618768 Brief college reactie op amendementen EVB bij de derde wijziging APV Barendrecht.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Uw brief van: Uw kenmerk: Onderwerp:
november 2022 Amendementen bij de Derde wijziging APV Barendrecht
Ons kenmerk: 618768 Contact: A.G.M. Ostojic-Hanssen Telefoonnummer: 14 0180 Datum 13 december 2022
Geachte raadsleden, Voor de behandeling in de commissie Samenleving van 29 november 2022 zijn door de EVB drie concept-amendementen voorgelegd. Deze handelen over: 1. Verbod op wegwerpplastic; 2. Gevaarlijke honden; 3. Loslopende honden. In deze brief geven wij u hierop onze reactie.
1. Verbod op wegwerpplastic Voorgesteld wordt een artikel 2.26a aan de APV toe te voegen waarin staat dat het organisatoren van evenementen verboden is om tijdens evenementen gebruik te maken van wegwerpplastic. Vanaf 2024 geldt een landelijk verbod: (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/03/29/minderwegwerpplastic-voor-een-schoner-milieu). In de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik (Regeling SUP single use plastics) wordt met ingang van 2024 een verbod opgenomen op wegwerpbekers en -voedselverpakkingen die kunststof bevatten bij consumptie ter plaatse. Wel kent de Regeling een uitzondering op dit verbod, namelijk als de bekers of voedselverpakking ter plaatse worden ingezameld en aangeboden voor hoogwaardige recycling. Met ‘hoogwaardig’ wordt daarbij bedoeld dat het materiaal weer terug kan komen als voedselcontactmateriaal. Aanvankelijk zou het verbod per 1 januari 2023 in werking treden, maar tijdens de consultatie van de regeling vroegen veel ondernemers meer tijd om te voldoen aan de eisen van de regeling, waarna inwerkingtreding is verschoven naar 1 januari 2024. Het is niet aan te raden nu een dergelijk verbod in de APV zelf op te nemen. Elk evenement vereist maatwerk. Maatwerk kan bijvoorbeeld ook zitten in afspraken over gerecyclede bekers of het heffen van statiegeld op een plastic beker.
Evenementenorganisatoren kunnen nu nog met een voorraad zitten die ze door een absoluut verbod niet meer kunnen gebruiken. De evenementenvergunning biedt bovendien
Betreft: Amendementen op Derde wijziging APV Barendrecht
Pagina 2 van 4
al voldoende juridische handvatten om dit soort voorschriften erin op te nemen. Wij nemen in overleg met de ondernemers voorschriften hierover op bij evenementenvergunningen. Ondernemers moeten zich bovendien kunnen voorbereiden op een komend (landelijk) verbod. Die voorbereidingstijd hebben ze nodig, gezien de geluiden die bij de consultatie van ondernemers kwamen. Wij adviseren u dan ook dit niet in de APV te regelen, maar te wachten op de landelijke regeling per 2024. Wij zullen dit voorschrift blijven toepassen bij de verlening van evenementenvergunningen. Daarnaast zal dit onderwerp worden meegenomen bij het (nog op te stellen) evenementenbeleid. 2. Gevaarlijke honden In het concept-amendement wordt voorgesteld een protocol gevaarlijke honden vast te stellen, vergelijkbaar met de gemeenten Soest en Elburg. Het college begrijpt het althans zo dat geen wijziging van de APV wordt voorgesteld. Bij ernstige bijtincidenten wordt normaliter door politie/OM strafrechtelijk opgetreden: de hond wordt in beslag genomen en kan in het uiterste geval worden afgemaakt. Het strafrecht is echter gericht op het straffen van de dader en niet op het beëindigen en/of voorkomen van een (nieuwe) overtreding. Het bestuursrecht biedt die mogelijkheid wel.
Zo biedt het huidige artikel 2:59 APV (gebaseerd op het VNGmodel) de burgemeester de bevoegdheid om op te treden bij gevaarlijke en/of hinderlijke honden. Daarnaast kan de burgemeester bij (ernstige) bijtincidenten ook nog optreden op grond van de Gemeentewet. Het kan hierbij gaan om een aanlijngebod, een muilkorfgebod of in het uiterste geval inbeslagname. Hetgeen geregeld is in de APV heeft dan ook geen overlap met het strafrechtelijk kader. Omdat het hier gaat om openbare orde is de burgemeester hierin het bevoegd bestuursorgaan. Dit betekent ook dat de burgemeester in een beleidsregel kan vastleggen hoe hij met deze bevoegdheid zal omgaan. Een dergelijke beleidsregel geeft houvast voor inwoners en hondenbezitters, maar ook in de gemeentelijke uitvoering. Het voorstel van de EVB kan dienen als input voor het opstellen van die beleidsregel. Het verdient geen aanbeveling om dit minutieus te regelen in de APV zelf: dat is ook niet nodig want de APV geeft al een juridisch grondslag in artikel 2:59. Bovendien is de praktijk daarvoor te weerbarstig. Wij adviseren u dan ook dit amendement/voorstel niet aan te nemen. De burgemeester zal aan de slag gaan met het opstellen van een beleidsregel en zal het voorgestelde protocol hierin meenemen.
3. Loslopende honden Met het concept-amendement over loslopende honden wordt voorgesteld het artikel 2:57 van de APV te verduidelijken. Er is echter niet alleen sprake van een verduidelijking maar ook van een aantal wijzigingen:
Betreft: Amendementen op Derde wijziging APV Barendrecht
Pagina 3 van 4
In het laatste voorgestelde lid dat handelt over geleide- of sociale hulphonden, ontbreken de honden die opgeleid worden tot geleidehond of sociale hulphond. In het voorgestelde artikel ontbreekt ook het huidige artikellid 1 onder d: “op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.” Aan dit artikel ligt in zijn algemeenheid het motief van de voorkomen en bestrijding van overlast ten grondslag. Daarvoor zijn ook de wijzigingen van belang. Wij adviseren dan ook akkoord te gaan met de verduidelijking, maar daarbij bovengenoemde wijzigingen te herstellen (zie bijlage art. 2:57). Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
G.J. Bravenboer
drs. G. Veldhuijzen
Betreft: Amendementen op Derde wijziging APV Barendrecht
Pagina 4 van 4
Bijlage Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond onaangelijnd te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom, op een openbare plaats; b. buiten de bebouwde kom, op de weg. 2. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen, ook als de hond is aangelijnd: a. op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; b. op een andere door het college aangewezen plaats; c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 3. Het losloopverbod in het eerste lid, is niet van toepassing op door het college daartoe aangewezen plaatsen. 4. Het verblijfsverbod in het tweede lid is niet van toepassing op geregistreerde geleidehonden of sociale hulphonden die iemand met een beperking begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.