2025-046824 Brief college over Meicirculaire 2025 gemeentefonds.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Uw brief van: -
Ons kenmerk:
Uw kenmerk: -
Contactpersoon: R. Poldervaart
Bijlage(n):
1
Cluster:
Onderwerp:
Meicirculaire 2025 gemeentefonds
Doorkiesnummer: 14 0180 Datum:
2025-046824 DVB 18 juni 2025
Geachte raadsleden, Bijgevoegde meicirculaire bevat informatie over de actualisatie van het gemeentefonds op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk. Kernboodschap De meicirculaire pakt voor Barendrecht financieel voordelig uit ten opzichte van de decembercirculaire voor het lopende jaar 2025 en de jaarschijven 2026 tot en met 2029. Ook ten opzichte van de eerdere indicatie zoals afgegeven bij de Voorjaarsnota zijn de cijfers positiever. Met name voor de jaren 2026 en 2027 vanwege de gedeeltelijke compensatie voor de tekorten in de jeugdzorg. De jaren 2028 en 2029 blijven uitdagend onder andere door onzekerheden rondom de hervormingsagenda jeugd. De ontwikkelingen met de grootste financiële impact zijn de volgende: 1. In de meicirculaire 2025 zijn diverse extra middelen opgenomen voor jeugdzorg. 2. De compensatie voor loon- en prijsindexatie is hoger dan vooraf ingeschat. 3. De uitkeringsfactor pakt gunstiger uit (meer € per maatstaf) omdat er ten opzichte van eerdere inschattingen landelijk lagere aantallen zijn op diverse variabelen en er daardoor meer te verdelen is.
pagina 1 van 7
Toelichting In onderstaand overzicht treft u de mutaties voor Barendrecht aan met daaronder een uitgebreidere puntsgewijze toelichting. Op basis van de uitgangspunten van de toezichthouder (zie Bijlage d.d. 26-052025) zijn in het blauw stelposten opgenomen. Meicirculaire 2025 Gemeente: Uitkeringsfactoren:
Barendrecht Lopende prijzen Basis: Meicirculaire 2025 Vergelijk: Decembercirculaire 2024
Let op! Alle bedragen zijn afgerond op 1.000 euro A.
Beginstand December 2024
B. Accres, uitkeringsfactor en uitkeringsbasis 1 Volume accres historisch Bbp 2 LPO accres prijs Bbp 3 Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 4 Ontwikkeling uitkeringsbasis + hoeveelheidsverschillen en afronding Subtotaal B. Mutaties Accres, uitkeringsfactor/ uitkeringsbasis C. 5 6 7 8 8b 9 9b 10 11 11b 12 13 14
Taakmutaties Demping terugval gemeentefonds Tekorten voor rekening Rijk Jeugdzorg Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Eigen bijdrage jeugdzorg Eigen bijdrage jeugdzorg (stelpost) Sturen op trajectduur jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg (stelpost) Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd Hervormingsagenda Jeugd (vervallen stelpost) Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo IBO Problematische schulden Overige taakmutaties < € 25.000
2025 89.517
2026 87.939
2027 91.665
2028 95.252
2029 99.238
826 -259 138 705
104 1.007 -530 843 1.424
223 996 -530 695 1.384
192 1.071 -530 607 1.340
271 1.193 -530 581 1.515
725 760 902
792 788 840
801 816
832 844 -487 487 -127 127 -949 633 -446
757
604 -507 394
471 -377
-471 471 -123 123 -917 561 -446
28 -1
19
2
3
2
Subtotaal C. Taakmutaties
784
2.897
2.516
818
916
D. 15 16 17 18 19 20
178 326 45 62 43 11
55 46 -11
55 49 -18
55 53 -18
55 56 -18
665
90
86
90
93
Overige mutaties Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Natuur bij energieprojecten (RES) Alleenverdienersproblematiek Impulsbudget sociale infrastructuur Participatie (IU) Overige mutaties < € 25.000
Subtotaal D. Overige mutaties E.
Totaal mutaties mei 2025 (B+C+D)
2.154
4.411
3.986
2.248
2.524
F. 21 G.
Af te zonderen decentralisatie uitkering t.b.v. RES regio Natuur bij energieprojecten (16) Netto effect na meicirculaire 2025 op de begroting (E+F)
-326 1.828
4.411
3.986
2.248
2.524
H.
Berekening na meicirculaire 2025 (A+E)
91.671
92.350
95.651
97.500
101.762
pagina 2 van 7
1.
Ontwikkeling accres volume (historisch Bbp) In de meicirculaire 2025 is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; CEP2025). Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het volume accres kent een beperkte positieve meerjarige ontwikkeling.
2.
Ontwikkeling accres loon en prijs (LPO) (Bbp) Het LPO accres wordt gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Met name voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld (+ 0,92%). Voor de jaren daarna zijn de bijstellingen beperkt.
3.
Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 Het BTW compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2024 € 332 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties, het restant vloeit terug naar het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2024 werd al een voorschot van € 447 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 115 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. In de begroting 2026 mag een structurele stelpost ter grootte van de ruimte onder het plafond van het jaar 2024 worden opgenomen (€ 332 miljoen). Dit komt overeen met ongeveer 11 punten van de uitkeringsfactor. De provinciaal toezichthouder gebruikt dit als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting. Bij de begroting 2025 is, op basis van de realisatie BCF-plafond 2023, reeds een stelpost opgenomen van € 1.280.000 als structurele baat. Deze stelpost wordt nu aangepast aan het bedrag van de realisatie 2024 en dit levert een structureel nadeel op vanaf 2026 van € 530.000.
4.
Ontwikkeling uitkeringsbasis + hoeveelheidsverschillen en afronding Het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt, zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudige oplossing, namelijk de daling van de uitkeringsfactor. De landelijke maatstafgegevens zijn geactualiseerd bij de meicirculaire. Diverse landelijke aantallen zijn naar beneden bijgesteld. Vooral de ontwikkelingen van het aantal bijstandsontvangers, de OZBmaatstaven en in geringe mate de huishoudens lage inkomens met drempel hebben invloed op de uitkeringsfactoren. Hierdoor is in deze meicirculaire sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Het effect hiervan is een significante stijging van de algemene uitkering voor Barendrecht. De uitkeringsfactor maakt geen onderdeel uit van de Voorjaarsnota van het Rijk en was tot op heden nog niet in prognoses verwerkt.
5.
Demping terugval gemeentefonds Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. De meicirculaire 2025 rekent deze bedragen volledig toe aan het cluster Jeugdzorg.
6.
Tekorten voor rekening Rijk Jeugdzorg De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (commissie-Van Ark) adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen.
pagina 3 van 7
7.
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda Jeugd wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd.
8.
Eigen bijdrage Jeugdzorg Met ingang van 1 januari 2028 wordt er een eigen bijdrage ingevoerd voor de mensen die jeugdzorg ontvangen. Deze maatregel moet € 260 miljoen opleveren. Het gemeentefonds wordt hiervoor gekort. In afstemming met de toezichthouder mag hiervoor een stelpost worden opgenomen.
9.
Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. In afstemming met de toezichthouder mag hiervoor een stelpost worden opgenomen.
10.
Indexeren opbrengst hervormingsagenda Jeugd De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028. De toezichthouder heeft aangegeven dat voor deze besparing (nog) geen stelpost mag worden opgenomen omdat onduidelijk is hoe deze besparing uiteindelijk gerealiseerd moet gaan worden.
11.
Hervormingsagenda Jeugd (Aanvullende Post) De bedragen, die bij het ministerie van Financiën op de Aanvullende Post (AP) voor de Hervormingsagenda Jeugd waren gereserveerd, worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Bij de septembercirculaire 2024 zijn er in overleg met de toezichthouder reeds stelposten opgenomen voor deze posten. Deze stelposten komen te vervallen.
12.
Uitstel vervanging abonnementstarief WMO De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 225 miljoen in 2026 wordt daardoor in de meicirculaire 2025 teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2027. Deze financiële compensatie zal naar verwachting nodig zijn om de hogere lasten voor de Wmo af te dekken. De meest recente inzichten ontvangt u bij de tussenrapportage 2025 en de begroting 2026.
13.
IBO Problematische schulden Het kabinet heeft bij de Miljoenennota 2025 geld gereserveerd voor groepen in de knel. De maatregelen om problematische schulden aan te pakken zijn gebaseerd op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 wordt voor het onderdeel vroegsignalering € 18,7 miljoen overgemaakt naar het gemeentefonds.
14.
Overige taakmutaties < €25.000 Diverse kleinere taakmutaties van minder dan € 25.000.
15.
Invoering/uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van € 80,7 miljoen in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De gemeenten
pagina 4 van 7
ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent).
16.
Natuur bij energieprojecten (RES) In 2025 is er, net als in 2024, een budget voor gemeenten en provincies gereserveerd voor het versterken van ecologie en biodiversiteit rondom projecten voor hernieuwbare energie op land (zie ook paragraaf 3.2.5 van de decembercirculaire 2024). Dit budget kan door Regionale Energie Strategieën (RES)-regio’s worden gebruikt om energieprojecten in de regio te faciliteren en mogelijk te maken daarbij de lokale natuur te versterken. Het budget van € 7,8 miljoen voor gemeenten wordt evenredig over 24 RES-regio’s verdeeld via het gemeentefonds. Het budget wordt beschikbaar gesteld aan gemeenten die kashouder zijn, waaronder Barendrecht. Per RES-regio is € 326.166 beschikbaar
17.
Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is voor de alleenverdienersproblematiek voor 2025 een bedrag van € 25,4 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 2,1 miljoen voor 2023.
18.
Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. De inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereist vaak een regionale aanpak, daarom worden de middelen uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. In 2025 is € 35 miljoen beschikbaar. In de periode 2026 – 2030 is jaarlijks € 31,5 miljoen beschikbaar. Daarna bouwt dit af naar € 19,8 miljoen in 2034. Het impulsbudget wordt verdeeld op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’.
19.
Participatie (IU) De integratie-uitkeringen Participatie is geïndexeerd. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2025 bedraagt € 102,4 miljoen voor Participatie.
20.
Overige mutaties < €25.000 Diverse overige mutaties < € 25.000.
21.
Natuur bij energieprojecten (af te zonderen post) Dit betreffen RES-regio middelen, en worden daarom afgezonderd.
Vervolg De gevolgen uit deze raadsinformatiebrief worden voor 2025 in de komende tussenrapportage opgenomen evenals eventueel benodigde extra lasten vanwege de (taak)mutaties. De structurele effecten voor de (meerjaren)begroting 2026 inclusief eventuele extra benodigde lasten worden in de begroting 2026 integraal afgewogen. Impact op de Voorjaarsnota Barendrecht Bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2026 was de meicirculaire 2025 onbekend. Op de volgende pagina is de impact van de meicirculaire 2025 op het meerjarenperspectief uit de Voorjaarsnota 2026 weergegeven.
pagina 5 van 7
Oude opgave: (pagina 9 VJN 2026: tabel 3.6): 2026
2027
2028
2029
Startpunt 2026-2029 (informatie t/m heden verwerkt)
5.034.500 tekort
2.767.800 tekort
2.795.200 tekort
3.796.000 tekort
Indicatie toename gemeentefonds 2026-2029 n.a.v. VJN Rijk
-3.000.000
-3.500.000
-1.000.000
-1.500.000
Indicatief na voorjaarsnota Rijk
2.034.500 tekort
-732.200 overschot
1.795.200 tekort
2.296.000 tekort
-1.500.000
-1.500.000
295.200 tekort
796.000 tekort
Taakmutaties: eigen bijdrage jeugdzorg en hervormingsagenda jeugd Indicatief na voorjaarsnota Rijk (incl. taakmutaties jeugd)
2.034.500 tekort
Inzet eenmalige baten* t.b.v. Algemene Reserve
-2.500.000
Indicatief beeld na voorjaarsnota Rijk en inzet eenmalige baten
-465.500 overschot
-732.200 overschot
*Maken geen onderdeel uit van een structureel sluitende begroting
Onderstaand de nieuwe opgave waarbij de indicatie van de Voorjaarsnota Rijk is vervangen door de daadwerkelijke uitkomsten van de meicirculaire en de door de toezichthouder gehonoreerde stelposten. De verschillen ontstaan met name door de gewijzigde uitkeringsfactor, die geen onderdeel uitmaakt van de Voorjaarsnota Rijk, en de andere manier van toerekenen van onder andere de demping gemeentefonds (via cluster jeugd in plaats van algemeen). Daarnaast zijn op basis van de uitgangspunten van de toezichthouder stelposten opgenomen en is de regel “taakmutaties” daarmee komen te vervallen. De uitgangspunten van de toezichthouder (zie Bijlage d.d. 26-05-2025) waren ten tijde van het opstellen van de Voorjaarsnota nog niet bekend.
Nieuwe opgave: (ter vervanging van pagina 9 VJN 2026: tabel 3.6): 2026
2027
2028
2029
Startpunt 2026-2029 (informatie t/m heden verwerkt)
5.034.500 tekort
2.767.800 tekort
2.795.200 tekort
3.796.000 tekort
Meicirculaire gemeentefonds 2026-2029
-4.411.000
-3.986.000
-2.248.000
-2.524.000
Stand na meicirculaire 2025 (structureel saldo)
623.500 tekort
-1.218.200 overschot
547.200 tekort
1.272.000 tekort
Inzet eenmalige baten* t.b.v. Algemene Reserve
-2.500.000
Stand na meicirculaire met inzet eenmalige baten*
-1.876.500 overschot
*Maken geen onderdeel uit van een structureel sluitende begroting
pagina 6 van 7
We adviseren u deze raadsinformatiebrief te betrekken bij uw behandeling van de Voorjaarsnota 2026. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
L. van Zanten MSc
drs. R.E. Schneider
pagina 7 van 7