van het bestaande bedrijventerrein beperkt worden. In de gebiedsvisie zijn drie ambities genoemd: 1.

Groen en bewust  Schakel tussen stad en buitengebied;  Aandacht voor het veranderend klimaat;  Groen, biodiverse openbare ruimte;  Gebruik van duurzame materialen, circulair als streven;

Blad 42 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Energieneutraal ambitie met energiebalans voor heel Dutch Fresh Port, inclusief De Stationstuinen.

2.

Gezond bereikbaar  Voorrang voor voetgangers en fietsers;  Optimaal gebruik OV;  Bescheiden autogebruik en -bezit;  Inzetten op deelmobiliteit;  Collectieve parkeervoorzieningen;  Grote delen autovrije openbare ruimte.

3.

Plek voor iedereen  Mix van functies en variatie in doelgroepen en woningtypologieën;  50% betaalbare woningen waarvan 30% sociaal;  Herkenbare menselijke maat;  Sterke sociale cohesie;  Vertrouwd en veilig.

Blad 43 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

4

Opzet en methodiek van het MER In dit hoofdstuk gaan we in op de opzet en methodiek van het MER. Ook beschrijven we de uitgangspunten voor het PlanMER en ProjectMER.

4.1

Opzet op hoofdlijnen

Het MER bestaat op hoofdlijnen uit de volgende stappen: A. Beschrijving van de huidige situatie en referentiesituatie en verwachte effecten; B. Afweging en beoordeling van de te maken keuzes; C. Effectbeschrijving en -beoordeling per thema.

Figuur 4.1 Schematische weergave van de opzet van het MER.

Zoals in de inleiding beschreven vormt dit MER aan de ene kant de onderbouwing en verantwoording van de Gebiedsvisie (planMER) en tegelijkertijd de verantwoording van de effecten van de eerste bestemmingsplannen (projectMER). Deze tweeledige functie is niet direct terug te zien in de opzet van het MER. Er is geen afzonderlijk planMER- en projectMER-gedeelte, maar in de opzet van het MER zijn wel de elementen van een plan- en projectMER terug te zien.

Blad 44 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

PlanMER Het planMER is gericht op het inzichtelijk maken van potentiële knelpunten en aandachtspunten voor de ontwikkeling van De Stationstuinen (deel A). Voor de knelpunten onderzoekt het MER vervolgens de mogelijke maatregelen (alternatieven) om dit aan te pakken en te komen tot voorkeursoplossingen per keuze (deel B). De voorkeursoplossingen voor deze keuzes wordt meegenomen in de gebiedsvisie en werkt door in de ruimtelijke plannen. Dit is het planMERgedeelte. De voorkeursoplossingen voor de gesignaleerde knelpunten tezamen vormen het voorkeursalternatief voor De Stationstuinen. Dit voorkeursalternatief wordt meegenomen in het planvoornemen dat vervolgens in het projectMER-gedeelte beoordeeld wordt. ProjectMER Het projectMER is gericht op de beoordeling van de ontwikkeling van De Stationstuinen op de effecten op de leefomgeving (deel C). Het spelregelkader dat volgt uit het planMER vormt het toetsingskader voor de bestemmingsplannen. Dit kader wordt samengesteld uit deel A en B van het MER. De inventarisatie van omgevingsaspecten uit deel A en de afweging van keuzes die leiden tot een voorkeursalternatief leveren de regels en randvoorwaarden voor de ontwikkeling. In het MER zijn de eerste ruimtelijke besluiten getoetst aan deze spelregels en randvoorwaarden.

Hiervoor zoomt het MER in op de invulling en effecten van de eerste bestemmingsplannen, die gelijktijdig met het MER in procedure gebracht worden. Voor ruimtelijke plannen die later in procedure gebracht worden levert dit MER het toetsingskader, waar deze besluiten aan getoetst dienen te worden.

4.2

Stappen in het MER

A: Beschrijving van de referentiesituatie (H5 en H6) De eerste stap in het MER is de beschrijving van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie zonder de ontwikkeling van De Stationstuinen. Voor sommige thema’s is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie, er worden dan geen of nauwelijks relevante ontwikkelingen verwacht die dit thema beïnvloeden. De beschrijving van de referentiesituatie geeft per thema inzicht in te verwachten knelpunten of aandachtspunten voor de ontwikkeling van De Stationstuinen. Voor sommige thema’s is het nodig om regels en randvoorwaarden te formuleren om bij de verdere uitwerking negatieve effecten te voorkomen en/of positieve effecten te stimuleren. Voor thema’s waar de verwachte knelpunten omvangrijker zijn, zijn eerst nadere keuzes en afwegingen te maken. Doorkijk richting nadere keuzes en afwegingen De ontwikkeling van De Stationstuinen vindt plaats in een gebied waar in de huidige situatie geen gevoelige objecten aanwezig zijn. De transformatie van het gebied biedt juist kansen om een kwaliteitsimpuls te geven en positieve effecten te creëren. Omvangrijke knelpunten zijn daardoor niet direct te verwachten. Nadere keuzes voor de ontwikkeling kunnen zich dan ook richten op aandachtspunten en mogelijke optimalisaties bij de verdere uitwerking van de plannen.

Blad 45 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

B: Afweging en beoordeling van te maken keuzes (H7 en H8) De thema’s waarvoor belangrijke knelpunten en aandachtspunten gesignaleerd worden vragen om afweging van de te maken keuzes. Het MER onderzoekt deze keuzes op de effecten op de leefomgeving. Voor de te maken keuzes onderzoekt het MER varianten (alternatieven) of afwegingen om van daaruit aanvullende spelregels voor de verdere uitwerking van de plannen mee te geven. De beoordeling in Deel A en de aanvullende spelregels vanuit de nadere keuzes vormen een set aan regels en randvoorwaarden (het spelregelkader) voor de ontwikkeling van De Stationstuinen. Deel B toetst daarnaast de ontwikkeling aan de ambities voor De Stationstuinen. Hier laat het MER zien hoe het planvoornemen zonder nadere keuzes (Deel A) scoort op de drie ambities. Vervolgens beschrijft het MER de impact van de nadere keuzes en afwegingen op de ambities. C: Spelregelkader en conclusie (H9 en H10) Uiteindelijk beschrijft en beoordeelt het MER de effecten van de ontwikkeling van De Stationstuinen op de leefomgeving. Dit leidt tot een spelregelkader voor de ontwikkeling. Deel C bevat het overzicht van de spelregels. H9 beschrijft ook hoe de spelregels geborgd worden. Voor het bestemmingsplan (fase 1) wordt ingezoomd op de effecten zoals onderzocht ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan.

Hiermee toetst het MER het planvoornemen (projectMER). Deel C sluit af met de conclusie van het MER (H10). Naast de uitkomsten van het MER gaat dit hoofdstuk ook in op de leemten in kennis bij dit onderzoek. Paragraaf 10.3 beschrijft hoe monitoring en evaluatie de gemeente kan helpen grip te houden op de ontwikkeling en de effecten op de omgeving.

4.3

Methodiek

Beoordelingskader Het MER beschrijft en beoordeelt de effecten op de fysieke leefomgeving. Dit is een breed begrip, waar veel verschillende thema’s onder vallen. De thema’s die hierin meegenomen worden zijn opgenomen in onderstaande tabel. Per thema is aangegeven welke effecten in de beschrijving terugkomen. Dit vormt het beoordelingskader voor het MER.

Blad 46 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Tabel 4.1 Beoordelingskader van het MER. Thema Mobiliteit Wegenstructuur en verkeersveiligheid

Te beschrijven effecten

Werkwijze

      

Inrichting wegennet Effecten op verkeersveiligheid (oversteekbaarheid en vrachtverkeer) Parkeerbeleid Effecten op intensiteiten en doorstroming op het wegennet (I/C-verhoudingen) Functioneren van kruispunten OV- en fietsgebruik Elektrisch vervoer (laadpunten, elektrische deelscooters)

Kwalitatief

Kwalitatief

     

Impact van de aanwezige bedrijven Mogelijke beperkingen door woningbouw Geluidbelasting ter plaatse van nieuwe woningen (rail- en wegverkeer, bedrijvenlawaai) Effecten op geluidbelasting bij bestaande geluidgevoelige objecten (wegverkeer) Luchtkwaliteit ter plaatse van nieuwe woningen (wettelijke normen en WHOadvieswaarden voor NOx, PM10 en PM2,5) Effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied Risico’s en aandachtsgebieden relevante risicobronnen (plaatsgebonden en groepsrisico) Mogelijke trillingshinder in het gebied Mogelijke geurhinder in het gebied Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering

     

Energiebehoefte van het gebied Mogelijkheden voor opwekken van duurzame energie Wateroverlast en -veiligheid Hittestress en droogte Mogelijkheden voor circulair bouwen Afvalbeleid

Kwantitatief

Verkeersafwikkeling Duurzame mobiliteit Milieu en gezondheid Milieuhinder   Geluid   Luchtkwaliteit 

Externe veiligheid Trillingen Geur Gezondheid Duurzaamheid Energie Klimaatadaptatie Circulariteit

Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie  Invloed op en inpassing van cultuurhistorische elementen Archeologie  Mogelijke effecten op archeologische waarden Ruimtelijke  Windhinder aspecten  Lichthinder  Bezonning Water, bodem en ondergrond Bodem en  Geschiktheid bodemkwaliteit ondergrond  Effecten op de bodemkwaliteit en -stabiliteit Waterstaat  Oppervlaktewater en grondwater  Ruimte voor waterberging en -compensatie  Mogelijke effecten op waterkwaliteit Natuur Beschermde  Effecten op beschermde natuurgebieden gebieden  Berekening van de stikstofdepositie (aanlegfase + gebruiksfase) Biodiversiteit  Effecten op aanwezige soorten en leefgebieden  Mogelijkheden om maatregelen voor biodiversiteit in te passen Bouwfase  Mogelijk hinder tijdens de bouwfase (verkeer, trillingen, stof, geluid, afval)

Blad 47 van 238

Kwantitatief Kwalitatief

Kwantitatief Kwantitatief

Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

Kwalitatief Kwalitatief

Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

Kwalitatief Kwalitatief/ kwantitatief

Kwantitatief / kwalitatief Kwalitatief

Kwalitatief

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Effectbeoordeling De effecten worden uitgedrukt aan de hand van een zeven-puntschaal. De werkwijze geeft aan of de beoordeling kwalitatief of kwantitatief plaatsvindt. Bij kwantitatieve beoordeling wordt de schaal voorzien van kwantitatieve klassen om de effecten uit te drukken. Een kwalitatieve beoordeling wil niet zeggen dat er helemaal geen kwantitatieve gegevens gebruikt worden in de analyse. Sommige thema’s bevatten zowel kwalitatieve als kwantitatieve analyses. De overkoepelende beoordeling voor deze thema’s is uiteindelijk kwalitatief. Tabel 4.2 toont de beoordelingsschaal voor kwalitatieve beoordelingen. Tabel 4.2 Kwalitatieve beoordelingsschaal voor de effecten op de leefomgeving Beoordeling ++ + 0/+ 0 0/--

Omschrijving Zeer positief Positief Licht positief Neutraal Licht negatief Negatief Zeer negatief

Toetsing aan ambities In paragraaf 3.5 zijn de ambities voor de ontwikkeling van De Stationstuinen beschreven. Naast de beoordeling van de effecten op de leefomgeving toetst het MER ook aan de ambities voor de gebiedsontwikkeling. Bij de beschrijving van de ambities zijn diverse elementen benoemd die overeenkomen met of raakvlakken hebben met aspecten uit het beoordelingskader. Ambitie Groen en bewust

Gezond bereikbaar Plek voor iedereen

Beoordeling op:  De ruimte voor groen binnen het stedenbouwkundige raamwerk  Maatregelen voor klimaatadaptatie  Inzet op duurzaam energie- en materiaalgebruik  Prioriteit voor langzaam verkeer  Inzet op OV-gebruik en deelmobiliteit  Mate van functiemenging binnen het gebied  Aandeel betaalbare woningen  Aandacht voor sociale cohesie en veiligheid

Voor de beoordeling van de drie ambities wordt een dashboard gebruikt. Dit dashboard laat zien of en in welke mate de ambitie gehaald wordt en wat de bijdrage van keuzes en maatregelen is. Onderstaande figuur toont een indicatieve beoordeling op de drie ambities. Voor de ambities zijn geen concrete doelstellingen gedefinieerd. Toetsing aan het doelbereik is daarom niet mogelijk voor deze ambities.

Blad 48 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5

Deel A: Huidige en referentiesituatie 5.1

Mobiliteit

Bij het aspect mobiliteit wordt gekeken naar de ontsluiting van het plangebied en wat dit betekent voor de verkeersveiligheid en -afwikkeling. Het studiegebied bestaat uit de wegenstructuur binnen het plangebied en de wegen rondom het plangebied die beïnvloedt worden door verkeer vanuit De Stationstuinen. Beoordelingskader Criteria Wegenstructuur en verkeersveiligheid Verkeersafwikkeling Duurzame mobiliteit

Toelichting De inrichting van het wegennet in De Stationstuinen en de impact daarvan op bestaande of te verwachten knelpunten voor verkeersveiligheid. Etmaalintensiteiten op het wegennet en de verwachte doorstroming op wegvakken en kruisingen (I/C-waarde). (De mogelijkheden voor) Het stimuleren van OV- en fietsgebruik, elektrisch vervoer en het parkeerbeleid.

Methodiek Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief

Voor mobiliteit is onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid in en rond De Stationstuinen. Dit onderzoek is als bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan (Bijlage 22 – Verkeersonderzoek De Stationstuinen). Beleidskader Nota Parkeernormen De Nota parkeernormen is door het College van B&W op 20 november 2018 vastgesteld. Hierin staan de vigerende parkeernormen voor de gemeente Barendrecht.

5.1.1

Wegenstructuur en verkeersveiligheid Criteria Wegenstructuur en verkeersveiligheid

Toelichting De inrichting van het wegennet in De Stationstuinen en de impact daarvan op bestaande of te verwachten knelpunten voor verkeersveiligheid.

Methodiek Kwalitatief

De inrichting van de infrastructuur speelt een belangrijke rol bij de verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid gaat over het voorkomen en beperken van ongevallen. Voor de verkeersstructuur is oversteekbaarheid van belang: de mate waarin langzaam verkeer eenvoudig en veilig autoverkeer kan kruisen.

Blad 49 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Wegen en kruisingen kunnen ingedeeld worden op functionaliteit. Er worden twee functies onderscheiden: stromen en uitwisselen. Stromen houdt in dat de verkeersdeelname plaatsvindt zonder interactie met de omgeving; bij uitwisselen is er juist wel interactie met de omgeving en zijn er abrupte manoeuvres. De functie van de weg is de basis voor een veilige inrichting en een veilig gebruik van wegen. Hieruit volgen wegcategorieën en de ideale opbouw van het wegennet. stroomwegen (stromen op wegvakken en kruisingen); gebiedsontsluitingswegen (stromen op wegvakken en uitwisselen op kruispunten); erftoegangswegen (uitwisselen op wegvakken en kruispunten). Huidige situatie De hoofdstructuur van het gebied is vanwege de functie hoofdzakelijk ingericht op het faciliteren van vrachtverkeer. Voor de logistiek is een snelle aansluiting op het hoofdwegennet belangrijk. Via de Veren Ambachtseweg is het gebied verbonden met de A15. Aan de westkant van Barendrecht ligt de aansluiting A29 richting Vlissingen/Antwerpen. De Dierensteinweg/1e Barendrechtseweg en Tuindersweg/ Boezemweg/ Ziedwijdsebaan dienen als toegangsweg tot het centrum van Barendrecht voor gemotoriseerd verkeer.

Figuur 5.1 Overzicht knelpunten verkeerssituatie in en rond De Stationstuinen

Het wegennet in en rond het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit gebiedsontsluitingswegen. Op de Veren Ambachtseweg geldt een maximum snelheid van 70 km/uur, op de overige wegen 50 km/uur. Langs de Spoorlaan en de Gebroken Meeldijk zijn vrijliggende fietspaden aanwezig. Ook parallel aan het spoor, via Zuideinde en Donk ligt een vrijliggend fietspad dat het plangebied met Rotterdam verbindt.

Blad 50 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

De verkeersveiligheid bij de kruising Veren Ambachtseweg / Verlengde Voorlaan / Spoorlaan is een aandachtspunt. Deze kruising is vormgegeven als een rotonde (ovonde). In de ochtendspits ontstaan hier wachtrijen op de Veren Ambachtseweg en Tuindersweg door overstekend fietsverkeer dat voorrang heeft. Gemotoriseerd verkeer gaat hierdoor meer risico nemen bij het kruisen van het fietspad, wat leidt tot onveilige situaties. Voor de wegen in het plangebied zijn in figuur 5.2 het aantal ongevallen (periode 2014 – 2021).

Figuur 5.2 Ongevallen naar locaties en aantallen in en rond De Stationstuinen

Referentiesituatie De twee kruispunten van de IJsselmondse Knoop worden op dit moment gereconstrueerd. Er worden fietstunnels aangelegd voor de twee hoofdfietsroutes langs dit knooppunt. De kruispunten krijgen ook extra opstelstroken. Voor de overige aspecten is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie.

Blad 51 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5.1.2

Verkeersafwikkeling Criteria Verkeersafwikkeling

Beoordeling Etmaalintensiteiten op het wegennet en de verwachte doorstroming op wegvakken en kruisingen (I/C-waarde).

Methodiek Kwantitatief

Om de verkeersafwikkeling in beeld te brengen zijn met behulp van het verkeersmodel van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (v-MRDH versie 2.8) berekeningen gemaakt voor de huidige situatie, de referentiesituatie en plansituaties. Het verkeersmodel berekent de verwachte omvang van het verkeer in verhouding tot de capaciteit van de wegen en kruisingen. Twee parameters zijn hierbij relevant:  Etmaalintensiteiten: het aantal voertuigen dat in een etmaal op de wegen aanwezig is;  I/C-waarde: De verhouding tussen de intensiteit (I) en capaciteit © van het wegvak of de kruising per uur. Deze waarde wordt uitgedrukt voor het drukste uur van de ochtend- en avondspits Etmaalintensiteiten De etmaalintensiteiten zijn zowel voor de wegen binnen het plangebied als voor de belangrijke ontsluitingswegen inzichtelijk gemaakt. Het verkeer van en naar De Stationstuinen verspreidt zich namelijk over de omliggende wegen, voornamelijk richting de snelweg of het centrum van Barendrecht. I/C-waarde De I/C-waarde geeft inzicht in de verwachte doorstroming op de wegen en kruisingen. Als de I/Cwaarde boven de 0,8 (of 80 procent) ligt dan is sprake van een verslechterde doorstroming met grote kans op filevorming gedurende de spitsuren. Boven de 0,9 (of 90 procent) is sprake van structurele filevorming. De I/C-waarde is vooral relevant om de doorstroming op de hoofdwegen in beeld te brengen.

Voor de grotere lokale wegen (gebiedsontsluitingswegen) geeft de I/C-waarde ook een goede inschatting van de doorstroming, al blijkt in praktijk dat op lokale wegen bij een lagere I/C-waarde (van meer dan 0,6) vaak al problemen kunnen ontstaan. Op het lokale wegennet zijn kruisingen doorgaans bepalend voor de doorstroming. De ochtend- en avondspits zijn de drukste momenten van de dag. De analyse van de I/C-waarde richt zich dan ook op deze tijdsperioden. Verkeersafwikkeling op kruisingen De afwikkeling van het verkeer op de kruisingen in en rond het plangebied is onderzocht. De wijze waarop dit in beeld is gebracht verschilt per type kruising:  Bij een met verkeerslichten geregeld kruispunt (VRI) is de cyclustijd een indicator. Bij een cyclustijd tussen de 90 en 120 seconden is de afwikkeling kritisch. Boven de 120 seconden is het kruispunt overbelast.  Bij een rotonde wordt een verzadigingsgraad berekend. Bij een rotonde met fietsers in de voorrang is de afwikkeling kritisch bij een verzadigingsgraad tussen 0,65 en 0,75. Boven de 0,75 is het kruispunt overbelast.  Bij voorrangskruisingen is een wachttijd van meer dan 15 seconden kritisch. Meer dan 20 seconden is niet wenselijk, omdat de lange wachttijden tot onveilige situaties kunnen leiden.

Blad 52 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit enkele logistieke functies, leegstaande panden of braakliggende terreinen. Het verkeer bestaat uit licht verkeer van werknemers in het gebied en bezoekers van het station die via de oostkant komen. Vanwege de logistieke functie is er relatief veel vrachtverkeer aanwezig. De etmaalintensiteiten en I/C-waarden zijn in beeld gebracht voor maatgevende wegvakken (thermometerpunten). Deze zijn in figuur 5.3 op kaart weergegeven. De bijbehorende waarden zijn in tabel 5.1 opgenomen.

Figuur 5.3 Thermometerpunten voor het wegennet in en rond De Stationstuinen Tabel 5.1 Etmaalintensiteiten en I/C-waarde voor de ochtend-(OS) en avondspits (AS) in de huidige situatie en de referentiesituatie Naam 1 2 3 4

Spoorlaan (oostzijde) Spoorlaan (midden) Spoorlaan (westzijde) Zuideinde (zuidzijde)

Etm. 1.520 1.330 1.420 370

Huidig OS < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

AS < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

Blad 53 van 238

Referentie Etm. OS 2.650 < 0.6 2.460 < 0.6 2.580 < 0.6 560 < 0.6

AS < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

Verschil etm. Abs. Rel. 74% 1.130 85% 1.130 82% 1.160 51% 190

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19

Gebroken Meeldijk Klimaatstraat Zuideinde (noordzijde) Donk Dierensteinweg (westzijde) Dierensteinweg (oostzijde) Oprit A15 richting Dordrecht Oprit A15 richting Rotterdam Verbindingsweg Veren Ambachtseweg Voorweg Rijksstraatweg Tuindersweg Boezemweg (oostzijde) Boezemweg (westzijde)

3.090 n.v.t. 500 1.890 18.850 19.040 16.560 10.600 13.420 16.600 2.470 2.130 10.630 8.350 8.760

< 0.6 n.v.t. < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

< 0.6 n.v.t. < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 0.78 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

3.720 n.v.t. 950 2.240 18.610 18.830 19.530 12.950 20.500 19.310 3.490 3.490 12.080 9.740 11.140

< 0.6 n.v.t. < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 0.63 < 0.6 < 0.6 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

< 0.6 n.v.t. < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 0.95 0.67 < 0.6 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6 < 0.6

630 n.v.t.

450 350 -240 -210 2.970 2.350 7.080 2.710 1.020 1.360 1.450 1.390 2.380

20% n.v.t. 90% 19% -1% -1% 18% 22% 53% 16% 41% 64% 14% 17% 27%

Etmaalintensiteiten De Dierensteinweg is de drukste weg in de omgeving van De Stationstuinen. Dit is ook de ontsluitingsweg van het bestaande woongebied van Barendrecht. Ook op de Veren Ambachtseweg zijn de intensiteiten hoog. Dit is de belangrijkste ontsluitingsweg van het bedrijventerrein. Ook verkeer van en naar de zuidkant van Barendrecht maakt gebruik van deze route (via de Boezemweg). I/C-waarden In de huidige situatie kent alleen de oprit van de A15 richting Nijmegen een I/C-waarde boven de 0.6. Op overige wegvakken leiden de etmaalintensiteiten niet tot knelpunten ten opzichte van de capaciteit van de wegvakken. Doorstroming op kruispunten De kruispuntanalyses zijn bij de referentiesituatie gepresenteerd. Een groot knelpunt op het gebied van de doorstroming is de IJsselmondse Knoop. Dit kruising wordt op het moment van schrijven aangepast. Referentiesituatie In de referentiesituatie wordt bij de verkeersmodellering rekening gehouden met autonome ontwikkelingen zoals nieuwe plannen en bevolkingsgroei. De volgende ontwikkelingen zijn meegenomen in de referentiesituatie (2030):  Woningbouw op de afwijkingslocatie (Fase 0);  Ontwikkeling ProRail-locatie;  Ontwikkeling WPD-locatie. Voor economische en demografische ontwikkelingen wordt in verkeersmodellen gewerkt met groeiscenario’s.

In het verkeersonderzoek voor de ontwikkeling van De Stationstuinen is rekening gehouden met een hoog groeiscenario’s. Dit scenario gaat uit van grote bevolkingsgroei en hoge economische groei. Dit leidt tot meer voertuigbewegingen en kan daardoor gezien worden als een worst casescenario voor verkeer.

Blad 54 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Etmaalintensiteiten Figuur 5.3 en tabel 5.1 tonen de etmaalintensiteiten op de wegvakken in het plangebied voor het jaar 2030 (referentiejaar). In de toename van intensiteiten is de groei van Nieuw Reijerwaard goed terug te zien. Deze ontwikkeling leidt tot toename van verkeer op onder andere de Verbindingsweg, Spoorlaan en Verlengde Voorweg. De ontwikkeling van fase 0 is terug te zien op Zuideinde en de Spoorlaan. De toename van verkeer op de Rijksstraatweg wordt veroorzaakt door de snelheidsverlaging van 60 km/uur naar 30 km/uur op de Noldijk. Doorstroming op kruispunten Voor de referentiesituatie is de doorstroming op de kruisingen berekend. Vanwege de robuustheid is ook een scenario doorgerekend waarbij de intensiteiten in de spitsen met 10% (IJsselmondse Knoop) of 20% (overige kruisingen) zijn verhoogd. Tabel 5.2 toont de resultaten van de berekeningen. Tabel 5.2 Doorstroming op kruisingen in en rond het plangebied NR

Type

Kruispunt

1

VRI

2

VRI

3

VRI

4

VRI

5

Rotonde

6

Rotonde

7

Rotonde

8

voorrang

IJsselmonde Knoop Plus 10% Veilingweg / Dierensteinweg Plus 20% Donk / Dierensteinweg Plus 20% IJsselmonde Randweg / Schaapherderweg / Toe- en afrit A15 Plus 10% Verlengde Voorweg / Spoorlaan Plus 20% Meeldijk / Tuindersweg Plus 20% Ebweg / Tuindersweg / Boezemweg Plus 20% Zuideinde / Zweth Plus 20%

A: Ref 2030 os as 94 91 110 111 57 60 58 92 109 66

60 94 116 79

72 0,63

95 0,61

0,80 0,43 0,53 0,44

0,78 0,43 0,53 0,41

0,54 nihil nihil

0,50 nihil < 15 sec.

In de situatie zonder verhoging van intensiteiten kennen de kruisingen IJsselmondse Knoop en Donk / Dierensteinweg een cyclustijd van meer dan 90 seconden. In de spits is dit nog wel acceptabel. Bij de robuustheidsanalyse ontstaan knelpunten op de rotonde Veren Ambachtseweg (nr. 5). Door de lange wachttijden wordt de kruising onveilig, met name voor fietsers. De cyclustijden van de kruispunten Donk / Dierensteinweg en de IJsselmondse Knoop naderen de 120 seconden, maar de afwikkeling blijft acceptabel.

5.1.3

Duurzame mobiliteit Criteria Duurzame mobiliteit

Beoordeling (De mogelijkheden voor) Het stimuleren van OV- en fietsgebruik, elektrisch vervoer en het parkeerbeleid.

Blad 55 van 238

Methodiek Kwalitatief

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Duurzame mobiliteit gaat over het gebruik van en de inzet op OV- en fiets(voorzieningen) in en rond het plangebied. Deze paragraaf beschrijft de verdeling naar verplaatsingen (modal split) als parameter voor het OV- en fietsgebruik en de aanwezige voorzieningen. Huidige situatie OV-voorzieningen Het plangebied grenst direct aan station Barendrecht. Sprinters (6x per uur) verbinden dit station met Rotterdam Centraal en Den Haag richting het noorden en met Dordrecht en Breda richting het zuiden. Bij het station zijn ook busverbindingen aanwezig. Het gebied is zo verbonden met Ridderkerk en het centrum van Barendrecht (buslijn 187). De bushalte aan de westzijde van het station heeft verbindingen met onder andere Kralingse Zoom en Portland (zie figuur 5.4).

Figuur 5.4 Ligging van het treinstation en de buslijnen in en rondom het plangebied (bron: RET).

Het plangebied van De Stationstuinen valt volledig binnen het verzorgingsgebied van station Barendrecht (1.000 meter) en van lokale bushaltes (300 meter).

Blad 56 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.5 Verzorgingsgebied van trein (1.000 meter) en bus (300 meter)

Langzaam verkeer Het gebied is op dit moment niet goed en veilig ingericht voor voetgangers. Oversteekplaatsen zijn nauwelijks aanwezig. Er zijn wel vrijliggende fietspaden aanwezig langs de Spoorlaan en Zuideinde. In de omgeving van het plangebied worden twee snelfietsroutes gerealiseerd: F15 (noordkant langs de Dierensteinweg en zuidkant langs de Gebroken Meeldijk) en F16 (oostkant, langs de Rijksstraatweg). De F15 is in aanleg, deze wordt gefaseerd aangelegd. De F16 is reeds gerealiseerd.

Figuur 5.6 Beoogde snelfietsroute F15 IJsselmonde (bron: provincie Zuid-Holland)

Blad 57 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Modal split De modal split is de verdeling van het totaal aantal verplaatsingen naar vervoerswijze. Figuur 5.7 toont de modal split van Barendrecht (links) en het gemiddelde van Zuid-Holland (rechts).

Figuur 5.7 Modal split van Barendrecht (links) en Zuid-Holland (rechts) in 2017 (bron: CBS, OVIN)

Elektrisch vervoer Elektrische vervoersmiddelen leiden tot minder uitstoot van schadelijke stoffen, zoals fijn stof en stikstofdioxide. Een hoog aandeel elektrisch vervoer draagt daarom positief bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het gebruik van elektrisch vervoer kan gestimuleerd worden door de aanwezigheid van goede faciliteiten. Voldoende laadpalen bij woningen en voorzieningen of de aanleg van snellaadstations maken elektrisch vervoer een aantrekkelijker alternatief voor brandstofauto’s. Dit is verder beschreven in paragraaf 5.3.1. Parkeren In de huidige situatie vindt het parkeren in het gebied op eigen terrein plaats. Het betreft voornamelijk parkeerplaatsen voor werknemers en bezoekers. Parkeren in de openbare ruimte is alleen mogelijk bij de P+R-locatie op de stationshal (noordzijde). Parkeren is hier gratis. Aan de westzijde van het station is een blauwe zone ingesteld waar maximaal 2 uur geparkeerd mag worden. Figuur 5.8 toont de ligging en bezettingsgraad van de P+R-locatie bij het station.

Blad 58 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.8 P+R-locatie en parkeerbeleid rond station Barendrecht (bron: Goudappel, maart 2020)

Referentiesituatie Modal split In het verkeersmodel dat gebruikt is voor de berekeningen voor de verkeersafwikkeling is de verdeling naar modaliteit inzichtelijk gemaakt (modal split). In de referentiesituatie vindt circa 74% van de verplaatsingen met de auto plaats. Tabel 5.3 Modal split voor de referentiesituatie (2030) Referentiesituatie

Auto 72%

OV 14%

Fiets 14%

Ontwikkeling van deelsystemen Bij mobiliteit komen deelsystemen steeds meer naar voren als nieuwe vorm van vervoer (MaaS). Deelscooters en -fietsen zijn op diverse plaatsen al gemeengoed, maar ook deelauto’s komen steeds meer in trek. Deelauto’s kunnen het autogebruik en het ruimtebeslag voor parkeren terugdringen. Bij stedelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met deze trend. Onder andere met het parkeerbeleid kan de gemeente inspelen op deze ontwikkelingen door ruimte te bieden voor deelsystemen en deze vervoerswijzen te stimuleren. Locaties waar meerdere vervoersvormen samenkomen (hubs) spelen hierbij een belangrijke rol.

Blad 59 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

5.2 5.2.1

Milieu en gezondheid

Milieuhinder Milieuhinder gaat om de mogelijke impact van bedrijvigheid op gevoelige objecten, zoals woningen, basisscholen en ziekenhuizen en vice versa. Milieuzonering is een middel om mogelijke hinder in beeld te brengen of te voorkomen. Doel hierbij is dat er bij ontwikkelingen afgewogen kan worden of de ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden met een voldoende leefkwaliteit. Hiervoor zijn bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. Dit loopt vanaf 1 tot en met 6. Een categorie 1 bedrijf heeft geen relevante (milieu)impact op de omgeving, terwijl een categorie 6 bedrijf, zoals grote energieopwekkers, een belangrijke impact op de omgeving kan hebben. In bestemmingsplannen is geregeld tot welke categorie bedrijven op een bepaalde plaats zijn toegestaan. Deze milieuzonering is indicatief, hier kan gemotiveerd van afgeweken worden. Milieuzonering is wederkerig. Dat wil zeggen dat bedrijven en andere milieubelastende activiteiten rekening moeten houden met gevoelige bestemmingen, maar ook dat bij de planning van gevoelige bestemmingen rekening gehouden moet worden met belastende activiteiten. In en rond de Stationstuinen zijn diverse bedrijven aanwezig die een milieucirkel hebben. Binnen dergelijke milieucirkels mogen niet zonder meer woningen gebouwd worden.

Dit is enerzijds ter bescherming van de bedrijfsvoering van die bedrijven, maar ook vanuit gezondheidsoogpunt voor de bewoners van de beoogde woningen. Beoordelingskader Criteria Milieuhinder

Beoordeling Impact bedrijvigheid op gevoelige functies en vice versa

Methodiek Kwalitatief

Beleidskader Regels voor (beperking van) milieuhinder zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit, waar bedrijven aan moeten voldoen. Om milieucontouren in beeld te brengen kan gebruik gemaakt worden van de handleiding Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG 2009). Dit is geen wettelijk beleid, maar dient als handvat om mogelijke hinder te inventariseren. Er is per bedrijf in beeld gebracht welke richtafstand aan de orde is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende (grootste) afstand. Voor de richtafstanden per milieucategorie is onderscheid gemaakt in gebiedstypen. De richtafstanden voor gemengd gebied zijn weergeven in tabel 5.4. Tabel 5.4 Richtafstanden per milieucategorie voor gemengd gebied. Milieucategorie Milieucategorie 1

Gemengd gebied 0 meter

Milieucategorie 2 Milieucategorie 3.1 Milieucategorie 3.2

10 meter 30 meter 50 meter

Milieucategorie 4.1 Milieucategorie 4.2 Milieucategorie 5.1

100 meter 200 meter 300 meter

Blad 60 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Milieucategorie 5.2 Milieucategorie 5.3 Milieucategorie 6

500 meter 700 meter 1.000 meter

Huidige situatie Milieuzonering kan in eerste instantie op basis van de planologisch toegestane milieucategorie in beeld gebracht worden. In bestemmingsplannen is vastgelegd wat de maximaal toegestane milieucategorie per locatie is. Figuur 5.8 toont de maximaal toegestane milieucategorie in en rondom De Stationstuinen. In het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Barendrecht Noordoost’ (vastgesteld op 11 juni 2013) zijn via functieaanduidingen maximale milieucategorieën gekoppeld aan de bedrijfsbestemmingen. Deze aanduidingen zijn opgenomen in figuur 5.9. Daarnaast zijn de vlakken met de enkelbestemming ‘Gemengd’ ten oosten van het station relevant. Binnen deze bestemming zijn dienstverlenging, maatschappelijke voorzieningen, kantoren, horeca en bedrijfsactiviteiten toegestaan. Deze kunnen in milieucategorie 2 geclassificeerd worden.

Figuur 5.9 Planologische mogelijkheden voor bedrijvigheid in en rondom De Stationstuinen.

In het bestemmingplan ‘Grootschalige Infrastructuur’ (vastgesteld op 6 februari 2012) is ook een stationsgebouw opgenomen. Volgens de VNG-brochure zijn stations milieucategorie 3.2. De functieaanduiding voor het station is opgenomen in figuur 5.8. Ten oosten liggen de

Blad 61 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

bestemmingsplannen ‘Veren Ambacht 1e uitwerking’ (vastgesteld op 31 augustus 1999) en ‘Veren Ambacht 2e uitwerking’ (vastgesteld op 7 december 1999), hierin is bedrijvigheid van milieucategorie 3.1 t/m 4.2 mogelijk. In figuur 5.10 is de situering van de bedrijfsdoeleinden binnen de 2e uitwerking weergegeven, deze bedrijfsbestemmingen liggen op circa 55 meter van De Stationstuinen.

Figuur 5.10 Uitsnede van de plankaart van de 2e uitwerking van Veren Ambacht.

Bedrijvigheid in en rond het plangebied Bij de inventarisatie van bedrijven met relevante milieucontouren gaat het om bedrijven binnen en buiten het plangebied. Als bedrijven buiten het plangebied een hindercontour hebben die over het plangebied reikt, dient hier eveneens rekening mee gehouden te worden. Door DCMR heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de bedrijven in de omgeving van het plangebied. In figuur 5.11 zijn alle bedrijven weergegeven die een VNG‐categorie hebben met richtafstand (voor gemengd gebied) en mogelijk het plangebied raken. De milieucategorieën zijn hier gebaseerd op de vergunde situatie.

Blad 62 van 238

MER De Stationstuinen Barendrecht Milieueffectrapportage projectnummer 0470766.100 10 februari 2023 revisie 03 Gemeente Barendrecht

Figuur 5.11 Bedrijvigheid in en rondom De Stationstuinen.

Referentiesituatie In de referentiesituatie vinden twee veranderingen plaats ten opzichte van de huidige situatie. Het gaat om de toevoeging van een bedrijfscomplex van ProRail (zie paragraaf 2.3.2). Dit betreft milieucategorie 3.1. Dit is in figuur 5.11 reeds opgenomen op de betreffende locatie. Daarnaast worden er woningen gerealiseerd in het plangebied (fase 0), de blauwe blokken in figuur 5.11.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13592997/1