2024-080617 Antwoordbrief wethouder Stolk op technische vragen fractie VVD aankoop turnhal
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
J.M.M. Stolk RBK MMI Wethouder
Uw brief van: 5 september 2024
Ons kenmerk:
Uw kenmerk:
Contactpersoon: L. Zwinkels
Bijlage(n):
Cluster:
Onderwerp:
2024-080617 Leefomgeving - Vastgoed
Beantwoording vragen VVD aankoop
Doorkiesnummer: 14080
sportaccommodatie Flensburg 5 (turnhal)
Datum:
9 september 2024
Geachte raadsleden, Op 5 september jl. heeft de fractie van de VVD schriftelijke vragen gesteld over het raadsvoorstel “Aankoop sportaccommodatie Flensburg 5 (turnhal)”. Met deze brief geef ik nog een nadere toelichting en beantwoord ik de vragen. In 2004 is er een huurovereenkomst afgesloten tussen de eigenaar en de turnvereniging. In deze overeenkomst heeft de gemeente destijds de plicht op zich genomen om jaarlijks een substantieel deel van de huur als exploitatiesubsidie te voldoen. De looptijd van de huurovereenkomst was 20 jaar met als einddatum 30 september 2024. Hierna zou het contract door lopen voor een nieuwe periode van 5 jaar (zonder mogelijkheid om tussentijds op te zeggen). Op initiatief van de gemeente is in samenspraak met de turnvereniging, door de turnvereniging de huurovereenkomst opgezegd. Al langer is duidelijk dat deze constructie voor zowel de gemeente als de turnvereniging hoge kosten met zich meebracht. Aankopen van de turnhal is exploitatie-technisch voordeliger dan huren. Vraag 1:
Waarom meent het college / de wethouder dat de gemeente een slechte onderhandelingspositie heeft?
Antwoord:
De eigenaar wilde de verhuursituatie graag voortzetten of het pand aan derden verhuren en stond niet welwillend tegenover verkoop. De gemeente wilde het pand liever kopen vanwege de financiële voordelen voor zowel de gemeente als de turnvereniging. We wilden voorkomen dat de turnvereniging op straat zou komen te staan. Daarom wordt voorgesteld de turnhal aan te kopen. Van de twee opties huur en koop, is koop voor de gemeente financieel het voordeligst.
Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.
Pagina 1 van 2
Vraag 2:
Wat is de reden dat het college / de wethouder niet heeft ingezet op de lagere taxatiewaarde maar (zoals het nu lijkt meteen) akkoord is gegaan met de hogere taxatiewaarde? Waarom is niet geprobeerd om de aankoopprijs te middelen? Welke waarborgen zijn in het proces ingebouwd om de zorgvuldigheid rondom de aankoop te bewaren?
Antwoord:
Ik verwijs voor een deel naar de inleiding en het antwoord op vraag 1. Aan de uitkomst van dit traject is natuurlijk een periode van onderhandeling vooraf gegaan. Het college is van mening dat de best mogelijke uitkomst aan de gemeenteraad is voorgelegd.
Vraag 3:
Het college / de wethouder kiest voor een verkorte afschrijvingsperiode van 25 jaar in plaats van 40 jaar (enkel). Dit wordt gebaseerd op de historische levensduur van het object. Wat is hiervan de financiële noodzaak, het financiële voor- en/of nadeel?
Antwoord:
Een afschrijvingsperiode van 40 jaar is van toepassing op nieuwe gebouwen. Dit volgt uit onze nota activabeleid. Aangezien de turnhal inmiddels 20 jaar oud is, is het belangrijk de afschrijvingsperiode aan te passen aan de verwachte levensduur. We hebben voor 25 jaar gekozen op basis van referentieobjecten. Verder geldt dat als er wordt afgeschreven in 40 jaar dat dit voordeliger is voor de exploitatie dan in 25 jaar.
Vraag 4:
De hal is ingericht met voorzieningen ten behoeve van de turnsport. Een ander gebruik is kennelijk bezwaarlijk. Welke afschrijvingsperiode zal voor deze voorzieningen worden gehanteerd? 5-10 jaar? En wat is de leeftijd van deze gebruiksvoorzieningen en wanneer is vervanging hiervan nodig?
Antwoord:
De inventaris van de turnhal is eigendom van de turnvereniging zodat afschrijving door de gemeente niet van toepassing is. De turnvereniging heeft ook aangegeven zelf voor vervanging financiën te reserveren.
Vraag 5:
Bekend is wat de opbrengsten van het pand zijn, namelijk de huur te betalen door GVB. Daartegenover staat de subsidie die GVB van de gemeente jaarlijks ontvangt. Niet vermeld is wat, op basis van een MeerJarenOnderhoudsPlan, de jaarlijkse kosten voor instandhouding en vernieuwing op jaarbasis zullen bedragen. Gaarne dit overzicht, aangevuld met premie opstalverzekering en lokale lasten.
Antwoord:
Aangezien het pand de afgelopen jaren geen eigendom was van de gemeente, is voor het pand nog geen MJOP opgesteld. De kosten voor onderhoud inclusief premie opstalverzekeringen en lokale lasten zijn echter ingeschat op € 31.000,-- per jaar (onderhoud € 20.305,-- en verzekeringen, lokale lasten en beveiliging € 9.700,--).
Hoogachtend,
J.M.M. Stolk RBK MMI Portefeuille: Onderwijs, maatschappelijk vastgoed, sport, kunst, cultuur, evenementen, organisatie, communicatie en dienstverlening.
Pagina 2 van 2