CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B03 Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

gemeenteraad 19 december 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Bestemmingsplan De Stationstuinen 1ste fase11.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Oktober 2023

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen Barendrecht

1

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Het beeldkwaliteitsplan geeft invulling en richting aan de beoogde beeldkwaliteit om te komen tot een eigen identiteit voor De Stationstuinen. Ontwerp en inhoud: Wissing Ruimtelijke Denkers Urban Synergy Opdrachtgever: Gemeente Barendrecht _ Datum: Oktober 2023 _ De samenstellers van dit document hebben hun uiterste best gedaan om bronnen en rechthebbenden van beeldmateriaal dat wordt gebruikt te achterhalen en te vermelden. Wanneer desondanks beeldmateriaal wordt getoond waarvan u (mede) rechthebbende bent en voor het gebruik waarvan u niet als bron of rechthebbende wordt genoemd, ofwel voor het gebruik waarvan u geen toestemming verleent, kunt u zich in verbinding stellen met de gemeente Barendrecht. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van gemeente Barendrecht en naamsvermelding. Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

Urban Synergy Noordsingel 70B, 3037 BG, Rotterdam T + 31 (0)617476159 www.urbansynergy.nl

Wissing B.V. Middenbaan 108, 2991 CT, Barendrecht Postbus 37, 2990 AA, Barendrecht T + 31 (0)180 61 31 44 www.wissing.nl

2

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer

1. Het plan

2. De identiteit van De Stationstuinen -> Groen voert de boventoon -> Hoogstedelijk gebied in een dorp -> Dorp en bedrijventerrein fuseren

4. De deelgebieden Spoorlaan Gebroken Meeldijk Tuinsingel Nieuwstraat en Koopliedenstraat Dakpark Binnengebieden 3. Stedenbouwkundige volumes en architectuurbeeld Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Principe 2: Samengestelde bouwvolumes Principe 3: Een gebiedseigen palet Principe 4: Gelaagdheid en verfijning Principe 5: Een zichtbaar klimaatbewust gebied Principe 6: Levendige en toegankelijke plinten

5. Bijzonder programma Parkeergebouwen (Fiets)parkeren per bouwblok Installaties Trafo’s en warmtestations Overig Bronvermelding

3

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Inleiding en leeswijzer Doordat de infrastructuur ten tijde van dit beeldkwaliteitsplan nog niet zeker is, kunnen de deelgebieden nog wisselen van karakter. Dit geldt met name voor de Nieuwstraat en Koopliedenstraat. Aspecten zoals de rooilijn, mate van begeleiding en de invulling van de plint kunnen hier nog veranderen.

Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan voor De Stationstuinen. Eerder zijn voor het gebied al een gebiedsvisie, ontwikkelkader en structuurplan voor het kerngebied (Fruitpacking District) opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan gaan we dieper in op de uitgangspunten en spelregels voor de stedenbouwkundige opzet van het gebied en de gebouwde omgeving voor de verschillende deelgebieden in het plan. De uitgangspunten uit eerdere documenten vormen hierbij het vertrekpunt.

Leeswijzer Het Beeldkwaliteitsplan is opgebouwd uit vijf delen. Het eerste deel betreft een samenvatting van het plan.

Het beeldkwaliteitsplan heeft als belangrijkste doel eenheid en samenhang in het uiteindelijke beeld en kwaliteit van de totale ontwikkeling te waarborgen. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste identiteit, massa en volume, het architectuurbeeld en het palet. Het beeldkwaliteitsplan en de daarin gegeven regels bieden een kader voor de verschillende bij de planontwikkeling betrokken partijen. Binnen dit kader is de mogelijkheid voor de ontwikkelende partijen om tot creatieve oplossingen te komen. Dit document doet alleen uitspraken over de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de deelgebieden en gebouwen. Het doet geen uitspraken over de openbare ruimte. Voor de openbare ruimte wordt een seperaat inrichtingsplan gemaakt. De overgang tussen gebouw en publieke buitenruimte wordt wel besproken.

In het tweede deel wordt de identiteit van De Stationstuinen beschreven door de ambitie voor sfeer en uitstraling van het gebied vast te stellen. Het derde deel beschrijft locatiespecifieke verschillen. Het stedenbouwkundig raamwerk van De Stationstuinen is door verschillende routes en structuren onderverdeeld een aantal deelgebieden. De deelgebieden vragen om een eigen aanpak en interactie tussen binnen en buiten. Elk deel van het plan krijgt zijn eigen uitwerking. In het vierde deel wordt de gewenste identiteit van De Stationstuinen vertaald naar uitgangspunten voor de bebouwing. De stedenbouwkundige volumes en het architectuurbeeld dat daarbij past, worden vervolgens aan de hand van enkele algemene principes verder vormgegeven. Elke principe kent een aantal regels waaraan de gebouwde omgeving dient te voldoen.

Het beeldkwaliteitsplan zal verankerd zijn in omgevingsbesluiten van de gemeente. Om de beeldkwaliteit te waarborgen en de ontwikkelende partijen te helpen tot goede plannen te komen, worden de bouw- en inrichtingsplannen begeleid en getoetst door een Kwaliteitsteam. Het Kwaliteitsteam gebruikt het beeldkwaliteitsplan onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en/ of het Kwaliteitsteam onder de Omgevingswet. Afwijken van dit beeldkwaliteitsplan is alleen mogelijk als het een overtuigende kwaliteit en meerwaarde toevoegt. Het Kwaliteitsteam zal hierop toetsen.

Het laatste deel bestaat uit algemene regels voor uitwerken en architectuur van de niet woonprogramma’s, energie en installaties op en aan gebouwen. Het gaat hier onder andere om zonnepanelen, energie-infrastrcuur en parkeergebouwen. Het BKP maakt gebruik van referenties. De beschreven tekst prevaleert boven de beelden, zodat referenties niet te ‘letterlijk’ worden genomen.

De ontwikkeling de Stationstuinen van het voormalige bedrijventerrein naar een levendig woon- en werkgebied staat nog aan het begin. Transformatie is een langdurig proces dat vele jaren in beslag neemt. Gedurdende deze periode zal elke keer bekeken worden of het beeldkwaliteitsplan nog voldoende voldoet. In de toekomst kunnen regels mogelijk aangescherpt worden. Zo nodig worden aanvullende gebouw- of kavelpaspoorten opgesteld. De faseerbaarheid is in heel De Stationstuinen belangrijk, maar met name in het Zuideinde vraagt dit om speciale aandacht. Het is voorstelbaar dat bestaande functies daar deels (tijdelijk) aanwezig blijven terwijl andere delen van nieuwbouw worden voorzien. Dit moet mogelijk zijn, zover dit functioneel geen conflict oplevert.

4

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

1. Het plan De Stationstuinen wordt ontwikkeld aan de oostzijde van het NS-station Barendrecht, waar nu vrijwel alleen bedrijven gevestigd zijn. Zowel in Barendrecht als in de regio is er behoefte aan extra woningen. De Stationstuinen vervult niet alleen deze woningbehoefte, maar geeft Barendrecht en het agrofood cluster Dutch Fresh Port ook een impuls op andere vlakken. Het wordt een complete gemengde wijk met naast woningen en bedrijven ook horeca, winkels, onderwijsinstellingen, recreatie mogelijkheden en andere voorzieningen.

De kernwaarden staan omschreven in de gebiedsvisie van De Stationstuinen en zijn verder geconcretiseerd in het Ontwikkelkader De Stationstuinen. Dit beeldkwaliteitsplan bouwt hierop voort en brengt verfijning aan. In het BKP wordt onderscheid gemaakt in enkele assen en deelgebieden met elk een eigen karakter: • De Spoorlaan heeft een cruciale functie in het gebied omdat het de verbindingsader is tussen Dutch Fresh Port, De Stationstuinen en het NS-station. Dit vraagt om een multifunctionele, stedelijke invulling en uitstraling met voldoende massa om deze lange as te begeleiden. • De Gebroken Meeldijk is een historisch bebouwingslint, maar tegelijk ook een stedelijke as. • De Tuinsingel is het langgerekte park met gevarieerde bebouwing erlangs. • Nieuwstraat en Koopliedenstraat zijn de randen van het gebied. Daar vindt de overgang tussen bedrijventerreinen en gemengd gebied plaats. • Het dakpark heeft een stedelijke entree aan de oostzijde en een verhoogde daktuin aan de westzijde. • De Binnengebieden hebben een informele sfeer en kennen meer vrijheid in stedenbouwkundige invulling.

Het verhaal van De Stationstuinen is gebaseerd op drie kernwaarden, die de ambities voor het gebied samenvatten. De eerste kernwaarde is ‘Gezond bereikbaar’. Voor toekomstige bewoners en bezoekers wordt het makkelijk om met het openbaar vervoer, te voet of op de fiets naar hun bestemming te gaan. De Stationstuinen wordt een autoluw gebied. Dit betekent dat autobezit en autogebruik zoveel mogelijk beperkt wordt. De tweede kernwaarde ‘Groen en bewust’ verwijst naar een groene, duurzame stedelijke ontwikkeling die ook terug gezien wordt in de gebouwde omgeving. De derde kernwaarde ‘ Plek voor iedereen’ betekent dat er woningen gebouwd worden voor een grote variëteit aan huishoudens, voor jong en oud; huur en koop en van betaalbaar tot duur; voor mensen uit Barendrecht en daarbuiten. In het gebied is niet alleen wonen maar ook werken en maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Dit vindt plaats in gebouwen die er prettig uitzien, in groene en gezellige straten met voldoende ontmoetingsplekken.

1.1 Plattegrond Gebiedsvisie uit 2020 als vertrekpunt voor BKP 5

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

2. De identiteit van De Stationstuinen

6

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

2. De identiteit van De Stationstuinen In De Stationstuinen bouwt Barendrecht aan de groene stad van morgen. Een toonaangevend leefgebied waar mensen gelukkig wonen, werken, leren en innoveren. Een plek voor jong en oud die stads oogt en vertrouwd voelt. Groen zet hier de toon. Het zorgt voor een ontspannen omgeving en vormt de schakel tussen het dorp en het aangrenzende buitengebied. Barendrecht is de groene parel ten zuiden van Rotterdam. Het is een dorp ten midden van de dynamiek van de noord gelegen stad, de rijkswegen en spoorlijnen. De Stationstuinen past binnen de dorpse context van Barendrecht. Tegelijkertijd vormt het ook een brug naar de Dutch Fresh Port. Het industriële en innovatieve karakter is dan ook goed zichtbaar en voelbaar. Zoals beschreven in de kernwaarden is in De Stationstuinen aandacht voor duurzaamheid, groen en gezondheid. De wijk wordt autovrij en met veel aandacht voor langzaamverkeersroutes en verbindingen naar 2.1 Impressie Spoorlaan Gebiedsvisie De Stationstuinen buiten. De Stationstuinen gaat er dus anders uitzien dan de rest van Barendrecht, maar moet wel herkenbaar zijn en vertrouwd voelen. Die herkenbaarheid zit in de menselijke maat, ruimte voor ontmoeting en een eigen identiteit en programma. groen: Gezamenlijk ontstaat hier een uniek gebied niet alleen groen gevel + meer bomen voor Barendrecht, maar uniek in Nederland. menselijke maat;

- eigen gevelopeningen Op elke plek in De Stationstuinen herken je de industrieel identiteit. Dit vraagt om eenheid en samenhang in de plaatmateriaal bebouwing. Dit hoofdstuk zal de identiteitskenmerken in relatie tot architectuur benoemen zodat op basis hiervan keuzes gemaakt kunnen worden voor de bouwvolumes en gevels. Deze kenmerken zijn samengevat in drie 2.2 Impressie groen wonen Gebiedsvisie De Stationstuinen punten: • Groen voert de boventoon • Hoogstedelijk gebied in een dorp • Dorp en bedrijventerrein fuseren

Stationstuinen De Fresh Port Dutch

recht Barend

2.3 De Stationstuinen als de schakel tussen het dorpse Barendrecht en het bedrijventerrein Dutch Fresh Port 7

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Groen voert de boventoon het groene karakter optimaal door een sterke relatie tussen binnen en buiten.

In De Stationstuinen wordt ingezet op een groene, duurzame stedelijke ontwikkeling. Een leefbaar en gezond woon- en werkgebied voor bewoners, ondernemers en bezoekers nu en in de toekomst. Het groene raamwerk van De Stationstuinen vormt de basis voor de groene ambitie. De groenstructuur is een aaneenschakeling van verschillende soorten groene ruimten, allen met een eigen karakter. Het groen is aanwezig in alle hoeken van het gebied en maakt de wijk klimaatbestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Dit groene karakter sluit aan op de bestaande wijken van Barendrecht en legt de verbinding tussen dorp en buitengebied.

De Stationstuinen heeft, net als de Dutch Fresh Port, duurzaamheid hoog in het vaandel. Dit klimaatbewuste karakter komt naar voren in de inrichting van de openbare ruimte en in de architectuur. Uitdagingen in relatie tot wind, zon en water worden integraal opgelost zodat een aangenaam verblijfsklimaat ontstaat binnen en buiten. De Stationstuinen wordt zoveel mogelijk circulair en energieneutraal gebouwd. Vraag en aanbod van energie worden mogelijk gekoppeld aan die van Dutch Fresh Port. Hergebruik en hernieuwbare materialen is de norm. Houtbouw is daar een mooie invulling van, maar andere overtuigende oplossingen zijn ook mogelijk.

Dit vertaalt zich ook naar de gebouwen in het gebied. Om het groen volledig tot zijn recht te laten komen, is de architectuur ingetogen en dienstbaar aan het groen op maaiveld. Maar ook op de gebouwen komt groen voor in de vorm van o.a. gevelgroen en daktuinen. Inwoners, werknemers en bezoekers van De Stationstuinen ervaren

groen: groen gevel + meer bomen menselijke maat; gevelopeningen industrieel plaatmateriaal

2.4 Impressie groen VO inrichtingsplan openbare ruimte TUINSINGEL - IMPRESSIE NOORDELIJK DEEL

2.5 Architectuur vormt zich om het groen door bijvoorbeeld een nisje

2.6 Groen voert de boventoon, architectuur ingetogen

Stationstuinen De Fresh Port Dutch

drecht Baren

2.7 Het groene karakter van Barendrecht wordt doorgezet in De Stationstuinen 8

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Hoogstedelijk gebied in een dorp afstand van de stad Rotterdam! De grote vraag naar woningen kan hier dus een stukje worden ingevuld, maar dat vraagt wel om een hoge dichtheid. De Stationstuinen wordt dus dorps met een stedelijk karakter. Er is aandacht voor de menselijke maat en een aangename straatbeleving staat centraal. De maat en schaal van gebouwen is veelal groter dan mensen gewend zijn in Barendrecht, maar voelt vriendelijk en prettig aan. De gebouwen kennen een hoog detailniveau door de toepassing van gelaagdheid en verfijning in de gevel. Ook een verscheidenheid aan materialen en texturen draagt bij aan een aangename straatbeleving. De plint is uitnodigend en levendig op plekken waar dat nodig is. In De Stationstuinen zijn ogen gericht op de straat om de sociale veiligheid te waarborgen. Juist in een hoogstedelijk gebied is het van belang ruimtes te bieden aan ontmoetingen en het initiëren van sociale contacten. Het kennen van je buren draagt bij aan het gevoel van ‘community’.

Barendrecht is een dorp in 3 delen, gescheiden door landelijke infrastructuur: de A29 en de spoorlijn Breda/ Dordrecht-Rotterdam/Amsterdam. Deze vormen door hun omvang en hoge ligging sterke barrières. Enkel de historische linten verbinden de delen aan elkaar via tunnels onder de nieuwe lijnen door. Zo blijft het ‘oude’ deel van Barendrecht door deze infrastructuur ruimtelijk los van de wijk Carnisselande en stopt voor vele bewoners Barendrecht bij het spoor. Andersom stopt Barendrecht ook voor de bedrijven bij het spoor en ligt hun focus alleen op de oostzijde. Met De Stationstuinen wordt een schakel tussen dorp en bedrijventerrein gecreëerd; een ruimtelijke en functionele brug. Het treinstation ligt hierdoor niet meer aan de rand, maar midden in Barendrecht. Hiermee wordt de vitaliteit van het centrum van Barendrecht en die van Dutch Fresh Port versterkt. Bovendien biedt het plaats aan een substantiële hoeveelheid nieuwe woningen in combinatie met schone, duurzame mobiliteit. Want wat is een betere plek om te wonen dan vlakbij het station en op steenworp

groen: groen gevel + meer bomen menselijke maat; gevelopeningen industrieel plaatmateriaal

2.9 Gelaagdheid van de gevel draagt bij aan aangename beleving

2.8 Community in een hoogstedelijk gebied

Stationstuinen De

2.10 Hoog detailniveau door gelaagdheid van de gevel en verfijning door bruggetjes en knik in de gevel op begane grond

Fresh Port Dutch

drecht Baren

2.11 De menselijke maat van Barendrecht in De Stationstuinen 9

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Dorp en bedrijventerrein fuseren proeven en beleven. Een mooie toevoeging voor iedereen die in De Stationstuinen komt wonen.

De Dutch Fresh Port is functioneel en ruimtelijk verweven met De Stationstuinen. Waar de twee voorgaande punten van de identiteit tekenend zijn voor deze tijd en veel voorkomen, is dit derde punt uniek voor De Stationstuinen in Barendrecht.

Een fusie van bedrijven en woonmilieu wordt gecreëerd door een gemengd programma en keuzes in vormentaal en materiaalgebruik. De gebouwen in De Stationstuinen hebben een robuuste blokmaat. Modulair bouwen mag zichtbaar zijn door (open) raamwerken. Bouwblokken verschillen van elkaar in materiaalgebruik, waardoor op het niveau van de straat een mix aan materialen zichtbaar is. Het (her)gebruik van industriële materialen draagt bij aan de verbintenis met de Dutch Fresh Port.

De Stationstuinen wordt gezien als ‘Vers Proeftuin’. Proeftuin staat voor innovatie in een broedplaats zoals een campus en in nieuwe woonconcepten. Vers staat voor de ontwikkelingen en trends in gezonde leefstijlen en nieuwe voedselproducten. Van oudsher de kern van Barendrecht en ook nu de dagelijkse drive van aanwezige bedrijven. Het doel is om deze zaken te combineren in een gebied waarin mensen ook het bijzondere bedrijvencluster in hun achtertuin waarderen en hier trots op zijn. Een gebied waar mensen de verse producten van de bedrijven kunnen beleven, maar mogelijk ook zelf kunnen verbouwen en plukken. De aanwezigheid van de bedrijven en een vorm van een campus biedt ook mogelijkheden en draagvlak voor horecafuncties en detailhandel waarin je de verse producten kunt kopen,

groen: groen gevel + meer bomen menselijke maat; gevelopeningen industrieel plaatmateriaal

2.12 Industrieel karakter zichtbaar

2.13 Vers proeftuin in een groen gebied met industrieel gevelmateriaal

2.14 (Open) raamwerken mogen zichtbaar zijn. Het industriële karakter wordt mede gevormd door materiaalkeuzes.

Stationstuinen De recht Barend

Fresh Po Dutch rt

2.15 Een industrieel woonmilieu afkomstig uit de Dutch Fresh Port 10

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

3. Deelgebieden

11

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

De deelgebieden die zowel de ruimte vormt als een interactie heeft met de openbare ruimte.

De Stationstuinen bestaan uit enkele deelgebieden die zich elk in een net andere omgeving bevinden. De deelgebieden zijn gevormd door diverse assen en lanen. De maat van de assen, lanen en het park in De Stationstuinen wisselen en de architectuur reageert daarop. De bebouwing aan weerszijde vormt een wand

Op de volgende pagina’s wordt de identiteit en functie van elk deelgebied toegelicht.

3.1 Plattegrond deelgebieden 12

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Spoorlaan De Spoorlaan heeft een cruciale functie in het gebied als verbindingsader tussen de Dutch Fresh Port, De Stationstuinen en het NS-station. Daarom komt hier een multifunctionele, stedelijke uitstraling met voldoende massa om deze as te begeleiden. Het is een levendige straat met ogen op straat. De plint heeft een actieve invulling en er is een sterke interactie tussen binnen en buiten. Bijzondere elementen aan de Spoorlaan zijn de parkeerhubs bij de entree van De Stationstuinen aan de oostzijde. De gebouwen bieden ruimte voor parkeren van de auto en fiets en ook voor diverse andere functies, waaronder een supermarkt. Dit gebouw zal als icoon in het gebied herkenbaar zijn (zie verderop het hoofdstuk parkeergebouwen). De hub bij het station kent uiteraard een ander aanvullend programma dan die aan de oostzijde. Dit wordt afgestemd op de plek en uitgewerkt in aparte kavelpaspoorten aanvullend op dit beeldkwaliteitsplan.

H H

H

HUB

Gebroken Meeldijk De Gebroken Meeldijk is een voortzetting van de huidige dijk, maar tegelijk ook een stedelijke as. De as verbindt het buitengebied, via De Stationstuinen naar het treinstation en door naar het centrum van Barendrecht. De Gebroken Meeldijk is een historisch lint en de straat kent nog steeds kleinschalige vooroorlogse dijkbebouwing. Aan de overzijde van de weg staan grotere werkgebouwen, waaronder het opvallende kantoor van Hagé en het zeer grootschalige distributiecentrum van Albert Heijn. Ook het Rijksmonument dat nu in gebruik is door Jabaay, is kenmerkend. Een groot contrast in maat en schaal en functies aan de oude dijk. Tot dit gebied behoort ook de Tumoba locatie die kansen biedt om een volwaardige verbinding naar het dakpark te maken. Aan de Gebroken Meeldijk moeten het industriële, historische en nieuwe wonen samengaan en wordt gezocht naar een nieuwe balans die de verschillende tijdlagen en functies samenvoegt tot een aantrekkelijke straatwand. De plint biedt mogelijk de ruimte aan kleinschalige voorzieningen.

Tuinsingel De Tuinsingel is een langgerekt park dat meandert door De Stationstuinen en afwisselend breder en smaller is. Dit is de plek waar mensen op dagelijkse basis recreëren en doorheen fietsen. De breedtemaat van de Tuinsingel verschilt sterk en de bouwhoogte is daar op afgestemd. Het groen vanuit de Tuinsingel wordt verbonden met de binnengebieden centraal in de wijk door voldoende openingen en doorsteken in de bebouwingswand. Naast wonen zijn kleinschalige voorzieningen toegestaan en de plint heeft een open karakter.

13

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Nieuwstraat en Koopliedenstraat De Nieuwstraat en Koopliedenstraat vormen de randen van het gebied. Daar vindt de overgang tussen bedrijventerreinen en De Stationstuinen plaats. De wanden van deze straten vormen vanuit het oosten gezien niet alleen het gezicht van De Stationstuinen maar hebben ook een bufferfunctie. De bebouwing zal aan deze zijde een afschermende werking hebben zodat geluid geweerd wordt. De bestaande gebouwen van Dutch Fresh Port hebben een grote maat en schaal hebben en vragen om een robuuste tegenhanger. De overgang vraagt daarom om massa. De plinten kennen een actieve en flexibele invulling, waardoor ook werkgerelateerde functies in de plinten kunnen, die passen bij deze overgangszone. De Koopliedenstraat is één van de hoofdtoegangswegen in De Stationstuinen voor de auto en is die functie net anders dan de Nieuwstraat. In de Koopliedenstraat is variatie aan functie wellicht eerder op zijn plek en moet een uitnodigend beeld worden gerealiseerd.

Dakpark Het Dakpark overbrugt de sporen en ligt op een hoogte gelijk aan die van drie bouwlagen. De bebouwing aan deze zone overbrugt dit hoogteverschil en neemt daarmee een bijzondere positie in. De bovengelegen Dakpark-zijde grenst aan een groene openbare ruimte, terwijl de laaggelegen Zuideinde een belangrijke verkeersfunctie heeft. Het bouwblok heeft dus twee verschillende gezichten, maar vormt ook een geheel. De bebouwing in dit gebied biedt de kans om het Dakpark en De Stationstuinen met elkaar te verbinden. Trappen en opgangen naar het Dakpark vanuit het Zuideinde zijn integraal onderdeel van de bouwplanopgave en architectuur.

Binnengebieden De binnengebieden bestaan uit een autovrij dwaalmilieu met verrassende hoeken en ontmoetingsplekken in de vorm van pleintjes, parkjes en speelplekken. Door deze vrije indeling en afwisseling van maatvoering in het stedenbouwkundig plan is de invulling ook vrijer. De openbare ruimte is hier intiemer, maar tegelijkertijd moet ook de robuustheid van de Stationstuinen behouden worden. Elk binnengebied kent zijn eigen invulling en identiteit. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door een specifiek kleur- of materiaalgebruik. In het binnengebied bevinden zich woningen met een informele overgang naar de groene openbare ruimte kennen. Voortuinen, Delftse stoepen of andere vormen van private overgangsgebieden zijn toegestaan.

14

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

4. Stedenbouwkundige volumes en architectuurbeeld

15

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

4. Stedenbouwkundige volumes en architectuurbeeld Zoals aangegeven vormt De Stationstuinen de schakel tussen het dorpse Barendrecht naar het internationale knooppunt voor agro, vers en food logistiek, Dutch Fresh Port. De identiteit die past bij dit gebied is verder uitgewerkt in een aantal ruimtelijke principes die gelden voor het gehele gebied. Met zes principes wordt balans gevonden tussen hoogstedelijkheid & menselijke maat en samenhang & variatie. Onderstaande principes voor de volumes en ingrediënten voor de massa volume van de bebouwing het architectuurbeeld worden hierna nader toegelicht:

4.4 ee

n geb

iedse

igen p

alet

optopping

-1 +1

4.1 vr

iende

lijke b

4.5 ge

laagd

4.2 ee

ouwh oogte

s

heid en

4.6 ee

n gev ariee

n zich

rd str a

atbee

tbaar

ld

verfij n

ing

klima

atbew

ust ge

bied

1e categorie hoogteaccent

2e categorie hoogteaccent

4.3 st

eden

bouw

kund

ige ac

4.7 le vend ig

e en t oegan

cente

n 16

kelijk e

plinte n

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Om de dorpse identiteit van De Stationstuinen te waarborgen, stelt het beeldkwaliteitsplan eisen aan de stedenbouwkundige opbouw van de bouwvolumes. Het gaat hier allereerst om de juiste maat en schaal, met voldoende variatie en een menselijke maat. Bouwhoogtes en straatprofielen waartussen mensen zich thuis kunnen voelen. Zo ontstaat een vriendelijke straatbeleving vanaf ooghoogte. Basishoogte De bouwhoogte in De Stationstuinen is gevarieerd. De Stationstuinen kent een gemiddelde basishoogte van 4 tot 6 lagen die vanaf straatniveau wordt ervaren. Op de kaart is de verdeling van de gemiddelde bouwhoogte te zien. Deze zijn gebaseerd op de straatbreedte en de soort as waar deze aan ligt. In het algemeen geldt een basishoogte van 6 lagen voor de hoofdprofielen, de Spoorlaan, Nieuwstraat en Koopliedenstraat. De Gebroken Meeldijk en delen van de Tuinsingel hebben een basishoogte van 5 bouwlagen. Voor de rest van de Tuinsingel en voor de binnengebieden geldt een basishoogte van 4 lagen. De basishoogte is een gemiddelde hoogte en niet de maximale hoogte. Extra bouwmogelijkheden worden hierna toegelicht.

0)

4.8 Plattegrond basishoogte

1)

Afwisselende bouwhoogte Het kan nodig zijn om de basishoogte af te wisselen en zo een dynamisch beeld te bereiken. De volgende regels zijn dan van toepassing: • •

2)

• • 3)

De basishoogte omschrijft het gemiddelde aantal bouwlagen dat een profiel moet hebben (0). De basishoogte mag maximaal 1 laag omhoog en minimaal 1 omlaag. (1) 2 lagen omhoog en 2 naar beneden is dus niet toegestaan. (2) 1 laag omhoog en 2 lagen naar beneden is wel toegestaan Het is niet toegestaan om ten opzichte van de basishoogte alleen maar te verhogen (3). Daar waar je in het basisvolume een laag omhoog gaat, moet je tenminste voor een vergelijkbaar gedeelte ook een laag omlaag moet (4).

4)

4.9 Schema gevarieerde bouwhoogte 17

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Optoppingen met teruglegging De basishoogte bepaalt de hoogte van de gevel aan de meest dominante assen en openbare ruimtes in het plan. Door middel van een optopping met teruglegging vanaf de straatzijde is het mogelijk de bouwblokken gevarieerder te maken. Een teruglegging zorgt ervoor dat de extra bouwlagen de aangename straatbeleving niet verstoord. Voor optoppingen zijn de volgende regels van toepassing: • • •

•

1)

Maximaal 2 lagen boven de gootlijn van de toegepaste basishoogte. De optoppingen verspringen mee met de basishoogte (2). Het is niet de bedoeling dat de optopping in zijn totaliteit over het hele bouwblok hetzelfde is (1,3). De totaalhoogte van alle blokken inclusief optopping varieert (2,4). Op die manier ontstaat een genuanceerd spel. Indien een aaneengesloten langer blok van toepassing is (2), is het gewenst om niet over de gehele lengte een optopping te hebben.

3)

2)

3)

4)

4.10 Schema optoppingen met teruglegging

optopping

-1 +1

4.11 Axonometrie vriendelijke bouwhoogte 18

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes De optopping mag niet van invloed zijn op de vriendelijke straatbeleving en volledige schaduw geven in openbare ruimte of binnengebied. Daarom kennen de optoppingen een teruglegging en voldoen ze aan de volgende regels:

OPENBAAR

OPENBAAR

• •

•

•

De optopping ligt 3 meter terug vanaf de rooilijn van de gevel op maaiveld. De setbacks dienen ten alle tijden duidelijk ervaarbaar zijn. Indien uitkragende balkons worden toegepast, moeten deze minstens 1 meter terugliggen ten opzichte van de gevel van de basishoogte. De terugleggingen of setbacks worden in principe aan alle openbare zijdes van de gevel toegepast. Op die manier hebben de openbare ruimtes aan de buitenzijde, als zijnde de dominante zijdes, een prettige straatbeleving, maar hebben de intiemere binnengebieden ook een menselijke maat.

Afwijken van een teruglegging voor een optopping kan in het geval het de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt, zoals bij een smalle snede in de wand (A) of als de buitenruimte in het stedenbouwkundig plan zodanig groot is (B). Een goed ruimtelijk onderzoek en onderbouwing is nodig voor instemming van het Kwaliteitsteam.

OPENBAAR/ PRIVÉ

A

B

A

4.12 Schema plattegrond optoppingen met teruglegging 19

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 2: Gevarieerd straatbeeld Waar principe 1 ging over de bouwhoogtes mogelijkheden van optoppen van een bouwblok, leggen we in principe 2 uit hoe dit ingezet moet worden om te komen tot een gevarieerd straatbeeld. De menselijke maat in het plan wordt niet alleen bereikt door het toepassen van de vriendelijke bouwhoogtes, maar ook door een het onderbreken van bouwblokken, verspringingen in rooilijnen en afwisseling in korrelmaat. De diverse bebouwingswanden bestaan daarom uit een spel van volumes met verschillende korrelgroottes. De verschillende korrelgroottes bieden bovendien de mogelijkheid voor verschillende typologieën, van grondgebonden woningen tot appartementen.

Verspringende rooilijn De rooilijn is de uiterste rand van een bouwveld grenzend aan de grotere structuren en openbare ruimtes zoals de Spoorlijn, Tuinsingel, Dakpark, Gebroken Meeldijk, Nieuwstraat en Koopliedenweg. Indien de rooilijn verspringt, verspringt deze alleen naar binnen en gaat niet ten koste van de openbare ruimte.

Onderbreking in het bouwblok Door onderbrekingen tussen de bouwblokken ontstaat er een sterke relatie tussen de desbetreffende as en het binnengebied. Bij de Tuinsingel wordt zo bijvoorbeeld het groen via de tussenliggende straatjes of stegen met elkaar verbonden. Naar mate de losse bouwblokken smaller worden, worden ook de openingen tussen de bouwblokken smaller. Zodat het totaal aan losse blokken wel een begeleidende functie voor de openbare ruimte behoudt.

De volgende variaties zijn toegestaan om tot een gevarieerd beeld te komen: • •

• • • •

Het onderbreken van een bouwblok Het verspringen van de bouwhoogte (zoals besproken bij het principe ‘vriendelijke bouwhoogtes’) N.B. Bij een kleinere blokmaat (verhouding hoogte:breedte<1:1,5) kan de verlaging van de bouwhoogte achterwege blijven om te voorkomen dat de wand uit elkaar valt. Afwisselende korrelmaat in een bouwblok Het toevoegen van optoppingen (zoals besproken bij het principe ‘vriendelijke bouwhoogtes’) Het verspringen van de rooilijn Elk volume kent een duidelijke eigenheid door verschil in bijvoorbeeld gevelpatronen en/of materialisatie.

Per bouwblok moet doormiddel van een samenspel van bovenstaande ingrepen een gevarieerd straatbeeld ontstaan. Bij veel onderbrekingen in de gevel is verspringen van rooilijn en bouwhoogte minder nodig dan bij langgerekte blokken waarin verspringing van de rooilijn en hoogte variatie moeten brengen. Het kwaliteitsteam beoordeeld of de mate van variatie voldoend bereikt is.

4.13 Axonometrie gevarieerd straatbeeld 20

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 2: Gevarieerd straatbeeld Ter illustratie Ter illustratie volgen hier enkele inspirerende beelden. Ook laten twee voorbeelden, één met een langer bouwblok en één met losse bouwblokken, zien hoe principe 1 vriendelijke bouwhoogte en principe 2 gevarieerd straatbeeld samen kunnen komen. De beelden laten zien hoe enerzijds voldoende variatie en anderzijds voldoende rust in een bebouwingswand bereikt kan worden.

4.14 Lange plint met gevarieerde gevelindeling met daarop losse volumes

4.17 Blokken en optoppingen met verschillende materialen op wisselende hoogtes

4.15 Optoppingen wijken af in materiaal of gevelindeling

4.18 Blok samengesteld uit breed en laag volume naast een smal en hoog volume met afwijkende materialen

4.16 Industriële overlappende bouwvolumes 21

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 2: Gevarieerd straatbeeld Lange blokken Basislaag (bv. 5 lagen) en verschillende korrelgroottes

Geen variatie in het bouwblok

Conform principe 1 vriendelijke bouwhoogte: incidenteel omhoog met 1 bouwlagen mag, maar dan ook af en toe naar beneden. Doel is: • Menselijke maat • Behoud van een begeleidende stedelijke as • Afwisseling in beleving

Grotere variatie is mogelijk door • optopping van maximaal 2 lagen • verspringing van de rooilijn 4.19 Schema lange blokken

Korte losse blokken Doorbraken zijn mogelijk maar wel met behoud van de begeleidende functie. Dit vraagt om continuiteit en daarmee een dominante hoogtelijn. Te veel sprongen in de gootlijn leidt tot een te grote mate van individualiteit van de blokken en is dus niet toegestaan.

Bij een kleinere blokmaat (verhouding hoogte:breedte < 1:1,5) kan de verlaging van de bouwhoogte achterwege blijven om te voorkomen dat de wand uit elkaar valt.

Grotere variatie is mogelijk door • optopping van maximaal 2 lagen • verspringing van de rooilijn 4.20 Schema korte blokken 22

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 3: Stedenbouwkundige accenten Binnen de stedenbouwkundige structuur kan er aanleiding zijn om door middel van hoogte-accenten de structuur te versterken, zichtlijnen te beantwoorden of hoeken te accentueren.

liggen in een zichtlijn, aan belangrijke kruisingen of aan geschikte openbare ruimtes. Het kan hier bijvoorbeeld juist interessant zijn om een hoogteaccent in een binnengebied te plaatsen uitkijkend over de bebouwing aan de Tuinsingel naar het park. De menselijke maat dient in acht genomen te worden. Dat betekent een vriendelijke maat en schaal verhoudingen van hoogte ten opzichte van het aangrenzende straatprofiel. De tweede categorie hoogte-accenten kunnen zowel in de rooilijn of met teruglegging op de basishoogte worden geplaatst. De hoogte-accenten hebben niet allen dezelfde hoogte, maar variëren ook.

Accenten dienen de aantrekkelijkheid van De Stationstuinen te vergroten. De locatie is niet specifiek vastgelegd, zodat initiatiefnemers nog flexibel zijn in de plaatsing. De ontwikkelende partijen dienen daarvoor de ruimtelijke meerwaarde en inpassing aan te tonen en te verantwoorden bij het Kwaliteitsteam. Zij bepalen of accenten passend zijn. Hierbij dienen windhinder en bezonning/schaduw mede in ogenschouw genomen te worden. Behalve dat de accenten de hoogte in gaan, worden ze ook zodanig vormgegeven dat ze als accent worden waargenomen. Er zijn twee soorten hoogteaccenten mogelijk: •

•

Naast hoogte-accenten is het ook mogelijk om architectonische accenten op belangrijke plekken te maken. Deze worden in ‘het gebiedseigen palet’ en ‘gelaagdheid en verfijning’ toegelicht.

De eerste categorie hoogte-accenten zijn tussen de 13 en 17 bouwlagen en komt alleen voor op enkele strategische plekken; bij de entree van de wijk aan de Spoorlaan, grote openbare ruimtes in het plan of op schakelpunten in de wijk (zie kaartbeeld). De torens hebben een teruglegging of setback van minimaal 3 meter t.o.v. de basishoogte. Dezelfde regels als de terugleggingen voor optoppingen in een eerder principe zijn hier geldend (zie figuur 4.12). Het is tevens van belang het zicht vanuit het bestaande dorp op de torens te beschouwen. De hoogte-accenten mogen geen afbreuk doen aan de kwaliteiten van het dorp en dienen zo nodig ingepast te worden door middel van vormgeving en/of materialisatie. De tweede categorie hoogte-accenten is tussen de 8 en 10 bouwlagen. Deze hoogte-accenten worden spaarzaam toegepast alleen daar waar ze het stedenbouwkundig plan versterken. De accenten zijn in de gehele Stationstuinen toegestaan en 1e categorie hoogteaccent

4.21 Locatie hoogte-accenten

2e categorie hoogteaccent

4.22 Axonometrie stedenbouwkundige accenten 23

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 4: Een gebiedseigen palet Lichte basis Het kleurenpalet zorgt voor eenheid en herkenbaarheid van De Stationstuinen. Het palet is genuanceerd en bestaat uit lichte onverzadigde tinten bruin, geel, grijs en wit. Deze beperkte selectie aan kleuren zorgt voor samenhang en laat het groen van de beplanting in De Stationstuinen spreken.

uitstraling hebben (betonnen elementen zijn wel toegestaan). Voor het hergebruik van industriële materialen geldt dat elementen mogen afwijken van het kleurenpalet. De kleurstelling geldt ook voor de kozijnen, die hebben een rustige en gedekte kleurstelling. De mix aan materialen en/of patronen moet op elke plek in De Stationstuinen zichtbaar zijn, zodat elke foto die genomen wordt, specifiek is voor De Stationstuinen.

Gekozen is voor een pallet met lichte kleuren. Dit mede ter voorkoming en beperking van hittestress in het gebied. Terwijl de kleuren behoorlijk afgebakend zijn, is er een grote variatie in textuur en materiaal mogelijk. De materialen refereren naar het gebiedseigen van De Stationstuinen: de bakstenen uit het dorpse Barendrecht, het hout naar het innovatieve karakter van De Stationstuinen en het (her)gebruik van industriële materialen tot hoogwaardige beelden naar het voormalige bedrijventerrein. Vooral de industriële materialen maken het gebied uniek en moeten in het totale beeld veelvuldig voorkomen. De materialen die worden gebruikt moeten duurzaam zijn en langdurige schoonheid hebben. Ze moeten lang meegaan, mooi verouderen, hernieuwbaar zijn, een natuurlijke uitstraling hebben en schade aan de natuur beperken gedurende de hele cyclus inclusief productie en recycling. Door deze regels zijn materialen zoals stucwerk niet op grote schaal toegestaan omdat het niet robuust is, kwetsbaar is en niet mooi verouderd. Enkel bij uitzondering zijn geveldelen met stucwerk toegestaan mits er aangetoond kan worden dat deze beperkt onderhevig zijn aan weer + wind en een goed onderhoudsplan kennen. Ook gehele betonnen gevels zijn niet toegestaan doordat deze geen natuurlijke

4.23 Elk volume zelfstandig herkenbaar door toepassing andere materialen en/of gevelindeling

4.24 Axonometrie een gebiedseigen palet 24

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 4: Een gebiedseigen palet

Palet De Stationstuinen

Dit kleurenschema zal voorzien worden van een stenenpallet als referentie van de kleurstelling. Andere typen stenen zijn mogelijk zolang deze in het

steenkleurenpallet passen. De keuze zal voorgelegd moeten worden aan het Kwaliteitsteam die beoordeeld of deze passend is.

Baksteen

4.25 Gele baksteen

4.26 Lichte baksteen

4.27 Lichtgrijze baksteen

4.28 Geelbruine baksteen

Hout

4.29 Gebeitst houten panelen

4.30 Vergrijsd hout

4.31 Verduurzaamd hout

4.32 Gebeitst houten raamwerk

Industrieel gevelmateriaal en elementen

4.33 Grijze gevelplaten

4.34 Witte gevelplaten

4.35 Gele gevelplaten 25

4.36 Open raamwerk Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 4: Een gebiedseigen palet kwalitatieve afwerking van deze dakvlakken.

Groene beplanting op daken en gevels In De Stationstuinen voert groen de boventoon. Groen zorgt voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, draagt bij aan een de klimaatopgave, biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Dat zijn allemaal kernwaarden van De Stationstuinen. De bebouwing moet daaraan gaan bijdragen met groene daken en gevels. Het groen dient integraal onderdeel te worden van de architectuur en is geen decoratie.

De gevels krijgen waar mogelijk ook een groene uitstraling als intergraal onderdeel van de architectuur. Dit kan door ontworpen gevelelementen, groen als onderdeel van de draagconstructies, klimconstructies met spandraden vanuit de volle grond en plantenbakken die zijn geïntegreerd in het architectonisch ontwerp. Voor alle begroeide geveldelen dient bij indiening van de omgevingsvergunning duidelijk te zijn wie het in eigendom heeft en beheert. Daarbij zal een beheerplan worden opgesteld dat de kwaliteit en uitstraling langdurig garandeert.

De terrassen die ontstaan door de samengestelde bouwvolumes, geven ruimte aan publieke en collectieve tuinen. Op bijzondere plekken dienen deze een groene uitstraling te krijgen met behulp van beplanting en waar mogelijk kleine (meerstammige) bomen. De draagconstructie moet in dat geval voldoende maat krijgen en adequaat zijn voor een leeflaag. In De Stationstuinen is op diverse plaatsen hogere bebouwing aanwezig en vanaf daar zicht op lagere dakvlakken. Ook het Dakpark ligt hoger en vanaf daar is er dus zicht op enkele dakvlakken. Aandacht is er dus ook voor een

Groene kleur-accenten Naast groeiend groen is op prominente plekken aan de assen ook mogelijk om de kleur groen toe te passen op de gevels als accent. In de binnengebieden is het voorstelbaar dat een deelgebied geheel groengekleurde gevels heeft.

Groenpalet De Stationstuinen

Groene levende gevels

4.37 Groene planten aan de gevel

Groenkleurige gevels

4.38 Klimmend groen aan staaldraden

4.39 Groen in ontworpen gevelelement.

4.43 Groengrijze baksteen

4.44 Groengrijze golfplaten

4.45 Groengrijze gevelpanelen

4.46 Groene gevelpanelen

4.40 Klimmend groen tegen de gevel

4.41 Daktuin met kleine bomen

4.42 Klimmend groen aan de constructie 26

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 5: Gelaagdheid en verfijning Op basis van voorgaande principes ontstaan zorgvuldige stedenbouwkundige volumes met een kenmerkend kleuren- en materialenpallet. Voor een aangename beleving is het wenselijk de gevels door middel van een verdere gelaagdheid te verfijnen. Er is op die manier diepte in de gevel en er wordt ruimte gecreëerd voor een overgangszone tussen binnen en buiten. Dit geeft ook de gelegenheid om balkons in te passen in het volume. Deze plasticiteit bevordert de aangename straatbeleving en is daarnaast karakteristiek voor De Stationstuinen.

•

Concreet wordt gelaagdheid en verfijning in de gevel bereikt door: • De gevels kennen geen dominante verticale of horizontale geleding zodat de gebouwen niet als heel lang of heel hoog worden ervaren. • Alle zijden worden representatief vormgegeven. Het meest representatieve deel is gericht naar de openbare ruimtes; • Diepte in de gevel door een raamwerk of open structuren. • Buitenruimtes zijn een integraal onderdeel van de architectuur van de gebouwen. Balkons, loggia’s en dakterrassen dragen bij aan de plasticiteit van het gevelbeeld.

• •

•

•

Balkons worden bij voorkeur geïntegreerd, waardoor ze onderdeel uitmaken van het bouwvolume. Inkijk op de balkons vanuit maaiveld moet voorkomen worden, bijvoorbeeld met een mee-ontworpen lage rand van ongeveer 30 centimeter. Uitkragende balkons zijn vanaf de derde bouwlaag toegestaan mits ze onderdeel uitmaken van de architectuur. Ook bij toepassing van balkon geldt het principe van het gevarieerde straatbeeld. Een serie gebouwen met dezelfde behandeling van buitenruimtes en balkon ontkracht variatie en is dus niet wenselijk. In het geval balkons aan een bouwvolume met teruglegging hangen, moet de teruglegging zichtbaar blijven en geldt een minimale afstand van 1 meter van de basisgevel tot de teruglegging. Galerij ontsluitingen binnen een raamwerk zodat lange horizontale lijnen onderbroken worden. In het geval van glazen openingen is het van belang dat de functie van de ruimte erachter hierop aansluit. Dichte gordijnen en kasten voor de ramen moeten voorkomen worden. Juist de relatie tussen binnen en buiten moet versterkt worden. Verbijzonderingen door middel van bruggen of benadrukte entrees, liftschachten en/of zelfs technische ruimten door een andere materialisatie en/ of andere rooilijn. Er is speciale aandacht voor dakranden gebouwbeëindigingen. Deze moeten met zorg gedetailleerd worden. Installaties staan uit het zicht.

De elementen die voor gelaagdheid en verfijning zorgen moeten worden geïntegreerd in de architectuur en mogen een expressieve uitstraling hebben. Op de volgende pagina staan enkele voorbeelden.

4.47 Axonometrie gelaagdheid en verfijning 27

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 5: Gelaagdheid en verfijning

4.49 Open structuur met balkons, enkele grote raampartijen

4.48 Geraamte van balkons; installatie dak uit het zicht en integraal mee-ontworpen

4.50 Verspringende rooilijn, gelaagdheid door houten panelen, verbinding door bruggen in zelfde materialisatie, entree markeren met terugspringende plint

4.51 Tussenruimte verbindt binnen met buiten en nodigt uit tot sociale interactie mogelijk in de vorm van een leefgalerij

4.52 Open structuur met afwisselend ramen, dichte geveldelen, terugliggende entrees en balkons

4.53 Geraamte van balkons met groen rondom bouwvolume

4.54 Arcade, enkele grote raampartijen

4.55 Verbijzondering ter hoogte van entree

4.56 Aandacht voor gebouwbeëindiging

4.57 Spel van bruggetjes en verspringende rooilijnen 28

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 6: Een zichtbaar klimaatbewust gebied van overstekken, pergola’s, zonwering of het op de juiste manier plaatsen van groen rondom de gebouwen zodat de bladeren in de zomer voor een natuurlijke filter voor zonlicht vormen. Het is van groot belang dat deze integraal onderdeel zijn van de architectuur en niet achteraf toegevoegd worden.

De Stationstuinen is zichtbaar klimaatbewust. Groen en blauwe opgaves worden integraal mee-ontworpen in de architectuur. Enkele van de voorgaande genoemde principes dragen al bij aan een prettig klimaat, zoals de setbacks tegen windhinder, groene gevels voor een natuurinclusief gebied, de gelaagdheid tegen directe zoninval en lichte gevels voor een hoge reflectiefactor (albedo). Hieronder is een compacte ambitie wat betreft klimaat beschreven. Voor een uitgebreidere en leidende versie van de uitgangspunten wordt verwezen naar het Ontwikkelkader Stationstuinen.

Natuurinclusief Groene gevels maken onderdeel uit van het palet om natuur inclusief te kunnen bouwen. In ieder plan moet onderzocht worden of en hoe nestplaatsen en voorzieningen getroffen kunnen worden voor mussen, gierzwaluwen, spreeuwen en/of vleermuizen. Maatregelen ten behoeve van natuurinclusiviteit, zoals nestkasten en schuilplekken, zijn integraal onderdeel van de architectuur

Wind Bij het toepassen van hoogte-accenten dient zorgvuldig gekeken te worden dat er geen windhinder optreedt in de omgeving. Met name in gebieden waar veel voetgangers en fietsers komen of entrees liggen moet windhinder zoals van een downwash-effect voorkomen worden. Windhinder moet aantoonbaar gemitigeerd worden door bijvoorbeeld het toepassen van een setback of luifel.

Intensieve groene daken zorgen voor verdamping en verkoeling en isolatie voor een koeler binnenklimaat. In de uitwerking dient voor de groene daken rekening gehouden te worden met voldoende dik pakket van substraat. Ook terugleggingen en balkons krijgen een groene inpassing die bijdraagt aan de biodiversiteit.

Schaduw en verkoeling Voor een goede bezonning van gevels van gebouwen is landelijk de TNO Norm als geaccepteerde methode in gebruik. Het gaat om een samenspel tussen genoeg licht op donkere dagen en genoeg schaduw op warmere dagen. Om een prettige leefomgeving te realiseren en beplanting te voorzien van daglicht, moet er enerzijds voldoende zon, maar ook schaduw vallen op het openbaar gebied. Voor de gebouwen en binnenruimtes geldt dat woningen en voorzieningen tegen directe zoninval beschermd dienen te worden door het toepassen

Wateropvang Het regenwater dat op de bebouwing valt, moet worden vastgehouden, geborgen en vertraagd worden afgevoerd om zo geen wateroverlast te veroorzaken. Manieren om dit vorm te geven zijn bijvoorbeeld retentiedaken, groene daken en wateropslag, in aansluiting op waterberging en infiltratie in de openbare ruimte Duurzame materialen In het gebruik van materiaal komt ook de circulaire ambitie van De Stationstuinen terug. Alle gebouwen zijn duurzaam geconstrueerd. Dit houdt in dat ze natuurinclusief zijn, een beperkte CO2 uitstoot hebben en voor alle gebouwen wordt gevraagd een materiaalpaspoort op te stellen.

4.58 Axonometrie een klimaatbewust gebied 29

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 7: Levendige en toegankelijke plinten Een kernwaarde van De Stationstuinen is het creëren van een levendige, gevarieerde woon- en werkomgeving voor iedereen. Het plan kent een programma van woningen, kantoren, werkruimten, kleinschalige bedrijfsruimtes en winkels, dienstverlening en horeca. De plinten spelen daarin een belangrijke rol. Aantrekkelijke plinten zorgen voor prettige en veilige routes, dragen bij aan de sociale interactie, zicht op de openbare ruimte en levendigheid in het gebied. De vormgeving van de gebouwplinten en entrees vraagt daarom speciale aandacht en zal hier worden toegelicht. De openbare ruimte zal moeten reageren op de inrichting van de overgangszone. De gewenste vormgeving is verschillend per deelgebied. Hierbij speelt de mate van stedelijkheid, dynamiek en multifunctionaliteit een rol. Op de volgende pagina’s worden deze verschillen beschreven. De algemene regels ten aanzien van de plinten zijn als volgt: •

•

•

•

In de gehele Stationstuinen is het van belang dat de plinten en overgangszones integraal onderdeel zijn van de ontwerpopgave. De plinten zijn niet anoniem. Voorzieningen zijn goed zichtbaar, actieve woonruimtes zoals keukens worden aan de voorzijde van de gevels geplaatst. Er wordt gestreefd naar het aantrekken van verschillende doelgroepen. Denk aan de bewoners van de Stationstuinen, maar ook aan voorzieningen voor de Dutch Fresh Port. De voorzieningen hebben bij voorkeur een kleine korrelgrootte. Indien grote korrels noodzakelijk zijn zoals een supermarkt, mogen deze nooit op een hoek worden geplaatst. Op die manier zijn de hoeken met kleine korrels gevuld die de interactie met de openbare ruimte zoeken.

Reuring actieve voorzieningen Ruis overgangsgebied mix aan functies Reuring wonen, werken en buurtvoorzieningen Rust voornamelijk wonen

4.59 Plattegrond plinten

•

•

Bij kleinschalige bedrijvigheid en voorzieningen moet zorgvuldig gekeken naar de benodigde entrees. Voor de werkruimtes wordt gewerkt met openstaande deuren zodat er interacties ontstaat tussen binnen en buiten. Sporadisch zijn segmentdeuren toegestaan voor laden- en lossen. Deze zijn altijd integraal onderdeel van de architectuur en sluiten in maat en schaal aan. Deze segmentdeuren mogen de transparantie van de totale plint niet beïnvloeden. De plint is open waar het kan en dicht waar het moet. Er is alleen een open plint als het ook een functie heeft. Open plinten moeten in alle gevallen een interactie tussen binnen en buiten aangaan. Er moet

4.60 Axonometrie levendige en toegankelijke plinten 30

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 7: Levendige en toegankelijke plinten

•

•

•

hierbij rekening gehouden worden met de spiegeling van de ramen. In het geval een blinde plint noodzakelijk is, moet deze met detail vormgegeven worden zodat een langslopend persoon iets heeft om naar te kijken en zich niet onprettig voelt. De dichte plinten worden dus mee-ontworpen in het geheel en komen niet voor over lange stukken. Het afplakken van ramen is niet toegestaan. Entrees en portieken van de woningen liggen op aansluitend op doorgaande routes en zijn duidelijk afleesbaar in de architectuur door verbijzonderingen in de materialisatie en verdiepingshoogte. Entrees sluiten aan op het maaiveldniveau van de openbare ruimte. Hoogteverschillen ten behoeve van entrees en inritten worden op eigen terrein of binnen de bouwmassa opgelost. Entrees van parkeergarages zijn integraal onderdeel van de architectuur. De entrees bevinden zich op maaiveld en vereiste elementen zoals slagbomen en

4.61 Gedetailleerde dichte gevel, open gevel niet gewenst

4.63 Verbijzondering van de plint

•

•

hellingbanen bevinden zich inpandig. De opening van de entree gaat mee in de ritmiek van de gevel. Voor de levendigheid van de plinten en de relatie met de openbare ruimte is de overgangszone tussen openbaar en privé van belang. Deze overgangszone kan enerzijds worden gecreëerd door middel van gelaagdheid in de architectuur (inkepingen, half-open structuren etc.) of door een groene buffer. Obstakels zoals ongewenste fietsen moeten worden gemeden bij entrees en aan de voorhand integraal worden opgelost in de openbare ruimte en in de bebouwing. Het (fiets)parkeren zal onderdeel worden van de plinten en is verder toegelicht in het laatste hoofdstuk.

4.62 Afwisselende open en dichte geveldelen

4.64 Entree parkeren ingetogen en passend de gevel 31

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 7: Levendige en toegankelijke plinten Reuring: actieve voorzieningen De meest intensieve plinten komen in de Spoorlaan en het Zuideinde. Er is hier sprake van een formele plint tussen de 4 en 4,5 meter hoog. Afwijking tot maximaal 5 meter hoge plint is mogelijk indien het een bouwblok betreft tegen een half verdiepte parkeergarage aan. Daarnaast is het gewenst dat de plint qua vormgeving en/ of materialisatie net anders is dan de rest van de gevel. De plint en het middendeel wijken dus van elkaar af, maar zijn wel familie en passen bij elkaar. De afwijkende vormgeving beslaat maximaal twee verdiepingen. De plint is uitnodigend en heeft dan ook een sterke interactie met de openbare ruimte. De ruimtelijke opzet zorgt bovendien voor toekomstige flexibiliteit, doordat functies makkelijker onderling uitwisselbaar zijn. Kleinschalige stedelijke voorzieningen zoals winkels, dienstverlening, horeca, onderwijs en werkruimte dragen bij aan een levendig straatbeeld. De maatvoering van de plint bevestigt dit. Grote anonieme glazen puien komen niet voor. Elk bouwvolume heeft een karakteristieke oplossing voor de plint. Materialisatie en maat van de plint per bouwvolume dan ook verschillend. Reuring actieve voorzieningen

Ruis: overgangsgebied bedrijvigheid Aan de Nieuwstraat, Koopliedenweg en Gebroken Meeldijk zorgt de invulling van de plinten voor een goede overgang van De Stationstuinen naar de industriële omgeving. De functies in deze plinten zoals kantoren, bedrijven en ateliers vormen een buffer tussen wonen en werken en leveren een waardevolle bijdrage aan het programma van De Stationstuinen. De parallelle Koopliedenweg is een hoofdtoegangsweg tot De Stationstuinen en heeft daarmee een ander karakter dan de Nieuwstraat. Aan de Koopliedenweg is een uitnodigend beeld van belang en is een mix aan voorzieningen gewenst. De plinten zijn open en transparant. Aan de Nieuwstraat hebben de plinten wel een functie maar, mogen de plinten een meer gesloten uitstraling hebben.

4.66 Kleinschalige voorzieningen in de plint met andere materialisering

4.67 Plint met kleinschalige voor-zieningen met verbijzondering van de architectuurstijl

Ruis overgangsgebied mix aan functies

4.65 Plattegrond plinten reuring en ruis

4.68 GEEN open geveldelen met afgeplakte reclame 32

4.69 Entree met glaspui over twee verdiepingen

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 7: Levendige en toegankelijke plinten Reuring: wonen, werken en buurtvoorzieningen Het dagelijks leven van veel bewoners speelt zich af in en rondom het park en groene singel in de wijk. Levendige en aantrekkelijke plinten zorgen hier voor interactie tussen de bebouwing en het groen. Aan de Tuinsingel en het Dakpark zijn naast wonen lokale voorzieningen mogelijk en wenselijk, zoals een kinderdagverblijf of een wasserette of werken aan huis. De architectuur duidt deze voorzieningen en maakt ook een connectie met het park. Ook de woonbebouwing gaat een directe relatie aan met de buitenruimte door woonfuncties op de begane grond, het positioneren van entrees aan de groene ruimte en het voorkomen van dichte plinten. De begane grondwoningen zijn bij voorkeur met een eigen voordeur direct op de openbare ruimte ontsloten. Bergingen en fietsparkeren zijn als onderdeel van de architectuur ontworpen en liggen bij voorkeur niet aan de zijde van de Tuinsingel of het Dakpark. Aan de Tuinsingel en het Dakpark wordt speciale aandacht gevraagd voor de overgang tussen privé en het openbaar gebied. De overgangen van openbaar naar privé zijn vormgeven als onderdeel van de architectuur. Deze overgangszone zorgt voor een stimulans van sociale interactie. Dit kunnen Delftse stoepen en smalle geveltuinen zijn.

Grotere groenvakken worden bij voorkeur beheerd door de gemeente voor een eenduidig en continu beeld.

4.70 Plattegrond plinten reuring

4.72 Kleinschalige voorzieningen zoals een kinderdagverblijf met grote herkenbare entree

4.71 Groenvakken als overgangszone tussen openbaar en privé

4.73 Kleine voorziening op de hoek met open plint 33

4.74 Groenvakken als overgangszone tussen openbaar en privé Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Principe 7: Levendige en toegankelijke plinten Rustige gebieden: voornamelijk wonen In de rustige zones zoals de binnengebieden komt voornamelijk wonen voor, aangevuld met dienstverlenende functies, werken aan huis of andere kleinschalige buurtvoorzieningen. De overgangszone tussen binnen en buiten wordt veel informeler vormgegeven zodat binnengebieden en binnenstraten aanvoelen als collectieve ruimtes. In samenspraak met de gemeente moet een duidelijk scheiding getrokken worden tussen openbaar en privé zodat beheer afspraken helder zijn. Alle bouwblokken hebben woningen of voorzieningen op de begane grond. Dichte plinten met enkel bergingen zijn niet toegestaan. De woningen zijn bij voorkeur met een eigen voordeur direct op de openbare ruimte ontsloten voor extra levendigheid en gevoel van sociale veiligheid. Aangezien de binnengebieden grotendeels autovrij zijn is het belangrijk dat de fietsvoorzieningen goed georganiseerd zijn. Dat vraagt om een goede bereikbaarheid en zichtbaarheid van routes en stallingen, maar tevens ook kwaliteit. Fietsvoorzieningen kunnen bijdragen aan de levendigheid en transparantie van de plint. 4.75 Plattegrond plinten rust

4.76 Zelf in te vullen ruimte voor de voordeur in industriële woonsfeer

4.79 Wonen direct aan het groen

4.77 Weelderige beplanting als overgangszone naar gezamenlijk pad

4.80 Binnengebieden bereikbaar met trappen vanuit de verdiepingen 34

4.78 Veranda als informele overgangszone

4.81 Wonen direct aan het groen met kleine verhoging met plantenbak uitgevoerd in andere materialisatie Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

5. Bijzonder programma In voorgaande hoofdstukken zijn de uitgangspunten voor sfeer en identiteit vastgesteld en vertaald naar ruimtelijke principes. Er zijn echter nog een aantal specificaties van belang voor De Stationstuinen die nog niet eerder genoemd zijn. Innovatie en duurzaamheid en daarbij de mobiliteitsopgave staan centraal en dit heeft ruimtelijke gevolgen. Deze zullen daarom op de hieropvolgende pagina’s worden uiteengezet. Het gaat hierbij om het aanpakken van de energieopgave en het maken van parkeerhubs die ervoor zorgen dat een autoluw gebied ontstaat.

35

Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen

Parkeergebouwen De Stationstuinen wordt een autoluw gebied. Parkeren kan op afstand in een aantal collectieve parkeervoorzieningen. De mobiliteitshub is straks de plek waar mensen letterlijk en figuurlijk thuiskomen en elkaar treffen. Dat thuisgevoel zit in de levendigheid in de plint, de uitstraling van het gebouw en aangename looproutes en stijggroepen. De mobiliteitshubs zijn bij uitstek plekken waar de identiteit van de Stationstuinen, tussen het dorpse Barendrecht en de innovatieve Dutch Fresh Port, expliciet tot uitdrukking kunnen worden gebracht. Er zijn twee soorten parkeergebouwen: • De herkenbare parkeergebouwen De parkeergebouwen aan de Spoorlaan en bij het station krijgen een herkenbare vormgeving en worden met voorzieningen gecombineerd door het belang van deze plekken als entrée. Een actieve plint is daarbij van belang en ook het dak biedt mogelijkheden. • De geïntegreerde parkeergebouwen De overige parkeergebouwen bevinden zich aan de randen. Deze gebouwen worden geïntegreerd in de straatwanden en voorzien van een kwalitatieve gevel. Aandacht wordt hierbij gevraagd voor geluidsoverlast naar de directe omgeving. Gevels zullen om die reden veelal gesloten moeten zijn. Hiermee ontstaat de kans om deze gevels sterk te vergroenen. De parkeergebouwen moeten in maat, schaal en vormgeving aansluiten op de andere gebouwen in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13592991/1