Antwoordbrief maatschappelijke adviesraad Barendrecht- Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Tegenprestatie Barendrecht 2023.docx
Tekst van het document
Maatschappelijke Adviesraad Barendrecht Uitsluitend per e-mail: info@adviesraadbarendrecht.nl
Uw brief van: 10 oktober 2023
Ons kenmerk:
914488
Uw kenmerk: -
Contactpersoon:
M. Maaroufi
Bijlage(n):
Cluster:
Beleid en ontwikkeling Sociaal
-
Domein Onderwerp:
Reactie op advies maatschappelijke adviesraad
Doorkiesnummer: 14 0180
Barendrecht inzake de Verordening re-
Datum:
14 november 2023
integratie, loonkostensubsidie en tegenprestatie Barendrecht 2023
Geachte leden van de Adviesraad, Hartelijk dank voor uw advies over de Verordening re-integratie, loonkostensubsidie en tegenprestatie Barendrecht. Uw advies valt uiteen in meerdere adviezen. In deze brief ontvangt u onze reactie op de uitgebrachte adviezen. Vraag 1 In artikel 3, lid 3 van de verordening is opgenomen dat het college de goedkoopst adequate voorziening aanbiedt. De MAB ziet hierbij niet de logica dat dat met de goedkoopste adequate voorziening extra wordt bevorderd dat de voorziening optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Wij vragen u daarom dit nader te specificeren. Reactie: In artikel 3, lid 3 van de verordening staat “Het college kan een voorziening weigeren”. In artikel 3 lid 5 van de verordening is opgenomen dat het college de goedkoopste adequate voorziening biedt. Er wordt uiteraard gekeken naar de meest passende voorziening voor een persoon, een voorbeeld hiervan is toekennen van reiskosten waarbij een afweging wordt gemaakt tussen losse declaraties of een maandabonnement. Vraag 2 In artikel 14 staat dat iemand langdurig werkloos moet zijn geweest om mogelijk in aanmerking te komen voor het toekennen van een uitstroompremie. Hoe lang is in dit geval langdurig?
Pagina 1 van 3
Reactie: Voor deze vraag verwijzen wij graag naar artikel 14 lid 3: “Een langdurig werkloze in de zin van het eerste lid is een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een bijstandsuitkering aangewezen is of is geweest”. Vraag 3 In artikel 15, lid 6 staat dat voor de verschillende soorten subsidies een budgetplafond kan worden vastgesteld in de begroting, als dat nodig is om de financiële risico’s voor de gemeente te beperken. Hoe wordt dit budgetplafond vastgesteld? Wordt hierbij rekening gehouden met het toepassen van maatwerk voor de burger, waardoor het budgetplafond mogelijk moet worden aangepast? Reactie: Vanaf € 30.000,- wordt het budgetplafond doormiddel van een collegevoorstel vastgesteld door het college, voor bedragen onder € 30.000,- kan een wethouder de subsidie vaststellen. Er kan geen uitzondering worden gemaakt tenzij de wet anders bepaalt. Voor deze vraag verwijzen wij graag naar artikel 15 lid 6: “Als dit budgetplafond bereikt is, verstrekt het college geen subsidie meer, tenzij de wet anders bepaalt.” Vraag 4 In artikel 18 zijn niet-uitkeringsgerechtigden aan de verordening toegevoegd zodat het college ondersteuning kan bieden aan een niet-uitkeringsgerechtigde als de persoon daar zelf een aanvraag voor indient.
De MAB ondersteunt deze toevoeging, maar is benieuwd naar hoe deze niet-uitkeringsgerechtigden worden gevonden om hen hierop te wijzen middels informatievoorziening. Reactie: Wij benaderen deze doelgroep niet actief omdat zij voor ons niet in beeld zijn, maar zij kunnen zichzelf wel melden via de website van de gemeente Barendrecht (https://www.barendrecht.nl/direct-regelen/ ondersteuning-werk-en-inkomen/werk/hulp-bij-werk-zoeken/). Vraag 5 In artikel 24, lid 1 staat dat het college geen tegenprestatie opdraagt indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. De MAB vraagt zich af hoe voorkomen kan worden dat er geen werkzaamheden voorhanden zijn. Ligt hier niet een regierol bij de burger zelf? Reactie: Het college kijkt altijd naar werkzaamheden op maat die een persoon kan uitvoeren. Mochten er geen werkzaamheden voorhanden liggen dan verwacht het college dat de burger zelf actief mee zoekt naar passende werkzaamheden. Vraag 6 Het is een complexe regeling, waar verschillende doelgroepen gebruik van kunnen maken. In deze tijd van een krappe arbeidsmarkt zal de aandacht erop gericht moeten zijn ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen voor wie dat mogelijk is. Reactie: Voor iedereen voor wie het mogelijk is om deel te nemen aan het arbeidsverkeer wordt een passende voorziening aangeboden.
pagina 2 van 3
Vraag 7 Hoe wordt de groep begeleid die nog niet klaar is voor de arbeidsmarkt, omdat er sprake is van ontheffing van arbeidsplicht voor langere termijn en/of er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn? Reactie: Ontheffing arbeidsplicht is niet automatisch een ontheffing van de re-integratieplicht. Dit betekent dat er tijdens de ontheffing wel gekeken wordt naar mogelijkheden op het gebied van re-integratie (trajecten), wat een grotere afstand tot de arbeidsmarkt door de ontheffingsperiode voorkomt. Hierbij houdt het college rekening met individuele omstandigheden en belastbaarheid. Vraag 8 Hoe worden werkgevers die met behulp van de loonkostensubsidie (LKS) werknemers in dienst willen nemen ondersteund om dit te kunnen regelen? Is er een samenwerking met regionale werkgeversservicepunten? Reactie: Klantmanagers hebben hierover contact met de werkgevers en vragen de benodigde informatie op bij de werkgevers om dit te realiseren. Ook het werkgeversservicepunt heeft nauw contact met werkgevers om informatie te verstrekken. Bij vragen kunnen de werkgevers te allen tijde terecht bij de klantmanagers en bij de medewerkers van de werkgeversservicepunt. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
G.J. Bravenboer
drs. R.E. Schneider
pagina 3 van 3