144545 Antwoordbrief college op vragen EVB, GL, Hofland inzake toekomstige bestemming Dierensteinweg 2
Tekst van het document
BARENDRECHT Binnenlof 1. 2991 AA Barendrecht Fbstbus 501, 2990 EA Barendrecht
14 0180 (Algemeennummer)
Gemeenteraad van Barendrecht p/a de griffie
(Iban: NL04RABO0309+00215, swift/BIC: RABONL2U) KvK nummer: 2#194374
Uw brief van: Uw kenmerk:
Bijlage(n):
gerneente@bdrendrecht.nl www.barendrecht.nl Bank: 30.54.00.215 IQbobank
1 (planning scenario 2)
Ons kenmerk: 144545 Contact: P. de Regt Doorkiesnummer: 0180451325 E-mailadres: p.d .regt@bar-organisatie.nl Datum: 26 januari 2021
Betreft: Technische vragen fracties EVB, Groen Links, Hofland inzake toekomstige bestemming Dierensteinweg 2
Geachte raadsleden,
Naar aanleidingvan het raadsvoorstelinzakede toekomstige bestemmingvan Dierenteinweg2 stelden de fracties EVB, Groen Links en Hofland een aantal aanvullende technische vragen. Hieronder vindt u de antwoorden. Vraag 1 EVB: Kan het college specifieker aangeven welke artikelen in de wet op het primair onderwijs, de wet op de expertisecentra en de wet op het voortgezet onderwijs van toepassing zijn op de casuïstiek waarover wij in dit raadsvoorstel besluiten?
Antwoord: Het betreft achtereenvolgensAfdeling 3. Voorzieningin de huisvestingvan de Wet op het primair onderwijs (Wpo), Afdeling 3. Voorziening in de huisvesting van de Wet op de experticecentra (Wee) en Hoofdstuk 6 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 (Wvo). Vraag 2 EVB: Is de groei van onderwijsinstellingen in principe ongelimiteerd? M.a.w. als alle onderwijsinstetlingen in Barendrecht actief werven, ook regionaal en dat leidt weer tot meer groei, dan heeft de gemeente geen andere keuze dan het verzorgen van additionele huisvesting? Antwoord: Voor zover het basis- en voortgezet onderwijs betreft heeft de gemeente beperkte sturingsmogelijkheden, De gemeenteraad zou op grond van artikel 65 Wpo en artikel 67 Wec uitsluitend in het belang van een doelmatige spreiding van de leerlingen over de openbare scholen, voor het grondgebied van de gemeente kunnen besluiten om de gemeente in schoolwijken te verdelen. De Wvo kent een dergelijke bepaling niet. Zowel de Rank als de Wijngaard zijn geen openbare scholen en daarnaast ook de enige scholen voor respectievelijk speciaal basisonderwijs en (voortgezet) onderwijs voor ZMLK in onze gemeente, zodat van een evenwichtige spreiding al geen sprake kan zijn.
De gemeente kan een toelatingsbeleid voorstellen, maar dan moeten er meerdere scholen van dezelfde richting zijn, Zoals hiervoor opgemerkt zijn beide scholen de enige scholen voor respectievelijk speciaal
basisonderwijs en (voortgezet) onderwijs voor ZMLK in onze gemeente. Bovendien kan een toelatingsbeleid alleen in overleg en in overeenstemming met de onderwijsbesturen tot stand komen. De voorzieningen voor het speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs nemen een bijzondere positie in, omdat zij regionaal georiënteerd zijn en het samenwerkingsverband waarin beide scholen in Barendrecht opereren zorg draagt voor een passende plek voor alle leerlingen in de regio
De gemeente draagt o.g. v. artikel 89 Wec zorg voor de huisvestingsvoorzieningen van alle scholen, openbare (in welke vorm dan ook) en bijzondere scholen op het grondgebied van Barendrecht en moet daar een budget voor vaststellen, waarmee redelijkerwijs in de huisvesting van die scholen kan worden
voorzien
De wetgever heeft gelet op de regionale functie van het speciaal basis, (voorgezet) speciaal en voortgezet onderwijs ervoor gekozen om voor de bekostiging van de huisvestingsvoorzieningenvan dit onderwijs de kostenfactor schoolleerling in de Algemene uitkering gemeentefonds te introduceren (geld volgt leerling). Hiermee is de gemeente vanuit de zorgplicht in staat gesteld om huisvestingsvoorzieningen voor deze leerlingen te realiseren.
Vraag3 EVB Is het college het met ons eens dat het kanaliseren van deze groei en de bijbehorende huisvesting op (middel)lange termijn bij uitstek in het IHP wordt gepland en georganiseerd op lange termijn? Antwoord: Ja. Vraag 4 EVB
Uit het voorstel blijkt dat het verhuizen van Lentiz weg van de locatie Dierensteinweg een voorwaarde is voor de voodiggende plannen om uitgevoerd te kunnen worden. Lentiz wil naar de stationstuinen, zo hebben wij vernomen.
Wij zijn benieuwdhoe dat er uit gaat zien: a. b.
c. d. e.
Wat is de verwachte groei van Lentiz voor de komende jaren, welke soort(en) onderwijs betreft dit en is de herkomst van leerlingen hier overwegend lokaal (Barendrecht) of regionaal? Hoeveel leerlingen worden er t.z.t. op de nieuwe locatie gehuisvest ten opzichte van nu? Wat voor huisvestingsvorm gaan zij naar uw verwachting kiezen? Huren van bestaande bouw? Nieuwbouw? Transformatie? Graag toelichting. Wat wordt de omvang van deze huisvesting in oppervlakte? Qua gebied en vierkante meters school
met bijbehorendefunctionaliteiten? Wat is de omvang van de bekostiging hiervan in investeringssom en structurele exploitatiekosten en welk aandeel hiervan komt voor rekening van de gemeente?
Vraag 5 EVB Hoe verhouden die plannen en de financiering van deze ambities van Lentiz zich tot de voorliggende plannen voor de locatie Dierensteinweg?
Vraag6 EVB In hoeverre is het college het met ons eens dat bij een dergelijk groot c.q. integraal onderwijshuisvestingsplan zoals nu voorligt, ook de (toekomstige) huisvesting van Lentiz moet worden betrokken in de totale afweging?
3 Antwoord op de vragen 4 tot en met 6 inzake Lentiz: Wij hebben geen zorgplicht voor de huisvesting van Lentiz, Ook hebben wij geen inzage in de door u gevraagde gegevens. MBO en HBO besluiten autonoom over de huisvesting van hun instituten en ontvangen daarvoor rechtstreeks middelen van het Rijk. Uiteraard hechten wij er aan dat het MBO aan onze gemeente verbonden is, in het bijzonder vanwege de verbinding met de agri-bedrijven in onze gemeente. Via het Groen Onderwijs wordt een opstap aangeboden voor het MBO Groen-onderwijs dat Lentiz verzorgt.
Vraag 8 EVB: Kan het college een overzicht geven van alle deelbijdragen die Barendrecht via het gemeentefonds per 'soort leerling’ en 'per onderwijsinstelling’ ontvangt? Wat totaal dus uitkomt op die ca. € 6 miljoen? Antwoord: Wij verwachten in de periode 2020-2025 via Uitkering subcluster educatie voor onderwijshuisvesting de volgende middelen te ontvangen:
bao
jaar
leerlingen 4.847 2020 2021
2022 2023 2024 2025
€ € € € € €
sbo leerlingen Ï 67
2.183.958 € 2.235. 155 € 2.275.574 € 2.306.562 2.341.591
€ €
2. 390. 094
€
(v)so leerlingen 473
121.768 € 124.623 €
126.876 € 128.604 € 130. 557
€
133.262 €
vo leerlingen 4.345
€ 616.813 € 627. 967 € 636.518 € 646. 185 € 659. 570 € 602. 685
Totaal
2.293. 890
€
5.109.948 5.229.737 5.324.307
2.325. 127
€
5.396. 811
2.360. 439
€
5.478.772 5.592.256
2.201.537
€
2.253.146 €
2.409.331 €
Vraag 9 EVB; Zit die ca. € 6 miljoen deels verwerkt in de onderwijsbegroting? Of volledig in de inkomsten uit de algemene uitkering?
Antwoord: De in kolom 'Totaal’ genoemde bedragen maken deel uit van de algemene uitkering en dienen ter dekking van de uitgaven van onze gemeente, waaronder ook de uitgaven voor het taakveld onderwijshuisvesting.
Vraag 10 EVB: Zijn de bijdragen die genoemd zijn per leerling voor speciaal onderwijs bedoeld voor enkel onderwijshuisvesting, of ook voor aanverwante zorgtaken? Antwoord: in de eerdere beantwoording hebben wij aangegeven dat de algemene uitkering gemeentefonds een niet geoormerkte uitkering ter dekking van de uitgaven van onze gemeente is. In uw vraagstelling legt u een link naar oormerking van het geld. Oormerken verdraagt zich niet met het basisprincipe van de alqemene uitkering gemeentefonds. Het aantal leerlingen in het sbo, (v)so en vo is slechts een maatstaf in de berekening van die uitkering.
Vraag11 EVB: Het college stelt voor om speciaal onderwijs en aan de leerlingen van dit onderwijs gerelateerde zorg onder één dak te huisvesten. Kan het college aangeven wat de gevolgen zijn die zij verwacht voor de zorgkosten? Levert dit een toename van zorgkosten op? Of juist een besparing? Antwoord: De school en de zorgpartijen komen fysiek in hetzelfde pand. Het blijven echter wel gescheiden organisaties met elk een eigen toegang tot het gebouw. De scholen hebben geen invloed op
de indicatiestelling. Daar gaat de gemeente Oeugdhulp)nog steeds over. Het fysiek samenbrengen van de scholen en de zorgpartners zal daarom naar verwachting geen invloed op de zorgkosten hebben. Op deze leerlingen zijn onder meer Passend Onderwijs, de Jeugdwet, de Wet Langdurige Zorg en de Zorgverzekeringswet van toepassing.
•
Financiering vanuit Passend onderwijs vindt plaats uit de rijksvergoeding die aan het samenwerkingsverband wordt verstrekt en wordt uitgekeerd aan de school of via een rugzakje aan de leerling.
e
Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Jeugdwet via het gemeentefonds middelen voor jeugdhulp. De gemeente waar de leerling domicilie heeft betaalt de kosten. De toename van leerlingen op de Rank en Wijngaard die buiten Barendrecht wonen heeft dus geen gevolgen voor de gemeente.
•
Financiering vanuit de Wet Langdurige Zorg vindt plaatst uit het CAK en de Zorgverzekeringswet vanuit de zorgverzekeringen.
Kortom: Er zitten voor de gemeente Barendrecht geen extra financiële consequenties aan vast als het aantal leerlingen van buiten Barendrecht toeneemt. Vraag 12 EVB:
In hoeverre gaat 'geld volgt leerling' ook op voor de zorgkosten die deze leerlingen nodig hebben? Krijgt de gemeentedaar ook additionelemiddelenvoor? Wat is de verwachte meerjarigeimpact van de zorgkosten die samenhangen met die plan, op de gemeentebegroting?
Antwoord. De gemeentewaar de leerlingdomicilieheeft, betaalt de kosten voor jeugdhulp. Zie ook het antwoord op vraag 11.
Vraag 13 EVB: Kan het college een inzichtelijke tabel verstrekken waarbij de gemeenteraad per onderwijsinstelling, per onderwijsgebouw in Barendrecht de kostenaan onderwijshuisvestingen de opbrengstendie hiervoor worden ontvangen eens overzichtelijk op een rijtje zetten? Bijvoorbeeld op de volgende wijze (TABEL). Zodat de gemeenteraad de samenhang tussen de kosten van de verschillende soorten onderwijs in Barendrecht en de opbrengsten kan beoordelen? Antwoord: Als gevolg van de werkzaamheden voor de jaarrekening 2020 hebben wij op dit moment
onvoldoende capaciteit beschikbaar om een dergelijk overzicht op te stellen. Wel kunnen we u op hoofdlijnen inzicht geven in de kosten en opbrengsten voor onderwijshuisvesting. Het laatst bekende bedrag aan lasten komt uit de door u genoemde benchmark (Deloitte) en is € 4,6 miljoen. De werkelijke lasten zullen door het effect van de verlaging van de omslagrente inmiddels nog minder zijn. Zoals wij in het antwoord op vraag 8 hebben aangegeven lopen de jaarlijkse inkomsten de komende jaren op tot
€ 5,6 miljoen. Wanneer wij met een geoormerkte bril naar dit onderwerp zouden kijken, blijven wij met ons voorstel ruim binnen de middelen welke wij ter zake van onderwijshuisvesting uit het Gemeentefonds ontvangen. Waar het in dit voorstel om gaat is een onderwijscarrousel tot stand brengen, waarbij een aantal prangende onderwijshuisvestingssituaties worden opgelost. In het totaal overzicht (bijlage 8 van het raadsvoorstel) leidt scenario 2 over de totale afschrijvingstermijn van 40 jaar tot een jaarlijks voordeel van
€ 12.475 ten opzichtevan scenarioO. Naast het oplossen van een aantal prangende onderwijshuisvestingssituaties wordt met scenario 2 ook een aantal positieve maatschappelijke effecten bereikt, Onder andere, het uniek onderwijsconcept voor
het speciaal onderwijs met zorgvoorzieningenen de huisvesting van huisartsenen tandartsen,waar door deze partijen nadrukkelijk om is gevraagd. Vraag 14 EVB: In hoeverre is het college bereid de 'business case’ van dit totale uitgavenplaatje van € 25 miljoen externe specialist op een zorgvuldige wijze integraal te laten doorrekenen? Antwoord: De onderliggende berekeningen zijn door externe specialisten opgesteld, deze zijn vervolgens intern doorgerekend, waarbij wij geen aanleiding zien te veronderstellen dat die niet zorgvuldig tot stand zijn gebracht. Er is voor ons dan ook geen aanleiding dit nogmaals aan een externe voor te leggen. Vraag 15 EVB;
Wat betekent gedetailleerd het instemmen met beslispunt 2? Graag ontvangen wij een tijdsplanning op hoofdlijnen van de belangrijkste vervolgstappen: welke besluiten moeten er genomen worden, welke verplichtingen worden er aangegaan en welke contracten worden wanneer getekend? Antwoord: Bijgaand een planning op hoofdlijnen (bijlage). Zoals in de gezamenlijke commissie van 5 januari jl. is aangegeven zal voor wat betreft de planning van nieuwbouw van De Ark en verhuizing van De Tweemaster nog overleg plaatsvinden met de betreffende schoolbesturen. Het beslispunt 2 betekent dat wij na besluitvorming op 26 januari a.s. aan de slag gaan met het maken van een uitwerkingsplan, waarin de door u genoemde punten aan de orde komen.
Vraag 16 EVB: Bij welke van deze vervolgstappen is de gemeenteraad aan zet? Antwoord: De gemeenteraad heeft het budgetrecht. Het beslispunt in voorliggend raadsvoorstel betekent dat de benodigde middelen worden opgenomen in de Voorjaarsnota 2022.
Vraag 17 EVB: Wat is nou de mening van het college van B&W zelf, zonder naar de schoolbesturen te verwijzen? Heeft het college hier een standpunt over? Antwoord: Wij betrekken de schoolbesturen in onze mening via de overlegstructuren die daar wettelijk voor zijn, zoals bijvoorbeeld het “Op overeenstemming gericht overleg” (OOGO). Omdat het IHP a, een looptijd heeft tot en met 2021 en b. een aanstaande wetswijziging het IHP een wettelijk verplicht document wordt met verplichte thema’s, waarvan het kader nog onbekend is, achten wij het actualiseren van het IHP op dit moment niet opportuun. Voorts komt in 2021 de VNG met een algehele herziening van de modelhuisvestingsverordening. Wij hebben de schoolbesturen zowel in 2019 als in 2020 gevraagd of zij het noodzakelijk vonden om de verordening van 2009 te wijzigen. De noodzaak daartoe was bij de schoolbesturen niet aanwezig en heeft ons aanleiding gegeven vooralsnog de gemeenteraad geen voorstel tot wijziging van de verordening voor te leggen.
Vraag 18 EVB: Is het college van B&W het eens dat het vaststellen van het IHP een bevoegdheid van de gemeenteraad is?
Antwoord: ja
Vraag 19 EVB: Waarom voert het college het gesprek over de wenselijkheid van herziening van het IHP niet met de gemeenteraad?
Antwoord: Uiteraard gaan wij dat gesprek met de gemeenteraad aan, omdat het IHP een looptijd heeft tot en met 2021. De gemeenteraad zal dit jaar een voorstel ontvangen hoe verder te gaan met het IHP in relatie tot het verplichte karakter dat de onderwijswetgeving hieraan zal gaan stenen.
Vraag 1 Groen Links: De Rank, de Wijngaard en de dr. Schaepmanschool komen op grond van het aantal leerlingen ruimte tekort, is de gemeente verplicht om te zorgen voor voldoende ruimte en zo ja op graag een verwijzing naar de betreffende wetteksten .
Antwoord: Zie de Afdelingen 3. Voorziening in de huisvesting van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) en de Wet op de experticecentra (Wee) en Hoofdstuk 6 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 (Wvo). De beoordeling van de ruimtebehoefte in relatie tot de aanwezige capaciteit vindt plaats via bijlage III van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Barendrecht. De verordening is een verplichte regeling bedoeld in de artikel I02 Wpo, artikel 100 Wec en artikel 6.6 Wvo.
Vraag 2 fractie Hofland In 2020 heeft een benchmark onderzoek plaatsgevonden waaruit bleek dat Barendrecht relatief hoge structurele lasten heeft m.b.t. de infrastructuur voor onderwijs. Wat is de impact bij effectuering van scenario 2 wanneer deze resultaten worden meegenomen in de benchmark? Graag verzoek ik het college om een kwantitatief (percentage) antwoord met de gedetailleerde cijfers van de gemeenten uit het benchmark onderzoek als vergelijk. Antwoord: Zie de tabel. De kosten vanuit scenario Onementen opzichtevan de benchmarktoe met 4,03% en in het geval voor scenario 2 wordt gekozen nog eens met 0,06%. Hierbij schetsen we de situatie vanaf 2028. (stabiele situatie volgens Bijlage 8 van het raadsvoorstel) scenario O scenario 2 € 4.588.900 Benchmark 4,588.900 185. 100 € extra lasten 187. 600 Totaal 4.774,000 € 4.776.500 toename 4, 03% 4, 09% Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, het colleq
in ba lemeester en wethouders van Barendrecht,
de\urgemeester
J. valráelzen