CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-090060 Antwoordbrief wethouder Bol over Technische vragen CDA Herijking Verordening Jeugdhulp 2026.

gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Herijking Verordening Jeugdhulp 20261.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

R. Bol Wethouder

Uw brief van: 08-01-2026

Ons kenmerk:

Uw kenmerk: -

Contactpersoon: O. Osendarp

2025-090060

Bijlage(n):

-

Cluster:

Onderwerp:

Technische vragen CDA Herijking Verordening

Doorkiesnummer: 140180

Jeugdhulp 2026

Datum:

Maatschappij 13-01-2026

Geachte raadsleden, Naar aanleiding van de technische vragen van mevrouw De Kam-Benard van het CDA over de herijking van de Verordening Jeugdhulp 2026, geef ik u hieronder een antwoord op de gestelde vragen. 1. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de directe aanleiding tot de herijking van de Verordening Jeugdhulp 2026 het Actieplan Jeugd en Gezin 2025–2026 is. Had hier niet moeten worden benoemd dat dit formeel andersom is, aangezien de raad met de verordening de kaders vaststelt voor een uitvoeringsplan? De verordening regelt de rechten en plichten van inwoners ten aanzien van jeugdhulp en vormt daarmee het lokale juridische kader waarbinnen besluiten worden genomen. De raad stelt met de verordening formeel de kaders vast waarbinnen het college uitvoering geeft aan de Jeugdwet. Het Actieplan Jeugd en Gezin 2025–2026 is een beleidsmatig uitvoeringsdocument waarin ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk, knelpunten en gewenste verbeteringen zijn beschreven. Deze signalen vormden mede aanleiding om het bestaande juridische kader te herijken en te actualiseren. Daarmee blijft de formele rolverdeling intact: de raad stelt met de verordening de kaders vast, terwijl het college binnen die kaders beleid ontwikkelt en uitvoering geeft. Het actieplan heeft in dit geval gefungeerd als signaal- en analyse-instrument, niet als juridisch kader boven de verordening. 2.

In de verordening staat dat deze “zorgt voor een juridisch robuust en uitvoerbaar kader”. Waaruit blijkt die robuustheid concreet? De juridische robuustheid van de herijkte verordening blijkt uit het feit dat deze expliciet is aangepast aan de Jeugdwet, het Burgerlijk Wetboek en recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Begrippen,

pagina 1 van 4

procedures en verantwoordelijkheden zijn duidelijker en vollediger vastgelegd, waardoor voor inwoners, professionals en het college helder is hoe aanvragen worden beoordeeld en besluiten tot stand komen. Daarnaast zijn de onderzoeksstappen, de wijze van besluitvorming en de rechtsbescherming van ouders en jeugdigen explicieter opgenomen in de verordening. Hierdoor wordt voorkomen dat besluiten worden genomen zonder een zorgvuldig en volledig onderzoek en is voor inwoners inzichtelijk welke stappen worden doorlopen en welke rechtsmiddelen beschikbaar zijn. Deze verduidelijkingen dragen niet alleen bij aan juridische houdbaarheid, maar mijns inziens ook aan de uitvoerbaarheid in de praktijk. Professionals hebben hiermee een eenduidig afwegingskader, terwijl inwoners beter weten waar zij aan toe zijn en waarop zij een besluit kunnen laten toetsen. 3. De herziening is gedaan in samenwerking met de gemeente Albrandswaard. Is bij deze samenwerking gesproken over overeenkomsten tussen de huidige verordeningen van beide gemeenten, mede in het licht van de voormalige BAR-organisatie? De herijking is in samenwerking met de gemeente Albrandswaard uitgevoerd. Daarbij is bewust gekozen voor inhoudelijk gelijkluidende verordeningen.

Dit sluit aan bij het feit dat de huidige verordeningen en uitvoeringswerkwijzen van beide gemeenten grotendeels gelijk zijn en hun oorsprong hebben in de periode van de BAR-organisatie. Door deze bestaande overeenkomsten als uitgangspunt te nemen en waar nodig te actualiseren, wordt aangesloten bij de gezamenlijke uitvoeringspraktijk. Dit draagt bij aan eenduidigheid voor professionals van samenwerkingspartners en aan herkenbaarheid en rechtsgelijkheid voor inwoners. 4. Artikel 1.2 “Reikwijdte verordening” komt te vervallen. Is de wijze waarop de inhoud is af te leiden uit de Jeugdwet sluitend gelet op het woonplaatsbeginsel? Ja. Het woonplaatsbeginsel is rechtstreeks en uitputtend geregeld in de Jeugdwet. Om doublures en mogelijke interpretatieverschillen te voorkomen is ervoor gekozen dit beginsel niet afzonderlijk in de verordening te herhalen, maar volledig aan te sluiten bij de wettelijke regeling. Door deze werkwijze blijft de toepassing van het woonplaatsbeginsel onverkort van kracht en wordt voorkomen dat afwijkende of verouderde formuleringen in de verordening tot onduidelijkheid leiden. De verordening sluit hiermee aan bij de systematiek van de Jeugdwet en versterkt de juridische helderheid en consistentie. 5. Artikel 2.3.

Zijn er uitzonderingen op het nemen van besluiten door een gemandateerde professional en hoe wordt hiermee omgegaan? In de gemeente Barendrecht zijn de wijkteams gemandateerd om namens het college besluiten te nemen op aanvragen op grond van de Jeugdwet. De gemandateerde professional is daarmee het vaste aanspreekpunt voor de besluitvorming binnen de toegangsprocedure.

pagina 2 van 4

Er zijn geen uitzonderingen waarbij andere functionarissen zelfstandig besluiten nemen over individuele voorzieningen. Deze eenduidige mandatering zorgt voor heldere verantwoordelijkheden, een overzichtelijk besluitvormingsproces en een consistente toepassing van de verordening. Binnen deze werkwijze vindt wel interne afstemming en toetsing plaats, onder meer via collegiale beoordeling en betrokkenheid van een gedragswetenschapper. Hiermee wordt geborgd dat besluiten zorgvuldig en proportioneel tot stand komen, terwijl de formele besluitbevoegdheid duidelijk belegd blijft. 6. Artikel 4.4 “Het college informeert de jeugdige …”. In hoeverre is actieve betrokkenheid, oftewel inspraak van de jeugdige zelf, gegarandeerd? De actieve betrokkenheid van de jeugdige is een belangrijk uitgangspunt in de werkwijze van het wijkteam. Professionals werken volgens geldende professionele standaarden en richtlijnen, waaronder het uitgangspunt van samen beslissen. Deze schrijven voor dat jeugdigen, samen met hun ouders, zo veel mogelijk worden betrokken bij het onderzoek en de besluitvorming, passend bij de leeftijd, ontwikkelingsfase en situatie van de jeugdige. De verordening borgt dit door vast te leggen dat het onderzoek in samenspraak met de jeugdige en/of diens ouders plaatsvindt en dat de jeugdige wordt geïnformeerd over het proces en zijn of haar rechten.

Tegelijkertijd vraagt de praktijk om maatwerk. Niet iedere jeugdige kan of wil in dezelfde mate worden betrokken. In die situaties maken professionals een zorgvuldige afweging, waarbij het belang en de veiligheid van de jeugdige leidend zijn. Ik verwacht dat wijkteamprofessionals zich in alle gevallen maximaal inspannen om de stem van de jeugdige zorgvuldig te betrekken en zichtbaar te laten meewegen in de besluitvorming. 7. Artikel 4.5 “Binnen 5 werkdagen na het ontvangen van het onderzoeksrapport door de jeugdige en/of ouders”. Welke garanties worden er gegeven dat deze deadline wordt gehaald? De termijn van vijf werkdagen in artikel 4.5 ziet op de reactietermijn voor ouders en jeugdigen na ontvangst van het onderzoeksrapport. Deze termijn is bedoeld om hen een reële en zorgvuldige mogelijkheid te bieden om het rapport te lezen en hierop te reageren, voordat het rapport wordt gebruikt voor de besluitvorming. De termijn sluit aan bij de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht. Wijkteamprofessionals bewaken dit proces actief door ouders en jeugdigen expliciet te informeren over deze reactiemogelijkheid en de bijbehorende termijn. Daarbij wordt nagegaan of zij ondersteuning nodig hebben om tijdig te kunnen reageren, bijvoorbeeld via onafhankelijke cliëntondersteuning. Indien nodig wordt deze ondersteuning geboden, zodat de reactietermijn in de praktijk haalbaar is.

Op deze wijze wordt geborgd dat ouders en jeugdigen daadwerkelijk in staat worden gesteld gebruik te maken van hun reactierecht voordat een besluit wordt genomen.

pagina 3 van 4

8. Artikel 7.1 “Indien ouders de aangeboden individuele voorziening niet passend achten”. Hoe wordt de onderbouwing getoetst? Bij de beoordeling van de onderbouwing van ouders die aangeven dat een aangeboden individuele voorziening niet passend is, vormen de Jeugdwet en geldende jurisprudentie het uitgangspunt. De door ouders aangevoerde argumenten worden inhoudelijk betrokken bij de afweging en getoetst aan de hulpvraag, het onderzoeksrapport en de criteria uit de verordening. Indien de onderbouwing aanleiding geeft tot twijfel over de passendheid van de aangeboden voorziening, wordt bezien of een andere voorziening passend is. Dit kan leiden tot een heroverweging van het eerdere oordeel. De uitkomst van deze afweging wordt altijd vastgelegd in een gemotiveerde beschikking, waarin wordt toegelicht hoe de argumenten zijn meegewogen. Tegen deze beschikking staat voor ouders de mogelijkheid van bezwaar en beroep open, waarmee de rechtsbescherming is geborgd. 9. Artikel 10.1 Kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieders. Is het raadzaam om aan dit artikel toe te voegen dat het hier gaat om wettelijke kwaliteitseisen voor de verschillende beroepsgroepen? In artikel 10.1, eerste lid, is reeds opgenomen dat het gaat om de wettelijke kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders. Een verdere explicitering acht ik daarom niet noodzakelijk. 10. Artikel 10.3 is of wordt vervangen door Multisignaal.

Is hierbij sprake van een overgangsfase? Nee. Met het vervallen van artikel 10.3 is ervoor gekozen om niet langer een specifiek signaleringsinstrument in de verordening te benoemen, maar aan te sluiten bij Multisignaal als actueel uitvoeringsinstrument. Multisignaal neemt daarmee de functionele rol over die artikel 10.3 had, namelijk het ondersteunen van signalering en afstemming tussen betrokken professionals. Multisignaal is per direct van toepassing. Er is geen overgangsfase voorzien, omdat deze wijziging ziet op de wijze waarop signalering en afstemming in de uitvoering worden ondersteund en geen gevolgen heeft voor rechten, plichten of besluitvorming richting ouders en jeugdigen. Met deze beantwoording vertrouw ik u voldoende inzicht te hebben gegeven in de herijking van de Verordening Jeugdhulp en de gemaakte keuzes. Met vriendelijke groet,

Roeland Bol

pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16478969/1