958046 Brief wethouder Van der Linden op ingekomen stukken ihkv behandeling kaderstelling windenergie Vaanplein.pdf
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad
L.P. van der Linden MSc. Wethouder
Uw brief van: -
Ons kenmerk:
958046
Uw kenmerk: -
Contactpersoon: H. v.d. Linden
Bijlage(n):
-
Cluster:
Onderwerp:
Ingekomen stukken in het kader van behande-
Doorkiesnummer: 14 0180
ling kaderstelling windenergie Vaanplein
Datum:
Kwaliteit Leefomgeving 13 maart 2024
Geachte raadsleden, Door (voorlopig) een tweetal partijen is een reactie toegestuurd rond de behandeling van het collegevoorstel om kaders voor windturbines vast te stellen door uw raad. In deze brief ga ik in op de twee reacties die overigens ook bij de stukken zijn gevoegd. Klankbordgroep windenergie Vaanplein Door de klankbordgroep is op 8 maart een reactie gegeven op de voorgestelde besluitvorming. Dit betreft een drietal onderwerpen, te weten: Het kader Laeq In de voorgenomen kaderstelling wordt uitgegaan van een Laeq 10 min. van 41 dB. Door de klankbordgroep wordt nu gevraagd naar een, tijdens de sessie van 2 februari 2024 genoemde, waarde van 39 dB. Tijdens de sessie van 2 februari is aangegeven dat we uitgaan van een 45 dB Lden en specifiek van een waarde voor de nacht waarbij DCMR na 2 februari nog nader advies heeft gegeven waarbij de Laeq 10min. voor de nachtperiode van 41 dB vergelijkbaar en passen is bij de Lden norm. Indien het kader zou worden aangepast naar een L aeq 39 dB is dit niet passend bij de Lden en geeft dit een financieel niet meer haalbare grens, e.e.a. gebaseerd op de rekenexercitie. Overigens heeft de klankbordgroep deze reactie opgesteld tijdens de vergadering van 4 maart. De klankbordgroep had op dat moment nog geen kennis van het uiteindelijke voorstel en de onderbouwing vanuit de DCMR.
Met bovenstaande toelichting en de aanvullende kennis heeft de klankbordgroep positief gereageerd op het nu voorgestelde kader rond geluid. Tiphoogte Het kader rond de tiphoogte wordt door de klankbordgroep ondersteund waarbij ook zij aangeven dat een hogere turbine een nog dominanter beeld zullen geven in de woonomgeving.
Pagina 1 van 2
Deze reactie is ook ondersteunend aan het geformuleerde kader rond de hoogte van de turbines. Omgevingsparticipatie, lokaal eigendom en gebiedsfonds Rond de financiële participatie spreekt de klankbordgroep nadrukkelijk uit dat zij niet het gremium zijn om dit geheel met de initiatiefnemer te gaan regelen. In het voorgestelde kader is opgenomen dat er afspraken worden gemaakt met de initiatiefnemer waarbij deze afspraken worden vastgelegd in een private overeenkomst. De input die de klankbordgroep nu benoemd, i.c. “Directe financiële vergoedingen aan bewoners. Naast een direct in geld uit te keren vergoeding kan bij deze aanpak ook gedacht worden aan een korting op de energierekening voor alle huishoudens (dus per huisaansluiting). Andere mogelijkheden: vergoedingen voor (geluids-) isolatie van de woningen, verhuiskostenvergoedingen, warmte-isolatie zonder huurverhoging. Het voordeel van deze aanpak is dat ook bewoners met lagere inkomens rechtstreeks profiteren van de opbrengsten. Te overwegen is dat de hoogte van de vergoeding afhankelijk is wordt gemaakt van de feitelijke afstand tussen de woning en de windturbines.” Invulling van dit geformuleerde besluitpunt rond dit kader vergt nadere stappen bij het opstellen van een overeenkomst met de initiatiefnemer.
De klankbordgroep is dan niet zozeer de contractpartij maar blijft wel de gemeente adviseren in deze contractontwikkeling. Het opzetten van een bewonerscoöperatie kan hierbij een vervolgstap worden. Basis is dat in de voorgestelde besluitvorming de beslispunten rond financieel eigenaarschap en gebiedsfonds nadrukkelijk zijn benoemd. Coöperatie Energie Samen Op 11 maart is door de Coöperatie Energie Samen een reactie gestuurd op de voorgenomen besluitvorming. In deze reactie wordt aandacht gevraagd voor het verband tussen opbrengst en vulling van een gebiedsfonds en lokaal eigenaarschap. Dit verband wordt ook nergens bestreden. Echter de afweging naast opbrengst in relatie tot de kwaliteit van de leefomgeving is eveneens een afwegingskader. In de onderbouwing van de diverse kaders is kwaliteit van de leefomgeving als prioritair uitgangspunt genomen. Ook is er aandacht voor een weliswaar niet optimale maar wel rendabele situatie wat uit de verkenning in de rekenexercitie volgt. Rond de borging van het lokaal eigendom en het gebiedsfonds zijn in het voorstel concrete punten opgenomen waaronder het sluiten van een private overeenkomst met de mogelijke ontwikkelaar waarmee invulling wordt gegeven aan lokaal eigendom en gebiedsfonds. Hoogachtend,
L.P. van der Linden MSc.
pagina 2 van 2