2025-079512 Bijlage 1 Concept Participatieplan Omgevingsvisie
Tekst van het document
Participatieplan Omgevingsvisie
Inhoudsopgave Participatieplan omgevingsvisie ............................................................................................ 1 1. Omgevingsvisie en participatie .......................................................................................... 3 1.1 Waarom een omgevingsvisie? ..................................................................................... 3 1.2. Wat is de omgevingsvisie? ......................................................................................... 3 1.3. We maken een visie voor heel Barendrecht ................................................................ 3 1.4. Participatie is een verplicht onderdeel bij het maken van de omgevingsvisie. ............. 3 1.5. Uitgangspunten participatie ........................................................................................ 4 1.6. Wat is geslaagde participatie? .................................................................................... 4 1.7. Sturingsfilosofie .......................................................................................................... 4 2 Kaders uit het participatiebeleid ......................................................................................... 6 2.1. Regels: ....................................................................................................................... 6 2.2.
Stappen: ..................................................................................................................... 6 2.3. Beoordeling in het kader van de motiveringsplicht ...................................................... 7 3. Hoe gaan we participeren? ............................................................................................... 9 3.1. Uitgangspunten participatieproces .............................................................................. 9 3.2. Participatie vormen en doelgroep benadering ........................................................... 10 3.3. Overzicht te benaderen participanten ....................................................................... 12 3.4. Eerdere participatie .................................................................................................. 12 3.5. Gespreksagenda ...................................................................................................... 12 4. Participatiemomenten ..................................................................................................... 13 4.1 Informatiebijeenkomst................................................................................................ 13 4.2 Openbare kennisgeving en consultatie ......................................................................
13 4.3 Barendrecht in beeld ................................................................................................. 13 4.4 PlanMER ................................................................................................................... 14 4.5 Resultaten plan MER en concept omgevingsvisie ter inzage en zienswijzeprocedure 14 5. Na vaststelling................................................................................................................. 15 6. Bijlagen ........................................................................................................................... 16
2
1. Omgevingsvisie en participatie 1.1 Waarom een omgevingsvisie? Sinds 1 januari 2024 geldt de nieuwe Omgevingswet. In deze wet zijn oude regels over de fysieke leefomgeving samengevoegd en aangevuld. De fysieke leefomgeving is de ruimte waarin we wonen, werken en leven, inclusief natuurlijke en door de mens gemaakte elementen. De Omgevingswet heeft zes belangrijke onderdelen die kerninstrumenten worden genoemd. De Omgevingsvisie is één van die kerninstrumenten. 1.2. Wat is de omgevingsvisie? De Omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel van de nieuwe wet. Hierin beschrijft de gemeente hoe de leefomgeving er in de toekomst uit moet zien en welke doelen zij daarvoor heeft. Elke gemeente, provincie en het Rijk maakt een omgevingsvisie voor hun eigen gebied. Voor de Omgevingswet waren er vaak meerdere plannen naast elkaar. Nu is er nog maar één plan. Dit maakt het beleid duidelijker en beter op elkaar afgestemd. 1.3. We maken een visie voor heel Barendrecht Voor gemeente Barendrecht maken we een eigen omgevingsvisie voor 1 januari 2027.In de gemeentelijke omgevingsvisie maken we keuzes over de indeling van de fysieke leefomgeving. Deze keuzes helpen om de doelen en wensen te bereiken en om Barendrecht fijn en leefbaar te houden. Zo willen we graag het dorpse karakter, de energie en de trots van Barendrecht behouden.
Het maken van deze keuzes is erg belangrijk, omdat er veel nieuwe uitdagingen op het dorp af komen en de ruimte beperkt is. 1.4. Participatie is een verplicht onderdeel bij het maken van de omgevingsvisie. Een belangrijk onderdeel van het maken van de omgevingsvisie is het betrekken van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden, ofwel participatie. De Omgevingswet moedigt dit aan door de zogeheten motiveringsplicht. De motiveringsplicht betekent dat er, door de overheid die beslist, moet worden uitgelegd hoe de belanghebbenden zijn betrokken bij de voorbereiding van een besluit. De gemeente Barendrecht heeft haar participatiewerkwijze vastgelegd in het ‘Participatiebeleid Omgevingswet’. Daarom leggen we in dit document uit hoe de belanghebbenden van Barendrecht worden betrokken bij het opstellen van onze omgevingsvisie. 3
1.5. Uitgangspunten participatie Bij het maken van de omgevingsvisie is het belangrijk om inwoners, organisaties en andere betrokkenen mee te laten denken over de toekomst van Barendrecht. Dit draagt bij aan het maken van een visie die compleet is en breed gedragen wordt. De manier waarop de belanghebbenden kunnen meedenken moet goed worden geregeld. Het moet duidelijk zijn waarover het gaat en op welke manier er meegedacht kan worden. Een goed participatieproces maakt duidelijk wat mensen kunnen verwachten, waar ze over mee kunnen denken en wat al vaststaat. Hiermee worden misvattingen over de participatie over de omgevingsvisie zoveel mogelijk voorkomen. Tijdens het participeren kan het voorkomen dat betrokkenen verschillende wensen hebben. Er moeten dan keuzes gemaakt worden. Bij het maken van deze keuzes wordt gekeken naar wat het beste is voor iedereen. Helaas is het niet altijd mogelijk om iedereen helemaal tevreden te stellen. In een participatieverslag zijn de uitkomsten van de participatie terug te lezen met eventuele motivering voor keuzes. 1.6. Wat is geslaagde participatie? De participatie is goed gelukt als we verschillende groepen mensen hebben kunnen bereiken en reacties van hen hebben opgehaald. Want met hun reacties kunnen we betere keuzes maken op basis van informatie die we anders misschien zouden missen.
We ontdekken wat er speelt en waar extra aandacht nodig is. Ook kunnen we meteen checken of de gemeentelijke visie klopt met wat de inwoners, bedrijven en andere betrokkenen belangrijk vinden. Geslaagde participatie betekent niet dat alle wensen worden overgenomen. Het betekent wel dat de juiste mensen op een passende manier zijn betrokken en dat er duidelijk wordt teruggekoppeld hoe met hun inbreng is omgegaan. Zo staat het voeren van een goed gesprek centraal, ook als niet iedereen het eens is met de uitkomst. Het is daarnaast belangrijk dat er goed gecommuniceerd wordt over de beslissing die uiteindelijk genomen is en waarom deze is gemaakt. 1.7. Sturingsfilosofie De sturingsfilosofie vormt het kader voor hoe wij beleid maken en uitvoeren. Ook voor participatie met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is dit richtinggevend. De belangrijkste uitgangspunten die wij daarbij hanteren zijn: •
Samenwerken, mét de samenleving: participatie is een waarin bewoners en ondernemers vanaf het begin kunnen meedenken en bijdragen. 4
•
• • •
Opgaven en doelen centraal: gesprekken met de samenleving gaan niet alleen over oplossingen, maar vooral over de vraag welke opgaven en ambities we samen willen oppakken. Gebieds- en themagericht werken: participatie sluit aan bij de specifieke kenmerken van een wijk, dorp of thema (zoals energie, mobiliteit, klimaat). Adaptief werken: participatie is geen eenmalige stap, maar een doorlopend proces waarin we leren, bijstellen en opnieuw in gesprek gaan. Haalbaarheid voorop: ideeën uit participatie worden altijd getoetst op uitvoerbaarheid, zodat verwachtingen realistisch blijven en resultaten zichtbaar worden.
Op deze manier helpt de sturingsfilosofie ons om participatie gestructureerd, transparant en effectief te organiseren. Bewoners en ondernemers weten waar hun inbreng landt, en wij zorgen ervoor dat hun bijdrage wordt meegenomen bij het opstellen van de omgevingsvisie.
5
2 Kaders uit het participatiebeleid We volgen de regels en stappen uit ons lokale participatiebeleid. Op deze manier zorgen we ervoor dat ieder participatietraject aan een aantal randvoorwaarden voldoet en het proces herkenbaar is. Voor het maken van de omgevingsvisie hanteren wij de volgende regels: 2.1. Regels: 1. Voorafgaand aan het opstellen of wijzigen van de omgevingsvisie stellen we een participatieplan op. Met dit document geven wij daar invulling aan. 2. In dit participatieplan wordt het doel van de participatie bepaald, welke participanten er betrokken worden en hoe de participatie wordt vormgegeven en wanneer. 3. Voor de omgevingsvisie is raadplegen het minimale participatieniveau. Zie voor meer informatie over de participatieniveaus het kopje doelgroepenbenadering. 4. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie lichten we in een participatieparagraaf toe hoe inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn betrokken bij de voorbereiding en de totstandkoming van de omgevingsvisie, en wat de resultaten daarvan zijn (motiveringsplicht). 2.2. Stappen: Op basis van de volgende stappen hebben wij dit participatieplan opgesteld en voeren wij dat uit: Stap 1. Bepaal wat de impact is van de omgevingsvisie. In deze stap onderzoeken we welke invloed de omgevingsvisie heeft op de leefomgeving, inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen.
We kijken naar de verwachte veranderingen in de fysieke leefomgeving, zoals ruimtegebruik, duurzaamheid, mobiliteit en leefkwaliteit. Dit helpt om te bepalen welke thema’s en belangen extra aandacht vragen in het participatieproces. Stap 2. Bepaal wie welke invloed heeft op de omgevingsvisie. Hier brengen we in kaart welke partijen betrokken zijn bij de totstandkoming van de omgevingsvisie en welke invloed zij kunnen uitoefenen. We onderscheiden wie kan meedenken, meewerken of meebeslissen. Op basis hiervan bepalen we de rol en mate van invloed van inwoners, organisaties, bedrijven en bestuurlijke partners binnen het participatieproces. Stap 3. Stel vooraf een participatieplan op. Het participatieplan bevat de volgende onderdelen: 6
3.1 Het bepalen van de participatiefase 3.2 Benoem het doel van de participatie 3.3. Bepaal waarover de gemeente in gesprek wil gaan. 3.4. Breng participanten in kaart 3.5. Breng de middelen in kaart en regel budget hiervoor 3.6. Bepaal wat de gemeente doet met de uitkomsten van de participatie 3.7. Omschrijving van de participatie Stap 4. Stel een participatieverslag op (motiveringsplicht) Het participatieverslag dient als basis om te bepalen of de participatie geslaagd is. Dit verslag nemen we op in de participatieparagraaf van de omgevingsvisie. Hiermee wordt voldaan aan de motiveringsplicht van het participatietraject. 2.3. Beoordeling in het kader van de motiveringsplicht Aan de hand van de volgende beoordelingscriteria wordt het participatieverslag beoordeeld. De criteria zijn vastgelegd in het participatiebeleid. Als onderdeel van de motiveringsplicht wordt bekeken of de onderstaande punten zijn meegenomen in het proces. Dit wordt gemotiveerd in het participatieverslag. Beoordeling participatie
In hoeverre is er nagedacht over de ruimtelijke en maatschappelijke impact?
Is er gekozen voor een specifiek niveau van de participatieladder? Is deze keuze onderbouwd?
Sluit de participatie beschreven in het participatieverslag aan het participatieplan?
Onvoldoende
De gemeente heeft de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen voor betrokkenen niet onderzocht of onvoldoende beschreven.
Er is geen onderbouwde keuze gemaakt voor een niveau van de participatieladder, of de participatieladder is onjuist toegepast.
Er is geen verslaglegging van de participatie of de participatie wijkt op meerdere punten zeer af van het participatieplan zonder onderbouwing hiervoor.
Voldoende
Het is in grote lijnen duidelijk wat de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen zijn voor betrokkenen.
Er is een keuze gemaakt voor een niveau van de participatieladder en deze is toegepast in het plan.
Er is een verslag waaruit in grote lijnen blijkt dat de participatie aansluit bij het participatieplan. Voor afwijkingen van het plan wordt een onderbouwing gegeven.
Goed
De gemeente heeft de belangrijkste ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen voor
Er is een onderbouwde keuze gemaakt voor een specifiek niveau van de participatieladder. Het niveau wat is gebruikt, is
De participatie is weergegeven in een volledig verslag en sluit aan bij het participatieplan. Afwijkingen van het plan
7
Uitstekend
betrokkenen beschreven.
geschikt voor de impact van het plan.
worden goed onderbouwd.
De gemeente heeft een breed en volledig beeld van de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen voor betrokkenen gegeven.
Er is een onderbouwde keuze gemaakt waarom een specifiek niveau van de participatieladder is toegepast. Het niveau wat is gebruikt, is geschikt voor de impact van het plan En er is een volledige motivering voor de keuze van de participatietrede.
Er is een volledig verslag van participatie en de resultaten leiden tot verdere stappen. De inbreng van betrokkenen is in kaart gebracht en gemotiveerd. Het is duidelijk wat de inbreng toevoegt aan het plan.
8
3. Hoe gaan we participeren? Om de participatie over de omgevingsvisie goed te regelen is nagedacht over de aanpak. De uitgangspunten hiervoor worden in dit hoofdstuk uitgelegd. Daarnaast vertellen we ook op welke momenten geparticipeerd kan worden. 3.1. Uitgangspunten participatieproces We hebben een aantal afspraken gemaakt voor het goed uitvoeren van het participatieproces. Deze afspraken vormen de uitgangspunten van het proces. Deze zijn als volgt: 1. Voor iedereen We nodigen iedereen uit om in gesprek te gaan over de toekomst van de gemeente. Alle belanghebbenden van Barendrecht krijgen de mogelijkheid om mee te doen. We proberen veel verschillende doelgroepen te bereiken door hen actief te betrekken. Zo krijgen we een compleet beeld van wat er speelt in Barendrecht. We geven extra aandacht aan de manier waarop wordt gecommuniceerd, omdat we het belangrijk vinden dat iedereen het kan begrijpen. Waar mogelijk gebruiken we ook afbeeldingen die het verhaal duidelijker maken. We werken open en toegankelijk, zodat iedereen gemakkelijk contact met ons kan opnemen. 2. Actieve benadering We gebruiken verschillende manieren om mensen te bereiken. Hierbij proberen we zo goed mogelijk te luisteren naar wat inwoners, ondernemers en andere betrokkenen belangrijk vinden. We zoeken de participatie op en zorgen ervoor de verschillende groepen mee kunnen doen.
Dit doen we op verschillende manieren, zowel online als op locatie. Zo weten mensen dat ze hun ideeën, meningen en ervaringen met ons kunnen delen. 3. Richtlijnen en mogelijkheden We leggen duidelijk uit waarover mensen kunnen meedenken. Zo maken we voor de participatie een lijst met onderwerpen waarover we kunnen praten. Deze lijst wordt ‘de gespreksagenda’ genoemd en geeft richting aan de gesprekken die worden gevoerd. Iedereen mag ideeën, reacties en meningen delen. Maar we weten ook dat niet alles mogelijk is. De ruimte in de gemeente is namelijk beperkt. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. We kijken daarom goed naar alle gedeelde ideeën, belangen en ervaringen. Hiermee kunnen we de onderwerpen van alle kanten bekijken en goede en eerlijke keuzes maken.
9
4. Heldere en zorgvuldige communicatie We willen dat het proces voor iedereen duidelijk en herkenbaar is. Daarom zorgen we dat onze berichten over het proces passen bij de huisstijl van de gemeente. Zo wordt herkend dat het berichten van de gemeente zijn. De berichten zullen steeds op dezelfde plekken worden gecommuniceerd. Daarnaast communiceren we regelmatig over wat er uit deze gesprekken is gekomen en wat we ermee hebben gedaan. Aan het einde van de participatie leggen we duidelijk uit welke keuzes we hebben gemaakt en waarom. Zo blijven de betrokkenen op de hoogte van het proces en wat er gebeurt rond de omgevingsvisie. 5. Aandacht voor betrokkenheid In dit plan houden we ruimte voor nieuwe ideeën en verbeteringen over het bereiken van de betrokkenen. Tijdens het uitvoeren van dit plan kijken we hoe we iedereen het best kunnen bereiken. Zo kijken we naar hoe we het interessant kunnen maken voor de verschillende groepen mensen om mee te doen. Op die manier kunnen we onze aanpak aanpassen en zorgen we ervoor dat iedereen zijn reactie kan geven. 6. Betrekken van de gemeentelijke organisatie Participatie betekent dat we vooral ideeën en ervaringen van belanghebbenden buiten de gemeente ophalen. Dit plan gaat daarom over hoe we deze mensen betrekken. Daarom beschrijven we hierin niet hoe de gemeente zelf wordt betrokken.
Toch speelt de gemeente wel een belangrijke rol in het proces. Daarom benoemen we wel dat zij wordt betrokken. Ambtenaren, het college en de raad kunnen namelijk op verschillende momenten meedoen. Zo zorgen we er vanaf het begin voor dat iedereen die met de visie werkt, betrokken en verantwoordelijk is. Deze uitgangspunten geven richtlijnen voor hoe we dit participatieplan uitvoeren. We leggen hiermee uit wat we belangrijk vinden en hoe we daar aandacht aan geven. Een onderdeel hiervan is het op de juiste manier betrekken van de belanghebbenden. We beschrijven in de volgende paragraaf hoe we dit gaan doen. 3.2. Participatie vormen en doelgroep benadering In deze paragraaf beschrijven we hoe we de verschillende participatie vormen gebruiken om verschillende doelgroepen te betrekken bij de omgevingsvisie van Barendrecht. Dit noemen we ook wel ‘niveaus van betrokkenheid’. Via de beslisboom in figuur 1 kiezen we voor elke doelgroep een passend participatieniveau. We inventariseren welke doelgroepen er zijn in een stakeholderanalyse. Daarna doorlopen we per doelgroep de beslisboom. Hiermee wordt duidelijk wat de rol van een doelgroep is, hoe de groep mee kan doen en wat 10
de verwachtingen zijn. In deze paragraaf leggen we de verschillende niveaus uit.
figuur 1: beslisboom uit het participatiebeleid van gemeente Barendrecht. 1. Informeren Om goed mee te kunnen denken, is het belangrijk dat je weet waar het over gaat. Daarom geven we inwoners, ondernemers en organisaties informatie over het proces en de onderwerpen. We delen deze informatie via de website van de gemeente, de lokale krant en sociale media. Later in dit participatieplan leggen we meer uit over hoe we communiceren en wanneer mensen kunnen meedoen. Doelgroepen: iedereen krijgt informatie en blijft op de hoogte. 2. Raadplegen Meedenken betekent dat we meningen, ervaringen en ideeën ophalen. Alle belanghebbenden van Barendrecht kunnen zowel online als offline meedenken. Als gemeente bepalen we uiteindelijk welke richting we op gaan. Als deze beslissing heel anders is dan wat mensen hebben ingebracht, leggen we goed uit wat de reden hiervan is. Doelgroepen: inwoners, lokale organisaties, ondernemers en bedrijven. 3. Adviseren Sommige groepen werken actief mee in dit proces. Zij helpen bij het maken van (delen van) de omgevingsvisie. Door samen te werken en actief bij te 11
dragen aan het plan, zijn zij ook deels verantwoordelijk voor het plan. Deze deelnemers geven advies aan de gemeente. De gemeente neemt uiteindelijk de beslissing. Doelgroepen: samenwerkingspartners zoals de veiligheidsregio en DCMR en andere overheden zoals de provincie. 4. Meebepalen Tijdens het proces praten we op verschillende momenten met de gemeenteraad over de omgevingsvisie. Aan het eind van het proces neemt de gemeenteraad een besluit. Doelgroepen: de gemeenteraad. 3.3. Overzicht te benaderen participanten In bijlage 3 ‘actoren participatieplan’ vind je een lijst van alle organisaties en groepen die we willen bereiken en welk niveau van participatie we daarvoor inzetten. Daar staat ook bij waarom ze belangrijk zijn en hoe ze kunnen meedenken. 3.4. Eerdere participatie Al eerder hebben inwoners en ondernemers meegedacht over de toekomst van Barendrecht. Dit gebeurde bijvoorbeeld via flitspeilingen en tijdens een ondernemersontbijt. De reacties die daaruit kwamen, gebruiken we om bij nieuwe bijeenkomsten dieper op onderwerpen in te gaan. De resultaten van deze eerdere participatie staan in bijlage 1. We hebben ons in deze bijlage beperkt tot de input op visieniveau. Participatie over inrichting van buitenruimte of concrete projecten en gebiedsontwikkeling zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. 3.5. Gespreksagenda Voor de participatie maken we een gespreksagenda.
Dit is een lijst met de belangrijkste onderwerpen van de omgevingsvisie. Het gaat om de hoofdlijnen waarover we met elkaar in gesprek gaan. De gespreksagenda helpt bij het organiseren van goede gesprekken. Het geeft richting en invulling door duidelijk te maken welke thema’s openstaan voor inbreng. Zo weten inwoners, organisaties en partners waar zij invloed op kunnen hebben. De agenda biedt ook houvast voor de gemeente. Door te werken met duidelijke onderwerpen wordt het gesprek overzichtelijk en gestructureerd. Tegelijk blijft er ruimte voor nieuwe ideeën en aandachtspunten die deelnemers zelf inbrengen.
12
De gespreksagenda is dus geen dichtgetimmerd plan, maar een hulpmiddel om samen tot een breed gedragen visie te komen. De hoofdlijnen van de gespreksagenda zijn los uitgewerkt en staan beschreven in bijlage 2.
4. Participatiemomenten In deze paragraaf vertellen we op welke verschillende momenten er geparticipeerd kan worden. Deze momenten passen bij de stappen die we nemen voor het maken van de omgevingsvisie. Hieronder staan de verschillende participatiemomenten uitgelegd. Deze staan in volgorde van het proces voor het maken van de omgevingsvisie. We starten tijdig met communiceren over de omgevingsvisie en de verschillende participatiemomenten zodat er voldoende voorbereidingstijd is. 4.1 Informatiebijeenkomst Het doel: Mensen informeren over de aanpak, uitleg geven over hoe ze kunnen meedoen en de eerste reacties ophalen over de ideeën voor de omgevingsvisie. De aanpak: Tijdens de bijeenkomst krijgen deelnemers uitleg over het proces en hun rol daarin. De gespreksagenda en de bouwstenen van de omgevingsvisie worden toegelicht. Er is ruimte voor vragen en eerste reacties. Ook wordt de planning gedeeld, zodat duidelijk is wanneer inspraak mogelijk is. 4.2 Openbare kennisgeving en consultatie Het doel: Dit participatieplan, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en het document ‘Opgaven en ruimtelijke keuzes Omgevingsvisie 2026’; ter inzage leggen zodat zienswijzen kunnen worden ingediend. De aanpak: De NRD staat digitaal op de website en wordt aangekondigd via een nieuwsbericht en sociale media. Een korte samenvatting maakt het document begrijpelijk en toegankelijk.
Ketenpartners worden in kennis gesteld over de consultatie. Bewoners en ketenpartners kunnen digitaal een reactie indienen binnen de gestelde termijn. 4.3 Barendrecht in beeld Het doel: In gesprek gaan met inwoners en organisaties over de belangrijkste keuzes voor de toekomst van Barendrecht. We geven aan welke keuzes we maken en wat de mogelijkheden hierbinnen zijn. Daarnaast verkleinen we blinde vlekken verkleinen en halen we wensen en zorgen ophalen. De aanpak: Reacties worden op verschillende manieren verzameld: 13
1. Online vragenlijst met stellingen en open vragen. 2. Bijeenkomst voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn. 3. Straatgesprekken op de markt, in winkelgebieden en bij het station. 4. Gesprekken op maatschappelijke plekken zoals verenigingen of werkplekken. 5. Vragenlijst en online overleggen met ketenpartners en medeoverheden. 4.4 PlanMER Het Doel: Gelijktijdig met het ophalen van input bij inwoners voeren we een planMER uit. In dit onderzoek bekijken we de milieueffecten van verschillende scenario’s en versies van de omgevingsvisie. Zo wordt zichtbaar welke keuzes welke gevolgen hebben voor de leefomgeving. De aanpak: Inwoners en ketenpartners hebben hier al eerder invloed op gehad door te reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De resultaten van die reacties worden meegenomen in het planMER. Op die manier sluiten de analyses aan bij wat er in de samenleving speelt. De resultaten van de planMER en concept omgevingsvisie worden in een later stadium ter inzage gelegd. 4.5 Resultaten plan MER en concept omgevingsvisie ter inzage en zienswijzeprocedure Het doel: de concept visie delen met de participanten ter aanscherping van het concept. Het delen van de gemaakte keuzes op basis van de plan MER, integrale effecten analyse en participatie.
De aanpak: De conceptvisie verschijnt digitaal op de website met een duidelijke termijn voor het indienen van zienswijzen. Daarnaast komt er een inloopbijeenkomst waar vragen kunnen worden gesteld en meningen gedeeld. Voor de gemeenteraad wordt een aparte presentatie georganiseerd.
14
5. Na vaststelling De omgevingsvisie is geen eindpunt, maar een dynamisch document. Via de beleidscyclus wordt de visie regelmatig aangescherpt en verbeterd. Bij herzieningen of nieuwe ontwikkelingen blijft inspraak mogelijk. Inwoners, organisaties en andere partners krijgen steeds opnieuw de kans om mee te denken. Daarbij wordt ook gevraagd hoe zij in de toekomst betrokken willen blijven. Zo blijft de visie actueel en sluit deze aan bij wat er leeft in de samenleving.
15
6. Bijlagen Bijlage 1: wat hebben we al gedaan Bijlage 2: hoofdlijnen gespreksagenda Bijlage 3: actoren participatieplan
16