798438 Zienswijze Provincie Zuid Holland over de Stationstuinen.pdf
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten
provincie Zuid'Holland
Postadres Provinciehuis
GR BAR-organisatie INGEKOMEN
Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum
15 MEI 2023
Zie verzenddatum linksonder Ons kenmerk
reg. nr.
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472 Uw kenmerk
Aan de gemeenteraad van Barendrecht Postbus 501 2990 EA BARENDRECHT
Bijlagen
Onderwerp
Zienswijze ex artikel 3.8 Wro inzake ontwerpbestemmingsplan De Stationstuinen 1ste fase
Geachte raad, Inleiding
Ingevolge artikel 3.8, lid 1, onder b van de Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) ontvingen wij op 7 april 2023 bovengenoemde ontwerpbestemmingsplan. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid,
bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. De gebiedsontwikkeling Stationstuinen (voorheen één van de Zuid-Hollandse
versnellingslocaties in het kader van de landelijke Woondeals ) geeft een positieve impuls aan het gehele stationsgebied van Barendrecht en aan de Dutch Fresh Port. De integrale aanpak en betrokkenheid van vele stakeholders in dit proces is bijzonder.
Met het plan Stationstuinen beoogt u een gemengd levendig gebied te creëren met Bezoekadres
ruimte voor wonen, werken, onderwijs, innovatie, cultuur en voorzieningen. Onderhavig
Zuid-Hollandplein 1
2596 AW Den Haag
plan betreft de eerste fase. Het verplaatsen van agro-logistieke bedrijven naar Nieuw
Reijerwaard maakt hier onderdeel van uit en creëert de mogelijkheid voor de Tram 9. Vanaf station Den Haag CS is het tien
herstructurering van het stationsgebied.
minuten lopen. De parkeerruimte voor
Het plan past tevens binnen het door Gedeputeerde Staten op 24 januari 2023
auto's is beperkt.
vastgestelde regionale woningbouwprogramma en de eerder onderzochte mogelijkheden voor sociale woningbouw in gemeente Barendrecht (PZH-2021-
H
S
775127980). Het woningbouwprogramma levert zowel in kwantitatieve als kwalitatieve
zin een belangrijke bijdrage aan de woningbouwopgave van de regio. Stationstuinen biedt in zijn geheel ruimte voor ca. 3.550 woningen, met deze le fase worden in totaal
Verzonden op 12-05-2023
PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023
provincie ZuicbHolland
Ons kenmerk
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472
maximaal 795 woningen mogelijk gemaakt. De Stationstuinen is belangrijk om de
achterstand in het aandeel sociale (huur)woningen in te halen.
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is bij brief van 6 februari 2023 al aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan op onderdelen onvoldoende
rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en het college verzocht om het plan op deze punten aan te passen. Wij hebben geconstateerd dat hieraan niet afdoende gevolg is gegeven. Daarom dienen wij tegen het ontwerpplan een zienswijze in.
Zienswijze Onze zienswijze heeft betrekking op de volgende onderdelen:
compensatie bedrijventerrein, detailhandel, externe veiligheid, mobiliteit en risico's van klimaatverandering. Compensatie bedrijventerrein. Provinciaal beoordelingskader bedrijventerreinen
De provincie streeft naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen op regionaal en bovenregionaal schaalniveau en een optimale benutting van bedrijventerreinen. Daarbij wordt ingezet op beter benutten en duurzaam
functioneren van bestaande bedrijventerreinen en op het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën/milieuzones en watergebonden bedrijven.
Transformatie naar een andere functie is toegestaan mits de verloren gegane ruimte voor bedrijven kwantitatief en kwalitatief wordt gecompenseerd in de relevante marktregio, of indien er sprake is van een overschot van aanbod aan het desbetreffende
bedrijventerrein. Deze behoefte moet zijn afgestemd in regionaal verband en aangegeven moet worden hoe en waar de eventuele compensatie zal plaatsvinden. Wanneer een regio een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale
bedrijventerreinenvisie heeft, kan feitelijk gecompenseerd worden (gebruikte ruimte en
m2 voor m2 bedrijfsruimte). Zonder aanvaarde visie is het uitgangspunt planologische
compensatie. Dit betekent dat hectares (het 'platte vlak') en planologische ruimte moet worden gecompenseerd.
Compensatie bedrijventerrein met hogere milieucategorie (HMC) De planlocatie is gelegen op een bedrijventerrein volgens kaart 20 van bijlage II van de Omgevingsverordening, wat betekent dat artikel 6.12 Bedrijven van toepassing is.
Compensatie is noodzakelijk bij milieucategorie (hierna: MC) 3 wanneer een planlocatie groter is dan 1 hectare (10.000 m2). Bij MC4 en watergebonden bedrijvigheid is compensatie altijd noodzakelijk.
In de vooroverlegreactie hebben wij gevraagd te motiveren op welke wijzen het te transformeren (planologische) terrein wordt gecompenseerd.
Uw reactie naar aanleiding van onze opmerking over compensatie bedrijventerrein In reactie op onze vooroverlegreactie geeft u aan dat er een compensatieplan is opgesteld voor De Stationstuinen. Deze is opgenomen in de bijlagen bij het plan. Daarnaast is dit onderwerp toegevoegd aan de verantwoording in paragraaf 3.2.2. van 2/7 PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023
provincie Zuid'Holland
Ons kenmerk
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472
de toelichting op het plan. Tevens meldt u dat over dit compensatieplan een advies is binnengekomen van de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH). Deze is ook verwerkt in paragraaf 3.2.2 en als bijlage bij de toelichting gevoegd. De visie van de gemeente over de compensatie past volgens u grotendeels binnen het
provinciale Omgevingsbeleid door de verplaatsing naar Nieuw-Reijerwaard, maar leidt
wel tot een aanzienlijke onttrekking van ruimte voor bedrijven, ook in lagere
milieucategorieën. Hierover dienen volgens u nog nadere afspraken gemaakt te worden
met de provincie Zuid Holland en zijn gesprekken gaande. Met dit bestemmingsplan wordt een deel van het bedrijventerrein aan zijn oorspronkelijke functie onttrokken. Voor dit deel is de compensatie in Nieuw-Reijerwaard volgens u voldoende.
Beoordeling ontwerpbestemminsplan compensatie bedrijventerrein
De aanpassingen op het ontwerpbestemmingsplan inclusief het bijgevoegde
compensatieplan geven thans nog onvoldoende zekerheid over het te compenseren
bedrijventerrein. Wij dienen op dat punt dan ook een zienswijze in. Door de transformatie in het plangebied van bedrijventerrein naar een gemengd
woon/werkgebied verdwijnt er circa 2,3 hectare voor reguliere HMC bedrijvigheid. Dit moet worden gecompenseerd.
In de onderbouwing bij het bestemmingsplan over de bedrijventerreinencompensatie wordt het bedrijventerrein in planfase 1 in twee delen geknipt. Er wordt volgens u voor
1,2 hectare feitelijk door een agrologistiek bedrijf gebruikt (niet zijnde HMC). In dat kader wijzen wij u er op dat compensatie van feitelijk gebruik en m2 voor m2 uitsluitend mogelijk is als wordt voldaan aan een evenwichtige balans in vraag en
aanbod en dat is vastgelegd in een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale
bedrijventerreinenvisie. Daarom moet in dit geval het gehele te transformeren (planologische) terrein worden gecompenseerd. Het restant van 1,1 hectare wordt volgens u gecompenseerd conform het traditionele
compensatieprincipe, door toevoeging van de functie bedrijventerrein elders. Er is niet aangetoond dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio
beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Ook is er geen door ons college aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisie, dus kan er geen compensatie plaatsvinden op basis van feitelijk gebruik. Wij zien dan ook geen reden om
af te zien van de gevraagde planologische compensatie. In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) hebben wij, op basis van de
Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland (Stee, november 2022) een disbalans geconstateerd in vraag en aanbod. Er is een grote vraag naar ruimte voor verschillende
segmenten aan bedrijvigheid. Er is echter te weinig ruimte aan de aanbodkant hiervoor. Inmiddels is er een regionale bedrijventerreinenvisie door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vastgesteld (Bedrijventerreinenstrategie MRDH 2023 tot en met 2030, d.d.
oktober 2022). Deze visie is thans nog niet aanvaard door de provincie. Deze visie
onderschrijft overigens de disbalans in vraag en aanbod en biedt daar, in ogen van de provincie, nog onvoldoende oplossing voor. In gezamenlijk overleg wordt deze visie 3/7 PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023
provincie Zuid'Holland
Ons kenmerk
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472
thans nader uitgewerkt. Onderhavig plan loopt daarop vooruit en kan derhalve uitsluitend doorgang vinden als sprake is van planologische compensatie van verloren
HMC terrein, om vraag- en aanbod niet verder in disbalans te brengen. Bedrijventerreinen zijn heel waardevol voor de economie van Zuid-Holland. Vanuit de
optiek is dit een plek waar bedrijvigheid gevestigd kan worden waar we als provincie ook grote waarde aan hechten (HMC). Vanwege dit belang is planologische compensatie van het verloren deel HMC bedrijventerrein noodzakelijk.
Detailhandel Provinciaal beoordelingskader detailhandel
Uitgangspunt van het provinciaal detailhandelsbeleid is dat nieuwe detailhandel primair gevestigd wordt binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken of binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk. Buiten de centra kan alleen ruimte worden
geboden aan specifieke branches van detailhandel ('perifere detailhandel') of, onder
voorwaarden, een aantal vormen van kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel en afhaalpunten voor niet-dagelijkse goederen.
Nieuwe detailhandel moet voldoen aan de in het Omgevingsbeleid beschreven ontwikkelingsperspectief. Aangetoond dient te worden dat als gevolg van de
ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. Voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak dient advies gevraagd te worden aan de
adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. In relatie tot de toevoeging van detailhandel benadrukt u in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan dat er door de bouw van nieuwe woningen meer bewoners bij komen in het plangebied.
Wij hebben in het kader van het vooroverleg al opgemerkt dat het hier weliswaar nieuwe woningbouw betreft, maar dat deze is gelegen in binnenstedelijk gebied met al
de nodige detailhandel in de omgeving. De provincie gaat er vanuit dat de vraag naar fysieke winkelruimte de komende jaren verder afneemt en stelt strikte eisen aan uitbreidingsplannen. Wij kunnen ons indenken dat de realisatie van een nieuwe
stadswijk aan deze zijde van het spoor, de toevoeging van detailhandel op deze plek rechtvaardigt, maar gezien de planfases zou dat wellicht ook gefaseerd moeten worden toegevoegd. Beoordeling ontwerpbestemminsplan detailhandel
Voor ons is onvoldoende onderbouwd wat het effect is van de toevoeging van detailhandel in de Stationstuinen op de bestaande detailhandel in de omgeving van het plangebied.
De toelichting zegt wel iets over de uitbreidingsruimte en de bestaande structuur, maar de informatie hierover is relatief beperkt. Daarmee is
onvoldoende aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat.
4/7 PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023
provincie Zuid-Holland
Ons kenmerk
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472
Door de toevoeging van meer dan 2.000 m2 b.v.o. detailhandel in de (nieuwe)
wijkwinkelconcentratie in de Stationstuinen is een advies van de commissie detailhandel Zuid-Holland noodzakelijk. Het plan moet op termijn (10 jaar) in het maximale scenario 3200 woningen mogelijk
maken. Voorliggend bestemmingsplan betreft fase 1 en gaat uit van 810 toe te voegen woningen. Het gehele gebied met 3200 woningen is te beschouwen als de realisatie van een
nieuwe woonwijk. Het provinciaal beleid biedt ruimte om in een dergelijke situatie voor die nieuwe woonwijk ook detailhandel toe te voegen in de vorm van een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie. Dit betekent dat de omvang van het detailhandelsaanbod afgestemd moet zijn op het draagvlak van de nieuwe woonwijk en
dat de detailhandelsvoorzieningen geconcentreerd (bij elkaar) gerealiseerd dienen te worden. In de ladderonderbouwing is uitgegaan van de gehele gemeente Barendrecht als verzorgingsgebied. Vervolgens is bepaald in welke mate er kwantitatieve en kwalitatieve ruimte zou zijn voor uitbreiding van het detailhandelsaanbod. Dit is geen juiste
redenering. De nieuwe wijkwinkelvoorziening dient afgestemd te worden op alleen het
toegenomen draagvlak van de nieuw te realiseren woonwijk. De uitkomst van deze som zal anders zijn. Daarnaast worden de detailhandelsvoorzieningen ook niet gebundeld en
geconcentreerd bij elkaar gerealiseerd waardoor er geen winkelconcentratie ontstaat. In
de regels is de detailhandel ook niet beperkt tot dagelijks aanbod.
Er is bij het bestemmingsplan ook geen advies van de Adviescommissie detailhandel toegevoegd, die specifiek een oordeel velt over de ladderonderbouwing en het door de gemeente gehanteerde ruimtelijk verzorgingsgebied.
De regels van het plan bieden voor wat betreft kleinschalige detailhandel ruimere mogelijkheden dan de Omgevingsverordening toe staat.
Zo komt de definitie van 1.57 (productiegebonden detailhandel) niet overeenkom met de verordening. De verordening maakt ondergeschikte detailhandel in ter plaatse
vervaardigde goederen mogelijk. De definitie van 1.57 is ruimer. Maar nergens in het
bestemmingsplan wordt in de regels productiegebonden detailhandel mogelijk gemaakt. Dit geldt ook voor de definities van 1.8 (bedrijf aan huis) en 1.45 (maatschappelijke voorzieningen).
Wij verzoeken u het plan in overeenstemming met de verordening te brengen voor wat betreft de ondergeschikte detailhandel. Mobiliteit Op grond van de provinciale verordening (Artikel 6.10d Bereikbaarheid) wordt expliciet gevraagd bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid.
5/7 PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023
provincie Zuid'Holland
Ons kenmerk
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472
In de toelichting op het plan geeft u aan dat knelpunten voor de verkeersafwikkeling
niet overal zijn uit te sluiten en dat hiervoor vervolgonderzoek noodzakelijk is. Voor de vaststelling van het plan dient inzichtelijk te zijn of voldoende rekening is
gehouden met die ontwikkeling voor de bereikbaarheid, nu dat in de ontwerpfase (nog) niet het geval is dienen wij op dat punt een zienswijze in.
Externe veiligheid Op basis van de bijgevoegde rapportages hebben wij er kennis van genomen dat het groepsrisico niet tot nauwelijks toeneemt. De oorzaak hiervan is volgens de rapportages de afschermende werking van de tunnelbuis. We missen bij het plan nog wel het advies van de Veiligheidsregio Rotterdam (VRR). In dit kader wordt u verzocht: • het advies van VRR op te nemen (over hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid); het VRR advies te waarborgen in het bestemmingsplan (of toelichten hoe in de uitvoering van het bestemmingsplan rekening gehouden wordt met de adviezen).
Als er wordt afgeweken van het advies van VRR dan dient dit gemotiveerd te worden in
het plan. Risico's van klimaatverandering
In onze vooroverlegreactie hebben wij in lijn met artikel artikel 6.27a van de
Omgevingsverordening aangegeven dat het plan onvoldoende rekening houdt met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering. In reactie hierop heeft u een paragraaf ‘Ambitiedocument klimaatadaptatie' (3.3.2) toegevoegd aan het ontwerp bestemmingsplan. Daarin wordt toegelicht hoe een
klimaat robuuste omgeving wordt gecreëerd en hoe wordt omgegaan met de risico's van klimaatverandering ten aanzien van wateroverlast, droogte, hittestress,
biodiversiteit en overstroming. Wij concluderen echter dat de ambities niet zijn doorvertaald naar de regels van het bestemmingsplan en daarmee vrijblijvend zijn. Het plan houdt daarmee onvoldoende rekening met de gevolgen van de risisco;s van klimaatverandering. Wij verzoeken u dit
aan te passen.
6/7 PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023
provincie Zuid'Holland
Ons kenmerk
PZH-2023-832639646/ DOS-2023-0002472
Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbestemmingsplan op genoemde onderdelen niet in overeenstemming is met
het provinciaal (ruimtelijk) beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het bestemmingsplan bij de vaststelling alsnog op deze punten aan te vullen. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,
drs. K.P. Spannenburg Hoofd Beoordeling
Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.
7/7 PZH-2023-832639646 dd. 12-05-2023