B01 Ontwikkelkader De Stationstuinen
Tekst van het document
In de beginfase (voorafgaand aan het onherroepelijk worden van het Omgevingsplan) ligt dat genuanceerder, gezien het feit dat er dan nog onzekerheid is of het project doorgaat. Deze onzekerheid wordt gedurende het traject tot aan onherroepelijk Omgevingsplan steeds kleiner. Om die reden kan op vooraf gedefinieerde momenten gedeeltelijke betaling van de reeds gemaakte publieke plankosten plaatsvinden. Behoudens afwijkende afspraken betreft het de volgende momenten: • •
Bij het ondertekenen van de anterieure overeenkomst: 30% van de dan gemaakte plankosten Bij een onherroepelijk omgevingsplan: 100% van de dan gemaakte plankosten 73
De gemeente financiert dus een deel van de plankosten voor. En op het moment van een onherroepelijk Omgevingsplan krijgt de gemeente alle tot dan toe gemaakte plankosten betaald.
Openbaar parkeren Voor de realisatie van de parkeervoorzieningen hanteert de gemeente een afkoopvergoeding op basis van de “maatgevende parkeerbehoefte na reducties” minus het aantal private parkeerplaatsen. Middels de “rekenmodule” wordt voor het te realiseren programma het totaal aantal benodigde plekken bepaald op basis van de parkeernormen per functie (zie paragraaf 3.3) met correcties voor de inzet van deelauto’s, het aantal private parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd en dubbelgebruik. Uitgangspunt hierbij is dat minimaal 15% en maximaal 30% van de maatgevende parkeerbehoefte wordt gerealiseerd binnen de bouwblokken. Verder is er ruimte voor maximaal 125 deelauto’s voor het gehele gebied. Voor de gebruikers van de openbare parkeervoorzieningen zal een eenduidig parkeerregime gelden. Ontwikkelaars hebben de vrijheid de parkeervoorzieningen binnen de bouwblokken te verkopen aan derden (bewoners, bedrijven of voorzieningen), mits deze plekken niet openbaar toegankelijk zijn, zoals in lijn met de verdeling zoals genoemd in paragraaf 3.3. De plekken tellen in dat geval niet mee in de parameters voor dubbelgebruik. Om de maatgevende parkeerbehoefte na reducties te realiseren is een bijdrage noodzakelijk van ontwikkelaars in de onrendabele investering.
De bijdrage per parkeerplek wordt bepaald op basis van de stichtingskosten voor de gebouwde parkeervoorziening en het verwerven van de ProRail parkeerplaatsen op het parkeerdek minus de marktwaarde van openbare parkeerplaatsen in het Exploitatiegebied. Op het moment dat gemeente de verplichting aangaat voor realisatie van de parkeervoorzieningen, ontstaat bij de ontwikkelaar een betalingsverplichting voor alle parkeerplaatsen die ten behoeve van Programma van de ontwikkelaar worden gerealiseerd. De gemeente wil voorkomen dat de kosten van het parkeren voor de sociale woningbouw worden afgewenteld op de sociale huur. Dat betekent dat de bijdrage per parkeerplaats die wordt toegekend aan de sociale huur, door de gemeente wordt vergoed. Openbaar gebied De kosten voor woonrijp maken worden naar rato van grondwaarde in rekening gebracht. Het moment van facturatie is bij de start van de bouw van het/de bijbehorende Deelgebied/-en. Hoofdinfrastructuur De komende periode wordt de impact van De Stationstuinen op de omliggende infrastructuur verder uitgewerkt. Daarbij wordt tevens gekeken naar nut en noodzaak, fasering en investering. Naar verwachting wordt de ontsluiting aan de Ziedewij/Boezemweg als eerste aangelegd. De facturatie sluit zoveel mogelijk aan op het moment waarop de kosten worden gemaakt.
De betaling volgt op het moment dat de verplichting voor deze kosten wordt aangegaan, derhalve bij de gunning aan de aannemer. Inzake de aanpassingen aan de omliggende hoofdinfrastructuur is er nog onzekerheid over de benodigde maatregelen. Op dit moment wordt er van uit gegaan dat binnen drie jaar na het vaststellen van het omgevingsplan de eerste aanpassingen moeten worden gerealiseerd. Tot die tijd is er een bedrag gereserveerd als grondslag voor kostenverhaal. Mocht deze hoofdinfrastructuur er uiteindelijk niet komen, dan zullen de hiertoe verhaalde kosten worden verrekend met de desbetreffende ontwikkelaar. 74
75
Bijlagen en onderbouwing Voor de totstandkoming van dit Ontwikkelkader is meermaals geleund op adviezen van deskundige bureaus en bestaande beleidskaders. Hieronder volgt een opsomming van bijlagen, relevante beleidskaders en onderzoeken die op aanvraag beschikbaar zijn.
Bijlagen 1. Drie kernwaarden voor de ontwikkeling van De Stationstuinen 2. Het kwalitatief Plan van Eisen (dit document wordt apart meegezonden met dit Ontwikkelkader) 3. Speelbeleid van de gemeente Barendrecht: Speelruimte plan 2010 2020 (dit document wordt apart meegezonden met dit Ontwikkelkader) 4. Plaatsingscriteria ondergrondse containers BAR Gemeenten (bijlage)
Relevante beleidskaders 1. 2. 3. 4.
Verordening middeldure huur Barendrecht Verordening woonruimtebemiddeling Vigerende prestatieafspraken met woningcorporaties Convenant Klimaatadaptief Bouwen
Onderzoeken en documenten op aanvraag beschikbaar 1. 2. 3. 4. 5.
Programma De Stationstuinen – Stec Groep Gezondheid in de openbare ruimte – PosadMaxwan Mobiliteitsonderzoeken – Goudappel Coffeng, Spark Rekentool Parkeren (o.b.v. Intentieafspraken) Onderzoek naar energiesysteem – Urban Reality
76
Bijlage 1: Drie kernwaarden voor de ontwikkeling van De Stationstuinen Het is een hele uitdaging om De Stationstuinen te transformeren naar een gemengd woon- en werkgebied en om de belofte van interactie en innovatie hierbij waar te maken. De ontwikkeling zal niet over één nacht ijs gaan en gaandeweg zullen de omstandigheden veranderen en onvoorspelbaar blijken. Het ontwikkelkader moet robuust zijn en op basis hiervan moeten gemeente en ontwikkelaars koers kunnen houden, wat er ook gebeurt. De gemeente introduceert daarom drie leidende principes die voor nu en de toekomst de focus zijn voor de ontwikkelingen in De Stationstuinen. Gezond bereikbaar Gezond bereikbaar is een belangrijk uitgangspunt. Met de ligging tegen het treinstation en het busstation aan kunnen we hier ook daadwerkelijk voorrang geven aan het openbaar vervoer. Het station is een goed overstappunt naar de bus en andere vervoersmiddelen, zoals de fiets en te voet. Deze gezonde mobiliteitsvormen bevorderen de gezondheid, verminderen de uitstoot van fijnstof en creëren minder geluidshinder. Daarnaast nemen deze typen vervoer minder ruimte in, zodat er plaats is voor extra groen en recreatieruimte, woningen en werkplekken. Natuurlijk zijn sommige mensen afhankelijk van de auto. Daarom krijgt deze een bescheiden plek in De Stationstuinen. In combinatie met deelmobiliteit.
Zo zijn er ook minder parkeerplaatsen nodig. Er komt een fijnmazige groene fiets- en wandelstructuur die naadloos aansluit op het station en het omliggende buitengebied, richting Rotterdam, Ridderkerk, Heerjansdam en verder. Hierdoor wordt het voor bewoners vanzelfsprekend om met het openbaar vervoer, te voet of op de fiets naar hun bestemming te gaan. De Stationstuinen wordt een autoluw gebied. Parkeren kan op afstand in collectieve parkeervoorzieningen. Het vracht- en wegverkeer van Dutch Fresh Port scheiden we zoveel mogelijk van bestemmingsverkeer. Mobiliteit en mobiliteitsvormen zijn volop in ontwikkeling. Gedurende de realisatie van De Stationstuinen wordt hierop ingespeeld. Bereikbaarheid is een basisbehoefte. Iedereen wil makkelijk en zonder oponthoud zijn woning, werk of recreatieplek kunnen bereiken. De manier van verplaatsen heeft invloed op de omgeving en dat vraagt constant aandacht in deze ontwikkeling. Groen en bewust De gemeente zet in op groen en bewust omgaan met de omgeving. Zij wil samen met de stakeholders binnen De Stationstuinen werken aan een leefbaar en duurzaam woon en- werkgebied voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Nu en in de toekomst. Hierbij is aandacht voor het terugdringen van energiegebruik/-behoefte, energieneutraliteit en circulariteit. Daarbij is klimaatbestendigheid een belangrijk aandachtspunt.
Er moet steeds beter ingespeeld worden op klimaatontwikkelingen en het gebied moet dus klaar zijn voor hevige regenbuien en perioden van droogte. De buitenruimte speelt hierin een belangrijke rol, maar mogelijk zal ook de bebouwing hiervoor ingezet moeten worden. Het groenblauwe raamwerk van De Stationstuinen vormt de basis voor de groene ambitie. Het is een aaneenschakeling van verschillende soorten groene (openbare en privé) buitenruimten, allen met een eigen karakter. Het groen is aanwezig in alle hoeken van het gebied, maakt de wijk klimaatbestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Iedereen woont in, op, of aan een ‘tuin’, openbaar of privé. Elke groene ruimte levert op eigen wijze een bijdrage aan het leefklimaat. Dit groene karakter sluit aan op de bestaande wijken van Barendrecht en legt de verbinding tussen dorp en buitengebied. In de buitenruimte en in de bebouwing is aandacht voor natuurinclusiviteit. 77
Plek voor iedereen De Stationstuinen is een plek voor iedereen. Er komt een grote variatie aan functies, voorzieningen, bedrijven en woontypologieën die dit met recht een gemengd gebied maken. Hier wordt invulling gegeven aan de grote vraag naar betaalbare huur- en koopwoningen voor Barendrecht en de regio en achterliggende vraagstukken, zoals de behoefte aan doorstroming, de grote stijging van het aantal eenpersoonshuishoudens, vergrijzing en toenemende eenzaamheid. De Stationstuinen biedt ook ruimte voor breed ondernemerschap. Van startups tot gevestigde bedrijven en kennis- en opleidingsinstituten op het gebied van voedsel en gezondheid. Ook voor bouwstenen van Dutch Fresh Port die hier een plek krijgen. Dit wordt een gebied met een stedelijke dichtheid en stedelijke functies, waarin ook de kwaliteiten van het dorp terugkomen; volop groen, vriendelijke architectuur en ruimte voor een sterke sociale cohesie.
Visualisatie kernwaarden
78
Bijlage 2: kwalitatief Plan van Eisen Het kPvE is een te grote bijlage om in te voegen in dit document. Daarom wordt het kPvE apart meegezonden met het Ontwikkelkader.
Bijlage 3: Speelruimteplan 2010 2020 Het speelplanbeleid van de gemeente Barendrecht is een te grote bijlage om in te voegen in dit document. Daarom wordt het Speelruimteplan 2010 2020 apart meegezonden met het Ontwikkelkader.
79
Bijlage 4: Plaatsingscriteria ondergrondse containers BAR Gemeenten
Plaatsingscriteria ondergrondse containers BAR Gemeenten De volgende criteria zijn bepalend voor het beoordelen van een locatie op zijn geschiktheid voor het plaatsen van een ondergrondse containers. Het betreft hier richtlijnen: indien er in sommige gevallen concessies moeten worden gedaan om in niet optimale situaties toch een verzamelcontainer te kunnen plaatsen, kan het college besluiten om hiervan af te wijken.
1. Aansluitingen Voor het aantal huishoudens dat is aangesloten per verzamelcontainer worden de volgende aantallen huishoudens aangehouden: 1.1 1.2
1.3
Het aantal huishoudens dat is aangesloten op containers voor PMD + REST afval gemiddeld 40 per verzamelcontainer. Het aantal huishoudens dat is aangesloten op containers voor GFT is gemiddeld 30 per container. Inzamelvoorzieningen voor GFT hebben gemiddeld 30 huishoudens aangesloten per verzamelcontainer Het aantal huishoudens dat is aangesloten op containers voor oud papier en karton is gemiddeld 80 per container.
2. Loopafstand De loopafstand per perceel naar een verzamelcontainer moet zo klein mogelijk zijn. De streefwaarden betreffen richtlijnen; indien er binnen de genoemde afstand geen mogelijkheid is om een locatie aan te wijzen, kan het college besluiten hier van af te wijken. Voor de verschillende gemeenten en type percelen gelden de volgende streefwaarden voor de verzamelcontainers voor PMD + REST afval, GFT en oud papier en karton:
2a. De loopafstand tussen een perceel en verzamelcontainer is maximaal 125 meter (Barendrecht) 2b. De loopafstand tussen een perceel en verzamelcontainer is maximaal 125 meter (Albrandswaard) 2c. De loopafstand tussen een perceel en een verzamelcontainer is maximaal 200 meter (Ridderkerk)
3. Bereikbaarheid en toegankelijkheid 3.1
3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
De afstand van de inzamelvoorziening tot aan de gevel van de woning bedraagt minimaal 3 meter en bevindt zich niet recht voor een deur, onder een raam of een balkon. De gemeente kan in bijzondere situaties hiervan afwijken. De inzamelvoorziening wordt bij voorkeur langs een natuurlijke aanlooproute geplaatst. De inzamelvoorziening wordt zodanig geplaatst dat de doorloop op het trottoir voor voetgangers, kinderwagens en minder validen niet wordt belemmerd. Minimale doorloop langs de inzamelvoorziening is 1,50 meter. De inzamelvoorziening wordt in beginsel niet direct naast een speelplaats geplaatst. Het plaatsen in hoogteverschillen (flauwe taluds) wordt zo veel mogelijk voorkomen. De ondergrondse verzamelcontainer worden bij voorkeur op de huidige afvalaanbiedplaatsen gerealiseerd. Verzamelcontainers voor grondstoffen worden bij voorkeur bij elkaar geplaatst, in de vorm van zogenaamde milieuparkjes.
4. Doelmatig gebruik openbare ruimte en beperken overlast 80
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Verleggen van kabels en leidingen moet tot een absoluut minimum beperkt worden. Kabels, leidingen en rioleringen kunnen een locatie ongeschikt maken. De locatie is zodanig gesitueerd dat er zo min mogelijk graafwerkzaamheden nodig zijn in vervuilde grond. In geval twee containers nodig zijn gaat de voorkeur uit naar één locatie met twee containers in plaats van een extra locatie. Er worden in principe geen bomen gekapt en trekwortels afgehakt bij de plaatsing van een nieuwe inzamelvoorziening. Het aanwijzen van locaties die ten koste gaan van parkeerplaatsen zullen tot een minimum worden beperkt. De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat sociale controle op het gebruik van de voorziening mogelijk is.
5. Lediging 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Lediging dient te kunnen geschieden zonder dat de container daarbij over geparkeerde auto’s en vrij liggende fietspaden heen hoeft te worden getild. De inzamelwagen dient genoeg ruimte te hebben om de container veilig te bereiken en te ledigen, zowel in het horizontale als in het verticale vlak. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met groen en de aanwezigheid van bomen in verband met de lediging, zowel wat betreft het aanwezige wortelpakket als met de kruin. Het achteruit rijden van de inzamelwagen om een container te bereiken dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. In situaties waarbij het plaatsen van een ondergrondse container niet mogelijk is kan (tijdelijk) een bovengrondse dan wel semi-ondergrondse voorziening met een toegangssysteem worden geplaatst. Deze bovengrondse voorziening wordt zo geplaatst dat het geen gevaarlijk oplevert voor het verkeer.
Verkeer en veiligheid 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Containers worden zodanig geplaatst dat er bij lediging minimale verkeershinder en oponthoud ontstaat. De inzamelvoorziening ligt niet aan een drukke doorgaande weg. Er worden geen locaties aangewezen op hoeken van drukke verkeerskruisingen (hoofdnetten voor OV- en autoverkeer) of waar meerdere verkeersstromen bij elkaar komen. De inzamelvoorziening bevindt zich niet naast of 20 meter voor een bushalte of naast een busbaan. De inzamelcontainers moeten ten minste 5 meter verwijderd blijven van een voetgangers- of fietsoversteekplaats (VOP of FOP). De inzamelvoorziening is zodanig gesitueerd dat gebruikers die wonen aan een drukke doorgaande weg zo weinig mogelijk hoeven over te steken om hun afval aan te bieden.
81