CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-029204 - QandA bij RiB voor de Raadsleden adhv rapport.pdf

commissie Samenleving 8 april 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Inkomensregelingen1.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Griffier en Raadsleden gemeente Barendrecht Datum: 1 april 2025 Bijlage bij brief: 2025-029204 - Rekenkameronderzoek minimaregelingen Onderwerp: Q&A voor de Raadsleden m.b.t. rekenkameronderzoek Minimaregelingen

Q&A Deze Q&A is opgesteld als een informatieve aanvulling op de raadsinformatiebrief over het rekenkameronderzoek naar de lokale minimaregelingen. Het document geeft een overzicht van kernvragen en de bijbehorende antwoorden, zodat u als raadsleden een breed en goed onderbouwd beeld krijgt van de situatie. De vragen raken verschillende thema’s binnen het onderzoek en bieden inzicht in de overwegingen en aanpak van het college. 1. Onduidelijkheid rondom de bestuurlijke reactie en de ‘onbekende’ opvolging Vraag 1.1 In het rapport staat regelmatig “onbekend” of Barendrecht de aanbevelingen overneemt, terwijl Capelle en Lansingerland duidelijk “ja” of “nee” aangeven. Waarom is Barendrecht hierin zo onduidelijk? Antwoord: Het college heeft in de bestuurlijke reactie aangegeven de aanbevelingen te herkennen en grotendeels te onderschrijven, maar dat er een eigen onderzoek liep naar het bundelen en vereenvoudigen van de lokale regelingen. Daardoor is nog niet in alle gevallen duidelijk welke aanbevelingen precies zouden worden overgenomen en hoe. Vraag 1.2 Is het niet vreemd dat de andere twee gemeenten wél meteen kleur bekennen en Barendrecht niet? Antwoord: Elke gemeente voert een eigen besluitvormingsproces. Capelle en Lansingerland konden kennelijk eerder definitief oordelen.

Barendrecht wilde ervoor zorgen dat eventuele toezeggingen ook écht uitvoerbaar zijn, mede gezien de ontvlechting en financiële context. Vraag 1.3 Komt de ‘onbekend’-status niet over als gebrek aan daadkracht of transparantie? Antwoord: Dat kan inderdaad de indruk wekken. Tegelijk stelt het college dat het eerst zorgvuldig wil nagaan welke stappen haalbaar en betaalbaar zijn, om te voorkomen dat er later op toezeggingen wordt teruggekomen.

2. (Vermeend) negatieve uitkomsten van het onderzoek Vraag 2.1 De rekenkamer stelt dat Barendrecht vooral stuurt op financiële resultaten en onvoldoende op het feitelijke bereik. Houdt het college dan wel voldoende rekening met mensen in armoede?

Antwoord: De rekenkamer vindt dat Barendrecht meer moet letten op de feitelijke gebruikers van de regelingen, niet alleen op de financiën. Het college geeft aan dat ze hieraan willen werken, onder andere door te inventariseren wie in aanmerking komt en of die inwoners de weg weten te vinden. De rekenkamer benadrukt dat het óók belangrijk is wie de regelingen gebruikt en of de doelgroep bereikt wordt. Barendrecht zegt zich hier bewuster van te willen worden en beter te willen controleren of regelingen de juiste mensen bereiken. Vraag 2.2 In hoeverre blijft Barendrecht achter op Capelle en Lansingerland? Antwoord: Barendrecht blijft in de regel niet achter op Capelle en Lansingerland, maar kiest ervoor om de aanbevelingen mee te nemen in het te ontwikkelen minimabeleid. Hierdoor zijn er geen concrete doelen zichtbaar, maar de intentie om de aanbevelingen over te nemen is absoluut aanwezig. Vraag 2.3 De aanvraagprocedures zijn te ingewikkeld, zegt de rekenkamer. Waarom is dat niet eerder rechtgezet? Antwoord: De procedures zijn door de jaren heen steeds verder gegroeid en worden vaak opgebouwd door allerlei regels en controles. De rekenkamer vindt dat Barendrecht ze kan vereenvoudigen en bijvoorbeeld gegevens beter kan hergebruiken. Het college wil hierop inzetten, zonder de noodzakelijke controles los te laten.

3. Aanbevelingen van de rekenkamer Vraag 3.1 Gaat Barendrecht duidelijke doelen opstellen voor het bereik? Antwoord: Het college erkent dat het waardevol is om beter te weten wíe er recht op heeft en of die mensen ook gebruikmaken van de regeling. Een exact cijfer is misschien niet haalbaar, maar men bekijkt hoe ze dit ‘bereik’ concreter kunnen vaststellen. Vraag 3.2 Hoe houdt de gemeente zicht op de doelgroep, nu de Armoedemonitor is stopgezet? Antwoord: De Armoedemonitor is beëindigd om budgettaire redenen. De gemeente zoekt naar alternatieven – mogelijk via (landelijke) databronnen – om toch een beeld te krijgen van de doelgroep welke in aanmerking komt voor de regelingen. In het te ontwikkelen minimabeleid worden hierin keuzes voor uw Raad opgenomen. Vraag 3.3 De rekenkamer zegt dat maatschappelijke organisaties niet altijd weten bij wie ze moeten aankloppen. Hoe wordt dat verbeterd? Antwoord: Het college werkt aan het inrichten van een duidelijke structuur met betrekking tot het contact met de maatschappelijke organisaties, een onderdeel hiervan is het organiseren van een breed overleg. Op die manier zijn maatschappelijke partners in de gelegenheid om snel bij de juiste persoon op de lijn te komen. Dit moet het ‘casus-specifieke’ contact vergemakkelijken.

Vraag 3.4 Waarom niet meer outreachend, gezien de taal soms moeilijk is en informatie niet altijd vindbaar? Antwoord: Er wordt nu maandelijks gepubliceerd in Blik op Barendrecht, plus andere kanalen zoals sociale media, om inwoners laagdrempelig te informeren. Zo wil men de drempel verlagen voor mensen die recht hebben op ondersteuning. Vraag 3.5 Wanneer worden de aanvraagprocedures eenvoudiger? Antwoord: Bij sommige regelingen (zoals de Meedoenregeling) kan er al ambtshalve worden toegekend als iemand bekend is in de uitkering. Dat scheelt bewijsstukken. Het college zoekt verder naar mogelijkheden om de procedures te vereenvoudigen, maar wel binnen de kaders te blijven.

4. Vergelijking met Capelle en Lansingerland Vraag 4.1 Capelle en Lansingerland geven snel “ja/nee” over de aanbevelingen, Barendrecht niet. Hoe kan dat? Antwoord: Elke gemeente heeft verbeterpunten in hun rapport. Voor de gemeente Barendrecht geldt dat we de keuze hebben gemaakt om alleen toezeggingen te doen, die we ook concreet waar kunnen maken in het te ontwikkelen minimabeleid. De andere gemeenten zijn mogelijk, mede door de ontvlechting van Barendrecht en de impact hiervan, al iets verder in dit proces. Vraag 4.2 Doen inwoners in Barendrecht er langer over om een regeling te krijgen? Antwoord: Nee, de huidige regelingen blijven bestaan en geven inwoners het recht om hier een aanvraag voor te doen. Barendrecht heeft als speerpunt om de toegankelijkheid te verhogen door een efficiënter aanvraagproces en het beter voorlichten van inwoners.

5. Nieuw gevormde organisatie en impact daarvan Vraag 5.1 Zorgt de ontvlechting niet voor verlies aan expertise en continuïteit? Antwoord: Er zijn personele wisselingen en nieuwe processen. Het college stelt dat ze samenwerking met maatschappelijke partners willen intensiveren en opleidingsmogelijkheden aanbieden aan medewerkers. De raad kan op dit punt controleren of de continuïteit gewaarborgd blijft. Vraag 5.2 Hoe blijft de raad op de hoogte, gezien de financiële onzekerheden? Antwoord: Het ziet er naar uit dat het Rijk in 2026 minder middelen aan onze gemeente zal overmaken. Het college zal uw Raad via raadsinformatiebrieven informeren over de meest actuele informatie. Op basis van deze middelen zal er aan uw Raad een voorstel worden gedaan, wanneer blijkt dat extra middelen nodig zijn voor de uitvoering van het nieuw op te stellen minimabeleid.

6. Financiële kant: kostenbeheersing vs. bereik Vraag 6.1 Is er niet te veel nadruk op kosten, ten koste van mensen in armoede? Antwoord: De rekenkamer vindt dat er meer focus moet zijn op het helpen van de doelgroep en niet alleen te sturen op budget. Tegelijk is de realiteit dat de financiële ruimte voor gemeenten mogelijk krimpt. De raad zal moeten afwegen welke ambities prioriteit krijgen en een balans moeten vinden tussen kostenbeheersing en het ondersteunen van inwoners die het nodig hebben. Vraag 6.2 Kan de gemeente alle aanbevelingen direct uitvoeren als er meer geld nodig is? Antwoord: Voor de uitvoering van het op te stellen minimabeleid zijn mogelijk extra financiële middelen nodig. De afweging hiervoor leggen we voor aan uw Raad. De aanbevelingen van de Rekenkamer worden doorgevoerd in dit te ontwikkelen minimabeleid.

7. Technische vragen fractie Echt voor Barendrecht (EVB) Vraag 1 Hoe kan de gemeente Barendrecht haar regie versterken om verbinding en afstemming structureel te organiseren en te borgen? Antwoord De gemeente bekijkt hoe de regierol binnen de organisatie duurzaam kan worden ingericht. Daarbij wordt gedacht aan het instellen van regelmatige overlegmomenten met maatschappelijke organisaties en het benoemen van duidelijke aanspreekpunten. Zo hoeft de samenwerking niet afhankelijk te zijn van tijdelijke trajecten of individuele medewerkers. Vraag 2 Hoe verhouden de oorspronkelijke missie en doelstellingen (uit het beleidsplan ‘minimabeleid en Plan Schuldhulpverlening 2021-2024; het samenwerken van hulpverleners door een preventieve en integrale aanpak) zich tot de huidige uitdagingen en aanbevelingen, zoals het gebrek aan regie en coördinatie? Antwoord De preventieve en integrale benadering blijft leidend. Het rekenkameronderzoek laat zien dat er extra aandacht nodig is voor structurele regie en coördinatie om de gezamenlijke ambitie praktisch te verwezenlijken. Dit kan worden gezien als een aanscherping van het bestaande beleid, zonder de oorspronkelijk geformuleerde doelstellingen los te laten.

Vraag 3 Wat zijn concrete stappen die de gemeente kan nemen om de samenwerking met maatschappelijke organisaties te verbeteren? Antwoord Wij gaan de samenwerking formeler vastleggen, door periodiek overleg met de maatschappelijke organisaties te organiseren. Op die manier kan feedback systematisch worden verzameld, zodat knelpunten op tijd aan het licht komen en passende oplossingen overwogen worden.

Vraag 4 Hoe kan Barendrecht haar aanvraagprocedures vereenvoudigen, zonder de controle op rechtmatigheid of fraude te verliezen? Hoe worden mogelijke tegenstrijdigheden tussen toegankelijkheid en wettelijke verplichtingen binnen inkomensregelingen voorkomen? Antwoord De gemeente kijkt of reeds bekende gegevens (bijvoorbeeld uit eerdere aanvragen) opnieuw kunnen worden gebruikt, zodat inwoners niet steeds dezelfde bewijsstukken hoeven aan te leveren. Tegelijk blijft de toetsing op rechtmatigheid en fraude noodzakelijk. Waar de wet ruimte biedt, wordt gekeken of een gedeeltelijke of steekproefsgewijze controle de procedure kan vereenvoudigen, met behoud van de noodzakelijke wettelijke verplichtingen. Vraag 5 Hoe worden de huidige communicatiekanalen van het college geëvalueerd op effectiviteit en hoe wordt feedback van inwoners hierin meegenomen? Antwoord Er wordt rekening gehouden met signalen van onder andere de Voedselbank, Kijk op Welzijn, de Kledingbank en het wijkteam. De gemeente is voornemens vaste overlegmomenten in te voeren, zodat eventuele verbeterpunten in de communicatie structureel kunnen worden besproken. De bestaande kanalen (zoals de website, social media en publicaties) worden vervolgens aan de hand van deze input beoordeeld en indien nodig aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15360952/1