435869 Bijlage bij brief-Was wordt lijst.pdf
Tekst van het document
7. WAS-WORDT LIJST In onderstaande overzicht staan de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige verdeling van beslissingsbevoegdheden tussen raad en college. Onderwerp
Was
Wordt
Art 6.5, lid 3, Besluit omgevingsrecht
Besluit omgevingswet Artikel 4.21 (advies door gemeenteraad) 1. De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een door hem aangewezen geval van een buitenplanse omgevings-planactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is.
Wet/instrument Aanwijzingsbesluit Wet algemene bepalingen omgevingsrecht/Besluit omgevingsrecht Versus Toepassing adviesrecht Besluit Omgevingswet/Omgevingswet
De gemeenteraad kan categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring (van geen bedenkingen van de raad, vvgb) niet is vereist. Zie gevallen in: aanwijzingsbesluit d.d. 29 november 2011 artikel 1. Wijziging procedure omgevingsvergunning + ruimtelijke onderbouwing.
Omgevingswet artikel 16.15a (verplichte aanwijzing adviseurs) Op grond van artikel 16.15, eerste lid, worden in ieder geval als adviseur aangewezen: … b. de gemeenteraad als het gaat om: 1°. een aanvraag om een omgevingsvergunning voor in door de gemeenteraad aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, …
Pagina 1 van 9
Zie lijst van gevallen toepassing Adviesrecht Omgevingswet, artikel 1 Onderwerpen uit het aanwijzingsbesluit d.d. 29 november 2011 (artikel 1) Art. 1, onder a,b,c
Het college kan een omgevingsvergunning verlenen zonder vvgb van de raad.
Het college kan een omgevingsvergunning verlenen. Als een project valt onder een van de aangewezen gevallen waarvoor adviesrecht (artikel 1, adviesrecht) geldt, dan is alsnog van de raad advies nodig voordat deze vergunning verleend kan worden.
Tot maximaal 10 woningen kon het college zonder vvgb een omgevingsvergunning verlenen.
Art. 1, onder 1 adviesrecht
Projecten die passen binnen een door de raad vastgestelde gebiedsvisie, stedenbouwkundige randvoorwaarden of binnen een gebied liggen waarvoor een nota van aandachtspunten door de raad is vastgesteld Art. 1, onder d Nieuwbouw van woningen
Art. 1, onder d
Voor projecten met meer dan 10 woningen geldt het adviesrecht. Tot maximaal 2000 m2 BVO kan het college zonder vvgb een omgevingsvergunning verlenen.
Vanaf 2000 m2 BVO voor nieuwbouwprojecten geldt het adviesrecht.
Projecten vanaf een bepaald bruto vloeroppervlak (BVO) Art. 1, onder e
Art. 1, onder 2 adviesrecht
Het college kan zonder vvgb van de raad een omgevingsvergunning verlenen.
College kan omgevingsvergunning verlenen / Adviesrecht niet van toepassing.
Uitvoeren van werken of werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde
Pagina 2 van 9
Het college kan zonder vvgb van de raad een omgevingsvergunning verlenen.
College kan omgevingsvergunning verlenen / Adviesrecht niet van toepassing.
Het college kan zonder vvgb van de raad een omgevingsvergunning verlenen.
College kan omgevingsvergunning verlenen / Adviesrecht niet van toepassing.
Het college kan zonder vvgb van de raad een omgevingsvergunning verlenen.
College kan omgevingsvergunning verlenen / Adviesrecht niet van toepassing.
Art. 1, onder 1
Art. 1, onder d
Voor projecten met meer dan 10 woningen geldt het adviesrecht.
Nieuwbouw van woningen
Tot maximaal 10 woningen kon het college zonder vvgb een omgevingsvergunning verlenen.
Art. 1, onder 2
Art. 1, onder d
Projecten vanaf een bepaald bruto vloeroppervlak (BVO)
Tot maximaal 2000 m2 BVO kan het college zonder vvgb een omgevingsvergunning verlenen.
Art. 1, onder f Het bouwrijp maken, ophogen en het verrichten van andere noodzakelijke werken en werkzaamheden in stedelijk gebied Art. 1, onder g Tijdelijk afwijken voor een termijn van maximaal 5 jaar, indien niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening Art. 1, onder g Een gebruiksvergunning voor het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk met het oog op brandveiligheid Onderwerpen uit de Lijst van gevallen toepassing adviesrecht Omgevingswet (artikel 1)
Vanaf 2000 m2 BVO voor nieuwbouwprojecten geldt het adviesrecht.
Pagina 3 van 9
Art. 1, onder 3 Antennemastinstallaties Art. 1, onder 4 Grootschalige voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie, zoals windturbines, zonnevelden (groter dan 1 ha) en biomassacentrales
Art. 1, onder 5 Permanente bewoning van recreatiewoningen Art. 1, onder 6
Het college mag zonder vvgb via de kruimelregeling een antenne-installatie vergunnen, mits niet hoger dan 40 m.
Vanaf een hoogte van 40 meter is voor het oprichten of aanpassen van een antenne-installatie het adviesrecht van toepassing.
In de meeste gevallen is voor een dergelijke voorziening een omgevingsvergunning met vvgb noodzakelijk. Voor zonnepanelen ligt dit genuanceerder. Afhankelijk van de plaatsing, en afmetingen zijn zonnepanelen vergunningplichtig (al dan niet met noodzakelijker vvgb). Onder de 2.000 m2 BVO is geen VVGB nodig.
Voor grootschalige voorzieningen voor het opwekken van (duurzame) energie, zoals windturbines, zonnevelden (groter dan 1 ha) en biomassacentrales is het adviesrecht van toepassing.
Onder bepaalde voorwaarden mag het college zonder vvgb, via de kruimelregeling (Bor, bijlage II, art 4, onder 10) bewoning van recreatiewoningen toestaan.
Het toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen valt standaard onder het adviesrecht.
College toetst of vergunningaanvraag past binnen een structuurvisie.
Het college toetst of vergunningaanvraag past binnen omgevingsvisie. Indien het college in strijd met het omgevingsplan een vergunning wil verlenen, dan geldt het adviesrecht.
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht biedt geen mogelijkheid om participatie verplicht te stellen als indieningsvereiste van een omgevingsvergunning.
Voor gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarop het adviesrecht van toepassing is, geldt dat participatie verplicht is.
Voor het aanwijzingsbesluit d.d. 29 november 2011 is geen evaluatiemoment afgesproken.
Binnen een termijn van 1,5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet volgt een evaluatie over de toepassing van het adviesrecht. Het college bereidt deze evaluatie voor.
Nieuwe en overige functies die strijdig zijn met een vastgestelde omgevingsvisie Art. 2 Verplicht stellen participatie
Art. 3 Evaluatie
Pagina 4 van 9
Artikel 4 inwerkingtreding besluit
Aanwijzingsbesluit en delegatiebesluit d.d. 29 november 2011
Het aanwijzingsbesluit en delegatiebesluit d.d. 29 november 2011 komt te vervallen zodra de omgevingswet in werking treedt. Het delegatiebesluit Omgevingswet komt daarvoor in de plaats.
De bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan bij een omgevingsvergunning of bestemmingsplan is gedelegeerd aan het college voor aangewezen gevallen. De lijst van aangewezen gevallen komt overeen met aangewezen gevallen waarvoor geen vvgb nodig is, inclusief voor consoliderende bestemmingsplannen.
Het exploitatieplan komt als instrument te vervallen onder de Omgevingswet.
Artikel 3.1. en 3.2 Delegatiebesluit*
Artikel 2 delegatiebesluit
Dit delegatiebesluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Dit is voorlopig voorzien op 1 juli 2022. Onderdelen uit het delegatiebesluit d.d. 29 november 2011 Exploitatieplannen (artikel 2) Artikel 2. Delegatie exploitatieplannen voor aangewezen categorieën van gevallen
Voor omgevingsvergunningen: Het college is bevoegd gezag voor het regelen van het kostenverhaal bij omgevingsvergunningen met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Voor omgevingsplanwijzigingen: De gemeenteraad is bevoegd gezag bij het kostenverhaal van omgevingsplanwijzigingen, voor zover niet gedelegeerd aan het college.
Onderdelen uit het delegatiebesluit d.d. 29 november 2011 Vereenvoudiging werkwijze bestemmingsplannen (artikel 3) Vereenvoudiging werkwijze bestemmingsplannen
Hierin zijn gevallen aangewezen van typen projectbestemmingsplannen waarvan het
Pagina 5 van 9
(voor)ontwerp niet besproken hoeft te worden in de commissie Ruimte. Deze lijst bestaat uit dezelfde aangewezen gevallen waarvoor geen vvgb nodig is, aangevuld met consoliderende bestemmingsplannen. De gemeenteraad wordt schriftelijk in kennis gesteld door het college van het voornemen om het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen. Tegelijkertijd wordt de gemeenteraad schriftelijk in kennis gesteld van de binnengekomen inspraak en overlegreacties en de beantwoording daarop van het college.
De raad wordt 2 weken voorafgaande aan de terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan schriftelijk geïnformeerd. Voor zover de raad bevoegd gezag is, worden ingebrachte zienswijze(n) op de ontwerpwijziging van het omgevingsplan in de commissie Ruimte besproken.
Binnen 2 weken beslist de gemeenteraad of he ontwerpbestemmingsplan eerst behandeld moet worden in de commissie Ruimte. Behandeling in de commissie Ruimte vindt plaats als daarom door tenminste een vijfde deel van de raadsleden wordt verzocht. Het ontwerpbestemmingsplan wordt na terinzagelegging met ingebrachte zienswijze(n) besproken in de commissie Ruimte. Onderdelen uit Delegatiebesluit Omgevingswet Artikel 1 Delegatiebevoegdheid wijziging omgevingsplan De raad delegeert aan het college de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan in de volgende gevallen:
Vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet gedelegeerd worden aan het college.
Omgevingswet Artikel 2.8 (delegatie) De gemeenteraad, […]kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan […] delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, […].
Pagina 6 van 9
1. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning;
Omgevingsvergunningen werden bij de eerstvolgende bestemmingsplanherziening meegenomen. Hiervoor is een nieuw raadsbesluit nodig.
College is bevoegd het omgevingsplan aan te passen.
2. het repareren van klaarblijkelijke omissies of verschrijvingen in het omgevingsplan;
Reparatie is enkel mogelijk bij de eerstvolgende bestemmingsplanherziening. Hiervoor is een nieuw raadsbesluit nodig.
College is bevoegd het omgevingsplan aan te passen.
3. het in overeenstemming brengen of conserveren van de regels in het omgevingsplan op basis van de bestaande feitelijke situatie nadat een bouwproject is afgerond; 4. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan naar aanleiding van een aanwijzing van de raad of ander bevoegd gezag, of op basis van gewijzigde wetgeving.
Conserveren van de planregels gebeurde doorgaans bij de eerstvolgende bestemmingsplanherziening. Hiervoor is een nieuw raadsbesluit nodig.
College is bevoegd het omgevingsplan aan te passen.
Losse aanwijzingsbesluiten hoeven niet (altijd) opgenomen te worden in het bestemmingsplan. Voor zover dit wel nodig is, moet de raad nieuw bestemmingsplan vaststellen.
College is bevoegd het omgevingsplan aan te passen.
Voor wetswijzigingen waarvoor het planologisch kader aangepast moet worden, zou een nieuw paraplu- of facetbestemmingsplan vastgesteld moeten worden. 5. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met door de raad vastgesteld beleidsvisie of ontwikkelkader, indien in het desbetreffende document (of bijbehorend besluit) is aangegeven dat het college de beleidsregels van het omgevingsplan mag aanpassen.
Bij volledig nieuwe ontwikkelingen zou de raad meestal een nieuw bestemmingsplan moeten vaststellen. In sommige bestemmingsplannen is al rekening gehouden met bepaalde toekomstige ontwikkelingen doordat in het plan wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen zijn opgenomen. Het college kan in dat geval een nieuwe ontwikkeling
College is bevoegd het omgevingsplan aan te passen. De gemeenteraad kan via de vaststelling van een beleidsvisie/ontwikkelkader sturen op de wenselijke ontwikkeling in een gebied en op de reikwijdte van de bevoegdheid van het college. De instrumenten wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht komen te vervallen.
Pagina 7 van 9
binnen bepaalde kaders toestaan met een wijzigings- of uitwerkingsplan. 6. het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting uit een tot inwerkingtreding van de Omgevingswet vigerend bestemmingsplan.
Bestemmingsplannen bevatten wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. Het college kan binnen de daarbij gestelde wijzigingsregels de bestemming (bouw en functie) wijzigen in een gebied.
Alleen de wijziging van bouwmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht worden opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan. Overgangsrecht voor de functiewijzigingen is daarmee wettelijk niet geregeld. Via het delegatiebesluit blijft het college ook bevoegd het omgevingsplan te wijzigen voor wat betreft het gebruik (functiewijziging) op basis van een onder de Wro geldende wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht.
7. het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Omgevingswet).
Artikel 2 kennisgeving toepassing delegatiebesluit De raad wordt 2 weken voorafgaande aan de terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan schriftelijk geïnformeerd.
Op grond van artikel 3.7 van de Wro kan de gemeenteraad een besluit nemen waarbij hij verklaart dat voor een bepaald gebied een bestemmingsplan wordt voorbereid. Binnen een jaar moet voor dat gebied een ontwerpbestemmingsplan ter inzage liggen.
Het college kan een voorbereidingsbesluit nemen. Dit besluit wijzigt het omgevingsplan met voorbeschermingsregels.
Artikel 3.1. en 3.2 Delegatiebesluit d.d. 29 november 2011
De raad wordt 2 weken voorafgaande aan de terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan schriftelijk geïnformeerd.
De voorbeschermingsregels in het omgevingsplan vervallen na een jaar en zes maanden, of, als binnen die termijn het besluit tot vaststelling of wijziging van het omgevingsplan waarvan de regels, bedoeld in het eerste lid, deel uitmaken is bekendgemaakt, op het tijdstip waarop dat besluit in werking treedt of is vernietigd.
Zie ‘vereenvoudigde werkwijze bestemmingsplannen’
Pagina 8 van 9
Artikel 3 Evaluatie
Geen evaluatiemoment afgesproken
Binnen een termijn van 1,5 jaar na inwerkingtreding van de omgevingswet vindt er een evaluatie van het delegatiebesluit plaats.
Aanwijzingsbesluit en delegatiebesluit d.d. 29 november 2011
Het aanwijzingsbesluit en delegatiebesluit d.d. 29 november 2011 komt te vervallen zodra de omgevingswet in werking treedt. Het delegatiebesluit Omgevingswet komt daarvoor in de plaats.
Binnen een termijn van 1,5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet volgt een evaluatie over de toepassing van het delegatiebesluit. Het college bereidt deze evaluatie voor. Artikel 4 inwerkingtreding besluit Dit delegatiebesluit treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Dit is voorlopig voorzien op 1 juli 2022.
Pagina 9 van 9