2025-080491 Brief wethouder Bol over Beantwoording technische vragen EVB over re-integratieverordening participatiewet 2026
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
R. Bol Wethouder
Uw brief van: 19 november 2025
Ons kenmerk:
Uw kenmerk: -
Contactpersoon: D. Nurmala
Bijlage(n)
Cluster:
: -
Onderwerp : Beantwoording technische vragen reintegratieverordening Participatiewet
2025-080491 Maatschappij
Doorkiesnummer: 140180 Datum:
25 november 2025
Geachte raadsleden, Op 19 november 2025 ontving ik technische vragen van de fractie Echt voor Barendrecht over de Reintegratieverordening Participatiewet 2026, in aanloop naar de commissievergadering Samenleving van 25 november. In deze brief beantwoorden wij uw technische vragen. 1. Hoe borgt het college procesmatig en inhoudelijk dat de ondersteuning voor jongeren tot 27 jaar voldoet aan de nieuwe verplichtingen uit de Wet van School naar Duurzaam Werk? De ondersteuning aan jongeren tot 27 jaar wordt procesmatig geborgd door een vaste werkwijze. Jongeren krijgen een individuele intake en diagnose, waarbij wordt gekeken naar hun persoonlijke situatie, onderwijsachtergrond, mogelijkheden op de arbeidsmarkt en eventuele belemmeringen. Waar dit wettelijk vereist is, wordt op basis hiervan een plan van aanpak opgesteld waarin doelen, scholing, ondersteuning en vervolgstappen worden vastgelegd en periodiek worden geëvalueerd. In de uitvoering wordt gebruikgemaakt van specialistische begeleiding voor jongeren, bijvoorbeeld in de vorm van een jongerencoach, die jongeren ondersteunt bij keuzes, trajecten en het voorkomen dat zij tussen wal en schip raken.
Inhoudelijk sluit de ondersteuning aan bij de doelen van de Wet van School naar Duurzaam Werk: het voorkomen van uitval, het zo snel mogelijk toeleiden naar duurzaam werk of terugkeer naar onderwijs en het bieden van passende ondersteuning als dat tijdelijk niet haalbaar is. Waar nodig wordt eerst ingezet op stabilisering van de persoonlijke situatie, bijvoorbeeld bij schulden of zorgproblematiek, voordat zwaardere verplichtingen worden opgelegd. Deze werkwijze is verankerd in de Re-integratieverordening Participatiewet Barendrecht 2026. In artikel 10 is bepaald dat ondersteuning aan jongeren onder de 27 jaar gebaseerd is op hun behoefte en mogelijkheden en gericht kan zijn op stabilisering, bemiddeling naar werk of bemiddeling naar onderwijs. Daarnaast maken scholing en andere voorzieningen onderdeel uit van het instrumentarium zoals geregeld in de artikelen 2 en 8 van de verordening. Hiermee is zowel procesmatig als inhoudelijk geborgd dat de ondersteuning aansluit bij de verplichtingen van de Wet van School naar Duurzaam Werk.
pagina 1 van 3
2. Hoe beoordeelt het college of een scholingstraject bijdraagt aan arbeidsinschakeling? Bestaat er een beoordelingskader en wordt aangesloten op regionale afspraken? Bij de beoordeling of een scholingstraject bijdraagt aan arbeidsinschakeling kijkt het college naar de ontwikkelbehoefte van de persoon, de arbeidsmarktkansen van de opleiding en de noodzaak van scholing voor een duurzame uitstroom naar werk. Daarbij wordt beoordeeld of scholing nodig is om een startkwalificatie te behalen of om beter aan te sluiten op beschikbare vacatures. Deze beoordeling wordt, waar dit wettelijk vereist is, vastgelegd in een plan van aanpak. Deze werkwijze sluit aan bij artikel 8 van de verordening, waarin staat dat scholing met name wordt ingezet voor personen zonder startkwalificatie of wanneer hun startkwalificatie onvoldoende aansluit op de arbeidsmarkt. Ook sluit het college aan op de regionale afspraken binnen de Arbeidsmarktregio Rijnmond, waaronder afspraken over scholingstrajecten, doorstroommogelijkheden en het gebruik van erkende trajecten. 3.
Welke concrete samenwerkingsafspraken zijn er met onderwijs en het doorstroompunt? Hoe worden deze afspraken vastgelegd en geëvalueerd? Wanneer worden eventuele ontbrekende afspraken geformaliseerd? De gemeente Rotterdam is in het kader van de Wet van school naar duurzaam werk en op grond van de Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie de centrumgemeente en contactgemeente. De regio is verdeeld in vier subregio’s, waarbij iedere subregio andere accenten kent maar de afspraken worden regionaal geborgd. Capelle aan den IJssel voert als kerngemeente al sinds 2008 de wettelijke taak uit voor het Doorstroompunt in de subregio Rijnmond Zuid & Oost. De regio Rijnmond zet zich actief in om de samenwerking tussen scholen, gemeenten, het doorstroompunt en andere partners te verbeteren, met het doel om jongeren duurzaam van onderwijs naar werk te begeleiden. Gezien de omvang van de regio, die veel gemeenten en onderwijsinstellingen omvat, vraagt de implementatie en borging van de afspraken om een gefaseerde en zorgvuldig uitgerolde aanpak. De afspraken over de samenwerking tussen scholen, gemeenten en het doorstroompunt vormen een essentieel onderdeel van de overgang van onderwijs naar vervolgonderwijs en duurzaam werk voor jongeren in de regio Rijnmond.
Gezien de grootte van de regio en het aantal betrokkenen, is het noodzakelijk dat de implementatie gefaseerd wordt uitgevoerd. De doelstelling is om eind 2026 een robuuste, duurzame samenwerking te hebben, waarbij verantwoordelijkheden in de diverse fases duidelijk omschreven staan, de wettelijke taken voor alle partijen helder zijn en waarin alle partijen efficiënt en effectief bijdragen aan de ondersteuning van jongeren. Snelheid in dit proces is ondergeschikt aan zorgvuldigheid. Binnen de subregio Rijnmond Zuid & Oost zijn er afspraken over: • het signaleren en aanmelden van jongeren zonder startkwalificatie of zonder werk/onderwijs; • warme overdracht tussen school, doorstroompunt en gemeente; • het afstemmen van trajecten richting scholing, werk of een combinatie daarvan; • het delen van informatie binnen de geldende privacykaders; • periodiek casusoverleg en bespreking van trends en behoeften binnen de doelgroep.
4. Welke extra capaciteit en middelen zijn nodig door de uitbreiding van de doelgroep tot 27 jaar? Capelle aan den IJssel ontvangt als kerngemeente via de contactgemeente Rotterdam het budget voor de uitvoering van het Doorstroompunt in Subregio Rijnmond Zuidoost. Deze SPUK is vastgesteld door het Rijk
pagina 2 van 3
op basis van CBS risicoscores. Door de herinrichting blijft de organisatie binnen de budgettaire kaders van de wettelijke taak en worden taken effectiever uitgevoerd. Daarnaast ontvangt de gemeente een budget voor de uitvoering van het nieuwe artikel 7a van de Participatiewet 2026. Op grond van dit artikel kunnen gemeenten jongeren tot 27 jaar meer preventieve en passende ondersteuning bieden bij het terugkeren of overstappen naar school, naar werk of een combinatie van beide. De uitvoering van het Doorstroompunt past binnen deze middelen. De uitbreiding van de doelgroep tot 27 jaar leidt ertoe dat meer jongeren ondersteuning, begeleiding en scholing kunnen ontvangen. Dit vraagt naar verwachting extra inzet van klantmanagers en mogelijk uitbreiding van het beschikbare scholingsaanbod. 5. Welk beoordelingskader gebruikt het college om te bepalen of een voorziening of scholing onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling, en hoe wordt dit gemotiveerd en vastgelegd? Het college beoordeelt of een voorziening de persoon daadwerkelijk dichter bij (duurzaam) werk brengt dan zonder die voorziening het geval zou zijn. Daarbij wordt gekeken naar de haalbaarheid en doelmatigheid van het traject, de aansluiting op mogelijkheden van de persoon en de arbeidsmarktkansen.
Als wordt geconcludeerd dat een voorziening onvoldoende bijdraagt, kan deze worden geweigerd of beëindigd op grond van artikel 3 van de verordening. het besluit wordt altijd gemotiveerd volgens de Algemene wet bestuursrecht: in de beschikking wordt toegelicht welke afweging is gemaakt en waarom de voorziening in dit geval niet (meer) passend of doelmatig wordt geacht. 6. Waar ligt het omslagpunt tussen een korte en grote afstand tot de arbeidsmarkt, en wanneer kunnen voorzieningen zoals sociale activering en werkervaringsplekken worden ingezet? De verordening definieert de afstand tot de arbeidsmarkt in artikel 1, onderdelen c en e. Een korte afstand betekent dat deelname aan de arbeidsmarkt binnen één jaar redelijkerwijs mogelijk wordt geacht. Een grote afstand betekent dat deelname binnen één jaar niet mogelijk is. Dit vormt ook het omslagpunt bij het bepalen welke voorziening het meest passend is. Bij het aanbieden van voorzieningen houdt het college rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de persoon, zoals opgenomen in artikel 2, derde lid. Dit betekent dat de beoordeling altijd individueel en zorgvuldig plaatsvindt.
Voorzieningen zoals sociale activering (artikel 5) en werkervaringsplekken (artikel 4) kunnen worden ingezet wanneer iemand een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft en tussenstappen nodig zijn om zich te ontwikkelen richting arbeidsinschakeling. • Sociale activering richt zich op ontwikkeling, participatie en het opbouwen van basisvaardigheden. • Werkervaringsplekken worden ingezet wanneer iemand al dichter bij werk staat en praktijkervaring nodig heeft als opstap naar regulier werk. De inzet van deze voorzieningen is daarmee afgestemd op de afstand tot de arbeidsmarkt én op de individuele omstandigheden van de persoon, zodat de ondersteuning zo doelmatig mogelijk is. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Roeland Bol
pagina 3 van 3