CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B01 Ontwikkelkader De Stationstuinen

Oriënterende commissie Ruimte 4 april 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Proces gebiedsontwikkeling De Stationstuinen30.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Iedere vorm van beplanting heeft haar eigen lichtbehoefte om te kunnen groeien en bloeien. De lichtbehoefte van beplanting kan via een digitaal model voor onderzoek van de gevels eenvoudig worden bepaald, Daarbij is zon in de buitenruimte ook essentieel voor een prettige ruimte met een goed omgevingsklimaat.

Belangrijk is om ook hittestress in de gaten te houden, Het is steeds vaker lang warm en dat betekent dat bepaalde gevels en delen van de buitenruimte oververhit raken. Ter voorkoming van oververhitting kan een eis worden gesteld aan TOjuli waarde. Dit getal geeft de koude-behoefte aan. Het kan nodig zijn om met de bezonningsstudie ook te onderzoeken hoe bijvoorbeeld gevels op het zuiden in de zomermaanden van voldoende schaduw worden voorzien. Maar ook hoe schaduw in de buitenruimte beschikbaar blijft. Bezonning gaat dus om voldoende zon en daglicht, maar ook over

het niet teveel hebben ervan Beeldkwallteitsplon

De gemeente stelt een beeldkwaliteitsplan op voor toetsing van de gebouwde omgeving. Hierin staat wat de minimale kwaliteit is, geïllustreerd met voorbeelden ter inspiratie. De welstandcommissie en/of het Kwaliteitsteam gebruikt het beeldkwaliteitsplan onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)en/of het Kwaliteitsteam onder de Omgevingswet In de volgende paragraaf worden de stedenbouwkundige volumes alvast meegenomen. Overige beeldkwaliteitsaspecten, waaronder materiaal en architectuur, komen in het Beeldkwaliteitsplan dat zal worden vastgesteld met het bestemmingsplan.

3.2.7 Stedenbouwkundige volumes Om de dorpse identiteit van De Stationstuinen te waarborgen, stelt het Ontwikkelkader eisen aan de stedenbouwkundige opbouw. Dit voorkomt dat er teveel uniforme bebouwing ontstaat, wat een meer stedelijke uitstraling heeft. Sturing op basishoogte van de bebouwing, toepassing van setbacks, verhoging en verlaging van de basishoogte, rooilijnen en stedenbouwkundige accenten, creëert een zo divers mogelijke wijk met toch een bepaalde mate van eenheid. Dezestedenbouwkundige regels

zijn op hoofdlijnen en zullenworden uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan,alstoetsingskader, Hieronder volgen de belangrijkste aspecten.

1

i”) 3

25 J 1 rB'k L 'l 11 BARENDRECHT

l

i

Baslshoogte

De Stationstuinen kent een basishoogte van 3-6 bouwlagen. De 3 bouwlagen worden toegepast aan het dakpark. Circa 4-5 bouwlagen zijn standaard voor de binnengebieden van de ontwikkelvelden en de smalle delen van de Tuinsingel. Aan de Gebroken Meeldijk is de basisvastgelegd op 5 bouwlagen De Spoorlaan en de randen aan grote openbare ruimten, kennen tot slot een basishoogte van 6

1

bouwlagen,

f

r

1

FIguur5: stedenbouwkundIgevolumes.baslshoogte

StedenbOUWkundIge accenten

Door het plan zijn diverse stedenbouwkundige accenten mogelijk, zowel in de rooilijn aIs door middel setbacks op de bovenste lagen. Dezeaccenten variëren van circa 8 tot 15 bouwlagen. Hoe hoger, hoe minder frequent deze accenten voorkomen. De accenten tot circa 15 bouwlagen zijn ten minste vastgelegd op twee punten aan het Stationsplein. Optoppingen

Het is incidenteel mogelijk om te variëren binnen de basislagen. Hiermee ontstaat dynamiek in de bouwblokken en worden monotone bouwblokken voorkomen. De regels voor optopping worden opgesteld in het nog vast te stellen Beeldkwaliteïtsplan.

In De Stationstuinen hebben plinten doorgaans een hogere basishoogte dan de andere bouwlagen (ca. 4 meter). Binnen deze plinten kan een diversiteit aan functies voorkomen. De hogere basishoogte zorgt voor toekomstige flexibiliteit, doordat functies makkelijker onderling uitwisselbaar wordt

11,

1 [

Levendige plinten

/,'LI( eldlrl}

1

1 1

UI

26 o

z

BARENDRECHT

[

zijn. Levendigheid kan bereikt worden door in- en uitgangen (ook voordeuren aan de straat), etalages, transparantie in de gevel zodat je kunt zien wat er binnen gebeurd, etc. In de bijlage staat aangegeven op welke plekken we (globaal) welke functies voorstellen,

Samenvatting Ruimtelijke kwaIIteIt

Het kPvEis leidend voor alle buitenruimten in het gebied (privé dan wel openbaar) Openbaar gebied, openbare en private r uimte Bij ondergrondse infrastructuur in de openbare ruimte geldt een minimale profielbreedte van 16 meter. De gemeente bepaalt de begrenzing van de hoofdstructuur van de Openbare ruimte aan de hand van het ruimtelijk casco. De gemeente bepaalt de

Advies

Advies Randvoorwaarde

begrenzing van de openbare ruimte binnen de ontwikkelvelden na toetsing aan het Ontwikkelkader aan de hand van de stedenbouwkundige plannen rnasDunten r m tp ke kn

teit

Voldoende ruimte voor spelen en verblijf Ontwikkelaars zijn, indien nodig, verantwoordelijk voor het realiseren van speelplekken in private buitenruimte. Het speelbeleid van Barendrecht (bijlage

Randvoorwaarde Randvoorwaarde

3) is hiervoor leidend

Voldoende ruimte voor stallen van fietsen in de bouwblokken Rekeninghouden met de plaatsing en bereikbaarheid van ondergronds containers. Het afvalbeleïd van de BARgemeenten (bijlage 4) is hiervoor

Randvoorwaarde Randvoorwaarde

leidend

Randvoorwaarde

I

Verbliyfskwoliteit

Bij gebouwen van 30+ meter windhinderonderzoek (laten) uitvoeren Bij gebouwen van 20 tot 30 meter windhinderonderzoek (laten) uitvoeren

Randvoorwaarde

Bezonningsonderzoek, voldoende bezonning Geen oververhitting

Advies Advies

Advies

StedenbOUWkundIge volumes

De hoogtes, bouwlagen en plinten als genoemd in deze paragraaf

Advies

1

1

i”1 3

27 L '. 11 BARENDRECHT

1 1 1

3.3 Mobiliteit Door de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer (NS-station Barendrecht) en hoogstedelijke dichtheid, gaat de verkeersstructuur binnen De Stationstuinen uit van beperkt autobezit en-gebruik. Bereikbaarheid van alle functies met verschillende type vervoersmiddelen staat uiteraard bovenaan

1

Uitgangspunten uit de Gebiedsvisie zijn: •

•

•

•

•

1

Eengoede ontsluiting (te voet, per fiets of per auto) is noodzakelijk waarbij rekening wordt gehouden met de verkeersstromen van zittende ondernemers (o.a, in BT-Oost),met Nieuw Reijerwaard en Dutch FreshPort;

Goede aansluiting voor voetgangers op de padenstructuur van het spoorpark en de wijken daarachter; Geen doorgaande autoroutes in het Plangebied om sluipverkeer te voorkomen; Gebruik maken van bestaande wegen, zoals de Spoorlaan, Gebroken Meeldijk en Zuideinde voor ontsluiting van het Plangebied. Vanaf deze wegen is het Plangebied met korte inprikkers

goed bereikbaar, terwijl er tegelijkertijd volop ruimte is voor een groene gezonde

•

Barendrecht Centrum is voor de auto bereikbaar via de Boezemweg en Dierensteinweg. Fietserskunnen de kortere route via de Gebroken Meeldijk gebruiken. Die sluit aan op de snelfietsroute F15.Deze opzet van het verkeersysteem sluit aan op de wegenstructuur van heel Barendrecht Centrum en Carnisselande;

[

De Gebroken Meeldijk tussen de Ziedewij en het treinstation wordt in de toekomst vrijgemaakt van vrachtverkeer;

•

•

[

r

leefomgeving; •

r r

Fietsersen voetgangers worden maximaal gefaciliteerd met doorgaande en aantrekkelijke routes in het geb}ed dat goed wordt verbonden met routes in de omgeving;

1

Alle functies zijn goed bereikbaar voor hulpdiensten en bevoorradend verkeer; In de overgangsperiode worden de nieuwe en bestaande verkeerstromen zorgvuldig op elkaar afgestemd.

Mobiliteit is een onderwerp dat een sterke invloed heeft op het functioneren van het gebied. Onderdeel van mobiliteit zijn de aard, omvang en ligging van de parkeervoorzieningen. Dezeworden door de gemeente gerealiseerd. Vanwege het belang van dit onderdeel werkt de gemeente de concrete aanpak hiervan samen met de initiatiefnemers in het gebied uit in het Planvan Aanpak Mobiliteit.

1 f

In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaanop diverse thema’s, die de mobiliteitsaanpak bepalen. De ontwikkelaars moeten hier rekening mee houden in hun planvorming

3.3.1 Het STOMP-principe Om recht te doen aan de bovenstaande uitgangspunten uit de Gebiedsvisiewordt het STOMPprincipe gebruikt bij de ontwikkeling van De Stationstuinen. Dat betekent dat het verkeer binnen het gebied gestuurd wordt op prioriteit voor langzaamverkeer. Het STOMP-principekomt met een duidelijke hiërarchie tussen verschillende modaliteiten •

•

•

•

•

Stappen (voetgangers)

1 L

Trappen (fietsers) Openbaar vervoer Mobility as a Service (deelmobiliteit)

Privé-auto

28

1

Stappen

De Stationstuinen wordt ontworpen voor de voetganger. Aaneengeschakeldaantrekkelijk Openbaar gebied dat verleidt tot verblijf en doorkruist wordt door prettige en bovenal logische looproutes. Het hart van het gebied (het Stationsplein en een deel van Spoorlaan) is shared space. Een voetgangerszone waar de fiets te gast is en gemotoriseerd verkeer bij uitzondering aanwezigis. Wandelroutes lopen zoveel mogelijk langs gebouwplinten en in groene zones. Op andere plekken worden de wandelroutes omgeven door groen en water, bijvoorbeeld door het groene park aan weerszijden van de Spoorlaan en op het dak van de spoortunnel. Goede en veilige verbindingen tussen de verschillende Deelgebieden vormen de hoofdwandelstructuur, die in de Deelgebieden zelf vertakken in een bladvormige structuur. Trappen

Na de voetganger staat de fietser centraal. Iedere bewoner en bezoeker heeft zijn fiets binnen

handbereik zonder dat fietsen verspreid over het gebied worden gestald. In overwegend woongebied realiseren ontwikkelaars fietsparkeerplaatsen in de bouwblokken zo veel mogelijk aansluitend op het maaiveld. In gemengd gebied wordt fietsparkeren geïntegreerd in het straatbeeld (zie 3.2), op basis van de functies in de nabije omgeving. Denk aan voldoende mogelijkheden hiervoor bij het station. Er worden nieuwe fietsverbindingen aangelegd en bestaande routes worden verbeterd. De Stationstuinen sluit goed aan op de regionale snelfietsroutes. Vanuit De Stationstuinen ligt er een directe fietsverbinding richting het centrum van Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam. Voor de recreatieve fietser zijn er goede verbindingen die aansluiten op sportpark De Bongerd, Wevershoek, het Waaltje en het Waalbos

(\

9

B

8

L

Stappen

Trappen

\

FIguur 6: voetgangers- en fIetsroutes

i"1.3

29 L r.- 1 L'. 11 BARENDRECHT

1 1 1

Openbaar vervoer

Het station Barendrecht is een aantrekkelijk OV-knooppunt waar reizigers kunnen overstappen van de trein op de bus, fiets of auto. De Stationstuinen liggen volledig op loopafstand van het station. Het gebruik van de trein wordt voor de bewoners en werknemers in het gebied daardoor zeer aantrekkelijk. Daarbij gaan de treinen vanaf december 2021 6 keer per uur per richting rijden en deze frequentie gaat mogelijk over enkele jaren nog verder omhoog.

1 [

Ook per bus is De Stationstuinen goed bereikbaar. Het busstation bij het treinstation biedt een goede verbinding met andere delen van Barendrecht. Daarnaast wordt een goede buslijn voorzien via de Spoorlaanen het Zuideinde richting de Dierensteinweg en Zuidplein. Ook richting bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard en Ridderkerk komt een goede busverbinding. Bij het treinstation ontstaat een aantrekkelijke modaliteitsknoop met aansluiting op de trein en bus, in combinatie met aanbod van deelmobiliteit, fietsen, P+Ren wandelroutes. Hierdoor wordt De Stationstuinen zeer goed

1 [

bereikbaar.

Naast de reguliere busverbindingen wordt voor heel Dutch FreshPort verkend of aanvullende shuttle-voorzieningen of vervoer middels automatische voertuigen in het gebied kunnen worden geïntroduceerd.

r

MobIIIty as a ServIce en de prlvéauto

De Stationstuinen kent een hoogstedelijke dichtheid en wordt een autoluwe wijk. Daarom wordt hier anders naar autobezit en -gebruik gekeken, dan elders in Barendrecht. Dit betekent dat in dit gebied een (voor Barendrecht) lage parkeernorm geldt. Daarnaast komt er geen doorgaande route tussen de Gebroken Meeldijk en het Zuideinde via de Spoorlaan met uitzondering van calamiteitenverkeer en het openbaar vervoer

[

r r 1 1 MAAS/Privé auto

Openbaarvervoer FIguur 7: routes voor OVen deel- en priveauto's

f”1.3

30 BARENDRECHT

r

3.3.2 Parkeerbehoefteen -aanbod Op basisvan het STOMPprincipe is een beperkt autogebruik en –bezit uitgangspunt in De Stationstuinen. Om een hoge kwaliteit te bieden aan het Openbaargebied moet deze ruimte worden benut met groen, water en ruimte voor wandelen en fietsen. Het Openbaar gebied moet dan zo beperkt mogelijk worden gevuld met straat-parkeren. Om dit te bereiken is veel aandacht besteed aan het parkeerconcept voor De Stationstuinen Vanwege efficiënt ruimtegebruik en het beperken van het parkeren van de auto op straat worden de auto’s in De Stationstuinen zo veel mogelijk in collectieve parkeervoorzieningen

•

geparkeerd;

De auto staat daardoor niet in de straat voor de voordeur of op de oprit, Deze ruimte wordt ingericht als groene verblijfsruimte; De collectieve parkeervoorzieningen liggen verspreid in het gebied op korte loopafstand van de functies. Vanaf de woonblokken liggen de parkeervoorzieningen binnen een straal van 200 meter en voor de overige voorzieningen liggen binnen een straal van 250 meter van de parkeerplaatsen. Dezeloopafstanden worden alleen geaccepteerd, wanneer de route

•

•

aantrekkelijk is ingericht

Op kortere loopafstand tot de gebouwen komen servicestroken bedoeld voor laden en

•

lossen en bezorgdiensten.

De parkeerplaatsen in het gebied worden zo veel mogelijk openbaar. Hierdoor is een efficiëntie te behalen in dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Hierdoor is het mogelijk om het

•

aantal te realiseren parkeerplaatsen te beperken •

In het gebied worden diverse vormen van deelmobiliteit aangeboden. Hiermee wordt aan bewoners, bezoekers en werknemers van het gebied een alternatief voor het gebruik van de eigen auto aangeboden.

•

Een lage parkeernorm in combinatie met parkeren in collectieve voorzieningen is alleen realiseerbaar wanneer sprake is van een parkeerregulering. In De Stationstuinen wordt gewerkt met vergunningen voor bewoners en bedrijven en betaald parkeren (onder voorbehoud) voor bezoekers.

•

Vanwege de regulering van het parkeren in De Stationstuinen moet flankerend beleid (bijvoorbeeld vergunningshoudersparkeren of een blauwe zone) worden toegepast op het parkeerdek en de omliggende wijken. Hiermee wordt parkeeroverlast in deze omliggende gebieden voorkomen

•

De openbare parkeervoorzieningen en het aanbod van deelmobiliteit worden door de gemeente onder een gelijk regime geëxploiteerd

Als input voor het parkeerconceptvoor DeStationstuinen zijn onderzoekenuitgevoerd door Goudappel Coffeng en Spark. Deze onderzoeken zijn op aanvraag beschikbaar. Waar van toepassing

wordt verwezen naar deze onderzoeken. Daarbij moet worden vermeld dat het onderzoek van Spark is gebaseerd op nieuwere en recentere inzichten ten aanzien van programma en uitgangspunten. Berekening parkeerbehoefte

De parkeerbehoefte wordt per Deelgebied berekend, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 4. De aanpak voor het berekenen van deze parkeerbehoefte wordt hierna nader toegelicht

1

Vanwege de complexiteit van deze berekeningswijze is een rekentool opgesteld waarmee het aantal parkeerplaatsen kan worden berekend. Op basis van het Programma kan per Deelgebied de parkeerbehoefte worden bepaald, rekening houdend met dubbelgebruik, private parkeerplaatsen en deelmobiliteit. In de rekentool is rekening gehouden met de uitgangspunten zoalsopgenomen in het Ontwikkelkader. Deze rekentool kan gebruikt worden door initiatiefnemers om de haalbaarheidvan

i”1 .3,

31 BARENDRECHT

[

1

1

hun plannen te toetsen, en wordt aan hen ter beschikking gesteld op basisvan intentieafspraken met de gemeente.

1 1

Resultaat: m„tl,„,nd,

Maatgevende parkeerbehoefte

parkeerbttxnfteprivaat 11BUlb .w1

--awd. NL.rb4huN)

1 Parkeerdek NS-statIon

[

FIguur 8. rekensystematiek po rkeeraanbod

Porkeernorm

De parkeernormen voor De Stationstuinen zijn gebaseerd op de Parkeernota Barendrecht 2018 Gezien de uitgangspunten voor het mobiliteitsconcept van De Stationstuinen wordt op een aantal punten afgeweken van de parkeernota. Dezeafwijkingen lichten we in deze paragraaf toe en geven we weer in tabel 5 en 6. Goudappel Coffeng adviseert om De Stationstuinen aan te duiden als een centrumgebied in sterk stedelijk gebied. Hier ligt het volgende aan ten grondslag •

•

•

•

De ligging van het gebied naast het station;

De hoge dichtheid van het bouwprogramma; Het type woningen dat gerealiseerd gaat worden; De opzet met parkeren op afstand.

Het toepassen van de parkeernormen voor centrumgebied wijkt af van de parkeernota, omdat de parkeernota het huidige gebied aanduidt als 'rest bebouwde kom’. In het adviesvan Spark wordt het toepassen van de centrumgebied normen onderschreven. Daarnaast worden ook de volgende afwijkingen ten opzichte van de parkeernota Barendrecht 2018 toegepast op de parkeernormen: •

Bezoekersnorm 0,2: Door de goede OV-bereikbaarheid in combinatie met gereguleerd en betaald parkeren (onder voorbehoud) in de wijk is de ervaring van Spark dat minder bezoekersmet de auto zullen komen. Hierdoor kan een lagere parkeernorm voor bezoekers

[

worden gehanteerd. Dezenorm wordt verlaagd van 0,3 naar 0,2 parkeerplaats voor bezoekers per woning.

i”1.3

32 t rJ Lt -1 l L BARENDRECHT

1

Parkeernorm Campus naar 3.8: De parkeernorm voor de campus in het gebied is gebaseerd op de norm voor een ROC.In deze norm is geen rekening gehouden met gereguleerd parkeren. Gezien de plannen voor De Stationstuinen is de verwachting dat de parkeerbehoefte voor de Campuslager ligt. Daarom is deze norm verlaagd van 4.2 naar 3.8. Parkeernorm voor primair sociale woningen naar 0,7: Uit recent onderzoek naar het autobezit onder huurders van sociale woningen onder de lage aftoppingsgrens, blijkt dat het autobezit op gemIddeld 0,42 personenauto’s per huishouden ligt. In het segment tot de liberalisatiegrens ligt het autobezit significant hoger, namelijk op 0,89. Voor de sociale huurwoningen in De Stationstuinen worden daarom twee parkeernormen gehanteerd. 0,7 parkeerplaats per woning voor sociale huurwoningen tot de lage aftoppingsgrens en 1,1 parkeerplaats per woning voor sociale huurwoningen tot de liberalisatiegrens (beide incl. 0,2

•

•

bezoekersplaatsen) •

•

Parkeernorm voor lage middeldure-huur en -koop naar 0,7: Voor de woonsegmenten lage middeldure-huur en lage middeldure-koop hanteren we dezelfde parkeernormen aIs voor sociale huurwoningen tot de lage aftoppingsgrens, van 0,7 (incl. 0,2 bezoekersplaatsen). Horeca naar 4,0: De horecagelegenheden in De Stationstuinen zuIlen grotendeels gebruikt worden door bewoners, werknemers en andere doelgroepen afkomstig vanuit het gebied zelf. Deze doelgroepen staan al grotendeels in het gebied geparkeerd, of verplaatsen zichzelf lopend of met de fiets naar de horecagelegenheden.Daarom kan voor horeca de minimum norm worden gehanteerd, 4,0 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO.

In onderstaande tabel worden de aangepaste parkeernormen weergegeven die specifiek voor het project De Stationstuinen van toepassing zijn. In deze normen is nog geen rekening gehouden met het toepassen van dubbelgebruik en deelmobiliteit

Parkeernormen woningen De Stationstuinen Woningtype a

Functie i.r.t. parkeernorm

Parkeernorm per woning

1(sociale huur, primair, 55

60m2 )

l huur, etage - bewoners

0,5

huur, etage - bezoekers

0,2

l huur, etage - bewoners

0,9

huur, etage - bezoekers

0,2

Koop/huur, etage - bewoners

0,5

Koop/huur, etage - bezoekers

0,2

Koop/huur, etage - bewoners

1

Koop/huur, etage - bezoekers

0,2

1koop, etage,duur - bewoners

1,1

koop, etage,duur - bezoekers

0, 2

Appartementen (socialehuur. secundair

1 1

65-75 m2 )

Appartementen (lage middeldure huur en lage middeldure koop)

Appartementen (middeldure huur en middeldure koop)

Appartementen/grondgebonden (markt 75-95 m2 , appartementen duur)

i”~ 1.3

33 1 '.- 1 l -, 1 E BARENDRECHT

r. r 1

Appartementen/grondgebonden (markt 95-135 m2 , woningen middel duur)

vrije sector - bewoners

i

vrije sector - bezoekers

Appartementen/grondgebonden (markt >135m2 , woningen duur)

koop, tussen/hoek - bewoners )

Tabel 5: Parkeernormenvoor woonfuncties

Parkeernormen werken en voorzieningen De Stationstuinen Functie

Typering

Parkeernorm per 100m2 BVO

Werken

Commerciëledienstverlening (kantoren zonder

1,4

1

baliefunctie Supermarkt

Buurtsupermarkt

1,9

Horeca

Café/bar/cafetaria

4,0 3,8

=ipus voortgezetonderwijs

Onderwijs (ROC)

3,8

Primair onderwijs en BSO

Onderwijs (KDV)

0,9

Maatschappelijk overig

Gezondheidscentrum

4,8

Cultuur

Filmtheater / Filmhuis

2,6

Sport

o

1,4

Tabel 6: Parkeernormen voor werken en voorzIenIngen

1

Dubbelgebruik von parkeerplaatsen

Het programma van De Stationstuinen bestaat uit wonen, voorzieningen en werken. Als gevolg hiervan zijn verschillende doelgroepen op wisselende momenten in het gebied aanwezig. Bewoners, bezoekersvan bewoners, werknemers, bezoekers van winkels en voorzieningen; iedere doelgroep heeft zijn eigen aanwezigheidsprofiel. Om te voorkomen dat een onnodig grote parkeercapaciteit wordt gerealiseerd, zal dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk zijn. Hierdoor zijn in totaliteit minder parkeerplaatsen nodig. De onderstaande afbeelding illustreert hoe de parkeerbehoefte van verschillende doelgroepen er gedurende een dag uit kan zien (Nb: dit is een fictief voorbeeld).

1

f [

1 F 34 0

2

1BARENDRECHT

1

1 1

Aanwezigheid doelgroepen cumulatief(zwerf plaatsen)

bezoekers

1 Figuur 9: FictIef voorbeeld parkeerbehoefte dIverse doelgroepen

Om dubbelgebruik mogelijk te maken, wordt uitgegaan van aanwezigheidspercentagesvolgens de parkeernota Barendrecht 2018. Daar waar parkeerkencijfers en/of aanwezigheidspercentages ontbreken, baseren we deze op de CROWpublicatie “381 – Toekomstbestendig parkeren, december 2018. In afwijking op de parkeernota Barendrecht 2018 wordt voor de onderwijscampus in De Stationstuinen een afwijkend aanwezigheidspercentagetoegepast:

•

Aanwezigheid Campus in avond 50%: Op de onderwijscampus wordt ook beperkt

avondonderwijs gegeven. De bezetting van het avondonderwijs is lager dan de bezetting van dit gebouw overdag. Spark adviseert voor de campus een aanwezigheidspercentage voor de werkdagavond en de koopavond van 50%, in plaats van 100%voor avondonderwijs zon

m

avonda

d

Eliq31

1E) 1E) 1E) o c%o

"600/on

l Oo%n

1E)1E) 1E)o

""0qol:1

100%n

’ ’ : 0.r); '

60qon

oiE) o0114) a

100tjon

a c ibdi o % n

100%n

60%n

dF•) iE) =io c}on

100tlan

'25qon

' ' :'0qo! ‘

%

o

sporïfunctles blnnenn

100oon

unctles bulten-

’25%n

LJrTi /

100%n

1

'75%n

/verzorgIng ZIekenhUIS patIenten InclUSIef

1 1

l f'íTT:: '40cjon

m1 Too

10%n

10%n

10%n

m'mr2n01 '60%n

'5%n

’60%n

m4 2

1 1

avondn

Hri

wonIngen tnzoekersn kantoor ,’&drIJvenn

nachtn

mrm

•31E3 1E) 0 9bn

’409on iE) ii) iE) iE) C) {}b

n

}o%n

O%n O%n

Tabel 7: AanwezIgheidspercentagesparkeernota Barendrecht

Op basis van het bouwprogramma per Deelgebied wordt het maatgevende moment voor de parkeerdruk bepaald. Voor het totale Plangebiedis het maatgevend moment bepaald op de werkdagavond. Bij het nader uitwerken van de diverse Deelgebieden vindt iedere keer een aparte

!"1.3

35 , [ f. [ [ ’. IL BARENDRECHT

r' l

1

toetsing plaats. Dit betekent dat afhankelijk van het programma het maatgevende moment kan wijzigen. Het toepassen van dubbelgebruik is van toepassing op parkeerplaatsen die openbaar toegankelijk zijn gedurende de gehele dag. Parkeerplaatsen die niet openbaar toegankelijk zijn of exclusiefworden bestemd kunnen niet worden benut voor dubbelgebruik. DeellnobiFitelt Binnen De Stationstuinen diverse vormen van deelmobiliteit aangeboden. Het aanbieden van

deelauto’s, -fietsen, -scooters en bakfietsen biedt voor bewoners en bezoekersvan De Stationstuinen een alternatief voor het gebruik en bezit van een eigen auto. Landelijk worden meerdere pilots gedaan om het autobezit van bewoners in ontwikkelgebieden te verlagen. Goudappel Coffeng adviseert dat maximaal 20%van de parkeervraag in de gehele gebiedsontwikkeling kan worden beïnvloed. Van deze 20% geeft Goudappel aan dat één deelauto vijf privéauto’s kan vervangen. Voor het aandeel sociaalgeldt dat woningcorporaties, mits goed onderbouwd en geborgd, maximaal 40% van hun parkeervraag met deelmobiliteit mogen opvangen. Hierbij blijft het uitgangspunt dat één deetauto vijf privéauto’s kan vervangen. Spark onderschrijft het advies van Goudappel waar het gaat om de uitgangspunten voor de inzet van deelmobiliteit in De Stationstuinen, Daarbij wordt het advies van Spark overgenomen om een maximum van 125 deelauto’s voor het gehele gebied aan te

1

{

houden

Door in te zetten op het aanbieden van deelmobiliteit neemt de vraag naar parkeerplaatsen af. Voor een deel van de bewoners is namelijk, door de combinatie van goed openbaar vervoer, goede fietsvoorzieningen en de aanwezigheid van deelmobiliteit, een goede mix van alternatieven voor een eigen auto beschikbaar. Per in te zetten deelauto kan met een reductie van 4 parkeerplaatsen (1 deelauto vervangt 5 auto’s, voor de deelauto wordt wel een parkeerplaats gerealiseerd) worden

1 /

gerekend.

De beschikbaarheid van deelmobiliteit is een belangrijk onderdeel van het mobiliteitsconcept voor De Stationstuinen. Een continu en voldoende aanbod van deelvoertuigen biedt een aantrekkelijk alternatief. Gezien de omvang van het gebied en de opbouw is het mogelijk om een groot aantal deelvoertuigen aan te bieden. Door vanaf het begin de beschikbaarheid van deelvoertuigen te garanderen en deze in omvang mee te laten groeien met de ontwikkeling is langdurig sprake van passendebeschikbaarheid. Door het aanbieden van deelvoertuigen in verschillende types en vereenvoudiging van de bereikbaarheid zal het gebruik toenemen. Het aanbod bestaat uit diverse soorten auto’s, (bak)fietsen en elektrische scooters. Deelauto’s worden beschikbaar gesteld in de openbare hubs of op straat.

{

J

Vanuit de gemeente wordt het initiatief genomen om deelmobiliteit uit te rollen binnen De Stationstuinen. Op strategisch niveau maken de gemeente en initiatiefnemers in het gebied bij aanvang van de ontwikkeling afspraken over de langjarige beschikbaarheiden exploitatie van deelmobiliteit. Dit wordt vastgelegd in het Plan van Aanpak Mobiliteit. Indien het gebruik van deelmobiliteit anders uitpakt dan heeft de gemeente de mogelijkheid om vooraf verwacht, dan wordt de hiervoor genoemde deelmobiliteitsfactor voor latere ontwikkelfases aan te passen. Voor de inzet van deelmobiliteit gelden de volgende uitgangspunten: •

Er komen maximaal 125 deelauto’s in De Stationstuinen: o

Deelauto’s krijgen een exclusieve parkeerplaats in een mobiliteithub en beperkt op maaiveld;

o

De verdeling van het aantal in te zetten deelauto’s per Deelgebied is naar rato van de maatgevende parkeerbehoefte voor de woningen.

36

L

1 1 1

Per deelauto kan de totale parkeerbehoefte met 4 voertuigen worden verlaagd. Een deelauto kan 5 reguliere auto’s in het gebied vervangen, met een maximum van 20%van de maatgevende parkeerbehoefte voor wonen. Omdat er wel een parkeerplek voor de deelauto

•

moet worden gerealiseerdheeft de inzet van een deelauto effectief een reductievan 4 parkeerplaatsentot gevolg. o

De reductie van het aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt verrekend over de maatgevende parkeerbehoefte openbaar en privaat samen. Hierdoor profiteert de ontwikkelende partij van een lager aantal te realiseren of af te kopen

parkeerplaatsen o

Vanwege het voordeel voor de ontwikkelaars en omdat de ontwikkelkosten voor de gemeente verantwoordelijk is voor de realisatie van de parkeerplaatsen en de exploitatie van de deelauto’s, betalen ontwikkelaars per in te zetten deetauto per deelgebied een financiële bijdrage aan de gemeente, zie ook hoofdstuk 5. Deelauto’s worden op openbare parkeerplaatsen geplaatst. De organisatie van deelmobiliteit voor de hele ontwikkeling wordt door de gemeente systematisch opgepakt. Zo wordt de toegankelijkheid voor de bewoners en het gebruik van deelauto’s vereenvoudigd.

•

Parkeewoorzieningen

De realisatie van parkeervoorzieningen heeft grote impact op de ruimtelijke kwaliteit. Voor het gebied wordt gestreefd naar een autoluw, groen en aantrekkelijk karakter. Dit kan alleen door een groot deel van de parkeerplaatsen te realiseren in collectieve parkeergarages,ook aangeduid als de mobiliteithubs. Vanuit efficiënt ruimtegebruik worden de reeds beschikbare parkeerplaatsen op het parkeerdek benut. In het Openbaar gebied, op maaiveld, worden alleen noodzakelijke parkeerplaatsen gerealiseerd voor mindervaliden, laden en lossen, kiss & ride en als ruimtelijke invulling op locaties waar dit passendis. Dit resulteert in de volgende verdeling in het aanbod van parkeervoorzïeningen: Minimaal 15%en maximaal 30% van de maatgevende parkeerbehoefte worden privaat

•

georganiseerd

Minimaal 60%van het totale parkeeraanbodwordt gerealiseerdin mobiliteithubs en op het

•

stationsdek; Maximaal 15%van het totale parkeeraanbod wordt gerealiseerd op het maaiveld, indien

•

ruimtelijk inpasbaar

Bij de uitwerking van bovenstaande verdeling worden de volgende principes gehanteerd De collectieve parkeervoorzieningen worden ingericht als mobiliteithubs, in deze hubs is ook plaats voor andere modaliteiten zoalsdeelauto’s, deelfietsen etc. In figuur 10 is indicatief de

•

ligging van deze hubs weergegeven. •

•

•

•

Parkerenvoor bezoekerswordt altijd gerealiseerdin de mobiliteithubs of op maaiveld. Beiden worden gerealiseerd in Openbaargebied dat in eigendom blijft of wordt overgedragen aan de gemeente In overleg met de gemeente kan geschoven worden met de positie van de mobiliteithubs. De loopafstand voor bewoners is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De loopafstand voor bewoners van woonblok tot mobiliteithubs mag maximaal 200 meter bedragen Wanneer niet aan de loopafstand kan worden voldaan, moeten oplossingen worden gezocht in de vorm van privaat parkeren onder de bouwblokken. Privaat parkeren als onderdeel van een integraal bouwblok heeft de vorm van een enkellaagse garage met dek of meerlaagse garage. De wijze van stedenbouwkundige

inpassing van het privaat parkeren bepaalt de mate waarin het wel/niet meetelt in de

volumes

i”

13

37 '- l rb 1 L'. ' 1 BARENDRECHT

1 l

1

Parkeerplaatsen binnen de bouwblokken zijn in de basis niet openbaar toegankelijk. Op deze parkeerplaatsen is geen dubbelgebruik mogelijk. Het is mogelijk deze parkeerplaatsen als privé-parkeerplaats gekoppeld te verkopen aan bewoners van (koop)woningen, Het parkeerdek bij het station blijft bestaan voor P+R.De gemeente reguleert in afstemming met NSStations en ProRailde toegang van het parkeerdek, Medegebruik van het dek in de avond en nacht door bewoners van De Stationstuinen wordt daardoor mogelijk. Overdag blijven treinreizigers de primaire gebruikers van de P+R.Reguleringvan de toegang heeft tot gevolg dat op het parkeerdek geen vrij parkeren meer mogelijk is. Voor treinreizigers is parkeren met korting (door de combinatie met een OV-kaart) mogelijk. o Er wordt in de huidige plannen uitgegaan van dubbelgebruik op het parkeerdek in de avond en nacht op maximaal 300 parkeerplaatsen. Dit aantal moet nog nader

•

•

1 1

1

worden afgestemd met NS Stations en ProRail.

Parkeren op maaiveld mag alleen binnen zones die zijn aangeduid op de themakaart op figuur 11, mits dit ruimtelijk goed inpasbaar is (ter beoordeling aan het Kwaliteitsteam) De Ontwikkelvelden bieden ruimte voor laden en lossen op korte afstand van entrees Randvoorwaarde is dat het karakter van het Openbare gebied rondom de woongebouwen autoluw blijft en dat het autogebruik de kwaliteit van het Openbaar gebied niet aantast. Dit moet meegenomen worden in de stedenbouwkundige planuitwerking o in de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan door de ontwikkelaar en het inrichtingsplan door de gemeente wordt verkend of regulering van laden en

•

•

i 1-

lossen middels venstertijden noodzakelijk is

1 {

1 1

t 1

l

[

38 o

z

J

3.3.3 Organisatievan parkeren GereguIeerd parkeren in De Stotionstuinen

Om de vraag van de verschillende doelgroepen naar en het aanbod van parkeerruimte optimaal op elkaar af te stemmen en de juiste parkeerder op de juiste parkeerplaatste laten parkeren is een vorm van parkeerregulering in De Stationstuinen noodzakelijk. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar het effect hiervan op de directe omgeving. De invoering van een uniform parkeerregime direct bij aanvang van de gebiedsontwikkeling geeft duidelijkheid en helpt de ontwikkeling op gang.

Een combinatie van betaald (onder voorbehoud) en vergunning parkeren zorgt voor grip op de parkeeropgave en de gebruikers dragen bij aan de kosten, De parkeerregulering in het gebied draagt bij aan een lager autobezit en is een stimulans voor het gebruik van de fiets, deelmobiliteit en het openbaar vervoer voor bewoners en bezoekers.Het gevolg hiervan is een impuls voor de kwaliteit van de buitenruimte. Het parkeerregime bestaat uit een vergunningensysteem voor bewoners en werknemers in het gebied. Dit vergunningensysteem bestaat uit een parkeerrecht om binnen De Stationstuinen te parkeren. Het streven daarbij is een systeem voor alle openbare parkeerplaatsen,inclusief het parkeerdek. Voor bezoekers zal een regime met betaald parkeren (onder voorbehoud) worden toegepast. De gemeente werkt dit in overleg met de initiatiefnemers verder uit in het Plan van

AanpakMobiliteit. Verankering van de parkeer- en mobiIIteitsoplossing

Het succesvan een autoluw gebied hangt af van goede afspraken over parkeren die zo concreet mogelijk duidelijk zijn bij de ontwikkelaars en de huidige en toekomstige gebruikers van het gebied Dit is van belang voor een duurzaam goede werking van het parkeerconcept. De parkeeroplossing wordt in eerste instantie vastgelegd in de parkeernormen zoalsopgenomen in dit Ontwikkelkader. De uitwerking van de parkeeroplossingen worden opgenomen in de nadere afspraken tussen gemeente en de ontwikkelaar. Hierbij gaat het over de toewijzing van parkeerplaatsen aan specifieke doelgroepen en afspraken over voor welke woningen in aanmerkingkomen voor parkeervergunningen/parkeerrechten in de wijk. Waar mogelijk worden deze afspraken ook vastgelegd in het besluit van de omgevingsvergunning, De aanlegvan privé parkeerplaatsen en het gebruik van openbare parkeerplaatsen wordt ook verankerd in de privaatrechtelijke afspraken met de ontwikkelaar. Hiertoe is veel praktische kennis van de eindsituatie noodzakelijk en dient een praktische parkeerbalans’ te worden opgesteld. Dit is feitelijk een tekening waarop per functie is aangegeven waar iedere doelgroep parkeert.

1 1 1 l

1

De afspraken over het gebruik en onderhoud van de parkeerplaatsen moeten ook bekend zijn bij de kopers en de huurders van een woning of een bedrijfsruimte. In de koop- en huurcontracten moeten daarom voorwaarden worden opgenomen ten aanzien van gebruik, toegankelijkheid en vervreemding. Daarin moet expliciet worden opgenomen dat men, indien eigen parkeervoorzieningen in het gebied voor deze gebruikers zijn voorzien, nooit recht zal hebben op een parkeervergunning in het openbaar gebied (“geen recht op parkeerrecht"). Dezeinformatie moet zo helder en vroegtijdig mogelijk worden opgenomen in de verkoop-/verhuurinformatie en waar nodig verder worden doorgelegd door middel van een kettingbeding in appartementsrechten etc. Idealiter worden de parkeerafspraken in een gezamenlijke memo van gemeente en verkopende/verhurende

partij verwoord. Flonkerend beleId in de openbare ruImte

Parkeren vindt in De Stationstuinen zo veel mogelijk plaats in de daartoe beoogde voorzieningen. Een klein deel daarvan (maximaal 15%)wordt op maaiveld aangelegd. In het gebied wordt parkeren

Í"~]

..3

41 11 BARENDRECHT

1 1 1

verder fysiek onmogelijk gemaakt. Wanneer er 'geknepen’ wordt op de parkeercapaciteit bestaat altijd risico dat gebruikers (bewoners, werknemers, bezoek) uiteindelijk hun auto buiten het gebied gaan parkeren. Voor bewoners is dat vaak de tweede auto. Daarbij bestaat het risico dat de omgeving deze toename niet kan absorberen, waardoor parkeeroverlast ontstaat in bestaande (woon)wijken en op de bedrijventerreinen. Dit is uiteraard ongewenst en past ook niet in een zorgvuldige ruimtelijke ordening. Randvoorwaarde is daarom dat in de omgeving (zeker tot een loopafstand van 500-600 meter van de randen van De Stationstuinen) een vorm van gereguleerd parkeren wordt ingevoerd. Het is daarbij van belang dat deze regulering van maandag t/m zondag geldt, mogelijk zelfs 24 uur per dag. De gemeente werkt dit in overleg met de stakeholders verder uit in het Planvan Aanpak Mobiliteit.

1 }

(

Voor De Stationstuinen wordt uitgegaan van sturende parkeernormen en een optimale inzet van dubbelgebruik. In die zin is het parkeerconcept leidend voor de programmatische invulling. Gebaseerd op onderzoek van Spark worden in dit Ontwikkelkader ten aanzien van de parkeernormen bepaalde aannamesgedaan over de precieze invulling van het programma. Dit geldt met name voor de niet-woonfuncties. Het is van belang dat het gewijzigde bestemmingsplan c.q. omgevingsplan deze maximale planologische invulling zo goed mogelijk in regels zal borgen. Orgonlsotie

1 J 1

en faserlng

Door de parkeeropgave voor De Stationstuinen centraal te organiseren vanuit de gemeente is er overzicht. Dit maakt schaalvoordelen mogelijk. Ook kan de gemeente gedurende de ontwikkelperiode de ontwikkeling van vraag en aanbod monitoren en waar nodig bijsturen. Het is gewenst om voor het gebruik van de parkeervoorzieningen op een gecontroleerde wijze parkeerrechten (abonnementen, vergunningen) toe te kennen en uit te geven.

<

De realisatie en exploitatie van (gebouwde) parkeervoorzieningen is een kostbare aangelegenheid. De gemeente pakt de regie voor de financiering, realisatie en exploitatie van de openbare parkeervoorzieningen. Dit kan enkel met een goed doordachte ontwikkelstrategie, waarbij samenwerking tussen gemeente en ontwikkelaars noodzakelijk is. De gemeente werkt dit in overleg met de initiatiefnemers verder uit in het Planvan Aanpak Mobiliteit. Afkoop parkeernorm en ofkoop Inzet deelmobilltelt De totale voor De Stationstuinen benodigde parkeercapaciteit is op basisvan de geldende parkeernormen op gebiedsniveau berekend. Deze berekening staat niet toe openbare parkeercapaciteit te bestemmen voor exclusief gebruik. Om vraag naar - en aanbod van parkeerruimte optimaal op elkaar af te stemmen wordt de uitgifte van parkeerrechten op gebiedsniveau georganiseerd. Ontwikkelaars kopen in beginsel de realisatie van de maatgevende parkeerbehoefte van hun Programma af bij de gemeente. Vanuit ruimtelijke inpasbaarheid en – kwaliteit, en om bewoners de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van private parkeerplaatsen, moet minimaal 15%en maximaal 30%van de maatgevende parkeerbehoefte aIs private parkeerplaats worden gerealiseerd. Dezeparkeerplaatsen maken integraal onderdeel uit van de bouwblokken. Op deze private parkeerplaatsen is geen dubbelgebruik mogelijk.

Het aantal private parkeerplaatsen dat een ontwikkelaar realiseert wordt verrekend met de maatgevende parkeerbehoefte. Het bezoekersdeel van de parkeernorm van het woonprogramma en de parkeerbehoefte voor werken en voorzieningen moet worden afgekocht, omdat deze parkeerbehoefte per definitie in de openbare parkeervoorzieningen wordt opgevangen.Al dan niet door middel van deelauto’s,

1

1 i 1

1

{

f

L

1 42

i J

Laadvoorzieningen

Elektrisch rijden neemt de komende jaren in omvang toe. Met het stijgende aantal elektrische auto’s op de Nederlandse wegen neemt ook de vraag naar oplaadpunten toe. Voor de realisatie van laadinfrastructuur op parkeerplaatsen bij nieuwbouw zijn eisen vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Bij de ontwikkeling van De Stationstuinen moet hieraan voldaan worden.

Bij woningbouw met een parkeergelegenheid van meer dan tien vakken, in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, moeten bij ieder parkeervak leidingdoorvoeren voor oplaadpunten worden gerealiseerd. Bij gebouwen anders dan een woongebouw moet ten minste één oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste één op de vijf parkeervakken gerealiseerd worden. Bij laadvoorzieningen in gebouwde parkeervoorzieningen dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met het thema externe veiligheid MIndervaliden parkeren

Bij publieke voorzieningen, zoals detailhandel, supermarkten en voorzieningen wordt minimaal 5% van de parkeerplaatsen ingericht als miva-parkeerplaats. Dezeliggen zo dicht mogelijk bij de ingang het gebouw. Voorts dient bij openbare parkeergelegenheden één miva-parkeerplaats per 50

parkeerplaatsenaanwezigte zijn MaatvoerIng parkeren Bij het realiseren van parkeerplaatsen moet worden voldaan aan correcte maatvoering: •

Parkeren op maaiveld:

cl

Langsparkeervakkenzijn minimaal 5,5m lang en minimaal 1,8m (bij voorkeur 2m) breed

a o

Haaksparkeervakkenzijn minimaal 5m lang en 2,Sm breed. Het minimale profiel voor in- en uitrijden (incl. het parkeervak) bedraagt 10,5m Mindervaliden parkeerplaatsen zijn bij voorkeur tenminste 3,Sm breed om de gebruiker in staat te stellen een rolstoel naast de auto te kunnen gebruiken.

Gebouwde parkeervoorzieningen. Voor parkeerplaatsen in privé gebouwde parkeervoorzieningen gelden de in de NEN2443 'Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages’ opgenomen maatvoeringen Fletsparkeren

Voor het stallen van fietsen gebruiken we de Leidraad fietsparkeren 2010 van het CROW,de normen voor centrumgebieden als uitgangspunt. Nabij de woningen dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met een groter ruimtegebruik dan voorgeschreven in het bouwbesluit. Ook de toegankelijkheid en sociale veiligheid van bergingen en stallingen dient veel aandacht te krijgen om het fietsgebruik zo aantrekkelijk mogelijk te maken. !

3.3.4 Ontsluitingsstructuur

1

1 1 i' 1

De herontwikkeling van het gebied zorgt voor een verandering van autoverkeersstromen in en rond het gebied. In het Plangebied komt een nieuwe wegenstructuur (zie ook figuur 6 en 7), de verbinding tussen de Spoorlaan en de Donk komt daarmee te vervallen voor autoverkeer. Hierdoor valt het (vracht)verkeer tussen de bedrijventerreinen Dierenstein en BT-Oostvia De Stationstuinen weg. Dit is beter voor de verkeersveiligheid in De Stationstuinen en zorgt er voor dat het binnen De Stationstuinen aantrekkelijker is om te fietsen of wandelen. Het P+R-terrein op het stationsdek blijft binnen de nieuwe structuur toegankelijk vanaf het Zuideinde en de westzijde van het station. Doorgaand verkeer via het parkeerdek wordt voorkomen door toegangsregulering op het parkeerdek

f'~ 1..3

43

1 f De Deelgebiedenvan De Stationstuinen zijn per auto te bereiken via de Dierensteinweg, Veren Ambachtseweg en Tuindersweg. De Gebroken Meeldijk, Spoorlaan en Zuideinde/Donk fungeren daarbij als toegangswegen vanaf de rondweg van Barendrecht naar het gebied. Autoverkeer van en naar De Stationstuinen richting andere wijken in Barendrecht maakt gebruik van de Rondweg. Dit is vergelijkbaar met de gehele wegenstructuur van Barendrecht. Op de verbinding tussen De Stationstuinen en het centrum van Barendrecht is de reistijd per fiets of per auto vergelijkbaar. Ook de verkeersintensiteit in- en rond het gebied verandert met de komst van De Stationstuinen. Er ontstaat en verandering van vrachtverkeer naar personenverkeer en ook de spitsstromen gaan veranderen. Dit heeft impact op de wegen en kruispunten rondom het plangebied. De impact van deze verandering op de bereikbaarheid van De Stationstuinen wordt in samenhang met de bereikbaarheid van Dutch FreshPort onderzocht. Mogelijk heeft de ontwikkeling van De Stationstuinen tot gevolg dat kruispunten rondom het Plangebied moeten worden aangepast. Na vaststelling van het programma wordt dit verder uitgewerkt in het Plan van Aanpak Mobiliteit. De Gebroken Meeldijk ondergaat door de ontwikkeling van De Stationstuinen een verandering qua inrichting.

Het wegvak tussen de Ziedewij en de fietstunnel bij het station wordt, net als de rest van de wijk, autoluw. Zo ontstaat meer ruimte voor fietsers en voetgangers en een hogere ruimtelijke kwaliteit. Om dit te bereiken wordt de ontsluiting van bedrijven aan de Ziedewij en op het Spoorwegemplacement aangepast. Hiervoor is een verkenning gedaan naar de mogelijkheid om een nieuwe verbinding vanaf de Boezemweg naar de Ziedewij te realiseren.

1 1 f

i

1 i J 1

i J

Samenvatting STOMP-principeis leidend bij ruimtelijke / stedenbouwkundige opzet en uitwerking Loopafstand tot (collectieve) parkeervoorzieningen is maximaal 200 meter voor bewoners (vanaf woonblokken) en 250 meter voor bezoekers met uitzondering van een gedeelte rondom de centrale parken.

Randvoorwaarde

De posities van de mobiliteithubs zijn indicatief weergegeven in figuur 10. In overleg met gemeente kan afgeweken worden van de posities.

Advies

Maaiveld parkeren en mobiliteithubs worden gerealiseerd in Openbaargebied dat in eigendom is van de gemeente of aan de gemeente in eigendom wordt

Randvoorwaarde

1

Randvoorwaarde

overgedragen. Zie figuur 10 en 11

Deelmobiliteit kan worden ingezet voor het verminderen van autobezit binnen De Stationstuinen. Voor het woonprogramma is bepaald dat maximaal 20% van de parkeervraag kan worden ingevuld met deelmobiliteit, waarbij een maximum van 125 deelauto’s voor het gehele gebied is gesteld. Per deelauto een reductie van het parkeeraanbod met 4 parkeerplaatsen te behalen Voor het aandeel sociaal geldt dat woningcorporaties, mits goed onderbouwd en geborgd, afgeweken mag worden naar maximaal 40% van de parkeervraag met deelmobiliteit mag opvangen. Daarbij blijft het maximale aantal van 125 deelauto’s voor het gehele gebied van toepassing. In De Stationstuinen is ruimte voor een maximaal aanbod van 125 deelauto’s.

Randvoorwaarde

Advies

Randvoorwaarde

Dit aantal wordt naar rato van de maatgevende parkeerbehoefte voor wonen,

[

verdeeld over de Deelgebieden.

Voor het berekenen van dubbelgebruik hanteren we de aanwezigheidspercentagesvolgens de parkeernota Barendrecht 2018, met uitzondering van de bezetting van de campus in de avond (wordt 50%). Daar

8

g

3

t

Randvoorwaarde

44 L-

[ BARENDRECHT

J

waar parkeerkencijfers en/of aanwezigheidspercentages ontbreken, dienen

deze te worden ontleend aan de CROWpublicatie “381 Toekomstbestendig parkeren”, december 2018

Het toepassen van dubbelgebruik is alleen mogelijk op openbare parkeervoorzieningen die onbeperkt toegankelijk zijn. Parkeerplaatsen die niet openbaar toegankelijk zijn of exclusief worden bestemd kunnen niet worden benut voor dubbelgebruik De parkeernormen die gelden voor De Stationstuinen zijn opgenomen in tabel

Randvoorwaarde

Randvoorwaarde

5 en 6

De verdeling van parkeren in de Stationstuinen ziet er als volgt uit • Minimaal 15%en maximaal 30%van de maatgevende parkeerbehoefte wordt gerealiseerd in parkeergaragesals onderdeel van integrale bouwblokken;

•

Randvoorwaarde

Minimaal 60%van het totale parkeeraanbodwordt gerealiseerdin mobiliteithubs en op het stationsdek;

•

Maximaal 15%van het totale parkeeraanbod wordt gerealiseerd op het maaiveld, indien ruimtelijk inpasbaar (zie figuur 11) Om grip te krijgen op het parkeren komt er een parkeerregime, in de basiszal het parkeerregime bestaan uit een vergunningensysteemvoor bewoners en werknemers in het gebied. Voor bezoekers zal een regime met betaald parkeren (onder voorbehoud) worden toegepast. Voor het parkeerdek wordt

Randvoorwaarde (onder

voorbehoud)

een systeem met gereguleerd parkeren toegepast. In de directe omgeving van

De Stationstuinen wordt flankerend beleid ingezet om overlast door uitwijkgedrag te voorkomen. Randvoorwaarde Voor het stallen van fietsen wordt de Leidraadfietsparkeren 2010 van het CROW,de normen voor centrumgebieden als uitgangspunt genomen. Nabij de woningen dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met een groter ruimtegebruik dan voorgeschrevenin het bouwbesluit Randvoorwaarde Voor de realisatie van laadinfrastructuur op parkeerplaatsen bij nieuwbouw zijn eisen vastgelegd in het Bouwbesluit 2012 Bij publieke voorzieningen, zoals detailhandel, supermarkten en voorzieningen Randvoorwaarde wordt minimaal 5%van de parkeerplaatsen ingericht als miva-parkeerplaatsen. Deze liggen zo dicht mogelijk bij het gebouw. Voorts dient bij openbare

parkeergelegenheden één miva-parkeerplaats per 50 parkeerplaatsen aanwezig te zijn. De maatvoering van parkeerplaatsen is concreet benoemd in paragraaf. 3.3,3 onder het kopje Maatvoering parkeren.

Randvoorwaarde

1

1 1

i~'~ 1.3

45 c L '.-, r F '. l 1 BARENDRECHT

1

1

i"l .„3,

46 BARENDRECHT

3.4 Energie Groen en bewust is een van de drie kernwaarden van De Stationstuinen. De Gebiedsvisie benoemt energieneutraliteit aIs ambitie. Een energieneutrale wijk is hierin omschreven als een wijk waarin evenveel duurzame energie wordt opgewekt als gebruikt. Ook spreekt de Gebiedsvisieeen duidelijke ambitie uit om energievraag en –aanbod te koppelen aan die van de Dutch FreshPort, Voor stedelijke ontwikkelingen zoals De Stationstuinen is energieneutraliteit op dit moment een uitdagende opgave. In de uitwerking gaan we steeds voor het hoogst haalbare. Om hier invulling aan

te geven zijn verschillende energieconcepten denkbaar, van all-electric tot de realisatie van een warmtenet. Elk energieconcept heeft zijn specifieke uitwerking. Naast de vraag omtrent de duurzaamheid van het energieconcept is tevens relevant hoe robuust het bijbehorende systeem is. Geeft dit langjar}ge }everingszekerheid? Tenslotte is relevant of het concept betaalbaar is. Elk energieconcept heeft een ruimtelijke impact. Voor de gebouwde omgeving en de buitenruimte, zowel boven- als ondergronds. Hierdoor is er een sterke relatie met het kPvE.Dit vraagt om een zorgvuldige }npassingvan het energieconcept in het Ontwikkelkader. In de stedenbouwkundige planvorming wordt het energieconcept nader uitgewerkt. Dan zal helder zijn welke ruimtevraag er precies is. Dit vraagt om flexibiliteit binnen het Ontwikkelkader. De mogelijkheden voor ruimtelijke aanpassingenin de toekomst zijn binnen De Stationstuinen uiterst beperkt Bij de keuze voor een energieconcept is het uitgangspunt dat een hogere ambitie dan wettelijk vereist wordt bereikt. Afhankelijk van de technologische ontwikkelingen kan dit in de toekomst leiden tot actualisatie van het Ontwikkelkader. In de volgende paragrafen wordt achtereenvolgens ingegaanop de thema’s die hiervoor zijn aangehaald. Dezethema’s moeten een plaats krijgen in het stedenbouwkundige plan van de ontwikkelaar

3.4.1 Eisenvolgend uit vigerende wet- en regelgeving Vanzelfsprekend voldoet de ontwikkeling van de Stationstuinen aan de landelijke wetgeving en de eisen die worden gesteld. Dit betekent concreet Goswet 1 jUII 2018

•

1

Geen gasaansluitingen nieuwbouw, 2050 alles gasvrij

BouwbesluIt:

BENG norm 1 yanuarl 2021

De BENG(bijna energieneutraal) norm is sinds 1 januari 2021 vastgelegd in het bouwbesluit. Vanuit deze norm moet aan de volgende drie eisen worden voldaan:

•

BENG1: Energiebehoefte, de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2 .jr), Dit omvat zaken als de schil van de woning (isolatie) en warmte. BENG2: Primair fossiel energieverbruik, de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2 .jr). Dit omvat systemen als koeling, ventilatie, tapwater en andere installaties, Dit getal kan worden verlaagd door de toepassing van gebouw

gebondenenergieopwekkersaIs zonnepanelen BENG3: Aandeel hernieuwbare energie, het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%). Omvat het aandeel gebouw gebonden energieopwekking afkomstig uit zon,

biomassa,buitenlucht en bodem

1 {

1

TOyuli eis 1 juli 2020

Naast de BENGnorm moet volgens het bouwbesluit ook voldaan worden aan de TOjuli eis.

i”) .3

47 1 hl L L rl 1L BARENDRECHT

1 •

t

De TOjuli eis stelt grenzen aan de oververhitting van een woning (nieuwbouw). Deze

indicatie berekening mag niet boven de 1,0 uitkomen.

3.4.2 Robuust en Leveringszekerheid Bij de realisatie van het energieconcept wordt gegarandeerd dat de energievraag (elektriciteit en warmte) ook daadwerkelijk geleverd wordt bij de oplevering van het vastgoed. Hierbij wordt uitgegaan van de te verwachte energievraag in de toekomst. Van woningen, voorzieningen en

mobiliteit. De gemeentezoekt tijdig afstemmingmet de netbeheerderen betrekt hierbij de ontwikkelaar. De gemeente fungeert in die zin als een soort mediator. De ontwikkelaar en netbeheerder sluiten uiteindelijk een overeenkomst.

i

Het energieconcept is robuust, voorziet tenminste 15 jaar na ingebruikname in de energievraag en heeft in deze periode geen technische of ruimtelijke aanpassingennodig. Het energievraagstuk mag geen vertragende factor zijn in de gefaseerde ontwikkeling van De Stationstuinen als versnellingslocatie

3.4.3 Modulair De realisatie van De Stationstuinen gebeurt verspreid over een aantal jaren. De infrastructuur en de voorzieningen moeten kunnen meegroeien. Een modulair concept kan meegroeien en is zo ontworpen dat in de toekomst ook andere bronnen, zoals geothermie, restwarmte of andere warmtenetten aangeslotenkunnen worden. Bijvoorbeeld vanuit Dutch FreshPort. Kansenliggen er voor een modulair thermisch smartgrid, waarbij gebruikers onderling warmte en koude kunnen uitwisselen

i }

Een collectief Warmte Koude Opslag-systeem (hierna: WKO-systeem) vormt de basis voor dit

modulair concept, met mogelijkheden voor aansluiting op een extern warmtenet in de toekomst. En is daarmee een advieswaarvan afgeweken kan worden in het geval dat: •

•

f

Kan worden aangetoond dat dit resulteert in een negatieve businesscaseop de gehele ontwikkeling Kan worden aangetoond dat de door hen gekozen methode efficiënter is in energieverbruik

en/of ruimtegebruik

f

3.4.4 Ruimtelijkeimpact De uitwerking van een duurzaam energieconcept stelt andere eisen aan de ruimtelijke inpassingdan tot nu toe. Ook voor het vastgoed en de openbare ruimte heeft dit gevolgen. Dit geldt vooral voor de

1

keuze voor een WKO-systeem en de benodigde transformators. Voor deze laatste kunnen door de

gemeente, naast de eisen vanuit Stedin, extra eisen gesteld worden als het gaat om ruimtereserveringen. De ruimtelijke impact van het energieconcept vraagt om integrale oplossingen en heeft een sterke relatie met het kPvEvoor de openbare buitenruimte. De ontwikkelaars in het gebied geven ruimte aan de realisatie van een WKO.systeem of enig ander systeem Vervolgens kan de gemeente faciliterend optreden door dit te (laten) realiseren in of op Openbaar gebied.

1

r L {

f"1.3

48 BARENDRECHT

WKO

Voor een collectieve WKO geldt: Vastgoed:

Voor elk aangeslotenbouwblok moet een interne ruimte zijn gereserveerdnaarde

•

capaciteit van het WKO-afleverstation. Dezeinterne ruimte dient tevens direct aan het Openbaar gebied te grenzen met inachtneming van bijbehorende veiligheidsruimte. Er moet voldoende onderbouwd worden dat het aantal m3/h toereikend is voor een comfortabele verwarming van het vastgoed

•

Openbaar gebied11:

•

Op basisvan de totale warmtevraag en de bodemcapaciteit wordt het aantal bronputten

bepaald. Per bronpunt moet voldoende vrije ruimte zijn voor graafwerkzaamheden, opslag, bezinkbakken en het gronddepot. Tevens moet een kraanvrachtwagen met een lengte van minimaal 9 meter inzetbaar zijn. De totale indicatie per bronput is 175 m2 Er moet voldoende ruimte in het Openbaar gebied worden gereserveerd voor de aanleg van vier warmteleidingen. De indicatie voor benodigde profiel bedraagt 11,90 meter. Dit is exclusief de inpassingvan groen.

•

•

Indien andere verwarmingsmethodes worden toegepast is een onderbouwing vereist om aan te tonen waarom de andere methode de voorkeur verdient ten opzichte van het collectieve WKOsysteem. Transformators

Om te voldoen aan de energievraag zijn diverse transformators nodig. Bezienvanuit een toekomstbestendige wijk en de steeds hogere vraag naar elektriciteit moet rekening gehouden worden met voldoende transformatoren, dan wel voldoende gereserveerde ruimte hiervoor. De leidraad herijkt voorzorgbeleid magneetvelden12is hier randvoorwaardelijk. Tevens dient er aandacht te zijn voor de gezondheidsbeperkingenvan deze transformatoren. Voor De Stationstuinen betekent

dit het volgende: Met het oog op gezondheid (risico’s door de nabijheid van magneetvelden) is het toepassen van transformators in de bebouwing (verblijfsruimtes) een belangrijke afweging die aan de voorkant meegenomen moet worden bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan. Het voorzorgsbeginsel is het resultaat van de nieuwe leidraad herijkt voonorgbeleid magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen. Hieruit volgt dat inpandige transformators

•

niet als uitgangspunt worden genomen

Openbaar gebied:

•

Naast de door Stedin aangegeven aantallen dient voldoende ruimte te worden gereserveerd voor trafo’s, zodanig dat de afstand tussen trafo en woning nooit de 200 meter overschrijdt.

De gereserveerderuimte moet hierbij ten minste 36 m2 per trafo omvatten. Exclusief

•

minimaal 2 meter vanaf de buitenmuur van het trafostation. Nb: dit kan meer bedragen indien de magneetveldsterkte van 0,4 pT wordt overschreden De trafo’s worden binnen de Ontwikkelvelden gerealiseerd zodat het casco buiten de Ontwikkelvelden vrij blijft van deze bouwwerken.

•

Voor alle kabels boven de 20 kV moet rekening worden gehouden met een vrije afstand tot verblïjfsruimtes (zoalswoningen, scholen, kinderdagverblijven). De definitieve afstand wordt Ft'r ,

1(1

b,1 -e' ‘

:; nl,IFílt'c?\'t'

i"1.3

1't

1+-k v

t ,1r Pt n Iv

[l19 (t

1

111

r F 11 rTl,1, it

:1

49 G E r/i L L N T L BARENDRECHT

f f

t

bepaald door de magneetveldsterkte van 0,4 FT die op de gevel en speelplaatsen niet mag worden overschreven Vastgoed: •

Indien toch gekozen wordt voor een inpandige transformator dient rekening te worden gehouden met een afstand van 4 meter vanaf de buitenmuur tot de verblijfsruimte. Deze afstand wordt bepaald door de maximale magneetveldsterkte van 0,4 pT.

•

Een alternatief in bebouwing kunnen doorvoerruimtes

zijn als parkeergarages en

mobiliteithubs. De gezondheidseisen vervallen hiermee niet. Organisatie

f

De gemeente verzoekt de ontwikkelaars om in samenspraak met elkaar, met initiatiefnemers in het gebied en met de gemeente, een Planvan Aanpak Energie op te stellen. EencollectiefWKO systeem vormt hiervoor het basismodel, zoals bedoeld in de voorgaande paragrafen. De ontwikkelaars zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling en realisatie van het Energieconcepten kunnen voorstellen doen voor alternatieven van een collectiefWKO systeem. De gemeente wenst echter wel een actieve rol in te nemen, vanuit de verantwoordelijkheid voor het totale gebied en als mediator/aanjager tussen initiatiefnemers en netbeheerders. In dit Plan van Aanpak dient naast een voorstel voor het energieconcept/-systeem ook te worden ingegaan op het beheer en onderhoud hiervan. De gemeente stuurt daarbij aan op de inrichting van een organisatie die recht doet aan het (collectieve) systeem en toegesneden is op de ontwikkeling van De Stationstuinen in de komende jaren. Dit om de robuustheid en leveringszekerheidvan het energiesysteemen de aankoppelkansen op een warmtenet in de toekomst zeker te kunnen stellen.

(

{

{

1

De organisatievorm kan een coöperatief zijn waarbij de eigenaren en gebruikers van het gebied zelf aandeelhouder zijn. Denk aan een gezamenlijke stichting over de verschillende VvE’s. Een commerciële vorm is mogelijk mits deze een duurzaam en zorgzaam karakter kent. Het initiatief voor de feitelijke organisatie ligt bij ontwikkelaars.

1 /

1

3.4.5 Betaalbaarheid De Stationstuinen wordt een gebied voor iedereen met woningen in elk segment. De betaalbaarheid is een aspect dat zorgvuldig wordt gewogen. Hierbij zijn er wettelijk kaders die de betaalbaarheid van energie garanderen, nu en in de toekomst. (bv ACM en Gaswet).Zie hiervoor ook Handreiking warmtenetten: Wet- en regelgeving bij warmteprojecten van Aedes (vereniging van woningcorporaties). Daarnaast is de prijsopbouw transparant: zicht op betaalbaarheid wordt geborgd door in het gehele proces alle ketenpartners er bij te betrekken (energieproducent, netbeheerder, energieleverancier, vastgoedeigenaar en eindgebruiker).

{

1

1 {

Samenvatting Energie

Eisenvanuit vigerendewet- en regelgeving

Randvoorwaarde

Toepassen van een collectief Warmte Koude Opslag-systeem Robuust en leveringszekerheid )

Advies Randvoorwaarde

{

Randvoorwaarde

herijkt voorzorgbeleid magneetvelden) ten aanzien van gezondheid, maar ook aan de functionaliteit voor zowel in het vastgoed als de openbare ruimte

}

1

f'l .„3,

50 1BARENDRECHT

{

Voor de aanleg en het beheer van het gekozen energieconcept wordt een organisatie in het leven geroepen op initiatief van de in het gebied betrokken ontwikkelaars

3.5

Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit

De gemeente Barendrecht moet, conform de doelstelling vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Hierdoor is De Stationstuinen beter bestand tegen 1) overstromingen, 2) wateroverlast, 3) hitte en 4) droogte, Entegen de negatieve gevolgen daarvan voor bodemdaling, biodiversiteit en gezondheid De Stationstuinen biedt de kans om deze doelstellingen al vanaf de tekentafel mee te nemen. Barendrecht is aangesloten bij het convenant Klimaatadaptief Bouwen. Dit convenant is ondertekend door o.a. bouwbedrijven, gemeenten, ProvincieZuid-Holland, waterschappen, maatschappelijke organisaties en meer. Het doel van dit convenant is het verminderen van wateroverlast, droogte en bodemdaling, hittestress en het vergroten van de biodiversiteit Dezevier thema’s lichten we in de volgende paragrafen toe, waarbij per thema wordt besproken wat het thema precies behelst, welke risico’s hieraan zijn verbonden en welke eisen de gemeentestelt aan een ontwikkeling in De Stationstuinen. Dezerandvoorwaarden gelden zowel voor het Programma als het Openbaar gebied, zowel in de private als in de publieke ruimte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12555858/1