CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026.pdf

gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Actieplan Jeugd en Gezin 2025-20264.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ACTIEPLAN JEUGD EN GEZIN 2025-2026 Voor een toekomstbestendige jeugdzorg in Barendrecht

Inhoudsopgave

Voorwoord

3

Voorbeelden uit de praktijk

4

1 Inleiding

5

2 Doel

7

3 Aanpak

8

4 Actielijnen

10

5 Financieel en Risico’s

16

Inhoudsopgave | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 2

Voorwoord

Elk kind verdient een eerlijke kans om veilig en gezond op te groeien. In Barendrecht zetten we ons daar iedere dag voor in. Maar de druk op de jeugdzorg blijft toenemen en de kosten stijgen. Dit vraagt om een gerichte en doordachte aanpak.

Dit plan is geen papieren werkelijkheid, maar een concrete oproep tot actie. Het vraagt om samenwerking tussen alle betrokken partijen: van professionals in de jeugdzorg tot scholen, huisartsen en ouders. We doen dit niet alleen voor een efficiëntere jeugdzorg, maar vooral voor onze jeugd zelf.

Met het Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026 kiezen we voor een koers waarin preventie, samenwerking en innovatie centraal staan. We investeren in stevige wijkteams, versterken de samenwerking met onderwijs en medische partners en maken gebruik van data-gestuurde inzichten om effectiever te sturen op kwaliteit en kosten. Door problemen eerder te signaleren en sneller te handelen, voorkomen we dat gezinnen pas hulp krijgen als het te laat is.

Ik ben ervan overtuigd dat we, door samen te werken en stappen vooruit te zetten, een sterker, effectiever en duurzamer jeugdzorgstelsel kunnen bouwen. Laten we gezamenlijk zorgen dat deze aanpak in de praktijk werkt en écht het verschil maakt. Roeland Bol Portefeuillehouder sociaal domein Gemeente Barendrecht

Voorwoord | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 3

Voorbeelden uit de praktijk

Aanmelding bij het wijkteam – Lara’s verhaal

Directe doorverwijzing via huisarts – Noah’s verhaal

Lara is 11 jaar en zit in groep 7. Sinds de scheiding van haar ouders is ze vaak stil en teruggetrokken in de klas.

Noah is 15 jaar en zit in de derde klas van de middelbare school. De laatste tijd heeft hij last van paniekaanvallen en komt hij geregeld ziek thuis.

Haar leerkracht maakt zich zorgen en bespreekt dit met de intern begeleider. In overleg met Lara’s ouders wordt contact gelegd met het wijkteam.

Zijn ouders gaan met hem naar de huisarts, die de POH-GGZ Jeugd inschakelt voor een verdiepend gesprek. Samen besluiten ze dat Noah baat heeft bij hulp van een GGZ-aanbieder in de buurt.

Het wijkteam onderzoekt samen met het gezin wat er nodig is. Omdat het wijkteam zelf ondersteuning kan bieden, starten Lara en haar moeder binnen drie weken met gesprekken en begeleiding. Het helpt: de rust keert terug thuis en op school. Na drie maanden wordt de hulp afgerond, maar blijft de schoolcontactpersoon laagdrempelig beschikbaar. Door snelle, lichte hulp vanuit het wijkteam bleef zwaardere jeugdhulp uit.

Binnen een paar weken kan hij starten met begeleiding. Na enkele sessies voelt Noah zich sterker en kan hij zijn school weer aan. Dankzij de goede samenwerking tussen huisarts, POH en aanbieder kon een zwaarder traject worden voorkomen.

Voorbeelden uit de praktijk | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 4

1 Inleiding

1.1. Waarom dit plan? De gemeente Barendrecht mist op dit moment een samenhangende koers voor het jeugd- en gezinsbeleid. Er is geen gemeentelijke visie waarin de gemeenteraad zich heeft uitgesproken over hoe we als samenleving willen omgaan met jeugdhulp, preventie en samenwerking binnen het sociaal domein.

1.2 De uitdagingen in Barendrecht Uit het Rapport Jeugdhulp Barendrecht (2024) blijkt dat de uitvoering van jeugdhulp structureel tegen meerdere knelpunten aanloopt: • De aanpak is te reactief; hulp komt vaak pas als problemen zijn geëscaleerd; • Preventieve interventies worden beperkt ingezet;

Daardoor ontbreekt richting in het maken van keuzes, het sturen op effect en het samenwerken met partners zoals onderwijs, zorg en welzijn.

• De samenwerking met partners zoals onderwijs, huisartsen en welzijn is versnipperd; • Een duidelijke lokale beleidskoers of kader ontbreekt, wat duurzame keuzes belemmert.

Tegelijkertijd hebben we als gemeente een wettelijke zorgplicht: we zijn verantwoordelijk voor tijdige, passende hulp aan jeugdigen en gezinnen. Die opdracht komt steeds meer onder druk te staan. Hoewel het aandeel jongeren dat jeugdhulp ontvangt in Barendrecht (1 op de 12) lager ligt dan het landelijk gemiddelde (ongeveer 1 op de 7), worden de hulpvragen complexer, spelen er vaker meerdere problemen tegelijk en groeit het beroep op gespecialiseerde ondersteuning. Financieel lopen de uitgaven verder op, terwijl het Rijk gemeenten hiervoor onvoldoende compenseert. Zonder koerswijziging raken we als gemeente niet alleen de grip op de financiën kwijt, maar ook de regie op de kwaliteit en toegankelijkheid van de hulp.

Het rapport stelt verbeteringen voor, zoals meer investeren in vroegsignalering, een sterkere regierol van de gemeente in samenwerking met partners (sub-regionaal en regionaal) en optimalisatie en innovatie van de wijkteams. Daarnaast benadrukt het rapport dat een sterke regie vanuit de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) kan bijdragen aan een meer geïntegreerde en uniforme aanpak, met aandacht voor zowel regionale prioriteiten als lokale maatwerkoplossingen. Om deze uitdagingen aan te pakken is een gerichte aanpak nodig waarin preventie, samenwerking en innovatie centraal staan.

Met het Actieplan Jeugd en Gezin 2025–2026 (hierna: Actieplan) zetten we als gemeente een noodzakelijke stap. Dit plan brengt samenhang, richt zich op vroege ondersteuning en versterkt onze regierol. Daarmee vormt het een stevig fundament voor toekomstgericht jeugdbeleid in Barendrecht.

1 Inleiding | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 5

1.3 Regionale en landelijke aanleidingen Dit plan sluit aan bij verschillende landelijke en regionale programma’s en afspraken waar de gemeente Barendrecht aan verbonden is: • Hervormingsagenda Jeugd (HAJ)1: richt zich op het versterken van lokale teams, het verminderen van administratieve lasten en het verbeteren van de

• Efficiëntere wijkteams: optimalisatie van de inzet en werkwijze van de teams. • Regie en grip op kosten: data-gestuurde monitoring en een strategische aanpak. • Normaliseren: zoveel mogelijk gebruikmaken van reguliere voorzieningen en het versterken van eigen kracht en sociale netwerken, om te

kwaliteit van jeugdhulp. • Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming2: zet in op een eenvoudiger en efficiënter systeem met meer aandacht voor preventie en samenwerking. • Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK)3: bundeling van maatregelen om uitgaven te beheersen. Deze maatregelen worden in de actielijnen opgenomen en samengevoegd waar mogelijk. Deze kaders geven aanleiding en zijn richtinggevend voor de inhoud en aanpak van dit Actieplan. Daarnaast houden we in de uitvoering waar relevant rekening met bredere beleidslijnen zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), bijvoorbeeld in de samenwerking vanuit de wijkteams met de huisartsen.

voorkomen dat lichte opvoed- en opgroeivragen in de jeugdhulp terechtkomen.

1.4 Wat gaan we anders doen? Op basis van het lokale rapport en landelijke en regionale programma’s en afspraken zetten we in op: • Vroegsignalering: investeren in preventie om escalatie van problemen te voorkomen. • Sterkere samenwerking: betere afstemming tussen gemeente, Veilig Thuis, jeugdbescherming, huisartsen, onderwijs, en welzijnsorganisaties.

1

Hervormingsagenda Jeugd, link.

2

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, link.

3

Update Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK), zie link.

Deze aanpak sluit aan bij de aanbevelingen uit het rapport en bij landelijke en regionale programma’s. Hierdoor hoeven we als relatief kleine gemeente niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden. Daarnaast zorgt deze aanpak ervoor dat we niet alleen reactief ingrijpen, maar juist proactief sturen op een effectiever en financieel beheersbaar jeugdzorgstelsel. Om een effectief Actieplan op te stellen, is eerst de huidige situatie geanalyseerd en gekoppeld aan de genoemde richtinggevende kaders. De doelen uit het Rapport Jeugdhulp Barendrecht 2024 zijn gecombineerd met de doelstellingen uit de HAJ, het Toekomstscenario en de RBOK. Dit resulteerde in zes actielijnen die de kern vormen van dit Actieplan. Met deze aanpak sluit Barendrecht beter aan bij de actualiteit en benutten we beschikbare kennis en ervaringen uit het land en de regio om een duurzame en effectieve jeugdzorg te realiseren.

1 Inleiding | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 6

2 Doel

Het Actieplan heeft als doel om de verschillende opgaven uit de bovenstaande lokale, regionale en landelijke kaders op een geïntensiveerde en gecoördineerde manier uit te voeren. Daarnaast heeft dit plan als doelstelling om meer regie en grip te krijgen op de jeugdzorgkosten. Hiermee streven we naar een inhoudelijke transformatie binnen de jeugdzorg, waarbij kostenbeheersing hand in hand gaat met behoud van de kwaliteit van de dienstverlening. Samen willen we bouwen aan een jeugdhulpstelsel dat niet alleen voldoet aan de wettelijke zorgplicht, maar ook duurzaam en toekomstbestendig is.

2 Doel | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 7

3 Aanpak

Dit document richt zich op de belangrijkste gemeentelijke prioriteiten binnen de jeugdhulp, die binnen de directe invloed van de gemeente liggen. Deze prioriteiten zijn gegroepeerd in zes actielijnen, elk gericht op een kernopgave. Voor iedere actielijn worden acties uitgewerkt door de lijnorganisatie van de gemeente. Waar mogelijk worden de verwachte financiële effecten

3.1 Rolverdeling binnen het project • Projectleider: bewaakt de voortgang van het gehele Actieplan en coördineert de actielijnen op hoofdlijnen. Zorgt voor afstemming tussen de betrokken partijen en rapporteert over de voortgang; • Kartrekkers van acties: verantwoordelijk voor de

ook uitgewerkt inclusief de kostenbeheersingsmogelijkheden.

uitvoering van specifieke acties binnen de actielijnen en zorgen voor inhoudelijke afstemming met betrokken partijen; • Medewerkers: leveren input voor specifieke acties uit de actielijnen, onder begeleiding van de kartrekkers; • MT: draagt zorg voor de strategische afstemming en borging binnen de gemeentelijke organisatie, afgestemd op de taken van de projectleider; • Bestuur: biedt bestuurlijke richting en neemt besluiten over de voortgang, de financiën en eventuele bijsturingen in lijn met de coördinatie door de projectleider.

De aanpak is projectmatig om de reguliere werkzaamheden te ontlasten, met als doel om de resultaten later structureel te integreren in de lijnorganisatie. Ook de ambtelijke en bestuurlijke opdrachtgever zijn nadrukkelijk betrokken bij dit project. Binnen de projectaanpak worden concrete afspraken gemaakt over de uitwerking van de actielijnen met betrekking tot de uitvoering en planning. De looptijd van het Actieplan is ongeveer anderhalf jaar, van 2025 tot en met 2026. Het gaat om de volgende zes actielijnen: 1) Stevige lokale teams; 2) Data gestuurd werken; 3) Beleid en kwaliteit; 4) Keten kind- en gezinsbescherming; 5) Medisch domein; 6) Onderwijs. Door te zorgen voor een duidelijke rolverdeling en het creëren van de juiste randvoorwaarden, wordt de kans op een succesvolle implementatie van dit Actieplan vergroot.

3.2 Randvoorwaarden Voor een succesvolle uitvoering van dit Actieplan zijn de volgende randvoorwaarden van belang: • Voldoende capaciteit binnen het beleidsteam voor de dossiers lokale inkoop van jeugdhulp, zorg & veilig en de regionale inkoop van jeugdhulp (GRJR). • Samenwerking en inhoudelijke afstemming met de dossiers onderwijs (actielijn 6) en volksgezondheid (huisartsenaanpak, actielijn 5), inclusief de beschikbaarheid van collega’s binnen deze domeinen om bij te dragen aan de uitvoering. • Ondersteuning van de BedrijfsvoeringsPartner, met name bij de ontwikkeling van dashboards (actielijn 2). • Inhuur van externe capaciteit voor de herijking van de verordening (actielijn 3), omdat dit niet binnen de bestaande formatie uitvoerbaar is. 3 Aanpak

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 8

• Structurele borging van de projectleider, zodat de coördinatie en uitvoering van het Actieplan duurzaam worden ondersteund. • Heldere begrenzing van capaciteit en taken: De uitvoering van het Actieplan vereist de volledige inzet van de bestaande ambtelijke capaciteit. Extra opdrachten of uitbreiding van taken zonder aanvullende middelen leiden tot onhaalbaarheid en vertragingen. Mocht het bestuur aanvullende ambities willen realiseren, dan dient daar extra financiële en personele ruimte voor te worden vrijgemaakt.

3 Aanpak

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 9

4 Actielijnen

In deze sectie worden de zes actielijnen toegelicht die centraal staan in het Actieplan. Elke actielijn is gericht op een specifieke kernopgave afkomstig uit de eerdergenoemde lokale, regionale en landelijke kaders en omvat concrete acties die bijdragen aan het versterken van de jeugdhulp en het realiseren van onze doelstellingen. 4.1 Stevige lokale teams Om te voorkomen dat problemen bij kinderen en gezinnen escaleren, is het versterken van preventie en vroegsignalering cruciaal. Dit sluit naadloos aan bij de HAJ en het Toekomstscenario, die pleiten voor investering in laagdrempelige ondersteuning door lokale teams, om zwaardere en duurdere jeugdhulp te voorkomen. Door normaliseren structureel toe te passen, blijft jeugdhulp beschikbaar voor de kinderen die het écht nodig hebben. Een sterk en goed georganiseerd wijkteam is hierin onmisbaar. In deze actielijn richten we ons op het versterken en doorontwikkelen van de wijkteams. In Barendrecht vormen de wijkteams, met de Jeugdwet als basis voor indicering, het centrale aanspreekpunt voor inwoners als het gaat om zaken over jeugd en gezin. Het biedt zelf laagdrempelige ondersteuning aan inwoners van alle leeftijden. Beleidsmatig hoort het samen te werken met andere (deel-)domeinen zoals de Wmo, Welzijn, Participatiewet en OOV.

De gemeente streeft ernaar om binnen het sociaal domein meer integraal samen te werken, in lijn met de doelen uit de HAJ. Voor het

4

toewerken naar stevige lokale teams gebruiken we het richtinggevende kader van de VNG4, dat aansluit op de HAJ. Het dient als leidraad om te toetsen of we op koers liggen. De benodigde doorontwikkeling van het wijkteam vertaalt zich in twee speerpunten a) De basis op orde en b) Optimalisatie dienstverlening. Hieronder per speerpunt een toelichting: a) De basis op orde We willen de basis van de wijkteams versterken door een herijking van de formatieberekening en het actualiseren van de functieboom. De huidige capaciteit voor de basishulp, preventie & ondersteuning, van de wijkteams is namelijk gebaseerd op verouderde budgetafspraken afkomstig van de aanbesteding uit 2022 met de moederorganisaties. In de huidige normeringen wordt niet genoeg rekening gehouden met de huidige instroom, recente inhoudelijke ontwikkelingen of landelijke en regionale trends. Structurele wachtlijsten belemmeren de wijkteams om snel en preventief hulp te bieden. Naast de basishulp gelden dezelfde vragen voor de toegang (tot jeugdhulp) en zorg & veilig. De recente ontwikkelingen en trends zijn niet genoeg meegenomen in de huidige formatie en expertise. Om een compleet beeld te krijgen van een passende inrichting van de wijkteams, zijn evaluaties nodig van de verschillende onderdelen van het wijkteam.

Als we de basis niet op orde brengen, blijven problemen escaleren en zal er vaker een beroep gedaan worden op zwaardere en duurdere jeugdhulp. Met voldoende en goed personeel kan het wijkteam beter aansluiten bij landelijke en regionale ontwikkelingen, wachtlijsten aanpakken en gezinnen tijdig de

VNG, Richtinggevend kader Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening, zie link.

4 Actielijnen

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 10

juiste hulp bieden. Voor dit onderdeel gaat de gemeente de volgende zaken uitwerken: • Actualisatie formatieberekening van de wijkteams; • Actualisatie functieboom + evaluatie (neven) werkzaamheden; • Evaluatie en advies t.a.v. inrichting preventie & ondersteuning, vervolg aanbesteding jeugdhulpverlening en maatschappelijke ondersteuning vanuit de wijkteams (moederorganisaties); • Evaluatie en advies inrichting zorg & veilig; • Evaluatie en advies inrichting toegang. b) Optimalisatie dienstverlening De dienstverlening in het wijkteam vraagt om een betere inrichting, waarbij een stevige (personele) basis belangrijk blijft (zie speerpunt a). Dit geldt voor de volgende kerntaken: de toegangsfunctie, preventie & ondersteuning en zorg & veilig. Daarnaast zijn er voor de organisatie en ondersteuning van deze dienstverlening bepaalde medewerkers aangewezen, zoals de teammanagers, senior wijkteammedewerkers, gedragswetenschappers, kwaliteitsmedewerkers en beleidsadviseurs. Hierin is een sterke inrichting van de proces- en casusregie essentieel. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Handreiking Casusregie Rijnmond5. Integrale samenwerking met domeinen als Wmo, Participatie, Welzijn en OOV is daarbij van groot belang voor de aanpak van complexe multi-problematiek. Zo is de toepassing van bijvoorbeeld de doorbraakmethode belangrijk.

Het is voor de gemeente bovendien van belang dat het wijkteam beschikt over de geschikte deskundigheid. Deskundigheidsbevordering is constant in ontwikkeling, waardoor het van 5

belang is om hierin de actuele ontwikkelingen, zoals uit het Toekomstscenario en de HAJ, in de gaten te houden, maar ook de lokale wensen en behoeften niet uit het oog te verliezen. Het belang hiervan wordt ook in de RBOK onderschreven. Voor dit onderdeel gaat de gemeente de volgende zaken uitwerken: • Werkinstructie voor proces- en casusregie; - RBOK Maatregel 10: Kortcyclisch werken + integraal casusregie voeren. • Plan integraal werken met o.a. de Wmo, Participatiewet, Welzijn en OOV; - RBOK Maatregel 11: Integrale aanpak: via integrale toegang; - RBOK Maatregel 28a: Hulp verschuiven naar ZVW/WLZ/WMO – gemeenten; • Gecoördineerd opleidingsprogramma voor deskundigheidsbevordering; - RBOK Maatregel 3: Training kostenbewustzijn en arrangeren; • Inwerkprogramma’s voor nieuwe medewerkers. 4.2 Data gestuurd werken Betrouwbare en toegankelijke data zijn essentieel voor het monitoren en bijsturen van de prestaties in de jeugdhulp. Hoewel de gemeente al enkele systemen gebruikt, is verdere ontwikkeling nodig om optimaal gebruik te maken van data gestuurd werken. De gemeente gaat daarom aan de slag met de (door) ontwikkeling van twee Power BI-dashboards, die gericht zijn op het vergroten van inzicht en sturingsmogelijkheden in de jeugdhulpkosten en de beschikbaarheid van voorzieningen. Het gaat om de volgende twee dashboards:

Handreiking Casusregie Rijnmond, zie link.

4 Actielijnen

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 11

a) Jeugd - Financieel Dashboard Dit dashboard geeft inzicht in de ontwikkeling van jeugdhulpkosten. De doorontwikkeling gebeurt in samenwerking met Ridderkerk, Barendrecht en de BedrijfsvoeringsPartner, met een nadruk op inhoudelijke analyses en kostenprognoses. Dankzij deze analyses kan de gemeente gerichter beleid

4.3 Beleid en kwaliteit Een sterk lokaal beleidskader is essentieel voor transparantie, kwaliteitsborging en kostenbeheersing in de jeugdhulp. De huidige Verordening Jeugdhulp moet worden geactualiseerd om beter aan te sluiten bij de Hervormingsagenda Jeugd (HAJ), de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) en

ontwikkelen en meer doelgerichte interventies inzetten om de kosten beheersbaar te houden.

recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CrvB). De CrvB heeft geoordeeld dat gemeenten scherper moeten vaststellen wat onder de wettelijke jeugdhulpplicht valt en wat eigen verantwoordelijkheid is. Dit sluit aan bij RBOK-maatregel 31, die gemeenten oproept de instroom te beperken door deze reikwijdte duidelijker af te bakenen. Ook wordt de regeling Sociaal Medische Indicatie (SMI) herzien, zodat helder wordt wanneer en onder welke voorwaarden ouders hierop aanspraak kunnen maken. Dit draagt bij aan een eerlijkere en transparantere beoordeling van aanvragen en voorkomt onbedoelde instroom in de jeugdhulp. De invoering van de Beschikbaarheidswijzer helpt verwijzers zoals huisartsen en wijkteams jeugdigen sneller door te leiden naar passende hulp met korte wachttijden.

b) Dashboard Wijkteam Voor een effectieve ondersteuning door het wijkteam is inzicht in de dienstverlening en bedrijfsvoering van groot belang. Momenteel ontbreekt er een specifiek dashboard dat inzicht biedt in het onderdeel preventie & ondersteuning van het wijkteam. Dit nieuwe instrument zal helpen om de doorontwikkeling en prestaties van het team te monitoren en verder te optimaliseren. Daarnaast wordt een analyse uitgewerkt over de duurste indicaties bij de gemeente. Daarmee wordt inzichtelijk welke problematiek er speelt bij deze jeugdigen. Dit helpt om zicht en grip te krijgen over dit soort uitgaven. Na de oplevering dat de dashboards wordt bekeken welke aanvullende analyses er nodig zijn.

Daarnaast wordt het indicatieproces verbeterd, onder andere door dure zorgtrajecten beter te controleren (RBOK-maatregel 12a) en het stimuleren van informele steunfiguren als alternatief voor specialistische jeugdhulp (RBOK-maatregel 32). Om wachttijden en escalatie te voorkomen, wordt gestuurd op tijdige toewijzing van jeugdhulp (RBOK-maatregel 36a).

4 Actielijnen

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 12

Deze acties zorgen ervoor dat het beleid juridisch en financieel robuust is én praktisch toepasbaar blijft. Zo werken we aan een toegankelijke en effectieve jeugdhulp voor alle kinderen en gezinnen in Barendrecht. Voor dit onderdeel werkt de gemeente aan de volgende acties:

Naast het uitvoeringsplan HGKM worden de (regionaal) herijkte samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en de lokale teams geïmplementeerd in de wijkteams. Deze herijkte samenwerkingsafspraken zijn in Q4 van 2024 opgeleverd. Tot slot werkt de gemeente in de regio Rijnmond

• Herijking jeugdhulp verordening (incl. beleidsregels en nadere regels); - RBOK Maatregel 31: Instroom beperken door beperken reikwijdte door gemeenten vooruitlopend op Rijk (HAJ); • Herijking beleid Sociaal Medische indicatie (SMI); • Implementatie Beschikbaarheidswijzer; • Verbeteren kwaliteit indicatiesproces, o.a. door uitwerking: - RBOK Maatregel 12a: Budgetlimiet - € 4.000 toets; - RBOK Maatregel 32: Inzet informele steunfiguren; - RBOK Maatregel 36a: Tijdig toewijzen. 4.4 Keten kind- en gezinsbescherming Voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: HGKM) heeft de gemeenteraad een regiovisie HGKM vastgesteld in 2024. Deze regiovisie houdt ook al rekening met het Toekomstscenario en de HAJ. De gemeenteraad heeft besloten dat er op basis van de regiovisie een lokaal uitvoeringsplan komt, waarmee de visie in de praktijk kan worden geïmplementeerd. Het gezamenlijke doel is om een veilige thuisomgeving voor iedereen te realiseren. Om dit doel te bereiken, gaan we investeren in samenwerking tussen het wijkteam, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, gecertificeerde instellingen (GI’s) en de Raad voor de Kinderbescherming, zoals in de visie opgenomen.

samen aan een verbredingsplan waarmee de werkwijze van het Toekomstscenario kan worden geïmplementeerd in gemeenten waar de proeftuin van het Toekomstscenario niet heeft plaatsgevonden. Deze werkwijze wordt tot op zekere hoogte ontwikkeld met behulp van de bevindingen uit de proeftuinen. Nu is de tijd aangebroken om te verbreden naar alle gemeenten binnen regio Rijnmond, waaronder Barendrecht. Zodra dit regionale plan is uitgewerkt (met onze lokale inbreng) zal dit plan moeten worden geïmplementeerd in onze wijkteams. De implementatie volgt op de uitwerking van dat regionale plan. Voor dit onderdeel werkt de gemeente aan de volgende acties: • Uitvoeringsplan op basis van regiovisie HGKM; • Implementatie herijking samenwerkingsafspraken Veilig Thuis en wijkteams; • Opstellen regionaal verbredingsplan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming; • Implementatie regionaal verbredingsplan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

4 Actielijnen

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 13

4.5 Medisch domein Belangrijke samenwerkingspartners binnen het sociaal domein zijn de huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen. Deze professionals zijn wettelijke verwijzers binnen de Jeugdwet en kunnen, naast het wijkteam, naar alle vormen van jeugdhulp verwijzen. De jeugdgezondheidszorg van het CJG, die veel jonge

• Actief overleg met huisartsen, om de instroom naar jeugdhulp beter te reguleren; • Evaluatie POH Jeugd-GGZ, om de effectiviteit van deze ondersteuning te beoordelen en waar nodig te verbeteren; - RBOK Maatregel 16: POH inzet financieren vanuit IZA;

kinderen ziet, speelt een belangrijke rol bij het vroegtijdig signaleren van problemen en is daarom een waardevolle partner voor de gemeente. Goede samenwerking met deze medische partners sluit aan bij de ambities uit de HAJ, het Integraal Zorgakkoord (IZA)6 en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)7.

• Uitbreiding POH Jeugd-GGZ naar meer huisartspraktijken.

Voor nu richt de gemeente zich met name op de samenwerking met huisartsen, aangezien zij – na het wijkteam – de meeste verwijzingen naar jeugdhulp doen. Wanneer wachttijden bij het wijkteam oplopen, zien we dat inwoners vaker om jeugdhulp vragen via de huisarts. De invoering van een beschikbaarheidswijzer (actielijn 3) helpt verwijzers zoals huisartsen te verwijzen naar aanbieders met zo kort mogelijke wachtlijsten. Idealiter komen de meeste hulpvragen bij het wijkteam terecht, omdat het wijkteam gedegen onderzoek kan doen en indien mogelijk zelf laagdrempelige ondersteuning biedt, zonder doorverwijzing naar (zware) jeugdhulp. Een stevig wijkteam met voldoende capaciteit is dan ook essentieel om wachttijden te beperken (actielijn 1). De (huidige) inzet van een praktijkondersteuner huisarts (POH) Jeugd-GGZ helpt om een deel van de doorverwijzingen door huisartsen op te vangen. Inzet op de POH Jeugd is ook onderdeel van de RBOK. Voor deze actielijn werkt de gemeente aan de volgende zaken: 6

Integraal Zorgakkoord: ‘Samen werken aan gezonde zorg’, zie link.

7

Gezond en Actief Leven Akkoord, zie link.

4.6 Onderwijs Scholen zijn vaak de eerste plek waar problemen bij jeugdigen worden gesignaleerd. In Barendrecht zetten we daarom in op een nog sterkere verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp, zodat iedere leerling een veilige, stimulerende leeromgeving krijgt en op tijd passende ondersteuning ontvangt. Dit sluit aan bij de HAJ en draagt bij aan veerkrachtige gezinsstructuren en een gezonde persoonlijke ontwikkeling. Wij bouwen verder op de pilot ‘Jeugdhulp op School’, waarin jeugdhulpprofessionals direct op school ondersteuning bieden in het speciaal onderwijs. Op basis van de positieve evaluaties ambiëren we een uitbreiding van deze aanpak naar het regulier onderwijs, zodat jeugdigen preventief en laagdrempelig geholpen kunnen worden. Daarbij staat de doorontwikkeling van de Jeugdhulp op School centraal. Tegelijkertijd blijven we de werkwijze van de schoolcontactpersonen evalueren en verbeteren. Zij fungeren als belangrijke schakel tussen het wijkteam en de scholen. Door deze functie te professionaliseren in het wijkteam, kunnen signalen op school sneller worden opgepakt. Dit is een manier waarop we de samenwerking tussen het gemeente en het onderwijs vormgeven.

4 Actielijnen

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 14

Meer in het algemeen wordt er gewerkt aan betere samenwerkingsafspraken tussen gemeenten, jeugdhulpaanbieders en onderwijsinstellingen. Dit is ook een ambitie uit de RBOK, waaronder maatregel 29a: hulp verschuiven naar passend onderwijs. Een afwegingskader tussen onderwijs en jeugdhulp – zoals dat in de regio al is ontwikkeld – kan een mogelijke

Concreet zetten we in op de volgende acties:

uitwerking zijn van deze samenwerking.

• Versterking van de samenwerking met onderwijs door het maken van afspraken, onder andere naar aanleiding van RBOK-maatregel 29a, waarbij een regionaal afwegingskader als uitwerking kan dienen; • In kaart brengen van zorgbehoeften op scholen – met het onderwijs en samenwerkingsverbanden – op basis van de ontwikkelopdracht uit de lokale aanbesteding.

Daarnaast vormt de ontwikkelopdracht binnen de lokale aanbesteding, waarin het onderwijs-zorgcontinuüm is beschreven, een belangrijke aanleiding om deze samenwerking verder vorm te geven. Dit biedt concrete aanknopingspunten om – samen met scholen en samenwerkingsverbanden – de zorgbehoeften op school in kaart te brengen en te vertalen naar een passend lokaal aanbod, zowel in de klas als in de gemeentelijke jeugdhulp.

• Uitbreiding en doorontwikkeling van de pilot ‘Jeugdhulp op School’ naar ook het regulier onderwijs; • Blijvend verbeteren en evalueren van de functie schoolcontactpersoon in het wijkteam;

4 Actielijnen

| Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 15

5 Financieel en Risico’s

Dit Actieplan heeft als doel om de jeugdhulp in Barendrecht inhoudelijk te versterken en tegelijkertijd de uitgaven zoveel als mogelijk beheersbaar te houden. Door in te zetten op preventie, efficiëntere processen en kostenbewust indiceren, wordt de groei van de zorgvraag gedempt. Dit sluit aan bij de beleidskaders, maar lost de kernuitdagingen van de

Tot slot formuleren we hieronder risico’s die verbonden zijn aan de uitvoering en resultaten van dit Actieplan. Het gaat om de volgende risico’s: • Geen actie ondernemen als gemeente betekent maatschappelijk gezien dat kinderen en gezinnen verder in de knel raken. Dit kan leiden tot langdurige problemen in hun ontwikkeling en

open-einde regeling van de Jeugdwet niet op. Landelijke besluitvorming over de reikwijdte van de Jeugdwet en een betere financiële compensatie voor gemeenten blijven noodzakelijk om de financiële problematiek structureel op te lossen. Het Actieplan biedt daarmee een lokaal antwoord op complexe uitdagingen, maar vraagt ook om landelijke ondersteuning.

overbelasting van het zorgsysteem. De huidige uitdagingen in de jeugdhulp vergroten sociale ongelijkheid, belasten informele netwerken - zoals familie en buurt - en kunnen het vertrouwen in lokale ondersteuning verminderen; • De gemeenteraad of het college kunnen noodzakelijke investeringen afkeuren, wat beoogde kwaliteitsslag en besparingen op langere termijn kan beperken, hiermee samenhangend; • Een tekort aan personeel/capaciteit voor de (projectmatige) aanpak kan leiden tot vertragingen en/of de kwaliteit van de resultaten beïnvloeden; • Naar aanleiding van uitspraken door de deskundigencommissie Van Ark, zoals over de inperking van de wettelijke reikwijdte van de jeugdhulp en mogelijke financiële compensatie vanuit het Rijk, kunnen politieke landelijke beslissingen het behalen van de doelen beïnvloeden; • Onvoorziene omstandigheden of een autonome toename in het beroep op jeugdhulp kunnen de kosten verder doen stijgen, ondanks succesvolle inspanningen; • De gemeente is deels afhankelijk van hoe de RBOK-maatregelen worden uitgevoerd door de GRJR, systeemaanbieders en andere regio­ gemeenten.

Het Actieplan wordt zoveel mogelijk uitgevoerd binnen de bestaande formatie en middelen. Voldoende ambtelijke capaciteit is cruciaal voor een succesvolle implementatie. Om knelpunten in de uitvoeringscapaciteit te ondervangen, wordt incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de tijdelijke inzet van extra capaciteit, ter ondersteuning van de uitvoering van specifieke rollen en acties.

5 Financieel en Risico’s | Actieplan Jeugd en Gezin 2025-2026

| 16

Bezoekadres: Binnenhof 1 2991 AA Barendrecht www.barendrecht.nl 14 0180 06 – 46 98 63 26 gemeente-barendrecht gemeentebarendrecht @BARENDRECHTzh

| 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15704387/1