Aanvraagformulier Vangnetuitkering 2023.pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 1: AANVRAAGFORMULIER 2023 BASISVERZOEK Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.
Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).
Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden.
1
Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022
1
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.
Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?
Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.
Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2.
Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen. 2
Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG
2
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.
Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023
3
1. Verklaring college bij een basisverzoek
Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
4
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. De BUIG uitgaven waren in 2023 hoger dan de BUIG inkomsten. De voornaamste oorzaak van het tekort op het BUIG budget is de groei van ons klantenbestand. Het aantal klanten in ons uitkeringsbestand blijkt aan het eind van 2023 te zijn toegenomen met zo’n 9%. De instroom was dus groter dan de uitstroom. Dit heeft twee belangrijke oorzaken.
Allereerst hebben gehoor gegeven aan de oproep van het kabinet om extra statushouders te huisvesten, waardoor het aantal klanten in de bijstand sterker is toegenomen dan normaal. Ook hebben we een inhaalslag gemaakt op de huisvestingstaakstelling van statushouders 2022. Ten tweede heeft een groot deel van de (ingestroomde) klanten in ons uitkeringsbestand een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het kost aanzienlijke tijd en inzet om deze groep uitkeringsgerechtigden te laten uitstromen uit de uitkering. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Onze inzet voor kostenreductie op de BUIG richt zich op drie pijlers: verminderen van de instroom, vergroten van de uitstroom en handhaving. Verminderen instroom: Onze klantmanagers doen de eerste intake. Bij elke bijstandsaanvraag wordt zorgvuldig het recht op bijstand beoordeeld en wordt gekeken of andere voorzieningen voorliggend zijn. Bij de poort wordt ook gekeken of een kandidaat direct naar werk kan worden begeleid. We werken hierbij nauw samen met het WSP Rijnmond en maken gebruik van het instrument HalloWerk om kandidaten (direct) aan werk te helpen. Jongeren worden direct, of zo snel mogelijk, naar werk of opleiding begeleid.
Vergroten uitstroom: Een groot deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit het segment re-integratie. Deze groep heeft vaak te maken met multiproblematiek, een stapeling van problemen op verschillende 5
levensdomeinen. Het kost tijd en begeleiding om deze kandidaten (opnieuw) gereed te maken voor de arbeidsmarkt. Allereerst hebben wij daarom de begeleiding en de frequentie van het contact tussen klantmanagers en deze groep kandidaten verder geïntensiveerd. Ook worden indien nodig intensieve trajecten ingezet die mensen met multiproblematiek ondersteunen bij het oplossen van hun problemen om hen uiteindelijk naar werk te begeleiden Daarnaast wordt gefocust op werkervaringsplekken, ontwikkeltrajecten naar werk, opleidingstrajecten, taaltrajecten en beweegprogramma’s. Als voltijds werken niet mogelijk is, dan wordt gekeken naar mogelijkheden voor parttime werk. Naast deze trajecten, worden binnen onze gemeente diverse reguliere instrumenten ingezet om kandidaten toe te leiden naar (duurzaam) betaald werk, waaronder jobcoaching, werkervaringsplaatsen (WEP), proefplaatsingen en het inzetten van loonkostensubsidies. Het inzetten van loonkostensubsidies blijkt een goed middel om mensen met een beperking naar werk te leiden. Tot slot zetten we de participatiepremie in als een soort instrument om de uitstroom te bevorderen en kandidaten te stimuleren om volledig aan het werk te gaan. De participatiepremie wordt ambtshalve toegekend.
Handhaving: Via de periodieke rechtmatigheidsonderzoeken zorgen we ervoor dat uitkeringen rechtmatig worden verstrekt en zien erop toe dat onterechte uitkeringen worden terugbetaald. We passen hier echter wel de menselijke maat toe. In 2024 gaat in het team Participatie een dedicated medewerker Toezicht en Handhaving van start, waarmee we de inzet op handhaving vergroten. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. We verwachten dat de zorgvuldige rechtmatigheidscontroles die wij doen aan de poort, alsmede de focus op directe bemiddeling richting arbeid, bijdragen aan het voorkomen van extra instroom en de afname van met name het aantal kortdurende uitkeringen. We verwachten dat de intensivering van het klantcontact leidt tot snellere en hogere uitstroom. Het streven is om alle kandidaten goed in beeld te hebben en een passend traject aan te bieden die hen – uiteindelijk – naar werk moeten leiden. Daarbij is de verwachting dat de voorzieningen en trajecten die we voor deze kandidaten beschikbaar stellen, zullen leiden tot hogere uitstroom.
Via handhaving en toezicht zien we erop toe, dat wie geen recht heeft op een uitkering ook geen uitkering ontvangt. Hiermee leveren we inspanning om onrechtmatige verstrekkingen op te sporen en daarmee de uitgaven te verminderen. Deze inspanningen leiden naar verwachting ook tot terugvorderingen van bijstand. Bijstand die terug wordt betaald reduceert de uitgaven.
6
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X Moment in het proces De kadernota, de begroting. X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.
X
Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
X
Raadsinformatiebrief
7
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Het tekort in Barendrecht ten aanzien van het definitieve BUIG budget 2023 is €1.720.213. Dit is een tekort van 21,01%. Hieronder beschrijven wij aan de hand van een analyse van ons klantenbestand wat de oorzaken zijn van het tekort. Algemeen: in- en uitstroom 2023 We hebben in 2023 een behoorlijke uitstroom gerealiseerd (uitstroom 2023: 113 dossiers). Echter zijn in 2023 meer mensen ingestroomd in de bijstand dan verwacht (instroom 2023: 162 dossiers). In de onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van de in- en uitstroom in ons klantenbestand 2023 weergegeven.
Ons klantenbestand is in 2023 toegenomen met 49 dossiers. Dit is een toename van zo’n 9% ten opzichte van december 2022. De extra instroom in 2023 bestaat voor een aanzienlijk deel uit gehuisveste statushouders en mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (het segment reintegratie). De bijstandsuitgaven zijn als gevolg van de stijging van het klantenbestand eveneens toegenomen. Met name in de eerste helft van 2023 was sprake van een sterke toename van het klantenbestand en daarmee van de bijstandsuitgaven. 8
Ontwikkeling van het klantenbestand in de afgelopen 5 jaar Ons klantenbestand van mensen met een algemene bijstandsuitkering (WWB) is in 2023 met 53 dossiers toegenomen. Ons klantenbestand van mensen met een IOAW, IOAZ of BBZ-uitkering is daarentegen met 4 dossiers afgenomen. Per saldo is er in 2023 dus een toename van 49 dossiers. In de onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van ons klantenbestand in de afgelopen 5 jaar weergegeven. Ons klantenbestand neemt sinds 2021 jaarlijks met zo’n 10% toe.
Samenstelling van het klantenbestand Zo’n 52% van de mensen in ons uitkeringsbestand is 46 jaar of ouder. 32% is tussen de 28 en 45 jaar en zo’n 16% is tussen de 18 en 27 jaar. De overgrote meerderheid van de mensen in het uitkeringsbestand is alleenstaand zonder kinderen onder de 18 (ruim 62%), een kleiner deel (22%) is gehuwd en zo’n 16% is alleenstaande ouder. Van de uitkeringsgerechtigden verricht zo’n 7% betaald werk naast de uitkering. Zij ontvangen deels inkomen uit arbeid en deels een aanvullend inkomen vanuit de Participatiewet. 9
Ons uitkeringsbestand is onderverdeeld in drie segmenten: werk, re-integratie en sociale activering. 15% zit in het segment werk en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt van 0-6 maanden. Zo’n 48% van de mensen in ons uitkeringsbestand zit in het segment re-integratie en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt van minimaal 6-18 maanden. 37% zit in het segment sociale activering en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt van minimaal 18+ maanden. Kortom: de overgrote meerderheid van ons uitkeringsbestand bestaat uit mensen met een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt. Deze groep mensen zit daarom vaak langere tijd in de uitkering. Het kost tijd en inspanning om deze groep mensen te ondersteunen de stap naar betaald werk te zetten dan wel te begeleiden naar een andere vorm van participatie (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk). Extra inspanning voor de huisvesting van statushouders De toegenomen instroom in ons klantenbestand is mede het gevolg van de toename van statushouders in onze gemeente. Het kabinet heeft gemeenten verzocht extra inspanningen te leveren om statushouders te huisvesten, om de AZC’s te ontlasten. Hierover zijn bestuurlijke afspraken gemaakt. Barendrecht heeft in 2023 gehoor gegeven aan dit verzoek en heeft daarnaast een inhaalslag gemaakt op de huisvesting van statushouders over 2022. Dit heeft gezorgd voor een extra instroom in de bijstand.
In onderstaande grafiek wordt de ontwikkeling van de huisvestingstaakstelling voor vergunninghouders weergegeven:
N.B. De taakstelling wordt elk half jaar vastgesteld door het Rijk. Het aantal geplaatste vergunninghouders wordt in de grafiek cumulatief weergegeven.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Hieronder lichten wij toe welke maatregelen we hebben getroffen om het tekort op de BUIG zoveel mogelijk te reduceren.
10
Algemeen: budgetgesprekken en de uitvoering van de Participatiewet 2023 Maandelijks worden ambtelijk zogeheten budgetgesprekken gevoerd waarin de ontwikkelingen van de diverse budgetten in het sociale domein (waaronder de BUIG) worden geanalyseerd en gemonitord. Omstreeks de aanvang van het laatste kwartaal van 2023 werd duidelijk dat er een tekort zou zijn op het BUIG budget en dat dit tekort hoger zou zijn dan het eigen risico van 7,5%. De basis van het werk rondom de uitvoering van de Participatiewet ligt bij de klantmanagers, de accounthouder, kwaliteitsmedewerker en de teamleider van het team Participatie. De klantmanagers hebben elk een eigen caseload en zijn onderverdeeld in vier segmentteams: (1) Werk, Re-integratie en Jongeren, (2) Doelgroep Indicatie Banenafspraak, Nieuw Beschut, (3) Sociale Activering en (4) Statushouders. De maatregelen die zijn én worden getroffen om het tekort op de BUIG te reduceren, hebben betrekking op het verlagen van ons uitkeringsbestand. Hiertoe is in de zomer van 2023 een plan van aanpak opgesteld, dat in de eerste helft van 2024 wordt aangescherpt. Onze inzet op kostenreductie van de BUIG (bestandsverlaging) richt zich op drie pijlers: (1) het verminderen van de instroom, (2) het vergroten van de uitstroom en (3) handhaving. 1. Verminderen van de instroom Onze klantmanagers doen de eerste intake.
Bij elke bijstandsaanvraag wordt zorgvuldig het recht op bijstand beoordeeld en wordt gekeken of andere voorzieningen voorliggend zijn. Bij de poort wordt ook gekeken of een kandidaat direct naar werk kan worden begeleid. We werken hierbij nauw samen met het WSP Rijnmond en maken gebruik van het instrument HalloWerk om kandidaten (direct) aan werk te helpen. We geven bij de poort extra aandacht aan jongeren (18-27 jaar). We onderzoeken of voor de jongere die een aanvraag doet voor een bijstandsuitkering een opleiding passend is, of dat er een mogelijkheid is voor hem/haar om direct aan het werk te gaan. We hebben de toeleiding naar scholing en opleiding als een maatwerkvoorziening beschikbaar gesteld voor jongeren, waarmee we jongeren sneller en eenvoudiger een opleiding kunnen aanbieden (jongerencoaching via de Jonge Krijger en andere trajecten). Voor jongeren met een beperking werken we samen met een aanbieder van leerwerkplekken (Jong Vermogen). 2. Vergroten van de uitstroom Een groot deel van ons uitkeringsbestand bestaat uit het segment re-integratie. Deze groep heeft vaak te maken met multiproblematiek, een stapeling van problemen op verschillende levensdomeinen. Het kost tijd en begeleiding om deze kandidaten (opnieuw) gereed te maken voor de arbeidsmarkt.
Allereerst hebben wij daarom de begeleiding en de frequentie van het contact tussen klantmanagers en deze groep kandidaten verder geïntensiveerd. Het streven is om alle kandidaten goed in beeld te hebben en een passend traject aan te bieden die hen – uiteindelijk – naar werk moeten leiden. Ook worden indien nodig intensieve trajecten ingezet die mensen met multiproblematiek ondersteunen bij het oplossen van hun problemen om hen uiteindelijk naar werk te begeleiden. Daarnaast wordt gefocust op werkervaringsplekken, ontwikkeltrajecten naar werk,
11
opleidingstrajecten, taaltrajecten en beweegprogramma’s. Als voltijds werken niet mogelijk is, dan wordt gekeken naar mogelijkheden voor parttime werk. Naast deze trajecten, worden binnen onze gemeente diverse reguliere instrumenten ingezet om kandidaten toe te leiden naar (duurzaam) betaald werk, waaronder jobcoaching, werkervaringsplaatsen (WEP), proefplaatsingen en het inzetten van loonkostensubsidies. Het inzetten van loonkostensubsidies blijkt een goed middel om mensen met een beperking naar werk te leiden. Tot slot zetten we de participatiepremie in als een soort instrument om de uitstroom te bevorderen en kandidaten te stimuleren om volledig aan het werk te gaan. De participatiepremie wordt ambtshalve toegekend. 3. Handhaving Via periodieke rechtmatigheidscontroles zien we erop toe dat wie geen recht heeft op een uitkering ook geen uitkering ontvangt. Ook kijken we bij de poort of andere voorzieningen (UWV, DUO) voorliggend zijn. In 2024 gaat in het team Participatie een dedicated medewerker Toezicht en Handhaving van start, waarmee we de inzet op handhaving vergroten.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. De maatregelen die we treffen behoren de uitstroom naar werk of opleiding te bevorderen. Dit is ook voor een goed deel gerealiseerd: in 2023 zijn 42 klanten naar werk of een opleiding uitgestroomd. In de onderstaande grafiek wordt weergegeven om welke redenen klanten in 2023 zijn uitgestroomd uit de uitkering:
12
N.B. Een aanzienlijk deel van de uitstroom ligt buiten onze invloedsfeer: verhuizing naar een andere gemeente, samenwonen, bereiken AOW-gerechtigde leeftijd, overlijden, enzovoort. Deze zijn samengevat onder de noemers “geen invloed” en “andere oorzaak”. Zoals beschreven, is ons maatregelenpakket voor kostenreductie op de BUIG gebaseerd op drie pijlers: (1) verminderen van de instroom, (2) vergroten van de uitstroom, (3) handhaving. Hieronder lichten wij per pijler toe wat de verwachte effecten zijn van de getroffen maatregelen. 1. Verminderen van de instroom We verwachten dat de zorgvuldige rechtmatigheidscontroles die wij doen aan de poort, alsmede de focus op directe bemiddeling richting arbeid, bijdragen aan zowel het voorkomen van extra instroom als de afname van met name het aantal kortdurende uitkeringen. We monitoren onze maatregelen voor het verminderen van de instroom middels een preventiequote voor jongeren (18-27 jaar) en een preventiequote voor volwassenen. In 2023 hebben we onze maatregelen voor het verminderen van de instroom voor een goed deel gerealiseerd. Komende jaren richten we nog meer onze aandacht op het verminderen van de instroom. 2. Vergroten van de uitstroom We verwachten dat de intensivering van het klantcontact leidt tot snellere en toenemende uitstroom.
Het streven is om alle kandidaten goed in beeld te hebben en een passend traject aan te bieden die hen – uiteindelijk – naar werk moeten leiden. Daarbij is de verwachting dat de voorzieningen en trajecten die we voor deze kandidaten beschikbaar stellen, zullen leiden tot hogere uitstroom. Zo hebben we, samen met Barendrecht en Ridderkerk, een eigen werkgeversservicepunt (WSP BAR), waar vacatures uit onze regio worden gekoppeld aan klanten uit onze eigen bestanden. Het WSP BAR werkt hierin nauw samen met het WSP Rijnmond. In de regio Rijnmond kunnen we via HalloWerk snel en eenvoudig werkgevers en werkzoekenden bij elkaar brengen. Intern onderzoeken we of we kandidaten in ons klantenbestand sneller kunnen koppelen aan Het inzetten van loonkostensubsidies blijkt een goed middel om mensen met een beperking naar werk te leiden. Dit worden er steeds meer, maar we zijn hier wel voor een belangrijk deel afhankelijk van het aantal mensen in het doelgroepenregister. 3. Handhaving Via handhaving en toezicht zien we erop toe, dat wie geen recht heeft op een uitkering ook geen uitkering ontvangt. Hiermee leveren we inspanning om onrechtmatige verstrekkingen op te sporen en daarmee de uitgaven te verminderen. Deze inspanningen leiden ook tot terugvorderingen van bijstand. Bijstand die terug wordt betaald reduceren de uitgaven.
13
In 2024 gaat in het team Participatie een dedicated medewerker Toezicht en Handhaving van start, waarmee we de inzet op handhaving vergroten. Bij handhaving hebben we wel rekening gehouden met de maatschappelijke tendensen en de inzichten die zijn ontstaan, ook en met name in de Tweede Kamer en het Kabinet. Een strenge en strikte toepassing van de Participatiewet kan leiden tot onbegrijpelijke en soms schrijnende situaties. Hiervan zijn we ons bewust.
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
14
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; 2. voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; 3. voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen.
15
Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Barendrecht stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: drs. R.E. Schneider De griffier,
Naam van de ondertekenaar: C.M. Krouwel
16