Aanbiedingsbrief MRDH zienswijze wijziging GR MRDH.pdf
Tekst van het document
Oorspronkelijk:
Gemeente
Inwoneraantal 2013 | Aantal stemmen in GR | _% van de stemmen
Rotterdam
615.726
45
22,5%
Den Haag
505.568
39
19,5%
Zoetermeer Westland Delft
123.064 102.717 99.085
9 9 9
4,5% 4,5% 4,5%
Schiedam
76.354
7
3,5%
Leidschendam-Voorburg
72.561
7
3,5%
Spijkenisse
72.332
7
3,5%
Vlaardingen
70.889
7
3,5%
Capelle a/d IJssel
66.034
7
3,5%
Lansingerland
56.508
5
2,5%
Pijnacker-Nootdorp
50.454
5
2,5%
Barendrecht
47.387
5
2,5%
Rijswijk
47.345
5
2,5%
Ridderkerk
45.327
5
2,5%
Hellevoetsluis Maassluis
39093 31.956
5 4
2,5% 2,0%
Krimpen a/d IJssel
28.854
4
2,0%
Wassenaar
25.695
4
2,0%
Albrandswaard
25.114
4
2,0%
Midden-Delfland Brielle
18.243 16.328
2 2
1,0% 1,0%
Westvoorne
13.889
2
1,0%
Bernisse
12.339
2
1,0%
totaal is 200 stemmen
Huidige voorstel (in groen de wijzigingen):
Gemeente Rotterdam
Voorlopig 2022 655.468
Voorstel stemmen in GR | % van de stemmen 45 22,5%
Inwoneraantal | verdeling aantal
Den Haag
553.417
39
19,5%
Zoetermeer
125.767
9
4,5%
Westland
112.448
9
4,5%
Delft
104.572
9
4,5%
Nissewaard
86.332
9
4,5%
Schiedam
79.644
7
3,5%
Leidschendam-Voorburg
76.659
7
3,5%
Vlaardingen
74.143
7
3,5%
Voorne aan Zee
73.238
7
3,5%
Capelle a/d Jssel
67.188
7
3,5%
Lansingerland
64.110
5
2,5%
Rijswijk Pijnacker-Nootdorp
56.947 56.597
5 5
2,5% 2,5%
Barendrecht
48.714
5
2,5%
Ridderkerk
47.099
5
2,5%
Maassluis
34.148
4
2,0%
Krimpen a/d lJssel
29.415
4
20%
Wassenaar
27.115
4
2,0%
Albrandswaard Midden-Delfland
25.934 19.484
4 4
2,0% 2,0%
©.
In het zesde lid van artikel 2:3 is toegevoegd dat het lid van gedeputeerde staten geen stem heeft. Dit is al zo, maar op verzoek is dit duidelijker opgeschreven.
Artikel 2:5 voorzitter en plaatsvervangend voorzitter Naar aanleiding van de actualisatie:
Het tweede lid van artikel 2:5 regelt dat de zittende voorzitter niet direct herbenoembaar is. In de praktijk echter, blijkt en is gebleken dat er na twee jaar ook de behoefte is om de mogelijkheid te hebben dezelfde voorzitter te herbenoemen voor nog eens twee jaar. Daarom wordt voorgesteld het tweede lid te verwijderen. Dat iedere twee jaar een beslissing over het voorzitterschap wordt genomen blijt.
Artikel 2:6 dagelijks bestuur Naar aanleiding van de actualisatie. a.
In artikel 2:6 eerste lid sub b wordt verwezen naar alle deelnemende gemeenten in artikel 2:3.
Omdat door gemeentelijke herindeling artikel 2:3 is veranderd is, klopt de verwijzing in artikel 2:6 niet meer. De verwijzing is aangepast. b.
Het derde lid van artikel 2:6 is verwijderd. Deze verwees naar een mogelijke deelname van de
c.
provincie in het dagelijks bestuur. De provincie heeft geen zitting in het dagelijks bestuur. Dit artikel was destijds gecreëerd vanuit het idee dat Provincie Zuid-Holland mogelijk ooït zou deelnemen aan deze GR. Dat is nu niet aan de orde. Daarom wordt dit aangepast aan de huidige werkwijze en geschrapt. In plaats daarvan wordt een nieuw derde lid voorgesteld: 3.Het dagelijks bestuur kiest in ieder geval een portefeuillehouder Middelen uit haar midden.
d.
Het dagelijks bestuur is het wettelijk aangewezen gremium om de ontwerp-begroting, de bestuursrapportages inclusief begrotingswijzigingen en de jaarrekening aan te bieden aan het algemeen bestuur. Daarom is het gewenst altijd een portefeuillehouder middelen te hebben in het dagelijks bestuur. Lid 4 is toegevoegd zodat het aansluit met de huidige werkwijze dat een door het algemeen bestuur aangewezen lid van het algemeen bestuur voor een specifiek onderwerp kan aansluiten bij de beraadslagingen van het dagelijks bestuur.
Artikel 2:7 bestuurscommissies
Naar aanleiding van de actualisatie a.
De geschrapte tekst in het derde lid was ooit gecreëerd, vanuit de idee dat Provincie Zuid-Holland mogelijk ooit zou gaan deelnemen aan deze GR. Dat is nu niet aan de orde. Wel is het zo dat de portefeuillehouder van gedeputeerde staten wordt uitgenodigd voor de beraadslaging van het openbare gedeelte van de vergadering. De gedeputeerde heeft daarbij geen stem. Daar is dit
b.
artikel nu op aangepast. In de praktijk blijkt en is gebleken dat er, net zoals bij het dagelijks bestuur, de behoefte is om de mogelijkheid te hebben dezelfde voorzitter te herbenoemen voor nog eens twee jaar. Daarom
wordt voorgesteld het vierde lid te verwijderen. Dat iedere twee jaar een beslissing over het voorzitterschap wordt genomen blijft. Artikel 2:8 adviescommissies
Naar aanleiding van de actualisatie De geschrapte tekst in het derde lid was ooit gecreëerd, vanuit de idee dat Provincie mogelijk ooit zou gaan deeinemen aan deze GR. Dat is nu niet aan de orde. Het artikel wordt dus aangepast aan de huidige situatie en werkwijze. Artikel 3:2 strategische agenda Naar aanleiding van de actualisatie a.
In de praktijk is het met de tijd die het vormen van colleges in de deelnemende gemeenten kost en met de procedure die voor zienswijzen wordt doorlopen praktisch gezien onmogeijk om in het eerste bestuursjaar de strategische agenda vast te stellen. Doel van dit artikel is vooral dat dit proces gestart wordt in het eerste jaar en zodra het nieuwe bestuur is geïnstalleerd. Daarom wordt nu gekozen voor het in het eerste jaar in ieder geval vrijgeven voor zienswijze van deze strategische agenda. Het eerste lid van artikel 3:2 is hierop aangepast.
b.
In het tweede lid is het woordje werkplan vervangen door het woordje begroting. Het werkplan is immers een onderdeel van de begroting van de MRDH
Artikel 3:3 bevoegdheidsverdeling
Naar aanleiding van de actualisatie Het eerste lid van artikel 3:3 is in overeenstemming gebracht met artikel 33 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze luidt: De bevoegdheden die bij de regeling worden overgedragen, berusten bij het algemeen bestuur, tenzij bij wet of in de regeling anders is bepaald. Hier staat dat de bevoegdheidsverdeling dus bij wet of gemeenschappelijke regeling dient te geschieden en niet op ander wijze. Dit betekent dat ‘krachtens de regeling’ niet is toegestaan. Artikel
3:5 faci
rende
en
dienstverlenende
taken
Naar aanleiding van de actualisatie Uiteraard is het impliciet de bedoeling en ook altijd de bedoeling geweest dat ook diensten verricht
kunnen worden voor de deelnemende gemeenten. Dit is nu expliciet in het tweede lid van artikel 3:5 opgenomen
Artikel 4:1 begroting Naar aanleiding van de wetswijziging Artikel 35, zesde lid Wgr luidt: 6.
Heteerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken.
Dit zesde lid regelt dat er voor begrotingswijzigingen kan worden afgeweken van de zienswijzeplicht en de zienswijzetermijn. De huidige GR regelt al dat in bepaalde gevallen de zienswijzeplicht bij begrotingswijzigingen niet van toepassing is (zie hieronder ook de wijziging naar aanleiding van de actualisatie onder b.) In de gevallen waarbij onder de vigerende GR MRDH wel een zienswijzeplicht geldt voor de begrotingswijzigingen geldt een zienswijzetermijn van 8 weken. Als bij de ontwerp GR bij een begrotingswijziging, in de gevallen waarbij een zienswijzeplicht van toepassing is, wordt uitgegaan van een termijn van 12 weken zoals bij de gewone begrotingsprocedure wordt gehanteerd, zal een wijziging nauwelijks mogelijk zijn binnen het lopende
begrotingsjaar. Daarom wordt gekozen voor de termijn van 8 weken, die tot nu gebruikelijk is en ook gebruikelijk is bij overige zienswijzen (zoals bijvoorbeeld in de Wgr bij wijziging van de GR). Nu zo'n wijziging gelijk is aan hoe het onder de huidige GR MRDH al geldt en vaak slechts enkele onderdelen betreft van de begroting, moet 8 weken ook goed haalbaar zijn. Het tweede lid is hierop aangepast. Naar aanleiding van de actualisatie a.
_
De MRDH werkt met een meerjarenbegroting naast de begroting voor het komende jaar, deze is nu opgenomen in het eerste lid van artikel 4:1. Het begrip meerjarenbegroting is eveneens opgenomen n de definities in artikel 1:1. Een meerjarenbegroting is iets anders dan
b.
meerjarenraming. De meerjarenraming betreft een formele term uit het Besluit begroting en verantwoording, en verwijst naar een document dat de 3 jaar na de begroting beslaat. __ MRDH werkt niet met begrotingsposten maar met Programma's. Tot op heden is deze regel in de praktijk ook altijd toegepast op programma's. Dit i aangepast in het tweede lid van dit artikel. Overigens dient opgemerkt dat het schuiven tussen programma's uiterst zeldzaam is. Sinds de oprichting van de MRDH is dit slechts 1 keer voorgekomen.
Artikel 5:2 ambtelijke ondersteuning Naar aanleiding van de actualisatie
a.
In een eerdere wetswijziging van de Wgr zijn de in artikel 5:2 genoemde bevoegdheden expliciet bij het dagelijks bestuur neergelegd in artikel 33b (voorheen was het algemeen bestuur de bevoegde). Tevens is de terminologie uit de wet overgenomen.
b.
Artikel 4 van de gemeentewet is per 1-1-2020 vervallen en dus verwijderd uit het tweede lid van dit artikel.
Artikel 5:3 Archief
Naar aanleiding van de actualisatie Het gehele artikel 5:3 is op advies van en in overleg met de archiefinspectie aangepast aan de actuele wet- en regelgeving. a.
Op grond van de Archiefwet 1995 (art. 4 en 40) moet bij een gemeenschappelijke regeling een voorziening worden vastgesteld voor de archiefbescheiden.
Hieronder wordt verstaan: de
zorg (bestuurlijke verantwoordelijkheid), het beheer (ambtelijke verantwoordelijkheid), de bewaring en het toezicht. b.
Het tweede lid van artikel 5:3 is niet meer van toepassing sinds de Wet revitalisering generiek toezicht uit 2012.
Artikel 6:2 uittreding Naar aanleiding van de wetswijziging Artikel 9 Wgr, eerste lid luidt: 1.
De regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1.
MRDH had al uittreedregels. Deze zijn vastgesteld door het AB op 12 juli 2019. Deze worden nu voor een deel ongewijzigd overgenomen in de regeling. Dit met name omdat de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent het vermogen dienen te worden opgenomen in de GR MRDH Voorzover de uittreedregels niet worden overgenomen in de GR blijven deze gelden op basis van het tweede
lid van
artikel
6:2.
Artikel 6:4 opheffing Artikel 9 Wgr, eerste lid luidt: 1.
De regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden
waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1.
Omdat het grootste deel van de MRDH wordt gefinancierd met rijksgelden vanuit haar wettelijke taken als Vervoerautoriteit, kan worden aangenomen dat bij opheffing van de MRDH die taken teruggaan naar waar ze anders zouden liggen (de provincie) en de gelden terug naar het Rijk zullen gaan. Dat betekent dat de MRDH uitsluitend eigen, door gemeenten ingebracht, vermogen heeft op het onderdeel Economisch vestigingsklimaat. Daarom kan ook alleen over dat stukje een bepaling over de verdeling van het vermogen worden opgenomen. Daarom wordt voorgesteld om aan artikel 6:4 een zesde lid toe te voegen die luidt: 6. Voor zover financiële gevolgen, zowel in negatieve als positieve zin, gekoppeld zijn aan de taak economisch vestigingsklimaat zal deze verdeeld worden over de gemeenten naar rato van de inwoneraantallen zoals opgenomen in de laatste voor de opheffing vastgestelde reguliere begroting.
Artikel 8:1 periodieke evaluatie Naar aanleiding van de actualisatie Doordat de eerste evaluatie na 2 jaar werd gehouden, bleek de vijfjaarlijkse evaluatie niet uit te komen
op 2024 (moment van de speciale evaluatie) om te voorkomen dat dit leidt tot verwarring, is gekozen om die eerste evaluatie (die overigens wel heeft plaatsgevonden) te schrappen zodat tellend vanaf 2024 gewoon elke 5 jaar geëvalueerd wordt. Het laatste zinnetje van artikel 8:1 wordt daarom
geschrapt. Artikel 8:2 toezending ex artikel 26 van de wet Naar aanleiding van de actualisatie Artikel 8:2 is de naam van het ministerie aangepast aan de huidige naam van het ministerie. Artikel 8:4
Naar aanleiding van de wetswijziging In het eerste lid van artikel 8:4 wordt voor inwerkingtreding verwezen naar de wet afschaffing plusregio's. Deze wet is in december 2014 in werking getreden. De nu voorliggende versie van de GR dient conform de wetswijziging in werking te treden op 1 juli 2024. Het eerste lid van artikel 8:4 is hierop aangepast.
METROPOOLREGIO ROTTERDAM
DEN HAAG
Postbus 3001
AA
Telefoon
Aan de leden van het algemeen bestuur
21012 Rotterdam 088
5445
100
E-mail:
nformatie@mrdh.nl
Internet:
www.mrdh.nl
KK
nummer:
62288024
Bankrekeningnummer NL96
BNGH
0285
1651
43
contactpersoon Esther Westerbeek e-mail
e.westerbeek@mrdh.nl Datum
telefoonnummer
21 juni 2023
088 5445 225 uw kenmerk
Onderwerp
Advies adviescommissies inzake concept wijziging
ons kenmerk
gemeenschappelijke regeling
projectnummer
Geachte leden van het algemeen bestuur,
aantal bijlage(n)
Op 21 juni jl. hebben de adviescommissies Va en EV gezamenlijk gesproken over het conceptontwerp voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Conform de nieuwe werkwijze van de adviescommissies vond twee weken voorafgaand aan de vergadering een informatiesessie plaats waarin het concept-ontwerp is toegelicht. Het voorstel is om de wijziging van de gemeenschappelijke regeling beleidsarm te houden, mede gelet op dat in 2024 de Evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH 2024 gepland staat. Wijzigingen die meegenomen worden in de wijzigingsprocedure zijn zaken die in overeenstemming
gebracht dienen te worden met de gewijzigde wet en zaken/feiten die in de huidige gemeenschappelijke regeling niet meer kloppen.
Aan de adviescommissies is gevraagd te adviseren over het concept-ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Dit concept-ontwerp wordt op 8 september 2023 aan het algemeen bestuur voorgelegd ter vrijgeving voor zienswijze na het zomerreces. De beide adviescommissies adviseren positief over het voorliggende voorstel. Aanvullend geven de adviescommissies de volgende punten mee: Met betrekking tot de passieve informatieplicht adviseren de adviescommissies te overwegen de mogelijkheid te scheppen dat schriftelijke vragen ook direct aan de MRDH gericht kunnen worden.
- _ In de adviescommissies is een voorstel besproken om artikel 2:8 van de Gemeenschappelijke regeling te wijzigen door een passage in het tweede en derde lid als volgt aan te passen (zie doorhaling): “ de leden van de adviescommissie worden door en-uit de vertegenwoordigende organen aangewezen”. Dit zodat het mogelijk wordt dat naast gemeenteraadsleden ook steunraadsleden (ofwel burgerraadsleden) als leden van de adviescommissies aangewezen
kunnen worden. De argumentatie hiervoor is dat een raadslid door eigen raadsverplichtingen niet altijd aanwezig kan zijn bij een adviescommissievergadering en op deze wijze de gemeenteraad alsnog vertegenwoordigd kan zijn bij de vergadering. De adviescommissies hebben hierover niet eenduidig geadviseerd, er waren zowel leden voor als tegen dit voorstel. Enkele leden gaven aan dit punt met de eigen gemeenteraad nog te willen bespreken.
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden: Delfand, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswij, Rotterdam, Schiedam, Vlaargingen, Voome aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoelermeer.
-
Erwordt belang gehecht aan het gesprek over de onderwerpen burgerparticipatie en het vergroten van de betrokkenheid van gemeenteraden bij de MRDH. De adviescommissies adviseren om deze onderwerpen te betrekken bij de aankomende evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling en zien graag een voorstel hoe dit betrokken wordt bij het plan
van aanpak van de Evaluatie GR 2024. Dit voorstel komt bij de adviescommissies van 23 augustus 2023 aan de orde. Met vriendelijke groet, Namens de adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat en Vervoersautoriteit,
Karin Kayadoe Voorzitter ACEV
Anton Rottier plv. voorzitter AcVa
METROPOOLREGIO ROTTERDAM
DEN HAAG
Postbus 3001
AA
Telefoon
21012 Rotterdam 088
5445
100
E-mail:
informatie@mrdh.nl
Internet:
www.mrdh.nl
KVK
nummer:
62288024
Bankrekeningnummer NL96
BNGH
0285
1651
43
contactpersoon Esther Westerbeek e-mail
e.westerbeek@mrdh.nl telefoonnummer
Datum
088 5445 225
8 september 2023
uw kenmerk
Onderwerp
Reactie op advies adviescommissies inzake concept wijziging
gemeenschappelijke regeling
ons kenmerk projectnummer
Geachte leden van de adviescommissie Va en EV, aantal bijlage(n)
Op 21 juni jl. heeft u gezamenlijk gesproken over het concept van de wijziging gemeenschappelijke regeling. Het algemeen heeft kennis genomen van uw advies en meegewogen in de vaststelling van de concept wijziging van de gemeenschappelijke regeling. De wijziging van de gemeenschappelijke regeling is beleidsarm van aard en het is fijn om te horen dat u positief instemt met dit voorstel. Aanvullend geeft u nog drie adviezen mee. Hieronder vindt u de reactie van het algemeen bestuur op uw adviespunten. Advies
1:
Met betrekking tot de passieve informatieplicht adviseren de adviescommissies te overwegen de mogelijkheid te scheppen dat schriftelijke vragen ook direct aan de MRDH
gericht kunnen worden.
Reactie algemeen bestuur: De wijziging van de gemeenschappelijke regeling is beleidsarm van aard. Het voorstel van het advies betekent een wijziging van de huidige werkwijze, waardoor het beleidsrijk van aard is. Het algemeen bestuur neemt uw advies mee in de Evaluatie 2024. Advies 2:
In de adviescommissies is een voorstel besproken om artikel 2:8 van de Gemeenschappelijke regeling te wijzigen door een passage in het tweede en derde lid als volgt aan te passen (zie doorhaling): “ de leden van de adviescommissie worden door en-uit de vertegenwoordigende organen aangewezen”. Dit zodat het mogelijk wordt dat naast gemeenteraadsleden ook steunraadsleden (ofwel burgerraadsleden) als leden van de adviescommissies aangewezen kunnen worden. De argumentatie hiervoor is dat een raadslid door eigen raadsverplichtingen niet altijd aanwezig kan zijn bij een adviescommissievergadering en op deze wijze de gemeenteraad
alsnog vertegenwoordigd kan zijn bij de vergadering. De adviescommissies hebben hierover niet eenduidig geadviseerd, er waren zowel leden voor als tegen dit voorstel. Enkele leden gaven aan dit punt met de eigen gemeenteraad nog te willen bespreken.
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden: Delfand, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswij, Rotterdam, Schiedam, Vlaargingen, Voome aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoelermeer.
Reactie algemeen bestuur: Het algemeen bestuur constateert dat er uitlopende meningen zijn over dit onderwerp. Daarnaast heeft de inhoud van het voorstel ook invloed op de democratische legitimatie en is dus beleidsrijk van aard. Ook voor dit adviespunt geldt dat dit meegenomen wordt in de Evaluatie van 2024. Advies
3
Er wordt belang gehecht aan het gesprek over de onderwerpen burgerparticipatie en het vergroten van de betrokkenheid van gemeenteraden bij de MRDH. De adviescommissies adviseren om deze onderwerpen te betrekken bij de aankomende evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling en zien graag een voorstel hoe dit betrokken wordt bij het plan van aanpak van de Evaluatie GR 2024. Dit voorstel komt bij de adviescommissies van 23 augustus 2023 aan de orde. Reactie algemeen bestuur: Het algemeen bestuur neemt uw advies over en de onderwerpen worden betrokken bij de Evaluatie.
Het algemeen bestuur bedankt u voor de waardevolle adviezen die betrokken zullen worden bij de Evaluatie. In uw vergadering van 23 augustus jl. is het plan van aanpak van de Evaluatie bij u gepresenteerd en op 11 oktober geeft u hier advies over. Ook de bestuurscommissies reflecteren op 11 oktober over het plan van aanpak, waarna op 3 november het algemeen bestuur het plan van aanpak van de Evaluatie zal vaststellen.
Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur,
Ahmed
Aboutaleb
Jan van Zanen