2025-033082 Brief Interim Voorzitter NVA regio Zuid-Holland over nieuwe verordening leerlingenvervoer 2025
Tekst van het document
Aan de fractie van de gemeente Barendrecht Betreft: Reactie op de nieuwe verordening leerlingenvervoer 2025 Geachte raadsleden, Als interim Voorzitter van de regio Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) ZuidHolland, moeder van een kind met autisme en betrokken inwoner van Barendrecht, wil ik graag reageren op de voorgestelde wijzigingen in de verordening leerlingenvervoer 2025. Naar aanleiding van enkele verontrustende e-mails die ik de afgelopen dagen ontving van ouders, voel ik de noodzaak om namens hen – en vanuit mijn eigen perspectief – hun zorgen bij u onder de aandacht te brengen. Deze ouders uiten onrust en onzekerheid over de praktische gevolgen van het nieuwe beleid. Hun geluid mag, vind ik, niet onopgemerkt blijven. Volgens de nieuwe lijn wordt bij het vaststellen van een handicap gekeken naar de aangegeven diagnoses en belemmeringen tijdens het gesprek met ouder en/of leerling. Wanneer twijfel ontstaat over de aansluiting tussen de benoemde handicap en de ervaren beperkingen, kan aanvullende informatie worden opgevraagd bij een BIG- of SKJgeregistreerde behandelaar, of – indien nodig – via onafhankelijk medisch advies. Op papier klinkt dit zorgvuldig. In de praktijk echter komen wij vanuit de NVA situaties tegen waarin kinderen met autisme geen behandeling krijgen, juist omdat zij dankzij een goed netwerk thuis voldoende stabiel functioneren.
Die kinderen hebben vaak géén formele behandelaar, maar dat betekent niet dat hun ondersteuningsbehoefte minder is. Het wegvallen van leerlingenvervoer in zo’n situatie kan een ingrijpende verstoring veroorzaken in de balans waarop het kind juist goed functioneert. Daarnaast is er veel onrust over het uitgangspunt dat ouders geacht worden minimaal twee ritten per week zelf te verzorgen. Dit uitgangspunt lijkt te zijn gebaseerd op een algemene inschatting van draagkracht, maar doet geen recht aan de verscheidenheid en kwetsbaarheid van de gezinssituaties waarin kinderen met autisme opgroeien. Ouders van deze kinderen hebben vaak al te maken met hoge zorgbelasting, werkverplichtingen, andere kinderen en soms ook eigen gezondheidsproblemen. Voor veel gezinnen is het zelf organiseren van vervoer geen kwestie van onwil, maar van onvermogen. Extra ritten betekenen extra stress, minder voorspelbaarheid en minder rust – allemaal elementen die juist zo belangrijk zijn in een gezin met een kind met autisme. De veronderstelling dat 80% van de ouders (ongeveer 110 leerlingen) dit wel zou kunnen opvangen, voelt voor veel ouders als een beleidsmatige benadering die weinig oog heeft voor de complexe praktijk. Ik wil ook wijzen op de rol van de klantmanager, die in het nieuwe beleid centraal staat in de beoordeling van de vervoersbehoefte.
Hoewel de intentie om zorgvuldig maatwerk te leveren toe te juichen is, vraagt dit in de praktijk om specifieke kennis van autisme. Een kind kan cognitief prima in staat zijn om te fietsen, maar sensorische overprikkeling, angst of sociale onveiligheid kunnen het onmogelijk maken om dit veilig en zelfstandig te doen. Zonder die kennis bestaat het risico dat goedbedoelde gesprekken toch leiden tot keuzes die niet aansluiten bij wat het kind écht nodig heeft.
De standaardvolgorde van vervoersopties – van lopen tot taxi – lijkt logisch, maar werkt in het geval van autisme niet altijd. Wat op papier goedkoper lijkt, kan in de praktijk leiden tot ontregeling, stress of zelfs schooluitval. Ook de verantwoordelijkheid die bij ouders wordt gelegd om zelf begeleiding te regelen in het vervoer, is in veel gevallen niet haalbaar. Niet elk gezin beschikt over een netwerk of de ruimte om die taak op zich te nemen. Leerlingenvervoer wordt in de verordening terecht omschreven als een vangnetvoorziening. In gezinnen met kinderen met autisme is dit vangnet echter geen luxe, maar een essentiële voorwaarde om onderwijsdeelname mogelijk en haalbaar te maken. Bewustwording van de eigen rol van ouders is belangrijk, maar dit mag nooit doorslaan in het leggen van een (extra) last op schouders die al zwaar belast zijn. Namens de ouders die mij schreven en vanuit mijn eigen ervaring vraag ik u dan ook: zorg dat het beleid niet alleen zorgvuldig en doelmatig is, maar ook menselijk en realistisch. Laat maatwerk geen slogan zijn, maar een werkelijke, voelbare aanpak. Geef klantmanagers de juiste tools, ruimte en kennis om écht recht te doen aan de ondersteuningsbehoefte van het kind, en laat leerlingenvervoer beschikbaar blijven voor wie het daadwerkelijk nodig heeft – ook als er geen behandeltraject is.
Met vriendelijke groet, Marjolein van Ooijen Knook Interim Voorzitter NVA regio Zuid-Holland Moeder van een kind met autisme Inwoner van Barendrecht