2025 beantwoording aanvullende vragen PvdA en VVD nav commissie 23 juni 2025
Tekst van het document
Nr.
018, 019, 020, 054, 056, 057 018, 019, 020, 054, 056, 057 018, 019, 020, 054, 056, 057 023, 024, 014
Fractie Pag. PVDA
Onderwerp Parkeeronderzoek
Vraag Er is in het voorjaar van 2025 een parkeeronderzoek geweest. Is dit voor of na het betaald parkeren van Rotterdam geweest?
PVDA
Onderwijs
Veel kleuters beginnen met een taalachterstand. Op de peuterspeelzaal lopen ze dit met twee maanden in, als je dat omrekent resulteert dit in kleuters met een taalniveau van een 2-2,5 jarig kind. Is er onderzoek gedaan naar wat de oorzaak daarvan is?
PVDA
Digitalisering
Het betrekken van inwoners bij digitale dienstverlening klinkt goed, maar het blijft in de beantwoording bij abstracte termen. Hoe wordt dit structureel geborgd in projectaanpakken en evaluaties? Is er beleid voor het standaard betrekken van laaggeletterden of mensen met beperkte digitale vaardigheden bij het testen van nieuwe systemen?
Antwoord Het parkeeronderzoek is in de week van 19 t/m 25 mei 2025 uitgevoerd. Dit was na de invoering van het betaald parkeren in Rotterdam zuid. De uitkomsten van deze meting worden vergeleken met het parkeeronderzoek dat in mei 2024 (voor invoering van betaald parkeren) is uitgevoerd. Tussen deze twee meetmomenten is betaald parkeren ingevoerd in Lombardijen en IJsselmonde. Bij de meetmomenten wordt uitgegaan van de werkelijke leeftijden. Bij de instroom wordt er gekeken naar het taalniveau van een gemiddelde 2,5 jarige. Op basis hiervan wordt er gekeken wat dan de eventuele taalachterstand is. Bij de uitstroom wordt er gekeken naar het taalniveau van een gemiddelde 4 jarige (3 jaar en 9 maanden) en wat dan de eventuele taalachterstand is. Als de achterstand dan 3 maanden is, dan heeft het kind een taalontwikkeling van 3 jaar en 6 maanden. Bij projecten waarbij we de online dienstverlening verbeteren of uitbreiden, werken we altijd samen in een team. Dat team bestaat uit een adviseur dienstverlening, een webredacteur, een communicatieadviseur en het vakteam dat inhoudelijk verantwoordelijk is. Zo zorgen we ervoor dat de juiste kennis aanwezig is, dat we de uitgangspunten van de visie op dienstverlening toepassen, begrijpelijke taal en vormgeving toepassen en dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen rondom digitale toegankelijkheid.
Ook nadat een digitaal proces beschikbaar is gesteld op de website, blijven we het gebruik een tijd volgen. Waar nodig verfijnen we het proces, bijvoorbeeld op basis van ervaringen van inwoners of aan de hand van vragen die we hierover ontvangen. Daarnaast betrekken we de taalambassadeurs van Stichting Lezen en Schrijven bij de ontwikkeling van nieuwe digitale kanalen, zoals we eerder hebben gedaan bij de website en de gemeente Barendrecht-app. Zij helpen ons om begrijpelijke taal en een logische opbouw te gebruiken. Maar bijvoorbeeld ook om gebruik te maken van begrijpelijke iconen en kleuren. Om dit project structureel te kunnen borgen worden nu eerst de mogelijkheden voor cofinanciering met RiBA en de schoolbesturen onderzocht.
DV
MS
MS
PVDA
Onderwijs
Het project 'Het Kansrijk' heeft 5 van 8 kinderen succesvol laten doorstromen, maar structurele borging ontbreekt nog. Waarom is er na twee jaar nog geen structurele oplossing of continuïteitsplan?
PVDA
Sociaal domein
U zegt dat projecten over opvoedvragen en gedragsproblemen (bereik: 800 jongeren) volgend jaar aflopen. Waarom wordt daar pas eind 2025 over nagedacht, en niet nu al budgettair op geanticipeerd?
In september wordt de evaluatie van het tweede uitvoeringsjaar opgesteld. Deze evaluatie is van belang bij het mogelijk voorzetten van het Preventief Jeugdbeleid. Het voorzetten van het Preventief Jeugdbeleid kan op verschillende manieren gebeuren: Stoppen, gedeeltelijk voorzetten of geheel voortzetten. Het laatste uitvoeringsjaar loopt nog tot en met schooljaar 2025/2026, waardoor het niet meteen in 2026 stopt.
RB
PVDA
Sociaal domein
Er is één regisseur voor de hele nazorg aan ex-gedetineerden. U noemt dit voldoende, maar stelt tegelijk dat resultaten pas over een jaar zichtbaar worden. Hoe monitort u de effectiviteit van deze inzet nu, en wat als blijkt dat het onvoldoende is?
Met voldoende wordt bedoeld dat de ureninzet goed in verhouding is met de werkzaamheden die bij deze functie horen. Het doel van de rol van regisseur ex-gedetineerden is het re-integreren van ex-gedetineerde inwoners. Door deze functie niet regionaal maar juist lokaal te beleggen, is het gemakkelijker ex-gedetineerden lokaal te ondersteunen bij hun re-integratie. De effectiviteit wordt met name op kwalitatief niveau gemeten; omdat het om een kleine doelgroep gaat is het moeilijk om dit kwantitatief te doen.
RB
PVDA
Werk en inkomen
U noemt een uitstroompercentage van 91% uit de bijstand, maar de definitie van ‘duurzaam’ is slechts zes maanden. Hoeveel mensen zijn ná zes maanden alsnog teruggevallen? Is die hoge uitstroom dus wel reëel en houdbaar?
Per 31 december 2024 telde het bijstandsbestand 602 dossiers (waarbij een echtpaar als één dossier wordt geteld). In 2024 zijn 35 personen uitgestroomd naar werk. Van deze groep zijn 32 personen ten minste zes maanden uit de bijstand gebleven. Dit resulteert in een duurzaam uitstroompercentage van 91%.
RB
De term ‘duurzame uitstroom’ is wettelijk gedefinieerd als een periode van minimaal zes maanden zonder bijstandsuitkering. Personen die binnen zes maanden opnieuw instromen, worden aangemerkt als ‘hervatter’ en doorlopen een verkorte aanvraagprocedure. Wie ná zes maanden opnieuw bijstand aanvraagt, geldt als nieuwe aanvrager en moet de volledige aanvraagprocedure opnieuw doorlopen. Omdat de wet hernieuwde instroom na zes maanden als een nieuwe aanvraag beschouwt, is er geen formele koppeling met het eerdere bijstandsverblijf. Er bestaat daarmee geen juridische grondslag om deze terugval systematisch te registreren of te relateren aan eerdere uitstroom. Bovendien staat de privacywetgeving (AVG) langdurige dossiervorming of het volgen van personen over meerdere uitstroommomenten niet toe.
MS
Het genoemde uitstroompercentage van 91% betreft dus het aandeel personen dat ten minste zes maanden uit de bijstand is gebleven, conform de wettelijke definitie van duurzame uitstroom. 023, PVDA 024, 014
Werk en inkomen
U noemt “innovatieve werkplekaanpassingen”, maar blijft vaag over wat dit inhoudt. Waarom kan niet transparanter worden gemaakt wat die innovaties zijn, en hoe u meet of het echt tot duurzame banen leidt?
In 2024 hebben wij voor inwoners met een arbeidsbeperking de noodzakelijke werkplekaanpassingen gefaciliteerd, met waar mogelijk inzet van innovatieve technische oplossingen. Deze aanpassingen zijn erop gericht om werk toegankelijk en uitvoerbaar te maken voor mensen met een fysieke of mentale beperking.
RB
Wat onder ‘innovatief’ wordt verstaan, verschilt per situatie. Het kan bijvoorbeeld gaan om geavanceerde ergonomische hulpmiddelen, softwareondersteuning of maatwerkvoorzieningen op de werkvloer. Omdat deze voorzieningen per persoon en werkplek sterk variëren, wordt hier niet standaard publiek over gerapporteerd. De duurzaamheid van deze trajecten wordt beoordeeld volgens dezelfde systematiek als bij alle uitstroom naar werk. We beschikken hierbij over totaalcijfers, niet over specifieke gegevens per doelgroep of type voorziening.
038, PVDA 039, 042, 047
Betaalbaar wonen
Voor alleenstaande starters worden geen woningen gerealiseerd, zegt u. Waarom niet? Juist voor deze groep is de woningmarkt vrijwel op slot.
Er worden geen woningen gebouwd die specifiek zijn bestemd voor alleenstaande starters. Wel worden er woningen gebouwd waar o.a. alleenstaande starters voor in aanmerking kunnen komen zoals de 24 2kamerappartementen van nieuwbouwproject Zeeheldenbuurt. Deze woningen van Patrimonium hebben een huur tot de huurtoeslaggrens waardoor huurtoeslag mogelijk is. De woningen worden begin juli te huur aangeboden. In overleg met de gemeente worden 18 2-kamerwoningen met voorrang aan Barendrechtse jongeren t/m 27 jaar aangeboden. Mocht er te weinig interesse zijn vanuit deze doelgroep dan kunnen echter ook andere woningzoekenden hiervoor in aanmerking komen. Daarnaast heeft Wooncompas in overleg met de gemeente besloten om 8 nog op te leveren eengezinswoningen in Lagewei in het kader van een experiment aan te bieden in de vorm van 25 zogenaamde friendswoningen. Deze woningen worden ook met voorrang aan Barendrechtse jongeren t/m 27 jaar aangeboden. Anders dan de 2-kamerwoningen in de Zeeheldenbuurt betreft dit onzelfstandige woningen (ieder heeft een eigen kamer maar deelt de voorzieningen). Omdat het onzelfstandige woningen zijn, behouden de jongeren hun inschrijfduur en kunnen zij vanuit hun friendswoning op zoek gaan naar een zelfstandige woning.
DV
038, PVDA 039, 042, 047
Betaalbaar wonen
De doorstroomregeling voor ouderen is goed bedoeld, maar levert amper extra woningen op voor jongeren. Welke aanvullende maatregelen overweegt u?
Elke woning die vrijkomt, biedt een kans voor jongeren. Om de situatie op de huidige woningmarkt te verbeteren, is het noodzakelijk om op meerdere manieren het woningaanbod voor jongeren te vergroten. Het laten doorstromen van ouderen is één van die manieren. Aanvullende maatregelen zijn bijvoorbeeld het realiseren van friendswoningen en het geven van voorrang aan Barendrechtse jongeren t/m 27 jaar.
DV
WMO
Nieuw is de opkomst van het PGB in de WMO (€633.000 vanaf 2025) en structurele bedragen voor beschermd wonen. Kleine posten zoals maatschappelijke opvang zijn versnipperd of incidenteel.
Het Pgb is niet nieuw, dit was er in voorgaande jaren ook al. Het Pgb stond toen apart benoemd onder de maatwerkvoorzieningen Hulp bij het huishouden ( € 229.500) en Begeleiding (€ 403.500). Deze bedragen zijn nu samengevoegd als een bedrag van € 633.000 onder kopje Pgb. Hierin is dus alleen in opbouw/weergave iets gewijzigd maar niets in financieel opzicht.
RB
PVDA
Is er regionale afstemming over opvangvoorzieningen (beschermd wonen, vrouwenopvang)? VVD
Financiën
Naar de mening van de VVD noopt deze nieuwe regeling tot (in dit geval) in de Voorjaarsnota een deugdelijke onderbouwing waarom de regeling wel of niet van toepassing is en effect heeft op de voorgenomen onttrekking van 2,5 miljoen euro uit de algemene reserve. Is de wethouder dit met de VVD eens? Zo ja, waarom is daaraan dan geen uitvoering gegeven? Zo niet, waarom is dan niet onderbouwd of nader toegelicht? Is hierover overleg gepleegde met de externe accountant?
VVD
Financiën
De gemiddelde woonlasten wordt in het overzichtstabel ad 107% opgenomen. Volgens de regels van BBV en ook genoemd in de toelichting, is dit percentage echter 113%:
Er is regionaal afstemming op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau. Hiervoor is de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen waar Barendrecht onderdeel van is. De “inzet eenmalige baten* ten behoeve van Algemene Reserve” regel op pagina 9 van de VJN gaat niet over het onttrekken van middelen aan de algemene reserve. Het idee achter deze post is dat het college met voorstellen komt om in 2026 eenmalige baten te creëren vanuit bijvoorbeeld de verkoop van losse grondkavels. Dit om de positie van de algemene reserve te verstevigen. Over de nadere uitwerking hiervan wordt u na de zomer geïnformeerd. Na het genereren van deze eenmalige baten resulteert een positief (incidenteel) saldo voor 2026 dat zal worden gestort in de algemene reserve.
LvdL
Het gaat hierbij dus niet om een onttrekking aan de algemene reserve ten behoeve van het resultaat. Daarmee zijn de geschetste regels rondom ‘surplus’ van de algemene reserve niet van toepassing. Voor het meerjarige saldo conform de definities van een structureel sluitende begroting verwijzen we naar de blauw omkaderde regel in hetzelfde overzicht. In de tabel van de woonlasten (pag. 90) zijn beide percentages opgenomen. De vergelijking met het gemiddelde van Nederland op basis van hetzelfde uitgangsjaar (2024) geeft het meest zuivere beeld. De verplichte BBV-
LvdL
VVD
VVD
Financiën
Financiën
De fractie heeft hierover de volgende vragen in relatie tot de jaarrekening: Is dit abusievelijk gedaan? Zo nee, waarom is het percentage van 107% gehanteerd in plaats van 113%? In de jaarrekening wordt het dekkingspercentage van 75% van het totaal te dekken risico gehanteerd, bij de begroting (kaderstellend document) wordt in overeenstemming met de bestendige gedragslijn uitgegaan van het dekkingspercentage van 90% en een na te streven weerstandsratio van “1,4” of meer. Het college gaat thans uit van een na te streven weerstandsratio van “1” of meer . a. Waarom is dit percentage verandert? b. Wat is de toelichting op de aanpassing van dit percentage? c. Waarom wordt afgeweken van de bestendige gedragslijn? d. Waarom is dit niet tussentijds (bijvoorbeeld in de tussenrapportage) voorgelegd aan de raad, teneinde de raad hier expliciet over te laten beslissen? e. Gaarne de weerstandsberekening conform de bestendige gedragslijn, dus op basis van het dekkingspercentage “90%” van de totale financiële risico’s, afgezet tegen een na te streven weerstandsratio van “1.4”. In de (concept) voorjaarsnota stelt het college voor om 2,5 miljoen euro uit de algemene reserve te nemen om tot een positief resultaat te geraken. a. Waarom heeft u hierbij niet het kader van het Bestuurlijk Overleg Financiën (BOFv) ‘Notitie incidenteel/structureel’ van 21 november 2023 gehanteerd? b.
De inhoud van deze notitie is vanaf 2025 van kracht. Deze notitie geeft het kader aan dat maximaal 10% van het ‘surplus’ van de algemene reserve mag worden aangewend ter dekking van het tekort, met behoud van een solvabiliteit van minimaal 20% en een weerstandsratio van minimaal 1. Dit ‘surplus’betreft het deel van de algemene reserve dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s, de weerstandscapaciteit. c. Is de uitname van 2,5 mio gestoeld op dit kader? d. Zo ja, hoe komt u aan de omvang van 2,5 mio? Zo nee, wat is dan de rechtmatige onderbouwing van dit bedrag? e. In relatie tot het dekkingspercentage van het totaal van de financiële risico’s, is het college voornemens om het percentage van 75% structureel te hanteren? f. Geldt dit ook met betrekking tot de na te streven weerstandsratio van “1”? g. Zo ja, waarom? Zo nee, welk percentage en weerstandsratio dan wel? h. Waarom heeft u de raad niet eerder en expliciet betrokken bij deze wijzigingen?
indicator in de overzichtstabel (pag. 88) had de waarde van t-1 moeten laten zien. Dit wordt aangepast in de definitieve versie van de jaarrekening. De toelichting is terug te vinden in de begroting 2025 (paragraaf weerstandsvermogen). We hanteren een lager dekkingspercentage direct voortvloeiend uit toegepaste beheersmaatregelen in de wijze van begroten. Hierin worden reeds opgetreden gevolgen van de belangrijkste risico’s meegenomen in een reële begrotingsraming. De begroting 2025 is het meest recent door de raad vastgestelde document met uitwerking van de uitgangspunten voor het weerstandsvermogen en risicobeheersing. De bestendigde gedragslijn bestaat nog steeds, er worden risico’s geïnventariseerd met financiële gevolgen en afgezet tegen de kans van optreden. Hiertegenover moet een niveau van dekking staan dat resulteert in voldoende weerstandsvermogen (1,0 – 1,4, categorie C). Waarbij het streven van Barendrecht een norm van 1,4 is.
LvdL
De weerstandsberekening is terug te vinden op pagina 87 van de jaarrekening. Met de huidige berekening komt die uit op 1,99 eind 2024. Wanneer de uitgangspunten 1,4 en 90% zouden zijn, dan is de uitkomst van de berekening 1,83. Beiden ruim boven zowel de 1,0 als 1,4 grens.
Met betrekking tot de punten a t/m d: De “inzet eenmalige baten* ten behoeve van Algemene Reserve” regel op pagina 9 van de VJN gaat niet over het onttrekken van middelen aan de algemene reserve. Het idee achter deze post is dat het college met voorstellen komt om in 2026 eenmalige baten te creëren vanuit bijvoorbeeld de verkoop van losse grondkavels. Dit om de positie van de algemene reserve te verstevigen. Over de nadere uitwerking hiervan wordt u na de zomer geïnformeerd. Na het genereren van deze eenmalige baten resulteert een positief (incidenteel) saldo voor 2026 dat zal worden gestort in de algemene reserve. Het gaat hierbij dus niet om een onttrekking aan de algemene reserve ten behoeve van het resultaat. Daarmee zijn de geschetste regels rondom ‘surplus’ van de algemene reserve niet van toepassing. Met betrekking tot de punten e t/m h: De toelichting op de aanpassing van het dekkingspercentage is terug te vinden in de begroting 2025 (paragraaf weerstandsvermogen). We hanteren een lager dekkingspercentage direct voortvloeiend uit toegepaste beheersmaatregelen in de wijze van begroten. Hierin worden reeds opgetreden gevolgen van de belangrijkste risico’s meegenomen in een reële begrotingsraming. De begroting 2025 is het meest recent door de raad vastgestelde document met uitwerking van de uitgangspunten voor het weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De bestendigde gedragslijn bestaat nog steeds, er worden risico’s geïnventariseerd met financiële gevolgen en afgezet tegen de kans van optreden. Hiertegenover moet een niveau van dekking staan dat resulteert in voldoende weerstandsvermogen (1,0 – 1,4, categorie C). Waarbij het streven van Barendrecht een norm van 1,4 is. Wij zullen de paragraaf weerstandsvermogen en onderliggende variabelen zoals het dekkingspercentage blijven monitoren en indien nodig aanpassen om een zo realistisch mogelijk beeld van de risico’s en het benodigde weerstandsvermogen te geven. Zo zal de risico inventarisatie bij de begroting 2026 zich meer focussen op de risico’s in het eerste jaar (vanwege de beperkte bijsturingsmogelijheden op de korte termijn). Uiteindelijk is het uitgangspunt een (ruim) voldoende weerstandsvermogen met een norm van 1,4.
LvdL