757026 Antwoordbrief wethouder Vermaat over technische vragen woonvisie_GroenLinks.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
mr. D. Vermaat Wethouder
Uw brief van: 21 mei 2023
Ons kenmerk:
Uw kenmerk: -
Contactpersoon: M. de Jonge
Bijlage(n):
-
Cluster:
Onderwerp:
Vragen Woonvisie GroenLinks
Doorkiesnummer: 14 0180 Datum:
757026 OLR 25 mei 2023
Geachte raadsleden, Op 16 mei 2023 is de Woonvisie 2023-2027 besproken in de gecombineerde commissievergadering Ruimte/Samenleving. De woonvisie is het visiedocument op basis waarvan een nadere kwantitatieve en kwalitatieve uitwerking zal plaatsvinden in onder andere het nog op te stellen woonprogramma. Naar aanleiding van de bespreking in de commissievergadering heeft GroenLinks enkele vragen gesteld. Navolgend treft u de vragen en mijn antwoorden aan. 1. De nieuwbouwambitie is hoog. Hoeveel ruimte ziet het college nog, buiten de Stationstuinen? Graag kwantificeren in m2 en aantal woningen. De komende jaren worden behalve in de Stationstuinen onder andere nog bijna 100 woningen gebouwd in Lagewei, bijna 300 in Vrouwenpolder, 20 aan de Talmaweg en 99 in de Zeeheldenwijk. 2. We missen nog concrete stappen om de doelen te bereiken. Wanneer kunnen we deze stappen verwachten en op welke manier?, is dat allemaal uitwerkingsprogramma? Of ook op andere manieren. Bijvoorbeeld waar zien we Circulariteit en Natuurinclusief wonen/bouwen in terug. Of het voornemen om wijken met sociale problematiek te gaan begeleiden. Wonen raakt veel andere, veelal complexe, onderwerpen. Deze onderwerpen kunnen niet allemaal uitgebreid worden opgenomen in de woonvisie en evenmin in het uitvoeringsprogramma wonen.
Circulariteit en natuurinclusief wonen/bouwen zijn bijvoorbeeld onderwerpen die de afdeling Energietransitie en Klimaatadaptatie oppakt en beleid op het gebied van begeleiding van personen met sociale problemen behoort primair bij het sociaal domein. 3. Waarom is WoOn2018 gebruikt voor de analyse en niet het meer recente WoOn 2021? Companen heeft gebruik gemaakt van rapporten en onderzoeken die op dat moment beschikbaar waren. De woningmarktanalyse heeft Companen gebaseerd op de rapportage “Betaalbaar Wonen in Barendrecht” d.d. september 2021. Deze rapportage is gebaseerd op WoON2018 aangezien op dat moment WoON2021 nog niet beschikbaar was.
Portefeuille:
Afval, buitenruimte, verkeer & vervoer, wijken en bewonersinitiatieven, monumentenzorg, volkshuisvesting, dierenwelzijn.
Pagina 1 van 3
4. Welke mogelijkheid ziet het college om meer sturingsinstrumenten te gebruiken en een actiever grondbeleid te voeren, om de betaalbaarheid van woningen te garanderen en stimuleren? Welke instrumenten ziet het college wel of niet zitten? Op dit moment worden al diverse instrumenten ingezet zoals het anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht maar ook de starterslening en de doorstroomregeling grote woningen. Of en zo ja, welke overige instrumenten (bijvoorbeeld erfpacht of koopgarant) worden ingezet, moet per project worden afgewogen. Het vaststellen van een maatregel is namelijk vaak relatief eenvoudig maar de uitvoerbaarheid en de handhaving ervan zijn vaak des te ingewikkelder. Bovendien is het positieve effect ervan veelal niet op voorhand duidelijk. 5. Doorstroming wordt nu gestimuleerd door een gevarieerd aanbod in eigen wijk en het verlenen van voorrang bij nieuw aanbod. In hoeverre zijn ook andere instrumenten overwogen en in hoeverre is de doelgroep hierin geraadpleegd? De bekendste, reeds in Barendrecht ingevoerde doorstroommaatregelen, zijn de starterslening en de doorstroomregeling grote woningen. In het geval van de starterslening betreft het starters die nog bij hun ouders wonen en dankzij de starterlening naar hun eerste koopwoning kunnen doorstromen of starters die vanuit een huurwoning kunnen doorstromen naar hun eerste koopwoning.
De doorstroomregeling grote woningen bevordert de doorstroming door ouderen vanuit een grote sociale huurwoning met voorrang te laten doorstromen naar een levensloopbestendige woning. 6. In de vorige periode is er ook gesproken over zorg en wonen. Er zijn wel teksten aan gewijd, maar er wordt weinig concreets gezegd. In de woonzorganalyse van 2022 staat op blz. 20 dat er 8200 koopwoningen geschikt gemaakt kunnen worden voor mensen met een lichte beperking. Wat gaan we daarmee doen? In de analyse is inderdaad onder andere beschreven dat 8.200 koopwoningen geschikt kunnen worden gemaakt voor bewoning door mensen met een lichte beperking. Dit betekent niet dat de gemeente actief aan de slag gaat om deze 8.200 koopwoningen aan te passen. Het betekent wel dat voor mensen met een lichte beperking geen grootschalige nieuwbouw hoeft te worden gerealiseerd omdat een groot deel van de bestaande voorraad, indien nodig, van voldoende kwaliteit is om geschikt te worden gemaakt. 7. Wat is de status van de in de warmtevisie genoemde wijkplannen, waarin wordt bepaald hoe wijken overgaan op andere warmtebronnen dan gas? Graag status en planning. Voor de zomer van 2023 wordt een start gemaakt met een actualisatie van de Transitievisie Warmte (vastgesteld door de raad in december 2020). Er vindt een herijking plaats omdat een aantal belangrijke zaken in de huidige visie ontbreekt.
Het betreft met name een bronnenstrategie (waar komt de duurzame warmte vandaan?) en een marktconsultatie (willen en kunnen marktpartijen de warmte gaan leveren?). Om die reden wordt het gesprek aangegaan met marktpartijen over kansrijke warmteoplossingen en wordt toegewerkt naar een routekaart voor een aardgasvrij Barendrecht. 8. Waar is de uitspraak in de nota van beantwoording ‘in ieder geval gedurende deze collegeperiode worden er geen voorbereidingen getroffen voor de aanleg van een warmtenet’ op gebaseerd? Gezien ook de dringen oproep van de woningcorporaties. Zoals beschreven, vindt er een herijking plaats van de Transitievisie Warmte. Totdat er meer duidelijkheid over genoemde zaken is, heeft het college aangegeven geen voorbereidingen te treffen voor
pagina 2 van 3
de aanleg van een warmtenet. Er is dus niet zozeer besloten om deze collegeperiode geen voorbereidingen te treffen maar om de bevindingen van de herijking af te wachten alvorens (eventueel) nadere voorbereidingen te treffen. 9. Welke alternatieven ziet het college om gasvrij te worden? Het college ziet hiervoor verschillende richtingen: all-electric warmte, collectieve warmte en (op langere termijn mogelijk) duurzaam gas. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of de gekozen oplossing per wijk ruimtelijk inpasbaar is. Met een all-electric oplossing heb je bijvoorbeeld te maken met verzwaring van het elektriciteitsnet, transformatorhuisjes in de openbare ruimte en inpassing van technische installaties bij/in woningen (buiten- en binnenunit warmtepomp, boiler, buffervat). Voor collectieve warmte middels een warmtenet is voldoende ruimte in het straatprofiel nodig. Komende periode worden de restwarmtebronnen in Barendrecht onderzocht en wordt een wijkanalyse uitgevoerd. Daarmee wordt meer inzicht verkregen in de (technische) kansrijkheid van de verschillende warmtealternatieven. 10. Tijdens de commissie werd gesproken over 20.000 inschrijvingen voor een woning, waarvan 8000 Barendrechters, waarvan er 1000 op dit moment actief een woning zoeken. Voor de overige ingeschrevenen is de inschrijving een soort ‘belegging’.
Herkent u deze cijfers? Deze cijfers zijn afkomstig van Maaskoepel (de overkoepelende organisatie van alle in de regio Rotterdam aangesloten woningcorporaties) en zijn herkenbaar. Hoogachtend,
mr. D. Vermaat
pagina 3 van 3