CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-037263 Antwoordbrief wethouder Vermaat op vragen EVB over bestemmingsplan De Stationstuinen 2e fase

commissie Wonen en Werken 9 juni 2026, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Stationstuinen 2e fase (adviserend)1.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

mr. D. Vermaat Wethouder

Uw brief van: 28 mei 2026

Ons kenmerk:

Uw kenmerk:

Contactpersoon: Mevrouw M. den Boer

Bijlage(n): Onderwerp:

Cluster:

2026-037263 Leefomgeving

Beantwoording technische vragen EVB

Doorkiesnummer: 14 0180

bestemmingsplan De Stationstuinen 2e fase

Datum:

4 juni 2026

Geachte raadsleden, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de technische vragen van Echt voor Barendrecht inzake bestemmingsplan De Stationstuinen 2e fase. Bereikbaarheid en Verkeersmodellen (IJsselmondse Knoop & A15) 1. In de Nota beantwoording zienswijzen (pagina 20 en 26) wordt vermeld dat de resultaten en uitkomsten van de gezamenlijke studie naar de IJsselmondse Knoop, gerekend met de verkeersmodellen voor 2040, in mei 2026 beschikbaar zouden zijn. Zijn deze resultaten inmiddels opgeleverd, en zo ja, kan de raad deze ter inzage krijgen voorafgaand aan de commissiebehandeling van 9 juni? Het onderzoek is eind mei in concept afgerond en voor beoordeling voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Het onderzoek is daarmee nog niet definitief vastgesteld. Pas nadat het onderzoek definitief is en de (financiële) consequenties zijn bepaald kan het college hierover nadere informatie met u delen. 2. In de beantwoording van zienswijze 8e wordt toegelicht dat bij dreigende filevorming op de A15 de lokale filedetectie ervoor zorgt dat de afrit langer groen licht krijgt, wat gevolgen heeft voor de doorstroming op het onderliggende wegennet (zoals de Dierensteinweg en de Donk).

Op welke wijze is in de gehanteerde lokale verkeersmodellen voor De Stationstuinen specifiek rekening gehouden met de effecten van deze snelweg-prioritering op de Barendrechtse doorstroming, en welke aanvullende maatregelen zijn hiervoor eventueel in beeld? In de statische rekenmodellen voor 2040 wordt geen rekening gehouden met deze ingreep. Deze modellen berekenen namelijk de intensiteiten voor een etmaal. De file-ingreep heeft impact op de actuele verkeerssituatie en heeft op etmaalniveau geen impact op de verkeersintensiteiten. De verkeersintensiteiten uit het statische model zijn echter weer input voor gedetailleerde simulatiemodellen die zijn ontwikkeld voor de IJsselmondse knoop. Deze simulatiemodellen rekenen de verkeersafwikkeling gedurende elke minuut van de ochtend- en avondspits door. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de

Portefeuille:

Afval, buitenruimte, verkeer & vervoer, wijken en bewonersinitiatieven, monumentenzorg, volkshuisvesting, dierenwelzijn.

Pagina 1 van 4

file-ingreep. Deze simulatiemodellen zijn ingezet voor het onderzoek naar de toekomstige verkeersafwikkeling op de IJsselmondse knoop (zie antwoord 1). 3. Het mobiliteitsconcept van De Stationstuinen steunt fundamenteel op het ontmoedigen van het autogebruik door middel van een autoluwe inrichting en parkeren op afstand in hubs. Planologische praktijkvoorbeelden (zoals de negatieve effecten bij de Maastunnelcorridor in Rotterdam versus het succesvolle Verkeerscirculatieplan in Groningen) tonen echter aan dat het simpelweg ontmoedigen van autogebruik niet automatisch leidt tot meer OV-gebruik als er geen hoogwaardige en hoogfrequente alternatieven direct beschikbaar zijn. Aangezien concrete investeringen in de uitbreiding van het busvervoer in de huidige stukken ontbreken, is de vraag op welke wijze het college met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) afstemt om te borgen dat de frequentie, capaciteit en routes van het busvervoer tijdig en substantieel worden opgeschaald? Hoe zorgen we ervoor dat er vanaf de oplevering van fase 2 een daadwerkelijk hoogwaardig alternatief klaarligt voor de nieuwe bewoners? Het is zeker van belang dat er voldoende en hoogwaardige vervoerswijzen worden aangeboden om het autogebruik in De Stationstuinen te beperken. Deze alternatieven bestaan echter niet alleen uit bussen.

Naast het parkeerconcept (parkeren op afstand, betaald parkeren en een autoluwe inrichting) is ook de aanwezigheid van dagelijkse voorzieningen in de nabijheid van de woning van belang. Binnen het mobiliteitsconcept is daarnaast voorzien in goede loop- en fietsvoorzieningen, goed openbaar vervoer en het aanbod van deelauto’s. Voor het openbaar vervoer is de aanwezigheid van het treinstation het belangrijkste alternatief. Daarnaast rijden er al hoogfrequent bussen vanaf de westzijde van het station (lijnen 84 en 283) richting Zuidplein. Het busstation ligt op loopafstand van De Stationstuinen en daarnaast blijven de buurtbussen via De Stationstuinen over het parkeerdek naar het busstation rijden. Om de bereikbaarheid met bussen nog beter te maken streeft het college naar een nieuwe busroute door de Stationstuinen richting Zuidplein. In het ideale beeld is dit een opwaardering van buslijn 187. Samen met de RET worden alternatieven hiervoor verkend als input voor het nieuwe busnetwerk voor 2028. Milieuzonering, Geluid en Bedrijfsvoering (Gebroken Meeldijk) 4. Uit de beantwoording van zienswijze 5b blijkt dat de werkelijke vrachtwagenintensiteiten van omliggende logistieke bedrijven (100 tot 150 bewegingen per etmaal) fors hoger liggen dan de 50 bewegingen waarmee aanvankelijk in het akoestisch onderzoek was gerekend.

Kan het college bevestigen dat de overige milieuanalyses binnen het totale m.e.r.-onderzoek (zoals de berekeningen voor fijnstof, luchtkwaliteit en stikstofdepositie) inmiddels volledig zijn geactualiseerd op basis van deze gecorrigeerde, hogere logistieke data? Voor de onderzoeken is uitgegaan van de vergunde en/of bekende situatie van het bedrijf bij de DCMR. Verder geldt dat voor het onderzoek met betrekking tot luchtkwaliteit en stikstof wordt uitgegaan van kengetallen die zijn gebaseerd op de milieucategorie van het bedrijf. Het veronderstelde groter aantal verkeersbewegingen is voor dat onderzoek dan ook niet relevant. Het stikstofonderzoek gaat uit van de totale verkeersbewegingen in en rond De Stationstuinen. Een beperkte toename van de verkeersbewegingen zorgt niet voor een andere uitkomst van het onderzoek.

pagina 2 van 4

5. In de Nota beantwoording zienswijzen wordt aangegeven dat ter plaatse van de bestaande bebouwing aan de Gebroken Meeldijk 52 de geluidsruimte reeds volledig is benut, terwijl er nieuwe woningen worden geprojecteerd op een korte afstand van circa 14 meter. Op welke wijze borgen de specifieke verplichtingen en bouwaanduidingen (zoals het geluidwerend vlies en blinde gevels) juridisch en feitelijk een acceptabel woon- en leefklimaat, zonder dat dit in de toekomst leidt tot operationele of planologische beperkingen voor de omliggende ondernemers? De ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf aan de Gebroken Meeldijk worden al beperkt vanwege de huidige aanwezige woonbebouwing aan de Gebroken Meeldijk en worden dus niet extra beperkt door de toevoeging van de woningen met bestemmingsplan De Stationstuinen 2e fase. Uit akoestisch onderzoek blijkt verder dat voor de nieuw te realiseren woningen er geen overschrijding is van de toelaatbare geluidbelasting door de bedrijfsactiviteiten op de Gebroken Meeldijk 52. Verder is in de regels nog een waarborg opgenomen dat bij de ingebruikname van de woningen met een akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. De vliesgevel/dove gevel zorgt er voor dat deze geval mag worden beschouwd als een niet geluidgevoelige gevel.

Een niet-geluidgevoelige gevel kan worden blootgesteld aan een hogere geluidbelasting. Verkeersveiligheid en Logistieke Ontsluiting 6. Naar aanleiding van de beantwoording van zienswijzen 10 t/m 14b over de effecten van de 'knip' tussen het Zuideinde en de Spoorlaan, wordt opgemerkt dat breed transport en zwaar vrachtverkeer voor omliggende bedrijven moeten keren op de Gebroken Meeldijk, waarbij fysieke begeleiding nodig is vanwege het kruisen van het fietspad. Is dit keren met begeleiding bedoeld als een tijdelijke operationele werkwijze tijdens de fasering, of als een structurele oplossing, en op welke wijze wordt de verkeersveiligheid van het langzaam verkeer op dit specifieke fietspad in de definitieve weginrichting geborgd? Deze oplossing zou een tijdelijke oplossing moeten zijn. In de definitieve inrichting zal er geen breed transport of zwaar vrachtverkeer hoeven te keren op de Gebroken Meeldijk. Detailhandelsstructuur en Supermarktvoorziening 7. Het bestemmingsplan maakt via een ambtshalve wijziging een supermarkt mogelijk van maximaal 2.000 m² rondom de mobilityhub in fase 2.

Hoe verhoudt de omvang en de potentiële (boven)lokale verkeersaantrekkende werking van deze supermarktlocatie zich tot de uitgangspunten van het bredere, nog in de raad te behandelen afwegingskader voor de totale Barendrechtse boodschappenstructuur? De beoogde supermarkt voorziet met name in de behoefte van de eigen bewoners van De Stationstuinen. Hierdoor zullen de negatieve omzeteffecten op andere centra in Barendrecht en de omgeving minimaal zijn. In de ladderonderbouwing (Bijlage 15) bij het bestemmingsplan is de toevoeging van de supermarkt binnen De Stationstuinen nader verantwoord.

pagina 3 van 4

8. Op welke manier wordt geborgd dat deze supermarktvoorziening (2.000 m²) past binnen het hoge ambitieniveau van een autoluw of autovrij Fruitpacking District, en welke specifieke parkeervoorzieningen en laad- en loszones worden hiervoor gereserveerd om extra zoekverkeer in de omliggende openbare ruimte te voorkomen? De supermarkt is strategisch gepositioneerd aan de rand van de Stationstuinen om te voorkomen dat (zwaar)verkeer het plangebied in moet rijden. Verder is de supermarkt in de basis bedoeld voor de eigen bewoners die, door de autoluwe inrichting van de wijk, voornamelijk lopend of met de fiets zullen komen. Duurzaamheid en Zonnepanelen Omliggende Bedrijven 9. Ten aanzien van zienswijze 15 (inzake de 894 zonnepanelen op het dak van Frukar B.V.) geeft het college aan dat de afstand tot de nieuwe bouwvlakken (ca. 55 meter) voldoende is om onevenredige schaduwhinder te voorkomen. Is hier een specifieke bezonnings- of schaduwstudie aan voorafgegaan om het exacte effect op het duurzame rendement inzichtelijk te maken, en is het risico op eventuele planschade of nadeelcompensatie op dit specifieke punt volledig afgedekt via de gemaakte afspraken in de allonge met de ontwikkelaar? Er heeft geen specifieke bezonnings- of schaduwstudie plaatsgevonden.

Gezien de huidige schaduwwerking van de gebouwen van Fresh2You op Frukar, de plaatsing van het hoogteaccent (verder weg gelegen van de zonnepanelen), de stand van de zon ten opzichte van de gebouwen en de afstand tot de zonnepanelen (> 50 m) wordt niet verwacht dat er onevenredig hinder wordt ondervonden van de nieuwe bebouwing. In de overeenkomst met de ontwikkelaar is opgenomen dat ontwikkelaar eventuele schade die voortvloeit uit de omgevingsbesluiten (waaronder het bestemmingsplan) zal moeten compenseren.

Hoogachtend,

mr. D. Vermaat

pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17037175/1