451877 Antwoordbrief college op technische vragen EVB en VVD inzake acute noodopvang.pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
---Technische vragen acute noodopvang
Ons kenmerk: 451877 Contactpersoon: Mw. A. van Dorp Team: -Telefoonnummer: 14 0180 Datum: 25 januari 2022
Geachte raadsleden, In deze brief reageren wij op de technische vragen die door de fracties van de EVB en de VVD zijn gesteld op 19 januari jl. ter voorbereiding op de beoordeling van het raadsvoorstel dat in uw raad wordt besproken op 25 januari a.s. Locatiekeuze Vraag 1 EVB: zijn dit alle randvoorwaarden (een verhard geasfalteerd terrein met de mogelijkheid tot aansluiting op een riolering, afstand tot de bebouwde kom en (te) centraal in een woonwijk, veilige situering) voor het bepalen van locaties of zijn er nog meer? Antwoord: de volgende criteria zijn leidend voor de locatiekeuze, waarbij een verhard terrein, de grootte van het terrein en aansluiting op riolering de belangrijkste zijn:
De grootte van het terrein (minimaal 1700m2) De staat van de ondergrond (verharde ondergrond) Afstand en aansluiting op nutsvoorzieningen (riolering bij voorkeur 50m afstand en beschikbare capaciteit, stroom en water 200m) Nabijheid tot OV voorziening De afstand tot de bebouwde kom Veilige situering Geen belemmering voor bestaande activiteiten en parkeervoorzieningen.
Pagina 2 van 3
Vraag 2 EVB: kunt u de randvoorwaarden ‘geasfalteerd terrein’ nader specificeren in hoeveel vierkante meter er minimaal nodig is? Antwoord: belangrijk is dat de ondergrond verhard is met zo min mogelijk obstakels. Er is minimaal 1700 m2 nodig voor het realiseren van 24 woonunits, eet- en recreatieruimte incl. parkeren. Vraag 3 EVB: kunt u ‘aansluiting op een riolering’ nader specificeren? Binnen hoeveel meter moet er een aansluiting mogelijk zijn op het riool. Antwoord: rond de 50 meter is wenselijk. Alternatieve locaties afwegen Vraag 4 EVB: zijn er nog meer locaties onderzocht dan die genoemd in de brief? Zo ja, welke? En waarom vielen die af? Antwoord: De locaties, zoals genoemd in mijn brief d.d. 17 januari aan de raad, zijn het resultaat van de afweging welke locaties geschikt zijn voor tijdelijk en urgente huisvesting van asielzoekers, op basis van eerder genoemde criteria waarbij verharde grond en afstand tot riolering de belangrijkste zijn. De locatie Zuider Carnisseweg voldoet aan het overgrote deel van de criteria en is daarom als meest geschikt bevonden door het college. Dit is in overleg met de VRR gebeurd.
Vraag 5 EVB: kunt u motiveren waarom de beoogde locatie aan de Zuider Carnisseweg geschikter is dan de volgende locaties (verharde parkeerplaats langs het Vrijenburgpad (a), de verharde parkeerplaats langs het Havenspoorpad (b), verharde parkeerplaats langs het Havenspoorpad (c), het beoogde ontwikkelgebied de Stationstuinen (d)) en per locatie motiveren hoe deze scoren op de relevante randvoorwaarden. Antwoord: De door u aangedragen locaties zijn langs de criteria gewogen en geconstateerd kan worden dat deze niet in overtuigende mate voldoen. Locaties a, b, en c zijn passend op een aantal onderdelen zoals de ondergrond, ligging nabij het OV en aansluiting op riolering (alleen a en b), echter zijn de beschikbaarheid (gemeente is geen eigenaar van deze grond), grootte (b en c zijn te klein) en de capaciteit van de riolering belemmerend (onvoldoende voor opvang van ca 50 personen). Perceel a is wellicht in zijn geheel groot genoeg maar het gehele terrein zou nodig zijn voor het plaatsen van woonunits en dan kan er niet meer geparkeerd worden, wat het recreatieve gebruik belemmert. En zoals hiervoor ook aangegeven, is de capaciteit van de riolering onvoldoende voor opvang van ca. 50 personen. Daarnaast is het veraf gelegen van lokale Barendrechtse voorzieningen.
Locatie d Stationstuinen is niet geschikt, primair omdat de ondergrond te drassig is en we geen eigenaar van de gronden zijn. Kaders stellen Vraag 6 EVB en vraag VVD: de kaders die door de EVB en de VVD zijn genoemd zijn in het raadsvoorstel verwerkt. Vraag VVD: Hoeveel tijd zou een evt. onderzoek en her afweging van de genoemde (nieuwe) locaties in beslag nemen?
Pagina 3 van 3
Antwoord: Voor het onderzoek naar genoemde locaties door de EVB verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 5. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
G.J. Bravenboer
drs. G. Veldhuijzen