CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-039824 bijlage 2e Burap 2023.pdf

commissie Samenleving 23 januari 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Vragen EVB over collegebrief 2023 03982411.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Tweede Bestuursrapportage 2023

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie: Dagelijks Bestuur (incl. bijlagen) 20 september 2023

INHOUDSOPGAVE

1. VOORWOORD.................................................................................................................. 3 2. LEESWIJZER..................................................................................................................... 5 3. KERNBOODSCHAP EN SAMENVATTING ................................................................... 6 4. FINANCIEEL OVERZICHT.............................................................................................. 8 5. TOELICHTING ZORGLANDSCHAP OVERSTIJGEND .............................................. 11 6. THEMA’S ......................................................................................................................... 14 6.1 Programma sturing op het zorglandschap ............................................................ 14 6.2 Wachttijden ........................................................................................................................... 14 6.3 Ontwikkelopgaven ............................................................................................................. 16 6.4 Maatwerkovereenkomsten / Woonplaatsbeginsel ........................................... 18 6.5 Landelijke Transitie Arrangementen .......................................................................

18 6.6 Jeugdhulpplus ...................................................................................................................... 19 6.7 Hervormingsagenda ......................................................................................................... 21 6.8 Belangenbehartiging ........................................................................................................ 22 6.9 Informatievoorziening..................................................................................................... 22 6.10 Doorontwikkeling Contractmanagement ............................................................ 26 7. BETALINGSGRAAD + OPENSTAANDE VORDERINGEN GEMEENTEN............... 27 8. OVERZICHT BEGROTING 2023 + JEV PER GEMEENTE ....................................... 29

2

1. Voorwoord Voor u ligt de tweede bestuursrapportage 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Deze rapportage geeft een overzicht van de actuele ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp bij de samenwerkende gemeenten in de regio Rijnmond. Verwachtingenmanagement Een belangrijke functie van deze rapportage is verwachtingenmanagement. De financiële prognoses en de jaareindeverwachting (JEV) zijn uiterst zorgvuldig opgesteld en geven momenteel de meest nauwkeurige indicatie van het te verwachten financiële resultaat voor 2023. In september is de begroting 2023, op basis van de informatie uit de eerste bestuursrapportage en de eigen verwachtingen van de 13 gemeenten, verhoogd met € 36 mln. Op dit moment wordt, gezien de feitelijke trends in de cijfers, verwacht dat deze aangepaste begroting met € 35 mln. overschreden wordt:

Figuur 1 Verschillen Begroting en Jaareindeverwachting 2023

De overschrijding zien we bij alle gemeenten, maar treedt onevenredig sterk op bij de gemeente Rotterdam (met € 25,5 van de € 35 mln.) In hoofdstuk 8. staan de berekende overschrijdingen per gemeente per opdracht. De begroting 2023 is net (AB september AB) met € 36 mln. opgehoogd. Hoe kan de tweede burap (AB oktober) dan nu met nog eens € 35 mln. tegenvallen? In de kern zijn de ambities te rooskleurig doorvertaald in de begroting en dit wordt gaandeweg het jaar steeds meer zichtbaar in de realisatiecijfers.  De oorspronkelijke begroting (juli 2022) was gebaseerd op aannames over vermindering van de inzet van regionaal ingekochte hulp (door transformatie o.m. JH+ en meer lokale inzet).  De ontwerpbegrotingswijziging (april 2023) was een bijstelling omdat die vermindering minder dan verwacht optrad in de eerste maanden, terwijl die voor de rest van het jaar nog wel werd verwacht (de ‘knip op D en E' lijkt minder effect te hebben, de woonplaatsbeginselaanpassing juist meer).  In de eerste bestuursrapportage (juli 2023) werd al geconcludeerd dat het resultaat voor 2023 lastig te voorspellen is.  De eerste bestuursrapportage gaf wel genoeg aanleiding om de definitieve begrotingswijziging (sept 2023) op te hogen, maar was nog wel gebaseerd op inschattingen van gemeenten dat de dalende lijn alsnog door zal zetten. 3

In de realisatiecijfers tot en met juli zien we dat met name de inzet van B (opname), D (daghulp), E (ambulant) en LTA hoger is dan voorzien. We zien dat de aannames op basis van de eerste rapportage en de inschattingen per gemeente in de gewijzigde begroting in de praktijk nog niet uitkomen. Als deze trend de tweede helft van dit jaar doorzet komen we veel duurder uit. Verderop in deze rapportage gaan we uitgebreid in op de inhoudelijke verklaringen voor de ontwikkelingen in deze opdrachten.

Inhoudelijke onzekerheden Zoals aangegeven in de eerste bestuursrapportage, zijn de uitgaven dit jaar moeilijk te voorspellen vanwege verschillende onzekere factoren. De verwachte overschrijdingen zijn naar verwachting deels structureel en deels incidenteel. Ten opzichte van voorgaande jaren zijn er dit jaar veel incidentele ontwikkelingen, namelijk:  Dit is het eerste jaar van de nieuwe inkoop met diverse nieuwe zorgaanbieders.  De gemeenten hebben voor de begroting aangegeven een substantieel deel van de zorg in de opdrachten D en E lokaal in te kopen. Op basis hiervan was de begroting met ruim € 20 mln. verlaagd. Uit de ontvangen toewijzingen is deze verschuiving naar lokale zorg vrijwel (nog) niet zichtbaar. Dit effect kan mogelijk nog vertraagd optreden, of het kan juist overschat zijn en helemaal niet plaatsvinden. Dit bepaalt of het achterblijven van dit effect incidenteel is.  Als voorbereiding op de af- en ombouw van de Jeugdhulpplus worden voorbereidingskosten gemaakt. Het aandeel van de GRJR in deze kosten is ca. € 3,5 mln. Mogelijk kan een deel van deze kosten verhaald worden op het Rijk. Voorzichtigheidshalve is dit bedrag nu opgenomen als risico.  Tenslotte heeft Rotterdam voor 2023 een aanzienlijke besparing opgevoerd op opdracht B waarvan niet duidelijk is of deze gerealiseerd gaat worden. Ook het uitblijven van dit effect kan incidenteel zijn.

Daarnaast zijn er onzekerheden die structureel zijn en het resultaat beïnvloeden:  De effecten op de opdrachten A t/m E door de wijziging van het woonplaatsbeginsel in 2022 zijn extra onzeker. Een deel van de naar onze regio overgedragen zorg is nog niet aan één van de opdrachten A t/m E toegewezen.  Met name op opdracht B valt op dat de zorg complexer en daarmee duurder wordt. Dit is zichtbaar in hogere weektarieven en langere trajecten waardoor de kosten per jeugdige stijgen t.o.v. eerdere jaren. Door de afbouw van de gesloten jeugdhulp wordt ook vaker 1-op-1 hulp ingezet die leidt tot hogere kosten.  De LTA-inzet stijgt nog steeds fors.  Uit eerdere periodes is bekend dat gemeenten vaak achterlopen met het afgeven van toewijzingen. De gepresenteerde kosten en aantallen zijn daardoor een onderschatting.  Gemeenten geven vaak niet alle toewijzingen door die in hun cliëntadministratie staan, bijvoorbeeld als het verlengingen van zorgtrajecten betreft. Dit leidt tot een onderschatting van de kosten en aantallen. Of dat op dit moment speelt is niet met zekerheid te zeggen (we weten niet wat we niet weten).

4

2. Leeswijzer Dit document is als volgt gestructureerd: Hoofdstuk 3: Managementsamenvatting van de belangrijkste punten uit deze rapportage. Hoofdstuk 4: Vergelijking tussen de begroting voor 2023 en de jaareindeverwachting. Uitleg over de grootste verschillen tussen beide, inclusief een vergelijking tussen de administraties van gemeenten en zorgaanbieders (zachte kwartaalafsluiting) als indicatie van de mate van informatievolledigheid. Hoofdstuk 5: Inhoudelijk overzicht van de ontwikkelingen en onderlinge relaties tussen de opdrachten binnen GRJR. Hoofdstuk 6: Beknopt overzicht van andere actuele thema's die binnen GRJR worden aangepakt. Hoofdstuk 7: Informatie over de betalingsgraad van zorgaanbieders en gemeenten, evenals openstaande bedragen van deelnemende gemeenten. Hoofdstuk 8: Toegevoegd voor het eerst in deze rapportage, waarin de begroting en jaareindeverwachting per opdracht per gemeente worden gepresenteerd. Voor de controllers en AOJ-leden is er een bijlage beschikbaar. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.wordt per opdracht beschreven welke ontwikkelingen er zijn, inclusief kwantitatieve en kwalitatieve informatie, evenals wachttijden per opdracht.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.biedt uitleg over financiële aspecten, zoals de berekening van de jaareindeverwachting, de zachte kwartaalafsluiting en de stand van zaken met betrekking tot afrekening van voorgaande boekjaren.

5

3. Kernboodschap en samenvatting Doelen - Een kind dat hulp nodig heeft moet bij voorkeur thuis kunnen blijven wonen. Behandeling kan dan ambulant plaatsvinden en beter worden afgestemd op de leefsituatie van het kind. Als verblijf buiten het gezin noodzakelijk is, zetten de gemeenten het liefst een pleeggezin of een gezinshuis in. Als behandeling niet meer centraal staat en er tegelijk geen plek is thuis of in een pleeggezin of gezinshuis, dan kan een alternatief thuis worden geboden in een instelling (residentiële hulp). Dit zijn de doelen van de gemeenten in Jeugdhulpregio Rijnmond (zie Regiovisie). Stand van zaken - Opeenvolgende bestuursrapportages laten zien dat de specialistische jeugdhulp, net als voorgaande jaren, blijft groeien. Dit is duidelijk te zien aan de omvang en kosten van de hulp die gemeenten aan kinderen toewijzen. De kosten voor residentiële hulp nemen niet af. Met name doordat de begrote verschuiving van regionale kosten naar lokaal voor de opdrachten Daghulp en Ambulante hulp niet zichtbaar is in de toewijzingen, is het verwachte resultaat voor dit jaar -€ 35 mln.

Hieronder een toelichting bij de grootste verschillen.  Er is een daling zichtbaar van het aantal kinderen in de gesloten jeugdhulp. Deze kinderen ontvangen een alternatieve vorm van jeugdhulp, die vaak duurder is. Bijvoorbeeld 1-op- begeleiding voor kinderen in instellingen met open verblijfsplekken. Dit is een van de oorzaken van duurdere hulp in opdracht B (opname). De jeugdigen hebben zwaardere problematiek en daardoor intensievere hulp nodig. De begrote besparing is niet zichtbaar in de realisatie. Verwachte uitgaven voor B zijn € 17,8 mln. hoger.  Daghulp (D) is hulp tussen ambulant (E) en verblijf in. Voor deze opdrachten is de verschuiving van regionale naar lokale inzet niet zichtbaar in de zorgtoewijzingen van de gemeenten. Dit in combinatie het intensievere zorgtrajecten leidt dit tot een verwachting voor D en E die € 10,5 mln. hoger is dan begroot.  De kosten van het Landelijk Transitie Arrangement (LTA, opdracht i.3) stijgen als gevolg van een toename in de LTA zorgvormen: Eergerelateerd geweld, seksuele uitbuiting, eetstoornissen en onzindelijkheid. Hiernaast is een algemene stijging te zien in de kosten binnen de academische GGZ zorg. Dit leidt tot € 4,5 mln. hogere kosten. 6

 

Als risico is een bedrag opgenomen voor de reeds gemaakte kosten voor de afbouw van Jeugdhulp+ van € 3,5 mln. Er zijn contacten met het Rijk voor compensatie / een bijdrage in deze kosten. Voorzichtigheidshalve is het totale bedrag opgenomen. Voor langdurig verblijf (C) is sprake van achterblijvende doorstroom van B naar C. hierdoor is de verwachting € 2,2 mln. lager dan begroot. Mede door het verlengen van de zorgcontinuïteit van de Buitenregionale plaatsingen (opdracht i.1) wordt voor € 0,7 mln. aan hogere kosten verwacht.

In de bijlage worden per opdracht de verschillen ten opzichte van de begroting nader toegelicht.

7

4. Financieel overzicht De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de uitgaven en de actuele jaareindeverwachting (JEV) weer. Tabel 1 Ontwikkeling uitgaven en actuele jaareindeverwachting Begroting sept JEV 2023 Verschil JEV 2023 versus Begroting

Totale baten

278.627.441

278.627.441

0

Zorglasten Uitvoeringslasten Resultaat vorige boekjaren en risico Totale lasten

273.611.198 5.016.243

304.754.602 8.462.796

31.143.404 3.446.553

0 278.627.441

380.000 313.597.398

380.000 34.969.957

0

-34.969.957

-34.969.957

Saldo baten en lasten

Financiële onzekerheden en prognose De verwachte overschrijdingen betreffen voornamelijk de zorgkosten, waarvan het overgrote deel in de regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp in opdrachten A t/m E. Vanwege alle inhoudelijke onzekerheden wordt voor deze opdrachten gebruik gemaakt van twee schattingsmethoden die gezamenlijk een bandbreedte vormen voor de te verwachten kosten in 2023:  Jaareindeverwachting (JEV): Deze methode schat de kosten voor 2023 op basis van beschikbare informatie uit gemeentelijke toewijzingen tot en met juli 2023. Voor de overige maanden wordt aanvullende informatie gebruikt op basis van de begroting met de recente inzichten van de gemeenten.  Prognose (uit het dashboard GRJR): een schatting van de kosten voor 2023 op basis van de beschikbare informatie tot en met juni 2023, aangevuld voor de overige maanden met een schatting op basis van historische trends. Hierbij wordt verondersteld dat historische trends niet significant zullen veranderen. In onderstaand tabel vindt u een overzicht van de (oorspronkelijke en aangepaste) begroting voor 2023 (aangegeven in geel), de kosten voor 2023 berekend via de JEV- en Prognose methode (aangegeven in roze) én de kosten die zijn opgenomen in deze rapportage (aangegeven in groen). Dit overzicht geeft een totaalbeeld van de regio Rijnmond. In hoofdstuk 8.

zijn de details per gemeente opgenomen.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

8

Tabel 2 Totaalbeeld regio rijnmond (begroting, kosten, JEV-en prognose methode)

Opdracht A Opdracht B Opdracht C Opdracht D Opdracht E Totaal

Oorspr. Begr 23 26,1 49,1 26,3 11,0 29,0 141,5

Gewijz. Begr 23 20,2 61,2 19,8 21,1 43,1 165,5

JEV 19,7 69,1 17,6 22,0 46,5 175,0

Prognose 19,1 76,9 16,2 25,6 52,1 189,8

Burap 20,9 79,0 17,6 25,7 49,0 192,2

Verschil Burap vs Begroting 0,6 17,8 -2,2 4,6 5,9 26,7

De laatste kolom toont voor de opdrachten A t/m E een verschil ten opzichte van de begroting van € 26,7 mln. Op de overige opdrachten is per saldo sprake van een overschrijding ten opzichte van de begroting van € 8,3 mln. Hierdoor is in deze tweede bestuursrapportage voor een uiteindelijke jaareindeverwachting gerekend met een tekort van € 35 mln. De forse afwijking tussen de realisatie en begroting binnen opdracht B veroorzaakt het grootste verschil. Ook de onzekerheid over het slagen van de overdracht en de omvang van regionale naar lokale hulp voor de opdrachten D en E leidt tot een verwachte overschrijding. In de ontvangen zorgtoewijzingen van de gemeenten is deze verschuiving nog niet of zeer beperkt zichtbaar. Verderop wordt meer inhoudelijk ingegaan op de verwachtingen. Hieronder is de financiële prognose per opdracht weergegeven.

9

Tabel 3 Financiële prognose Baten

Producten

Begroting sept 2023

JEV 2023

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

Exploitatie

1. Programma Bijdrage deelnemende gemeenten fonds Totaal Baten Lasten

Exploitatie

Gewoon opgroeien buiten gezin Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning Steun, hulp of behandeling overdag Pakket thuis (Ambulante hulp)

F

Crisishulp

G

A

278.627.441

278.627.441

0

0

0

0

278.627.441

278.627.441

0

Begroting sept 2023

JEV 2023

Verschil JEV versus Begroting

0,0%

0,0%

% Verschil

20.248.795

20.867.254

618.459

3,1%

61.228.204

79.035.661

17.807.457

29,1%

19.819.852

17.598.271

-2.221.580

-11,2%

21.067.250

25.692.751

4.625.502

22,0%

43.131.032

49.000.000

5.868.968

13,6%

8.794.897

7.747.775

-1.047.122

-11,9%

Gecertificeerde instellingen

44.810.788

45.330.559

519.771

1,2%

1. JBRR

43.049.458

43.337.169

287.711

0,7%

2. LDH

1.761.330

1.993.390

232.060

13,2%

H.

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond

19.421.563

19.024.849

-396.714

-2,0%

I.

Overige

35.088.819

40.457.482

5.368.663

15,3%

1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)

10.906.961

11.629.750

722.790

6,6%

0

0

0

0,0%

3. Landelijke inkoop

21.849.048

26.349.022

4.499.974

20,6%

4. Acute dienst GGZ

649.435

721.213

71.778

11,1%

5. Transformatiefonds /In novatie

1.683.376

1.757.497

74.121

4,4%

Uitvoeringskosten

5.016.243

8.462.796

3.446.553

68,7%

Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Organisatiekos ten GR

1.000

3.489.180

3.488.180

4.131.803

4.085.474

-46.329

-1,1%

Specifieke ICT-kosten

160.996

169.191

8.195

5,1%

Accountantskos ten

186.460

189.082

2.621

1,4%

Werk en Onderzoek

324.007

320.269

-3.737

-1,2%

Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren

211.977

209.600

-2.377

-1,1%

313.217.398

0 34.589.957

12,4%

-34.589.957

-34.589.956

B C D E

2. Extra ASR

J.

Totaal Lasten

0 278.627.441 0

Saldo

Saldo

lasten

0

Risico Resultaat vorige

0

0

0

0

-380.000

-380.000

Eindsaldo

0

-34.969.957

-34.969.956 negatief

10

5. Toelichting zorglandschap overstijgend Algemene ontwikkelingen Met ingang van 1 januari 2023 is een nieuwe contractperiode van start gegaan, wat heeft geleid tot een herstructurering van het zorglandschap. Hoewel de opdrachtenstructuur onveranderd is gebleven (opdracht A tot en met F voor specialistische jeugdhulp), zijn er significante veranderingen doorgevoerd. Zeven systeemaanbieders zijn gecontracteerd die elk in staat zijn om elke opdracht te vervullen, hetzij zelfstandig, hetzij via onderaannemers. Gezamenlijk dragen deze systeemaanbieders de verantwoordelijkheid voor een compleet en dekkend zorgaanbod voor specialistische jeugdhulp, met uitzondering van forensische hulp. Voor forensische hulp zijn specifieke prestatieaanbieders gecontracteerd. Bovendien zijn er flexaanbieders beschikbaar voor diverse opdrachten. Deze flexaanbieders treden op wanneer systeem- of prestatieaanbieders niet in staat zijn om tijdig de benodigde hulp te leveren. Momenteel wordt er nauwelijks gebruik gemaakt van de flexaanbieders, met uitzondering van een aanbieder van gezinshuiszorg. In lijn met de wijziging van het woonplaatsbeginsel is ervoor gekozen om deze jeugdigen direct onder het flexcontract van deze aanbieder te plaatsen, in plaats van te zoeken naar een geschikte hoofdaannemer.

Binnen de opdracht D (daghulp) en E (ambulante hulp) is ervoor gekozen om een aanzienlijk deel van de specialistische regionale hulp te verschuiven naar het lokale gemeentelijke aanbod. Dit is vrijwel nog niet zichtbaar in de cijfers. Tot op heden, gedurende 2023, zijn 8.704 jeugdigen onder behandeling bij onze systeem-, prestatie- en flexaanbieders. Aantal jeugdigen Aantal jeugdigen 6M 2023 1 Opdracht geheel 2022 A

1.715

1.567

B

828

618

C

322

277

D

1.103

806

E**

7.650

5.436

Totaal

11.618

8.704

Tabel 4 Aantal jeugdigen

Dit is de stand over geheel 2023 op basis van huidige bekende toewijzingsgegevens (aanlevering t/m juni 2023). De verwachte realisatie van de knip op D ingaande 1 juli is nog

Aantallen kunnen wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: dashboard GRJR peildatum 17-8-2023. ** Exclusief laagfrequente medicatiecontrole 1

11

niet (volledig) in deze cijfers zichtbaar maar wel in de JEV verwerkt, op basis van informatie van gemeenten over de mate waarin zij verwachten de knip alsnog te realiseren. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn de jaren onderling vergelijkbaar. Zorginhoudelijke ontwikkeling Overgang naar nieuwe contracten en zorgcontinuïteit De eerste helft van 2023 stond in het teken van de overgang van oude naar nieuwe contracten. De jeugdigen die in 2022 al zorg ontvingen en in zorg blijven, krijgen de hulp die ze al hadden. Dit is zorgcontinuïteit voor de periode van 1 januari tot 1 juli 2023. De hulp die daarna nodig is, wordt uitgevoerd door de systeemaanbieders of door hen gecontracteerde onderaannemers (waar de kinderen op dat moment in zorg zijn, c.q. door MEVIS voor de MVS-gemeenten). In hoofdstuk 6.6 staat beschreven wat de stand van zaken is met betrekking tot deze overzetting. Zorglandschapstafels Binnen de zorglandschapstafels vinden interacties plaats tussen aanbieders en gemeenten. Zij delen op welke wijze zij werken aan verschillende onderdelen van de ontwikkelopdrachten en streven naar wederzijdse versterking.

Aanbieders en gemeenten zoeken elkaar steeds meer op om gezamenlijk op te trekken bij stagnatie van bepaalde ontwikkelingen, zoals het gebruik van lokaal ingekochte vormen van ambulante en daghulp. Toenemende zorgzwaarte Over de gehele linie is er sprake van een toename in zorgzwaarte. Opvallend in de crisishulp is dat bij nieuw aangemelde jeugdigen ambulante crisishulp minder vaak haalbaar is vanwege de ernst van de problematiek. Plaatsing in een crisispleeggezin of op de crisisopvang is op dat moment de enige mogelijkheid om de veiligheid van de jeugdige/ het gezin te garanderen. Aanbieders onderzoeken wat de reden van deze ontwikkeling is en wat er nodig is om eerder betrokken te worden in deze gezinnen, zodat een uithuisplaatsing voorkomen kan worden. Het gebruik van pleegzorg neemt af ten opzichte van voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren door een tekort aan pleeggezinnen. Daarnaast is er de mogelijke verklaring dat er steeds complexere casuïstiek vanuit de thuissituatie behandeld wordt. Als thuis wonen toch niet meer mogelijk is, overstijgt de problematiek de mogelijkheden van pleeggezinnen. Het enige alternatief is dat een uithuisplaatsing bij residentieel verblijf (opdracht B en C). Aanbieders bundelen expertise om pleegouders toe te rusten voor deze complexere hulpvragen. De instroom in de opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) blijft onverminderd hoog.

De gevolgen van de verschuiving van onderdelen van deze opdrachten naar lokale inkoop zijn nog niet merkbaar. In opdracht D is met name verzwaring van problematiek te zien voor forensische jeugd en ggz-daghulp. Daarnaast wordt er nog onvoldoende gebruik gemaakt van lokaal aanbod voor daghulp. Hierom wordt er een overleg tussen lokale en regionale aanbieders van daghulp georganiseerd, om te onderzoeken of met wel voldoende gebruik maakt en op de hoogte is van elkaars mogelijkheden. Ook voor opdracht E speelt dit. Elke gemeente heeft zijn eigen lokale aanbod, wat verwijzers nog niet altijd goed bereikt. Dit zijn 12

bij uitstek vraagstukken waarin gemeenten en regionale aanbieders samen optrekken. Er is een overleg tussen de CKL-gemeenten geweest en voor VPGO vindt dit in het najaar plaats. Daarnaast wordt onderzocht hoe huisartsen beter gefaciliteerd kunnen worden door de gemeenten én de regio zodat de verwijsstroom beter verloopt. Daarvoor vinden er overleggen plaats tussen huisartsvertegenwoordigers, UO, Programmateam en gemeente Rotterdam. Aanvullend op de wachtlijstbemiddeling, startte de Gemeente Rotterdam samen met de UO, regionale én lokale aanbieders een verdeeltafel voor wachtende jeugdigen. Opdracht B en C – Problematiek en doorstroom In opdracht B (behandeling met verblijf) valt op dat de problematiek in korte tijd verandert. Met name meer aanwezigheid van agressie en messengebruik en -bezit op groepen vraagt extra inzet van personeel of kleinere groepen om de veiligheid te garanderen. De doorstroom vindt met name onvoldoende plaats tussen de opname- en verblijfopdrachten B en C. Hierbij is de nog te zware zorgvraag of te jonge leeftijd een knelpunt om een tijdige doorstroom tussen B en C te laten slagen. Ook de versnelde afbouw van Jeugdhulp+ heeft gevolgen voor de doorstroom in de verblijfsopdrachten.

Aanbieders werken mee aan het bovenregionale project “Alternatieven voor Jeugdhulp+” waarbij onderzocht wordt welke alternatieve zorgvormen de regio moet ontwikkelen om deze jongeren in een open setting te behandelen. Het kost tijd om deze alternatieven te ontwikkelen. Inhoudelijke ontwikkelingen Prestatieaanbieders (forensische zorg) De gecontracteerde prestatieaanbieders nemen allen deel aan de forensische zorgbemiddelingstafel van team Zorgbemiddeling. De samenwerking hierin is sterk verbeterd nadat de partijen elkaar beter leerden kennen en hun expertise duidelijker werd. Dit is naar zeggen van de aanwezigen van een concurrerende positie naar samenwerken gegaan. De prestatieaanbieders kenmerken zich als een groep enthousiaste aanbieders met een wens om samen te werken en een grote motivatie om de zorg aan de forensische doelgroep te verbeteren en verder te specialiseren. Thema’s die daarbij aandacht krijgen zijn: Jongere leeftijd delictplegers, drillrap/messengeweld, uithalers in de haven en dergelijke. Op de forensische opdrachten met verblijf op B en C zijn slechts 2 aanbieders gecontracteerd. De instroom en hoeveelheid jongeren is voor deze partijen meer dan verwacht, met name op de B- plekken. Hierdoor is nadrukkelijk de samenwerking opgezocht met andere aanbieders van forensisch verblijf in onderaanneming en in maatwerkovereenkomsten.

Dit wordt ook aangevuld met ambulante forensische experts. In een tweewekelijks casuïstiekoverleg zoekt deze groep aanbieders samen de best passende verblijfplek voor de aangemelde jeugdigen. In deze samenwerking is ook duidelijker geworden dat er enkele ontwikkelvragen liggen, op met name de verblijfsopdrachten. Hierom start er eind augustus een ontwikkelwerkgroep. Een keer per zes weken komen de aanbieders en opdrachtcoördinator van de UO bijeen om ontwikkelvragen als crisisplaatsingen voor deze doelgroep, maar ook het thema gezamenlijke verantwoordelijkheid, samen uit te werken.

13

6. Thema’s 6.1 Programma sturing op het zorglandschap Met de start van de nieuwe contracten startte ook het programma Sturing op het Zorglandschap. Dit programma heeft meerdere doelen, waaronder het realiseren van de zorglandschapsdoelstellingen en het zorgen voor een volledig dekkend aanbod. De doelstellingen zijn vindbaar in de jaarlijkse Kadernota’s en begrotingen en overstijgen de opdracht specifieke doelstellingen. Daarnaast omdat het programma vijf specifieke inhoudelijke doelstellingen die zijn vastgelegd in de vorm van ontwikkelopgaven met de zeven systeemaanbieders. De doelen worden nagestreefd door:  Identificeren en (laten) oplossen van belemmeringen, bijvoorbeeld in contract- of samenwerkingsafspraken, via projecten of concrete acties.  Overzicht over de samenhang tussen de door de GRJR ingekochte en gesubsidieerde opdrachten (helicopterview). Implementatie contractafspraken De implementatie van de afspraken zoals deze in de nieuwe contracten zijn opgenomen, is in volle gang. Het overkoepelende thema wat afgelopen periode speelde was de samenwerking tussen hoofd- en onderaannemers. De periode van zorgcontinuïteit liep 26 juni 2023 af en de gevolgen van de wet wijziging woonplaatsbeginsel werden zichtbaar in de praktijk.

Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de zeven systeemaanbieders vaker dan voorheen te maken hebben met samenwerking tussen hoofd- en onderaannemers, inclusief bijbehorende verantwoordelijkheden. In de praktijk ontstonden discussies en interpretatieverschillen over contractafspraken. Om dit aan te pakken heeft de Uitvoeringsorganisatie (UO) een document opgesteld waarin de contractueel vastgelegde afspraken en verantwoordelijkheden over de zorg voor jeugdigen bij inzet van onderaannemers duidelijk worden beschreven. De UO werkt samen met de systeemaanbieders om te kijken hoe dit werken met onderaannemers efficiënter en effectiever kan verlopen. Een ander belangrijk onderwerp is het zorgbemiddelingsproces. Nog meer dan voorheen is er aandacht nodig voor het leiden van jeugdigen naar de juiste vorm(en) van hulp. De zorgvraag in het open residentieel aanbod (opdrachten B en C) verschuift als gevolg van de snelle afbouw van jeugdhulp+. Hierbij moeten steeds vaker oplossingen worden gezocht die nog niet bestaan. Ook de samenwerking met lokaal ingekochte hulp van individuele gemeenten is van belang. De start van de doorontwikkeling naar het Regionaal Expertiseteam Rijnmond (RER), een samenwerking tussen gemeenten, aanbieders en team Zorgbemiddeling van JBRR is dan ook van groot belang. Op 18 augustus jongstleden startte de projectleider die dit project vormgeeft.

Het project loopt tot het einde van 2023. 6.2 Wachttijden Resultaten opdracht E 14

Om de effecten van de nieuwe inkoop op de gemiddelde wachttijd en de wachtlijst beter te begrijpen, is in onderstaande tabel de subregio MVS weggelaten. Eind 2022 stonden er voor opdracht E 1085 jeugdigen op de wachtlijst, met een gemiddelde wachttijd van 14 weken. Na het eerste kwartaal van 2023 is te zien dat de systeemaanbieders de in 2022 ingezette daling hebben voortgezet. Er staan nog 1017 jeugdigen op de wachtlijst met een gemiddelde wachttijd van 13 weken. Aanbieders hebben gemerkt dat de verschuiving van delen van opdracht E naar lokale inkoop ertoe heeft geleid dat verwijzers de weg niet goed weten. Dit heeft de druk op regionale GGZ-aanbieders voor screening en triage vergroot. De gevolgen hiervan zijn nu duidelijk zichtbaar: de gemiddelde wachttijd is met 3 weken gestegen en het aantal wachtende jeugdigen is toegenomen met 251, Er wordt onderzocht met de lokale en regionale aanbieders of er mogelijkheden zijn om casuïstiek te herverdelen.

Gemiddelde wachttijd opdracht E (excl. MVS) 30 20 10 0

27 15

13

15

18

14

13

16

Aantal wachtenden opdracht E (excl. MVS) 1331 1268 1500 1150105710141070 10851017 1000 500 0

Tabel 5 gemiddelde wachttijd opdracht E en aantal wachtenden opdracht E

Naast het monitoren van de gemiddelde wachttijd en de omvang van de wachtlijst, houdt de GRJR ook toezicht op de spreiding van de wachttijden. Met andere woorden, ze analyseren hoelang de meeste jeugdigen moeten wachten voordat ze zorg ontvangen. Het ideale scenario is dat de piek van de wachttijden zich bevindt binnen de eerste drie maanden na aanmelding, en dat het aantal jeugdigen dat lang moet wachten geleidelijk afneemt. Rond de zomervakantie is het gebruikelijk een toename in het aantal wachtenden en wachttijd te zien. De langst wachtenden wachten veelal op inzet van zeer specialistische schaarse hulp. Voor hulp in complexe scheidingssituaties en voor kinderen met (complex) autisme is de wachttijd op het moment het langste.

15

Aantal wachtenden

Spreiding van wachttijd opdracht E (excl. MVS) 500 400 300 200 100 0

454

135

142

160

134

151 52

36

4

2022 Q4 2023 Q1 2023 Q2

Wachttijd Tabel 6 Spreiding van wachttijd opdracht E

Resultaten opdracht B en C In opdracht B en C zijn geen lange wachttijden voor de meeste kinderen. Aanbieders rapporteren over het kleine aantal jeugdigen een gemiddelde wachttijd van 11 weken. Echter, voor de kinderen met de meest complexe hulpvraag is het lastig passende hulp te vinden (zie Opdracht B en C – Problematiek en doorstroom Wanneer jeugdigen met hun behandeling in opdracht B klaar zijn maar nog niet thuis kunnen wonen, stromen zij door naar opdracht C. Echter sluit daar het aanbod niet altijd goed aan op de vraag. Deze wachtende kinderen zijn niet opgenomen in de dashboards aangezien er nog geen aanmelding is voor passende vervolghulp. Vrijwel alle wachtende kinderen in opdracht B en C ontvangen al een vorm van jeugdhulp. 6.3 Ontwikkelopgaven Stand van zaken Ontwikkelopdrachten Systeemaanbieders De zeven systeemaanbieders zijn in deze nieuwe contractperiode onze partners waarmee we onderdelen uit de regiovisie realiseren. Dit vraagt een toenemende mate van samenwerking. Tussen aanbieders onderling, maar ook tussen aanbieders en gemeenten. De systeemaanbieders gaven hiervoor in hun contracten aan hoe zij werken aan de ontwikkelopdrachten. Wat opvalt is dat aanbieders de opdrachten omarmen en hier mee aan de slag zijn. Aanbieders zoeken elkaar steeds meer op en voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk om in de praktijk te verbeteren. 1.

Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust zich op gebiedsgericht werken, de andere aanbieder opende een nieuwe locatie in het noorden van de regio, omdat ze daar nog niet zaten. Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Tot slot proberen aanbieders de effectiviteit van hun zorg te vergroten door de respons op exit-vragenlijsten te verhogen, wat hen helpt te beoordelen of de geboden hulp passend is geweest. 16

2. Regionaal sluit aan op lokaal Het inzichtelijk maken van resultaat op deze opdracht (door een kpi) is nog in ontwikkeling. In de praktijk werken aanbieders samen met gemeenten om de verbinding tussen regionale en lokale jeugdhulp te versterken. Dit omvat initiatieven zoals verdeeltafels, knooppunten en het verkrijgen van inzicht in lokale betrokken partijen. Er is veel aandacht voor dit onderwerp vanuit zowel gemeentelijke als regionale perspectieven, vooral gezien de onderbenutting van lokaal ingekochte jeugdhulp in sommige gemeenten. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeggezin- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt met werving, scholing van pleeggezinnen, beschikbaar stellen van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking) en het opzetten van Mockingbirdconstellaties. 4. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van alternatieven. De wijze van monitoring van deze opdracht is in ontwikkeling. 5. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is het de bedoeling dat aanbieders met regelmaat middels dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af. Er zijn nog geen resultaten te melden. Na afloop van het jaar 2023 verantwoorden aanbieders de inzet van het ontwikkelbudget van ca €150.000 per aanbieder per jaar.

Stand van zaken ontwikkelthema’s Prestatieaanbieders In de contracten met de prestatieaanbieders staan twee speerpunten waar deze periode met elkaar aan moet worden gewerkt: 1. Passend aanbod voor 18+’ers met (jeugd)reclassering, inclusief ASR afgestrafte jongeren: Het doel hierbij is om voldoende passend aanbod te creëren voor jongeren van 18 jaar en ouder die te maken hebben met (jeugd)reclassering, inclusief jongeren die onder ASR (Adolescenten Strafrechtrecht) vallen. Het streven is om deze jongeren een toekomstperspectief te bieden. Er wordt specifiek gekeken naar het vraagstuk rondom verblijf en de overgang naar bijvoorbeeld de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Een ontwikkelwerkgroep is recent gestart om dit thema aan te pakken, waarbij lessen worden getrokken uit zowel de zorg voor forensische jeugd vanuit de Jeugdwet als vanuit het volwassenenkader. 2. Transforensische hulp: Deze vorm van hulp is gericht op de continuïteit van zorg voor jongeren voor, tijdens en na detentie, zowel in Justitiële Jeugd Inrichtingen (JJI's) met verschillende beveiligingsniveaus als in de Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ) met een lager beveiligingsniveau. Een pilot voor transforensische zorg is vanuit de Justitiële jeugdinrichting (JJI) Teylingereind gestart, waarbij Welzijn E25 betrokken is.

Daarnaast heeft Timon, met input van andere aanbieders, een plan ingediend voor financiering van een pilot voor transforensische zorg vanuit de KVJJ. Er wordt ook gekeken naar eerdere onderzoeksresultaten om te bepalen welke aanbevelingen in de dagelijkse praktijk kunnen worden toegepast. 17

Deze initiatieven zijn gericht op het verbeteren van de zorg en de ondersteuning voor jongeren die betrokken zijn bij (jeugd)reclassering en jongeren die in detentie zitten, om zo een effectievere en naadloze overgang naar de samenleving te bevorderen. 6.4 Maatwerkovereenkomsten / Woonplaatsbeginsel Er is een kleine groep kinderen en jeugdigen voor wie de maatwerkovereenkomst van kracht blijft, omdat de toegevoegde waarde van betrokkenheid door de aanbieder uit de regio niet wenselijk is. Er is een overzicht met categorieën gemaakt door de medewerkers van zorgbemiddeling en de systeemaanbieders waarbij kinderen die in de 4e categorie vallen, ook in de toekomst de huidige hulp via een maatwerkovereenkomst krijgen. De kenmerken van deze groep zijn:  Geen binding met de Rijnmond regio  Geen jeugdbescherming betrokken vanuit de Rijnmond regio  Geen behoefte aan inhoudelijke betrokkenheid vanuit de systeemaanbieder  Geen perspectief en/of wens voor terugkeer naar Rijnmond  Huidige verblijf is buiten de provincie Zuid-Holland Het verwachte aantal maatwerkovereenkomsten voor deze groep wordt geschat op ongeveer 20, in vergelijking met de 400 die het afgelopen jaar werden afgesloten.

Dit zal resulteren in lagere kosten voor de maatwerkovereenkomsten die worden opgenomen onder opdracht I.1 bij Buitenregionale plaatsingen en hogere kosten bij de opdrachten waar deze zorg terecht komt. 6.5 Landelijke Transitie Arrangementen (LTA) De Werkgroep Landelijke Transitie Arrangementen is opgericht om inzicht te krijgen in de kostenontwikkelingen van LTA en te zoeken naar sturingsinstrumenten binnen het diverse LTA-aanbod. Deze werkgroep wordt geleid door de Uitvoeringsorganisatie (UO) en omvat vertegenwoordigers van gemeenten, regionale aanbieders en de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Rijnmond (JBRR). Doel van deze werkgroep is om het kostenverloop van LTA-aanbieders in zicht te krijgen, het verwijsgedrag naar deze aanbieder te onderzoeken, en te onderzoeken of LTA zorg ook regionaal/lokaal aangeboden kan worden en/of eerder naar regionale of lokale aanbieders afgeschaald kan worden. Sinds 2015 koopt de VNG via het Landelijk Transitie Arrangement zeer specialistische vormen van jeugdhulp landelijk in. Deze jeugdhulp is zo specialistisch en cruciaal dat dit niet duurzaam op kleinere schaal georganiseerd kan worden. Daarnaast zijn hiervoor geen lokale/regionale alternatieven voorhanden. Het onderzoek loopt nog, maar de voorlopige bevindingen zijn als volgt:  76% van de verwijzers naar LTA-aanbod zijn medische verwijzers (huisarts en medisch specialist).

Dit behoeft een verdiepend onderzoek met gemeenten om deze groep verwijzers en het bijbehorende verwijsgedrag nog beter in kaart te brengen. Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin het verwijsgedrag van huisartsen, maar met name de medische specialisten die nog verder van de gemeenten afstaan.  Daarnaast wordt gekeken naar de wijze van uitvoering van casusregie en de mate van tijdige op-/afschaling van en naar lokaal/regionaal/LTA en of dit in lijn is met de regiovisie qua matched care. 18

Tabel verwijzers 2022* Gemeentelijke Gecertificeerde Rechter of Medisch toegang instelling Justitie Huisarts Jeugdarts specialist 13% 11% 0,2% 26% 1% 50% Tabel 7 Verwijzers 2022 * van de beschikbare data uit toewijzingen

-

Merendeel van de geboden zorg zowel in aantallen toewijzingen als in kosten betreft ambulant, m.n. GGZ gerelateerd aanbod. LTA-verblijfsaanbod is ook meer dan de helft GGZ zorg.

Tabel verdeling zorgvorm 2022* Verdeling in zorgvorm % aantallen % kosten ambulant 90% 58% verblijf 7% 35% overig** 3% 7% Eindtotaal 100% 100% Tabel 8 Verdeling zorgvorm 2022

*excl. gering aantal geheim geplaatste jeugdigen i.v.m. veiligheidsrisico’s, zoals eer gerelateerd/seksueel geweld. Verdeling o.b.v. facturatie door zorgaanbieders. **Overig betreft beschikbaarheidsfinanciering en vormen van dagbehandeling. Uiteraard blijft de Uitvoeringsorganisatie aangesloten bij de ontwikkelingen in het kader van de Hervormingagenda met betrekking tot de landelijke inkoop. 6.6 Jeugdhulpplus Algemeen Al lange tijd wordt gewerkt aan het om- en afbouwen van de JeugdhulpPlus, waardoor ook JeugdhulpPlus aangesloten wordt bij de regiovisie. Hiervoor is begin 2023 een geactualiseerd bovenregionaal plan JeugdhulpPlus vastgesteld en hebben de aanbieders iHUB en Schakenbosch de opdracht gekregen om een Herstel- en Continuïteitplan op te stellen voor hun organisatie. De noodzaak voor deze plannen ontstond omdat de financiële situatie van deze aanbieders zeer ernstig was en de continuïteit van zorg ernstig onder druk kwam te staan. Kostensoorten Het om- en afbouwen van JeugdhulpPlus is een enorm project dat gecoördineerd moet worden en frictiekosten met zich meebrengt. Deze kosten bestaan uit: A. Voorbereidingskosten Onder voorbereidingskosten vallen de kosten die gemaakt worden om dit project in goede banen te leiden en de plannen van om- en afbouw te maken.

Naast projectmanagementkosten zijn dit ook kosten om de financiële effecten van de verschillende scenario’s te berekenen. B. Incidentele kosten De incidentele kosten zijn eenmalige kosten die gemaakt worden om de om- en afbouw te realiseren. Dit zijn daadwerkelijke kosten voor zoals het verbouwen van 19

panden, maar eventueel ook kosten voor leegstand doordat groepen niet volledig bezet zijn. C. Structurele kosten Onder structurele kosten vallen bijvoorbeeld kosten als gevolg van groepsverkleining waardoor huidige tarieven niet kostendekkend zijn. Financiering De lobby met het rijk is gestart om (een deel van) deze frictiekosten vergoed te krijgen. In de hervormingsagenda is afgesproken om de middelen voor frictiekosten en coördinatie apart toe te wijzen. Deze middelen zullen onder in een nog te ontwikkelen regeling gebracht worden. Het ministerie van VWS zal binnenkort de eerste contouren schetsen van deze regeling. Na de zomer zullen de gesprekken hiervoor opgestart worden. Op dit moment zijn er vanuit het Rijk nog geen toezeggingen ontvangen over een bijdrage in de kosten. De verwachting is dat niet alle te maken kosten gedekt kunnen worden uit de hierboven genoemde regeling. Binnen het landsdeel (Haaglanden, Holland Rijnland, Midden Holland, Zuid Holland Zuid en Rijnmond) is een verdeelsleutel vastgesteld. De kosten worden volgens de verdeelsleutel verdeeld over het landsdeel. Huidige realisatie Als landsdeel hebben we ons gecommitteerd aan een financiële continuïteiten bijdrage aan Schakenbosch (dat valt onder het bedrag Algemene kosten in onderstaand overzicht). Op dit moment is al voor meer dan € 10 mln. aan kosten gemaakt. Hiervan zou ca. € 3,5 mln.

ten laste komen van de GRJR. Hieronder een overzicht van deze kosten. Kosten Jeugdhulp+ 2023 iHUB Projectleiding en Financiële analyse Ontwikkelkosten om- en afbouw Leegstand e.d. (zie AB-besluit B4 d.d. 08-072022) Schakenbosch Algemene kosten Totaal

Totaal 307.618 300.922 2.259.632 621.008 3.489.180

Toekomstige kosten Het laat zich moeilijk voorspellen wanneer naar verwachting de af- en ombouw gereed zal zijn. Nu wordt rekening gehouden dat dit 2025 gereed zal zijn. Op dit moment doet Deloitte een onderzoek naar de hoogte van de incidentele- en structurele kosten en valt er nog niets te zeggen over de hoogte van deze kosten. Besluitvorming Het plan is om voor het einde van het jaar het Algemeen Bestuur (AB) een besluit te laten nemen over de Herstel- en Continuïteitsplannen. Dan worden ook de afspraken over de kosten vastgelegd. Het AB wordt regelmatig geïnformeerd over de actuele stand van zaken.

20

Jaareindeverwachting 2023 In de JEV in deze burap is vooralsnog alleen rekening gehouden met de reeds gemaakt kosten van € 3,5 mln. Hierin zitten niet de verdere (genoemde) kosten die dit jaar nog gemaakt worden voor af- en ombouw. De werkelijke kosten in 2023 kunnen hier substantieel van afwijken. Dit is een fors risico voor het te verwachten resultaat 2023. Eén van de beheersmaatregelen is om te lobbyen bij het Rijk om deze kosten (deels) te financieren. 6.7 Hervormingsagenda De Hervormingsagenda Jeugd is op 14 juni 2023 in de ALV van de VNG vastgesteld. Daarin is een voorstel opgenomen -dat door onze jeugdhulpregio is opgesteld- dat meer helderheid moet geven over de inhoudelijke opgaven, de financiën en de opdracht van de in te stellen deskundigencommissie. Aan de hand van de gedane inspanningen van de betrokken partijen (met name de gemeenten), geeft de commissie zwaarwegend advies over onder andere de benodigde (financiële) middelen voor de toekomst. De Hervormingsagenda Jeugd bevat veel afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Het doel is om het stelsel en de uitvoering te verbeteren en over (wettelijke) grenzen heen te gaan. De Hervormingsagenda is verdeeld in 6 opgaven (implementatielijnen): 1. Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is; 2. Stevige lokale teams (incl.

een stevigere verbinding met aangrenzende domeinen) en toegang; 3. Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk; 4. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren; 5. Regionale en landelijke inkoop en organisatie van de specialistische zorg; 6. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring. Als regio zijn wij direct verantwoordelijk voor de opgaven 2. Stevige lokale teams en toegang en 5. Regionale en landelijke inkoop en organisatie. Voor de uitvoering wordt op dit moment (zomer 2023) een implementatieplan bij de implementatielijnen gemaakt door de VNG in overleg met de partijen uit de Vijfhoek. Uiterlijk oktober 2023 moet dit klaar zijn. Maatregelen (Financiële impact) Vanaf 2026 is het besparingspotentieel ongeveer 1 miljard en is de periode 2023-2025 tijdelijk bevroren op 374 mln. Van de 1 miljard is € 650 mln. aangemerkt als haalbaar en € 380 mln. als onzeker. De deskundigencommissie doet hierover in 2025 een uitspraak. Eerder heeft het Rijk zich uitgesproken over de € 511 mln. waarin zij de verantwoordelijkheid zou nemen.

Controversionele onderwerpen Met de start van de zomer heeft het kabinet besloten om af te treden en demissionair verder te gaan. Op 13 september zal de tweede kamer besluiten wat de controversionele onderwerpen zijn. Op dit moment is de verwachting niet dat het proces verdere vertraging oploopt. 21

6.8 Belangenbehartiging Rechtbank In juni vond een relatiegesprek plaats met de rechtbank (team jeugd) en het Openbaar ministerie. Gespreksonderwerpen waren o.a. kinderen met een Wlz-indicatie met jeugdhulp, de jeugdbeschermingsketen, forensische zorg en het Toekomstscenario. Afgesproken is het wederzijds contact aan te halen, onder meer via een door de rechtbank te organiseren themabijeenkomst over complexe scheidingen. Regio’s Beoogd wordt de GRJR meer zichtbaar te maken. Een eerste stap daartoe is het aanhalen van het contact met omliggende jeugdhulpregio’s. Zo is een bezoek gepland aan Zuid-HollandZuid en Midden-Holland. Dit om te delen hoe het contractmanagement, de informatievoorziening en de financiële administratie in elke regio is georganiseerd en zo kennis en ervaringen uit te wisselen. Plan van aanpak Open alternatieven voor gesloten jeugdhulp Tijdens het AB van juli is het plan van aanpak vastgesteld voor het ontwikkelen van intensieve open zorg voor jongeren uit de doelgroep van jeugdhulpplus die geen machtiging meer krijgen voor gesloten jeugdhulp. Er wordt een werkgroep met aanbieders, GI en gemeenten ingesteld. Aanbieders is gevraagd in beeld te brengen waarom 1-op-1 wordt ingezet en hoe dit had kunnen worden voorkomen. 6.9 Informatievoorziening De GRJR heeft onder andere een informatievoorzieningstaak met als doel het sturen op jeugdhulp.

Op 19 februari 2021 is door het AB het strategisch informatieplan voor de GRJR vastgesteld. Inmiddels staat er met een dashboard, inclusief een transformatiemonitor en afspraken met gemeenten en aanbieders over het verbeteren van de datakwaliteit een stevige basis, die nog verder uitgebreid en verdiept wordt. Hier wordt gerapporteerd over de voortgang van lopende ontwikkellijnen, nieuw gestarte en toekomstige ontwikkelingen. Informatieproducten en gebruik Met de systeemaanbieders wordt gewerkt aan het monitoren op de voortgang van de ontwikkelopgaven. De eerste kritieke prestatie indicatoren (kpi’s) zijn in een afrondende fase en kunnen in concept gebruikt worden in contractgesprekken. De kpi’s worden ook onderdeel van de gesprekken over de voortgang over de ontwikkelopgaven in de zorglandschaptafels of in rapportages, zoals volgende versies van de bestuursrapportage. De ontwikkelde kpi’s geven een eerste aanzet tot een gesprek over de ontwikkelopgaven en moeten altijd voorzien worden van toelichting. Het bouwen van diverse inzichten in de dashboards van de GRJR is een doorlopend proces. Wanneer nieuwe dashboards/informatie wordt opgeleverd dan krijgen de gebruikers hier een bericht over. De komende periode gaat dit om onder andere:  Halverwege 2023 wordt een dashboard opgeleverd met informatie over de jeugdbescherming/-reclassering.

Cijfers over onder andere instroom, uitstroom, doorstroom en kosten in de gehele GRJR en per gemeente zijn hierin beschikbaar. Gemeenten zijn via de werkgroep JB/JR smal diverse malen 22

betrokken bij de ontwikkeling. Daarnaast is er meer informatie beschikbaar over de waarde van de gedeclareerde zorg.  Het dashboard MTJR wordt geüpdatet.  Er komen inzichten beschikbaar over trajectduur van jeugdigen in zorg.  Kwaliteitsmonitor aanbieders komt beschikbaar, ten behoeve van monitoring op datakwaliteit. Er is inmiddels veel informatie beschikbaar. Het gebruik van de informatie neemt ook steeds meer toe. Zo gebruiken gemeenten de dashboards om te spiegelen met de eigen informatie. De informatie uit dashboards dient als input voor contractgesprekken met zorgaanbieders en accountgesprekken met gemeenten. Ook in de zorglandschapstafel worden inzichten uit de diverse dashboards gebruikt om ontwikkelingen te tonen en signalen te controleren, hetzelfde geldt voor rapportages zoals de bestuursrapportage. Kaders informatievoorziening In juni 2023 is door het directeurenoverleg een nieuwe versie van het Administratieprotocol vastgesteld. Deze is te vinden op www.jeugdhulprijnmond.nl en dient onder andere als kader voor de datakwaliteit in de GRJR. Het Dagelijks Bestuur (DB) van GRJR heeft in juni besloten om een onderzoek te starten naar de mogelijkheden, voordelen en nadelen van het centraliseren van backofficetaken binnen de jeugdhulp in de regio Rijnmond.

Het doel van een eventuele centralisatie is om tijdiger en vollediger inzicht te hebben in kosten en gebruik van jeugdhulp. Dit is dus onder andere ter verbetering van de datakwaliteit binnen de regio Rijnmond. De uitvoeringsorganisatie werkt aan een meervoudige onderhandse aanbesteding om een bureau te contracteren dat dit onderzoek kan uitvoeren. Alle gemeenten worden betrokken in het onderzoek, net als de uitvoeringsorganisatie en enkele aanbieders/ketenpartners. De maatregelen uit de DPIA GRJR worden één voor één uitgevoerd. Zo is er een privacy statement opgenomen op de website www.jeugdhulprijnmond.nl. Jeugdigen en ouders kunnen hierin lezen wat er met hun gegevens gebeurt en bij wie zij met vragen of klachten terecht kunnen. Datakwaliteit In 2022 is ingezet op het verbeteren van de datakwaliteit in de GRJR. Hier zijn stappen in gezet, maar op diverse punten blijft dit om aandacht vragen. Gemeenten en aanbieders zijn aan zet dit te verbeteren, de UO monitort en stuurt op de verbetering. In onderstaand tabellen (tabel 1 Datakwaliteit en tabel 2 Datakwaliteit) staat de stand van zaken op diverse onderwerpen per gemeente weergegeven, gebaseerd op de gegevens die gemeenten en aanbieders tot en met juni 2023 hebben aangeleverd.

 Groen: Dit geeft aan dat de kwaliteit van de geleverde gegevens als goed wordt beschouwd, en er wordt voldaan aan de normen zoals vastgesteld in het dashboard.  Oranje of Rood: Dit betekent dat de gemeente afwijkt van de normen zoals vastgesteld in het dashboard, wat duidt op onvoldoende datakwaliteit. Het verzoek aan gemeenten is om op de oranje en rode items verbetering aan te brengen. Gemeenten wordt daarnaast gevraagd om op alle punten vinger aan de pols te houden, zodat de datakwaliteit verbeterd en hoog blijft. Dit kunnen gemeenten doen door onder andere het dashboard Kwaliteitsmonitor frequent te raadplegen. Voor zorgaanbieders is ook een 23

kwaliteitsmonitor in ontwikkeling. In het dashboard voor de GI’s is een pagina ingebouwd die een globaal overzicht geeft van de datakwaliteit. Onder deze tabellen staat op een aantal onderwerpen nog een verdere toelichting. In het dashboard Kwaliteitsmonitor Gemeente kunnen gemeenten de detailinformatie zien. Tabel 1 Datakwaliteit. Datakwaliteit t/m juni 2023* Onvolledige aansluiting toewijzingen gemeenten en aanbieders

BAR

Capelle a/d IJ.

Goeree-O.

Krimpen a/d IJ.

€666.000

€417.000

€178.000

€150.000

Start zorg gevuld Stop zorg gevuld Incorrect gebruik start zorg Verwijzer gevuld Leeftijd 23+ Start zorg maandag, stop zorg zondag Reden eind zorg gevuld Toewijzingen worden ingetrokken Declaraties zonder toewijzing Teveel gedeclareerd Verlopen toewijzing niet ingetrokken Declaratiesnelheid Tijdig geleverd Tabel 9 Datakwaliteit *Voor details: zie dashboard Kwaliteitsmonitor Gemeente

Tabel 2 Datakwaliteit. Datakwaliteit t/m juni 2023* Onvolledige aansluiting toewijzingen gemeenten en aanbieders

Lansingerland MVS

Nissewaard

Rotterdam

VaZ

€352.000

€577.000

€8mln.

€341.000

€5mln.

Start zorg gevuld Stop zorg gevuld Incorrect gebruik start zorg Verwijzer gevuld Leeftijd 23+ Start zorg maandag, stop zorg zondag Reden eind zorg gevuld Toewijzingen worden ingetrokken Declaraties zonder toewijzing Teveel gedeclareerd Verlopen toewijzing niet ingetrokken Declaratiesnelheid

24

** ** Tijdig geleverd *Voor details: zie dashboard Kwaliteitsmonitor Gemeente **Oranje = latere levering (mogelijk door problemen BTZ), rood = niet geleverd

**

**

Kwartaalaansluiting / toewijzingen met terugwerkende kracht Om tijdig zicht te hebben op de ontwikkelingen in het zorglandschap en de daarmee gepaard gaande kosten zijn actuele cijfers nodig. De UO beschikt vaak pas laat over de volledige gegevens. Dat komt omdat toewijzingen vaak met terugwerkende kracht worden opgevoerd. Het effect van toewijzen met terugwerkende blijft dus een groot aandachtspunt. Halverwege 2023 zien we in de GRJR voor ca. € 15mln. (incl. MVS) aan zorg waarbij geen of onvolledige aansluiting gevonden wordt tussen de opgave van gemeenten en aanbieders. Bij ca. € 8-13mln. hiervan ontbreekt de toewijzing, bij de overige gegevens ontbreekt aansluiting op andere elementen (zoals gemeente of (versleuteld) BSN). Een aantal aanbieders hebben nog geen gegevens geleverd vanwege de problemen met de uploadapplicatie van de GRJR (BTZ), deze achterstand kan dus nog oplopen. Declaraties In de GRJR is het proces rond declareren en betalen als volgt ingericht: 1. de aanbieder levert zorg en dient hierna een declaratie in bij de verantwoordelijke gemeente. 2. De gemeente beoordeelt de declaratie en als het regionale zorg betreft dan zet de gemeente de goedgekeurde declaratie door aan de uitvoeringsorganisatie (UO). 3. De UO voorziet vervolgens in de betaling aan de aanbieder.

Het komt geregeld voor dat declaraties de maximale waarde in de toewijzing overschrijden of dat er geen toewijzing onder de declaratie ligt. Dit is onrechtmatig gedeclareerde zorg. Gemeenten dienen bij declaraties te controleren of hier inderdaad een toewijzing onder ligt en of de waarde van de declaratie past binnen het toegewezen budget aangezien GRJR tijdens de betaling van de declaratie hierop niet kan controleren. Problemen uploadapplicatie en dashboards Gemeenten en aanbieders leveren periodiek gegevens over de geleverde zorg aan bij de GRJR. Dit gebeurt in de Betaaltool Zorg (BTZ). In juli waren er problemen met deze uploadapplicatie, daarom is het sommige gemeenten en aanbieders niet gelukt om tijdig aan te leveren. Voor de meeste partijen is dit inmiddels hersteld. De problemen met deze applicatie zorgen er ook voor dat een deel van de dashboards gegevens tonen op basis van gegevens tot en met juni 2023. Dit wordt zo snel mogelijk opgelost.

Berichtenverkeer In de eerste helft van 2023 hadden diverse gemeenten problemen met het berichtenverkeer. Met name het verzoek om toewijzing (JW 315-bericht) kon niet opgevolgd worden met een toewijzing (JW 301-bericht). Aanbieders ontvingen hierdoor geen toewijzingen óf ontvingen deze te laat. De grootste problemen lijken opgelost, maar er doen zich nog steeds knelpunten voor. De UO monitort en stuurt aan op verbetering bij de gemeenten/aanbieders waar deze knelpunten zich voordoen. Dit gebeurt in regionale overleggen, via de 25

bestuursrapportage (zie tabellen Datakwaliteit hierboven) en in account/contractgesprekken. Richtlijn voor het goed functioneren van het berichtenverkeer zijn de afspraken zoals vastgelegd in het regionale administratieprotocol. Zorgcontinuïteit In de overgang naar de nieuwe contracten per 01-01-2023 is afgesproken dat aanbieders nog maximaal een half jaar zorg mochten leveren onder de oude contractvoorwaarden. De einddatum hiervoor was 25-06-2023. In augustus 2023 waren nog een aantal gemeenten met openstaande toewijzingen in juli 2023 of verder op de oude contractvoorwaarden. Deze toewijzingen moeten door gemeenten met terugwerkende kracht worden omgezet naar de nieuwe contracten (per 26-06-2023) of worden beëindigd (per 25-06-2023). Op de oude contracten mag vanaf deze datum namelijk geen zorg meer worden gedeclareerd. De UO controleert achteraf of dit inderdaad niet gebeurt. Hieronder een overzicht met het aantal toewijzingen op de oude contracten in juli 2023 (tabel zorgcontinuïteit). Daarnaast zijn er signalen dat veel zorg op de oude contracten is afgesloten per 25-06-2023 (conform afspraak), maar nog niet is opgevolgd met een toewijzing op de nieuwe contracten. Gemeenten wordt verzocht deze omzetting zo snel mogelijk en met terugwerkende kracht te regelen.

Tabel zorgcontinuïteit Gemeente Aantal toewijzingen op oud contract in juli 2023 Lansingerland 33 Nissewaard 18 Rotterdam 30 Schiedam 2 Voorne aan Zee 67 Eindtotaal 150 Tabel 10 Zorgcontinuïteit

6.10 Doorontwikkeling Contractmanagement Eind 2022 is het document Handleiding werkwijze contract- en accountmanagement vastgesteld. Dit (werk) document is in het eerste kwartaal van 2023 besproken met de collega’s van de gemeenten in een thema AOJ. Daar zijn afspraken gemaakt om de samenwerking binnen de GRJR van de gemeenten en de UO te versterken. Dit op het gebied van de contract- en accountgesprekken. De UO haalt voorafgaand aan de contractgesprekken input op bij de gemeenten voor deze gesprekken via een gezamenlijk opgesteld formulier. Na de contractgesprekken koppelt de UO de informatie weer terug aan de gemeenten. Een deel van de gemeenten heeft te maken gehad met capaciteitsproblemen en heeft daardoor nog niet kunnen participeren in deze samenwerking. De UO gaat ervan uit dat in de loop van dit jaar door meer gemeenten invulling wordt gegeven aan deze werkwijze en voert hierover het gesprek met de gemeenten. De UO gaat in de tweede helft van 2023 ook meer gemeenten betrekken bij de forensische zorglandschapstafels. Voor beide zorglandschapstafels is de samenwerking tussen aanbieders en gemeenten vereist, zodat we gezamenlijk de doelen uit de regiovisie kunnen 26

behalen. Daarnaast gaat contractmanagement aanvullend bestuurlijke gesprekken met de systeemaanbieders voeren, hierin wordt de samenwerking met de gemeenten opgepakt. Hiermee hebben gemeenten meer sturing op de contracten met de aanbieders. Ook worden er specifiek gesprekken met de aanbieders gevoerd over de bedrijfsvoering. De UO wil hiermee beter sturen op de kosten in de jeugdzorg. De agenda voor deze gesprekken wordt ook vooraf gedeeld met de gemeenten en achteraf weer teruggekoppeld, zodat wij hierin als GRJR gezamenlijk kunnen optrekken. De implementatie van de inkoop 2023 is afgerond en de nieuwe werkwijzen en afspraken zijn vastgelegd. De werkwijzen in onder andere de escalatieladder, casusregie, het afwegingskader, het administratieprotocol, hoofd- en onderaannemerschap en de inzet van flexaanbieders zijn vastgelegd en geborgd bij de contractmanagers. 7. Betalingsgraad + openstaande vorderingen gemeenten Betalingsgraad Definitie: met de betalingsgraad wordt het aantal succesvol ingediende, verwerkte en daadwerkelijk uitbetaalde declaraties bedoeld. De betalingen met betrekking tot een bepaalde periode worden afgezet tegen de door de gemeenten afgegeven indicaties.

Aangezien er een vertraging zit tussen het aflopen van de zorgperiode en de betaling van de geleverde zorg is in onderstaand overzicht de geïndiceerde zorg van januari t/m juni vergeleken met de betaalde declaraties in 2023 tot en met juli. Vergelijking 1 betaalgraad per gemeente en per zorgaanbieder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13707592/1