Aanbiedingsbrief MRDH zienswijze wijziging GR MRDH.pdf
Tekst van het document
METROPOOLREGIO ROTTERDAM
DEN HAAG
Postbus 21012 3001
AA
Telefoon
De raden van de 21 gemeenten die deelnemen aan de "
i
h
gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Rotterdam 088
5445
100
E-mail:
nformatie@mrdh.nl
Internet:
www.mrdh.nl
o
vK
nummer:
NL96
BNGH
G2288024
Bankrekeringnummer 0285
1651
43
cnnluclìersuun
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) e-mail
(geanonimiseerd) Datum
telefoonnummer
11 september 2023
(geanonimiseerd)
Onderwerp Aanbieding voor zienswijze: Ontwerp eerste wijziging Gemeenschappelijke Regeling
uw
kenmerk
-ons kenmerk projectnummer aantal bijlage(n)
Geachte raad,
Namens het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) bieden wij u met deze brief het ontwerp voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH aan. Wij vragen u hier uw zienswijze op te geven. Waarom wordt onze Gemeenschappelijke regeling gewijzigd? Op 1 juli 2022 is de meeste recente wijziging van de wet Gemeenschappelijke Regeling in werking getreden. Deze wetswijziging heeft tot doel de positie van gemeenteraden in gemeenschappelijke regeling waar zij aan deelnemen, verder te versterken. Daartoe zijn diverse onderdelen van de wet
gewijzigd. In de wetswijziging is opgenomen dat alle gemeenschappelijke regelingen voor 1 juli 2024 in overeenstemming moeten zijn met deze wetswijziging. Voor de Gemeenschappelijke Regeling MRDH is de impact van deze wetswijziging relatief beperkt. Voor veel onderdelen van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH is geen of een kleine wijziging nodig. De gemeenschappelijke regeling van de MRDH is namelijk door het Rijk gebruikt als één van de voorbeelden voor de vernieuwing van de Wet gemeenschappelijke regeling. Daarnaast is de insteek van concept-ontwerp van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling die nu bij u voorligt beleidsarm van aard. Binnenkort starten we namelijk met de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling zoals bepaald in onze GR. We willen daarbij zorgvuldig en gedegen te werk gaan, met veel ruimte voor u als gemeenten om mee te praten. Het is daarom niet
haalbaar om de resultaten van deze evaluatie nu al mee te nemen in de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. Als uit de uitkomsten van de evaluatie 2024 blijkt dat wijziging van de gemeenschappelijke Regeling wenselijk is, zal hier opnieuw een wijzigingsprocedure voor gestart worden. We zullen u binnenkort nader informeren over de insteek en aanpak van de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling. De wijziging van onze Gemeenschappelijke Regeling omvat daarom vier soorten aanpassingen:
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden: Delfand, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswij, Rotterdam, Schiedam, Vlaargingen, Voome aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoelermeer.
Aanpassingen Aanpassingen Aanpassingen Aanpassingen
die op grond van de gewijzigde wet aangepast moeten worden; als gevolg van zaken die feitelijk niet meer kloppen. als gevolg van zaken die door gewijzigde wetgeving niet meer kloppen. als gevolg van zaken die niet meer overeenkomen met de praktijk en werkwijze
MRDH.
Bij deze brief ontvangt u van ons diverse stukken. Het gaat om: . de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling 2. de zogeheten was/wordt lijst van de gewijzigde wet, met daarbij consequenties voor GR MRDH 3. de was-wordt lijst waarin de huidige GR afgezet wordt tegen concept ontwerp-GR 4.
Artikelsgewijze (inhoudelijke) toelichting op de was-wordt-lijst
Uw zienswijze kunt u richten op het eerste document, de drie andere documenten dienen ter
verduidelijking van en toelichting op de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. Uw invloed op de wijziging Gemeenschappelijke Regeling van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Met elkaar en voor elkaar is het motto waarmee we samen aan de slag zijn. Daarom nodigen we u dan ook van harte uit om een zienswijze uit te brengen. Uw zienswijze op de
wijziging GR is meer dan welkom en nodig, zodat we ervoor zorgen dat onze Gemeenschappelijke Regeling goed aansluit op de wensen van onze 21 gemeenten. We zijn daarbij van harte bereid om in uw raad een nadere toelichting te geven op het concept-ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Wij vragen u om uw zienswijze uiterlijk 13 november 2023 schriftelijk kenbaar te maken aan het algemeen bestuur van de MRDH. U kunt uw concept en definitieve zienswijze per e-mail richten
(geanonimiseerd) Een tijdige reactie aar (geanonimiseerd) N adviseur Bestuurszaken, via — helpt ons om uw zienswijze inhoudelijk goed te kunnen behandelen.
Als uw gemeente de uiterste
termijn voor een reactie niet haalt, kunt u ons dit dan tijdig laten weten? Vervolgproces en vaststelling van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling
Samen met de ontvangen zienswijzen wordt de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling MRDH in januari 2024 besproken door de adviescommissies van de MRDH, bestaande uit raadsleden van de 21 gemeenten. Het algemeen bestuur betrekt de zienswijzen van de gemeenten vervolgens bij de besluitvorming over de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling. Die bespreking zal plaatsvinden tijdens de vergadering van het algemeen bestuur begin februari 2024. Vervolgens ontvangen alle bestuursorganen van de MRDH, waaronder ook u als gemeenteraad, de definitieve Gemeenschappelijke Regeling ter vaststelling. De wijziging van de GR geschiedt door het in unanimiteit vaststellen van de wijzigingen door alle drie de bestuursorganen (burgemeester, college en raad) van de 21 deelnemende gemeenten. Deze besluiten dienen dus voor 1 juli 2024 te zijn genomen, zodat de gewijzigde regeling op die datum (twee jaar na inwerkingtreding van de wetswijziging) in werking kan treden. Op het moment dat het algemeen bestuur de wijzigingen vrijgeeft ter vaststelling, zal er een voorbeeldwijzigingsbesluit meegezonden worden.
Namens het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag,
Jan van Zanen
Ahmed
Aboutaleb
Concept-ontwerp Gemeenschappelijke Regeling MRDH Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen 1.
In deze regeling wordt verstaan onder: a.
adviescommissie:
een commissie
als bedoeld
in artikel 24 van de Wet
gemeenschappelijke regelingen; b.
bestuurscommissie:
©. d. e.
gemeenschappelijke regelingen; colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland: gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den
een
commissie
als bedoeld
in artikel 25 van
de
Wet
IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rotterdam,
f g.
Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; Metropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid; Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit: Overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is een resultante van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele
h.
r 2.
projecten die ofwel in de uitwerking- of realisatiefase zijn ofwel waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; portefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014; vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten; Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie;
. Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling.
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komt in die artikelen,
onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de plaats van de gemeente, de Metropoolregio en in plaats van de hieronder genoemde bestuursorganen de daarachter genoemde bestuursorganen: a. de gemeenteraad: het algemeen bestuur; b. het college van burgemeester en wethouders: het dagelijks bestuur; c.
de burgemeester: de voorzitter.
Artikel 1:2 Metropoolregio 1.
Eris een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
2.
De Metropoolregio is gevestigd te Rotterdam.
3.
Het gebied van de Metropoolregio omvat het grondgebied van de gemeenten.
Pagina 1 van 10
Hoofdstuk 2: De positie van de raden, alsmede de inrichting en samenstelling van het
Metropoolbestuur Artikel 2:1 Besluitvorming in de gemeenteraden
1.
Voor het bestuur in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is het uitgangspunt dat besluitvorming als verlengd lokaal bestuur op transparante wijze democratisch gelegitimeerd plaatsvindt.
2.
De vertegenwoordigende organen geven bij belangrijke besluiten steeds vooraf hun zienswijzen op de wijze omschreven in het derde lid. Tot deze besluiten worden in ieder geval
gerekend: a. de strategische agenda, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid; b. het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur,
7eron
bedoeld in artikel 3:3, derde lid; de strategische bereikbaarheidsagenda; het regionaal verkeer- en vervoersplan, ingevolge de Planwet verkeer en vervoer;
het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie; de uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer; het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, alsmede het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling; het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder
3.
firma of maatschap; i _ hetliquidatieplan bij uittreding en opheffing, en j. het besluit bedoeld in artikel 2:8, tweede en derde lid. Om de vertegenwoordigende organen in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste acht weken voordat over deze besluiten in het algemeen bestuur wordt beraadslaagd of besloten.
4.
De vertegenwoordigende organen kunnen bij het dagelijks bestuur hun gevoelens en bezwaren omtrent het voorstel indienen. Het dagelijks bestuur zendt de zienswijzen aan het algemeen bestuur en de vertegenwoordigende organen, waarbij het dagelijks bestuur een advies omtrent de zienswijzen toevoegt. Het algemeen bestuur beslist niet dan nadat de vertegenwoordigende organen tenminste acht weken de tijd hebben gehad te reageren op het voorgelegde besluit.
5. 6.
Het algemeen bestuur kan bepalen dat naast de in deze regeling genoemde besluiten ook andere besluiten worden onderworpen aan de zienswijzenprocedure. Op besluiten waarop de zienswijzenprocedure van toepassing is, is artikel 2:3, tweede lid, niet van toepassing.
Artikel 2:2 Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden
1.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen alie informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is, door middel van toezending van die informatie aan de voorzitters van de vertegenwoordigende organen via de griffie. De begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda's ‚ de jaarrekening en de
2.
evaluaties van de gemeenschappelijke regeling dienen in ieder geval beschouwd te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen alie inlichtingen die door een of meer leden van die organen worden verlangd.
3.
De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De aangeschreven vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord. Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende
gemeentezitting heeft in dît bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. Pagina 2 van 10
4.
De onder het derde lid schriftelijk gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven schriftelijke antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden via een online
5.
gedeelde lijst van vragen en antwoorden. Heteerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld
in artike! 2:7.
Artikel 2:2a inspraak van belanghebbenden en ingezetenen 1.
2.
Op de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, tenzij dit wettelijk verplicht is. Belanghebbenden kunnen bij de op grond van artikel 2:7 ingestelde bestuurscommissies, het algemeen bestuur en de op grond van artikel 2:8, tweede en derde lid ingestelde
adviescommissies, inspreken over onderwerpen die geagendeerd staan op de agenda van de betreffende vergadering met uitzondering van verslagen van vergaderingen van organen van de MRDH. Het betreffende reglement van orde stelt in ieder geval regels over aanmelding, toelating en spreektijd. Artikel 2:3 Algemeen bestuur
1.
Het algemeen bestuur bestaat uit 25 leden. De vertegenwoordigende organen wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. De gemeenteraden van Den Haag en Rotterdam wijzen voorts hun burgemeester en hun portefeuillehouder verkeer en vervoer aan als lid van het algemeen bestuur.
2.
Het dagelijks bestuur zendt de voorstellen waarover in de vergadering van het algemeen
3.
bestuur zal worden beraadslaagd en besloten tenminste twee weken voor vaststelling aan het algemeen bestuur, behoudens in spoedeisende gevallen. Het algemeen bestuur beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen, met dien verstande dat:
a.
de door de gemeenteraad van Rotterdam aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijftien stemmen
b. c. d.
e.
f.
kunnen uitbrengen;
de door de gemeenteraad van Den Haag aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder dertien stemmen kunnen uitbrengen; de door de gemeenteraden van Delft, Nissewaard, Westland en Zoetermeer aangewezen Ieden van het algemeen bestuur ieder negen stemmen kunnen uitbrengen: de door de gemeenteraden van Capelle aan den IJssel, Leidschendam-Voorburg, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder zeven stemmen kunnen uitbrengen; de door de gemeenteraden van Barendrecht, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vijf stemmen kunnen uitbrengen; de door de gemeenteraden van Albrandswaard, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Midden-Delfland en Wassenaar aangewezen leden van het algemeen bestuur ieder vier
4. 5.
stemmen kunnen uitbrengen; De vertegenwoordigende organen kunnen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aanwijzen. De leden van het algemeen bestuur leggen aan het vertegenwoordigend orgaan dat hen heeft aangewezen verantwoording af over het door hen in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. Zij geven het vertegenwoordigend orgaan daartoe alle inlichtingen die een of
meerdere leden van dit orgaan verlangen of die het vertegenwoordigend orgaan voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het betreffende vertegenwoordigend orgaan bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. Indien het betreffende vertegenwoordigend orgaan het vertrouwen in het eigen lid van het algemeen bestuur verliest, kan dit lid ontslagen worden.
6.
Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten een lid van gedeputeerde staten aanwijzen dat toegang heeft tot de vergadering van het algemeen bestuur en dat kan
deelnemen aan de beraadslaging. Het lid van gedeputeerde staten heeft daarbij geen stem.
Pagina 3 van 10
Artikel 2:4 Initiatief, amendement en motie
leder d van het algemeen bestuur heeft het recht voorstellen te doen aan het algemeen bestuur. 2.
3. 4.
leder lid van het algemeen bestuur heeft het recht amendementen voor te stellen op voorstellen
die aanhangig zijn bij het algemeen bestuur. Een lid dat het woord in een vergadering van het algemeen bestuur voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp of enig ander onderwerp indienen. Het reglement van orde van het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze voorstellen als bedoeld in dît artikel kunnen worden gedaan.
Artikel 2:5 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan voor een periode van twee jaar, met dien verstande dat de burgemeester van Den Haag of de burgemeester van Rotterdam als voorzitter wordt aangewezen.
n
De voorzitter
4.
is niet direct herbenoembaar.
De n het eerste lid genoemde burgemeester die niet als voorzitter is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Metropoolregio en vervangt de voorzitter bij diens verhindering of ontstentenis. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar
belang. Artikel 2:6 Dagelijks bestuur 1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen leden die ieder één stem hebben, waarbij: a. de burgemeesters van Den Haag en Rotterdam worden aangewezen als voorzitter en vicevoorzitter;
b.
de overige leden worden benoemd uit de leden bedoeld in artikel 2:3, derde lid, onder c tot en met f.
2.
De leden bedoeld in het eerste lid onder b worden aangewezen voor een periode van twee jaar.
3. 4.
Het dagelijks bestuur kiest in ieder geval een portefeuillehouder Middelen uit haar midden. Het algemeen bestuur kan een lid van het algemeen bestuur aanwijzen dat voor een speifiek, door het algemeen bestuur bepaald, onderwerp kan deelnemen aan de beraadslagingen van het dagelijks bestuur. Dit lid heeft geen stem.
Artikel
1. 2. 3.
2:7 Bestuurscommissies
Het algemeen bestuur kan bij verordening bestuurscommissies instellen waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur worden overgedragen. Het algemeen bestuur regelt de afstemming tussen de verschillende bestuurscommissies, voor zover er meer dan één bestuurscommissie wordt ingesteld. Het algemeen bestuur stelt n elk geval een bestuurscommissie Vervoersautoriteit Metropoolregio
Rotterdam Den Haag in, welke bestaat uit de portefeuillehouders verkeer en vervoer van de gemeenten.
4.
Het algemeen bestuur kan op verzoek van gedeputeerde staten de gedeputeerde die belast is met de portefeuille verkeer en vervoer uitnodigen om deel te nemen aan de openbare beraadslagingen van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Deze gedeputeerde heeft in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit geen stem.
5. 6.
De portefeuillehouder verkeer en vervoer van de gemeente Den Haag of de gemeente Rotterdam wordt als voorzitter van de Vervoersautoriteit aangewezen. De in het vierde lid genoemde portefeuillehouder die niet als voorzitter van de Vervoersautoriteit is aangewezen, is de plaatsvervangend voorzitter van de Vervoersautoriteit en vervangt de voorzitter van de Vervoersautoriteit bij diens verhindering of ontstentenis.
Pagina 4 van 10
Artikel 2:8 Adviescommissies
1.
Het algemeen bestuur kan bij verordening vaste adviescommissies aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter instellen. Het algemeen bestuur regelt bij de
2.
instelling de verhouding tot de overige ingestelde adviescommissies en bestuurscommissies. Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent de aangelegenheden van de Vervoersautoriteit. Deze adviescommissie doet een afschrift van al zijn adviezen toekomen
aan de Vervoersautoriteit.
De
leden van deze
adviescommissie
worden
door
en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen. 3.
Het algemeen bestuur stelt in elk geval een adviescommissie in die adviseert omtrent het
economisch vestigingsklimaat. De leden van deze adviescommissie worden door en uit de vertegenwoordigende organen aangewezen.
Hoofdstuk 3: belang, taken en bevoegdheden Artikel 3:1 Belangen en taken 1.
De Metropoolregio heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen bij wet en in deze regeling is
bepaald, het bevorderen van de samenwerking tussen de gemeenten met het 00 op een voorspoedige ontwikkeling in het gebied en het beheer van de aan de regio toevertrouwde voorzieningen. Zij houdt zich daartoe bezig met: a. het, voor zover daar in het navolgende niet van wordt afgeweken, met inachtneming van de autonomie van de gemeenten vaststellen van de doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer en de verbetering van het economische vestigingsklimaat. Het zorg dragen voor het
b.
©.
2.
realiseren van de doelstellingen en het voorbereiden en ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal beleid op deze terreinen, en het uitvoeren van de, met betrekking tot de met het in a genoemde beleid gemoeide belangen en onderwerpen, rechtstreeks bij of krachtens wetgeving of bij of krachtens deze regeling aan de metropoolregio opgedragen taken en bevoegdheden, de bij wet of algemene maatregel van bestuur aan de Metropoolregio opgedragen taken en
bevoegdheden. De in het vorige lid onder a genoemde gebieden ‘verkeer en vervoer’ en ‘het economisch vestigingsklimaat’ kunnen niet worden aangevuld met andere beleidsterreinen dan na toepassing van artikel 6:
Artikel 3:2 Strategische Agenda 1.
2.
Het algemeen bestuur geeft in het eerste jaar van iedere bestuursperiode van de gemeenteraden een Strategische Agenda vrij voor zienswijze Deze agenda omvat in ieder geval strategieën om de doelstellingen als bedoeld in artikel 3:1 te verwezenlijken. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor het komende kalenderjaar een begroting vast op basis van de Strategische Agenda.
Artikel 3:3 Bevoegdheidsverdeling 1. 2.
3.
Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, voor zover deze niet bij de wet of bij deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het voeren van het dagelijks bestuur, tenzij bij of krachtens de
wet anders bepaald. Het algemeen bestuur stelt de bevoegdheid van het dagelijks bestuur vast tot het procederen in kort geding, het voegen in strafzaken, het spoedheidshalve instellen van bezwaar en beroep, het instellen van incidenteel beroep daaronder begrepen, het verzoeken van een voorlopige voorziening en het verrichten van (rechts-Jhandelingen ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit, en kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur
4.
overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel 156 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte.
Pagina 5 van 10
Artikel 3:4 Bevoegdheden Verkeer en Vervoer 1. 2.
Het dagelijks bestuur voert de in het Besluit Vervoersregio genoemde bevoegdheden uit voor het bij dat besluit bepaalde territoir. Aan het algemeen bestuur is overgedragen de bevoegdheid een subsidieverordening op te stellen in het kader van verkeer en vervoer.
Artikel
1.
3:5 Faciliterende
en
dienstverlenende
taken
De Metropoolregio faciliteert op verzoek van ten minste twee deelnemers een platform voor coördinatie en afstemming tussen deelnemende gemeenten, voor zover de gespreksonderwerpen van dit platform een directe relatie hebben met de strategische agenda als bedoeld
in artikel 3:2.
2.
De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een of meer
3.
deelnemende gemeenten, of een of meer andere rechtspersonen ingesteld krachtens publiekrecht — anders dan de gemeenten-, indien deze daarom verzoeken, deze verzoeken passen binnen de publieke taken van de Metropoolregio en het algemeen bestuur dat verzoek inwiligt. De Metropoolregio is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van een instelling of orgaan waarin zij namens de gemeenten hierom
4
zitting heeft, indien de desbetreffende instelling
verzoekt.
Een besluit tot facilitering of dienstverlening wordt genomen door het algemeen bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde facilitering of dienstverlening wordt overgegaan.
Artikel 3:6 Treffen gemeenschappelijke regeling
1.
2.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, ieder voor zover zij voor de Metropoolregio bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen als bedoeld in artikel 93 onderscheidenlijk artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Indien het dagelijks bestuur of de voorzitter een gemeenschappelijke regeling treft, behoeft zij toestemming van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan de toestemming slechts
3.
onthouden wegens strjd met het recht of strijd met het algemeen belang. In dit artikel wordt onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling tevens verstaan het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling.
Artikel 3:7 Overige bevoegdheden 1. De Metropoolregio komen alle bevoegdheden toe die het openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. 2. Voor alle van de in artikel 3:1 genoemde belangen, taken en bevoegdheden is de Metropoolregio bevoegd tot: a. hetreageren op rijks- en provinciale nota's en plannen die voor het territoir van belang zijn;
b. ©. Hoofstuk
het vertegenwoordigen van de Metropoolregio in overlegsituaties, en hetorganiseren van overleg en het uitbrengen van advies. 4:
Financiën
Artikel 4:1 Begroting
1.
2.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. De artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn hierop van toepassing. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken. Bij wijziging van de begroting wordt slechts een zienswijze gevraagd aan de raden van de
deelnemende gemeenten als de inwonerbijdragen van de gemeenten veranderen of er geschoven wordt tussen begrotingsprogramma's. Alsdan zal de zienswijzetermijn 8 weken bedragen vanaf het moment van aanbieden door het dagelijks bestuur aan de vertegenwoordigende organen van de gemeenten. Pagina 6 van 10
Artikel
1.
2.
3.
4:2 Administratie
Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. De verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet is van toepassing. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213, tweede tot en met negende lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen bedoeld in dit artikel binnen twee weken na
vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten.
Hoofdstuk 5: De secretaris-directeur, overige ondersteuning, archief, ombudsman Artikel 5:1
1.
2. 3.
Secretaris-directeur
Het algemeen bestuur beslist op voordracht van het dagelijks bestuur omtrent benoeming,
schorsing en ontslag van de secretaris-directeur van de Metropoolregio. De secretaris-directeur van de Metropoolregio geeft leiding aan de ondersteuning van het bestuur van de Metropoolregio. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de secretaris-directeur bij diens verhindering of ontstentenis.
Artikel 5:2 Ambtelijke ondersteuning 1. 2.
Het dagelijks bestuur stelt regels vast met betrekking tot de ambtelijke organisatie. Het dagelijks bestuur regelt de bezoldiging en de rechtspositie van de ambtenaren van de Metropoolregio.
Artikel
5:3 Archief
1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Metropoolregio.
2.
De secretaris-directeur is belast met
het beheer van
de archiefbescheiden
van de
Metropoolregio voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
3. 4.
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam. De archivaris van de gemeente Rotterdam is belast met het toezicht op het beheer van de in het eerste lid genoemde archiefbescheiden.
Artikel 5:4 Ombudsman
De ombudsman van de gemeente Rotterdam is bevoegd tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Pagina 7 van 10
Hoofdstuk 6: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 6:1 Toetreding
1.
2.
Toetreding van gemeentebesturen kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de gemeenteraad, het college en de burgemeester van de betreffende gemeente en de instemming van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding gevolgen verbinden.
3.
De toetreding gaat in op een door het algemeen bestuur in het toetredingsbesluit genoemde datum.
Artikel 6:2 Uittreding 1.
n
4.
De gemeenteraad, het college en de burgemeester van een van de gemeenten kunnen uitsluitend gezamenlijk uittreden en maken gezamenijk schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur van de Metropoolregio dat zij het voornemen hebben om uit te treden uit de Gemeenschappelijke Regeling en de uittredingsdatum die zij voor ogen hebben. Het algemeen bestuur stelt regels omtrent de procedure van uittreding. Het algemeen bestuur doet aan de bestuursorganen van de gemeenten een voorstel voor
regeling van de gevolgen van de uittreding in een ontwerp-uittredingsplan waarin de gevolgen van de mogelijke uittreding in kaart worden gebracht. Daarbij worden de belangen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen uittreden en van de achterblijvende gemeenten op evenwichtige wijze worden afgewogen. De voorbereidingen voor het opstelien van het ontwerp-uittredingsplan worden gedaan door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur benoemt daartoe een projectgroep onder leiding van een
5.
onafhankelijke extern financieel deskundige. De portefeuillehouders middelen van de bestuurscommissies maken in ieder geval deel uit van de projectgroep. In het geval de portefeuillehouder middelen behoort tot de deelnemer die het voornemen tot uittreding heeft kenbaar gemaakt, wordt een nieuwe portefeuillehouder benoemd. De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige zijn voor rekening van de deelnemer die het voornemen tot uittreding heeft uitgesproken.
6.
Het uittredingsplan bevat in ieder geval de volgende elementen: a. een beschrijving van de consequenties voor de wettelijke en overige taken van de uittredende deelnemer;
b.
een beschrijving van de consequenties voor de financiële middelen die zijn gekoppeld aan de uittredende deelnemer (BDU);
c.
een beschrijving van de consequenties voor de activiteiten die zijn gekoppeld aan de
e.
inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat; een beschrijving van de consequenties voor de lopende openbaar vervoersconcessies voor het grondgebied van de uittredende deelnemer; een beschrijving van eventuele consequenties voor de verbonden partijen van de
f
MRDH; een beschrijving van consequenties voor lopende subsidies, opdrachten, leningen en
d.
overige verplichtingen; een beschrijving van consequenties voor de structurele organisatielasten, waaronder personeels- en huisvestingslasten h. de uittreedsom, of de wijze waarop de uittreedsom wordt berekend. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit de schade die de Metropoolregio en de achterblijvende g.
7.
deelnemers lijden als direct gevolg van het besluit tot uittreding.
a.
8.
De Metropoolregio is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. b. De berekening van de kosten van uittreding wordt gebaseerd op feiten en omstandigheden die bekend zijn tot aan het moment van werkelijke uittreding. De bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen stellen met ten minste twee derde meerderheid het uittredingsplan vast.
9.
Na toezending van het ontwerp-uittredingsplan maken de bestuursorganen van de deelnemer die het voornemen tot uittreding hebben kenbaar gemaakt, binnen 3 maanden gezamenlijk bekend of zij definitief willen uittreden. De besluiten tot uittreden worden aangetekend verzonden aan het algemeen bestuur. Pagina 8 van 10
10. De uittreding vindt slechts plaats op 1 januari na de datum, waarop opname in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft
plaatsgevonden, tenzij door het algemeen bestuur een later tijdstip is bepaald. Artikel 6:3 Wijziging 1.
De regeling kan worden gewijzigd bij gelijkluidende besluiten van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.
2.
De wijzigingsregeling bepaalt wanneer deze in werking treedt.
Artikel 6:4
1.
De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van alle bestuursorganen die aan deze regeling deelnemen.
2.
3. 4.
5. 6.
De opheffing wordt van kracht op 1 januari, volgend op de datum waarop het laatste bestuursorgaan dat aan deze regeling deelneemt de in het eerste lid bedoelde besluiten heeft genomen, tenzij het algemeen bestuur een later tijdstip heeft bepaald. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, na raadpleging van de
vertegenwoordigende organen, vastgesteld. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de finaneiële gevolgen van de beöindiging van de regeling. Voor zover financiële gevolgen, zowel in negatieve als positieve zin, gekoppeld zijn aan de taak economisch vestigingsklimaat zal deze verdeeld worden over de gemeenten naar rato van de inwoneraantallen zoals opgenomen
in de laatste voor de ophefing vastgestelde reguliere
begroting. Hoofdstuk
7: Geschillen
Artikel 7:1 Voorprocedure 1.
2.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden geschillen over de toepassing van de regeling, in de ruimste zin van het woord, onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het in het eerste lid bedoelde deskundigenadvies, wordt het geschil besproken tussen een afvaardiging van het dagelijks bestuur en een afvaardiging van het gemeentebestuur waarmee het geschil bestaat. Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot een oplossing leidt, benoemen
het dagelijks
bestuur en het gemeentebestuur waarmee het geschil bestaat elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen een derde deskundige, die tevens als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het dagelijks bestuur treedt mede namens het betreffende gemeentebestuur op als opdrachtgever van de commissie. In de opdracht wordt tenminste het probleem geschetst, worden de te beantwoorden vragen geformuleerd en wordt de termijn genoemd waarbinnen de commissie haar advies dient uit te brengen.
4.
5.
De in het derde lid bedoelde commissie regel zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden aan het dagelijks bestuur en aan het betreffende gemeentebestuur. Op basis van het advies treden de n het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing eidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor te leggen aan gedeputeerde staten.
6.
De kosten van de adviescommissie worden door het dagelijks bestuur en het betreffende gemeentebestuur ieder voor de helft gedragen.
Pagina 9 van 10
Hoofdstuk 8: Overgangs- en slotbepalingen Artikel
8:1
Periodieke
evaluatie
Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd. Artikel 8:2 Toezending
ex artikel 26 van de wet
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam draagt zorg voor de toezending aan gedeputeerde staten en de minister van de besluiten tot toetreding tot, uittreding uit, wijziging of opheffing van de regeling. Deze besluiten worden ook voor kennisgeving gezonden aan
de Minister van
Infrastructuur en Waterstaat.
Artikel 8:3 Onbepaalde tijd 1. 2.
De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. In 2024 evalueert het algemeen bestuur de regeling, waarbij in elk geval wordt onderzocht of: a. b.
3.
de doelstellingen van de regeling, gelet op de overwegingen, zijn behaald, of voldoende grond bestaat voor continuering van de regeling.
Het algemeen bestuur doet, gehoord de Vervoersautoriteit, aan de bestuursorganen van de gemeenten op grond van de evaluatie, bedoeld in het tweede lid, een voorstel omtrent continuering van de regeling en de voorwaarden waaronder. De zienswijzenprocedure is van toepassing.
Artikel 8:4 Inwerkingtreding en citeerwijze
1. 2.
De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 juli 2024 De regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam
3.
Den Haag 2014". Artikel 8:3, tweede en derde lid, vervalt per 1 januari 2026.
Pagina 10 van 10
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Was-wordt lijst Wet tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere
wetten
in verband
met
het versterken
van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen
Pagina 1 van 11
1.
Inleiding
1.
Algemeen
Op 1 uli 2022 is de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Deze wet wijzigt 0.a. de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet. Een aantal wijzigingen zijn per 1 juli 2022 in werking getreden. Een aantal andere wijzigingen betreffen bepalingen waarvoor de Gemeenschappelijke regeling (mogelijk) aangepast dient te worden. MRDH heeft twee jaar vanaf 1 juli 2022 de tijd om deze wijzigingen door te voeren. Een aantal wijzigingen zijn verplicht en een aantal betreffen kan-bepalingen. Hieronder worden de voor de MRDH relevante wijzigingen opgesomd, waarbij ook wordt aangegeven wat dit betekent voor de MRDH en in hoeverre de GR kan of moet worden aangepast.
De wijzigingen zijn in de wetsartikelen in het rood aangegeven.
Pagina 2 van 11
Overzicht wijzigingen voorgenomen wijziging WGR
Artikel 9
1.
De regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende
2.
vermogen
3.
gemeenten,
met
inachtneming
van artikel 1
De regeling waarbij een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie wordt ingesteld houdt bepalingen in omtrent de vereffening van het ingeval dat openbaar lichaam wordt ontbonden.
Het bij een regeling ingestelde openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
Nb. artikel 8, eerste en derde lid: openbaar lichaam cq. bedrijfsvoeringsorganisatie
Wijzigen GR
Consequentie MRDH
Ja, uittredingsregels opnemen in GR De GR MRDH
bevat nu nog geen expliciete bepalingen omtrent de gevolgen
voor het vermogen van de rechtspersoon.
Verder bepaalt artikel 6:4 uit de GR dat er een liquidatieplan moet komen en het AB uittredingsregels kan vaststellen. Deze Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 zijn ook opgesteld en door het AB op 12 juli 2019 vastgesteld. Daarin zijn, hoewel in andere terminologie, ook regels omtrent het vermogen opgenomen
Artikel 10
1 De regeling vermeldt het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd 2 Een regeling, waarbij
gebruik wordt gemaakt
de besturen van de deelnemende
gemeenten
van de bevoegdheid,
bedoeld
in artikel 8, eerste, tweede of derde
lid, geeft aan welke
bevoegdheden
aan het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk aan het Pagina 3 van 11
gemeenschappelijk orgaan bij het aangaan van de regeling overdragen. Een regeling als hier bedoeld kan bepalingen inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden gebracht in de overgedragen bevoegdheden, met dien verstande dat niet kan worden bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk overgedragen bevoegdheden.
het gemeenschappelijk
orgaan
kan besluiten tot uitbreiding
van de
3 Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de inrichting en samensteling van het bestuur van het openbaar lichaam onderscheidenlijk de samenstelling van het gemeenschappelijk orgaan en wijst de plaats van vestiging aan. 4 Een regeling als bedoeld
in artikel 8, eerste, tweede of derde
lid, kan aangeven
dat een ombudsman
of ombudscommissie
van een van de
deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 81p, eerste lid, van de Gemeentewet bevoegd is tot de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Indien een regeling de hiervoor bedoelde bevoegdheid instelt, dan wel deze beëindigt, zendt het bestuur de regeling aan de Nationale ombudsman. 5. Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, met uitzondering van het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in
artikel 35, en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden. 6. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, de raden van de deelnemende gemeenten en, indien het een besluit van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam betreft, het algemeen bestuur van het openbaar lichaam schriftelijk en
gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld n het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 7. Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. 8. De in het zevende lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht,
voor zover in de
regeling niet anders is bepaald.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR Ja, voor lid 6 en lid 7
Lid 5: artikel 2 van de GR MRDH geeft reeds een overzicht van zienswijzeplichtige besluiten Lid 6: het dagelijks bestuur moet reeds voorafgaand aan besluitvorming over
een zienswijzeplichtig document de raden en het algemeen bestuur “schriftelijk en gemotiveerd
zienswijze, bedoeld die
het daaraan
in kennis (stellen) van zijn oordeel over de
in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies
verbindt”.
De bevoegdheid om de (concept) nota van beantwoording voor te bereiden en te laten verspreiden ligt hiermee bij het dagelijks bestuur. In de huidige praktijk wordt de concept nota van beantwoording eerst behandeld in het DB en (indien van toepassing de Be's) en daarna op de website gepubliceerd voor de AB-vergadering (immers een openbaar stuk) en verstuurd aan alle AB-leden. Daarmee heeft elke gemeente
nog
voldoende mogelijkheid om te reageren op de nota van beantwoording. Deze verzending zal verruimd worden tot toezending aan de raden.
Pagina 4 van 11
Lid 7: burgerinspraak. De Memorie van Toelichting stelt dat uit dit artikel dus een verplichting voortvloeit om afspraken te maken omtrent participatie in de gemeenschappelijke regeling, echter de keuze voor het openen van welke mogelijkheid wordt overgelaten aan de gemeenschappelijke regeling. In de huidige Reglementen van Orde is geregeld dat burgers wel mogen inspreken bij de commissies en het AB. Dit wordt opgenomen in de GR.
Artikel 11a Artikel
11a
Een regeling houdt
bepalingen
in omtrent de evaluatie van de regeling.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR nee
De GR MRDH heeft in hoofdstuk 8 reeds bepalingen opgenomen over evaluatie van de regeling.
Artikel
17
1. De regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop door het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie of door het gemeenschappelijk orgaan aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen worden verstrekt.
2. Het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie
of het gemeenschappelijk orgaan
geeft de raden van de deelnemende
gemeenten alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. De regeling, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld lid,
worden
in het tweede
verstrekt.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR
Lid 1: Het vigerende artikel 17 is nu niet verwerkt in de GR MRDH.
Ja. Voor lid t en lid 3
Deze
wijziging van de GR staat op het ljstje van de actualisatie Wel is in de reglementen van orde opgenomen hoe een raadslid of een raad aan informatie kan komen. Het gaat hier om een passieve informatieplicht (informatie verstrekken op verzoek) Deze regels zullen in de GR opgenomen dienen te worden.
Pagina 5 van 11
Lid 2: In lid 2 wordt nu toegevoegd dat er een actieve informatieplicht is ten aanzien van informatie die de raad nodig heeft voor de uitoefening van haar taak. Deze actieve informatieplicht staat al opgenomen in de GR MRDH In de GR
staat nu
in het eerste
lid van
artikel 2:2
Informatie-
en
verantwoordingsplicht aan gemeenteraden 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Met betrekking tot het tweede lid (zie lid 3) is tevens de vraag hoe je bepaalt welke informatie actief aan de raden ter beschikking dient te worden gesteld. De Memorie van Toelichting geeft hier geen voorbeelden of verduidelijkingen.
Artikel 244 Artikel
1.
24a
Op voorstel
van de raden van de deelnemende
gemeenten
gezamenlijk
stelt het algemeen
bestuur van een openbaar lichaam een
gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van
2.
3. 4. 5. 6.
advies
kan
Het algemeen
van
de raden
van de
voorzien.
bestuur van het openbaar lichaam regelt de bevoegdheden,
de taken en werkwijze van de commissie,
nadat het de raden
van
de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. De commissie bestaat uit Ieden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen. Een raad kan besluiten geen lid aan te wijzen. Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie eindigt van rechtswege op het moment dat men ophoudt lid te zijn van de raad uit wiens midden men aangewezen is. Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de commissie. De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
Consequentie MRDH
[ Wijzigen GR
Pagina 6 van 11
Artikel 24 Wgr regelt de instelling van commissies van advies bestaande uit raadsleden. Deze instelling is mogelijk als alle raden van de deelnemers dit gezamenlijk wensen.
Nee, als alle raden van de deelnemers gezamenlijk gebruik willen maken van deze ruimere mogelijkheden dan kan dat door het indienen van een gezamenlijk verzoek waarna het AB een verordening vaststelt na een zienswijzeprocedure
Het huidige artikel 24 Wgr biedt nu ook de mogelijkheid om commissies n te stellen die advies kunnen geven aan het algemeen bestuur. MRDH heeft op basis van dit huidige artikel reeds adviescommissies aan het AB ingesteld, die gevraagd en ongevraagd advies mogen geven aan zowel AB,
DB als de Bo's.
Lid 5 is alleen van toepassing op een commissie ex artikel 24a. Commissies ex artikel 24 kennen deze mogelijkheid niet.
Pagina 7 van 11
Artikel 34
1 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2 Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt de
begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 4-atgtstus 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 3 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4 Het dagelijks bestuur van
het openbaar lichaam,
het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie
of het gemeenschappelijk
orgaan
zendt de
jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 julí van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
Consequentie MRDH
Wijzigen GR Nee.
In combinatie met artikel 35: De ontwerp begroting zal met ingang van 2023
iets later worden vrijgegeven en de gemeenten krijgen 12 weken de tijd om
Deze termijnen zijn per 1-7-2022 gewoon in werking getreden.
een zienswijze in te dienen. Dat was voorheen formeel 8 weken, waarbij de MRDH in de praktijk 9 weken hanteerde. De zienswijzeperiode zal nu begin juli eindigen in plaats van voorheen eind mei. Dat geeft de gemeenten meer tjd om het besluitvormingsproces over de gemeentelijke zienswijze ordentelijk af te ronden voor het zomerreces. Vaststelling van de begroting en de beantwoording van de zienswijzen vindt met ingang van 2023 plaats na het zomerreces in plaats van voor het zomerreces.
Artikel 34b
Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan zendt vóór 15-april 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Consequentie MRDH Er onstaat hierdoor iets meer ruimte voor het ordentelijk besluiten op het vrijgeven van de voorlopige jaarrekening door het dagelijks bestuur vande
Wijzigen GR Nee. _ | Deze termijnen zijn per 1-7-2022 gewoon in werking getreden.
GR. Pagina 8 van 11
De financiële en beleidsmatige kaders (lees kadernota) wordt al aan de gemeenten verzonden als bijlage bij de ontwerpbegroting die eind maart aan de
raden
wordt verzonden.
Artikel 35
1 Het dagelijks bestuur van
het openbaar lichaam,
het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie
of het gemeenschappelijk
orgaan zendt de
ontwerpbegroting acht-weken-twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht-weken twaalf weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteid, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2 De ontwerp-begroting
wordt door de zorg van de besturen
van de deelnemende
gemeenten
voor een
ieder ter inzage gelegd en, tegen
betaling
van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3 De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen. dagelijks bestuur voegt de commentaren
waarin
deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting,
zoals deze aan het algemeen
Het
bestuur wordt
aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld n het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5 Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het openbaar lichaam, het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie
onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deeinemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6 Het eerste, derde en vierde lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald
ten aanzien van welke categorieën
7 De artikelen afgeweken.
begrotingswijzigingen
186 tot en met 213 van de Gemeentewet
hiervan
kan worden
afgeweken.
zijn van overeenkomstige toepassing,
Consequentie MRDH
bij of krachtens deze wet niet is
wijzigen GR Nee, voor het begrotingsproces wordt in de GR verwezen naar artikel 35.
In combinatie met artikel 34: De ontwerp begroting zal met ingang van 2023 iets later worden vrijgegeven en de gemeenten krijgen 12 weken de tijd om een zienswijze in te dienen. Dat was voorheen formeel 8 weken, waarbij de MRDH in de praktijk 9 weken hanteerde. De zienswijzeperiode zal nu begin uli eindigen in plaats van voorheen eind mei. Dat geeft de gemeenten
voor zover daarvan
Wel dient in de GR de Begroting in een ander artikel te komen staan. Nu staat de P&C cyclus abusievelijk in de lijst met de door de MRDH zelf gekozen zienswijzeonderwerpen. (actualisatie)
meer
tijd om het besluitvormingsproces over de gemeentelijke zienswijze ordentelijk af te ronden voor het zomerreces. Vaststelling van de begroting en de beantwoording van de zienswijzen vindt met ingang van 2023 plaats na het zomerreces in plaats van voor het zomerreces.
Pagina 9 van 11
N.a.v. nieuw
lid 4:
Voor de MRDH betekent dit dat het dagelijks bestuur de concept nota-van beantwoording aan de gemeenteraden stuurt, voorafgaand aan
besluitvorming door het algemeen bestuur over de begroting. In de huidige manier van werken wordt de concept nota van beantwoording eerst behandeld in het DB en daarna gepubliceerd voor de AB-vergadering (het is immers een openbaar stuk) en verstuurd aan alle AB-leden. Dit kan uitgebreid worden naar alle raden.
Artikel 184
1 De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden a. openbare
lichamen,
bedrijfsvoeringsorganisaties
regelingen, waaraan de gemeente deelneemt,
ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode:
en gemeenschappelijke
organen
over de jaren dat de gemeente
ingesteld
krachtens de Wet gemeenschappelijke
deelneemt in de regeling;
b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente, alleen of samen met andere gemeenten, meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente, alleen of samen met andere c. andere
gemeenten,
meer dan vijftig procent van
privaatrechtelijke rechtspersonen
waaraan
het geplaatste aandelenkapitaal de gemeente,
alleen of samen
houdt;
met andere gemeenten,
of een of meer derden
voor
rekening en risico van de gemeente of gemeenten rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. 2 De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het
gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten
ontbreken,
kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overiegging daarvan
vorderen.
3 De rekenkamer
kan, indien de documenten,
die de administratie in opdracht
bedoeld
in het tweede lid, daartoe aanleiding geven,
van de instelling voert, een-onderzoeknstelien
een onderzoek
bij de betrokken
instelling dan wel bij de derde
instelien, waaronder een onderzoek
naar het
gevoerde bestuur van de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De rekenkamer stelt de-raad-en-het-college de raad, het college en indien een onderzoek wordt ingesteld naar het gevoerde bestuur van een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de rekenkamers van de deelnemende gemeenten en provincies aan deze instelling van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.
Consequentie MRDH Geen. Gemeentelijke rekenkamer kon altijd al een onderzoek instellen bijde GR. Deze wijziging dient gezien te worden als een verdere inkleuring van de
Wijzigen GR | Nee
bevoegdheid van de rekenkamer. Pagina 10 van 11
Pagina 11 van 11
Was-wordt lijst wijziging GR MRDH Links: vigerende artikel -
rechts: ontwerp artikel met in rood de wijzigingen ten opzichte van rechts
Vigerende GR Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder:
Ontwerp gr
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: a.
a.
adviescommissie:
een commissie als bedoeld
in artikel
adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; tikel20,
derd
b.
IJ
i
dtart36b
Besluit Vervoersregio: de algemene maatregel van bestuur die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000, zoals dit artikel gewijzigd is bij de Wet afschaffing plusregio's, genomen wordt;
bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
c
c
bestuurscommissie:
een commissie
als bedoeld
in
het
Besluit
p
2000;
colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. d.
gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland;
colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
e.
e
gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse-Brielie; Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag-Helleveetsuis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, LeidschendamVoorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk,