B07 Vervolgonderzoek huismus De Stationstuinen 2e fase
Tekst van het document
Stationstuinen Barendrecht Vervolgonderzoek huismus Definitief
Stationstuinen Barendrecht
1
colofon
projectnaam Stationstuinen Barendrecht datum 31 mei 2023 projectnummer P06343 opdrachtgever Fruitpacking District Ontwikkeling B.V. BRO projectleider TAu opgesteld door RdM interne controle MvdS bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Stationstuinen Barendrecht
2
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1 1.2
4 4
Omschrijving plangebied
5
2.1 2.2
5 5
Huidige situatie Toekomstige situatie
Werkwijze
7
3.1
7
Huismussen
Resultaten
8
4.1
Huismussen
8
4.1.1 4.1.2 4.1.3
8 8 8
4.2
5
Aanleiding Doel
Nestlocaties Leefgebied Omgevingscheck
Overige soorten
8
Effectenbeoordeling en toetsing
9
5.1 5.2
9 9
Huismussen Overige soorten
6
Conclusie
10
7
Bronnen
11
8
Verklarende Woordenlijst
12
Stationstuinen Barendrecht
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.
Opdrachtgever is voornemens om meerdere distributiecentra en gebouwen te slopen om grootschalige nieuwbouw mogelijk te maken binnen de Stationstuinen te Barendrecht. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door Antea Group en BRO1, is vastgesteld dat het gebouw binnen het plangebied geschikte nestplaatsen kan bevatten voor huismus. Naar aanleiding hiervan is protocollair huismusonderzoek uitgevoerd in het seizoen van 2023, om nesten van huismus vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.
1.2
Doel
Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Zijn er nestplaatsen van de huismus aanwezig in de betreffende bebouwing? Zo ja, hoeveel nestplaatsen van huismus betreft het hier? Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nestplaatsen? Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk? Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige nestplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze (ten behoeve van een ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die het gebouw heeft voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort(en) niet in het geding is. Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek.
Stationstuinen Barendrecht
4
2
Omschrijving plangebied
2.1
Huidige situatie
Het plangebied betreft twee gebouwen binnen Barendrecht die geschikt worden geacht voor huismus. In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Binnen het deelgebied aan de Gebroken Meeldijk is een twee-onder-een kap woning aanwezig. Het zadeldak is belegd met pannen. In de tuinen rond de woning zijn meerdere jaarrond groenblijvende struiken aanwezig. Binnen het deelgebied aan de Spoorlaan is een logistiek gebouw aanwezig. Dit gebouw heeft stenen gevels, met kieren en holten. Het platte dak heeft een bitumen bedekking. Direct rond het gebouw is verharding in de vorm van een weg en enkele parkeergelegenheden aanwezig. Dit gebouw is wel gelegen tegen de tuinen behoorden bij Café Clementine. In figuur 5 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 1, 3 en 4 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing binnen de deelgebieden te slopen om plaats te maken voor grootschalige nieuwbouw. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Stationstuinen Barendrecht
5
Figuur 1: De woningen aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58
Figuur 3: Dakrand van de woningen aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58
Stationstuinen Barendrecht
Figuur 2: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 4: Logistiek gebouw aan de Spoorlaan
Figuur 5: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
6
3
Werkwijze
3.1
Huismussen
Ten aanzien van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2023 twee veld-
2. minimaal 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van: een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of balts.
bezoeken uitgevoerd, met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen, in de ochtenduren tussen 8.00 uur en 12.00 uur of in de laatste
Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens
uren voor zondondergang. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgevoerde
twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met
veldbezoeken voor huismussen. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de
tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoe-
aanwezigheid van roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen
ken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan wor-
met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten
den aangetoond. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandighe-
waar hun nesten zich bevinden. Tevens is gedurende de veldbezoeken in
den voor het waarnemen van huismussen gunstig.
de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal of voedsel) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Op basis van de veldbevindingen is bepaald of zich onder het dakpannen dak van de te renoveren woningen broedlocaties van de huismus bevinden. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de huismus (BIJ12, versie 2.1 februari 2023). Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming: een nest of nestbouw of bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of transport van voedsel of ontlastingpakketjes of bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening).
Tabel 1: Bezoeken i.v.m. huismusinventarisaties
Datum
Type onderzoek
Tijdsduur onderzoek
Weer
Temperatuur
11-04-2023
Nestlocaties huismus
08.30 – 10.30
Wind gemiddeld 3 Bft Helder Geen neerslag
8°C
15-05-2023
Nestlocaties huismus
16.00 – 18.00
Wind gemiddeld 2 Bft Bewolkt Geen neerslag
11°C
Stationstuinen Barendrecht
7
4
Resultaten
4.1
Huismussen
4.1.1
Nestlocaties
Tijdens de veldbezoeken zijn er geen huismussen waargenomen binnen het plangebied. Er kan om die reden redelijkerwijs aangenomen worden dat er geen nestlocatie voor huismus aanwezig zijn binnen het plangebied. 4.1.2
Leefgebied
Het groen in het plangebied is niet bezocht door huismussen tijdens de veldbezoeken. Door het ontbreken van huismusnesten binnen en direct rond het plangebied is een essentiële functie van dit groen redelijkerwijs op voorhand uitgesloten. De voorgenomen ingreep zal dan ook niet leiden tot het verloren gaan van leefgebied van de huismus. 4.1.3
Omgevingscheck
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten van huismus aangetroffen. Slechts een keer is kort een mannetje huismus waargenomen, in de klimop tegen de gevel van Zuideinde 80. Hier is geen nestindicerend gedrag waargenomen.
4.2
Overige soorten
In de begroeiing rondom de bebouwing kunnen vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.
Stationstuinen Barendrecht
8
5
Effectenbeoordeling en toetsing
5.1
Huismussen
Binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus waargenomen. Er gaan bij werkzaamheden geen nestlocaties of essentieel leefgebied van de huismus verloren. Bij de werkzaamheden vinden geen overtredingen van de Wet natuurbescherming plaats.
5.2
Overige soorten
Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.
Stationstuinen Barendrecht
9
6
Conclusie
Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nestlocaties van huismus waargenomen. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot huismus is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort. Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: -
De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen of na een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;
-
Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.
Tabel 2: Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen
Soortgroep
Aanwezig
Aantal
Overtreding
Maatregelen
Huismus
Nee
-
Nee
-
Mogelijk
-
Te voorkomen
Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht
2
Overige soorten
2
Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.
Stationstuinen Barendrecht
10
7
Bronnen
-
Kennisdocument Huismus, versie 2.1 BIJ12 februari 2023
-
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
-
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht.
Stationstuinen Barendrecht
11
8
Verklarende Woordenlijst
Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.
Habitat
Rode Lijst
Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de
Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soor-
abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van
ten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er be-
die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme
staan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, plan-
stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.
ten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de
Mitigerende maatregelen
lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van
Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of re-
de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel
duceren.
een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben reke-
Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring.
Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep
Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te
ning houden met bedreigde soorten. Vaste rust- of verblijfplaats
(tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een
Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de
ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende al-
levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft
ternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.
niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.
Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van
Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.
die soort of dat habitattype.
Stationstuinen Barendrecht
12
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Stationstuinen Barendrecht
13