B06 Quickscan flora en fauna De Stationstuinen 2e fase
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna datum 31 mei 2023 projectnummer P06343 opdrachtgever Fruitpacking District Ontwikkeling B.V. BRO projectleider TAu opgesteld door RdM interne controle MvdS bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
Huidige situatie Toekomstige situatie
Toetsing gebiedsbescherming
7
3.1 3.2
7 7
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstanden
5
Toetsing soortenbescherming
9
5.1
10
Vogels 5.1.1
5.2
5.2.1
5.3
6
AERIUS-berekening Soortgericht onderzoek
14 14
7
Samenvatting
16
8
Geraadpleegde bronnen
17
8
10
10 12
12 13
13 13
13 13
13 Toetsing
Ongewervelde diersoorten 5.7.1
5.8
Toetsing
Vissen 5.6.1
5.7
Toetsing
Amfibieën 5.5.1
5.6
Toetsing
Reptielen 5.4.1
5.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 5.3.1
5.4
Toetsing
Vleermuizen
6.1.1 6.1.2
Toetsing
13
13 13
Vaatplanten
13
5.8.1
13
Toetsing
Conclusie
14
6.1
14
Vervolgtraject en advies
Quickscan Flora en Fauna
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de ontwikkeling van Stationstuinen Fase 2 te Barendrecht, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 11 april 2023 tussen 14.00 – 500 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 14°C, zonnig, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen ten oosten van het treinstation van Barendrecht. Het ligt ingesloten tussen de Zuideinde, Gebroken Meeldijk en Koopliedenweg, Met name industrie omringt het plangebied. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit meerdere bedrijfshallen aan de Gebroken Meeldijk 64B en 66, Transportweg 20-46 en Spoorlaan 12. Aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58 zijn woningen aanwezig, met achter Gebroken Meeldijk 56 nog enkele bedrijfshallen. Het plangebied is nagenoeg geheel verhard, met enkele kleine eenheden groen bij Gebroken Meeldijk 56, 58 en 66. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens alle bebouwing binnen het plangebied te slopen om grootschalige woningbouw mogelijk te maken. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied, fase 2 is groen omlijnd
Quickscan Flora en Fauna
5
Figuur 4: De woningen aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58
Figuur 5: Bedrijfshal aan de Gebroken Meeldijk 64B
Figuur 6: Bedrijfshal aan de Gebroken Meeldijk 66
Figuur 7: Bedrijfshallen achter de Gebroken Meeldijk 56
Figuur 8: Bedrijfshallen aan de Transportweg 20 - 46
Figuur 9: Bedrijfshal aan de Spoorlaan 12
Quickscan Flora en Fauna
6
aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,
3
Toetsing gebiedsbescherming
voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Het
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-
netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden
richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd
en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met
als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-
elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten
jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-
in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten
den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-
hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen wor-
jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op
den tegengegaan met mitigerende maatregelen.
de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN (zie figuur 10). Het dichtstHet plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
bijzijnde onderdeel van het NNN ligt ongeveer 2,6 kilometer ten zuiden
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen
2000-gebied, “Oude Maas”, bevindt zich op circa 2,6 kilometer afstand ten
de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke
zuiden van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van
kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgon-
een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als
derzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van grootschalig plannen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden
Quickscan Flora en Fauna
7
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
Figuur 10:
Ligging NNN (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna
8
5
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie
Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-
de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht
nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met
houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade
een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen.
aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen
kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-
bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt
ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit
gen Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
lingen per regime weergegeven.
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-
-
de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en
fende vogelsoort
de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en
Quickscan Flora en Fauna
-
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
9
alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze
aanwezigheid van een nestlocatie van huismus kan niet op voorhand wor-
ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat
beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
den uitgesloten.
broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
De overige gebouwen binnen het plangebied, namelijk Gebroken Meeldijk
essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
64B, Gebroken Meeldijk 66, de bedrijfshallen achter Gebroken Meeldijk
gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitge-
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
56, Transportweg 20-46 en Spoorlaan 12, hebben geen geschikte broed-
sloten.
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
ruimten voor gebouwbewonende vogels. Dit betreffen allen bedrijfsgebou-
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
wen die platte daken hebben, gevelbeplating hebben of waar geschikte
5.2
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
broedholten ontbreken. De nestlocaties van een soort als huismus of gier-
Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden
zwaluw kan hier worden uitgesloten.
bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-
Vleermuizen
ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,
op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-
In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich
rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleer-
fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer
muis.
5.1
en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, rood-
Vogels
Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-
borst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen.
De woningen aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58 hebben kieren langs de dakrand, bij de gevelpannen. Hierdoor is het dakvlak en mogelijk de
terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-
5.1.1
lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-
Bij sloop van de woningen aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58 bestaat de
muissoorten. In de gevels zijn geen open stootvoegen of andere openin-
ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode
kans dat er één of meerdere nesten van de huismus en gierzwaluw verlo-
gen naar ruimten onder de spouw aanwezig. De aanwezigheid van een
in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
ren gaan. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Middels een
rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort kan hier niet worden uitgeslo-
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw
vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich onder de daken van de
ten.
bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de
gebouwen nesten van de huismus of gierzwaluw bevinden. Op basis van
functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-
het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloop
Bij de bedrijfshallen achter de Gebroken Meeldijk 56 zijn geen geschikte
gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de
sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ont-
verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. De daken van de hallen zijn
plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
heffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.
gedeeltelijk vlak en belegd met bitumen en gedeeltelijk belegd met golfpla-
Toetsing
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
spouwmuur bereikbaar voor een of meerdere gebouwbewonende vleer-
ten. De dakranden zijn goed afgewerkt, en er zijn geen kieren naar ruimBij de werkzaamheden kunnen tevens nesten verloren gaan die niet jaar-
ten in het dak. In de gevels zijn geen open stootvoegen, kieren of andere
rond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien
openingen aanwezig. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van
De woningen aan de Gebroken Meeldijk 56 en 58 hebben een zadeldak
het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uit-
een vleermuissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten.
belegd met dakpannen. De pannen liggen recht en sluiten goed op elkaar
gevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met be-
aan. Langs de dakrand, tussen de gevelpannen, zijn enkele kieren aanwe-
trekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste
De bedrijfshal aan de Gebroken Meeldijk 64B heeft een plat dak met bitu-
zig, waardoor gierzwaluw hier toegang tot de achterliggende ruimten
periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broed-
men bedekking, waarbij de dakrand goed aansluit op de gevels. Er zijn
heeft. Ook is het dakvlak toegankelijk via de dakpannen voor huismus. De
seizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Gel-
geen kieren of andere openingen langs de dakrand aanwezig. Er zijn circa
dend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van
10 open stootvoegen aanwezig in de zuidwestgevel van het gebouw. De
Quickscan Flora en Fauna
10
aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort kan hier niet worden uitgesloten. De bedrijfshal aan de Gebroken Meeldijk 66 heeft een plat dak met bitumen bedekking, waarbij de dakrand goed aansluit op de gevels. Er zijn geen kieren of andere openingen langs de dakrand aanwezig. Wel zijn er grote open stootvoegen aanwezig circa 5 cm onder de dakrand, rond het gehele gebouw. Hierdoor zijn de spouwen in het gebouw bereikbaar voor vleermuizen. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort kan hier niet worden uitgesloten. De bedrijfshallen aan de Transportweg 20 - 46 hebben daken die belegd zijn met golfplaten. Enkel het kleinere kantoorgedeelte in het zuidoosten heeft een plat dak met bitumen bedekking. In beide gevallen sluiten de dakranden goed aan op de gevels en zijn er geen openingen naar achterliggende ruimten aanwezig. Wel zijn er boven alle raamkozijnen rondom
Figuur 11:
Gevelpannen bij Gebroken Meeldijk 56
Figuur 12:
Open stootvoegen bij Gebroken Meeldijk 66
Figuur 13:
Open stootvoegen bij Gebroken Meeldijk 64B
Figuur 14:
Open stootvoegen boven raamkozijn bij Transportweg 20 - 46
het gebouw open stootvoegen aanwezig, welke toegang geven tot achterliggende ruimte. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort kan hier niet worden uitgesloten. Bij de bedrijfshal aan de Spoorlaan 12 zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. Het platte dak bestaat uit dakplaten en de gevels zijn volledig bedekt met golfplaten. Er zijn geen kieren of ander openingen aanwezig. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een vleermuissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen.
Quickscan Flora en Fauna
11
5.2.1
Toetsing
Bij de sloop van Gebroken Meeldijk 56 en 58, Gebroken Meeldijk 64B, Gebroken Meeldijk 66 en Transportweg 20 - 46 bestaat de kans dat er één of meerdere verblijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt bepaald of er bij uitvoering van de sloopwerkzaamheden sprake is van overtreding, en of het treffen van maatregelen en een ontheffingsprocedure aan de orde is alvorens er mag worden gesloopt.
5.3
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, Noordse woelmuis en bever voor. Binnen het industrieterrein geeft de NDFF geen waarnemingen van de steenmarter de laatste 5 jaar. De meest nabije waarnemingen zijn gedaan ten noorden van de A15, ter hoogte van de IJsselmondse Randweg. De fabriekshallen en gebouwen binnen het plangebied zijn alFiguur 15:
Quickscan Flora en Fauna
Geschikte gevels/gebouwen voor vleermuizen (zwart gearceerd)
12
len in gebruikt, waardoor een interne verblijfplaats van de steenmarter re-
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-
schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de om-
delijkerwijs kan worden uitgesloten. Het plangebied is nagenoeg geheel
bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, Alpenwa-
geving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
verhard, en dekking, in de vorm van struiken of bomen, is niet aanwezig.
tersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter
Daarnaast zijn geen sporen als uitwerspelen, knaag- en vraatsporen of
geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid
5.7.1
prooiresten aangetroffen. Voor de Noordse woelmuis en de bever ontbre-
van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde onge-
ken geschikt leefgebied binnen en rond het plangebied. De aanwezigheid
uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een
wervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten
van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op
algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.
5.5.1
Toetsing
5.8
Toetsing
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten be-
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-
kend als dreps, kleine wolfsmelk, kluwenklokje en wilde ridderspoor. Deze
bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat
soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Ge-
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van
van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook
zien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied
niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-
uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-
is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs
bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-
lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
uitgesloten.
treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is
5.6
5.8.1
het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-
teel) aanwezige individuen.
deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
planten zijn op voorhand uitgesloten.
5.4
5.6.1
5.3.1
Toetsing
stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-
Reptielen
Vissen
Toetsing
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen
plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en
zijn op voorhand uitgesloten.
muurhagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
5.7
Toetsing
Ongewervelde diersoorten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, rivierrombout, gevlekte witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel. Al deze soorten stellen echter zeer
5.4.1
specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn.
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op
Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege
voorhand uitgesloten.
de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zeker-
5.5
Amfibieën
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als
heid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte
bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
Quickscan Flora en Fauna
13
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op
Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen; Met betrekking tot de sloop van de woningen aan Gebroken Meeldijk 56 en 58 zijn overtredingen ten aanzien van het verwijderen van nestlocaties van huismus en gierzwaluw op basis van de quickscan niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hier-
omtrent uitsluitsel te geven; Met betrekking tot de sloop van de bebouwing aan Gebroken Meeldijk 56 en 58, Gebroken Meeldijk 64B, Gebroken Meeldijk 66 en Transportweg 20 – 46 is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van een of meerdere vleermuissoorten niet op voorhand uit te sluiten. Vervolgonderzoek gedurende het juiste seizoen dient hieromtrent uitsluitsel te geven;
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1
Vervolgtraject en advies
6.1.2
Soortgericht onderzoek
6.1.1
AERIUS-berekening
De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevol-
Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege
gen hebben voor vleermuizen, gierzwaluw en/of huismus, wat een overtre-
stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd wor-
ding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betreft.
den. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase
Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst inzichtelijk moe-
niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige
ten worden of in de huidige situatie nest- of verblijfplaatsen aanwezig zijn
habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het
van de betreffende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleermui-
aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning
zen loopt van half mei tot en met eind september. Een vervolgonderzoek
benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen ver-
naar gierzwaluwen valt binnen de onderzoeksperiode van vleermuizen.
volgstappen ondernomen te worden.
Een onderzoek naar de huismus begint echter al eerder en loopt van april tot half mei.
Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van be-
Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een of meerdere huismus- en/of
lang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan,
gierzwaluwnesten zal door het treffen van maatregelen; zoals het aanbie-
graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van
den van tijdelijke nestkasten, werken buiten de gevoelige periode en het
fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze
geschikt maken van de nieuwe situatie, de functionaliteit van de nesten
werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).
behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voor-
Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanleg-
komen. Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een
fase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personen-
vleermuizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatre-
auto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt is
gelen het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkhe-
informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de
den (bijvoorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige ver-
verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase.
blijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaat-
Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofe-
sen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt conform de Wet natuurbe-
missie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gas-
scherming voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de
verbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen
aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6
gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewe-
maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de sloopwerkzaam-
gingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er
heden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De winter-
dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personen-
maanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezig-
auto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vracht-
heid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs mini-
wagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).
maal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de ontheffing voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een
Quickscan Flora en Fauna
14
initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt. Voor het verwijderen van aanwezige nest- en verblijfplaatsen dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omgevingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODH neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.
Quickscan Flora en Fauna
15
7
Samenvatting Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 2,6 km
Mogelijk
AERIUS-berekening
Uitvoering mogelijk indien uit-
wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor
komst onder 0,00 mol/ha/j
bepaalde soortgroepen te voorkomen. Natuurnetwerk Nederland
Ca. 2,6 km
Nee
-
Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond be-
Ja
Ja
schermd Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar huismus en gierzwaluw bij de woningen aan de
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ont-
Gebroken Meeldijk 56 en 58
heffing nodig
Vervolgonderzoek naar vleermuizen bij Gebroken Meeldijk 56 en 58,
Bij aanwezigheid is voor de sloop een ont-
Gebroken Meeldijk 64B, Gebroken Meeldijk 66 en Transportweg 20 - 46
heffing nodig
Foerageerhabitat
Nee
Nee
-
-
Vliegroutes
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna
16
8
Geraadpleegde bronnen
https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/categorie/product/7-ontheffingverleningsoorten.html
Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.
huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming) Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale bronnen Zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ (NNN en natuurbeheerplan Zuid-Holland)
Quickscan Flora en Fauna
17
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna
18