CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-080491 Beantwoording technische vragen Barendrechts Belang over re-integratieverordening participatiewet

gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Reïntegratieverordening Participatiewet1.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

R. Bol Wethouder

Uw brief van: 17 november 2025

Ons kenmerk:

Uw kenmerk: -

Contactpersoon: D. Nurmala

Bijlage(n)

Cluster:

: -

Onderwerp : Beantwoording technische vragen re-integratieverordening Participatiewet

2025-080491 Maatschappij

Doorkiesnummer: 140180 Datum:

21 november 2025

Geachte raadsleden, Op 17 november 2025 ontving ik de technische vragen van raadslid Richard Carlebur (Barendrechts Belang) over de Re-integratieverordening Participatiewet Barendrecht 2026. Hieronder treft u mijn beantwoording aan. 1. Hoe borgt het college dat de beoordeling van “korte” of “grote afstand tot de arbeidsmarkt” (artikel 2) op een objectieve, transparante en menswaardige manier gebeurt, zodat inwoners niet onterecht in een te strenge of te lichte categorie geplaatst worden? In artikel 1 sub c en e van de Re-integratieverordening Participatiewet Barendrecht 2026 is gedefinieerd wat wordt verstaan onder een korte en een grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar (kort) of niet mogelijk binnen één jaar (groot). In Artikel 2 lid 3 van deze verordening kunt u ook lezen dat het college bij het aanbieden van voorzieningen, rekening houdt met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. Daarmee is in de verordening verankerd dat de beoordeling individueel en zorgvuldig moet plaatsvinden.

De nadere borging van objectiviteit, transparantie en menswaardigheid vindt plaats in de uitvoeringspraktijk, onder meer door: • een gestructureerde intake en diagnose door professionals; • vastlegging en toelichting van de beoordeling in het plan van aanpak (waar dit wettelijk verplicht is, bijvoorbeeld bij jongeren tot 27 jaar); • toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur uit de Algemene wet bestuursrecht (zoals het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel).

Portefeuille: Werk en Inkomen, Zorg en welzijn, Sociale zaken en Volksgezondheid.

2. Wanneer een voorziening wordt geweigerd, hoe wordt dan voorkomen dat de motivatie hiervoor te algemeen of bureaucratisch wordt, zodat inwoners altijd een begrijpelijke en begripvolle toelichting ontvangen? Artikel 3 van de verordening bevat de gronden waarop een voorziening kan worden geweigerd of beëindigd. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is het college verplicht besluiten deugdelijk te motiveren. In de praktijk betekent dit dat in beschikkingen: • altijd wordt aangegeven welke weigeringsgrond van toepassing is; • wordt toegelicht hoe die grond zich verhoudt tot de persoonlijke situatie van de inwoner; • zoveel als mogelijk in begrijpelijke taal wordt uitgelegd wat dit in de praktijk voor de inwoner • betekent. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners een algemene of te formele afwijzing ontvangen zonder inhoudelijke toelichting. 3. Op welke wijze wordt bij jongeren zonder stabiele thuissituatie geborgd dat ondersteuning eerst gericht is op stabiliteit en veiligheid, voordat verplichtingen richting werk of opleiding worden opgelegd? De verordening biedt expliciet ruimte om bij jongeren zonder stabiele thuissituatie eerst in te zetten op stabiliteit en veiligheid.

In de uitvoering hanteert het college als uitgangspunt dat, als er sprake is van instabiliteit (bijvoorbeeld door schulden, onveiligheid of psychische problematiek), eerst stabiliserende ondersteuning wordt ingezet voordat (zwaardere) verplichtingen richting werk of opleiding worden opgelegd. Artikel 10 van de verordening regelt specifiek de ondersteuning van personen jonger dan 27 jaar. De ondersteuning is volgens lid 1 altijd gebaseerd op de behoefte en mogelijkheden van de persoon. In lid 2 is bepaald dat de ondersteuning kan zijn gericht op: • stabilisering van de persoonlijke omstandigheden, • bemiddeling naar werk, of • bemiddeling naar onderwijs. 4. Welke controlemechanismen gebruikt het college om te voorkomen dat werkervaringsplekken worden misbruikt als goedkope arbeid en dat inwoners “oneindig” in trajecten blijven hangen zonder uitzicht op structureel werk? In de uitvoeringspraktijk worden WEP-trajecten periodiek geëvalueerd en wordt gekeken of de plek nog bijdraagt aan het beoogde doel (bijvoorbeeld doorstroom naar werk). Hiermee wordt voorkomen dat inwoners langdurig op een werkervaringsplek blijven zonder perspectief op structureel werk. In die verordening vindt u dit terug in artikel 4, waarin de werkervaringsplek (WEP wordt geregeld.

In dit artikel is onder meer bepaald dat: • het doel van de werkervaringsplek duidelijk moet zijn (lid 2 en 4); • in een schriftelijke overeenkomst in ieder geval het doel en de wijze van begeleiding worden vastgelegd (lid 4); • plaatsing uitsluitend mag plaatsvinden als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet • onverantwoord worden beïnvloed en er géén verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt (lid 3).

Portefeuille: Werk en Inkomen, Zorg en welzijn, Sociale zaken en Volksgezondheid. pagina 2 van 4

5. Hoe wordt gewaarborgd dat sociale activering nooit leidt tot druk of verplichting om onbetaald werk te verrichten dat reguliere functies vervangt, zodat inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt niet worden gestigmatiseerd of misbruikt? In artikel 5 van de verordening wordt de sociale activering geregeld. Lid 3 bepaalt uitdrukkelijk dat sociale activering alleen wordt aangeboden als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Daarnaast wordt de duur en intensiteit van sociale activering afgestemd op de mogelijkheden en capaciteiten van de persoon (lid 2). De inzet van sociale activering is daarmee gericht op ontwikkeling, participatie en perspectief, en niet op het vervangen van reguliere betaalde functies. Dit helpt om te voorkomen dat mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden gestigmatiseerd of misbruikt. 6. Hoe wordt de kwaliteit van begeleiding tijdens detachering bewaakt, zodat mensen in kwetsbare posities niet tussen wal en schip vallen tussen de werkplaats biedende en inlenende organisatie? De kwaliteit van begeleiding tijdens detachering wordt door artikel 6 bewaakt.

In dit artikel is vastgelegd dat: • het college door detachering kan zorgen voor toeleiding naar een dienstverband (lid 1); • de werknemer via een werkplaatsbiedende organisatie wordt gedetacheerd bij een inlenende organisatie; • de detachering in een schriftelijke overeenkomst wordt vastgelegd tussen werkgever en • inlenende organisatie én tussen werknemer en inlenende organisatie (lid 2); • plaatsing alleen is toegestaan als er geen verdringing optreedt en concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed (lid 3). Via deze overeenkomsten kunnen afspraken worden gemaakt over begeleiding, taken, verantwoordelijkheden en evaluatiemomenten. Waar nodig kan detachering worden gecombineerd met persoonlijke ondersteuning bij werk of andere voorzieningen uit hoofdstuk 4 van de verordening (bijvoorbeeld jobcoaching of werkbegeleiding), zodat mensen in een kwetsbare positie niet tussen wal en schip vallen. 7. Hoe wordt de kwaliteit van begeleiding tijdens detachering bewaakt, zodat mensen in kwetsbare posities niet tussen wal en schip vallen tussen de werkplaatsbiedende en inlenende organisatie? Vraag 7 is inhoudelijk gelijk aan vraag 6. Voor het antwoord verwijs ik u graag naar voorgaande vraag. 8.

Op welke wijze voorkomt het college dat werkgevers tegelijkertijd loonkostensubsidies en commerciële voordelen krijgen, waardoor de inzet van inwoners dreigt te worden gereduceerd tot financieel instrument? In de verordening is in artikel 12 hier vorm aan gegeven. Dit artikel gaat over het administratieve proces van loonkostensubsidies. In lid 9 van dit artikel is bepaald dat loonkostensubsidie niet wordt verstrekt als: • de werkgever al aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen op basis van een andere • regeling in verband met de indiensttreding van de werknemer, of • redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan • worden aangenomen. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers tegelijkertijd meerdere financiële regelingen stapelen rond dezelfde werknemer en dat de inzet van inwoners een puur financieel instrument wordt.

Portefeuille: Werk en Inkomen, Zorg en welzijn, Sociale zaken en Volksgezondheid. pagina 3 van 4

9. Welke stappen garanderen dat inwoners nooit in een mensonwaardige situatie terechtkomen doordat voorzieningen worden beëindigd terwijl de nieuwe ondersteuning nog niet startklaar is? Artikel 3 lid 2 laat de gronden zien op waarop het college een voorziening kan beëindigen, zoals het niet nakomen van verplichtingen, het niet langer behoren tot de doelgroep of het niet langer bijdragen aan snelle arbeidsinschakeling. Bij de toepassing hiervan gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals zorgvuldigheid, evenredigheid en motivering). In de uitvoering betekent dit onder andere dat: • de gevolgen van beëindiging voor de persoon worden meegewogen; • waar mogelijk wordt gezorgd voor aansluitende ondersteuning of een alternatief traject, mits de persoon zijn verplichtingen nakomt. Deze werkwijze is erop gericht te voorkomen dat inwoners door beëindiging van voorzieningen in een mensonwaardige situatie terechtkomen, bijvoorbeeld doordat ondersteuning volledig wegvalt zonder dat een passend alternatief in beeld is. 10. Is geborgd dat alle communicatie in begrijpelijke taal worden opgesteld, zodat inwoners altijd volwaardig kunnen re-integreren? Hoewel dit niet expliciet in de verordening zelf is opgenomen, hanteert de gemeente Barendrecht als uitgangspunt dat alle communicatie richting inwoners in begrijpelijke taal (B1) wordt opgesteld.

Zo zorgen we ervoor dat inwoners hun rechten en plichten goed begrijpen en volwaardig kunnen meedoen in hun re-integratietraject. Waar nodig wordt aanvullende mondelinge toelichting gegeven of worden begeleiders of hulpverleners gevraagd aan te sluiten of mee te denken. Met vriendelijke groet,

Roeland Bol

Portefeuille: Werk en Inkomen, Zorg en welzijn, Sociale zaken en Volksgezondheid. pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16271575/1