CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-079512 Bijlage 5 Concept-Nota reikwijdte en detailnivau planMER

commissie Ruimte 10 februari 2026, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Routekaart en variantenstudie Omgevingsvisie (adviserend I Ruimte)(van de agenda afgevoerd)3.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie Barendrecht Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Inhoudsopgave Hoofdstuk Inleiding Naar een omgevingsvisie Barendrecht 2.1 De opgave 2.2 Een visie op heel Barendrecht 2.3 Nieuw beleid 2.4 Structurerende keuzes Milieueffectrapportage en integrale effectanalyse 3.1 Verplichting voor een MER-procedure 3.2 Doel van de MER-procedure en IEA 3.3 Inhoud van de MER en IEA procedure 3.4 Werkwijze om te komen tot MER en IEA 3.5 Proces Aanpak 4.1 Uitgangspunten voor de aanpak 4.2 Scope van de omgevingsvisie 4.3 Beoordeling en vergelijk 4.4 Naar een voorkeursvariant Thema’s en wijze van beoordelen 5.1 Beoordeling en bepaling van de effecten 5.2 Inzicht in de kwaliteit van de leefomgeving Beoordeling ”meer regie” Vervolg

1 Inleiding Het ontwikkelproces van de Omgevingsvisie Barendrecht en het maken van de beoogde structurerende keuzes voor de korte termijn en richtinggevende keuzes voor de lange termijn, wordt ondersteund door het bepalen van de effecten van deze keuzes op de leefomgeving. De procedure van de milieueffect rapportage (MER) vormt hiervoor de kapstok. Met de voorliggende Notitie Reikwijdte en Detailniveau geven wij aan welke effecten en welke alternatieven in de MER worden onderzocht (‘reikwijdte’), de manier waarop en met welke diepgang (‘detailniveau’). In deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau leest u achtereenvolgens: Een nadere toelichting en onderbouwing van het gebruik van de milieueffectrapportage en de Nota Reikwijdte en Detailniveau (in hoofdstuk 2). Een beschrijving van de opgaven en toekomstbeelden voor Barendrecht op basis waarvan de Omgevingsvisie Barendrecht wordt vormgegeven (in hoofdstuk 3) De thema’s en wijze van beoordeling van de effecten op de leefomgeving in het milieueffectrapport (in hoofdstuk 4); Informatie over de procedure van en inspraak op deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hoofdstuk 5). 2. Naar een Omgevingsvisie Barendrecht 2.1 De opgave Grote opgaven vragen om regie in ruimtelijke ordening en om een herijkte visie. Het werelddorp Barendrecht kent grote opgaven en gaan over de hele leefomgeving.

Om toekomstbestendig en aantrekkelijk te blijven zijn keuzes nodig. Urgente maatschappelijke opgaven, zoals beschermen van het bodem- en watersysteem, klimaatverandering, cultureel erfgoed, natuurherstel, de verduurzaming van de energievoorziening, de omschakeling naar een circulaire economie, mobiliteit, ruimte voor werken, recreëren en voldoende en betaalbare woningen vragen stuk voor stuk om meer ruimte. In de Omgevingsvisie Barendrecht maakt Barendrecht samenhangende keuzes om een zo goed mogelijke kwaliteit van de leefomgeving voor alle inwoners te waarborgen. We beginnen uiteraard niet bij nul, waar mogelijk wordt het bestaande beleid doorgezet. Daarnaast gaan we uit van de structurerende keuzes, zoals die gemaakt worden in de lopende programma’s. De Omgevingsvisie Barendrecht richt zich in eerste instantie op 2040 waarbij voor de periode daarna de Omgevingsvisie Barendrecht wordt geactualiseerd. De richtinggevende uitspraken bouwen logisch voort op de lopende programma’s, maar bieden omgekeerd ook de mogelijkheid om de keuzes uit de programma’s op hun lange termijn doorwerking te toetsen en te borgen. De richtinggevende uitspraken in de Omgevingsvisie Barendrecht zullen gezien de langere planhorizon minder concreet zijn. De Omgevingsvisie Barendrecht geeft de mogelijkheid, de “haakjes” om één en ander uit te werken in programma’s.

2.2 Een visie op heel Barendrecht De Omgevingsvisie Barendrecht zal in ieder geval uit de volgende ingrediënten bestaan: Een Visie, met beschrijving van de opgaven, de context waarin we werken en het overkoepelende verhaal over de ontwikkeling van Barendrecht op langere termijn. In dit deel van de Omgevingsvisie Barendrecht worden ook de belangrijke keuzes en richtinggevende uitspraken in samenhang beschreven, net als de rol van de gemeente in de ruimtelijke ontwikkeling van Barendrecht. De keuzes en richtinggevende uitspraken uit de visie worden uitgewerkt in een ruimtelijke hoofdstructuur. Hierin laten we op kaartbeelden zien op welke wijze we de ruimtelijke opgaven plek kunnen bieden. De ruimtelijk hoofdstructuur kent ook per opgave ruimtelijke principes voor de uitvoering. De Omgevingsvisie Barendrecht sluit af met een Uitvoeringsparagraaf waarbij onder andere ingegaan wordt op samenwerking, inzet van wettelijke instrumenten en investeringen en de wijze waarop we de nota monitoren, evalueren en rapporteren over de voortgang van uitvoering.

Dit binnen een bestaande fysieke leefomgeving met waarden en karakteristieken. Hierbij is het wateren bodemsysteem sturend voor de te maken keuzes, in balans met de andere opgaven, zoals de woonopgave en toekomstbestendige transities ten aanzien van energie, grondstoffen, circulaire economie en verkeer en vervoer. 2.3 Nieuw beleid In de Omgevingsvisie Barendrecht brengen we ook nieuwe keuzes en beleid, volgend uit de programma’s, samenhangend bijeen. De programma’s en uitwerkingen kunnen leiden tot dilemma’s en conflicterende keuzes. De Omgevingsvisie Barendrecht zal daar richting aan gaan geven, de gemeenteraad maakt keuzes indien opgaven elkaar ruimtelijk in de weg zitten of wanneer de ruimtelijke kwaliteit hier om vraagt. Water en bodem sturend voor ruimtelijke plannen In het ruimtelijk beleid zullen water en bodem sturend zijn. Vanuit een eeuwenoud geloof in de maakbaarheid van het land, en geholpen door de voordelen van technologie, hebben we het landschap en de ondergrond de afgelopen eeuwen naar onze hand gezet. Dit heeft veel gebracht, maar de kwalijke gevolgen hiervan zijn duidelijk zichtbaar: wateroverlast, bodemdaling, verdroging, bodem- en waterverontreiniging, hittestress en biodiversiteitsverlies. Deze worden, nu en in de toekomst, versterkt door klimaatverandering.

Om op de lange termijn te komen tot een duurzame, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, moet weer ‘geluisterd’ worden naar wat de bodem en het water ‘te vertellen hebben’. Het afstemmen van ruimtelijke keuzes over woningbouw, energietransitie, natuur, landbouw, infrastructuur en economie op de staat en de kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water, leidt tot een meer toekomstbestendige ruimtelijke inrichting. Borging van samenhang Het realiseren van samenhang in al de beleidsontwikkelingen loopt via de Omgevingsvisie Barendrecht. Bij de uitvoering van de integrale effecten analyse worden ook maatschappelijke randvoorwaarden, beleid van andere overheidslagen, buurgemeenten en andere opgaven betrokken gebaseerd op de geformuleerde randvoorwaarden. 2.4 Structurerende keuzes voor de korte termijn en richtinggevende uitspraken voor de lange termijn Ruimtelijke ordening gaat in essentie over het verdelen van schaarste. Het is daarmee niet alleen een technische opgave, maar vooral ook een verdelingsvraagstuk. Daarbij kunnen het recht van de sterkste of “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” niet leidend zijn. Met de Omgevingsvisie Barendrecht pakken we de regierol in het ruimtelijk domein op. In de Omgevingsvisie Barendrecht worden keuzes ten aanzien van de leefomgeving in samenhang gepresenteerd met kaartbeelden.

In het milieueffectrapport (MER) wordt van dit samenhangende pakket en op basis van de integrale effect analyse de voorkeursvariant bepaald wat de effecten en de beoordeling zijn. 3 Milieueffectrapportage en integrale effectanalyse voor de Omgevingsvisie Barendrecht 3.1 Verplichting voor een MER-procedure De Omgevingsvisie Barendrecht vormt na vaststelling het kader voor toekomstige besluiten over plannen en activiteiten, die mogelijk gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Voor dergelijke plannen moet de procedure van de milieueffectrapportage worden doorlopen, in dit geval de zogenaamde ‘planMER-procedure’. De wettelijke basis voor deze procedure vormt de Omgevingswet. De MER-procedure is altijd juridisch gekoppeld aan een zogenaamde ‘moederprocedure’. In dit geval is dat de vaststelling en goedkeuring van de Omgevingsvisie Barendrecht. Dit betekent dat het MER moet worden opgesteld als onderbouwing voor de ter inzage legging van de ontwerp-Omgevingsvisie Barendrecht. Parallel wordt voor de Omgevingsvisie Barendrecht ook een zogenaamde ‘passende beoordeling’ in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Met de passende beoordeling wordt getoetst of significante negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden worden verwacht als gevolg van de (nieuwe) beleidskeuzes.

Naast de uitkomsten uit het participatieplan bij het MER vindt er ook een integrale effect analyse plaats. Waar de MER ziet op de bovenste helft van het Rad van de Leefomgeving wordt in de IEA de uitkomsten uit de MER aangevuld met de onderwerpen uit het onderste gedeelte van het rad waardoor de integrale afweging duidelijk in beeld komt. Uiteindelijk zal de Omgevingsvisie Barendrecht een samenhangend pakket aan ruimtelijke keuzes en beleidsvoornemens bevatten dat richting geeft aan de ruimtelijke ontwikkeling van Barendrecht. De gevolgen van deze zogenoemde ‘Voorkeursvariant’ worden in het MER op alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving onderzocht. Dit gaat vergezeld van diverse aanbevelingen, kansen en risico’s en wordt breder beoordeeld in de IEA. 3.2 Doel van de MER-procedure en IEA De MER-procedure en het op te stellen MER en de Integrale Effect Analyse (IEA) dienen ter ondersteuning van de visievorming én de besluitvorming over het nieuwe omgevingsbeleid in de Omgevingsvisie Barendrecht, en de structurerende keuzes en richtinggevende uitspraken die hierin worden genomen. Het belang van de fysieke leefomgeving wordt daardoor zo vroeg mogelijk meegenomen bij de planvoorbereiding. Zo wordt gezorgd dat beslisinformatie over mogelijke effecten op de leefomgeving gaandeweg het proces wordt benut om tot weloverwogen keuzes te komen.

3.2 Inhoud van de MER- en de IEA procedure In de MER-procedure staan twee elementen centraal. Als eerste inzicht in de effecten van het plan op de fysieke leefomgeving. Hiervoor is het noodzakelijk te weten wat de huidige staat van de fysieke leefomgeving is (een zogenaamde ‘leefomgevingsfoto’) en welke trends, ontwikkelingen en het huidige beleid hierop van invloed zijn en hoe de fysieke leefomgeving er uit ziet als het beleid ongewijzigd wordt voortgezet (dit is de referentiesituatie). Als tweede betreft dit inzicht in mogelijke alternatieven om (nieuwe) beleidsdoelstellingen te realiseren. Deze alternatievenafweging staat centraal in dit op te stellen MER voor de Omgevingsvisie Barendrecht. 3.3 Werkwijze om te komen tot MER en de IEA De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is de eerste stap om te komen tot een milieueffectrapport (MER) voor de visie. In deze NRD geven wij aan waarom een MER verplicht is en op welke wijze de leefomgevingseffecten van keuzes van de Omgevingsvisie Barendrecht inzichtelijk worden gemaakt. Ook is beschreven welke thema’s van de fysieke leefomgeving centraal staan. Betrokken bestuursorganen, wettelijke adviseurs en de Commissie voor de milieueffectrapportage zullen op basis van deze notitie advies geven over het op te stellen MER.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in de ruimtelijke ordening het begrip ‘fysieke leefomgeving’ geïntroduceerd. In de Omgevingswet is geen definitie opgenomen van dit begrip. De wet omschrijft echter wel wat het begrip in ieder geval omvat, namelijk bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. In het MER bij de Omgevingsvisie Barendrecht gebruiken we voor het beschrijven van de effecten en de beoordeling daarvan het ‘Rad van de Leefomgeving’. Hierbij gaan we bij de beoordeling in de IEA uit van de eerder geformuleerde randvoorwaarden op alle terreinen.

3.4 Het proces en de procedure van deze milieueffectrapportage Procedure rondom MER De MER-procedure kent een aantal verplichte stappen. Deze lopen zo veel mogelijk gelijk op met de procedurele stappen voor de Omgevingsvisie Barendrecht. Een gedetailleerde planning is uitgewerkt in het document ‘routekaart’ Omgevingsvisie. -

Openbare kennisgeving start project Omgevingsvisie Barendrecht Ter inzage legging concept NRD en concept Participatieplan Opstellen planMER Opstellen IEA Vrijgave en ter inzage planMER en IEA Toetsing commissie MER Vasstelling Omgevingsvisie Barendrecht inclusief planMER

-

Openbare kennisgeving De eerste formele stap is een openbare kennisgeving. Via deze kennisgeving wordt eenieder geïnformeerd over het voornemen van het college van burgemeester en wethouders om de Omgevingsvisie Barendrecht voor te bereiden en vast te gaan stellen. Om meer inhoud en context te geven aan dit voornemen, is deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld.

-

Ter inzage legging Notitie Reikwijdte en Detailniveau en concept participatieplan Na publicatie van de openbare kennisgeving rond de ter inzage legging kan een ieder een zienswijze sturen op de inhoud van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en het concept participatieplan. De wettelijke adviseurs, betrokken bestuursorganen en de Commissie MER kunnen ook hun advies geven over hetgeen in het MER onderzocht moet worden. De zienswijzen en adviezen die zijn ontvangen worden na beoordeling al dan niet meegenomen

-

-

-

in de uitvoering van de milieueffectrapportage. In het MER wordt aangegeven hoe met de adviezen en ingebrachte zienswijzen is omgegaan. Opstellen planMER en IEA Op basis van deze notitie reikwijdte en detailniveau, de eerste concepten van de Omgevingsvisie Barendrecht en de ingewonnen zienswijzen en adviezen wordt het MER en de IEA opgesteld. Vrijgave en ter inzage legging MER en IEA samen met ontwerp-Omgevingsvisie Barendrecht Het MER en IEA wordt gelijktijdig ter inzage gelegd met de ontwerp-Omgevingsvisie Barendrecht. Op de documenten kan eenieder zienswijzen naar voren brengen volgens de zienswijzeprocedure. Ook zal er een toetsing door de Commissie voor de MER plaatsvinden over het MER. Vaststellen Omgevingsvisie Barendrecht De gemeenteraad stelt uiteindelijk de Omgevingsvisie Barendrecht vast. Hierbij wordt vermeld op welke wijze rekening is gehouden met de milieueffectrapportage en met de zienswijzen en adviezen.

4 De aanpak 4.1 Uitgangspunten voor de aanpak De aanpak van de Omgevingsvisie Barendrecht bevat vier uitgangspunten, die centraal staan in het proces. Deze uitgangspunten zijn: Bevolkingsgroei en veranderende leefstijlen Economische groei Energietransitie Klimaatverandering 4.2 Scope van de Omgevingsvisie Barendrecht Rond de scope en inhoud van de Omgevingsvisie Barendrecht bezien we de volgende punten: Analyse en opgave Welke grote opgaven spelen er In welke context plaatsen we deze Visie Omgevingsvisie Barendrecht voor 2030 en verder in woord en kaartbeelden Integratie van de verschillende perspectieven Vertaling in ruimtevraag Ruimtelijke vertaling naar hoofdstructuren Uitwerking van de perspectieven Vertaling in beleid Omschrijving huidig beleid Nieuw beleid Doorwerking en uitvoering Samenwerkingsverbanden Uitwerking in programma’s Toe te passen instrumentarium Monitoring, evaluatie en rapportage 4.3 Beoordeling en vergelijking Het planMER en de IEA laat zien wat de effecten zijn van keuzes die we vastleggen in de Omgevingsvisie Barendrecht. Dat gebeurt door het verschil in beeld te brengen tussen de effecten van de diverse varianten. Daarmee geeft het planMER en de IEA straks onderbouwing van de keuzes

en inzicht in de relatieve effecten. Hierdoor worden de impact en reikwijdte van keuzes uit de Omgevingsvisie Barendrecht duidelijk integraal zichtbaar. Het is dus belangrijke beslisinformatie. Opbouw Varianten De varianten zijn voorstelbare toekomsten voor onze gemeente. Het zijn geen scenario’s in de zin dat ze uitgaan van heel verschillende trends of sectorale opgaven. Het zijn ruimtelijke vertalingen van verschillende beleidskeuzen bij dezelfde sectorale opgaven, waarbij we Onder andere uitgaan van een bepaalde bandbreedte in bevolkingsontwikkeling en economische groei. De varianten laten zien hoe verschillende mogelijke beleidskeuzes voor de sectorale opgaven in samenhang uitpakken en hoe robuust ze zijn. De varianten laten uitdrukkelijk geen gecommitteerde beleidskeuzes zien. Ze hebben als doel de effecten van mogelijke beleidskeuzes inzichtelijk te maken. Daarbij gaat het om zowel positieve als negatieve effecten. Om een goede vergelijking in het planMER en de IEA mogelijk te maken zijn de varianten onderling voldoende onderscheidend gemaakt. 4.4 Naar een voorkeursvariant De voorkeursvariant bevat de keuzes en richtingen die de gemeente wil nemen en vastlegt in de Omgevingsvisie Barendrecht. De keuzes en uitwerking in programma’s en de ruimtelijke voorstellen vormen hiervoor belangrijke input.

De voorkeursvariant is zeker voor de richtinggevende uitspraken voor de langere termijn het resultaat van de afweging die gemaakt wordt op basis van de integrale effecten van de varianten. 5 Thema’s en wijze van beoordeling 5.1 Beoordeling van de effecten Voor de Omgevingsvisie Barendrecht is het Rad van de leefomgeving geïntroduceerd als integraal instrument om de effecten op alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving in beeld te brengen. In het MER voor de Omgevingsvisie Barendrecht, gebruiken we dit ‘Rad’ als instrument om effecten in beeld te brengen. Dit betekent dat de foto van de leefomgeving, op met name de bovenste helft van het rad ingaat. Bij de IEA worden de resultaten uit de MER gespiegeld met de onderwerpen uit het onderste deel van het rad waardoor er een integrale afweging plaatsvindt. Thema’s binnen het Rad van de Leefomgeving Het Rad van de Leefomgeving sluit aan bij de Omgevingswet. De doelstelling van de Omgevingswet bestaat uit het beschermen van de fysieke leefomgeving en het vervullen van maatschappelijke behoeften. In het Rad is dit uitgewerkt in vier hoofdthema’s: 1. Veilige en gezonde fysieke leefomgeving 2. Goede omgevingskwaliteit 3. Woonomgeving 4. Economische omgeving In het MER voor de Omgevingsvisie Barendrecht en de IEA wordt deze indeling gehanteerd als hoofdstructuur.

Over het algemeen geldt dat de beoordelingen in het MER hoofdzakelijk gericht zijn op ‘de bovenste helft’ van het Rad (“veilige en gezonde fysieke leefomgeving” en “goede omgevingskwaliteit”). Dit komt doordat de afwegingen in het kader van de Omgevingsvisie Barendrecht ook hoofdzakelijk gericht zijn op de fysieke leefomgeving. De uitwerking van de keuzes heeft weliswaar effecten op aspecten uit de onderste helft van het rad, maar de benodigde milieuinformatie voor het nemen van een goed gewogen besluit over de inhoud van de Omgevingsvisie Barendrecht is voornamelijk opgenomen in de bovenste helft van het rad. Bij de IEA worden beide delen integraal samengevoegd en beoordeeld.

In het MER worden effecten beschouwd op het niveau van de hoofdthema’s, waarvoor alle indicatoren worden beschouwd. Daarbij wordt ingezoomd op bepalende effecten, kansen en risico’s. Thema’s en indicatoren waarvoor effecten, kansen of risico’s niet noemenswaardig zijn, worden niet expliciet uitgelicht. Effectbepaling op basis van expert judgement De effectbepaling vindt plaats op basis van expert judgement. Bij het beschouwen en beschrijven van effecten wordt pragmatisch omgegaan met overlap en relaties tussen indicatoren; sommige indicatoren kennen onderlinge relaties en kunnen onder meerdere perspectieven of aspecten worden beschouwd. Uitgangspunt is dat effecten maar op één plek worden beschouwd en dat daarbij op die plek ook wordt ingegaan op eventuele relaties en indirecte effecten. Validatie van de uitkomsten De validatie van de uitkomsten vinden bij een tweetal organisatieonderdelen plaats te weten: • Validatie en aanscherping door andere afdelingen; • Validatie en aanscherping door het begeleidingsteam Omgang met indicatoren waarvan meetgegevens niet of onvoldoende voorhanden zijn Voor enkele indicatoren is er geen of weinig informatie is over de huidige staat.

Waar relevant (als geen uitspraken over effecten gedaan kunnen worden in het MER) zal in overleg met het begeleidingsteam bepaald worden of en hoe een indicator vanuit het Rad van de leefomgeving aangepast of vernieuwd moet worden. Vooralsnog is niet voorzien dat eventueel ontbrekende data leiden tot beperkingen in de effectbeoordeling. De effecten van de varianten worden, net als de Leefomgevingsfoto van de huidige situatie beoordeeld op alle thema’s van de fysieke leefomgeving (zie vorige paragraaf). Per hoofdthema en thema wordt beschreven en beoordeeld of een toekomstbeeld een positieve of negatieve bijdrage levert aan de verwachte beoordeling van de referentiesituatie, en of dat bepaalde risico’s en/of kansen groter of kleiner worden. De varianten zijn op hoofdlijnen geformuleerd. Het is daarom evident dat de effectbeschrijving en beoordeling niet de pretentie hebben om bepaalde effecten concreet te kunnen duiden. De effectbeoordeling op hoofdlijnen moet dan ook meer in de vorm van ‘kansen op positieve of negatieve effecten’ gezien worden. Deze beoordeling vindt plaats op een meer traditionele manier met plussen en minnen waarbij het volgende kader wordt gehanteerd.

De ontwerp-Omgevingsvisie Barendrecht zal een samenhangend pakket aan structurerende keuzes en beleidsrichtingen bevatten. In het IEA wordt van dit samenhangende pakket (‘de voorkeursvariant)

bepaald wat de effecten en de beoordeling is. Waar mogelijk wordt per beleidskeuze inzichtelijk gemaakt wat de mogelijke impact is. Dit vindt plaats op dezelfde wijze als de huidige situatie. Ten behoeve van de beoordeling van de effecten wordt in het IEA een categorisering aangebracht in de wijze van effect beoordelen. Er is onderscheid gemaakt in keuzes die een voortzetting van bestaand beleid betreffen, concrete besluiten die leiden tot uitvoering, principiële beleidskeuzes die richting geven aan de uitvoering van het beleid én procesmatige besluiten.

5.2 Inzicht in de kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie en referentiesituatie Het MER zal voor de bepaling van de effecten gebruik maken van de huidige Situatie. Voor de waardering van de huidige staat van de leefomgeving wordt gebruik gemaakt van een vijfpuntsschaal.

5.3 Beoordeling ‘meer regie’ Met de Omgevingsvisie Barendrecht neemt de gemeente meer regie op de ruimtelijke ontwikkeling van Barendrecht. In de beoordeling van de varianten, keuzes en richtingen, wordt een indicatie gegeven van de mate waarop deze regie de impact mogelijk versterkt of verzwakt. Dit zal gebeuren op basis van een eenvoudige driepuntsschaal met toelichting op basis van de uitgangspunten uit de sturingsfilosofie. Dit zal ook zeer indicatief zijn, omdat de wijze van invulling én de samenhang van deze regie met de sturing op andere niveaus én autonome ontwikkeling, sterk bepalend zijn voor de uiteindelijke impact.

6.0 Vervolg Aan de hand van de uitkomsten en de ter visie legging van de concept-Omgevingsvisie, PlanMER en IEA en de verwerking van mogelijke zienswijzen wordt het geheel ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad . Met de vaststelling zijn de kaders geschetst waaraan toekomstige omgevingsplannen moeten gaan voldoen. Daarnaast zijn de kaders geschetst voor mogelijke sleutelprojecten. Het verdere traject om tot een defintieve omgevingsvisie te komen is uitgewerkt in het document ‘Routeplan Omgevingsvisie’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16568508/1