CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

451877 Brief burgemeester Veldhuijzen - beantwoording raadsvragen - acute noodopvang asielzoekers.pdf

gemeenteraad 18 januari 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Noodopvang Asielzoekers2.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de gemeenteraad Drs. G. Veldhuijzen burgemeester

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:

7/10/12 januari 2022 --Acute noodopvang asielzoekers

Ons kenmerk: Contactpersoon: Team: Telefoonnummer: Datum:

451877 AJ van Dorp -14 0180 17 januari 2022

Geachte raadsleden, In deze brief informeer ik u graag over de voorbereiding van de acute noodopvang asielzoekers. Tevens reageer ik daarmee op de vragen die per brief van 7 en 10 januari jl. zijn gesteld door de fractie van de EVB en door de fractie van de VVD op 12 januari jl. In de tekst verwijs ik steeds naar de betreffende vraag. Voorgeschiedenis In het najaar van 2021 is n.a.v. de toegenomen instroom van asielzoekers, geconstateerd dat Nederland te maken heeft met een gebrek aan reguliere opvangcapaciteit. Vanuit het Rijk is via verschillende kanalen, zoals de regionale tafel asielopvang en de VRR een dringende oproep gedaan richting provincies en gemeenten om opvanglocaties beschikbaar te stellen en daarmee daadwerkelijke crisisopvang, zoals die in september na de evacuaties uit Kaboel al her en der waren gerealiseerd, weer te kunnen ontruimen en voor de toekomst te voorkomen. In het college van 2 november jl. is een eerste analyse besproken van de mogelijkheden tot het inrichten van een noodopvanglocatie in Barendrecht. Vervolgens is besloten tot een ambtelijke verkenning van eventuele opties en is een aantal locaties onderzocht waaronder o.a. het afmeren van een schip bij het bouwdok van Rijkswaterstaat en het gebruiken van leegstaande kantoor- of bedrijfslocaties.

In deze periode is op initiatief van wethouder Karremans van Rotterdam door een aantal gemeenten in de regio (Rotterdam, Ridderkerk, Goeree-Overflakkee, Maassluis, Vlaardingen, Krimpen a/d IJssel, Nissewaard, Hellevoetsluis) besloten noodopvang te realiseren op cruiseschepen (alleen Nissewaard heeft een landlocatie). Door de daarna ontstane acute situatie in december en de daarmee samenhangende vraag om acute noodopvang vanuit het Rijk is een verdiepende verkenning naar kantoor- en bedrijfslocaties on hold gezet omdat de aanpassingen die nodig zijn voor opvang in deze locaties te veel tijd in beslag zouden nemen. Naar aanleiding van het voor raadsleden toegankelijke niet openbare deel van de notulen van collegevergaderingen heeft de EVB op 7 december raadsvragen gesteld. Deze zijn op 21 december

Onderwerp: Acute noodopvang asielzoekers

Pagina 2 van 6

beantwoord. Zoals ook aan de fractie medegedeeld, zijn de vragen en antwoorden niet openbaar gemaakt, omdat zij betrekking hadden op het niet openbare gedeelte van de collegenotulen. Naar mijn mening was en is die motivering helder. Overigens bestaat er thans geen bezwaar tegen openbaarmaking (vraag 3, 4 EVB). Aanwijzing en aanpak regio Zoals u bekend, is er een aanwijzing vanuit het Rijk per brief dd. 14 december gestuurd aan de voorzitter van de VRR. De voorzitter van de VRR is aangewezen vanuit het Rijk voor het inrichten van 500 noodopvangplekken voor asielzoekers in onze regio voor een termijn van ca. vier maanden. In het algemeen bestuur van 13 december is besloten deze opdracht te aanvaarden en is overeengekomen dat Rotterdam 250 plekken zou realiseren en dat de overige gemeenten, die niet reeds noodopvang boden, de overige 250 plekken zouden realiseren. Daarmee zou iedere gemeente binnen de regio een min of meer evenredige bijdrage leveren (vraag 23 EVB). Zoals nu bekend is de verdeling als volgt: De gemeente Lansingerland: vijftig asielzoekers. De gemeente Capelle aan den IJssel: dertig asielzoekers. De gemeente Vlaardingen en de gemeente Schiedam hebben eveneens net als Rotterdam schepen gebruikt die tijdelijk aanmeren om onderdak te verzorgen. Beide gemeenten verzorgen tijdelijke opvang voor vijftig asielzoekers.

De burgemeester van de gemeente Albrandswaard (die veertig asielzoekers zou opvangen) heeft op 11 januari jl. besloten de medewerking, gezien het gemis van een juridische grondslag voor de aanwijzing, op te schorten (vraag 22, 24 EVB). Aanpak in Barendrecht In Barendrecht is in eerste instantie een verkenning gedaan naar het aanmeren van een schip voor de opvang van asielzoekers bij het bouwdok op het terrein van Rijkswaterstaat. Deze optie is o.a. door de drassigheid van het terrein, de werkzaamheden die plaatsvinden op het bouwterrein door Rijkswaterstaat, de veiligheid in een waterrijke omgeving, de loopafstand naar de bebouwde kom en de ontsluiting, door de VRR afgewezen. Vervolgens zijn in overleg met de VRR opties verkend voor het plaatsen van woonunits. De bescheiden hotelcapaciteit en de camping in Barendrecht bieden geen ruimte en uit het eerder onderzoek naar kantoorruimte was gebleken dat er geen volledig lege kantoren beschikbaar zijn; bovendien vergt geschiktmaking van kantoren meer tijd dan de realisering van tijdelijke woonunits (vraag 19 EVB). Hiervoor is een verhard geasfalteerd terrein nodig met de mogelijkheid tot aansluiting op een riolering.

Vier opties kwamen hiervoor in aanmerking, het parkeerterrein aan het einde van de Maasstraat, het parkeerterrein bij Thermen Barendrecht in het recreatiegebied de Oude Maas, de carpoolplaats naast de A-29 bij het benzinestation en het parkeerterrein aan de Zuider Carnisseweg 110. Het parkeerterrein bij de Oude Maas kwam - gezien de afstand tot de bebouwde kom - niet in aanmerking. Het parkeerterrein aan het einde van de Maasstraat viel af omdat dit centraal in een woonwijk ligt. En de carpoolplaats naast de A-29 viel af gezien de onveilige situering bij snelweg en gasleidingen. Daarmee bleef de parkeerplaats op de Zuider Carnisseweg 110 over (vraag 6, 7, 8 EVB). Er is niet overwogen om een locatie te zoeken op Nieuw Reijerwaard. Die locatie ligt op het grondgebied van Ridderkerk. Die gemeente had in een eerder stadium al besloten een schip voor noodopvang gastvrijheid te verlenen en is daarom – in mijn ogen terecht - niet opnieuw op haar verantwoordelijkheid aangesproken (vraag 9 EVB). Het was niet mogelijk richting de VRR te communiceren dat er geen geschikte locaties waren, omdat die er in ons gezamenlijk onderzoek wel bleek te zijn (vraag 10 EVB).

Onderwerp: Acute noodopvang asielzoekers

Pagina 3 van 6

Informatie college en raad; communicatie Op 14 december heb ik het college geïnformeerd. In een digitaal overleg dezelfde avond heb ik het presidium van de gemeenteraad geïnformeerd over de aanwijzing, de reactie van het algemeen bestuur van de VRR en het onderzoek naar de mogelijkheid een schip bij het Bouwdok af te meren. Op 21 december heb ik met het college overlegd en een principebesluit genomen over de locatie. Op 22 december jl. heb ik het Presidium geïnformeerd over het afvallen van de locatie Bouwdok en het besluit over de locatie aan de Zuider Carnisseweg (vraag 12 EVB). Op 23 december jl. heb ik allereerst het besluit mondeling medegedeeld aan de naaste buren, de Scoutingvereniging en de buitenschoolse opvang. Daarbij zijn afspraken gemaakt over verdere betrokkenheid bij de aanpak. Vervolgens heb ik via een raadsinformatiebrief de leden van de gemeenteraad geïnformeerd over mijn besluit. Tevens zijn de omwonenden per brief geïnformeerd en zijn de media met een persbericht geïnformeerd. Gelet op de acute situatie lag het naar mijn mening niet voor de hand externe partijen te betrekken bij het zoek- en afwegingsproces met betrekking tot de locatie. College en presidium zijn in mijn ogen op een behoorlijke wijze en tijdig geïnformeerd (vraag 1, 2 EVB).

Het besluit heeft, voor zover ik heb kunnen waarnemen, in de samenleving tot een overzichtelijk aantal reacties geleid van inhoudelijk uiteenlopende aard. Dat komt overeen met de verwachting die ik daarover had (vraag 5 EVB). Juridische context Nederland heeft een verdragsrechtelijke verplichting alle asielzoekers opvang en begeleiding te geven. Hiertoe heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de wettelijke taak om iedereen die daar recht op heeft op te vangen en te begeleiden. Om meerdere redenen is het voor het COA de afgelopen periode moeilijk gebleken voldoende opvangplekken te realiseren. Na intensieve regie (landelijke en provinciale regietafels) en overleg met het Veiligheidsberaad is er per 14 december jl. een situatie ontstaan van acute nood rond de opvang van asielzoekers. De minister en de staatsecretaris hebben met de aanwijzingsbesluiten deze fase ingeroepen. Door het feit dat Nederland een verdragsrechtelijke verplichting heeft en een decentrale eenheidsstaat is, is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle Nederlandse overheden om aan de verplichtingen ten aanzien van opvang en begeleiding van asielzoekers te voldoen. Anders dan bij statushouders kunnen gemeenten niet worden gedwongen reguliere asielopvangplekken te bieden. De staatssecretaris heeft evenwel aangegeven dat de asielopvang in een acute crisissituatie verkeert.

Daarmee wordt de opvang onderwerp van crisisbeheersing. Noodopvang asielzoekers betekent dat tijdelijke locaties worden gebruikt en vraagt van burgemeesters binnen de mogelijkheden die er zijn - doortastende en soms onorthodoxe crisisbesluiten van tijdelijke aard. Bij het vormgeven van de noodopvang hoort het aanwijzen van locaties, maar ook de (gedoog-) vergunningverleningen, noodzakelijke controles (o.m. brandveiligheid) en het exploiteren van de acute noodlocaties gedurende de tijdelijke fase. Het COA neemt zo snel als mogelijk de coördinatie en realisering van de asielopvang weer over. Tussen Kerst en Nieuwjaar is er in media discussie ontstaan over de rechtsgrond voor de aanwijzing van regeringswege voor acute noodopvang asielzoekers. Ik heb daarvan kennisgenomen en er vragen over gesteld aan de VRR. Op 10 januari heeft de scheidend staatssecretaris in de beantwoording van

Onderwerp: Acute noodopvang asielzoekers

Pagina 4 van 6

Kamervragen aangegeven dat die rechtsgrond er in wezen niet is. Ik vind het onbegrijpelijk dat van regeringswege in eerste instantie kennelijk bewust een andere indruk is gewekt. Hoewel de staatssecretaris suggereert dat zij daar op 21 december in de Eerste Kamer al duidelijkheid over had gegeven, lijkt dat niet het geval en is daaraan in elk geval geen media-aandacht besteed. Een dergelijke handelwijze schaadt het vertrouwen tussen overheden (vraag 26, 27, 28, aanvullende vraag 1 EVB). Inmiddels heeft de nieuwe staatssecretaris Asiel en Migratie, de heer Van der Burg, contact opgenomen met de voorzitter van de VRR. De Regering verzoekt hem toch aan de opgave te voldoen in het licht van de Nederlandse verdragsrechtelijke verplichting. Er blijft immers sprake van een crisissituatie. Ik verwijs u hiervoor naar bijgevoegde brief van de heer Aboutaleb. In het algemeen bestuur van de VRR is de opdracht van het Rijk aanvaard. Daarbij gaat het om een crisissituatie waarbij de burgemeester bijzondere bevoegdheden heeft, de zogenaamde noodbevoegdheden, om te besluiten mee te werken aan het realiseren van noodopvang in de betreffende gemeente. Onwenselijk voor alle betrokken partijen, maar indien gemeenten blijvend geen uitvoering geven aan de vordering tot medewerking, dan kan de voorzitter van de VRR zijn verantwoordelijkheid nemen en treden in de bevoegdheden van het lokale gezag.

Onder gebruikmaking van opschaling naar GRIP4, kan hij artikel 39 Wet veiligheidsregio’s inroepen en de (dreigende) crisis van meer dan plaatselijke betekenis bestempelen. Voor de positie van mij als burgemeester van Barendrecht betekent het bovenstaande het volgende. Zeker na de brief van de staatssecretaris van 14 december is duidelijk dat er sprake is van een crisis waar inzet van de crisisbevoegdheden van de burgemeester aan de orde is. Gegeven het bovenlokale karakter van de crisis kan dat zo nodig ook gelden voor de bovenlokale bevoegdheden van een voorzitter van de veiligheidsregio. Ik ben van oordeel dat de beantwoording van de Kamervragen op 10 januari geen verandering impliceert van de crisissituatie en daarmee ook geen implicaties heeft voor mijn bevoegdheid hierin of die van de voorzitter van de VRR (aanvullende vragen 2, 3, 4 EVB, vragen VVD). Ik zie dan ook geen reden tot heroverweging van mijn besluit. Dat heb ik ook via de media gecommuniceerd (aanvullende vraag 5 EVB). Overigens heeft de voorzitter van de VRR tot nog toe geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid (vraag 24 EVB). De voortgang in de regio is onderwerp van bestuurlijk overleg in de regio (vraag 25 EVB). Bij crisisbesluitvorming worden bevoegdheden uitgeoefend door de burgemeester. De gemeenteraad heeft daarin geen bevoegdheden.

Uiteraard is de burgemeester voor het gebruik daarvan wel verantwoording aan de raad verschuldigd. Ik heb in het Presidium op 22 december aangegeven daartoe natuurlijk voluit bereid te zijn (vraag 2 EVB). Op de uitkomst van zo’n debat of mijn reactie daarop kan ik niet vooruitlopen (vraag 29 EVB). Verdere aanpak De locatie Zuider Carnisseweg 110 betreft een beperkt gebruikt geasfalteerd parkeerterrein dat aangesloten kan worden op de riolering. Op de locatie zijn tevens BSO Wiedewei BuitenGewoon en scoutinggroep Fridtjof Nansen gevestigd. Beide partijen worden nauw betrokken bij de verdere uitwerking. Met de Veiligheidsregio en het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) is afgesproken dat er naast de opvanglocatie voldoende parkeergelegenheid overblijft voor halende en brengende ouders van de BSO. Verder wordt -met het oog op de locatie- de noodopvang uitsluitend toegewezen aan gezinnen. Deze afspraak is met de VRR gemaakt en zal schriftelijk worden bevestigd (vraag 11 EVB).

Onderwerp: Acute noodopvang asielzoekers

Pagina 5 van 6

Op de locatie worden 24 woonunits geplaatst voor gebruik door maximaal 48 personen. Op het terrein komen tevens een recreatieruimte en een eetzaal. De bewoners kunnen gebruik maken van openbaar vervoer en met het platform vluchtelingenwerk Barendrecht wordt onderzocht of er eventueel van fietsen gebruik gemaakt kan worden. Er wordt gezorgd voor goede verlichting op en bij het terrein. De organisatie ligt bij de VRR die samenwerkt met het COA, het Rode Kruis en de gemeente. Er wordt gewerkt met lokale ondernemers. Een verkennend gesprek tussen het Rode Kruis en het platform Vluchtelingenwerk Barendrecht heeft inmiddels plaatsgevonden. De lokale huisartsen is gevraagd medewerking te verlenen tijdens de duur van de opvang. De bouw zal de komende week aanvangen. De veiligheid van de oversteek over de Zuider Carnisseweg en het ontbreken van een voetpad langs de weg zijn aandachtspunten bij de uitwerking (vraag 15, 16 EVB). Zij worden ook meegenomen in de advisering over de vergunningaanvraag. Er wordt bekeken of hiervoor aanvullende maatregelen moeten worden getroffen. Hierover zal ook afstemming plaats vinden met het waterschap als wegbeheerder van de Zuider Carnisseweg. Daarbij wordt de financiering van eventuele maatregelen betrokken (vraag 21 EVB). De opvang wordt geheel georganiseerd door de VRR op kosten van het Rijk.

Er is door de gemeente dan ook geen kosten-batenanalyse gemaakt van alternatieven, ook omdat er uiteindelijk één locatie overbleef (vraag 19 EVB). De gemeente maakt uiteraard ambtelijke kosten, die wij niet voornemens zijn te declareren. Mochten er door de gemeente andere kosten worden gemaakt met betrekking tot de instandhouding van de voorziening zullen wij daarover wel afspraken met de VRR maken. Over de hoogte van de kosten van VRR c.q. Rijk heb ik geen informatie (vraag 20 EVB). Omgevingsvergunning en planologische aspecten Voor de realisatie van de voorziening wordt een tijdelijke omgevingsvergunning verleend. De locatie van de opvang ligt binnen het bestemmingsplan “Zuidrand” met de bestemming “Gemengd” en functieaanduiding “Parkeerterrein”. Volgens dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, horeca-activiteiten van categorie 1a of ten hoogste 1b, bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1 en 2 en ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' tevens een parkeerterrein. De gronden zijn dus niet bestemd voor logiesfunctie en/of acute opvang. Daarnaast heeft het parkeerterrein geen bouwvlak. Om de opvang mogelijk te maken hoeft het bestemmingsplan echter niet te worden gewijzigd.

Artikel 4, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, ook wel de kruimellijst genoemd, geeft het college de bevoegdheid om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan voor een periode van maximaal 10 jaar. Omdat het hier om opvang gaat voor een duur van vier maanden, kan het college de afwijking van het bestemmingsplan mogelijk maken door middel van een omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan hoeft dus niet te worden aangepast. De omgevingsvergunning zal worden verleend d.m.v. een reguliere procedure. Voor de aanvraag omgevingsvergunning (reguliere procedure) geldt een maximale termijn van 8 weken. Deze termijn kan in sommige gevallen worden opgeschort voor het vragen van ontbrekende gegevens en ook met maximaal 6 weken worden verlengd. Aangezien de opvang een acuut karakter heeft, pakt de gemeente dit met prioriteit op en is de verwachting dat er tijdig een besluit wordt genomen. Tegen een omgevingsvergunning kunnen belanghebbenden bezwaar indienen als de omgevingsvergunning wordt verleend. Ook bestaat de mogelijkheid om daarna eventueel beroep in te stellen tegen het besluit op het bezwaar (vraag 17, 18 EVB).

Onderwerp: Acute noodopvang asielzoekers

Met vriendelijke groet,

Drs. G. Veldhuijzen, burgemeester

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11041039/1