CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

51009847_Beleidskader_Kleinschalige_Windturbines_20230330.pdf

gemeenteraad 19 december 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Kaders kleinschalige windturbines op gebouwen4.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSKADER KLEINSCHALIGE WINDTURBINES OP GEBOUWEN

Gemeente Barendrecht

AANLEIDING EN DOEL Voor de opwek van duurzame energie zet de gemeente Barendrecht zoveel mogelijk in op dubbel ruimtegebruik. We willen in Barendrecht niet alleen verduurzamen, maar ook de kwaliteit van de omgeving bewaken en versterken. Het opwekken van zonne-energie op daken heeft dan ook onze voorkeur. Naast zonnepanelen kunnen ook kleine windturbines op daken een bijdrage leveren om duurzame energie op te wekken. De afgelopen jaren heeft de gemeente diverse verzoeken van met name ondernemers ontvangen om (kleine) windturbines op hun bedrijfsdaken te plaatsen. Kleine windturbines passen niet overal in het straatbeeld. Een windturbine op een dak moet ook voldoende wind kunnen opvangen, anders weegt de CO2-uitstoot, die vrijkomt bij de bouw en afvalverwerking van de molen niet op tegen de CO2-uitstoot die wordt voorkomen door de toepassing ervan. Ook deze relatief kleine windturbines produceren geluid; het is dus belangrijk om regels vast te stellen om hinder te voorkomen. Dit beleid geeft antwoord op de vraag binnen welke gebieden kleinschalige windturbines wel of niet gewenst zijn en zo ja, onder welke randvoorwaarden. Deze randvoorwaarden hebben niet alleen betrekking op de ruimtelijke inpassing, maar ook op milieu aspecten zoals geluid en flora en fauna.

INHOUDSOPGAVE LEESWIJZER

3

1. DEFINITIE KLEINSCHALIGE WINDTURBINES OP DAKEN

4

• • • • •

Horizontale As Turbines (HAT type) Verticale As Turbines (VAT type) Bijzondere Horizontale As Turbines (of horizontaal geplaatste VAT-turbines) Effectiviteit Belasting

2. WET EN REGELGEVING

• • •

Welstandsnota Akoestiek Ecologie

3. CRITERIA PER CATOGORIE

• • • • • • • • •

5

6

Welstandsgebieden 7 Welstandsgebieden onderverdeeld in categorieën 8 Afweging plaatsen kleinschalige windturbine 9 Toegestaan mits Bedrijventerrein en kantoorlocatie 10 Bij uitzondering toegestaan 1. Flatgebouwen of appartementencomplexen hoger dan 15 meter 11 Bij uitzondering toegestaan 2. Woningen en functies op ruime percelen 12 Bij uitzondering toegestaan 3. Nieuwbouwprojecten, waarbij de turbines geïntegreerd zijn in het ontwerp 13 Bij uitzondering toegestaan 4. Transformatiegebieden 14 Scenario's plaatsingsvlak turbines 15

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

TOEGESTAAN MITS

CATEGORIE: BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

GEEN VERVOLGSTAP CATEGORIE: NIET TOEGESTAAN

Beleidskaart

A STAP

In welk welstandsgebied bevindt de aanvraag zich?

BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

CATEGORIE: TOEGESTAAN MITS

B STAP

Tot welke categorie behoort de aanvraag?

C STAP

Ga naar de categorie-pagina

LEESWIJZER In deze beleidsnotitie zijn beleidskaders opgenomen die gebruikt worden bij de toetsing van de aanvraag voor het plaatsen van kleinschalige windturbines op gebouwen. HOOFDSTUK 1 - DEFINITIE Dit hoofdstuk laat de definitie van de verschillende kleinschalige windturbines zien.

HOOFDSTUK 2 - WET- EN REGELGEVING Hierin staan het beleidskader en regelingen met betrekking tot kleinschalige windturbines beschreven.

HOOFDSTUK 3 - CRITERIA PER CATEGORIE De beleidskaart, onderverdeeld op basis van welstandsgebieden, laat zien in welke categorie het gebied valt: toegestaan mits (groen), bij uitzondering toegestaan (oranje), of niet toegestaan (rood). Vervolgens komen per categorie de criteria aan bod.

HOOFDSTUK 1 DEFINITIE KLEINSCHALIGE WINDTURBINES OP DAKEN Kleine windturbines hebben een relatief klein vermogen. De turbines zijn bedoeld om te plaatsen in de buurt van of in stedelijke gebieden. Zo kunnen mensen (deels) in hun eigen energiebehoefte voorzien. Deze kleinschalige windturbines zijn in veel verschillende modellen en maten beschikbaar. De windturbines zijn te verdelen in Horizontale As Turbines (HAT type), Verticale As Turbines (VAT type) en bijzondere types. Dit beleidskader heeft betrekking op de windturbines die als losse objecten op een gebouw kunnen worden geplaatst. Geïntegreerde bijzondere types zijn niet in dit beleidskader meegenomen. HORIZONTALE AS TURBINES (HAT TYPE)

Voor een HAT type is de optimale stand naar de wind toe, de turbine zoekt zelf deze stand op met behulp van een staart of kruimotor. Hierdoor zijn locaties met een constante windrichting het meest geschikt voor dit type en locaties met veel turbulentie minder. De diameter van de rotor varieert tussen circa 1 en 7 meter. In dit beleidskader is de maximale hoogte van de totale windturbine (mast & rotor) van 5 meter toegestaan. VERTICALE AS TURBINES (VAT TYPE)

VAT types zijn turbines die ook geschikt zijn voor een turbulente omgeving. De turbine hoeft niet constant met de wind mee te draaien. Bepaalde turbines kunnen zowel horizontale als verticale luchtstromen benutten. Daardoor bereiken ze bij toepassing op hoge gebouwen een hoger rendement. De diameter van de rotor varieert tussen circa 2 en 5 meter. In dit beleidskader is de maximale hoogte van de totale windturbine (mast & rotor) van 5 meter toegestaan. BIJZONDERE HORIZONTALE AS TURBINES (OF HORIZONTAAL GEPLAATSTE VAT-TURBINES)

Door voortschrijdende technologische ontwikkelingen komen er steeds nieuwe type turbines bij. Hiernaast staan voorbeelden van turbines die een horizontale as hebben maar geen wieken en hierdoor meer

de verschijningsvorm van een VAT turbine hebben (horizontaal geplaatst). Dit beleidskader heeft enkel betrekking op de windturbines die als losse objecten kunnen worden geplaatst. Vanwege het blijvende effect op de verschijningsvorm zijn de geïntegreerde types alleen voor bij nieuwbouwprojecten in dit beleidskader meegenomen. EFFECTIVITEIT

De effectiviteit van kleinschalige windturbines is afhankelijk van de windsnelheid, het rotoroppervlak en het type turbine. De meeste kleinschalige turbines beginnen te draaien bij een windsnelheid van ongeveer 3 meter per seconde. Om elektriciteit te produceren hebben de meeste miniturbines een windsnelheid nodig van ongeveer 5m/s (windkracht 3-4, matige wind). Het is daarom van belang om turbines op windrijke locaties te plaatsen, kijkend op de windsnelheid van het jaargemiddelde. De wind op een bepaalde locatie is afhankelijk van de geografische ligging, de hoogte boven de grond en de omliggende ruimte. Denk hierbij aan bebouwing, bomen, onderlinge afstanden en oriëntatie. Voor de gebouwde omgeving wordt aangenomen dat op locaties boven de 20m hoogte voldoende windaanbod is voor het aandrijven van kleinschalige windturbines. De meest effectieve manier om daar zekerheid over te krijgen is door windmetingen te doen. De meest efficiente plaats voor turbines is in de meeste gevallen aan de rand van het dak in de zuidwestelijke richting.

Horizontale As Turbines (HAT type)

Verticale As Turbines (VAT type)

BELASTING

Bij de toepassing van miniturbines moet men rekening houden met statische en dynamische belastingen van turbines op het dak en de onderliggende gebouwconstructie. Het is in alle gevallen noodzakelijk om een constructeur te laten beoordelen of de dakconstructie de belastingen, zoals deze door de leverancier zijn opgegeven, kan verdragen. De praktijk leert dat een betonnen dak de belastingen van miniturbines vrijwel altijd kan dragen.

Voor meer informatie zie: 'Praktische toepassing van mini-windturbines Handleiding voor gemeenten' van het agentschap NL.

Bijzonder VAT geintegreerd; beleidskader niet geldig

Bijzondere horizontale As Turbines (VAT type). Gelijk geschaard met VAT type

Bijzonder VAT losstaand; wel beleidskader geldig

HOOFDSTUK 2 WET EN REGELGEVING WELSTANDSNOTA

De windturbines hebben bij zichtbaarheid een negatief effect op de ruimtelijke kwaliteit. De objecten zijn sterk aanwezig door o.a. snel draaiende delen, geluid en lichtweerkaatsing. Daardoor is een windturbine in de directe omgeving van een woning of zichtbaarheid vanuit de directe woonomgeving niet wenselijk. In enkele gevallen zijn er mogelijkheden voor plaatsing, maar deze dienen goed te worden afgestemd op mogelijke hinder voor de omgeving. AKOESTIEK

In het kader van de ruimtelijke ordening moet bij plaatsing van een windturbine het geluidsaspect onderzocht worden. Plaatsing op bedrijfsgebouw Voor de normstelling van de plaatsing van een kleinschalige windturbine op een bedrijfsgebouw dient het Activiteitenbesluit1 te worden gevolgd (§ 3.2.3 "In werking hebben van een windturbine"), en dient de berekening te worden uitgevoerd volgens het “Reken- en Meetvoorschrift windturbines”. Plaatsing op woning Voor kleinschalige windturbines bij woningen dient het Bouwbesluit te worden gevolgd (hoofdstuk 3 “Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid”, afdeling 3.2 “Bescherming tegen geluid van installaties”) en de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999. De HMRI handleiding wordt ook toegepast bij bijvoorbeeld een airco aan huis. Om te bepalen of de normen gewaarborgd worden, is het bronvermogen nodig van de leverancier en een geluidberekening van geluidsbelasting op de gevel en perceelgrens van derden. In het bouwbesluit staat een eis voor buitenunits warmtepompen van 40 dB(A) op de perceelgrens. Deze eis hanteren we ook voor de kleinschalige windturbines.

Voor kleinschalige windturbines hanteren we daarom de volgende maximale waarden, afkomstig uit het Bouwbesluit: • 20 dB binnen woningen • 40 dB buiten, op de perceelsgrens • 40 dB buiten, op de gevel van een woning als die zich op hetzelfde perceel bevindt Om een goed leefklimaat te waarborgen kan er worden gekeken naar alle geluidsbelastingen op een bepaalde locatie; de gecumuleerde geluidsbelasting. Trillingen De plaatsing van de kleinschalige windturbine dient zodanig uitgevoerd te worden dat er geen hinderlijke trillingen van de turbine worden doorgegeven aan onderliggende gebouwconstructie.

1 Het Activitieitenbesluit verdwijnt met de intrede van de nieuwe omgevingswet. Regels omtrent akoestiek worden opgenomen in Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). ECOLOGIE

Vanuit ecologie moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van vogels en vleermuizen en het risico op aanvaringen daarvan met de windturbines. Daarbij moet worden getoetst aan de bescherming van deze soorten vanuit de Wet natuurbescherming, inclusief de zorgplicht. Hiervoor moet een natuurtoets worden uitgevoerd door een ecoloog, waarbij middels een risicoanalyse in beeld wordt gebracht welke soorten in de omgeving voorkomen en wat het risico is voor deze soorten op aanvaringen met de windturbines. Het gaat bij de toetsing om soortenbescherming, maar ook, waar van toepassing, om gebiedsbescherming binnen de kaders Natura 2000 en NNN.

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKAART KLEINSCHALIGE WINDTURBINES

1

2

HISTORISCHE DORPSGEBIEDEN

HISTORISCHE DORPSE BEBOUWINGSLINTEN

Het huidige kwaliteitskader is onderverdeeld in 17 welstandsgebieden. Deze gebieden vormen de basis voor het beleidskader kleinschalige windturbines op gebouwen. Per gebied is aangegeven of kleinschalige windturbines zijn toegestaan mits (groen), bij uitzondering toegestaan (oranje), of niet toegestaan (rood).

LEGENDA Toegestaan mits er aan de genoemde criteria wordt voldaan

3

4

TUINDORPEN EN TUINWIJKEN

WOONWIJKEN IN TRADITIONELE BLOKVERKAVELING (JAREN’50)

6

HET NIEUWE BOUWEN (JAREN’60)

7

8

9

10

11

12

Parken en groengebieden zijn definitief uitgesloten

Buitenplaatsen en landgoederen zijn definitief uitgesloten

16

17

DIJKBEBOUWING

THEMATISCHE UITBREIDINGSWIJKEN (VANAF JAREN ‘90)

13

NATUURGEBIED

Bij uitzondering toegestaan mits er aan de genoemde criteria wordt voldaan: 1. Flatgebouwen of appartementencomplexen hoger dan 15 meter. 2. Woningen en functies op ruime percelen. 3. Nieuwbouwprojecten, waarbij de turbines geïntegreerd zijn in het ontwerp. Niet toegestaan

INDIVIDUELE WONINGBOUW

14

CENTRUMGEBIED

5

BEDRIJVENTERREIN EN KANTOORLOCATIE

15

BEGRAAFPLAATS

PARKEN, GROENGEBIEDEN EN SPORTCOMPLEXEN

RIJKSWEGEN EN SPOORLIJNEN

FORUMBEWEGING (WOONERVEN JAREN ‘70-’80)

BUITENPLAATSEN, LANDGOEDEREN, AGRARISCH BUITENGEBIED

TRANSFORMATIE GEBIEDEN

WELSTANDSGEBIEDEN

LEGENDA 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17

Historische dorpsgebieden, Historische dorpse bebouwingslinten Dijkbebouwing Tuindorpen en tuinwijken Woonwijken in traditionele blokverkaveling (jaren’50) Het Nieuwe Bouwen (jaren’60) Forumbeweging (woonerven jaren ‘70-’80) Thematische uitbreidingswijken (vanaf jaren ‘90) Individuele woningbouw Bedrijventerrein en kantoorlocatie Parken, groengebieden en Sportcomplexen Buitenplaatsen, landgoederen en agrarisch buitengebied Natuurgebied Centrumgebied Begraafplaats Rijkswegen en spoorlijnen Transformatie gebieden

WELSTANDSGEBIEDEN ONDERVERDEELD IN CATEGORIEËN

TOEGESTAAN MITS

Deelgebied

Toegestaan mits er aan de genoemde criteria wordt voldaan

• Bedrijventerrein en 10 kantoorlocatie * De Koedoodse haven is direct gerelateerd aan het natuurgebied “De Carnisse Grienden” en maakt landschappelijk gezien hier deel van uit. Gezien de hoge natuurwaarde en het unieke landschap dat door de grienden wordt gevormd zijn windturbines hier niet toegestaan. BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

Deelgebied

1. Flatgebouwen of appartementencomplexen hoger dan 15 meter. 2. Woningen en functies op ruime percelen. 3. Nieuwbouwprojecten, waarbij de turbines geïntegreerd zijn in het ontwerp.

• Woonwijken in traditionele blokverkaveling (jaren’50) • Het Nieuwe Bouwen (jaren’60) • Forumbeweging (woonerven jaren ‘70-’80) • Thematische uitbreidingswijken (vanaf jaren ‘90) • Individuele woningbouw • Parken, groengebieden en Sportcomplexen • Buitenplaatsen, landgoederen en agrarisch buitengebied • Centrumgebied • Transformatie gebieden NIET TOESTAAN • Historische dorpsgebieden, • Historische dorpse bebouwingslinten • Dijkbebouwing • Tuindorpen en tuinwijken • Natuurgebied • Begraafplaats • Rijkswegen en spoorlijnen

5 6 7 8 9 11 12 14 17 Deelgebied 1 2 3 4 13 15 16

• Parken en groengebieden zijn definitief uitgesloten (deelgebied 11) • Buitenplaatsen en landgoederen zijn definitief uitgesloten (deelgebied 12)

AFWEGING PLAATSEN KLEINSCHALIGE WINDTURBINE Steeds meer objecten worden aan gebouwen toegevoegd om een gebouw duurzamer te maken. Dit zijn objecten zoals zonnepanelen en zonneboilers en ook kleinschalige windturbines. Naast een positieve duurzame bijdrage kunnen deze objecten ook overlast veroorzaken. Losse objecten kunnen ten koste gaan van de verschijningsvorm van het gebouw, kunnen een negatieve invloed hebben op de belevingswaarde en kunnen overlast geven op het gebied van uitzicht en geluid. Met het toestaan van kleine windturbines nabij woonbestemmingen dient terughoudend omgegaan te worden. De negatieve effecten en uitstraling van een vaak snel draaiend object in de woonomgeving zijn daarvoor te groot. In beginsel is plaatsing van kleine windturbines op of bij woonfuncties- of woonbestemmingen dan ook niet gewenst. Ook de effectiviteit van kleine windturbines speelt een rol in de afweging om terughoudend hier mee om te gaan in woonomgevingen. Omdat kleine windturbines hoogte en ruimte nodig hebben om elektriciteit te produceren is de woonomgeving hiervoor in de meeste gevallen niet geschikt. Beschermde dorpsgezichten, dijkbebouwing, natuurgebieden als ook begraafplaatsen hebben een dusdanig gewaardeerde verschijningsvorm dat windturbines hier niet toegestaan worden.

Binnen de tuinwijken/ tuindorpen staan veel architectonisch waardevolle gebouwen die representatief zijn voor de (dorpse) architectuur van voor 1940. De wijk is kwetsbaar omdat de karakteristieke elementen eenvoudig kunnen worden aangetast door bouw- en inrichtingsinitiatieven. Ook hier zijn kleinschalige windturbines niet toegestaan. In de gebieden waar de functie (bijvoorbeeld bedrijventerreinen of sportparken) en het stedenbouwkundig karakter (bredere straatprofielen of grootschaligere bebouwing) van het gebied het wel toelaten, zijn windturbines onder bepaalde criteria wel te integreren. De criteria in deze beleidsnotite hebben als doel om de verschijningsvorm van het gebouw en de belevingswaarde

van de omgeving te beschermen. Daarnaast is veiligheid vanzelfsprekend van belang (de beoogde veiligheidseisen zijn te vinden op de categoriepagina). Maatregelen die de verschijningsvorm van het gebouw en de belevingswaarde van de omgeving waarborgen zijn gericht op onder anderen: 1) Het zoveel mogelijk uit het zicht onttrekken door o.a.: • De turbines 45-graden vanuit de dakrand te plaatsen • Terughoudende neutrale kleurstelling te gebruiken • Flikkering door weerkaatsing van zonlicht te voorkomen. 2) Orde en balans met het gebouw creëren door middel van een maximaal afgestemde turbine hoogte, onderlinge afstanden, evenwijdige en loodrechte plaatsing t.o.v. desbetreffende gevels en een maximaal aantal turbines op hetzelfde dakvlak. Omdat de verschijningsvorm van het gebouw en de belevingswaarde van de omgeving kan verschillen is er als volgt onderscheid in categoriën aangebracht: TOEGESTAAN MITS Bedrijventerrein en kantoorlocatie

Zie pagina Pag. 10

Bij de categorie 'toegestaan mits' zijn kleinschalige windturbines op daken toegestaan mits er aan de genoemende criteria voldaan wordt. In deze categorie vallen bedrijventerreinen en kantoorlocaties.

1. 2. 3. 4.

BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

Zie pagina

Flatgebouwen of appartementencomplexen hoger dan 15 meter. Woningen en functies op ruime percelen. Nieuwbouwprojecten, waarbij de turbines geïntegreerd zijn in het ontwerp. Transformatie gebieden

Pag. 11 Pag. 12 Pag. 13 Pag. 14

In deze gebieden zijn kleinschalige windturbines in principe niet toegestaan, met uitzondering van:

1. Flatgebouwen of appartementencomplexen hoger dan 15 meter. Op flatgebouwen of appartementencomplexen hoger dan 15 meter zijn kleinschalige windturbines op platte dakvlakken toegestaan. Deze hoogte zorgt, samen met de criteria waarbij een turbine 45-graden vanuit de dakrand staat, voor minimale zichtbaarheid vanaf het maaiveld. Daarbij kan de effectiviteit van kleinschalige windturbines vanaf deze hoogte rendabel zijn. 2. Woningen en functies op ruime percelen. Kleinschalige windturbines op woningen of functies met ruime percelen met een royale afstand tot omliggende bebouwing hebben een minimaal effect op de omgeving. Zodoende is plaatsing van kleinschalige windturbines op deze woningen of functie toegestaan, mits het formaat, type en hoogte van de te plaatsen turbine goed worden afgestemd op mogelijke hinder. 3. Nieuwbouwprojecten, waarbij de turbines geïntegreerd zijn in het ontwerp. Bij nieuwbouwprojecten kunnen bijzondere nietwiekturbines geïntegreerd worden in het ontwerp. Deze geïntegreerde turbines vormen daarmee geen negatieve effecten op de verschijningsvorm van het gebouw en belevingswaarde vanuit de omgeving. 4. Transformatie gebieden De mogelijkheid tot het plaatsen van kleinschalige windturbines op daken in transformatiegebieden wordt afgestemd op de oorspronkelijke categorie van het welstandsgebied.

Bij transformatie naar een nieuwe bestemming zal opnieuw de toets gedaan moeten worden of kleinschalige windturbines zijn toegestaan. De toegelichte criteria zijn enkel toegespitst op HAT- en VAT-type turbines. Bijzondere windturbines zijn hierin niet meegenomen.

TOEGESTAAN MITS BEDRIJVENTERREIN EN KANTOORLOCATIE Deelgebied 10 Bij het plaatsen van een kleinschalige windturbine moet er aan twee soorten basiscriteria voldaan worden: 1 Ruimtelijke voorwaarden 2 Wet- en regelgeving. Ruimtelijke voorwaarden gaan over de manier van plaatsen, zoals maatvoering. Het zijn criteria om de visuele hinder zoveel mogelijk te beperken. De wet- en regelgeving zijn wettelijke eisen die voor alle bouwwerken gelden en daarmee ook voor kleinschalige windturbines.

RUIMTELIJKE CRITERIA Plaatsing

• Maatvoering

• •

Afstandscriteria

• •

Vormgeving

1/3 van de bouwhoogte

• •

Plaatsingsvlak turbines

• •

1/3

Bouwperceel

Kleur

Bouwhoogte

CATEGORIE TOEGESTAAN MITS

•

• • •

Op het platte dakvlak binnen een bouwvlak. Bij meerdere windturbines worden deze in een rij evenwijdig of loodrecht t.o.v. de gevel geplaatst. Tiphoogte van de windturbine staat 45-graden vanuit de dakrand. Dit t.b.v. minimale zichtbaarheid vanaf maaiveld. De hoogte van een windturbine (op een gebouw) mag niet meer dan 1/3 van de bouwhoogte van het gebouw bedragen, tot een maximum van 5 meter. Windturbines op hetzelfde dakvlak hebben dezelfde hoogte. Onderlinge afstand tussen windturbines bedraagt minimaal driemaal de rotordiameter. Bij plaatsing van meerdere windturbines zijn de tussenliggende afstanden gelijk. Ranke en zo transparant mogelijke constructies om de invloed op de omgeving zo mogelijk te beperken. Stem de turbine en mast af op de architectuur van het gebouw. Kabels en leidingen en bijbehorende installaties zijn geclusterd en staan uit het zicht. Uitgevoerd in een donkere (zwart/antraciet) of bij het gebouw behorende kleurstelling. Terughoudende neutrale kleurstelling. Naamsaanduidingen en/of reclame-uitingen zijn niet toegestaan. De draaiende delen van de turbine mogen geen hinderlijk zonlicht weerspiegelen. Ze zijn bijvoorbeeld voorzien van een antireflectie-coating.

WET- EN REGELGEVING Plaatsing turbine 45-graden vanuit de dakrand

Akoestiek

Maximaal 40 dB(A) op de perceelgrens. De aanvrager kan door middel van een geluidberekening bepalen of dit gewaarborgd kan worden. Hierbij is het bronvermogen van de leverancier nodig.

Ecologie

De aanvrager laat een natuurtoets uitvoeren door een ecoloog om het risico van soorten op aanvaringen met de windturbine in beeld te brengen.

Veiligheid

• •

De kleinschalige windturbine is voorzien van het Kleinwindkeurmerk of een daarmee gelijk te stellen keurmerk. Het is in alle gevallen noodzakelijk om een constructeur te laten beoordelen of de dakconstructie de statische en dynamische belastingen, zoals deze door de leverancier zijn opgegeven, kan verdragen.

De gemeente behoudt het recht om af te wijken van de criteria.

VOORWAARDEN WAAR UITZONDERINGSSITUATIES AAN MOETEN VOLDOEN: • •

FLATGEBOUWEN OF APPARTEMENTENCOMPLEXEN HOGER DAN 15 METER Deelgebied 5-9, 14

•

Beschikbaarheid van het platte dakvlak hoger dan 15 meter. De mogelijkheid om windturbines minimaal 10 meter vanuit een gevel met gevelopeningen waarachter een verblijfsfunctie ligt te plaatsen. Het maximaal aantal windturbines per dakvlak wordt niet overschreden. Dit is het totale (aaneengesloten) dakoppervlakte gedeeld door 150m2 (naar beneden afgerond).

RUIMTELIJKE CRITERIA 10m

Plaatsingsvlak turbines

10m

Plaatsing

45°

• • •

Maatvoering

• •

Afstandscriteria

• •

1/3 van de bouwhoogte Plaatsingsvlak turbines 45-graden vanuit de dakrand

Vormgeving

• • •

45°

Bouwperceel 1/3

Kleur

Bouwhoogte

CATEGORIE BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

Plaatsing turbine 45-graden vanuit de dakrand

• • •

Op het platte dakvlak binnen een bouwvlak. Bij meerdere windturbines worden deze in een rij evenwijdig of loodrecht t.o.v. de gevel geplaatst. Tiphoogte van de windturbine staat 45-graden vanuit de dakrand. Dit t.b.v. minimale zichtbaarheid vanaf maaiveld. De hoogte van een windturbine (op een gebouw) mag niet meer dan 1/3 van de bouwhoogte van het gebouw bedragen, tot een maximum van 5 meter. Windturbines op hetzelfde dakvlak hebben dezelfde hoogte. Onderlinge afstand tussen windturbines bedraagt minimaal driemaal de rotordiameter. Bij plaatsing van meerdere windturbines zijn de tussenliggende afstanden gelijk. Ranke en zo transparant mogelijke constructies om de invloed op de omgeving zo mogelijk te beperken. Stem de turbine en mast af op de architectuur van het gebouw. Kabels en leidingen en bijbehorende installaties zijn geclusterd en staan uit het zicht. Uitgevoerd in een donkere (zwart/antraciet) of bij het gebouw behorende kleurstelling. Terughoudende neutrale kleurstelling. Naamsaanduidingen en/of reclame-uitingen zijn niet toegestaan. De draaiende delen van de turbine mogen geen hinderlijk zonlicht weerspiegelen. Ze zijn bijvoorbeeld voorzien van een antireflectiecoating.

WET- EN REGELGEVING Akoestiek

Maximaal 40 dB(A) op de perceelgrens en 20 dB(A) op de gevels. De aanvrager kan door middel van een geluidberekening bepalen of dit gewaarborgd kan worden. Hierbij is het bronvermogen van de leverancier nodig.

Ecologie

De aanvrager laat een natuurtoets uitvoeren door een ecoloog om het risico van soorten op aanvaringen met de windturbine in beeld te brengen.

Veiligheid

• •

De kleinschalige windturbine is voorzien van het Kleinwind-keurmerk of een daarmee gelijk te stellen keurmerk. Het is in alle gevallen noodzakelijk om een constructeur te laten beoordelen of de dakconstructie de statische en dynamische belastingen, zoals deze door de leverancier zijn opgegeven, kan verdragen.

De gemeente behoudt het recht om af te wijken van de criteria.

VOORWAARDEN WAAR UITZONDERINGSSITUATIES AAN MOETEN VOLDOEN:

BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

•

•

1/3 van de bouwhoogte Plaatsingsvlak turbines 45-graden vanuit de dakrand

RUIMTELIJKE CRITERIA Plaatsing

• • •

45° 1/3

Bouwperceel

Bouwhoogte

CATEGORIE BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

WONINGEN EN FUNCTIES OP RUIME PERCELEN Deelgebied 5-9, 11-12, 14

Beschikbaarheid op het dakvlak van gebouwen op ruime percelen, op royale afstand (meer dan 30 meter van gevel tot gevel) tot omliggende bebouwing. Formaat, type en hoogte van de te plaatsen windturbine dienen goed te worden afgestemd op mogelijke hinder voor de omgeving. Bij beschikbaarheid van daken van sportcomplexen in parken en groengebieden: enkel op daken van sportcomplexen zijn windturbines in deze gebieden toegestaan.

Maatvoering

• •

Afstandscriteria

• •

>30 meter tot omliggende bebouwing

Vormgeving

• • •

Kleur Plaatsing turbine 45-graden vanuit de dakrand

• • •

Op het dakvlak binnen een bouwvlak. Tiphoogte van de windturbine staat 45-graden vanuit de dakrand. Dit t.b.v. minimale zichtbaarheid vanaf maaiveld. Bij meerdere turbines worden deze in een rij evenwijdig of loodrecht t.o.v. de gevel geplaatst. De hoogte van een windturbine (plaatsing op een gebouw) mag niet meer dan 1/3 van de bouwhoogte van het gebouw bedragen, tot een maximum van 5 meter. Windturbines op hetzelfde dakvlak hebben dezelfde hoogte. Onderlinge afstand tussen kleinschalige windturbines bedraagt minimaal driemaal de rotordiameter. Bij plaatsing van meerdere windturbines zijn de tussenliggende afstanden gelijk. Ranke en zo transparant mogelijke constructies om de invloed op de omgeving zo mogelijk te beperken. Stem de turbine en mast af op de architectuur van het gebouw. Kabels en leidingen en bijbehorende installaties zijn geclusterd en staan uit het zicht. Uitgevoerd in een donkere (zwart/antraciet) of bij het gebouw behorende kleurstelling. Terughoudende neutrale kleurstelling. Naamsaanduidingen en/of reclame-uitingen zijn niet toegestaan. De draaiende delen van de turbine mogen geen hinderlijk zonlicht weerspiegelen. Ze zijn bijvoorbeeld voorzien van een antireflectiecoating.

WET- EN REGELGEVING Akoestiek

Maximaal 40 dB(A) op de perceelgrens en 20 dB(A) op de gevels. De aanvrager kan door middel van een geluidberekening bepalen of dit gewaarborgd kan worden. Hierbij is het bronvermogen van de leverancier nodig.

Ecologie

De aanvrager laat een natuurtoets uitvoeren door een ecoloog om het risico van soorten op aanvaringen met de windturbine in beeld te brengen.

Veiligheid

• •

De kleinschalige windturbine is voorzien van het Kleinwind-keurmerk of een daarmee gelijk te stellen keurmerk. Het is in alle gevallen noodzakelijk om een constructeur te laten beoordelen of de dakconstructie de statische en dynamische belastingen, zoals deze door de leverancier zijn opgegeven, kan verdragen.

De gemeente behoudt het recht om af te wijken van de criteria.

CATEGORIE BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN NIEUWBOUWPROJECTEN, WAARBIJ DE TURBINES GEÏNTEGREERD ZIJN IN HET ONTWERP Deelgebied 5-9, 11-12, 14

VOORWAARDEN WAAR UITZONDERINGSSITUATIES AAN MOETEN VOLDOEN: • Bij nieuwbouwprojecten waarbij bijzondere niet-wiekturbines geheel opgenomen en zorgvuldig geintegreerd zijn in de bouwmassa. • De geïntegreerde turbines vormen geen negatieve effecten op de verschijningsvorm van het gebouw en belevingswaarde vanuit de omgeving. De integratie wordt door Welstand bij de omgevingsvergunning getoetst. RUIMTELIJKE CRITERIA Vormgeving

•

Kabels en leidingen en bijbehorende installaties zijn geclusterd en staan uit het zicht. Uitgevoerd in een donkere (zwart/antraciet) of bij het gebouw behorende kleurstelling.

Kleur

•

Terughoudende neutrale kleurstelling of bij het gebouw behorende kleurstelling. Naamsaanduidingen en/of reclame-uitingen zijn niet toegestaan.

• WET- EN REGELGEVING Akoestiek

Maximaal 40 dB(A) op de perceelgrens en 20 dB(A) op de gevels. De aanvrager kan door middel van een geluidberekening bepalen of dit gewaarborgd kan worden. Hierbij is het bronvermogen van de leverancier nodig.

Ecologie

De aanvrager laat een natuurtoets uitvoeren door een ecoloog om het risico van soorten op aanvaringen met de windturbine in beeld te brengen.

Veiligheid

• •

De windinstallatie is voorzien van het Kleinwindkeurmerk of een daarmee gelijk te stellen keurmerk. Het is in alle gevallen noodzakelijk om een constructeur te laten beoordelen of de constructie de statische en dynamische belastingen, zoals deze door de leverancier zijn opgegeven, kan verdragen.

De gemeente behoudt het recht om af te wijken van de criteria.

BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

A STAP

Bij een transformatiegebied wordt ten eerste gekeken naar het huidige welstandsgebied. Wanneer deze catogorie onder 'toegestaan mits' (groen) of 'bij uitzondering toegestaan' (oranje) valt mogen er volgens de geldende criteria kleinschalige windturbines geplaatst worden. Vanaf het moment dat het gebied is getransformeerd naar een nieuwe bestemming zal opnieuw de toets gedaan moeten worden of in deze nieuwe situatie kleinschalige windturbines zijn toegestaan. Als dit niet het geval is moeten de windturbuines worden verwijderd.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 In welk welstandsgebied bevindt het transformatiegebied zich?

D STAP

B STAP Tot welke categorie behoort de aanvraag?

Het gebied transformeert naar een nieuwe bestemming

C STAP TOEGESTAAN MITS

CATEGORIE BIJ UITZONDERING TOEGESTAAN

TRANSFORMATIEGEBIEDEN Deelgebied 17

Ga naar de categorie-pagina

10m

MEERDERE DAKVLAKKEN

Schuindak

10m

A

B

45°

10m

Plaatsingsvlak turbines Dakhoogte min. 15m

Plaatsingsvlak turbines Dakhoogte min. 15m

Plaatsingsvlak turbines Dakhoogte min. 15m

45° 10m

45°

RELATIE MET OMGEVING 10m Plaatsingsvlak turbines Dakhoogte min. 15m

45°

D

SCHUIN EN PLAT DAK Schuindak

45°

SCENARIO'S PLAATSINGSVLAK TURBINES

10m

Plaatsingsvlak turbines Dakhoogte min. 15m

C

AANGRENZEND WOONGEBOUW

Geen turbines mogelijk

10m

E

SCHUIN DAK MET PLAT STUK

Colofon Titel:

Beleidskader kleinschalige windturbines op gebouwen, Gemeente Barendrecht

Projectnummer:

51009847

Datum:

Maart 2023

Opgesteld door:

Sweco Nederland B.V.

Opdrachtgever:

Gemeente Barendrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13592983/1