6 Concept Beleidsregels ontheffing nieuwe blauwe zone.docx
Tekst van het document
Concept Beleidsregels ontheffing blauwe zone stationsgebied en omgeving Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht; gelet op het bepaalde in artikel 1.3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht; get op het bepaalde in artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994; get op het bepaalde in artikel 25 en 87 van het RVV 1990; overwegende dat er beleidsregels gesteld dienen te worden voor het aanvragen en verlenen van ontheffingen met betrekking tot de aanwezen gebieden en weggedeelten voor het parkeren door ontheffinghouders binnen een blauwe zone; besluit vast te stellen de volgende regeling: Beleidsregels ontheffing blauwe zone stationsgebied en omgeving
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder: - aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een verzoek richt aan het college tot het verlenen van een ontheffing; - bedrijfsadres: een adres dat volgens de Basis Registratie Adressen en Gebouwen (BAG) niet uitsluitend een woonfunctie heeft; - blauwe zone: een parkeerschijfzone als bedoeld in artikel 25 van het RVV 1990, aangeduid met bord E10 uit bijlage 1 van het RVV 1990; - houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, met dien verstande dat tevens als houder wordt aangemerkt: 1. degene die middels een leaseovereenkomst, uittreksel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven; 2. degene die lid is van een organisatie voor gedeeld gebruik van motorvoertuigen en die middels een verklaring van de houder van het motorvoertuig kan aantonen dat hij medegebruiker van dit motorvoertuig is; 3.
degene die middels een kopie van het eigendomsbewijs van het motorvoertuig kan aantonen dat hij houder is van een motorvoertuig met buitenlands kenteken; - motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 en met uitzondering van kampeerwagens en grote voertuigen; - ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend; - ontheffing: een door het college verleende parkeerontheffing, waarmee het is toegestaan zonder tijdsduurbeperking te parkeren in een blauwe zone; - parkeerschijf: een parkeerschijf als bedoeld in artikel 25, derde lid van het RVV 1990; - parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande 1
-
terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; RVV 1990: Reglement verkeerregels en verkeerstekens 1990; woonadres: een adres dat volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) uitsluitend een woonfunctie heeft.
Artikel 2. Het aanvragen van een ontheffing
1. Bij de aanvraag voor een ontheffing moeten ten minste de naam, een geldig legitimatiebewijs (als de vergunning niet via een E-formulier wordt aangevraagd) en het woon- of vestigingsadres (afhankelijk van het type vergunning) van de aanvrager worden overlegd. 2. Aanvragen voor een ontheffing worden per categorie als bedoeld in artikel 3 tot en met 5 beoordeeld op volgorde van binnenkomst. 3. Met het aanvragen van een ontheffing stemt de aanvrager in met het controleren van de tenaamstelling van een kenteken, te controleren of een aanvrager is opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP) en te controleren dat een bedrijf is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 4. Een ontheffing is persoons- of bedrijfsgebonden, gerelateerd aan een woon- of bedrijfsadres en is niet overdraagbaar.
Artikel 3. Bewonersontheffing
1. Een aanvrager komt in aanmerking voor een bewonersontheffing als hij aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager staat als bewoner ingeschreven in de BRP op een woonadres dat gelegen is in een blauwe zone; b. aanvrager is volgens de RDW kentekenhouder van het motorvoertuig waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd of kan een verklaring overleggen waarin de leasemaatschappij als eigenaar van het motorvoertuig verklaard dat aanvrager vaste berijder is van het motorvoertuig waar de bewonersontheffing voor wordt aangevraagd; c. aanvrager beschikt niet over een parkeerplaats op eigen terrein voor het parkeren van het motorvoertuig waar de ontheffing voor wordt aangevraagd. 2. Per bewoner van een adres, ouder dan 17 jaar, wordt maximaal één bewonersontheffing verleend.
Artikel 4. Bedrijfsontheffing
1. Een aanvrager komt in aanmerking voor een bedrijfsontheffing als hij aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager vraagt de ontheffing aan namens een bedrijf dat ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op een bedrijfsadres dat gelegen is in een blauwe zone; b. aanvrager beschikt niet over een parkeerplaats op eigen terrein voor het parkeren van het motorvoertuig waar de ontheffing voor wordt aangevraagd. 2. Een bedrijfsontheffing kan worden verleend voor een motorvoertuig van een bedrijf noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en voor een motorvoertuig van een werknemer, welke door de werknemer wordt gebruik voor het afleggen van woon-werkverkeer. 3. Het aantal bedrijfsontheffingen dat per bedrijf wordt verleend is: a. Gelijkgesteld aan het aantal motorvoertuigen waarover een bedrijf beschikt noodzakelijk voor de bedrijfsvoering, aan te tonen door middel van een verklaring; b. Gelijkgesteld aan het aantal werkzame personen op een bedrijfsadres, aan te tonen door middel van een verklaring. 2
Artikel 5. Bezoekersontheffing
1. Een aanvrager komt in aanmerking voor een bezoekersontheffing als hij aan de volgende criteria voldoet: a. aanvrager staat als bewoner ingeschreven in de BRP op een woonadres dat gelegen is in een blauwe zone; c. aanvrager vraagt de ontheffing aan namens een bedrijf dat ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel op een bedrijfsadres dat gelegen is in een blauwe zone. 2. Per woon- of bedrijfsadres wordt maximaal één bezoekersontheffing verleend. 3. Met de bezoekersontheffing kan een bewoner of bedrijf het kenteken van het motorvoertuig van zijn bezoeker(s) (digitaal) aanmelden, na de aanmelding is het desbetreffende motorvoertuig vrijgesteld van de geldende parkeerduurbeperking. 4. Het aantal uren dat binnen de bezoekersontheffing wordt verstrekt bedraagt 1.000 uur per kalenderjaar.
Artikel 6. Tijdelijke ontheffing in het kader van werkzaamheden
1. Een aanvrager komt in aanmerking voor een tijdelijke ontheffing als hij in een blauwe zone werkzaamheden moet uitvoeren die alleen uitgevoerd kunnen worden door het parkeren van een motorvoertuig in de desbetreffende zone. 2. Aanvrager vraagt de tijdelijke ontheffing aan namens een bedrijf dat ingeschreven staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. 3. Per motorvoertuig wordt maximaal één tijdelijke ontheffing verleend.
Artikel 7. Geldigheid en geldigheidsduur
1. Een ontheffing is geldig in de blauwe zone waarin het woon- of bedrijfsadres van de ontheffinghouder is gelegen. 2. Een ontheffing is geldig gedurende de tijdstippen waarop de blauwe zone van kracht is, met een ontheffing kan zonder parkeerduurbeperking worden geparkeerd. 3. Een ontheffing is voor drie jaar geldig.
Artikel 8. Kosten
1. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing wordt bij de aanvrager een legestarief in rekening gebracht. 2. De hoogte van het legestarief is afhankelijk van het type ontheffing dat wordt aangevraagd en is vastgelegd in de Legesverordening. 3. Het legestarief komt te vervallen wanneer een ontheffing vanuit de gemeente is aangeboden.
Artikel 9. Intrekken of wijzigen ontheffing
Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de ontheffinghouder; b. wanneer de ontheffinghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend; c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen; e. wanneer de ontheffinghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn ontheffing heeft voldaan; f. wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften; g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt; 3
h. om redenen van het belang van een rechtvaardige verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Artikel 10. Hardheidsclausule
Het college kan, in gevallen waarin de toepassing van deze regeling naar zijn oordeel tot een bijzondere en onvoorzienbare hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager afwijken van deze regeling, indien daar zeer dringende redenen voor zijn.
Artikel 11. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ontheffing blauwe zone stationsgebied en omgeving.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op [datum], de secretaris,
de burgemeester,
4