2025-033130 Antwoordbrief wethouder Stolk over Technische vragen VVD Vervanging trekkenwand theater het Kruispunt
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
J.M.M. Stolk RBK MMI Wethouder
Uw brief van: 14 januari 2026
Ons kenmerk:
Uw kenmerk:
Contactpersoon: R. Euwema
Bijlage(n):
Cluster:
Onderwerp:
Beantwoording vraag m.b.t. financiële
Doorkiesnummer:
verwerking vervanging trekkenwand theater Het
Datum:
2025-033130 Leefomgeving 21 januari 2026
Kruispunt
Geachte raadsleden, Naar aanleiding van de inhoudelijke behandeling van het voorstel “Vervangen van de trekkenwand installatie in theater Het Kruispunt ”in de commissievergadering van maandag 12 januari jl. heeft de VVD schriftelijke vragen ingediend. Hieronder treft u de beantwoording op de gestelde vragen. Vraag en antwoord: 1. Is het College het met de VVD eens dat, gelet op artikel 44 BBV en het toerekeningsbeginsel, de afboeking van de restwaarde van de huidige trekkenwandinstallatie (€ 257.000) in 2025 dient plaats te vinden, aangezien de duurzame waardevermindering objectief in 2025 is vastgesteld, en dat verwerking in 2026 daarmee mogelijk strijdig is met het vereiste van een getrouw beeld? Artikel 44, lid 1a en b, van het BBV stellen dat een voorziening wordt gevormd wegens; verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. Hier kan de afboeking van de trekkenwandinstallatie onder worden geschaard. In principe is de beleids- en keuzevrijheid van het vormen van een voorziening beperkt. In deze casus hebben we te maken met een behoorlijke mate van onzekerheid.
De huidige installatie is nog operationeel en kunnen we nog blijven gebruiken tot en met 5 november 2026 -mits goedkeuringen goed zijn-. Daarnaast loopt er nog een traject van in gebreke stelling met de leverancier. Hiervan kan het een uitkomst zijn dat we deze lasten überhaupt niet hoeven te nemen. In 2026 verwachten we hier meer zekerheid over te krijgen. Het college is dus niet van mening het huidige raadsvoorstel in strijd is met de vereisten van een getrouw beeld met de jaarrekening 2025. Omdat we zelf argumenten kunnen aanleveren om wel of niet een voorziening te vormen bij de jaarrekening 2025, hebben we ook de accountant geraadpleegd. De accountant geeft aan dat hier sprake is van een bijzondere situatie. De Trekkenwand is immers nog in gebruik en het is de verwachting dat deze in 2026 volledig vervangen wordt. De accountant adviseert ons bij de jaarrekening 2025 toch een voorziening te vormen voor deze casus. We stellen voor om het advies van de accountant te volgen en de incidentele lasten voor de afboeking van €
Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.
Pagina 1 van 2
257.000 in 2025 te presenteren in plaats van in 2026. Dit verandert beslispunt 3. We adviseren de raad om het beslispunt 3 te amenderen naar: “bij de jaarrekening 2025 een voorziening te vormen voor het afboeken van de boekwaarde van de huidige installatie van € 257.000”. 2. En kan het College toelichten waarom desondanks wordt voorgesteld deze afboeking pas via de tussentijdse rapportage 2026 te verwerken en de kapitaallasten pas vanaf de begroting 2027, terwijl de nieuwe trekkenwandinstallatie al in de zomer van 2026 wordt geplaatst en daarmee ook de jaarlijkse kapitaallasten - conform het toerekeningsbeginsel - eerder in de begroting zouden moeten worden verwerkt? Zie het antwoord op vraag één voor een wijziging in de verantwoording van de afboeking. In de werkelijke realisatie boeken we de oude boekwaarde pas af als de huidige installatie niet meer wordt gebruikt. Naar verwachting in de zomer 2026. Voor de kapitaallasten van de vervangingsinvestering volgen wij de richtlijnen van de Nota activabeleid Gemeente Barendrecht 2021, paragraaf 5.4 starten met afschrijven. Hierin staat dat de gemeente ervoor kiest om af te schrijven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt of in gebruik wordt genomen.
Hoogachtend,
J.M.M. Stolk RBK MMI
Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.
Pagina 2 van 2