20211206 beantwoording technische vragen fractie EVB verordeningen en tarieven 2022.pdf
Tekst van het document
Fractie van Echt voor Barendrecht t.a.v. mevrouw C. Rijsdijk Mr. dr. C.D. Schaap en Drs. N. Bults MBA wethouders
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
30 november 2021 -2 Beantwoording technische vragen nav belastingverordening en –tarieven 2022
Ons kenmerk: 431018 Contactpersoon: Dhr. K. Djodikromo Team: Belastingen Telefoonnummer: 14 0180 Datum: 6 december 2021
Geachte mevrouw Rijsdijk, U heeft technische vragen gesteld voor de P&C commissie vergadering van 6 december a.s. met betrekking tot het raadsvoorstel ter vaststelling van de belastingverordeningen 2022. Onderstaand treft u de beantwoording van uw vragen aan. Vraag 1 In het beleidsplan afval en grondstoffen 2019-2023 wordt uitgegaan van een tarief inclusief klepbewegingen en bij meer of minder verbruik wordt dat verrekend. In eerdere communicatie met de raad heeft u aangegeven dat direct ook het variabele deel, bv bij meerpersoonshuishoudens 104 klepbewegingen of 26 minicontainers, in rekening wordt gebracht en dat het jaar erop of bij verhuizing er een verrekening plaatsvindt van meer of minder klepbewegingen of aangeboden minicontainers. Op de website van BAR-afvalbeheer.nl lezen wij dat in 2022 alleen het vaste deel in rekening gebracht wordt en in 2023 pas het variabele deel.
Kunt u toelichten waarom u van het beleidsplan afval en grondstoffen 2019-2023 en uw eerdere communicatie nu afwijkt en waarom wij deze wijziging via Bar-afvalbeheer.nl website moeten vernemen? Antwoord 1 Om het variabele tarief te innen bij onze inwoners zijn twee heffingsmethodieken mogelijk: • Methode 1: Voorschot aan het begin van het belastingjaar en teruggave/naheffing na afloop van het belastingjaar; • Methode 2: Vast deel aan het begin van het belastingjaar en variabel tarief in het jaar daarop op basis van het werkelijke aanbod.
Portefeuille:
Financiën, Grondbedrijf en -exploitaties, Belastingen, Nutsbedrijven, Subsidies, Sociale Zaken, Vluchtelingen, Sport
Onderwerp: Beantwoording technische vragen nav belastingverordening en –tarieven 2022
Pagina 2 van 3
Op basis van onder andere de volgende argumenten heeft het college gekozen voor de tweede methode: • Eenvoudige heffingsmethodiek die makkelijker uitlegbaar is naar inwoners; • De prikkel om afval gescheiden aan te bieden is groter dan bij methodiek 1, omdat aan iedere aanbieding kosten kleven. Bij methodiek 1 zijn de kosten (deels) al vooruitbetaald wat minder motiveert; • Het effect van de financiële prikkel is langdurig. Bij methodiek 2 wordt deze na jaar 1 juist sterker omdat inwoners na jaar 1 ervaren welke kosten ermee gemoeid gaan; • Juridisch gezien hebben alle heffingen op de belastingaanslag dezelfde status. Bij methodiek 1 zou de afvalstoffenheffing, in tegenstelling tot de andere belastingen op de aanslag, de status van voorlopige aanslag hebben. Middels de raadsinformatiebrief van 14 juli bent u hierover geïnformeerd (zie bijlage). Vraag 2 Is onze aanname juist dat bij de volgende tarieven voor afvalstoffenheffing kostendekkend gewerkt wordt voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval binnen de gemeente? 1 persoonshuishouden € 207,51 2 persoonshuishouden € 324,19 Meerpersoonshuishouden € 379,42 Antwoord 2 Uw aanname is niet juist. Met deze tarieven wordt geen 100% kostendekkendheid, maar een percentage van 98% kostendekkendheid bereikt voor 2022. Hierbij is rekening gehouden met de inzet van de bestemmingsreserve van € 448.600,-.
Dit kunt u terugvinden in de tabel van de in de afvalstoffenheffing te dekken kosten op blz. 59 van de begroting. Echter is het collegevoorstel in afwijking van bovengenoemde tarieven gericht op de invoering van het variabel tarief naast het vast tarief. Per saldo gaat een gemiddeld huishouden in ons voorstel de bovengenoemde bedragen betalen als optelsom van het vaste en variabele tarief. Het variabele tarief voeren wij in om de inwoners beter afval te laten scheiden. Hoe minder restafval ze gaan aanbieden hoe minder ze gaan betalen voor het variabel tarief. Doen zij dit niet (in het geval er alleen een vastrecht wordt geheven en dus de financiële prikkel ontbreekt) dan zal de hoeveelheid te verwerken restafval hoger zijn dan waarmee bij de berekening van de kosten c.q. tarieven in de begroting rekening is gehouden. Een hogere hoeveelheid betekent dus voor 2022 naar verwachting extra kosten van € 150.000,- en dus een lager kostendekkingspercentage ten opzichte van bovengenoemd percentage. Vraag 3 Kunt u toelichten wat het afrondingsbeleid is van de verordening rioolheffing woningen en niet-woningen? De verhoging met 3% levert steeds een ander afrondingsresultaat op. Bij de woningen op 1 cent nauwkeurig en bij niet-woningen rond u af op hele euro’s? Bij de verordeningen Leges en Lijkbezorgingsrechten hanteert u twee andere afrondingsmethoden.
Waarom hanteert u bij alle verordeningen niet eenzelfde methode? Antwoord 3 De tarieven rioolheffing woningen moeten ten eerste kostendekkend zijn en ten tweede deelbaar zijn door 12 in verband met de uitvoerbaarheid van de heffing en inning. Denk hierbij aan teruggaven bij
Portefeuille:
Financiën, Grondbedrijf en -exploitaties, Belastingen, Nutsbedrijven, Subsidies, Sociale Zaken, Vluchtelingen, Sport
Onderwerp: Beantwoording technische vragen nav belastingverordening en –tarieven 2022
Pagina 3 van 3
beëindiging belastingplicht, zoals bijvoorbeeld bij verhuizingen of overlijden. Dit is conform de verordening: “Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven”. Deze wijze van afronding van de tarieven brengt afrondingsverschillen met zich mee. De tarieven voor de niet-woningen worden afgerond op hele EURO en volgt uit de tarievenberekening op basis van waterverbruik dat ingedeeld is in klassen van waterverbruik. Voor de verschillende producten en dienst worden de tarieven inderdaad anders afgerond. Waar het gaat om landelijk beleid of wettelijk beleid passen we dat beleid toe en waar het gaat om lokaal beleid wordt, in verband met de uitvoerbaarheid van de heffing en de inning, een ander afrondingsbeleid toegepast. Bij Leges zijn er diensten en producten waarvan de tarieven wettelijk dan wel van overheidswege op € 0,10 zijn afgerond. Dit landelijk beleid is overgenomen. Bij Lijkbezorgingsrechten is het gemeentelijk vigerend beleid dat de tarieven worden afgerond op vijf euro. Vraag 4 Bij de stukken ontbreekt de verordening en tarieventabel hondenbelasting 2022, kunt u deze nog laten bijvoegen.
Antwoord 4 De verordening en tarieventabel hondenbelasting 2022 was inderdaad abusievelijk niet op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Bijgaand treft u deze alsnog aan. Inmiddels staat het voorstel ook op het raadsinformatiesysteem. Dank voor uw opmerkzaamheid. Hoogachtend,
Mr. dr. C.D. Schaap Wethouder
Drs. N. Bults MBA Wethouder
Portefeuille:
Financiën, Grondbedrijf en -exploitaties, Belastingen, Nutsbedrijven, Subsidies, Sociale Zaken, Vluchtelingen, Sport