20211105 beantwoording vragen inzet BUIG-gelden
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad Drs. N. Bults MBA wethouder
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:
---Beantwoording vragen inzake inzet BUIG-gelden
Ons kenmerk: Contactpersoon: Team: Telefoonnummer: Datum:
393832 A.C. van Dieren Financiën 14 0180 05 november 2021
Geachte leden van de raad, De beantwoording van uw vraag met betrekking tot de inzetbaarheid van de BUIG-gelden zoals gesteld in de commissie planning en control d.d. 25 oktober 2021 bij de bespreking van de 2e tussenrapportage 2021 treft u hierna aan. Voor de inzet van de BUIG – gelden geeft het betreffende artikel in de wetgeving het navolgende aan: Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het beleid rondom de uitkeringen en de loonkostensubsidie, en voor de uitvoering ervan. De financieringssystematiek sluit hierbij aan. De budgetten worden vooraf door het Rijk verdeeld over de gemeenten. Dit geeft gemeenten een prikkel om zoveel mogelijk mensen uit een uitkering te houden en aan het werk te helpen en houden. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is ongeoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden, maar moet een tekort in beginsel ook zelf opvangen. Gemeenten met grote tekorten kunnen een beroep doen op gedeeltelijke compensatie: de vangnetuitkering.
Zoals in de commissie door de portefeuillehouder is toegelicht, is het gebruikelijk om de werkwijze te hanteren om de hogere bijdrage te reserveren voor uitkeringen. Mocht het volledige budget onverhoopt
Portefeuille:
Financiën, Grondbedrijf en -exploitaties, Belastingen, Nutsbedrijven, Subsidies, Sociale Zaken, Vluchtelingen, Sport
Onderwerp: Beantwoording vragen inzake inzet BUIG-gelden
Pagina 2 van 2
niet worden uitgegeven, ontstaat er alsnog een voordeel bij de jaarrekening 2021 in plaats van bij deze 2e tussenrapportage. De overweging hierbij is dat het saldo, zoals in de 2e tussenrapportage genoemd een prognose is en bij de jaarrekening verantwoording wordt afgelegd over de werkelijke afwijking. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
Drs. N. Bults MBA
Portefeuille:
Financiën, Grondbedrijf en -exploitaties, Belastingen, Nutsbedrijven, Subsidies, Sociale Zaken, Vluchtelingen, Sport