CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-053958 Brief college over Meicirculaire 2024 gemeentefonds.pdf

commissie Planning en Control 17 juni 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Vragenuurtje Voorjaarsnota 20252.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEM EENTEBARENDRECHT Binnenhof 1. 2991 W, Barendrecht Postbus 501 , 2990 EA Barendrecht

14 0180 (AgerneennLrnmer) gemeente@barendrecht.nl www.barendrecht.nl Bank: 30.54.00.2 15 Rabobank (Iban: NL04RABOC)3054002 15,

swift/BIC: RABONL2U) KvKnummer: 24494374

Aan de gemeenteraad

Uw brief van

Ons kenmerk:

Uw kenmerk: -

Contactpersoon: M. el Aidi Cluster: DVB

Bijlage(n): Onderwerp:

Meicirculaire 2024 gemeentefonds

2024-053958

Doorkiesnummer: 14 0180 Datum

11juni 2024

Geachte raadsleden,

Deze circulaire bevat informatie over de actualisatie van het gemeentefonds op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk Kern boodschap De impact van de meicirculaire voor Barendrecht pakt financieel voordelig uit voor het lopende jaar 2024, negatief voor jaarschijf 2025 en positief voor de jaarschijven 2026 tot en met 2028. De ontwikkelingen met de grootste financiële impact zijn de volgende: 1 In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Dit betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Dit leidt tot lagere accressen en daarom tot een negatieve bijstelling

van de algemene uitkering. Het negatieve effect van bovenstaande systematiek wordt deels opgevangen door incidentele compensatie vanaf 2024 en het schrappen van de oploop opschatingskorting vanaf 2026 Desondanks blijft een forse negatieve bijstelling zichtbaar in 2025 3. De maatregelen die tot besparing moeten leiden bij Jeugdzorg zijn nog niet gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds.

2.

pagina 1 van 6

Toelichting In onderstaand overzicht treft u de mutaties voor Barendrecht met daaronder een uitgebreidere puntsgewijze toelichting. Uttkeringsfacto ren :

Lopende prijzen Basis :

Meicirculaire

Vergelijk :

Decembercirculaire

2024

Let op! Alle bedragen zijn afgerond op 1.000 euro

2024

2025

2026

2027

2028

1. Ontwikkeling accres volume (historisch Bbp) 2. Ontwikkelingaccres loon en prijs (Bbp) 3. Afrekening ruimte onder BCF-plafond2023

-669 -1.150 475

-950 -2.667

1.837

-3.176

1.832 -3.329

1.857 -3.229

4. Schrappen oploop opschalingskorting 5. Incidentele compensatie

1.605

1.459

305

1.524 247

1.527 195

647 7

143 54

261

290 60

409

39

791

624

54 813

61 59

64 59 61

68 60 63

2 1 78

2 1 86

14 206

44

A. Berekening beginstand B. Accres, uitkeringsfactor en uitkeringsbasb

84.564 89.559 85.498 89.293 92.562

1.525

6. Hoeveelheidsverschillen verdeelmaatstaven en mutatie via uitkeringsfacto r Overige kleinere ontwikkelingen

Subtotaal B. mutaties Accres, uitkeringsfactor/uitkeringsbasb

I

C. Taakmutaties 8. Werkdrukverlaging jeugdbescherming

56 54

9. Vrijval reservering compensatieregelingenVoogdij 18+ 10. Compensatieregelingniet beoogde kosten jeugdzorg

-50

11. Besparingsvedies Jeugd 12. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Overige (kleine) taakmutaties

-37 9

13

Subtotaal C. taakmutaties

31

1.122

13. Uttvoeringskosten Omgevingswet 14. Participatie Overiqe kleinere mutaties

159 33 14

36

39 -2

41

-2

-2

-2

Subtotaal D. Overige mutatbs

206

34

37

39

42

Totaal A+B+C+D+ E

1.152

-805

1.007

849

1.060

85.716

88.754

7. Dienstverleninggemeenten aanpak armoede en schulden

61 58 60

56

931

D. Overige mutaties

F. Berekening eindstand

86.504 90.142 93.622

1. Ontwikkeling accres volume (historisch Bbp) In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Dit betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de Miljoenennota 2024. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel. Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. 2. Ontwikkeling accres loon en prijs (LPO} (Bbp) In de meicërculaire2024 is het LPO accres eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product (pbbp). Dit levert een aanzienlijke negatieve bijstelling van de Algemene Uitkering op welke (deels) wordt gecompenseerd (zie punt 4 en 5)

pagina 2 van 6

3. Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2023 Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2023 € 573 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2023 werd al een voorschot van € 359 miljoen aan gemeentes uitbetaald, waarvan € 806.000 aan de gemeente Barendrecht. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 214 miljoen extra, waarvan € 475.000 voor Barendrecht, en dit bedrag wordt in 2024 incidenteel toegevoegd

Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2023 van € 573 miljoen, wat overeenkomt met ongeveer 19 punten van de uitkeringsfactor, mag in de begroting 2025 een structurele stelpost worden opgenomen. De provinciaal toezichthouders gebruiken dit als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting. Wel adviseert het ministerie van BZK, gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte, om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. We zullen de mogelijkheden voor de begroting 2025 verder verkennen 4. Schrappen oploop opschalinqskortinq Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting stamt uit de tijd van het kabinet VVD-PVDA en is destijds opgelegd omdat het kabinet meende dat gemeenten door (gedwongen) opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In de meicirculaire 2024 wordt de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt.

5. Incidentelecompensatie In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO-accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt nagenoeg volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen. gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting 6. Hoeveelheidsverschillen verdeelmaatstaven en mutatie uitkerinqsfactor

Naast de mutaties in de algemeneuitkering vanuit het Rijk (via de uitkeringsfactor)wordt een deel van de mutatie veroorzaakt door actualisatie verdeelmaatstaven voor Barendrecht. Per saldo werkt dit meerjarig positief voor Barendrecht uit, 7. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 vindt structureel plaats om gemeenten verder in staat te stellen strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden 8. Werkdrukverlaqinq jeugdbescherming In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen. Hiervoor is € 60 miljoen benodigd.

In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda. De overige € 30 miljoen is onbekend of dit tot uitkering zou komen

pagina 3 van 6

9. Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ Op de voormalige integratie-uitkering Voogdij 18+ was nog een reservering achtergebleven bij het rijk voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget van € 32,1 miljoen wordt nu voor 2025 en verder toegevoegd als algemene uitkering 10. Compensatieregelirlq niet beoogde kosten jeuqdzorq Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 miljoen vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS Vanuit de algemene uitkering wordt € 27,9 miljoen overgeboekt. Dit budget wordt ingezet om de gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Indien er in 2024 sprake is van onderuitputting binnen deze regeling, dan zullen de resterende middelen weer terugvtoeien naar het gemeentefonds

11. BesparinqsverliesJeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) oplopend naar structureel € 511 miljoen vanaf 2027 opgenomen. De geraamde besparing van € 500 miljoen in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Voor het Rijk betekent dit een besparingsverlies van € 500 miljoen en wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds 12. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LW) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LW-voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2023 en 2024. 13. Uitvoeringskosten Omgevingswet

De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze middelen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een evaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar

verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent).

14. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van een aantal technische aanpassingen (extrapolatie van de budgetten voor Beschut Werk en WSW), de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2024 en verhoging van de middelen voor WSW en Beschut Werk, Overige informatie Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering

pagina 4 van 6

Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand)

Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvormwordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de

meicirculaire2024 is deze reserveringnog nIet verwerkt. Inzet specifieke uitkeringen (SPUK) Het aantal specifieke uitkeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen. Het uitgangspunt is echter dat financiële middelen vanuit het Rijk aan gemeenten bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking worden gesteld. Daarom is de inzet erop gericht om het aantal specifieke uitkeringen en de verantwoordingslasten (w.o. accountantskosten) te verminderen door onder andere aanpassing van de Financiële verhoudingswet (Fvw) en doorlichting van de specifieke uitkeringen. Bestaande specifieke uitkeringen zullen daarbij tegen het licht worden gehouden met de vraag of ze op korte termijn al kunnen worden opgenomen in het gemeentefonds en provinciefonds Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. In de meicirculaire 2024 is dit nog niet verwerkt.

De verwachting is dat de middelen in de septembercirculaire worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds Fysiek domein (infrastructuur, natuur en openbaar vervoer) Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen en financieel grote gevolgen kunnen hebben. Vervangingsinvesteringen en onderhoud van bestaande infrastructuur vormen naast de grote opgaven voor nieuwe aanleg van infrastructuur een aanzienlijke uitdaging voor gemeenten, provincies en het Rijk. Het is van belang om een compleet beeld te hebben van de financiële impact van de benodigde vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten. Kabinet en het Interprovinciaal Overleg erkennen dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbp-systematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op deze drie beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur. Op deze dossiers is daarom in het kader van de Voorjaarsnota 2024 afgesproken dat in voorbereiding op het Bestuurlijk Overleg over de Financiêle verhoudingen (BOFv) van juni 2024 de concrete vraagstukken nader worden uitgewerkt.

Vervolg De gevolgen uit deze raadsinformatiebrief worden voor 2024 in de komende tussenrapportage opgenomen evenals eventueel benodigde extra lasten vanwege de (taak)mutaties. De structurele effecten voor de (meerjaren)begroting 2025 inclusief eventuele extra benodigde lasten worden in de begroting 2025 integraal afgewogen Impact op de voorjaarsnota Barendrecht Bij het opstellen van de voorjaarsnota 2025 was de meicirculaire 2024 onbekend. Hieronder is de impact van de meicirculaire 2024 op de meerjarenperspectief uit de voorjaarsnota 2025 weergegeven \

\,

ab

pagina 5 van 6

Bedrag (in €) -/- = voordeel + = nadeel

Startpunt begroting 2025-2028 Stand begroting 20262027 Mutaties septembercircul aire 2023 Stelpost indexeri ng (na septemberc+rculaire 2023) Correctie deelnemersbijdrage GRJR(2eophoging)

-1.726.300\

1.363.300

m6

mo

0

3

760.6001

m9

Amendement Buitenbad Inge de Bruijn zwembad

i

a O

35.0001

.65.900 - 1.846.000

6.132.300

760.6001

760.6001

m6

m6

3

3

Maatregelen verbeterplan Mutaties decembercirculai re 2023

-65.900

8 6

5

53

a8

69.0001

l03.0001

760. 600

163.900 -5.753.200

137.000

.1.572.6001 3.326.3001 -505.3001 -471.300

©qldo Begroting 2025-2028inclusief voorstellen

.195.000

- 195.000

m9

142.200

142.2001

142.2001

142.200

Kostenontwikkelinge n Gemeenschappelijke Regelingen Raadsvoorstellen met uitwerking VJN

3.530.1201

2.933.933

2.933.9331

2.933.933

Onvermijdelijke ontwikkelingen

3.199.8301

\Saldo Meerjarenbegroting

9

48

58

5

0

9

Structurele effecten jaarrekening 2023 Indexaties

M3

2025-2028

e

-676.250

Farma14qlhllq,1.1491.111,1+4.FIollp4:11,bI.agRI,141„bhlld4941q,11

ove rsi hot Mutatie meicirculai re 2024

n3

n3

3.203.5301

3.145.6301

- 195.000

37.400 3.140.630

BH:+:+4+9

tekort

tekort

tekort

805.0001-1.o07.0001 -849.0001-1.060.000

Ua do Meerjarenbegroting 2025-2028(na dekkingsmaatregelen en meicïrculaire 2024)

128. tc kort

We adviseren u deze raadsinformatiebrief te betrekken bij uw behandeling van de voorjaarsnota 2025. Hoogachtend, eester en wethouders van Barendrecht,

de burgemee/ter

drs. R.E Schneider

pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14281110/1