20220111 GET beantwoording technische vragen EVB Stationstuinen.pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad t.a.v. EVB-fractie P.W.J. Luijendijk wethouder
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
-
Ons kenmerk: Contactpersoon: Afdeling:
Technische vragen EVB inzake raadsvoorstel De Stationstuinen
Telefoonnummer: Datum:
07 januari 2022 -
435568 De heer P. Smolders Gebiedsontwikkeling en Haalbaarheid 140180 11 januari 2022
Geachte raadsleden, Op 7 januari heeft u schriftelijke vragen gesteld inzake het raadsvoorstel de Stationstuinen. Middels deze brief worden deze vragen beantwoord. Proces, planning, beheersing, grondeigenaren en RO(-procedures): 1. Op welke wijze heeft u met grondeigenaren gesproken? Zijn er toezeggingen gedaan over en weer? Antwoord: met 3 eigenaren/ontwikkelaars worden er gesprekken gevoerd over programma, kostenverhaal, parkeren, stedenbouw en planning en fasering. Hiervoor is het ontwikkelkader leidend en de plannen van de eigenaren/ontwikkelaars moeten binnen deze kaders worden gerealiseerd. Uiteindelijk moet dat leiden tot samenwerkingsvoerveenkomsten met de diverse partijen. Met de overige eigenaren worden gesprekken gevoerd over verplaatsing van hun bedrijfsactiviteiten. 2. Kunt u op een gedetailleerde kaart van het complete plangebied aangegeven wie van welk perceel eigenaar is? Welke percelen de gemeente (deels) verwerft t.b.v. aanleg openbare ruimte en welke percelen worden ontwikkeld door de gemeente en welke door ontwikkelaars/marktpartijen? Antwoord: zie bijlage eigendomskaart. De gemeente hoeft geen gronden te verwerven voor de openbare ruimte want deze worden ontwikkeld door de marktpartijen. Voor de deelgebieden gebroken Meeldijk en Zuideinde kan de gemeente actief grondbeleid inzetten.
De uitwerking van het totale gebied zal gefaseerd gebeuren op basis van stedenbouwkundige plannen per deelfase. Op dit moment is wel duidelijk welke gebieden de gemeente behoud of verwerft ten behoeve van de hoofdstructuur, zoals die is vastgelegd in het Ontwikkelkader. De exacte locatie en omvang van de openbare ruimte die in de ontwikkelgebieden wordt
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 2 van 8
gerealiseerd, en te zijner tijd wordt overgedragen aan de gemeente is nog niet duidelijk. Er is hiervoor in de financiële doorrekening wel een aanname gedaan voor het percentage openbare ruimte per gebied op basis van een proefverkaveling. 3. Wie is de voornaamste ontwikkelaar waarover u spreekt in het raadsvoorstel onder ‘Uitvoering/vervolgstappen’? En welke rol gaat dit bedrijf spelen in de ontwikkeling? Antwoord: Emborion, ontwikkelende belegger van het kerngebied 4. Is het correct dat de eerste aanvraag omgevingsvergunning (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021481912.html?utm_campaign=20211231&utm_source=attenderingsmakelaar&utm_medium=email &utm_term=gemeente_barendrecht&utm_content=over_uw_buurt) door de gemeente Barendrecht is ontvangen voor het ontwikkelen van perceel D 11165 voor de bouw van maximaal 314 woningen? a. Hoe bent u van plan deze aanvraag te toetsen terwijl er nog geen vastgesteld Ontwikkelkader ligt, de financiën nog niet zijn geregeld en er nog geen Beeldkwaliteitsplan is (dat laatste is namelijk onderdeel van het bestemmingsplan (zie 3.2.6 Ontwikkelkader). Antwoord: Het staat een aanvrager vrij om op elk door deze partij gewenst moment een aanvraag in te dienen.
De aanvrager heeft op basis van het concept van het ontwikkelkader de mogelijkheid gezien een aanvraag in te dienen die in hun ogen voldoet aan de afspraken die nog definitief gemaakt moeten worden. Dat het exacte toetsingskader en de financiën nog niet vastgesteld zijn, is voor risico van de aanvrager. Aangezien de aanvraag aansluit op de afwijkingsmogelijkheid die in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen, kunnen wij de aanvraag ook niet zonder meer opzij schuiven. Vooruitlopend op de mogelijke vaststelling van het ontwikkelkader zullen wij het concept hiervan gebruik om de aanvraag de komende weken te toetsen. Een besluit op de aanvraag kan uiteraard pas plaatsvinden na vaststelling van het ontwikkelkader door uw raad. Het beeldkwaliteitsplan is pas bij de aanvraag voor de tweede fase relevant. Op dit moment betreft het alleen nog het planologische besluit om af te wijken van het bestemmingsplan. b. Kunt u de vergunningaanvraag delen met de gemeenteraad? Antwoord: ja, dat kan. Zodra een aanvraag binnen is kan hier middels een Wob-verzoek naar worden gevraagd en kan deze dus ook gedeeld worden. Het is wel zo nodig om dit met de aanvrager en architect te delen en kijken wat gevoelige informatie is die niet gedeeld kan worden. 5.
Wie zijn ‘we’ onder Evaluatie/monitoring? Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering, zij stellen dan toch ook de voortgangsrapportage op en delen deze met de gemeenteraad? Antwoord: met ‘we’ wordt het college bedoeld. 6. Kunt u een nader duiding geven van de notitie Reikwijdte en Detailniveau die is gepubliceerd (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021474369.html?utm_campaign=20211225&utm_source=attenderingsmakelaar&utm_medium=email &utm_term=gemeente_barendrecht&utm_content=over_uw_buurt)? Waarom zit dit niet bij de stukken en heeft u de gemeenteraad niet geïnformeerd van de ter inzage legging? Wat vindt u zelf van het feit dat dit moet worden vernomen uit de officiële bekendmakingen van overheid.nl en niet van het college van B&W? Bovendien ligt dit stuk niet ter inzage, het is niet inzichtelijk op
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 3 van 8
de website van de gemeente Barendrecht. Kunt u bevestigen dat de ter inzage legging hiermee wordt verlengd vanaf het moment dat de notitie wel te raadplegen is? Antwoord: Het ter inzage leggen van de notitie Reikwijdte en Detailniveau is een bevoegdheid van het college en geeft gevolg aan het raadbesluit voor de vaststelling van de gebiedsvisie Stationstuinen eind 2020. Zowel in het Ontwikkelkader (pagina 69) als in het raadsvoorstel wordt verwezen naar de door te lopen MER-procedure waar de notitie deel van uitmaakt. De notitie is op 24 december 2021 wel gepubliceerd op de gemeentelijke website maar per abuis per 03-01-2022 offline gehaald. Op 10-01 -2022 is dit weer hersteld. De ter inzage legging is slechts een week uit de lucht geweest maar wel in de wettelijk verplichte kanalen (staatscourant en lokale krant) gepubliceerd. Om die week te compenseren lijkt wat overdreven zeker ook omdat we dan opnieuw moeten publiceren. Op www.stationstuinenbarendrecht.nl is in een nieuwsbericht over de notitie ook een link opgenomen naar de gemeentelijke website. Verder is de bekendmaking op donderdag 30 december 2021 op de gemeentepagina in de Schakel gepubliceerd. 7. Wat zijn voorbeeldprojecten die eenzelfde concept al hebben uitgevoerd in den lande? En welke lessons learned zijn hieruit getrokken? Antwoord: We gaan er vanuit dat u met het ‘concept’ het autoluwe karakter bedoeld.
Hier zijn, op deze schaal, al wel een paar referenties voor te vinden. De belangrijkste referentie is de Merwedekanaalzone in Utrecht (https://merwede.nl/). Dit plan loopt qua procedure een stuk voor op de Stationstuinen, maar is nog niet gerealiseerd. De maat en schaal komen overeen en gaat dit project nog verder in het autovrije karakter dan de Stationstuinen. Verder is Brainport Smartdistrict in Helmond nog te noemen. Deze wijk, wat de slimste wijk van Nederland moet worden, zet ook in op collectief elektrisch vervoer en heeft mobiliteitshubs die nabij treinstation Brandevoort liggen (https://brainportsmartdistrict.nl/). In Delft is de ontwikkeling Nieuw Delft volop in aanbouw. Dit is een echte herstructurering en transformatie van 24 hectare midden in Delft tegen het treinstation aan. Hier is een combinatie van woningtypen te vinden, waaronder CPO. Totaal komen hier ongeveer 1.200 woningen en meer dan 40.000 m² aan stedelijke functies. Meer in het algemeen is het beperken van de automobiliteit wel een steeds prominenter thema in veel gebiedsontwikkelingen. Dat zien we in Nederland, maar ook in de landen om ons heen gebeuren (Duitsland, Frankrijk, Spanje). 8. Wordt iedere ontwikkelaar getoetst aan de BIBOB? Antwoord: De gemeente Barendrecht heeft nog geen vastgesteld Bibob beleid met betrekking tot specifiek vastgoedtransacties.
Een Bibob-toets behoort eventueel tot de mogelijkheden, doch alleen indien het de gemeente is die de grond uitgeeft. In het kader van nog op te stellen gronduitgifte-beleid/ criteria met betrekking tot de gemeentelijke gronden binnen Stationstuinen zal worden bezien of het noodzakelijk is dat er, bovenop het eigen interne onderzoek naar de contractspartij (wie, welke rechtspersoon is verkrijger/ wie is UBO) , een formele Bibob-toets moet plaatsvinden.
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 4 van 8
9. Heeft u woningbouwcorporaties betrokken bij de totstandkoming van dit voorliggende voorstel? Wat is hun visie op dit ontwikkelkader? Antwoord: de woningbouwcorporaties en de gemeente hebben in december 2020 een intentieovereenkomst gesloten met de gemeente over Stationstuinen met als doel:
De samenwerking tussen gemeente en woning corporaties om het woondeel (en met name betaalbaar wonen) binnen Stationstuinen verder in te vullen en te ontwikkelen; Het vastleggen van een aantal uitgangspunten voor de verdere gebiedsontwikkeling Stationstuinen, met name op het gebied van (sociale) woningbouw en voorzieningen, Het bespreken van de taak- en kostenverdeling tussen partijen tot aan de samenwerkingsovereenkomst. Inmiddels zijn er verdere gesprekken en workshops geweest met de corporaties om deze onderwerpen verder uit te diepen. De corporaties zullen tijdens de cie. ruimte inspreken om dit verder toe te lichten.
10. Hoe wordt gewaarborgd dat in samenhang wordt ontwikkeld en niet alleen naar winsten wordt gekeken? Antwoord: de samenhang van de gehele gebiedsontwikkeling wordt geborgd door het ontwikkelkader en de beeldkwaliteitsplannen die zijn opgesteld. De uitgewerkte stedenbouwkundige plannen van marktpartijen worden daar inhoudelijk getoetst. In de samenwerkingsovereenkomsten worden de financiële afspraken gemaakt die passen binnen deze genoemde kaders en de businesscases van gemeente en marktpartijen. 11. Er ontbreekt een planning voor de looptijd (10 jaar) van dit project. Kunt u die verstrekken? Antwoord: zie antwoord vraag 33 (planning WBI). 12. Welke beheersmaatregelen zijn er om de 10 jaarstermijn te halen? En dat niet bijvoorbeeld één grondbezitter c.q. ontwikkelaar dat kan traineren? Antwoord: deze maatregelen zijn opgenomen in de samenwerkingsovereenkomsten waarin de verplichting, om binnen een tijdstermijn tot ontwikkeling te komen, wordt vastgelegd. 13. Is er in het projectteam ook voldoende aandacht voor risicobeheersing, om naast de andere disciplines dit project naar een goed einde te loodsen? Antwoord: er is een risicodossier opgesteld voor het gehele project en een extra risicoparagraaf voor het onderdeel parkeren (zie ook antwoord op vraag 34). 14.
Hoe worden onbeheersbare prijsverhogingen en andere excessen bij dit project voorkomen? Antwoord: afspraken in de SOK’s met marktpartijen o.a. over indexering en verkoop van gronden en sturing en monitoring aan de hand van het risicodossier. 15. Op 15-12-2020 is een amendement aangenomen om beslispunt 4 van destijds te schrappen. U kon toen nog een concrete aantallen woningen voor jongeren tonen, dat kon in een latere fase. De volgende fase is nu aangebroken, kunt u nu wel een concreet aantal woningen noemen? Antwoord: nee, het is niet mogelijk specifieke aantallen woningen te noemen voor specifieke doelgroepen. Dat gebeurt voor geen enkele doelgroep. Er is een systeem ontwikkeld waarop gestuurd wordt op woningtypes en vastgoedkenmerken (m2 oppervlakte, categorieën en
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 5 van 8
gemiddelde m2s). Verder is de betaalbaarheid van de Stationstuinen gewaarborgd in de woontabel op pg 15. Het gaat hierbij om totaal 3.200 woningen waarvan de helft in de categorie betaalbaar valt: 960 woningen sociaal en 640 woningen in het middeldure segment (huur en koop) met veel mogelijkheden voor jongeren. 16. Op welke momenten kan de gemeenteraad bijsturen? We zien wel mandaten voor het college, maar behoudens een halfjaarlijkse bijpraatmoment niets voor de raad. Graag een nadere toelichting hierop. Antwoord: de raad wordt op de hoogte gehouden van de halfjaarlijkse voortgangsrapportages en heeft elk jaar een besluit te nemen of men akkoord gaat met de beschikbaar te stellen middelen (als onderdeel van de totale WBI-aanvraag) Ontwikkelkader - parkeren: 17. Waarom moet de gemeente de parkeergarages ontwikkelen en laat u dit niet over aan de markt? Antwoord: het college heeft gekozen om zelf de parkeeropgave te organiseren. Hierdoor houdt de gemeente meer grip en regie op het parkeerbeleid, de parkeerregulering, de exploitatie en het beheer van het totale parkeerconcept. Het is daarbij overigens wel mogelijk dat een deel van deze taken (bijvoorbeeld de exploitatie en beheer) wordt uitbesteed aan een marktpartij, maar de gemeente neemt in dat geval de rol van opdrachtgever op zich.
De keuze om ook de realisatie van de parkeergarages bij de gemeente te beleggen heeft te maken met de financiële haalbaarheid. Door deze taakverdeling is het mogelijk om een deel van de middelen van het Rijk (WBI) in te zetten om dit voor het gehele plangebied te organiseren. 18. Als parkeeroplossing geeft u ook het stationsdek aan als mogelijkheid, echter op figuur 1 van het Ontwikkelkader en op pagina 9 van het Kwalitatief Plan van Eisen is het stationsdek groen ingetekend met looproutes. Hoe verklaart u dit? Antwoord: het huidige parkeren wordt gehandhaafd in deze vorm op het stationsdek ook ten behoeve van Stationstuinen. De tekeningen waar u naar verwijst zijn een schematische weergave van zones en niet bedoeld als inrichtingssuggesties. Ontwikkelkader – wonen: 19. In hoofdstuk 3.1 Programma beschrijft u dat in de Stationstuinen niet wordt gewerkt met aantallen woningen of meter per functie, maar met bouwvolume. U geeft echter wel aan dat er ruimte is voor 3200 woningen. Hoe stuurt u er dan op dat dit aantal woningen ook daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden? Antwoord: deze aantallen zijn vastgelegd in de woontabel (generiek, pg 15) en ook voor de deelgebieden (zie tabel pg 58). Bij de gemiddelde woningoppervlakten gaat de gemeente uit van ca. 3.200 woningen. Dit past ook stedenbouwkundig en qua volumes in het totale gebied.
Ook worden deze aantallen opgenomen in de samenwerkingsovereenkomsten met marktpartijen. 20. In 3.1.1 wordt aangegeven dat er een inspanningsverplichting wordt opgelegd aan marktpartijen om het gesprek aan te gaan met woningcorporaties. Is/zijn de woningcorporatie(s) zelf geen ontwikkelende partij in De Stationstuinen? Wij vinden bovendien een inspanningsverplichting te mager, hoe borgt u nu dat woningcorporaties daadwerkelijk kunnen ontwikkelen? Antwoord: De corporaties zijn zelf geen ontwikkelende partij maar nemen hun deel bij de marktpartijen. De borging is opgenomen in het ontwikkelkader waarin 30% sociale woningbouw
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 6 van 8
als eis is opgenomen. De inspanningsverplichting over de middendure huur wordt in overleg met de corporaties scherper geformuleerd. 21. In 3.2.2. geeft u aan dat ten minste 67.500 m2 BVO gerealiseerd dient te worden voor werkenfuncties en voorzieningen. Dit aantal kan hoger uitvallen omdat m2 BVO’s wonen mogen worden ingezet voor werken/voorzieningen. Wat is voor het college de bovengrens van het aantal m2 BVO voor werken/voorzieningen? Iedere m2 BVO die werken/voorzieningen wordt i.p.v. wonen gaat ten kosten van het aantal woningen. Hoe waarborgt u ook hier dat het aantal van 3200 woningen wordt gerealiseerd? Antwoord: de uitbreiding van het aantal m2s BVO mag niet ten koste gaan van het aantal woningen in Stationstuinen. 22. In 3.2.2 onder de uitwerking van ‘Detailhandel’ geeft u aan dat supermarktconcepten zicht moeten aansluiten bij het mobiliteitsconcept. Het is aannemelijk dat er in De Stationstuinen een fysieke supermarkt zich gaat vestigen, naast een concept die zich richt op thuisbezorging. Supermarkten leggen altijd harde eisen naar als het gaat om parkeerplaatsen in een straal van 50 meter rond de entree. Hoe denkt u een supermarktconcern toch naar De Stationstuinen te kunnen halen met het beoogde mobiliteitsconcept? Antwoord: een supermarktconcept moet aansluiten bij het autoluwe mobiliteitsconcept.
Dat betekent geen aantrekkende werking voor auto’s van buiten het gebied en een verzorgingsgebied voor de bewoners van Stationstuinen. Een AH to go of een stadssupermarkt zoals de Spar die ontwikkeld, passen daar uitstekend bij. Van ontwikkelaars krijgen wij te horen dat de supermarktketen hier graag in willen meedenken. 23. 3.2.7. betreft de Stedenbouwkundige volumes, waarom past u 3 bouwlagen toe aan het dakpark en niet 5 of 6 bouwlagen zodat bewoners in westelijke richting over het dakpark kunnen uitkijken? Antwoord: Op pagina 26 van het Ontwikkelkader, ziet u een verloopkleur aan het dakpark, waarbij de hoogte varieert tussen 3 en 5/6 bouwlagen. Het zal dus wel mogelijk zijn hoger dan 3 bouwlagen te bouwen, zodat bewoners ook boven het dakpark uit kunnen kijken. De onderste lagen zijn dan bedoeld voor parkeren en functies die enkel ‘naar binnen’ (dus richting de Stationstuinen) georiënteerd zijn. In de voetnoot staat ook dat de afbeelding nog wordt geactualiseerd. 24. 3.2.7. Geeft u ook aan de mogelijkheid voor stedenbouwkundige accenten die kunnen variëren van 8 tot 15 bouwlagen. Deze accenten zijn vastgelegd op twee punten aan het Stationsplein. Kunt u op een kaart aangeven welke dat zijn? Deze ontbreken namelijk op figuur 5. Antwoord: Een indicatie vindt u terug in figuur 17.
De stedenbouwkundige accenten worden verder uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan dat momenteel in voorbereiding is 25. In 3.3 beschrijft u onder andere de wensen en ideeën rondom het openbaar vervoer. U geeft aan dat verschillende verbindingen worden voorzien via o.a. de Spoorlaan en Zuideinde voor aansluiting met Nieuw-Reijerwaard, Ridderkerk en Zuidplein. Welke wensen heeft u specifiek al neergelegd bij de MRDH? En put u ook uit het alternatief OV-plan dat door EVB is opgesteld en door de gemeenteraad is omarmt? Antwoord: Over de toekomstige buslijnen in en rond het gebied zijn gesprekken gevoerd met de RET en MRDH. Daarbij is verkend wat de mogelijkheden zijn qua toekomstige bediening van het gebied. Op basis van deze gesprekken is geconcludeerd dat het opwaarderen van de bestaande
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 7 van 8
buslijn 187 (Zuidplein – Nieuw Reijerwaard) de meest haalbare optie is. Vanuit de RET is ook verzocht om te onderzoeken of het verlengen van buslijn 84 over het parkeerdek technisch haalbaar is. Dit wordt in 2022 onderzocht in het kader van het plan van aanpak mobiliteit. De beoogde bediening van De Stationstuinen sluit niet 1-op-1 aan op het alternatief OV-plan dat door EVB is opgesteld. Met RET wordt gesproken over aanpassingen aan het bestaande lijnennet. Grootschalige aanpassingen aan het lijnennet worden momenteel niet besproken met RET omdat dit niet past binnen de huidige concessie en omdat vanwege huidige corona-situatie het niet haalbaar is om gesprekken te voeren over investeringen in het OV. 26. In 3.3.3 geeft u aan dat u een Plan van Aanpak Mobiliteit verder gaat uitwerken waarin onder andere flankerend beleid wordt meegenomen. Neemt u daarin ook de (evaluatie van de) blauwe zone aan de westzijde van het station mee? Is dit Plan van Aanpak Mobiliteit straks onderdeel van het bestemmingsplan, net als het Beeldkwaliteitsplan? Antwoord: Het huidige functioneren van de blauwe zone aan de westzijde van het station wordt meegenomen in het plan van aanpak Mobiliteit. Daarbij wordt beoordeeld of de huidige blauwe zone de beste parkeerregulering blijft voor dit gebied of dat aanpassing nodig is.
De uitwerking van het plan van aanpak mobiliteit zal een losstaand document zijn waarvan delen worden overgenomen in het bestemmingsplan en delen terugkomen in het Beeldkwaliteitsplan. 27. Is de percentageverdeling in het hogere segment (30/15/5%) en alle andere segmenten harde percentages waar men aan gehouden blijft gedurende de ontwikkeling van De Stationstuinen? Antwoord: De 50% betaalbaar (waarvan minimaal 30% Sociaal) ligt vast; waarbij marktpartijen flexibel zijn om 15 procent te verschuiven van vrij naar betaalbaar. De 30/15/5 procenten gaan over de verdeling van grootte van de woningen in het vrije segment; de gemeente stuurt op de gemiddelde m2 GO van het segment. Voor vrij is het advies 100m2, en de randvoorwaarde 90m2. Er moet een evenwichtige verdeling zijn van woninggrootte en -type binnen het segment, waarvoor de GO bandbreedte richtinggevend is Hiermee is dus de verdeling van 30/15/5 automatisch ook richtinggevend. (Zie hiervoor de woontabel en toelichting op pg 15 van het ontwikkelkader) 28. Hoe wordt de voorrang van Barendrechtse geïnteresseerden geborgd? Gezien het gigantische publieke tekort dat de gemeente moet bijpassen (voor 50%) is dat essentieel.
U geeft aan dat dat ontwikkeld wordt, kunt u dat concretiseren? Is het daarnaast mogelijk om het 'voorrang geven aan Barendrechters' kan worden opgenomen als randvoorwaarde in het ontwikkelkader? Antwoord: de diversiteit van woon categorieën biedt mogelijkheden voor veel doelgroepen ook uit Barendrecht. Die zijn in het ontwikkelkader niet verder specifiek gedefinieerd omdat de sturing plaats vindt door de 30 (sociaal) -20 (middenduur) -50% (vrije markt) verdeling en de gemiddelde grootte van de appartementen. Hierdoor wordt de doorstroming in de Barendrechtse markt versterkt. Als laatste geldt dat indien het wettelijk mogelijk wordt via de nieuwe huisvestingswet om Barendrechtse doelgroepen te prioriteren, dan wordt dat opgenomen in het ontwikkelkader. 29. Het speelruimteplan 2010-2020 is niet meer actueel, gezien het feit deze verlopen is. Heeft u eerder besloten dat het speelruimteplan in looptijd wordt verlengd en niet wordt herzien? Graag ontvangen wij hiervoor een verklaring. Antwoord: er is nog geen nieuw speelruimteplan dus wordt deze voorlopig nog gehanteerd.
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer
Onderwerp: Beantwoording technische vragen EVB
Pagina 8 van 8
Ontwikkelkader – energie/duurzaamheid: 30. Wordt inpassing van een warmtenet voorzien in De Stationstuinen? Antwoord: Voor De Stationstuinen is gekozen voor een modulair energieconcept, waarvan een collectief warmte-koudeopslag-systeem de basis vormt. Dit modulair concept kan meegroeien en is zo ontworpen dat in de toekomst ook andere bronnen, zoals geothermie, restwarmte of andere warmtenetten aangesloten kunnen worden. Ontwikkelkader - Voorzieningen: 31. Is er echt wel behoefte voor nog een extra onderwijsinstelling in Barendrecht naast de reeds bestaande? Antwoord: het gaat hierbij om een verplaatsing van een bestaande onderwijsinstelling (MBO, Lentiz) die ook een campusontwikkeling gaat opzetten ten behoeve van de AGF-bedrijven in het gebied. 32. Wat is de basis om 12 tot 14 horecavoorzieningen te realiseren in de Stationstuinen? Dit komt op ons als veel over voor 3200 woningen. Antwoord: het betreft een diversiteit aan horecavoorzieningen met een totaal van ca 1.500 m2. Dit is voor een levendige wijk, die Stationstuinen wil zijn, een economisch goed uitvoerbaar totaal. Hoogachtend,
P.W.J. Luijendijk
Portefeuille:
Onderwijs en –huisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Vergunningen WABO, Verkeer & Vervoer