2023-031630 Antwoordbrief wethouder van der Linden over windenergie Vaanplein
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad L.P. van der Linden MSc. Wethouder
Uw brief van: 3 oktober 2023
Ons kenmerk:
Uw kenmerk: 23-122
Contactpersoon: H. v.d. Linden
Bijlage(n):
-
Cluster:
Onderwerp:
Kaders windenergie Vaanplein
Doorkiesnummer: 010-5061710 Datum:
2023-031630 OLR 20 oktober 2023
Geachte raadsleden, Door de fractie van EvB zijn een aantal vragen gesteld rond de kaderstelling windenergie Vaanplein. In deze brief kom ik puntsgewijs terug op deze vragen. Vraag 1: De voorgestelde geluidsimmissies (45 dB geluid per dag) zijn in overeenstemming met de aanbevelingen van de WHO. Is overwogen om een nog lagere norm, zoals 40 dB, te hanteren om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen? Antwoord 1: Een strengere norm is zeker ook overwogen, echter de conclusie is, dat op basis van de huidige situatie, een strengere norm enerzijds de haalbaarheid sterk onder druk zou zetten en anderzijds niet houdbaar zou zijn in een gerechtelijke procedure. Overigens is de grens van lden 45 dB(A)in het ontwerp van de aanpassing van het activiteitenbesluit ook aangegeven. Vraag 2: Zijn er recente wetenschappelijke studies die aantonen dat strengere geluidsnormen nodig zijn om de gezondheid van inwoners te waarborgen? Antwoord 2: In het algemeen heeft geluidhinder effect op de gezondheid van mensen. De betreffende omgeving is op dit moment al geluidstechnisch belast zoals ook uit de geluidskaarten blijkt.
Pagina 1 van 8
Vraag 3: Voor de nachtperiode (23:00-7:00 uur) zal het geluidsniveau beperkt moeten worden tot 41dB(A). Uit onderzoek van Arcadis van 19 april vorig jaar, blijkt dat er een verschil is tussen Europese landen in wat de maximale geluidsproductie voor windturbines mag zijn in de nacht. De bandbreedte tussen acht vergeleken landen ligt ergens tussen de 39-45 dB(A). In Vlaanderen, Denemarken en Duitsland gelden daarnaast voor woonwijken strengere grenswaarden dan in Nederland. Aangezien er geen landelijk geldende grenswaarde meer is voor het geluid van windturbineparken, waarom is hier in de nacht dan gekozen voor 41 db(A)? Zoals het akoestisch onderzoek van Bosch en Rijn ook aangeeft staat het gemeentes vrij om eigen normen te kiezen. Antwoord 3: De Laeq van 41 dB(A) is het gemiddelde geluidniveau in de nacht waarbij een vergelijking gemaakt kan worden met geluidhinder in de dagperiode. Ook hierbij is gekozen voor de meest optimale norm. Inmiddels ia de aanpassing op het activiteitenbesluit vanuit de rijksoverheid voor consultatie vrijgegeven. Bij deze aanpassing van de landelijke regels die gaan gelden na vaststelling van deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de geluidhinder in de nachtperiode beperkt tot Lnight 39 dB(A). Het voorstel rond onze kaderstelling zal dan ook worden aangepast aan deze te verwachte regelgeving.
Vraag 4: De 41dB(A) die overigens nu gesteld wordt, staat er zonder tijdsmeting. Er moet echter een tijdsperiode gesteld worden om ook te kunnen meten. In Hellevloetsluis is de “leq” meetmodus op 1 minuut gesteld. In Utrecht op 10 minuten. Bent u bereid om alsnog een tijdseenheid aan het maximale gemiddelde geluidsniveau te koppelen? Uiteraard hebben wij de voorkeur voor een zo kort mogelijke tijdsperiode omdat gemiddelden geluidspieken versluieren en die pieken juist verstoringen aan omwonenden geven. En dat laatste is na te vragen bij omwonenden van de windturbines langs de Oude Maas. Antwoord 4: Het kader vanuit het oorspronkelijke voorstel vlakt inderdaad kortdurende pieken af. In het Meet- en Rekenvoorschrift staat beschreven hoe er gemeten moet worden. Het meten op basis van interval is een andere meetmethode waarbij een grens kan worden gesteld aan de piekbelastingen. Gezien de redelijk constante geluidbelasting lijkt dit weinig toe te voegen.
pagina 2 van 8
Vraag 5: In de meeste landen wordt voor laagfrequent of tonaal geluid van windturbines een toeslag op het geluidniveau toegepast variërend van 1 tot 6 dB afhankelijk van de sterkte van het tonale karakter. In Nederland wordt hier voor windturbinegeluid geen toeslag voor toegepast. Hierdoor geldt voor windturbines met speciale hoorbare karakteristieken in veel landen vaak een strengere norm dan in Nederland. In de kaders die nu voorliggen is de Vercammencurve opgenomen, maar is dat wel voldoende en is er dan wel rekening gehouden met de nieuwste wetenschappelijke bevindingen met betrekking tot laagfrequent geluid? En is bijvoorbeeld ook gekeken naar de norm uit Denemarken? Antwoord 5: De Vercammencurve is gebruikelijk en algemeen geaccepteerd in Nederland, vandaar dat hierbij is aangesloten. Vraag 6: Worden er ook maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat omwonenden worden beschermd tegen de schadelijke effecten van laagfrequent geluid? Antwoord 6: Door het van toepassing verklaren van de Vercammencurve wordt een bescherming ingebouwd voor de hinder van laagfrequent geluid. Vraag 7: Wordt infrasoon geluid (0-160 Hz) binnenshuis gemeten en beperkt om ervoor te zorgen dat omwonenden geen hinder ondervinden? En zo ja, hoe gebeurt dit dan? Antwoord 7: In het voorstel is in de kaderstelling ook opgenomen dat infrasoon geluid in huis de grens van 20 dB niet mag overschrijden.
De meetmethode zoals aangegeven in de kaderstelling is internationaal geaccepteerd. Vraag 8: Is er rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van infrasoon geluid op de gezondheid van inwoners? Antwoord 8: Door het stellen van het kader rond infrasoon geluid is rekening gehouden met de effecten op de gezondheid van de inwoners.
pagina 3 van 8
Vraag 9: We zijn positief over de beperking van slagschaduw tot maximaal 1 uur per object per jaar bij woningen en andere gevoelige objecten. Maar worden de beoogde turbines ook verplicht tot een automatische stilstandvoorziening mocht slagschaduw voorkomen? En wat zijn nu gevoelige objecten? In het onderzoek van Bosch en van Rijn over slagschaduw lezen we dat dit o.a scholen, verpleeghuizen, kinderdagverblijven en woonwagenstandplaatsen zijn. Kantoren worden in Nederland namelijk over het algemeen niet als gevoelig object in het Activiteitenbesluit aangemerkt. In andere landen zoals België, Duitsland en Frankrijk overigens wel. Kan dit mogelijk alsnog? En wat te doen met het rouwcentrum van Dela, de kinderboerderij en brasserie Vrijenburg? Kunnen we deze plekken ook niet typeren als een gevoelig object? Antwoord 9: Gevoelige objecten zijn in de regelgeving gedefinieerd zoals ook in het onderzoek van Bosch en van Rijn is aangegeven. Het toevoegen van andere objecten is niet houdbaar bij een mogelijke procedure. Om aan de kaders rond slagschaduw te kunnen voldoen is er sprake van een geautomatiseerd systeem wat de turbine stilzet bij het optreden van slagschaduw.
Vraag 10: Kunt u iets meer zeggen over de eis dat er gedurende de gehele exploitatieperiode van de turbines geen negatieve gezondheidseffecten zullen optreden als gevolg van slijtage, vervuiling of het gebruik van giftige stoffen? Denk aan coatings zoals Bisfenol A. Is er een onafhankelijke controle op de naleving van deze garanties? Antwoord 10: Deze discussie loopt op nationaal niveau. In het voorstel staat nadrukkelijk de opdracht aan de initiatiefnemer dat een en ander door de initiatiefnemer moet worden aangetoond. Vraag 11: Circulariteit is tegenwoordig een belangrijk thema en het is belangrijk dat ons land ook de circulaire doelen voor een duurzame toekomst zal behalen. Het is inmiddels al wel een publiek geheim dat windturbines helemaal niet zo goed zijn voor het milieu. We willen daarom in Barendrecht windturbines die 100 procent secundair gebruikt kunnen worden. Dat wil zeggen dat de windturbines aan het einde van hun levensduur volledig gerecycled moeten kunnen worden. Dat strookt ook met de circulariteitsdoelen die zijn vastgesteld in het Nationaal Programma voor de Circulaire Economie (NPCE). Uitgaande dat de windturbines een levensduur hebben van 20-25 jaar zal dit waarschijnlijk ook de standaard zijn in 2050. Nu had dat natuurlijk in de vergunning geregeld moeten worden. In de tendervoorwaarden had dat klip en klaar kunnen staan.
Toch wil ik vragen of u wil onderzoeken of deze voorwaarden nog mogelijk zijn. En neem dan vooral ook de wensen mee voor het gebruik van hergebruikte materialen voor het produceren van de windturbines, een ketenanalyse van de milieu-impact gedurende de gehele levenscyclus en het opleveren van een materiaalpaspoort.
pagina 4 van 8
Antwoord 11: Bij de bouw van windturbines is het grootste gedeelte van het materiaal, staal, koper en andere metalen herbruikbaar bij verwijdering. Er zijn inmiddels ontwikkelingen in de markt om ook de rotorbladen te kunnen recyclen. De verwachting is dat in de exploitatieperiode deze ontwikkelingen verder vorm krijgen. Vraag 12: Er is geen kader opgenomen omtrent de compensatie voor natuur en recreatie. Maar bomen moeten worden gekapt en struiken moeten verdwijnen en daarnaast is het gebied straks, als de windmolens komen, niet meer toegankelijk voor een rondje met de hond of hardlooprondje. Hoe kijkt het college aan tegen het toevoegen van een dergelijk kader? Antwoord 12: Bij de tendering is door het NRIJ/Staatsbosbeheer aangegeven dat het verlies aan recreatiegebied gecompenseerd moet worden door de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal dan ook een plan voor deze compensatie moeten aanbieden aan het NRIJ waarin wij zelf ook zitting hebben. Vraag 13: Als doekje tegen het bloeden wordt omwonenden aangeboden om financieel mee te delen in de opbrengsten van de windturbines. De brief van de Provincie van gisteren wijst hier ook veelvuldig op. Het geeft mij persoonlijk het gevoel dat de provincie de oprechte zorgen en de participatie van inwoners af wil kopen met geld. Nu niet te veel zeuren, u heeft straks wel overlast, maar krijgt ook wat geld.
Maar om welke bedragen gaat dit nu? Ik zie nergens opbrengsten staan, stel er staan twee windturbines van 180 meter. Wat brengt dat op, door wie wordt dat gedeeld en wat houdt een gemiddeld huishouden hier aan over? Antwoord 13: De uiteindelijke opbrengst zal moeten worden bepaald aan de hand van de businesscase waarbij het rendement zal moeten worden bepaald. Op dit moment is hier nog geen bedrag aan te koppelen. Vraag 14: Voor de financiële participatie wordt vastgehouden aan een minimum van 50% lokale financiële participatie. Is het mogelijk om een grotere mate van lokale betrokkenheid te bevorderen, zodat degene die overlast ervaren meer kan profiteren van de windturbines? En wat is daarbij de bovengrens, of de ondergrens als je dit beziet vanuit de zijde van de ontwikkelaar. Antwoord 14: Zoals bij vraag 13 is aangegeven is over deze participatie geen nader standpunt te bepalen. De minimaal 50 % komt uit de afspraken die gemaakt zijn met de sector.
pagina 5 van 8
Vraag 15: Onderzoek in 2019 laat zien dat 0.2% van de Nederlandse bevolking ernstige hinder van windturbines ondervindt, kan er in overleg met de ontwikkelaar een fonds worden opgericht om deze mensen te helpen? (bijv. met extra isolatie of in het uiterste geval verhuizing) Antwoord 15: Zoals door de ontwikkelaar tijdens de commissievergadering is toegezegd zal dit moeten worden bezien aan de hand van de uiteindelijke businesscase waarbij mogelijk ook een gebiedsfonds kan worden ingesteld. Vraag 16: Hoe wordt ervoor gezorgd dat lokale financiële participatie transparant en eerlijk wordt verdeeld onder de inwoners? Iemand die meer overlast heeft zou ook meer compensatie moeten krijgen. Hoe wordt dit berekend? Antwoord 16: De inrichting van de financiële participatie zal in de vervolgfase nog vorm moeten krijgen. Vraag 17: In de bestuursovereenkomst die in 2021 met de provincie is gesloten staan een viertal verplichtingen opgenomen voor de gemeente Barendrecht. De brief van de provincie verwijst er ook naar. Onder het vorige college is maar beperkt uitvoering gegeven aan deze bestuursovereenkomst en is er voornamelijk een hoop gedoe ontstaan over het gunningsproces door de NRIJ.
Kunt u aangeven hoe het nieuwe college van GS zich nu opstelt ten aanzien van de bestuursovereenkomst tussen de provincie en Barendrecht? Wat gebeurt er als de gemeente verplichtingen niet nakomt? Antwoord 17: Zoals blijkt uit de brief van gedeputeerde staten heeft de ontwikkeling van windenergie grote aandacht vanuit de provincie. In de bestuursovereenkomst staat de route beschreven op welke manier de bestuursovereenkomst beëindigd kan worden. Dit zijn de volgende stappen: - schriftelijk en gemotiveerd aangeven dat er een conflict is - overleg tussen partijen om een geschil op te lossen - bij het niet bereiken van overeenstemming wordt het geschil voorgelegd aan de rechtbank
pagina 6 van 8
Vraag 18: En dan dat convenant, twintig partijen maken onderdeel uit van het convenant Realisatie Windenergie stadsregio Rotterdam, waarvan in ieder geval 15 gemeenten. Kunt u eens beschrijven op welke frequentie de partijen in dit convenant elkaar ontmoeten en wat er dan zoal besproken wordt? Ik heb uit de media vernomen dat er recent bijvoorbeeld vanuit deze samenwerking tegen de gemeente Lansingerland is gezegd dat de gemeente daar maar 3000 geplande woningen moet schrappen om windturbines neer te zetten. Wij willen in ieder geval niet dat uit onze naam wordt gezegd, dat her en der maar windmolens gebouwd moeten worden in plaats van woningen. En als dat wel gebeurt moet onze gemeente wellicht maar eens uit dit convenant stappen. Maar kan dit überhaupt? En wat gebeurt er dan? En betekent dit automatisch iets voor de bestuursovereenkomst met de provincie? Antwoord 18: Op reguliere basis vindt bestuurlijk overleg plaatst tussen de convenantspartijen, ca 4 maal per jaar. De reactie vanuit de voorzitter richting Lansingerland is uitgebreid besproken waarbij de afspraak is vastgelegd dat dit onjuist is geweest. Uittreden uit het convenant is tussentijds niet mogelijk, tenzij partijen dit onderling afspreken. De bestuursovereenkomst verwijst uiteraard naar het convenant maar is een eigenstandige overeenkomst. Vraag 19: Dan tot slot iets over het Zuidelijk Randpark.
Wij willen graag zaken integraal bekijken. Straks moet onze gemeente wellicht een paar honderd asielzoekers opnemen en nu al lopen we tegen grenzen aan met de huisvesting van statushouders. Als nabij deze locatie al twee of drie joekels van windturbines staan dan kunnen we in dat gebied geen mensen meer verantwoord huisvesten, mochten we dit al willen. Kan het college de provincie nu niet eens, ook namens de gemeenteraad, vragen om meer duidelijkheid over dit gebied? Antwoord 19: De ontwikkeling van de mogelijke flexwoningen is mogelijk, gebaseerd op de nu voorliggende kaderstelling. Er is vanuit ons college intensief contact met de provincie over het beschikbaar komen van het perceel grond. Helaas hebben we ondanks, schriftelijk, aandringen nog geen duidelijkheid van de provincie over het beschikbaar komen van de gronden.
pagina 7 van 8
Vraag 20: Uiteraard willen we dat over de volledige kosten van de bouw van de turbines leges wordt geheven. Bent u bereid om dit project ook bij de komende vaststelling van de legesverordening te betrekken? Kunt u voor de twee turbines van 180 meter berekenen wat thans de heffingopbrengst zal zijn? Aan een teruggaaf van leges, in relatie tot het behalen van duurzaamheidsdoelen, willen wij in ieder geval niet mee werken. Antwoord 20: De totale legesopbrengst is afhankelijk van de totale bouwkosten van de turbines en valt onder de legesverordening. Een berekening van de leges is op dit moment nog niet mogelijk gezien de onbekendheid met de totale bouwkosten.
Ik ga ervan uit dat hiermee de vragen voldoende zijn beantwoord. Hoogachtend,
L.P. van der Linden MSc.
pagina 8 van 8