20200630 Kadernota subsidiebeleid Barendrecht def.pdf
Tekst van het document
KADERNOTA SUBSIDIEBELEID 2020 BARENDRECHT beleidskader voor de verlening van subsidies
30 juni 2020
Inhoud Hoofdstuk 1. Achtergronden van de actualisatie van de Kadernota .................................................. 3 1.2. De aanpak ................................................................................................................................. 3 1.3. Cultuuraanpassing . ................................................................................................................. 4 1.4. Wat staat er in de Kadernota Subsidiebeleid 2020 .................................................................. 4 1.5. Inhoudelijke verankering .......................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2. Uitgangspunten van het subsidiebeleid ........................................................................ 7 2.1. Centrale doelstelling, waarom subsidiëren we ........................................................................ 7 2.2. Gedeelde verantwoordelijkheid ............................................................................................... 8 2.3. Doelmatigheid .......................................................................................................................... 9 2.4 Doeltreffendheid .....................................................................................................................
10 2.5 Rechtmatigheid ....................................................................................................................... 10 Hoofdstuk 3. Hoofdlijnen van het subsidiebeleid ............................................................................. 10 3.1. Beleidsontwikkeling................................................................................................................ 10 3.2. De “WIE”-vraag, hoofdlijnen subsidiebeleid in bestuurlijk perspectief ................................. 10 3.3. De "WAT"-vraag (hoofdlijnen rechtmatigheid en doelmatigheid) ......................................... 11 3.4. De HOE-vraag (hoofdlijnen voor voorwaarden subsidieproces) ............................................ 12 3.5. Verschil tussen subsidie en inkoop......................................................................................... 14 Hoofdstuk 4: Implementatie ............................................................................................................. 17 4.2. Hardheidsclausule en overgangsmaatregelen ....................................................................... 17 4.3. Werkprocessen .......................................................................................................................
17 Hoofdstuk 5: Slot en toepassingsduur .............................................................................................. 17
2
Hoofdstuk 1. Achtergronden van de actualisatie van de Kadernota 1.1. Inleiding In maart 2018 is de kadernota 2018-2022 vastgesteld. Een groot aantal aanpassingen kwam voort uit het plan van aanpak ‘Verbeteracties Subsidies en Contractbeheer- en management wat de directieraad op 21 juni 2017 heeft vastgesteld. Om subsidies beter te verlenen op basis van maatschappelijke doelstellingen spraken we af dat Barendrecht voor het verbetertraject de handreiking van de VNG vanuit het werkprogramma ‘Subsidie zonder moeite, ‘Sturen op maatschappelijke effecten’ volgt. Ook houden we rekening met de aanbevelingen en de 7 lessen uit het rekenkameronderzoek van de gemeente Nijmegen1, een analyse op basis van resultaten uit onderzoek door 18 andere rekenkamers naar de effectiviteit van subsidies. Tijdens een overleg op 15 oktober 2019 heeft het college de wens uitgesproken het subsidiebeleid opnieuw te willen herzien en daarvoor nieuwe aandachtspunten geformuleerd. Bij de actualisatie hebben we rekening gehouden met een verdere focus op deregulering, een relatie met de Strategische Visie Barendrecht 2025, aandacht voor duurzaamheidseisen en de beschrijving van gewenste resultaten, monitoring en toetsing hiervan.
Een aantal financiële onderwerpen zoals differentiatie in accountantsverklaringen, wel/geen indexering en de aanbevelingen uit het onderzoek van de afdeling Concern Control zijn met de afdelingen Maatschappij, Financiën en Juridische zaken besproken en hebben geleid tot nieuwe afspraken voor de uitvoering en aanpassingen in de algemene subsidieverordening (hierna Asv).
1.2. De aanpak Omdat er in de jaren 2018 en 2019 veel aandacht is besteed aan het opstellen van nieuw beleid in uitvoeringsprogramma’s, een nieuwe wijze van ‘Opgavegericht’ en het werken in allianties, zijn een aantal van de verbeteracties in de uitvoering nog niet geïmplementeerd. Wel werken we sinds 2018 met het gehele subsidieproces in het zaaksyteem Greenvalley. Ook kijken we beter naar de relatie tussen subsidies en het meetbaar maken van het effect, maar dit is nog onvoldoende geïmplementeerd. We actualiseren in de tweede helft van 2020 de nadere regels (Beleidsregels voor subsidieverstrekking) in een participatietraject met onze partners en optimaliseren deze dusdanig dat we alleen nog subsidiëren op basis van maatschappelijk effect. De naam van de beleidsregels wijzigen we in Algemene subsidieregeling Barendrecht (hierna de subsidieregeling). Als dit nieuwe subsidiebeleid ingaat kunnen we niet vooraf bepalen wie voor welke subsidie in aanmerking komt. We zullen kijken naar de maatschappelijk toegevoegde waarde van de activiteiten, mate van samenwerking, innovatie en andere kwalitatieve criteria. Uiteraard beoordelen we ook op rechtmatigheid, rendement en doelmatigheid. Bij de actualisatie van de nadere regels is het opstellen van een subsidieparagraaf bij actuele beleidskaders de eerste aanzet om tot nieuwe criteria te komen.
Deze verfijnen we vervolgens in een dialoog met onze maatschappelijke partners. De gewenste ‘beëindiging van het huidige systeem ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ bereiden we voor door heldere criteria op te stellen. Ook wordt er in de nadere regels aandacht geschonken aan duurzaamheidseisen en voor het onderdeel Cultuur wordt ingezet op vraag- en resultaatgericht beleid waarbij we cultureel ondernemen stimuleren. Om BAR breed een betere afstemming te hebben van (onderdelen van) het subsidiebeleid beschrijven we een standaardproces en hebben we een handboek Subsidies. Het standaard subsidieproces is ook in de andere BAR-gemeenten leidend. De Asv passen we aan op basis van het VNG-model Algemene subsidieverordening 2013 (update juni 2019). In de subsidieparagraaf beschrijven we aan welke doelstellingen de verschillende subsidies bijdragen. Ook wordt de informatie uit richtinggevende documenten, zoals begroting, coalitieprogramma en Strategische visie 2025 hierbij betrokken.
1
2013 Effectiviteit subsidies
3
1.3. Cultuuraanpassing In 2018 en 2019 is gewerkt aan de koppeling van beleidsinhoud en prestaties aan subsidies. De vervolg aanpak heeft opnieuw consequenties voor zowel de gemeente als de gesubsidieerde instellingen. De start ligt bij het formuleren van concrete doelen en inzicht geven hoe het subsidie instrument het beste kan worden ingezet. Voor bestaande beleids(kader)nota’s hebben we nu in een subsidieparagraaf beschreven hoe het instrument subsidie dient bij te dragen aan de gemeentelijke maatschappelijke doelstellingen. Nieuwe beleidsnota’s bevatten vanaf 2020 altijd een duidelijke subsidieparagraaf. Subsidiebeschikkingen bevatten een duidelijke relatie tussen de gemeentelijke doelstelling/doelen en de gevraagde prestaties. Subsidies verlenen we (en stellen we vast) vanaf subsidiejaar 2021 in een nieuwe standaard beschikking. Het subsidieproces is een helder proces van aanvragen, verstrekken en verantwoorden ondersteund door informatiesystemen waarvoor werkprocessen en werkafspraken zijn beschreven. In 2020 zal, op basis van het beschreven subsidieproces, bekeken worden wat we in het zaaksysteem verder kunnen verbeteren. We stellen voor het beoordelen van aanvragen en vaststellingsverzoeken een checklist op. Ook maken we per financiële categorie afspraken over het aantal monitorgesprekken en de wijze waarop we dit vastleggen.
Bij het opstellen van de subsidieparagrafen in mei 2020 wordt duidelijk dat er grote stappen zijn gezet in het helder formuleren van meetbare doelstellingen in beleidskaders, maar dat het nog lastig blijkt om deze te koppelen aan de inzet van subsidie. We zullen hier de komende tijd verdere stappen in gaan zetten. In de nieuwe standaardbeschikking verwijzen we, indien beschikbaar, naar het betreffende beleidskader en we nemen de activiteiten (output) en de wijze waarop dit gaat bijdragen aan het te behalen maatschappelijke effect (outcome) op. In het format van een subsidie aanvraag vragen we organisaties dit ook zelf aan te geven.
1.4. Wat staat er in de Kadernota Subsidiebeleid 2020 De kadernota subsidiebeleid 2020 vormt het technisch kader voor het verlenen en vaststellen van subsidies. Hieruit volgen de strategische en beleidsmatige overwegingen om gemeente breed volgens een standaardwijze subsidies te verlenen en vast te stellen. De kadernota volgt de landelijke visie op subsidiebeleid 2: Werken op basis van vertrouwen Verminderen administratieve last en regeldruk Verhoging kwaliteit dienstverlening aan instellingen en inwoners Efficiënt en effectief subsidieproces Verdere standaardisatie en uniformiteit binnen de gemeente Wettelijk kader subsidiebeleid De algemene wet bestuursrecht bepaalt grotendeels het wettelijk kader van het subsidiebeleid. Daarnaast kan de raad specifieke uitgangspunten meegeven voor het subsidiebeleid Barendrecht. De kadernota werken we uit in een herziening van de Algemene subsidieverordening Barendrecht 2020 (Asv) die het juridisch kader voor verlenen van subsidies vormt. Aan de Asv zijn nadere regels verbonden, deze Algemene subsidieregeling Barendrecht (hierna Subsidieregeling) actualiseren we na de zomer.
1.5. Inhoudelijke verankering Algemene doelstelling subsidiebeleid Met subsidie als instrument geven we sturing aan het bereiken van gemeentelijk beleid en doelen. Vooraf is de afweging gemaakt of de inzet van het instrument subsidie de juiste is en of het past bij de te realiseren beleidsdoelen en effecten. Andere instrumenten om te sturen zijn bijvoorbeeld regelgeving, (maatschappelijk) aanbesteden, een publiek private samenwerking en netwerken. Ook onderzoeken we of innovatieve financieringsinstrumenten ons meer mogelijkheid bieden onze doelstellingen te halen. Voorbeelden hiervoor zijn matchfunding, netwerksubsidies, publieke prijsvraag en revolverend fonds.
2
Uniform Subsidiekader (1 januari 2010, Ministerie van Financiën)
4
Beleidsmatige nota’s geven sturing aan de doelen en activiteiten waarvoor subsidies worden verleend. Er zal bij de inventarisatie van beleidsnota’s aandacht worden besteed aan een duidelijke relatie met de doelen uit de programmabegroting, het coalitieprogramma en de Strategische visie 2025 in een specifieke subsidieparagraaf. We beschrijven in de beleidsnota’s de gewenste situatie van doelgroepen, thema’s of sectoren. Ook onderbouwen we waarom het instrument subsidie het beste instrument is om de gewenste situatie te bereiken (realiseren gewenste beleid binnen de gemeente). Zie als voorbeeld de schets van de beleidscyclus op de volgende pagina. In uitvoeringsprogramma’s werken we samen met onze partners ons beleid verder uit. We verwachten van de inwoners de noodzakelijke initiatieven en activiteiten om aan het behoud of de verbetering van de leefbaarheid mee te bouwen. Door het verlenen van subsidie wil de gemeente stimuleren dat inwoners in actie komen, om deel te nemen of zelf iets te organiseren voor anderen. Voor en door inwoners. Voor het sociaal domein willen we de dienstverlening verder verbeteren. We werken meer vraaggericht waarbij de inwoner centraler komt te staan bij de benadering van een vraag en de kwaliteit voorop staat.
De wens is daarbij dat iedereen volwaardig mee kan doen in onze samenleving, dat de integraliteit van de toegang en de hulp en ondersteuning versterkt wordt en dat zoveel mogelijk gewerkt wordt aan duurzame samenwerkingsverbanden en resultaten. Het gemeentelijke beleid operationaliseren we steeds meer zodat subsidie wordt verleend op basis van meetbare doelstellingen. De subsidieregeling bevat per beleidsterrein de doelstellingen en activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen. Daarnaast zijn eventuele nadere weigeringsgronden, doelgroepen, de procedure, kosten die voor subsidie in aanmerking komen en het subsidieplafond (indien van toepassing) opgesteld. Toegevoegd is een kopje criteria waarop subsidieaanvragers bijvoorbeeld wordt gevraagd in hoeverre zij scoren op onderdelen als eigen inkomsten, cultureel ondernemerschap, cofinanciering, innovativiteit en samenwerking. We onderzoeken voor de begroting van het jaar 2022 hoe we subsidies beter mee kunnen nemen in de P&C cyclus. Bij de begrotingsbehandeling stelt de raad subsidieplafonds en zo nodig deelplafonds vast op basis van inhoudelijke doelen. We stellen samen met de subsidieontvanger doelen en resultaten op. De subsidiebeschikking bevat prestaties die haalbaar, beïnvloedbaar, toetsbaar en meetbaar zijn, op basis van SMART geformuleerde doelstellingen.
In de jaarrekening benoemen we jaarlijks per programma de behaalde maatschappelijke effecten van de subsidiepartners met een subsidie groter dan € 100.000. Hiermee maken we de subsidies meer zichtbaar in de P&C cyclus. Daarnaast geven we per categorie (zorg, cultuur, onderwijs, sport, jeugd, overig) een korte toelichting op de verschillen ten aanzien van het voorgaande jaar en de begroting. De bevindingen van het al eerdergenoemde rekenkamerrapport van de gemeente Nijmegen laat zien dat er maar beperkt informatie is over en inzicht is in de effectiviteit en efficiency van subsidies. De hoofdconclusie uit het overgrote deel van de onderzochte rapporten is dat de effectiviteit van subsidies niet bekend is en ook niet kan worden vastgesteld. Hierdoor worden besluiten over instelling, voortzetting of stopzetting van een subsidie genomen zonder dat bekend is of deze wel effectief is. Het is verplicht (artikel 4:24 AWB) eens per 5 jaar de subsidies op effectiviteit te evalueren. De gemeenteraad zal – mede op grond van deze evaluatieonderzoeken – actuele, duidelijke en richtinggevende beleidskaders met concrete en meetbare doelen vaststellen. Dit SMART beleid maakt een effectieve inzet van het instrument mogelijk.
5
Totaal beeld realiseren maatschappelijk effect met behulp van instrumenten subsidie en inkoop
PROGRAMMABEGROTING Strategische visie 2025
concrete doelen uitgedrukt in maatschappelijk effect
Coalitie programma
Maatschappelijk probleem of ambitie
Wettelijke kader: ASV Kadernota subsidiebeleid Beleidsregels Aanbestedingswet Inkoop- en contract beleid
Analyse, wat zijn de oorzaken van het probleem?
Te bereiken maatschappelijk effect
Bij wie, of waar speelt dit omvang, locatie etc.
Welke partijen zijn betrokken en wat is hun rol?
Evaluatie KADERNOTA / UITVOERINGSPROGRAMMA randvoorwaarden evaluatie inbouwen, afhankelijkheden en aannames benoemen. Duidelijke relatie leggen tussen doelen en gevraagde prestaties WELK BELEIDSINSTRUMENT SUBSIDIE of INKOOP
Subsidieverlening:
Inkoop:
beoogd effecten en resultaten activiteiten/prestaties in subsidievoorwaarden. Benoem streefwaardes en omvang doelgroep
beoogd effecten en resultaten activiteiten/prestaties in contract. Benoem streefwaardes en omvang doelgroep
Heeft de subsidie/ activiteiten bijgedragen aan beoogd maatschappelijk effect?
Beoordeling prestaties Zijn de activiteiten uitgevoerd en afgesproken prestaties behaald? Heeft dit het beoogde resultaat opgeleverd?
6
Hoofdstuk 2. Uitgangspunten van het subsidiebeleid 2.1. Centrale doelstelling, waarom subsidiëren we Subsidies zijn bedoeld om inhoudelijk beleid van de gemeente Barendrecht te realiseren. Het gaat om collectieve activiteiten waaraan behoefte bestaat bij Barendrechtse inwoners, die de gemeente niet zelf wil of kan uitvoeren. Subsidieverlening is te zien als een instrument om maatschappelijke doelstellingen te realiseren. De subsidievoorwaarden en verantwoordingseisen moeten zo min mogelijk in de weg staan om deze doelen te bereiken of onnodige administratieve last creëren. Subsidies worden ingezet om een breed maatschappelijk aanbod te bieden en hebben als doel het meedoen van inwoners mogelijk te maken. Uitgangspunt is dat inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor hun deelname aan de samenleving, waardoor mensen die beschikken over voldoende eigen (financiële) mogelijkheden primair zelf de kosten van diensten en voorzieningen dragen. Subsidiebeleid heeft niet ten doel, direct noch indirect, bij te dragen aan inkomensbeleid. Voor individuele inwoners (en hun kinderen), die door geringe financiële draagkracht moeite hebben "mee te doen", zijn mogelijkheden gecreëerd via het minimabeleid. Via de Wmo-voorzieningen worden bewoners op verschillende terreinen individueel ondersteund. Deze voorzieningen vallen niet onder het subsidiebeleid.
De gemeente verleent geen subsidie als de markt voldoende voorziet in de behoefte van de bewoners. Zij maken voor tal van vrije tijdsvoorzieningen gebruik van het aanbod op de markt (zoals bijvoorbeeld sportschool, bioscoop en horeca). Het subsidiebeleid van de gemeente Barendrecht is gericht op de pijlers participatie en preventie.
2.1.1. Participatie In 2020 stellen we de nota integraal beleid sociaal domein op. In deze nota nemen we samenhangende maatschappelijke doelstellingen op voor de lokale samenleving als geheel. Specifieker gaat het ook om op elkaar afgestemde kaders voor de doelgroepen die we bedienen op basis van onderscheiden wetgeving. Subsidies dragen voor een deel van de onderwerpen ook bij aan het behalen van de maatschappelijke doelstellingen. We passen de subsidiecriteria aan in lijn met de doelstellingen van deze nota. De komende jaren wil de gemeente samen met partners en inwoners bouwen aan een krachtige, inclusieve samenleving. De gemeente wil dat iedereen zich naar vermogen kan ontwikkelen en kan deelnemen aan de maatschappij. Het is een samenleving waarin inwoners zich verbonden voelen en hun weg weten te vinden. Iedereen hoort erbij, doet ertoe, iedereen doet mee. Iedereen kan ook zelf binnen zijn of haar mogelijkheden aan de samenleving bijdragen, hetgeen de zingeving en het welbevinden vergroot. Mensen zijn betrokken bij elkaar, respecteren elkaar, helpen elkaar. Inwoners krijgen ondersteuning van de gemeente en/of partners op het moment dat zij dat nodig hebben. Deze ondersteuning is goed vindbaar en toegespitst op de behoefte(n) van de inwoner(s). Als samenleving nemen we gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Participatie wordt bereikt door: a.
Een goed en breed aanbod aan voorzieningen De sport- en cultuursector zijn over het algemeen aanbodgericht. We ondersteunen sport- en culturele voorzieningen, omdat deze een waarde in zich hebben. We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners meedoen, door gebruik te maken van het aanbod sport en cultuur. De gemeente blijft daarom activiteiten (mede)subsidiëren die deelname of bezoek aan bijvoorbeeld (on)georganiseerde sport, musea, amateurkunst en bibliotheek stimuleren. Hierbij is het ook van belang dat groepen die meer moeite hebben met sport, kunst en cultuur hiermee in aanraking komen. In 2020 maken we de omslag naar een meer vraaggericht aanbod daarbij willen we cultureel ondernemen stimuleren. b. Het signaleren en zoveel mogelijk verminderen van (individuele) belemmeringen Als inwoners onvoldoende mee kunnen doen aan de samenleving is in eerste instantie een beroep op ondersteuning vanuit hun sociaal netwerk de aangewezen weg. We bieden (gesubsidieerde) maatschappelijke ondersteuning in de vorm van voorzieningen als inwoners hier extra, aanvullende
7
hulp bij nodig hebben. Dit kan zijn omdat ze in onvoldoende mate beschikken over de volgende capaciteiten of sociale netwerken die ze daarvoor nodig hebben: een fysieke en psychische gezondheidstoestand, die het mogelijk maakt om deel te nemen aan activiteiten in de samenleving, zichzelf te verzorgen en zelfstandig een huishouding te voeren; een opleidings- of kennisniveau, dat de burger in staat stelt de regie over het eigen leven te voeren en in zijn eigen levensonderhoud te voorzien; sociale vaardigheden, die nodig zijn om sociale contacten en relaties aan te gaan en te onderhouden.
2.1.2. Preventie Voorkomen is beter dan genezen. Daarom streven we naar het voorkomen, tegengaan dan wel in zo vroeg mogelijk stadium signaleren en aanpakken van sociaal-maatschappelijke onwenselijke situaties en problemen. Mensen in de knel die hun problemen niet zelf of met behulp van hun informeel sociaal netwerk kunnen oplossen, moeten daarbij worden geholpen. In eerste instantie worden preventieve maatregelen en vroeg signalering ingezet. Daarnaast zorgen we voor (ondersteuning van) collectieve voorzieningen die voor eenieder beschikbaar zijn en die mede een preventieve functie hebben, zoals de bibliotheek, ontmoetings-, culturele en recreatieve activiteiten, sportactiviteiten, peuterspeelzaalwerk, algemeen maatschappelijk werk en opvoedingsondersteuning. Verder ondersteunen we preventieve activiteiten en activiteiten, die gericht zijn op de bevordering van de leefbaarheid, de sociale samenhang en gezondheid.
Bij preventie worden de volgende thema’s onderscheiden: veiligheid (verbeteren (sociale) veiligheid, bestrijden en voorkomen overlast en buurtconflicten); kansrijke ontwikkeling jeugdigen (preventief lokaal jeugdbeleid, voor- en vroegschoolse educatie, kinder-, jeugd- en jongerenwerk); een zelfstandige oude dag (seniorenbeleid, seniorenwoningen, woningaanpassingen, ouderenadvisering, zorg- en welzijnsconcepten, mantel- en respijtzorg); mensen in de knel (vroeg signalering, adequate doorgeleiding en zorgaanbod); een leefbare woon- en leefomgeving; sociale contacten en relaties, ook in buurten en wijken; gezond leven (stimuleren bewegen, sportbeoefening, gezond gewicht, beperkt middelengebruik).
2.2. Gedeelde verantwoordelijkheid Bij het bevorderen van maatschappelijke samenhang, cohesie (de "civil society") wordt uitgegaan van gedeelde verantwoordelijkheden van inwoners, maatschappelijke organisaties, gemeente en bedrijven. De gemeente ondersteunt daarin, maar wil de maatschappelijke verantwoordelijkheid van partners ook zoveel mogelijk vertaald zien. Het gaat om samenwerkingsverbanden van sportverenigingen, gezelschappen voor amateuristische kunstbeoefening, buurtverenigingen / bewonersorganisaties en ‘welfare’ organisaties, maar ook om evenementen voor en door Barendrechtse inwoners voor zover het gaat om sociaal-maatschappelijke activiteiten. Ondersteuning kan plaatsvinden in de vorm van het verlenen van subsidies, door ondersteunende activiteiten ten behoeve van vrijwilligerswerk, door beschikbaar stellen van accommodaties en/of faciliteiten en door procesmatige ondersteuning van burgerinitiatieven. Ook kunnen brede, integrale samenwerkingsprojecten worden ondersteund, waarbij beroepskrachten zijn betrokken. Niet elke maatschappelijke organisatie hoeft apart subsidie te krijgen voor vergelijkbare activiteiten daarom worden er keuzes gemaakt om dubbelingen tegen te gaan. Versterking van samenwerking levert niet alleen meer slagkracht op voor de organisaties zelf, maar zorgt er ook voor dat de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk worden ingezet.
Activiteiten die vanuit samenwerking zijn opgezet krijgen daarom in het subsidiebeleid de voorkeur.
8
2.3. Doelmatigheid Om een doelmatige uitvoering van het subsidieproces te bereiken wordt uitgegaan van: 1. Eenvoud, snelheid, tegengaan bureaucratie We volgen het Rijk in het tegengaan van nodeloze bureaucratie en procedures. In de nieuwe systematiek zal bij lage subsidiebedragen, tot max. € 5.000,-, sprake zijn van samenvallen van verlening en vaststelling met minimale verantwoordingsplicht en aanvraageisen. Tussen € 5.000,- en € 30.000,- geldt een verantwoording over prestaties en vanaf € 30.000,- en hoger wordt verantwoord over prestaties en kosten. We voeren een versoepeling in van de verantwoordingseisen voor subsidies tussen de € 30.000 en € 250.000. Deze subsidieontvangers kunnen volstaan met een rapport van bevindingen van de accountant, op basis van een nog door ons op te stellen controleprotocol, in plaats van de eerder verplichte accountantsverklaring. Deze regimes worden verder uitgewerkt in de Asv. De vele soorten subsidiesoorten zijn teruggebracht tot slechts jaarlijkse subsidies en incidentele subsidies; Per financiële categorie is een procesbeschrijving opgesteld voor zowel de subsidieverlening als voor de –vaststelling. Deze is leidend binnen de gehele gemeente.
Er wordt een eenduidige beoordelingswijze van de aanvragen en voor de controle van de verantwoordingen ingevoerd en hiervoor worden inhoudelijke en financiële digitale formats ontwikkeld; Gemeentelijke regelingen sluiten qua verantwoordingseisen, indien mogelijk, zoveel als mogelijk aan bij de verplichtingen uit de betreffende financiële categorie uit de Asv. Het BAR breed geïntroduceerde zaaksysteem (Greenvalley) ondersteunt het subsidieproces. Standaard handelingen worden zoveel als mogelijk geautomatiseerd. We onderzoeken de mogelijkheden van een eigen dashboard met sturings- en management informatie uit het zaaksysteem. 2. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten van subsidiebeleid moeten zo laag mogelijk zijn. Dit kan worden bereikt door verdere standaardisering van processen en het werken met formats, proportionaliteit tussen subsidiebedrag en verantwoordingslasten en eigen verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger (deregulering) op basis van een verantwoord vertrouwen. 3. Transparantie Alle betrokkenen, zowel subsidieaanvragers, -ontvangers, behandelaars als verantwoordelijken, hebben goed inzicht voor welk doel kan worden aangevraagd, de wijze van aanvragen, criteria, de procedure, besluitvorming, verlening, afrekening en toetsing. Binnen de gemeente is een systeem beschikbaar met informatie over verleende en vastgestelde subsidies.
Hierdoor is inzicht in de status van een aanvraag- of vaststellingsverzoek, de behandelend medewerker en de hoogte van het subsidiebedrag. 4. Efficiënt en effectief Het subsidiebeleid is erop gericht om de beperkte collectieve middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit houdt in dat subsidieaanvragen worden getoetst om de kostprijs zo laag mogelijk te houden bij een aanvaardbaar kwaliteitsniveau. Inzicht in de verhouding subsidiebedrag en het effect hiervan wordt verkregen op basis van bijvoorbeeld benchmarks (tarieven) ten opzichte van de branche of ten opzichte van de organisatie zelf in de tijd en met informatie uit andere gemeenten.
5. Wet Normering Topinkomens (WNT) Op grond van de WNT worden inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen met een publieke genormeerd en openbaar gemaakt. De WNT is in 2013 in werking getreden, en geldt voor diverse overheden, maar ook voor de sectoren zorg, cultuur, onderwijs, woningcorporaties en gesubsidieerde instellingen. Het inkomen van een topfunctionaris mag daarbij niet boven een bepaald bedrag uitkomen. Jaarlijks worden hiervoor bezoldigingsmaxima opgesteld. Aan een subsidie verbonden voorwaarden mogen slechts zien op het doel van de gesubsidieerde activiteit of op de wijze waarop de gesubsidieerde activiteit worden gericht.
9
6. Stapeling en proportionaliteit Bij beoordelingen van aanvragen wordt gelet op stapeling van subsidies en andere financiële voordelen die via de gemeente worden geboden. Het evenredigheidsbeginsel veronderstelt afweging van belangen tussen alle partijen, groeperingen, doelen en prioriteiten waarbij het niet de bedoeling is dat door de verschillende mogelijkheden er ongewenste onevenredigheden in financiële steun optreden. 7. Flexibiliteit De maatschappij, ook in Barendrecht, is een dynamisch en organisch samenspel van menselijke en maatschappelijke factoren. Het subsidiebeleid moet hierop aansluiten. Het beleid stelt dus hoge eisen aan flexibiliteit, waarbij maatwerk mogelijk is.
2.4 Doeltreffendheid Er wordt jaarlijks beoordeeld op basis van de verantwoording en het gevoerde jaargesprek of de subsidie het beoogde effect heeft opgeleverd. Eens per vijf jaar worden subsidies geëvalueerd. De evaluatiecriteria zijn vooraf in de betreffende beleidsnota opgenomen. Alleen SMART beleid maakt een effectieve inzet van het instrument subsidie mogelijk.
2.5 Rechtmatigheid Het verlenen van subsidie dient rechtmatig plaats te vinden. Om rechtmatigheid vast te stellen wordt getoetst of bij verlening van subsidie is gehandeld in overeenstemming met de bestaande wettelijke kaders zoals de Awb en de van toepassing zijnde regelgeving. Om vast te leggen dat de verlening en vaststelling rechtmatig is verlopen worden voor de beoordeling specifieke checklists ingevuld en worden er door Concern control steekproeven gedaan.
Hoofdstuk 3. Hoofdlijnen van het subsidiebeleid Binnen de kaders en de uitgangspunten van het subsidiebeleid zoals beschreven in hoofdstuk 2 zien de vier hoofdlijnen van het subsidiebeleid er als volgt uit:
3.1. Beleidsontwikkeling
vastleggen van beleid in (kader)nota's, die zijn voorzien van een subsidieparagraaf; ontwikkelen van operationeel beleid per programma, thema, doelgroep of sector, waarin wordt opgenomen wat prioriteiten zijn en wat wel/niet wordt gesubsidieerd; vaststellen van subsidieplafonds per programma, thema, doelgroep of sector.
3.2. De “WIE”-vraag, hoofdlijnen subsidiebeleid in bestuurlijk perspectief Rechtmatigheid vraagt om bestuurlijke en juridische vormgeving van het subsidiebeleid en het subsidieproces. Door verduidelijking van de rollen van de raad en het college ontstaat een verantwoordelijkheids- en bevoegdheidsverdeling voor het vaststellen van (beleids)kaders, subsidieverlening en -vaststelling en verantwoording van subsidies. De vaststelling van formele verantwoordelijkheden en bevoegdheden op bestuurlijk niveau, zijn bevoegdheden van raad en college; De raad: - Kadernota subsidies
10
De kadernota subsidiebeleid 2020 Barendrecht wordt door de raad vastgesteld. Het subsidiebeleid wordt op hoofdlijnen beschreven en is daarmee tevens toetsingskader voor de uitvoering. - Algemene subsidieverordening Barendrecht (Asv) De Asv is de juridische vertaalslag van de kadernota subsidiebeleid en sluit aan op de Algemene wet bestuursrecht. De Asv wordt vastgesteld door de raad. - Subsidieplafonds Met het vaststellen van de jaarlijkse begroting door de raad worden tevens de subsidieplafonds vastgesteld. De subsidieplafonds en eventueel deelplafonds maken budgetteren mogelijk. Elk plafond of deelplafond is gekoppeld aan een inhoudelijke opgave, waarvoor de raad een budget ter beschikking stelt. Met het vaststellen van plafonds bepaalt de raad de hoofdlijnen van het subsidiebeleid voor wat betreft de hoogte van subsidies, gekoppeld aan inhoud op hoofdlijnen. Het college: - Algemene subsidieregeling Barendrecht Op basis van de Asv wordt nadere regelgeving en uitwerking van het subsidiebeleid op specifieke onderdelen ontwikkeld. De subsidieregeling biedt een stramien voor de beoordeling van individuele subsidieaanvragen. Het gaat om invulling of detailleringen, bijvoorbeeld om vaststelling van maximale subsidies, vermogensvorming, indexering etc. Het college stelt de subsidieregeling vast. - Subsidieverlening De Wet wijst het college aan als bestuursorgaan.
Alleen het college verleent daarom subsidies. - Beleidsnota’s/kadernota’s Op een veelheid van terreinen zijn of worden (inhoudelijke) beleidskaders/beleidsnota's ontwikkeld. Hierin worden kaders voor subsidiëring opgenomen, die moeten passen binnen de Kadernota en de Asv. Het college stelt beleidsnota’s en kadernota’s vast als het gaat om invulling van staand beleid en de raad als het om nieuw beleid gaat. - Subsidiestaat Bij de jaarrekening verstrekt het college een overzicht ter informatie aan de raad van alle verleende subsidies over het afgelopen jaar.
3.3. De "WAT"-vraag (hoofdlijnen rechtmatigheid en doelmatigheid) 1. De Algemene wet bestuursrecht: wat is subsidie? De definitie van subsidie waarop Barendrecht aansluit staat omschreven in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): “Onder subsidie wordt verstaan de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten” De rechtmatigheid wordt, onder gebruikmaking van de Awb als uitgangspunt, uitgewerkt in de Algemene subsidieverordening Barendrecht. De Asv vormt de juridische kern voor toetsing van rechtmatigheid. De subsidieregeling vormt een tweede element van de rechtmatigheid. Financiële rechtmatigheid wordt bereikt door de systematiek van (deel)plafonds in de begroting. 2. Overige regelgeving Subsidies met een bepaalde aard of omvang moeten worden getoetst op integriteit van de aanvrager (wet BIBOB) en de Minimisregeling (Europese regelgeving staatssteun). Wanneer subsidieverstrekking (mede) direct of indirect is gericht op economische activiteiten, die op een markt worden aangeboden, is toetsing aan Europese regelgeving van belang. Wanneer Barendrecht werkt met opdrachten in de privaatrechtelijke sfeer moet vanaf een bepaalde omvang worden gewerkt met openbare (Europese) aanbesteding, met meerdere offertes.
11
3. Overige geldstromen Naast subsidies bieden we ook een bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke doelstellingen door ons accommodatiebeleid. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de kadernota Vastgoed. We onderkennen de samenhang hiervan met het subsidiebeleid, zoals die door Subsidieontvangers wordt ervaren. Een directe koppeling wordt in deze nota niet aangebracht en zal derhalve situationeel worden benaderd.
3.4. De HOE-vraag (hoofdlijnen voor voorwaarden subsidieproces) 1. Soorten subsidies Subsidie is een materieel begrip en wordt omschreven in artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Voldoet een geldverstrekking aan de daar genoemde voorwaarden, dan is het een subsidie (zie paragraaf 2.2). In de praktijk kan het voorkomen, dat er afwijkende namen worden gebruikt. Hoewel er momenteel vele namen voor verstrekte subsidies bestaan, onderscheiden deze zich in juridische zin slechts door het feit of het een jaarlijkse dan wel incidentele subsidie betreft. Daarom wordt een tweedeling in type subsidies aangebracht en tevens een verdere beperking van het aantal subsidienamen: Jaarlijkse subsidie De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op voortdurende activiteiten van een instelling, organisatie of vereniging en wordt bij voorkeur voor meerdere jaren verstrekt. Hieronder vallen: Overeenkomst tussen gemeente en organisatie, of groep van organisaties, waarbij een integraal samenwerkingsverband is ontstaan. Gericht op uitvoering van gemeentelijk beleid, uitgewerkt in te behalen doelstellingen en prestaties, waarbij de subsidieontvanger de uitvoering ter hand neemt. Het is belangrijk om vooraf goed met elkaar de te bereiken doelen te definiëren. Daarbij hebben subsidieaanvragers de verantwoordelijkheid om aan te geven hoe zij het beste aan deze doelen bij kunnen dragen.
Ook verstrekken we subsidie bedoeld om waardering voor of belang van bepaalde structurele activiteiten aan te geven. Incidentele subsidie Incidentele subsidies zijn subsidies die voor een eenmalige activiteit, of een activiteit, waarvoor het college slechts voor een van tevoren maximaal bepaalde tijd van 4 jaar subsidie wil verlenen. De subsidie is gericht op een prestatie, activiteit, evenement, product of resultaat, die aansluit op gemeentelijk beleid, die in tijd beperkt is en die inhoudelijk een afgerond resultaat oplevert. Een subsidie kan worden verkregen voor het verwerven, nieuw te bouwen, uit te breiden, of het renoveren van accommodaties voor clubs, verenigingen of organisaties. Subsidie bedoeld om waardering voor- of belang van bepaalde incidentele activiteiten aan te geven. Zoals aangegeven is niet de naam van de subsidie van belang, maar het feit of er een structurele (jaarlijkse) subsidierelatie met de ontvanger bestaat of dat het een incidentele subsidie betreft. 2. Risico’s Instellingen met een jaarlijkse subsidie lopen, indien zij geen loop- en prijscompensatie krijgen, een hoger risico. In de subsidieregeling wordt de mogelijkheid opgenomen tot reservevorming vanuit gemeentelijke middelen door ontvangers van jaarlijkse subsidies waarmee de gemeente een langlopende subsidierelatie heeft.
Deze hogere reserves zijn nodig om stijging van productprijzen (in het bijzonder Cao-afspraken) op te vangen. Bepalingen m.b.t. het vormen van reserves worden opgenomen in de subsidieregeling. 3. Wie mag aanvragen en hoe en wanneer vraag je aan? Subsidies worden alleen verstrekt indien de activiteiten van de aanvrager in voldoende mate gericht zijn op of ten goede komen aan de gemeente Barendrecht of haar ingezeten. De te hanteren termijnen bij aanvragen en verantwoorden zijn uitgewerkt in de Asv en de subsidieregeling. Voor jaarlijkse subsidies geldt dat de subsidieaanvraag uiterlijk per 1 september voor het jaar daarop ingediend moet zijn. Inhoudelijke beleidsvoorstellen die gevolgen kunnen hebben voor de subsidiebudgetten dienen bij de voorjaarsnota betrokken te worden om ze vervolgens in de begroting op te kunnen nemen. Voor eenmalige subsidies zullen indieningstermijn en de afwegingscriteria in de subsidieregeling nader worden uitgewerkt.
12
4. Standaardprocedures en formats voor aanvragen en verantwoordingen Om te kunnen voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid wordt de wijze van aanvragen en verantwoorden verbeterd. Dit wordt bereikt door standaardisering van processen en het werken met formats, proportionaliteit tussen subsidiebedrag en verantwoordingslasten en eigen verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger (deregulering) op basis van een verantwoord vertrouwen. Op de website van de gemeente wordt op een eenduidige wijze de relevante informatie ontsloten. Ook wordt communicatie met de gemeente over subsidies via telefoon en email overzichtelijk georganiseerd. Ook intern wordt de regelgeving en informatie m.b.t. subsidies centraal ontsloten. 5. Kwaliteitscriteria voor gesubsidieerden en de gemeente Per subsidiesoort kunnen kwaliteitscriteria worden opgesteld: extern: kwaliteitseisen voor de subsidieontvanger m.b.t. administratie, te verzekeren risico's, aansprakelijkheid e.d., een en ander op basis van artikel 4:37 t/m 4.40 van de Awb; extern: kwaliteitseisen aan de inrichting van de aanvraag, de compleetheid van de aanvraag, de verantwoording, inzicht in voorgenomen prestaties en te behalen doelen; intern: kwaliteitseisen voor de gemeente t.a.v. de inrichting en doorloop van het subsidieproces, het halen van wettelijke eisen en termijnen; intern: kwaliteitseisen voor de gemeente t.a.v.
de transparantie waarmee het subsidiebeleid, de subsidiemogelijkheden, de nadere regels en de wijze van aanvragen met de belanghebbenden wordt gecommuniceerd; intern: uitvoering van het subsidieproces. 6. Nadere regels financiële aspecten De belangrijkste aspecten zijn de navolgende: Vermogensvorming vanuit gemeentelijk subsidie is alleen toegestaan als de overeengekomen resultaten zijn behaald. De maximale vermogensvorming per jaar bij de subsidieontvanger bedraagt maximaal 10% van de omvang van het subsidiebedrag wat men in totaliteit ontvangt van de gemeente. In de algemene subsidieregeling nemen we per beleidsterrein en/of werkveld het maximale percentage vermogensvorming van de omvang van de jaarsubsidie op. Uiteraard zijn er altijd gevallen waarin het college, op specifieke gronden, anders besluit. De bevoorschotting vindt plaats volgens het in de subsidieregeling of de verleningsbeschikking opgenomen bevoorschottingsritme. In veel gevallen wordt 100% bevoorschot om administratieve lastendruk tegen te gaan.
13
3.5. Verschil tussen subsidie en inkoop De keuze tussen subsidie en inkoop (opdracht) is niet altijd even duidelijk te maken en het is belangrijk om vooraf de aard van de rechtsverhouding vast te stellen. Uitgangspunt voor de keuze van subsidie is vaak de publieke taak van de gemeente. Richtinggevend bij de keuze tussen subsidie en inkoop is de handreiking ‘Overheidssopdracht en subsidie’ van de VNG en onderstaande visie van de afdeling Juridische Zaken. Bij twijfel dient er altijd vooraf advies ingewonnen te worden de afdeling Juridische Zaken. Inleiding Binnen de organisatie wordt regelmatig bij het financieren van projecten en of activiteiten de vraag gesteld of men kan subsidiëren of moet inkopen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de vraag wanneer sprake is van subsidieverlening en wanneer sprake is van inkopen. Gaat het over inkopen, dan wordt gesproken van een overheidsopdracht. Het onderscheid tussen subsidies en inkopen is juridisch relevant voor het van toepassing zijnde rechtskader. Subsidies vallen onder het bestuursrecht en inkopen onder het civiele recht. Het onderscheid kan ook inkoop technisch relevant zijn. Afhankelijk van de te bereiken resultaten, kan een subsidie functioneler zijn dan een overheidsopdracht, of juist andersom.
Afhankelijk van de manier waarop een subsidie wordt vormgegeven, kan deze dusdanige kenmerken krijgen dat er feitelijk sprake is van een overheidsopdracht. In dat geval heb je dan te maken met de aanbestedingsregels. Gaat het om een zuivere subsidie, dan zijn de Europese staatssteunregels en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Hieronder worden de hoofdlijnen van het onderscheid tussen subsidies en overheidsopdrachten nader uiteengezet. Definitie overheidsopdracht Overheidsopdracht (artikel 1 lid 2 onder a Europese aanbestedingsrichtlijn 2004/18): Schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende diensten is gesloten en die betrekking hebben op de uitvoering van werken, de levering van producten of de verlening van diensten in de zin van de richtlijn. Definitie subsidie Artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht definieert subsidie als “de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten”. Subsidie of opdracht (inkoop) Om vast te stellen of sprake is van een subsidie of opdracht, zijn onder meer de volgende vijf vragen relevant: 1. hoe is het verband tussen betalingen en prestaties? 2. van wie is het initiatief uitgegaan? 3.
welk belang wordt gediend? Wat is het doel van de activiteit? 4. is er sprake van commerciële activiteiten (winst, kostprijs, onderneming, concurrentie)? 5. zijn er derden bij het project betrokken? Ad 1: Wanneer te subsidiëren activiteiten niet nauwkeurig zijn omschreven en/of de subsidiegever geen of weinig zeggenschap heeft over de invulling van die activiteiten, vormt dit een indicatie dat geen sprake is van een opdracht. Naarmate de subsidieverstrekker meer zeggenschap heeft over de invulling van de prestaties, zal er eerder sprake zijn van een opdracht. Steeds minder zal dan kunnen worden volgehouden dat sprake is van een “eigen activiteit” van de subsidieontvanger. Zodra (de inrichting van) een subsidie het karakter krijgt van een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel tot bijvoorbeeld het verrichten van diensten en zodra de prestaties van de subsidieontvanger worden afgedwongen (wederzijdse verplichtingen) kan een subsidie alsnog het karakter van een overheidsopdracht krijgen. Ad 2: Bij subsidie is dat vaak degene die de activiteit wenst uit te voeren (niet het bestuursorgaan).
14
Bij opdracht is vaak de opdrachtgever die een activiteit uitgevoerd wenst te krijgen (wel het bestuursorgaan). Bij subsidie wordt de uitwerking van de subsidiedoelstellingen aan de subsidieontvanger overgelaten waarbij door de subsidieverstrekker slechts een algemeen kader (“staatssteunproof”) wordt geboden waarbinnen de subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd. Bij een opdracht wordt de inhoud van de opdracht (“aanbestedingsproof”) door de opdrachtgever bepaald waarna marktpartijen worden uitgenodigd om een aanbesteding te doen. Ad 3: Wanneer het om activiteiten gaat die gericht zijn op anderen (algemeen belang) is er vaak sprake van subsidie. Behartiging van het algemeen belang is namelijk vaak de reden om een activiteit te stimuleren met subsidies. Als het activiteiten zijn die gericht zijn op de eigen behoeften van het bestuursorgaan zelf, is er vaak sprake van een opdracht. Bepalend is wijze waarop invulling wordt gegeven aan een bevoegdheid. Hoe nauwgezetter subsidiabele activiteiten worden omschreven en hoe meer voorwaarden en verplichtingen in de beschikking tot subsidieverlening worden opgenomen, hoe meer zeggenschap een bestuursorgaan heeft over de invulling en over de prestaties.
Hoe meer het stellen van eisen gepaard gaat met een verplichting om gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk uit te voeren, hoe eerder sprake is van een overeenkomst van opdracht. Ad 4: a.
b.
hoe is de verhouding tussen de waarde van de prestatie en de betaling? Is er sprake van winst? Werkt de leverancier tegen kostprijs? Wanneer de subsidieaanvrager de te verrichten activiteiten tegen kostprijs zal verrichten, dan zal er vaak sprake zijn van een subsidie. Is er voor de te subsidiëren activiteiten sprake van een volwaardige markt waarop op winst gerichte ondernemingen opereren, dan zal er eerder sprake zijn van een opdracht. Het betalen van een kostendekkende vergoeding bij een wederzijdse prestatieplicht levert vaak een aanwijzing op dat het gaat om een opdracht. Wanneer een overheid een financiële bijdrage verstrekt die niet de volledige kosten dekt, kan dan een indicatie geven dat het gaat om een subsidie. is de subsidieontvanger een onderneming (met winstoogmerk)? Verricht de instelling ook activiteiten voor anderen? Is concurrentiestelling mogelijk? Zo ja, dan is vaak sprake van een (potentiële) markt en een opdracht/overeenkomst het meest geëigende weg. Het verschil tussen subsidie en inkoop wordt vaak bepaald aan de hand van de waarde van goederen en diensten in het economisch verkeer. Hoe eenvoudiger het te bepalen is dat deze waarde marktconform is omdat er veel leverende instellingen zijn die op hun beurt aan meerdere verschillende opdrachtgevers leveren, hoe eerder sprake is van een inkooprelatie.
Dit heeft tot gevolg dat voorzieningen die op een (potentiële) markt te verkrijgen zijn ingekocht zouden moeten worden. Voorzieningen waar dit niet voor geldt kunnen via een subsidie worden verkregen.
Ad 5: In het verleden werd wel als onderscheidend criterium gesteld dat bij subsidies vaak commerciële transacties van de ontvanger van de subsidie met derden zijn aan te wijzen die (mede) door de subsidie worden bekostigd. Soms verricht de ontvanger een prestatie voor een derde, die mede uit de subsidie wordt bekostigd. Soms verricht de ontvanger een prestatie van een derde die hij mede uit de subsidie betaalt. Hierin werd de conclusie verbonden dat de omstandigheid dat bij het project geen derden betrokken zijn, in die zin een aanwijzing kan vormen dat het gaat om een directe opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. In de praktijk zie je tegenwoordig echter ook bij opdrachtrelaties wel dat de opdrachtnemer de door hem ontvangen tegenprestaties gebruikt ter bekostiging van bijvoorbeeld diensten van onderaannemers of in te schakelen derden. Daarnaast wordt in subsidiepraktijk vaker dan vroeger met derden gewerkt bij een uitvoering. In deze situaties kan beter terug worden gegrepen op de vraag hoeveel vrijheid de opdrachtnemer/subsidieontvanger heeft bij de uitvoering van de activiteiten/prestaties.
OVEREENKOMST
SUBSIDIE
Tweezijdige handeling (aanbod en aanvaarding, wederkerigheid) Uitvoeren van werken, leveren van diensten of goederen door derden aan de overheid, meestal
Eenzijdige handeling (subsidiebeschikking; in beginsel geen prestatieplicht) Vaak voor activiteiten die te maken hebben met het “algemeen belang”, waarbij subsidieverstrekker (vaak) belang heeft bij (het in stand houden van)
15
t.b.v. de uitvoering van eigen taken van het bestuursorgaan. Vaak een markt voor de activiteiten. Concurrentiestelling in principe mogelijk. Voor opdrachtnemer gaat het om een commerciële activiteit. Bij aangaan overeenkomst: vaak aanbestedingsplicht volgens bestuurlijk aanbestedingsbeleid of Europese aanbestedingsrichtlijn. Zelfs bij voldoen aan vereisten inzake selectie en gunning in de aanbesteding: geen plicht tot gunnen opdracht/aangaan overeenkomst (onder voorbehoud van precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid en goede trouw) Aanbesteding gericht op verrichten activiteiten tegen het gunningscriterium laagste prijs of economisch voordelige inschrijving/ meest scherpe en marktconforme vergoeding
Branchevoorwaarden, inkoopvoorwaarden, contractvoorwaarden van toepassing. Initiatief bij opdrachtgever, die zijn behoefte stelt en formuleert in programma van eisen (PvE) waarna een aanbesteding volgt. Burgerlijk recht van toepassing op aanbestedingsprocedure en de overeenkomst. Civiele rechtsgang. Bij niet nakoming overeenkomst, kan nakoming overeenkomst worden gevorderd. Afdwingbaarheid van de overeenkomst Afspraken gemaakt onder bezwarende titel (d.w.z. tegen betaling of op geld waardeerbaar) Bij de oplevering van het eindproduct/dienst gaat het eigendom vaak over naar de opdrachtgever en wordt sterker gestuurd op de formulering van de inhoud ervan BTW verschuldigd In principe vergoeding van de kostprijs opdrachtnemer plus winstmarge mogelijk Betaling voor aan opdrachtgever geleverde goederen of diensten
activiteiten van de individuele aanvrager t.b.v. derden. Concurrentiestelling op een markt vaak niet goed mogelijk.
Bij aangaan subsidierelatie: Algemene wet bestuursrecht of subsidieverordening. Bij voldoen aan (objectieve) subsidiecriteria: recht op betaling van subsidie.
Subsidie gericht op hoe dan ook laten verrichten van activiteiten. Kan een meer of minder dan marktconforme vergoeding voor noodzakelijk zijn (anders wordt activiteit die in algemeen belang is namelijk mogelijk niet uitgevoerd). Vergoeding waarbij bewust meer dan marktconforme vergoeding wordt gegeven kan potentieel risico op staatssteun meebrengen. Subsidieregeling, -criteria en –voorwaarden van toepassing (verordening bestuursorgaan of wettelijk kader veelal vereist) Initiatief bij subsidieaanvrager, die behoefte aan subsidie moet aantonen. Door aanvraag gaat subsidieprocedure lopen. Bestuursrecht van toepassing op subsidie. Bij bezwaar/ beroep tegen subsidiebeschikking: administratieve rechtsgang via beschikkend bestuursorgaan en bestuursrechter Bij niet nakomen subsidiecriteria: lagere subsidie of nihil vaststelling en terugvorderingsmogelijkheid wegens onverschuldigde betaling Prestatie tegenover subsidie is niet of beperkt afdwingbaar Hoe meer resultaatverplichtingen zijn vereist of zijn vastgelegd in een aan de subsidiebeschikking gekoppelde uitvoeringsovereenkomst, hoe eerder een subsidie de richting van overeenkomst opgaat Geen BTW verschuldigd Vergoeding deel van de kosten (geen vergoeding winst mogelijk) Vooral stimuleringsbijdrage (ter ondersteuning beleid of bevordering algemeen belang), levering (werkzaamheden of diensten) niet persé aan subsidieverstrekker
16
Hoofdstuk 4: Implementatie Tegelijkertijd met deze kadernota subsidiebeleid wordt de Asv aangepast. De huidige ‘Beleidsregels’ worden na de zomer van 2020 geactualiseerd. Deze stukken gelden als juridisch kader voor subsidieverlening door het college. Het college stelt de volgende eisen aan de Asv: de Asv is een transparant, juridisch kader, zonder dat dit knellend werkt voor de uitvoering van het subsidiebeleid; de Asv is langere tijd bruikbaar, zonder de noodzaak van voortdurende wijzigingen; de Asv biedt aanvragers duidelijkheid hoe we omgaan met de invoering van de vierde tranche Awb en de Wet Dwangsom. De modelverordening VNG 2013 inclusief de update 2019 wordt gebruikt bij de actualisatie van de Asv. Daar waar nodig zal specifiek voor de situatie van Barendrecht invulling aan de Asv gegeven worden.
4.1. Hardheidsclausule en overgangsmaatregelen Het college beoogt vanaf 1-10-2020 de aangepaste systematiek geleidelijk in te voeren, zodat de subsidies per 1-1-2022 volgens het nieuwe beleid worden verleend. Door afstemming met subsidiepartners, organisaties en verenigingen wordt getracht de implementatie zo soepel mogelijk te laten verlopen. Gezien de aard en omvang van de aanpassingen bestaat er echter een kans, dat zaken niet helemaal naar wens verlopen, waardoor aanvragers onbedoeld worden benadeeld. Met het oog op rechtszekerheid en tegengaan van ongewenste neveneffecten worden een hardheidsclausule en een overgangsmaatregel in de Asv opgenomen. Voor zover gevolgen van het subsidiebeleid niet als zodanig bedoeld zijn én onevenredig nadeel opleveren voor de subsidieontvanger, staat toepassing van de hardheidsclausule open.
4.2. Werkprocessen Met betrekking tot de uitvoeringsorganisatie vinden de nodige aanpassingen plaats. Deze zullen geleidelijk worden ingevoerd. De rol van de afdeling Maatschappij en Financiën in het gestandaardiseerde subsidieproces en de taken en verantwoordelijkheden worden vastgelegd in een procesbeschrijving. Indien mogelijk optimaliseren we het subsidieproces in Greenvalley. De hoofdlijnen van het uitvoeringsproces worden in fasen ingedeeld, waarbij tenminste aandacht is voor: ontvangst, registratie en volledigheidsbeoordeling aanvraag; beoordelen aanvraag met verplicht gebruik checklist; opstellen verlening beschikking en besluitvorming; ontvangst en volledigheidsbeoordeling van eventuele rapportage; beoordelen van eventuele rapportage; ontvangst en volledigheidsbeoordeling verzoek eventuele subsidievaststelling; beoordelen vaststellingsverzoek: besluit vaststellingsbeschikking. Aanvraagformulieren, aanvragen vaststellingen, beschikkingen en (interne) beoordelingsformulieren worden gestandaardiseerd. Voor belanghebbenden wordt via de website voorzien in een makkelijk toegankelijke, proactieve wijze van informatievoorziening waar aanvraagformulieren, uitleg en informatie is te vinden en waarmee digitaal en telefonisch kan worden gecommuniceerd.
Hoofdstuk 5: Slot en toepassingsduur Volgens het subsidieoverzicht 2019 geeft de gemeente Barendrecht naar schatting 7 miljoen euro uit aan subsidies. De kadernota biedt een breed perspectief op het totaal van subsidieverlening door de gemeente. De komende tijd zal in het teken staan van verdergaande professionalisering van het subsidieproces met ondersteuning van een aantal verbeteringen in het zaaksysteem en het nog beter subsidiëren op basis van maatschappelijke doelstellingen.
17
De visie op dienstverlening BAR-organisatie zal daarbij leidend zijn: Modern o Het digitale kanaal is het leidende kanaal o We maken co-creatie mogelijk o Plaats- en tijdonafhankelijke dienstverlening Betrokken o Wij ondersteunen de inwoners die dat nodig hebben o Wij werken aan zelfregie van onze inwoners o Inwoners die dat nodig hebben krijgen extra aandacht Betrouwbaar o We gaan verantwoord om met data en informatie o We zijn een betrouwbare partner en zorgen voor goede communicatie Een inwoner gedreven organisatie o Digitaal o Persoonlijk Een informatie gedreven organisatie o Verzamelen en gebruik van data o Delen van informatie en koppelen van bestanden Een omvangrijk deel van de subsidies, die worden verleend in het kader van gemeenschappelijke regelingen, zijn door hun aard minder direct inhoudelijk aan te sturen. Soms gaat het, zoals bij de GGD, om een (wettelijk) basispakket, waarbij alleen het maatwerkdeel is aan te sturen. Soms spreken gemeenten samen een bepaald pakket af en zijn we mede afhankelijk van de resultaten van intergemeentelijke samenwerking. Dit beleidskader wordt in een cyclus van 4 jaar geëvalueerd, indien nodig aangepast en vastgesteld. De volgende evaluatie vindt plaats begin 2022. 1. 2.
3.
Bevatten alle beleidsnota’s en of uitvoeringsprogramma’s vanaf 2021 een duidelijke subsidieparagraaf en de randvoorwaarden om een evaluatie mogelijk te maken? Is er een duidelijke relatie tussen gewenste maatschappelijke effecten (programmabegroting, de doelstellingen in de beleidskaders en de subsidieregeling en de activiteiten en resultaten die van een organisatie gevraagd worden in de subsidiebeschikking? Is de transparantie van het subsidieproces verbeterd, wordt er gewerkt volgens het vastgestelde subsidieproces en zijn de digitale subsidiedossiers volledig?
18