CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

artikelgewijze toelichting verordening op de commissies 2022

gemeenteraad 12 mei 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Verordening op de commissies 20224.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Artikelsgewijze toelichting commissieverordening gemeenten Barendrecht 2018 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moet worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd. Artikel 2 Instelling raadscommissies In deze verordening is gekozen voor een stelsel van drie raadscommissies. De leden 2 tot en met 4 regelen de toedeling van onderwerpen naar de drie commissies. Elke onderwerp wordt integraal in de “vakcommissie” behandeld. Dit houdt in, dat in de vakcommissie, naast de vakinhoudelijke toets, ook het voorstel getoetst wordt op de financiële dekking. In lid 5 en 7 wordt de commissie Algemene Zaken en Financiën aangewezen als begeleidingscommissie van de accountant en de Rekenkamer Barendrecht. Lid 6 regelt de behandeling en agendering van zaken vanuit de gemeenschappelijke regelingen e.d. (in de verordening de zogenoemde verbonden partijen). De commissie Algemene Zaken en Financiën is hiervoor de coördinerende commissie. Artikel 3. Taken De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester.

Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2022 is om dit te coördineren een agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.

Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet).

1

2

Artikel 4. Samenstelling; In de commissies zijn geen vaste leden benoemd. In de commissievergadering treden per onderwerp woordvoerders op. Per onderwerp kan er een andere woordvoerder zijn aangewezen. De commissievoorzitter heeft geen mogelijkheid tot het voeren van het woord. Artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet bepaalt, dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. De buitengewoon commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het betreft een buitengewoon commissielid niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet (zie verder de toelichting op het vierde lid). Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. De niet-raadsleden moeten – in verband met de kenbaarheid en kiezerlegitimiteit – wel tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de een kandidatenlijst gestaan hebben.

Op grond van het vierde lid moeten buitengewone commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 van de Gemeentewet mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15 van de Gemeentewet. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet- raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden. Positie van buitengewoon commissielid A. Algemeen Bij de invoering van het dualisme is rekening gehouden met het feit dat kleine fracties in staat gesteld moeten worden zich door niet-raadsleden te laten vertegenwoordigen in raadscommissies.

De wetgever heeft hiervoor in artikel 82, lid 3 een voorziening getroffen, te weten: “Bij de samenstelling van een raadscommissie zorgt de raad, voor zover het de benoeming betreft van leden van de raad, voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen”. In artikel 4 van deze verordening wordt een verdere uitwerking gegeven van artikel 82 van de Gemeentewet. De memorie van toelichting, d.d. 31 mei 2001 (Kamerstuk 27751 nr. 3) stelt hier over: “Omdat deze commissies feitelijk raadswerk doen – zij bereiden immers besluitvorming door de raad voor en treden namens de raad in overleg met (de leden van) het college of de burgemeester – is vastgelegd dat leden van het college geen deel kunnen uitmaken van raadscommissies. Zou dit wel het geval zijn, dan zou via het commissiestelsel opnieuw onduidelijkheid in positie en bevoegdheden van raad en college kunnen ontstaan. Wel is de mogelijkheid gehandhaafd dat niet-raadsleden deel uitmaken van raadscommissies. Van deze mogelijkheid wordt thans in sommige gemeenten gebruik gemaakt. Het gaat daarbij met name om regelingen waardoor kleine fracties in staat worden gesteld zich door nietraadsleden (vaak lijstopvolgers) in commissies te laten vertegenwoordigen. Een en ander kan door de raad zelf worden geregeld in het kader van de instelling van raadscommissies (art. 82, eerste lid, tweede volzin).

3

Om uitsluiting van raadsminderheden te voorkomen, is de regeling dat bij de samenstelling van de commissie wordt gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van in de raad vertegenwoordigde groeperingen, overgenomen uit het huidige artikel 91 betreffende de vaste commissies van advies aan het college of de burgemeester (art. 82, derde lid).”(einde citaat) B. Bevoegdheden buitengewone commissieleden Bevoegdheden: 1. Woord voeren in de commissievergadering 2. Advies uitbrengen aan de raad 3. Orde voorstellen doen in de commissievergadering Niet bevoegd ten aanzien van: 1. vervanging van een raadslid in een raadsvergadering 2. deelname aan het presidium 3. deelname aan de stemmingen van de raad 4. voorzitterschap van een raadscommissie 5. het stellen van schriftelijke vragen aan het college, dit is voorbehouden aan raadsleden. C.

Bijwonen van de buitengewone commissieleden van de besloten raadsvergaderingen.

Artikel 21 t/m 23 van de Gemeentewet regelen de aanwezigheid van collegeleden en anderen. Het is niet vanzelfsprekend dat een vergadering achter gesloten deuren bijgewoond wordt door collegeleden en anderen. Memorie van toelichting (artikelsgewijze toelichting vergaderjaar 1985-1986 19403 nr. 3) stelt hierover het volgende: “Wie in een besloten vergadering aanwezig mag zijn, regelt het artikel niet. Ook de beslissing daarover blijft aan de raad, uiteraard met inachtneming van de bepalingen, volgens welke de burgemeester voorzit en de secretaris (lees: griffier in duale stelsel) aanwezig is. “ Artikel 31 van het Reglement van Orde regelt alleen de aanwezigheid van toehoorders en pers tijdens openbare vergaderingen. De aanwezigheid van toehoorders en pers kan op grond van artikel 27 Reglement van Orde als strijdig worden beschouwd met het besloten karakter van de vergadering. Omdat het reglement niet voorziet in het bijwonen van de buitengewone commissieleden in besloten vergaderingen van de raad, dient er een expliciet besluit genomen te worden. Dit kan op grond van artikel 42 van het Reglement van Orde. Voor de goede zij vermeld dat het bijwonen/toehoren niet hetzelfde is als beraadslagen. Immers de toehoorder mag niet deelnemen aan de beraadslaging. D.

Bijwonen van de besloten raadsvergadering bij (her)benoeming en ontslag van de burgemeester door buitengewone commissieleden

Memorie van toelichting 1996-1997 Kamerstuk 25444 nr. 3 In artikel 61C Gemeentewet wordt afgeweken van de hoofdregel, neergelegd in artikel 23 van de Gemeentewet, dat vergaderingen van de raad in het openbaar worden gehouden. De wetgever heeft gekozen voor de lijn waarbij de voorbereidingen voor de aanbeveling in de beslotenheid van de vertrouwenscommissie en de raad plaatsvinden. Hierbij heeft een aantal argumenten een rol gespeeld. Zo kunnen bij openbaarheid van de aanbeveling de persoonlijke belangen van kandidaten in het gedrang komen in de ambten of functies die zij op dat moment bekleden en in de posities die zij hierbij innemen. Daarnaast worden de mogelijkheid van de Kroon om in bijzondere gevallen op zwaarwegende gronden van de aanbeveling af te wijken nagenoeg teniet gedaan. Gevreesd moet voorts worden dat de bovenlokale elementen in het benoemingenbeleid – bijvoorbeeld het voorkeursbeleid voor vrouwen, een evenwichtige politieke spreiding en het loopbaanbeleid voor burgemeesters – bij openbaarheid van de aanbeveling geen zelfstandige rol meer spelen. Ten slotte zou het invoeren van een openbare aanbeveling tot gevolg kunnen hebben dat de huidige kwaliteitstoetsing en procesbegeleiding door de

4

commissaris van de Koningin wezenlijk aan betekenis inboet. (Memorie van toelichting Vergaderjaar 1996-1997 Kamerstuk 25444 nr. 3) Circulaire benoeming, functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester 15 juli 2012 “Het geniet de voorkeur om in de besloten raadsvergadering, waarin over de bevindingen van de raadscommissie, die de aanbeveling heeft voorbereid, wordt beraadslaagd meteen de aanbeveling vast te stellen. Het ligt voor de hand dat de burgemeester bij de beraadslagingen in de gemeenteraad over de bevindingen van de raadscommissie, die de aanbeveling heeft voorbereid en bij de stemming over de aanbeveling aanwezig is. De adviseur van de raadscommissie, die de aanbeveling heeft voorbereid vanzelfsprekend ook. Anderen, zoals de overige leden van het college, zijn niet aanwezig. Tijdens een, bij voorkeur aansluitend aan de besloten raadsvergadering te houden, openbare raadsvergadering wordt vervolgens alleen de aanbeveling openbaar gemaakt. In een eventueel persbericht staat dan ook niet meer dan dat een aanbeveling tot (niet-)herbenoeming is vastgesteld. Het besluit tot vaststelling van de aanbeveling is in de besloten raadsvergadering al genomen. Het hoeft in het openbaar niet opnieuw te worden genomen.

“ Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de wetgever de kring van personen bij een benoeming/herbenoeming van de burgemeester zo klein mogelijk heeft willen houden. Het toelaten van de buitengewone commissieleden ligt dan ook niet in de rede. Artikel 5. Voorzitter Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 6, eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden" benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten benoemen. Op basis van het tweede lid is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter op grond van artikel 1 van de verordening) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie.

Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de buitengewone leden, van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6, eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel 6, eerste lid, op te nemen. Het derde lid van dit artikel bepaalt de taken van de voorzitter. In het vierde lid is een regeling opgenomen om te voorkomen dat bij ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter de vergadering niet zou kunnen doorgaan. Artikel 6. Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan.

Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 5, eerste lid, recht op een eigen lid. Artikel 7. Commissiegriffier Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. De commissiegriffier en zijn

5

vervanger worden door de griffier aangewezen. De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie op grond van artikel 16 van deze verordening altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Hoofdstuk 2. Vergaderingen Paragraaf 1. Voorbereidingen Artikel 8. Vergaderfrequentie De vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats op de vastgestelde dag in het vergaderschema van de raad. Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen. Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter gebruik maken van het vijfde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de griffier. Artikel 9. Oproep en voorlopige agenda Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een digitale oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda.

In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 8, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vierde lid. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het Reglement van Orde artikel 3. Nadere toelichting vaststelling agenda VNG-advies d.d. 27 januari 2017 Bij het vaststellen van de agenda wordt er, analoog aan de bepalingen voor de raadsvergadering, van een volstrekte meerderheid van de instemming van de aanwezigen uitgegaan. Brief van de Staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. 9 april 2008 “Bij brief van 21 maart jl.

heb ik Kamervragen beantwoord over het systeem van gewogen stemmen in gemeenteraadscommissies. Aanleiding voor die vragen waren berichten over het gebruik van een dergelijk systeem in sommige gemeenten. De Gemeentewet staat er aan in de weg in raadscommissies een systeem van gewogen stemmen te hanteren. In commissieverband geldt hetzelfde principe als in de raad, namelijk dat ieder lid één stem heeft. Dat laat zich ook verklaren uit het feit dat ieder raadslid een individueel mandaat heeft en - althans formeel gezien - geen fractie vertegenwoordigt. Gewogen

6

stemming zou slechts mogelijk zijn indien dit door de wetgever uitdrukkelijk zou zijn geregeld. Dat is nu niet het geval. Een commissielid kan dan ook niet stemmen namens afwezige leden van zijn fractie. Wellicht ten overvloede wil ik er hier op wijzen dat de kwestie van de gewogen stemmen onderscheiden dient te worden van de norm dat bij de samenstelling van raadscommissies de raad dient te streven naar een evenwichtige spreiding over de in de raad vertegenwoordigde groeperingen (artikel 82, derde lid, Gemeentewet). Die bepaling heeft uitsluitend betrekking op de samenstelling van de raadscommissies. Zij is er op gericht de uitsluiting van raadsminderheden te voorkomen. Dat laat echter onverlet dat bij de stemming in raadscommissies het principe "one man, one vote" geldt. Ik verzoek u, voor zover in uw gemeente van toepassing, de desbetreffende verordening of het toepasselijk reglement aan te passen.”. Gelet op het bovenstaande geldt voor de commissie hetzelfde principe van de raad “one man one vote”. Dus bij het vaststellen van de agenda van de commissie stemmen de aanwezige commissieleden volgens dit principe. Een raadslid/buitengewooncommissie vertegenwoordigt geen fractie in deze en is er geen sprake van gewogen stemmen Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien.

Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden. De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd voor raadsleden en de buitengewooncommissieleden. Artikel 11. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet. In artikel 12 wordt vastgelegd op welke wijze commissievergaderingen worden aangekondigd.

Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 12. Opening vergadering en quorum Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikel voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag ervan uit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel 13. Het verslag Van de vergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt, die bewerkt worden tot een audioverslag. Deze zijn via het raadsinformatiesysteem van de gemeente voor een ieder te raadplegen. Wel wordt een commissieadvies op schrift gesteld door de commissiegriffier dat dient als leidraad voor het audioverslag. Artikel 14. Advies; geen stemmingen

7

Het gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt in het advies de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Artikel 15. Woordvoerderschap en aantal spreektermijnen Het aantal woordvoerders is beperkt tot maximaal 2 per fractie. De agendacommissie kan hiervan afwijken. Zowel raadsleden als buitengewoon commissieleden kunnen het woordvoeren. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn.

Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Artikel 16. Deelname aan beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering. Artikel 17. Spreekrecht burgers De burgers kunnen zowel op geagendeerde als niet geagendeerde zaken inspreken.

In het vierde lid zijn zes onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen -de belangen van -kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waarover zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht kunnen indienen. Deze procedure gaat voor op het spreekrecht van burgers. De burgers die wensen in te spreken, moeten zich uiterlijk vóór 12.00 uur op de dag waarop de vergadering plaatsvindt melden bij de commissiegriffier. Nieuw in deze verordening is dat insprekers op geagendeerde onderwerpen na sluiting van eerste termijn van beraadslaging nog in de gelegenheid gesteld worden eventuele omissies en onduidelijkheden nader toe te lichten. Artikel 18. Handhaving orde en schorsing Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde te handhaven.

Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter

8

tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 25 van deze verordening. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als nietraadsleden. Artikel 19. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen.

De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering. Paragraaf 3. Oriënterende bijeenkomsten Artikel 20 en 21. Er behoefte is aan een informeler wijze van inrichting van de oriëntatievergadering. Om dit te bewerkstelligen zijn de artikelen 14, 15, 16, 19 en 25 niet van toepassing op de oriëntatievergadering. Hierdoor vervallen het spreekrecht voor burgers, het op stellen van het advies en het verslag (openbaar en besloten). De voorzitter kan bepalen dat er een verslag gemaakt dient te worden. De agendacommissie, eventueel aangevuld met commissieleden, bepaalt de inrichting van de oriëntatieavond. Paragraaf 4 Besloten adviserende vergaderingen Artikel 22. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde.

De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Artikel 23. Verslag besloten vergadering Van de vergaderingen worden geluidsopnamen gemaakt, die bewerkt worden tot een audioverslag. Deze zijn voor raads- en collegeleden via het digitale raadsinformatiesysteem te raadplegen. Wel wordt een commissieadvies op schrift gesteld door de commissiegriffier dat dient als leidraad voor het

9

audioverslag

1 0

Artikel 24 Opheffing geheimhouding Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Paragraaf 5. Toehoorders en pers Artikel 25. Toehoorders en pers Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid van dit artikel voorziet hierin. Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tvstations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient er rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden.

Uiteraard in overleg met de insprekers, Mogelijk hebben zij geen probleem met de beeldregistraties. De overige artikelen spreken voor zich.

1 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11478364/2