1. Parkeerbeleid De Stationstuinen.pdf
Tekst van het document
Parkeerbeleid De Stationstuinen
Opgesteld door: gemeentelijk kernteam De Stationstuinen Datum: 3 mei 2024
Inhoudsopgave 1.
Parkeerbeleid voor De Stationstuinen ............................................................................................ 4 Overkoepelend parkeerbeleid voor De Stationstuinen .................................................................... 4 Participatie ........................................................................................................................................ 4 Structuur beleidsdocument .............................................................................................................. 4
2.
Relatie met bovenliggende kaders .................................................................................................. 5 Parkeernota Barendrecht ................................................................................................................. 5 Ontwikkelkader De Stationstuinen ................................................................................................... 5 2.2.1.
Mobiliteits- en parkeerconcept ............................................................................................... 5 Invoering van gereguleerd- en betaald parkeren in De Stationstuinen............................................ 6
3.
Parkeernormen en toepassingskader .............................................................................................. 7 Parkeernormering ............................................................................................................................. 7 3.1.1.
Fietsparkeernormen ................................................................................................................ 7
3.1.2.
Autoparkeernormen ................................................................................................................ 7 Toepassingskader en verschijningsvormen van parkeren ................................................................ 7
3.2.1.
Parkeervoorzieningen fiets ...................................................................................................... 7
3.2.2.
Parkeervoorzieningen auto ...................................................................................................... 8
3.2.3.
Dubbelgebruik fiets- en autoparkeervoorzieningen ................................................................ 9 Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen .............................................................................................. 9
3.3.1.
Parkeervoorzieningen fiets ...................................................................................................... 9
3.3.2.
Parkeervoorzieningen auto ...................................................................................................... 9 Parkeerbeleid bijzondere doelgroepen .......................................................................................... 10
4.
3.4.1.
Deelmobiliteit ........................................................................................................................ 10
3.4.2.
Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen .................................................................... 10
3.4.3.
Gehandicaptenparkeren ........................................................................................................ 10
Gereguleerd- en betaald parkeren ................................................................................................ 11 Parkeerregime De Stationstuinen ................................................................................................... 11 4.1.1.
Reguleringsvormen ................................................................................................................ 11
4.1.2.
Reguleringsvenster................................................................................................................. 12
4.1.3.
Vergunningsoorten en tarieven ............................................................................................. 12 Parkeerregelgeving ......................................................................................................................... 13 Uitgiftemodel parkeervergunningen De Stationstuinen ................................................................ 13
4.3.1.
Initiële uitgifte van parkeervergunningen ............................................................................. 14
4.3.2.
Exploitatiefase: uitgifte parkeervergunningen op basis een vergunningenplafond .............. 15 Flankerend beleid in naastgelegen gebieden ................................................................................. 15
5.
4.4.1.
Volgordelijkheid flankerend beleid ........................................................................................ 16
4.4.2.
Uitgangspunten flankerend beleid......................................................................................... 17
Van beleid naar uitvoering ............................................................................................................ 18 Publiek- en privaatrechtelijke borging van de parkeeroplossing.................................................... 18 Betrokken partijen: rollen en verantwoordelijkheden ................................................................... 18
Pagina 2 van 22
Businesscase parkeren De Stationstuinen ...................................................................................... 19 6.
Bijlagen ......................................................................................................................................... 20 Fietsparkeernormen ....................................................................................................................... 20 Autoparkeernormen ....................................................................................................................... 21 Inhoud gemeentelijke parkeerregelgeving ..................................................................................... 22
Pagina 3 van 22
1. Parkeerbeleid voor De Stationstuinen Overkoepelend parkeerbeleid voor De Stationstuinen In Barendrecht wordt De Stationstuinen ontwikkeld. Een nieuw gemengd gebied binnen Barendrecht dat ruimte biedt voor een divers woningaanbod, maatschappelijke voorzieningen, onderwijsvoorzieningen, mogelijkheden voor agrofood gerelateerde bedrijfsfuncties, start-ups en ruimte voor research, development en experience. Aan de ontwikkeling van dit nieuwe gebied is een zeker mobiliteits- en parkeervraagstuk verbonden. De toekomstige bewoners, werknemers en bezoekers aan De Stationstuinen moeten en willen zichzelf kunnen verplaatsen. Om in deze behoeften te kunnen voorzien worden passende mobiliteits- en parkeeroplossingen geboden. In het voorliggende document is het parkeerbeleid uitgewerkt dat geldt voor De Stationstuinen en het gebied rondom de nieuwe wijk. Dit beleid staat niet op zichzelf en is een resultaat van een langer lopend proces. Het beleid is een nadere uitwerking van eerder bepaalde strategische richtingen zoals vastgelegd in het Ontwikkelkader, het Structuurplan Fruitpacking District en het besluit van de gemeenteraad om binnen De Stationstuinen te werken met gereguleerd- en betaald parkeren. Participatie De ontwikkeling van De Stationstuinen heeft een grote impact op Barendrecht. De gebiedsontwikkeling heeft ook consequenties voor de gebieden gelegen rondom de nieuwe wijk.
Om deze reden organiseert de gemeente Barendrecht een doorlopend participatieproces voor De Stationstuinen. In dit participatieproces is ook nadrukkelijk aandacht voor de thema’s mobiliteit en parkeren. Voor parkeren is met de stakeholders onder andere gesproken over het uitwijkgedrag dat mogelijk vanuit De Stationstuinen gaat ontstaan naar de omliggende gebieden. Risico op uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen In het participatieproces over parkeren in en rondom De Stationstuinen is nadrukkelijk aandacht besteed aan het risico op uitwijkgedrag van parkeerders vanuit de nieuwe wijk. Hierbij is geschetst dat het meest effectieve instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om uitwijkgedrag te voorkomen is het toepassen van parkeerregulering. Mede op basis van de inbreng van de betrokken stakeholders is in dit beleidsdocument het flankerend beleid vormgegeven. Structuur beleidsdocument Het voorliggende beleidsdocument is opgezet op basis van een structuur bestaande uit drie delen. In het eerste deel, hoofdstuk 2, staan de bovenliggende kaders centraal die op dit parkeerbeleid van toepassing zijn. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de realisatie van de gebiedsontwikkeling waarbij onder andere de gehanteerde fiets- autoparkeernormen van belang zijn.
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beleidsmatige uitwerking van het gereguleerd- en betaald parkeren dat wordt ingevoerd binnen De Stationstuinen. In dit hoofdstuk is ook het flankerend beleid uitgewerkt.
Pagina 4 van 22
2. Relatie met bovenliggende kaders Parkeernota Barendrecht Het geldende parkeerbeleid van de gemeente Barendrecht is vastgelegd in de Parkeernota Barendrecht. De parkeernota bestaat uit drie delen en bevat een visie op parkeren, een uitwerking van deze visie en de parkeernormen die van toepassing zijn binnen de gemeente. Veel uitgangspunten uit de parkeernota zijn onverminderd van toepassing op De Stationstuinen. Dit geldt voor het sturende karakter van het parkeerbeleid in algemene zin en voor de volgorde beïnvloeden, benutten, reguleren en bouwen als principe voor het voorzien in de vraag naar parkeerruimte. Ten aanzien van parkeerregulering bevat de parkeernota het uitgangspunt dat betaald parkeren met een vergunningenstelsel binnen de gemeente Barendrecht in beginsel niet wordt toegepast. Specifiek voor De Stationstuinen heeft de gemeenteraad op 27 september 2022 besloten dat in de nieuwe wijk gewerkt wordt met gereguleerd- en betaald parkeren (zie paragraaf 2.3). De mogelijke invoering van gereguleerd- en betaald parkeren buiten De Stationstuinen vormt in dit parkeerbeleid een onderdeel van het flankerend beleid. Het flankerend beleid is uitgewerkt in paragraaf 4.4. Ontwikkelkader De Stationstuinen Op 25 januari 2022 heeft de gemeenteraad het Ontwikkelkader voor De Stationstuinen vastgesteld.
Dit Ontwikkelkader bevat de kaders voor deze gebiedsontwikkeling inclusief een uitwerking daarvan in een businesscase. In het Ontwikkelkader wordt vrij uitgebreid stilgestaan bij de mobiliteitsopgave die gepaard gaat met de gebiedsontwikkeling. Het Ontwikkelkader bevat ook kaders over hoe het parkeren van fietsen en auto’s wordt georganiseerd. De kaders die voor beide thema’s gelden komen samen in een uitgedacht mobiliteits- en parkeerconcept. In dit beleidsdocument is het parkeerconcept nader uitgewerkt. 2.2.1. Mobiliteits- en parkeerconcept Binnen het mobiliteits- en parkeerconcept dat is uitgedacht voor De Stationstuinen gelden een aantal leidende uitgangspunten. Uitgangspunten die relevant zijn voor dit parkeerbeleid zijn: De mobiliteitsvraag die de gebiedsontwikkeling met zich meebrengt wordt gefaciliteerd op basis van het STOMP-principe1. Hiermee is een duidelijke hiërarchie aangebracht in de wijze waarop wordt voorzien in de behoefte aan mobiliteit. Langzaam verkeer heeft prioriteit, het gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit speelt hierna een belangrijke rol en de privéauto wordt alleen gebruikt als het niet anders kan. Als een logische doorvertaling van het gehanteerde STOMP-principe worden er voor de circa 3.500 woningen en overige functies relatief lage autoparkeernormen toegepast.
De Stationstuinen wordt ontwikkeld als een gebied met een grotendeels autoluw karakter. Dit betekent dat het merendeel van de benodigde parkeerplaatsen op afstand van de woningen en overige bestemmingen wordt aangelegd. Minimaal 15% en maximaal 30% van de totale vraag naar parkeerplaatsen wordt in private (niet-openbare) parkeervoorzieningen onder de gebouwen gefaciliteerd. Het aantal openbare parkeerplaatsen op maaiveld is relatief beperkt. Binnen De Stationstuinen wordt een zo efficiënt mogelijk gebruik nagestreefd van de verschillende parkeervoorzieningen die worden gerealiseerd in het gebied. Als gevolg van dit efficiënte gebruik is er in absolute zin minder parkeerruimte benodigd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het bereiken van de gewenste ruimtelijke kwaliteit binnen het gebied. De financiering, realisatie en exploitatie van de openbare parkeervoorzieningen die binnen De Stationstuinen worden gerealiseerd ligt als opgave bij de gemeente. Initiatiefnemers die actief zijn binnen de nieuwe wijk kopen het openbare aandeel van de parkeeroplossing af bij de gemeente. Een initiatiefnemer stort de afkoopsom, die is gebaseerd op het aantal openbare parkeerplaatsen dat voor de desbetreffende ontwikkeling beschikbaar wordt gesteld, voorafgaand aan de afgifte van de omgevingsvergunning in het parkeerfonds dat is ingesteld door gemeente Barendrecht.
1 Stappen (voetgangers), Trappen (fietsers), Openbaar vervoer, Mobility as a Service (deelmobiliteit) en gebruik van de
privéauto. Pagina 5 van 22
Invoering van gereguleerd- en betaald parkeren in De Stationstuinen Op 27 september 2022 heeft de gemeenteraad ingestemd met het uitgangspunt dat in De Stationstuinen gereguleerd- en betaald parkeren wordt ingevoerd. In het raadsbesluit staat beschreven dat de invoering van gereguleerd- en betaald parkeren een belangrijke randvoorwaarde vormt binnen de ontwikkeling van De Stationstuinen. Zonder gereguleerd- en betaald parkeren is extra parkeerruimte nodig, wat ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. Het raadsbesluit stelt ook dat zonder de invoering van gereguleerd- en betaald parkeren de financiële haalbaarheid van de gehele gebiedsontwikkeling onder druk staat. Het uitgangspunt dat binnen De Stationstuinen gereguleerd- en betaald parkeren wordt ingevoerd, is in dit beleidsdocument nader uitgewerkt. Voor het in- en uitvoeren van deze parkeerregulering is gemeentelijke regelgeving nodig. Deze regelgeving komt tot uiting in een aantal verordeningen en nadere regels. In paragraaf 4.2 zijn de contouren van de parkeerregelgeving uitgewerkt. Het vaststellen van de regelgeving zelf vindt plaats door middel van separate besluiten van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.
Pagina 6 van 22
3. Parkeernormen en toepassingskader Parkeernormering In De Stationstuinen worden ongeveer 3.500 woningen en circa 30.000 vierkante meter aan voorzieningen en ruimte voor bedrijvigheid ontwikkeld. Deze functies leiden tot een bepaalde vraag naar parkeerruimte voor de fiets en voor de auto. Om in deze vraag naar parkeerruimte te voorzien is voor De Stationstuinen een mobiliteits- en parkeerconcept ontwikkeld (zie paragraaf 2.2.1). Op basis van dit concept is de geldende parkeernormering vastgesteld. 3.1.1. Fietsparkeernormen In lijn met het mobiliteits- en parkeerconcept dat geldt voor De Stationstuinen heeft de fiets als modaliteit een belangrijke rol in het voorzien in de vraag naar mobiliteit. De realisatie van voldoende, kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen is hiermee van groot belang. Om het aantal fietsparkeerplaatsen te kunnen bepalen dat benodigd is voor de te ontwikkelen functies gelden fietsparkeernormen. Zoals vastgelegd in de Parkeernota Barendrecht en het Ontwikkelkader gelden binnen de gemeente de fietsparkeerkencijfers van CROW als uitgangspunt. De actuele fietsparkeerkencijfers van CROW zijn vastgelegd in de Leidraad Fietsparkeren 2023. De kencijfers zoals opgenomen in deze publicatie bevatten per functie een zekere bandbreedte. Het kencijfer voor de functie supermarkt ligt bijvoorbeeld tussen 1,6 en 4,3 fietsparkeerplaatsen per 100 m2 bvo.
Voor het bepalen van de fietsparkeernormen is een keuze gemaakt binnen deze bandbreedte. Deze keuze is voor De Stationstuinen ingegeven vanuit de ambitie om het fietsgebruik te stimuleren. Voor alle functies waarvoor in bijlage 1 een fietsparkeernorm is opgenomen, geldt dat de normhoogte is bepaald op driekwart van de maximum bandbreedte (naar boven afgerond op een decimaal). 3.1.2. Autoparkeernormen Voor alle functies die worden ontwikkeld binnen De Stationstuinen gelden bepaalde autoparkeernormen. In het Ontwikkelkader voor De Stationstuinen zijn de uitgangspunten vastgelegd waarop de gehanteerde parkeernormen zijn gebaseerd. De parkeernormen zoals gehanteerd binnen deze gebiedsontwikkeling zijn afkomstig uit de Parkeernota Barendrecht. Voor een aantal functies is, op basis van aanvullend onderzoek naar passende parkeernormen voor De Stationstuinen, een parkeernorm gehanteerd die afwijkend is ten opzichte van de parkeernota. In bijlage 2 zijn de autoparkeernormen opgenomen die worden toegepast in De Stationstuinen. Voor de woonfuncties is het bewoners- en bezoekersaandeel apart opgenomen, waarbij voor het bepalen van de integrale parkeernorm de getallen bij elkaar moeten worden opgeteld.
Ten opzichte van het Ontwikkelkader zijn parkeernormen toegevoegd voor de functie kamerverhuur (zelfstandig en niet-zelfstandig) en voor verschillende functies die vallen onder de categorie niet-wonen. Toepassingskader en verschijningsvormen van parkeren De fiets- en autoparkeernormen die gelden voor De Stationstuinen worden gehanteerd binnen een bepaald toepassingskader. De uitgangspunten voor dit toepassingskader zijn ook opgenomen in het Ontwikkelkader. 3.2.1. Parkeervoorzieningen fiets In De Stationstuinen worden verschillende parkeervoorzieningen gerealiseerd voor fietsen, bakfietsen en andere soorten tweewielers. In de eerste plaats worden in en rondom de gebouwen gemeenschappelijke fietsenstallingen gerealiseerd. In deze stallingen parkeren onder andere bewoners hun fietsen. In het openbaar gebied worden op strategische locaties parkeervoorzieningen voor bezoekers aangebracht. Hiermee wordt voorkomen dat fietsen worden geparkeerd op ongewenste plekken in het gebied (zoals tegen gevels of straatmeubilair). Onder andere in het Ontwikkelkader is opgenomen dat er binnen De Stationstuinen mobiliteitshubs worden gerealiseerd (zie paragraaf 3.2.2). Naast parkeerruimte voor auto’s bieden de hubs ook ruimte voor het parkeren van fietsen. Ook vormen de hubs een uitvalsbasis voor het gebruik van deelmobiliteit, bijvoorbeeld in de vorm van elektrische deelbakfietsen.
Pagina 7 van 22
3.2.2. Parkeervoorzieningen auto Om te voorzien in de vraag naar parkeerruimte worden er binnen De Stationstuinen verschillende typen parkeervoorzieningen gerealiseerd (zie Figuur 1). In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de functies en eigenschappen van iedere voorziening.
Parkeervoorzieningen De Stationstuinen
1. Private parkeergarages onder de gebouwen
2. Mobiliteitshubs
3. Parkeren op maaiveld
4. Parkeerdek
Figuur 1 Parkeervoorzieningen De Stationstuinen.
1. Private parkeergarages onder de gebouwen In het Ontwikkelkader voor De Stationstuinen is vastgelegd dat van de maatgevende parkeerbehoefte (zoals bepaald op basis van de parkeernormen) minimaal 15% en maximaal 30% in private parkeervoorzieningen wordt georganiseerd. Dit zijn afgesloten, niet-openbare, parkeergarages gelegen onder de gebouwen. Deze garages worden gebruikt door vaste gebruikers (bewoners, werknemers), bezoekers parkeren elders in het gebied. Omdat de parkeerplaatsen in de garages zijn toegewezen aan gebruikers vindt dubbelgebruik in beginsel niet plaats. 2. Mobiliteitshubs De Stationstuinen wordt ontwikkeld als een autoluw gebied met een hoge ruimtelijke kwaliteit. In lijn met deze ambitie is in het Ontwikkelkader bepaald dat minimaal 60% van het totale parkeeraanbod op afstand van de bestemming wordt gerealiseerd in mobiliteitshubs en op het stationsdek. Bewoners, bezoekers, werknemers en andere doelgroepen parkeren in deze hubs en leggen het laatste deel van hun verplaatsing te voet of met de fiets af. De hubs vormen een logische uitvalsbasis voor het gebruik van deelmobiliteit en bieden daarom parkeerruimte voor onder andere deelauto’s en deelfietsen. Uitgangspunt voor de gehele gebiedsontwikkeling is de realisatie van zes mobiliteitshubs.
De ligging van de hubs binnen het gebied is onder andere afgestemd op een maximale loopafstand van 200 meter gemeten vanaf de woongebouwen tot de ingang van de hubs. 3. Parkeren op maaiveld In het Ontwikkelkader voor De Stationstuinen is vastgelegd dat maximaal 15% van het totale parkeeraanbod wordt gerealiseerd in de vorm van parkeren op maaiveld. Deze parkeerplaatsen worden door verschillende doelgroepen gebruikt. Omdat de parkeerplaatsen zijn gelegen op een kortere loopafstand ten opzichte van bestemmingen in het gebied, ligt de nadruk in het gebruik op kortdurend parkeren. Een gedeelte van de parkeerplaatsen op maaiveld wordt aangelegd als algemene gehandicaptenparkeerplaats; uitgangspunt is één gehandicaptenparkeerplaats per 50 openbare parkeerplaatsen. 4. Parkeerdek Het parkeerdek gelegen boven station Barendrecht heeft een capaciteit van 453 parkeerplaatsen. Zoals in het Ontwikkelkader voor De Stationstuinen is vastgelegd, wordt voor de gebiedsontwikkeling en het voorzien in de vraag naar parkeerruimte ingezet op medegebruik van het parkeerdek. Het parkeerdek heeft nu en in de toekomst als primaire gebruikersgroep treinreizigers die zich vanaf station Barendrecht in de richting van Rotterdam of Dordrecht verplaatsen.
Op de momenten waarop de parkeercapaciteit van het parkeerdek gedeeltelijke leegstand kent (in de avond en nacht), kan het parkeerdek een rol spelen in het voorzien in de vraag naar parkeerruimte vanuit De Stationstuinen. In het Ontwikkelkader is vastgelegd dat
Pagina 8 van 22
voor De Stationstuinen wordt ingezet op medegebruik van maximaal 300 parkeerplaatsen gelegen op het parkeerdek. 3.2.3. Dubbelgebruik fiets- en autoparkeervoorzieningen De Stationstuinen doorloopt als gebiedsontwikkeling meerdere fasen. In iedere fase vinden een of meerdere ruimtelijke ontwikkelingen plaats, welke onder andere bestaan uit de realisatie van woonfuncties, bedrijven en instellingen en voorzieningen. Uitgangspunt binnen de wijze waarop de fiets- en autoparkeernormen worden toegepast is dat voor iedere ruimtelijke ontwikkeling een parkeerbalans wordt opgesteld. Een parkeerbalans is een instrument waarmee het voor een ontwikkeling benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend. In een parkeerbalans wordt in eerste instantie het voor de ruimtelijke ontwikkeling normatief benodigde aantal fiets- en autoparkeerplaatsen berekend. Hiervoor gelden de fiets- en autoparkeernormen zoals opgenomen in bijlage 1 en 2 het uitgangspunt. In een ontwikkeling waarin verschillende functies worden gerealiseerd ontstaan kansen om parkeerplaatsen ‘dubbel te gebruiken’. Als gevolg van het dubbelgebruik van parkeerplaatsen zijn in totaliteit minder parkeerplaatsen benodigd.
In aanvulling op de Parkeernota Barendrecht gelden voor het werken met dubbelgebruik in De Stationstuinen de volgende uitgangspunten: Om dubbelgebruik te kunnen laten plaatsvinden mogen de desbetreffende parkeerplaatsen niet zijn toegewezen aan specifieke gebruikers. Parkeerplaatsen komen in aanmerking voor dubbelgebruik wanneer de parkeervoorziening voor de verschillende gebruikersgroepen binnen de maximaal acceptabele loopafstand ligt (zoals vastgelegd in de parkeernota). Om het effect van dubbelgebruik te berekenen worden per dagdeel aanwezigheidspercentages toegepast op de normatieve parkeerbehoefte. De aanwezigheidspercentages zijn vastgelegd in de parkeernota. Voor de functie avondonderwijs wordt in De Stationstuinen een aangepast aanwezigheidspercentage gehanteerd; 50% aanwezigheid op de werkdagavond en koopavond. Voor het dubbelgebruik van fietsparkeervoorzieningen gelden in beginsel dezelfde uitgangspunten als voor autoparkeren. De parkeernota bevat voor fietsparkeren geen uitgangspunt voor loopafstanden. Binnen De Stationstuinen geldt voor fietsparkeren een maximale loopafstand van 75 meter. Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen De fiets- en autoparkeervoorzieningen die worden gerealiseerd binnen De Stationstuinen moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen.
Met deze kwaliteitseisen wordt de bruikbaarheid en het kwaliteitsniveau van de parkeervoorzieningen gewaarborgd. In deze paragraaf wordt ingegaan op de kwaliteitseisen. 3.3.1. Parkeervoorzieningen fiets Om het gebruik van de fiets te stimuleren is het van belang dat fietsparkeervoorzieningen van de gewenste zijn. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor het parkeren van buitenmodelfietsen (BMF) en scootmobielen waarvoor meer ruimte nodig is in vergelijking tot reguliere fietsen. De kwaliteitseisen die gesteld worden aan fietsparkeervoorzieningen (inpandige gemeenschappelijke fietsenstallingen en voorzieningen die in de openbare ruimte worden aangebracht) zijn opgenomen in de Notitie fietsparkeernormen en kwaliteitseisen De Stationstuinen. 3.3.2. Parkeervoorzieningen auto Voor de gebouwde parkeervoorzieningen die worden gerealiseerd binnen De Stationstuinen geldt de ontwerprichtlijn NEN 24432 als uitgangspunt. Een parkeervoorziening die wordt ontworpen wordt in beginsel getoetst aan de eisen die volgen uit de NEN 2443. Mogelijke afwijkingen ten opzichte van de ontwerprichtlijn dienen door ontwikkelende partijen te worden gemotiveerd. Binnen de NEN 2443 geldt een onderscheid tussen eisen die worden gesteld aan parkeervoorzieningen met een niet-openbaar karakter, die een vaste gebruikersgroep hebben zoals bewoners of werknemers en parkeervoorzieningen met een openbaar karakter.
Dit betekent dat aan de private parkeervoorzieningen die worden gerealiseerd binnen De Stationstuinen andere eisen worden gesteld in vergelijking tot de openbare parkeervoorzieningen. 2 NEN 2443, parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages.
Pagina 9 van 22
Voor parkeren op maaiveld gelden de richtlijnen uit ASVV 20213 als uitgangspunt. Parkeervakken moeten ten minste aan de volgende maatvoeringen voldoen: Langsparkeervakken zijn minimaal 5,50 meter lang en minimaal 1,80 meter breed (bij voorkeur 2,00 meter); Haaksparkeervakken zijn minimaal 5,00 meter lang en 2,50 meter breed. Bij haaksparkeren is het minimale profiel voor in- en uitrijden (inclusief het parkeervak) 10,50 meter; Gehandicaptenparkeerplaatsen zijn minimaal 3,50 meter breed om de gebruiker in staat te stellen een rolstoel te kunnen gebruiken naast de geparkeerde auto. Parkeerbeleid bijzondere doelgroepen Binnen parkeren vallen een aantal bijzondere doelgroepen te onderscheiden. Deze doelgroepen hebben op onderdelen een afwijkend profiel ten opzichte van reguliere parkeerders. In deze paragraaf wordt ingegaan op drie bijzondere parkeerdoelgroepen. 3.4.1. Deelmobiliteit In De Stationstuinen vervult het aanbod van deelmobiliteit in lijn met het STOMP-principe een belangrijke rol. In het Ontwikkelkader is opgenomen dat in de nieuwe wijk wordt ingezet op het aanbieden van deelauto’s, -fietsen, -scooters en (elektrische) deelbakfietsen. Voor de inzet van deelauto’s geldt dat een aandeel van de totale parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners kan worden gefaciliteerd door de inzet van deelauto’s.
In het Ontwikkelkader is hierover opgenomen dat maximaal 20% van de parkeervraag van bewoners met deelauto’s kan worden ingevuld. Op basis van dit uitgangspunt is in het Ontwikkelkader opgenomen dat in de gehele gebiedsontwikkeling een maximum van 125 deelauto’s kan worden ingezet. Omdat de parkeerbehoefte als gevolg van programmatische wijzigingen aan veranderingen onderhevig is, wijkt het uiteindelijke aantal deelauto’s mogelijk af van het genoemde aantal. In het Ontwikkelkader is opgenomen dat deelauto’s hoofdzakelijk worden geparkeerd in de mobiliteitshubs en op maaiveld. In de mobiliteitshubs zijn gereserveerde parkeerplaatsen voor de deelauto’s, op maaiveld is dit niet het geval. Commerciële aanbieders van een autodeelconcept komen in aanmerking voor een specifieke parkeervergunning; de commerciële deelautoparkeervergunning. Met deze vergunning kan een deelauto waarvoor de vergunning is verstrekt worden geparkeerd binnen De Stationstuinen. 3.4.2. Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Het aantal elektrische voertuigen in Nederland en Barendrecht neemt de aankomende jaren verder toe. Ook de vraag naar laadinfrastructuur neemt hiermee toe. Voor de realisatie van laadinfrastructuur gelden in De Stationstuinen de eisen zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), artikel 4.160b, eerste lid.
Uit het Bbl komen de volgende eisen naar voren: Een woongebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak. Een gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid in het bouwwerk of buiten het bouwwerk op hetzelfde bouwwerkperceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken. 3.4.3. Gehandicaptenparkeren In De Stationstuinen wordt voldoende parkeergelegenheid geboden aan gehandicapten (mensen die over een gehandicaptenparkeerkaart beschikken). Bij voorzieningen met een sociaal-maatschappelijke functie moet minimaal 5% van de parkeerplaatsen zijn ingericht als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met een minimum van 1. Bij overige voorzieningen is dit percentage op 2% bepaald. Een gehandicaptenparkeerplaats moet zijn gelegen binnen een werkelijke loopafstand van 100 meter, gemeten vanaf de parkeerplaats tot aan de ingang van het gebouw waarvoor de parkeerplaats is aangelegd.
3 ASVV 2021, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom.
Pagina 10 van 22
4. Gereguleerd- en betaald parkeren Parkeerregime De Stationstuinen Zoals opgenomen in paragraaf 2.3 wordt in De Stationstuinen gereguleerd- en betaald parkeren ingevoerd. Voor het parkeerregime gelden een aantal leidende beleidsuitgangspunten. In deze paragraaf zijn die uitgangspunten opgenomen. 4.1.1. Reguleringsvormen De parkeervoorzieningen in De Stationstuinen kennen, zoals opgenomen in paragraaf 3.3.2 , verschillende verschijningsvormen. In het gebied worden onder de gebouwen private (niet-openbare) parkeerplaatsen aangelegd. In de mobiliteitshubs en op maaiveld is openbare parkeercapaciteit aanwezig en het parkeerdek vervult een rol binnen het faciliteren van de vraag naar parkeerruimte. In deze paragraaf is voor ieder type parkeervoorziening uitgewerkt welke vorm van parkeerregulering van toepassing is (zie Tabel 1). Type parkeervoorziening 1. Private parkeercapaciteit onder de gebouwen 2. Mobiliteitshubs 3. Parkeren op maaiveld 4. Parkeerdek
Reguleringsvorm Fysieke afsluiting (niet-openbaar), toegewezen parkeerplaatsen. Fysieke afsluiting (openbaar), parkeren tegen betaling of met gebruik van een vergunning. Betaald parkeren met een vergunningenstelsel en belanghebbenden parkeren. Fysieke afsluiting (openbaar), parkeren tegen betaling of met gebruik van een vergunning.
Tabel 1 Geldende reguleringsvormen per type parkeervoorziening.
1. Private parkeercapaciteit onder de gebouwen Binnen De Stationstuinen worden onder verschillende gebouwen private parkeergarages gerealiseerd. Deze garages zijn in eigendom van de eigenaars van de gebouwen, zij reguleren ook het gebruik van de garages. Diegenen die beschikken over een parkeerplaats in een garage hebben toegang tot de afgesloten garage. De parkeergarages hebben een niet-openbaar karakter. 2. Mobiliteitshubs De zes mobiliteitshubs die worden gerealiseerd binnen De Stationstuinen hebben een multifunctioneel karakter. De hubs zijn fysiek afgesloten door middel van slagbomen. Verschillende doelgroepen kunnen gebruik maken van de parkeerplaatsen in de hubs. Voor bezoekers geldt dat zij tegen betaling in de hubs kunnen parkeren. Diegenen die beschikken over een parkeervergunning kunnen met deze vergunning parkeren in de hubs. 3. Parkeren op maaiveld In De Stationstuinen is een beperkt aantal parkeerplaatsen op maaiveld aanwezig. Op deze parkeerplaatsen zijn twee verschillende reguleringsvormen van toepassing: betaald parkeren met een vergunningenstelsel en het belanghebbenden parkeren. Met de invoering van betaald parkeren wordt een gemeentelijke belastingmaatregel getroffen. Het belanghebbenden parkeren is een verkeersmaatregel die zijn grondslag vindt in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
Voor bezoekers geldt dat zij, gedurende de tijdstippen waarop het betaald parkeren van kracht is (zie paragraaf 4.1.2), tegen betaling gebruik kunnen maken van de aanwezige parkeerplaatsen. Diegenen die beschikken over een parkeervergunning kunnen met deze vergunning gebruik maken van de maaiveld parkeerplaatsen. Op specifieke plekken kan door middel van bebording zijn aangegeven dat bepaalde parkeerplaatsen exclusief zijn bestemd voor kortparkeren, een vergunning is hier dan niet geldig. 4. Parkeerdek In de huidige situatie zijn op het parkeerdek 453 ongereguleerde parkeerplaatsen gelegen. Zoals beschreven in paragraaf 3.2.2 wordt voor De Stationstuinen ingezet op medegebruik van maximaal 300 van deze parkeerplaatsen. Om dit medegebruik op een gecontroleerde manier mogelijk te maken, wordt op het Pagina 11 van 22
parkeerdek een parkeerregime ingevoerd. Dit parkeerregime bestaat uit een combinatie van fysieke afsluiting door middel van slagbomen en betaald parkeren. Voor het parkeerregime dat wordt ingesteld op het parkeerdek gelden de volgende uitgangspunten: Binnen De Stationstuinen beschikken verschillende doelgroepen over een parkeervergunning, alle uitgegeven vergunningen geven het recht om te parkeren op het parkeerdek. De geldigheid van een parkeervergunning op het parkeerdek is begrensd in de tijd en afgestemd op de momenten waarop de P+R reiziger gebruik maakt van het parkeerdek. Buiten de vastgestelde momenten waarop een parkeervergunning geldig is op het parkeerdek geldt voor vergunninghouders het reguliere parkeertarief. P+R reizigers komen in aanmerking voor een gereduceerd parkeertarief. 4.1.2. Reguleringsvenster Het parkeerregime in De Stationstuinen geldt op vastgestelde dagen en tijdstippen. In het Ontwikkelkader is hierover opgenomen dat het van belang om het regime van maandag tot en met zondag te laten gelden en mogelijk 24 uur per dag. De achtergrond bij dit uitgangspunt is dat een breder reguleringsvenster bijdraagt aan de effectiviteit van het parkeerregime – het regime is eenmaal niet effectief wanneer het niet van kracht is.
Het uitgangspunt dat het parkeerregime in De Stationstuinen geldt van maandag tot en met zondag wordt in dit beleidsdocument herbevestigd. Voor de reguleringstijden geldt dat voor het parkeren op maaiveld een 24 uur geldend parkeerregime niet noodzakelijk is voor het bereiken van de gewenste effectiviteit van het regime. Een reguleringstijd waarmee het parkeren overdag grotendeels is gereguleerd wordt als toereikend gezien. Het reguleringsvenster voor het parkeren op maaiveld in De Stationstuinen is bepaald op: maandag tot en met zondag, dagelijks van 09:00 tot 23:00 uur. In overeenstemming met de functie van de mobiliteitshubs en het parkeerdek (parkeren achter de slagboom) geldt voor deze parkeervoorzieningen wel een 24 uur geldend reguleringsvenster. 4.1.3. Vergunningsoorten en tarieven Voor het gereguleerd- en betaald parkeren dat wordt ingevoerd in De Stationstuinen geldt dat bepaalde doelgroepen in aanmerking kunnen komen voor een parkeervergunning. Met deze vergunning kan gebruik worden gemaakt van alle openbare parkeervoorzieningen. De parkeerregelgeving (zie paragraaf 4.2) geeft uitsluitsel of een belanghebbende in aanmerking kan komen voor een vergunning. Ten opzichte van de vergunningsoorten zoals opgenomen in het Ontwikkelkader, zijn in de regelgeving een aantal aanvullende vergunningsoorten opgenomen.
In Tabel 2 is een overzicht opgenomen van de vergunningsoorten die zijn ingesteld binnen De Stationstuinen. De bezoekersparkeervergunning en mantelzorgparkeervergunning, twee vergunningsoorten die onderdeel zijn van de regelgeving, zijn in De Stationstuinen niet beschikbaar. Doelgroep Bewoners
Vergunningsoort Eerste bewonersparkeervergunning Tweede bewonersparkeervergunning
Bedrijven en instellingen
Bedrijfsparkeervergunning Werknemersparkeervergunning
Overige doelgroepen
Tijdelijke parkeervergunning
Gehandicaptenparkeervergunning
Commerciele deelautoparkeervergunning
Tabel 2 Vergunningsoorten De Stationstuinen. Pagina 12 van 22
Toelichting Het parkeren van een 1e auto in bezit van bewoners. Het parkeren van een 2e auto in bezit van bewoners. Het parkeren van een auto noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Het parkeren van een auto van een werknemer gebruikt voor het afleggen van woon-werkverkeer. Een vergunning met een flexibel karakter waarvoor verschillende doelgroepen in aanmerking kunnen komen. Een vergunning die wordt verstrekt aan houders van een Europese gehandicaptenparkeerkaart. Een vergunning bestemd voor commerciële aanbieders van een autodeelconcept.
Op 27 september 2022 heeft de gemeenteraad besloten dat er binnen De Stationstuinen gereguleerd- en betaald parkeren wordt ingevoerd. In het bijbehorende raadsbesluit is een indicatie gegeven van de hoogte van de gehanteerde parkeer- en vergunningstarieven. Het tarief voor parkeren op maaiveld en de tarieven voor de verschillende vergunningsoorten zijn vastgelegd in de Verordening parkeerbelastingen. Parkeerregelgeving Zoals opgenomen in paragraaf 4.1.1 geldt binnen De Stationstuinen een parkeerregime bestaand uit betaald parkeren met een vergunningenstelsel en belanghebbenden parkeren. Voor het in- en uitvoeren van beide reguleringsvormen is gemeentelijke parkeerregelgeving nodig. In Figuur 2 is een visualisatie opgenomen van deze regelgeving. Zoals opgenomen in de onderstaande visualisatie wordt met de parkeerregelgeving uitvoering gegeven aan bevoegdheden die ontstaan vanuit landelijk geldende wetgeving. Artikel 225 van de Gemeentewet regelt dat in het kader van de parkeerregulering belastingen kunnen worden geheven. Voor het op de gewenste manier in- en uitvoeren van het parkeerregime in De Stationstuinen (en hiermee invulling geven aan het bovenliggende parkeerconcept) zijn, in aanvulling op het parkeerbeleid, vier verschillende regelingen nodig. In bijlage 1 zijn de belangrijkste inhoudelijke aspecten van iedere regeling opgenomen.
Zoals opgenomen in de visualisatie is de vaststelling van het gemeentelijk parkeerbeleid, de Parkeerverordening en de Verordening parkeerbelastingen een bevoegdheid van de gemeenteraad. De twee andere regelingen vormen een uitwerking van deze kaders en worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
Figuur 2 Visualisatie stelsel parkeerregelgeving gereguleerd- en betaald parkeren.
De parkeerregelgeving is opgesteld conform de modelverordeningen die beschikbaar zijn gesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit betekent dat de verordeningen een generiek karakter hebben en niet uitsluitend van toepassing zijn op De Stationstuinen. Voor de specifieke regels die gelden in De Stationstuinen is binnen de regelgeving een aparte parkeerzone opgenomen: parkeerzone S. Uitgiftemodel parkeervergunningen De Stationstuinen Binnen De Stationstuinen geldt voor de uitgifte en toewijzing van parkeervergunningen een uitgiftemodel. In dit uitgiftemodel geldt een onderscheid tussen de initiële (eerste) uitgifte van parkeervergunningen en de uitgifte van vergunningen nadat de initiële uitgifte heeft plaatsgevonden (de exploitatiefase). Voor deze laatst genoemde fase is voor de uitgifte van vergunningen leidend de beschikbaarheid van openbare parkeercapaciteit binnen De Stationstuinen, hetgeen op basis van monitoring van het gebruik van de parkeervoorzieningen wordt vastgesteld.
Pagina 13 van 22
4.3.1. Initiële uitgifte van parkeervergunningen De initiële (eerste) uitgifte van parkeervergunningen binnen De Stationstuinen vormt een direct uitvloeisel van de parkeeroplossing die gevormd is voor een ruimtelijke ontwikkeling. Deze oplossing is in de omgevingsvergunning vastgelegd. De gehanteerde parkeernormen, de parkeerbalans en het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein wordt gerealiseerd vormen hierbinnen belangrijke uitgangspunten. Binnen de gevormde parkeeroplossing heeft parkeren twee verschijningsvormen: de private parkeergarages die zijn gerealiseerd onder de gebouwen en de openbare parkeerplaatsen waar gebruik van wordt gemaakt gelegen in de mobiliteitshubs, op maaiveld en op het parkeerdek. De initiële uitgifte van parkeervergunningen is enkel gericht op het gebruik van de openbare parkeerplaatsen door vaste gebruikers (bewoners, werknemers, et cetera). Het initiële aantal uit te geven vergunningen is gelijk aan het aantal openbare parkeerplaatsen dat beschikbaar is gesteld voor een ruimtelijke ontwikkeling. Deze werkwijze geldt voor woonfuncties en niet-woonfuncties. In het onderstaande kader is de werkwijze aan de hand van een voorbeeld uitgewerkt. Omwille van eenvoud is hierin geen rekening gehouden een mogelijke reductie van de bewonersparkeerbehoefte als gevolg van de inzet van deelmobiliteit.
Voorbeeld initiële uitgifte van parkeervergunningen In dit fictieve voorbeeld wordt een programma ontwikkeld bestaande uit twee typen woningen en ruimte voor commerciële dienstverlening. Voor twee van de geplande functies worden parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. De parkeernormen in onderstaand voorbeeld zijn fictief en kunnen afwijken van de geldende parkeernormen voor De Stationstuinen. Functie Sociale huur primair, 55-65 m2 Middeldure huur en koop, 70 m2 Commerciële dienstverlening
Aantal woningen / m2 bvo 20 woningen 20 woningen 1.000 m2 bvo
Parkeernorm vaste gebruikers 0,50 per woning 1,00 per woning 1,12 per 100 m2 bvo
Parkeerbehoefte 10 parkeerplaatsen 20 parkeerplaatsen 11 parkeerplaatsen
Aantal parkeerplaatsen op eigen terrein 0
Aantal uit te geven vergunningen 10
5
15
3
8
In de bovenstaande tabel is per functie het geplande programma en de bijbehorende parkeernorm opgenomen. Op basis van de parkeernorm is de behoefte aan parkeerplaatsen berekend. Voor het woningtype ‘sociale huur primair, 55-65 m2’ is de behoefte voor bewoners in totaal 10 parkeerplaatsen. Omdat voor dit woningtype geen parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, wordt de totale parkeervraag opgelost in openbare parkeervoorzieningen. Op basis van deze parkeeroplossing kunnen er voor dit woningtype initieel 10 parkeervergunningen worden uitgegeven. Het parkeerbeleid regelt niet welke 10 van de 20 adressen in aanmerking komen voor de beschikbare vergunningen, wel is vastgelegd op welke manier de toewijzing van vergunningen plaatsvindt. Zoals blijkt uit de tabel wordt voor het woningtypen ‘middeldure huur en koop, 70m2’ een aantal parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Dit resulteert in een afname van de behoefte van het gebruik van de openbare parkeerplaatsen (20 - 5 = 15) en hiermee ook tot een afname van het aantal uit te geven parkeervergunningen aan de toekomstige bewoners. De werkwijze geldt zoals af te leiden uit de tabel ook voor niet-woonfuncties. Om voor de commerciele dienstverlening het aandeel vaste gebruikers te kunnen bepalen is op de parkeernorm het percentage bezoekers (20%) in mindering gebracht.
Toewijzing van parkeervergunningen bij de initiële uitgifte De toewijzing van het initieel aantal uit te geven parkeervergunningen verloopt op basis van de volgende processtappen: De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling overlegd aan gemeente Barendrecht de benodigde informatie over het geplande ruimtelijke programma en biedt op adresniveau (indien adressen nog niet bekend zijn gebruik makend van bouwnummers) inzicht in de objecten die in het bezit zullen zijn van privé-parkeren; Pagina 14 van 22
Op basis van de fasering van de ruimtelijke ontwikkeling wordt in overleg tussen de initiatiefnemer en gemeente Barendrecht de fasering van de uitgifte van de parkeervergunningen bepaald; Per fase wordt op basis van de parkeerbalans het aantal openbare parkeerplaatsen vastgesteld dat wordt gerealiseerd, waarmee ook het aantal uit te geven parkeervergunningen is bepaald; Per fase ontvangen eindgebruikers van gemeente Barendrecht de benodigde informatie over het aanvragen van een parkeervergunning; Eindgebruikers die wensen te beschikken over een parkeervergunning doen een aanvraag voor een vergunning, welke door gemeente Barendrecht wordt getoetst aan de voorwaarden die gelden voor het in aanmerking komen voor een vergunning (zoals vastgelegd in de parkeerregelgeving); Het aantal parkeervergunningen dat beschikbaar is voor de desbetreffende fase wordt per functie toegewezen aan eindgebruikers. Wanneer binnen een functiecategorie het aantal eindgebruikers dat wenst te beschikken over een vergunning kleiner is dan het aantal beschikbare vergunningen, dan kunnen de resterende vergunningen worden uitgegeven aan eindgebruikers vanuit andere functies. Wanneer er binnen een functiecategorie meer aanvragers zijn dan het aantal beschikbare vergunningen dan vindt toewijzing plaats op basis van loting.
4.3.2. Exploitatiefase: uitgifte parkeervergunningen op basis een vergunningenplafond De initiële uitgifte van parkeervergunningen vindt plaats op basis van het aantal openbare parkeerplaatsen dat voor een ruimtelijke ontwikkeling beschikbaar is gesteld, conform de gehanteerde parkeernormen en de parkeerbalans. Het totaal aantal uit te geven vergunningen in de initiële fase vormt het vergunningenplafond. Belanghebbenden die een aanvraag voor een parkeervergunning doen worden, wanneer het vergunningenplafond is bereikt, op een wachtlijst geplaatst. Een vergunningenplafond en een bijbehorende wachtlijst wordt per vergunningsoort en per vergunninggebied ingesteld. De werking van het vergunningenplafond is uitgewerkt in de Nadere regels parkeerverordening. Voor deze uitwerking gelden de volgende uitgangspunten: Een vergunningenplafond wordt per vergunninggebied ingesteld. De hoogte van het vergunningenplafond is gerelateerd aan het aantal openbare parkeerplaatsen dat aanwezig is binnen een vergunninggebied. In De Stationstuinen is een vergunningenplafond ingesteld voor bewonersparkeervergunningen en werknemersparkeervergunningen. Het vergunningenplafond heeft een aanpasbaar karakter. Op basis van een monitoring van het gebruik van de openbare parkeervoorzieningen binnen een vergunninggebied kan een plafond naar beneden of naar boven worden bijgesteld.
Reden voor naar boven aanpassen van het plafond (resulterend in een toename van het aantal uit te geven parkeervergunningen) kan zijn dat er in het desbetreffende vergunninggebied sprake is van een structurele onderbezetting van de aanwezige parkeerplaatsen. Bij een geconstateerde overbezetting van de parkeervoorzieningen moet het plafond naar beneden worden bijgesteld (resulterend in een afname van het aantal uit te geven parkeervergunningen). Het verlagen van een vergunningenplafond kan niet leiden tot een intrekking van reeds uitgegeven vergunningen. Flankerend beleid in naastgelegen gebieden In het Ontwikkelkader is aandacht besteed aan een zeker risico dat gepaard gaat met het realiseren van een gebiedsontwikkeling met een autoluw karakter. Het risico bestaat dat een deel van de bewoners, bezoekers en werknemers van De Stationstuinen ervoor kiest om buiten het gebied zelf te parkeren. Reden hiervoor kan zijn dat men hiermee bepaalde kosten voor parkeren kan ontlopen. In samenspraak met bewoners en bedrijven uit het omliggende gebied zijn drie deelgebieden gedefinieerd waarop dit risico van toepassing is: Deelgebied 1: Noord, Binnenland en Oranjewijk; Deelgebied 2: omliggende bedrijventerreinen; Deelgebied 3: woningen aan de Gebroken Meeldijk.
Pagina 15 van 22
Deelgebied 1: Noord, Binnenland en Oranjewijk Dit deelgebied bestaat uit drie wijken gelegen ten westen van het spoor. Een gedeelte van dit deelgebied is gelegen in de bestaande blauwe zone stationsgebied. De blauwe zone geldt van maandag tot en met vrijdag van 07.00 tot 14.00 uur. In het grootste deel van het gebied geldt een parkeerduurbeperking van twee uur. Deelgebied 2: omliggende bedrijventerreinen Dit deelgebied wordt gevormd door drie bedrijventerreinen gelegen rondom De Stationstuinen; Dierenstein, Gebroken Meeldijk en Ziedewij/Ebweg. Het parkeren op deze bedrijventerreinen is nog niet gereguleerd. Deelgebied 3: woningen aan de Gebroken Meeldijk Deelgebied 3, woningen aan de gebroken Meeldijk, ligt ten noordoosten van de Ziedewij/Ebweg (tussen het spoor en de Tuindersweg). Aan de Gebroken Meeldijk liggen ongeveer 20 woningen. De straat heeft een bijzondere ligging aangezien deze is gelegen binnen de huidige Dutch Freshport. De straat ligt hiermee in het directe invloedsgebied van De Stationstuinen. Het parkeren aan de Gebroken Meeldijk is nog niet gereguleerd. In het Ontwikkelkader is opgenomen dat het ontstaan van uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen naar het omliggende gebied niet aansluit bij het streven naar een goede fysieke leefomgeving.
Om die reden is in het Ontwikkelkader als uitgangspunt opgenomen dat in het omliggende gebied gereguleerd- of betaald parkeren wordt ingevoerd ter bescherming tegen uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen. In deze paragraaf is dit uitgangspunt nader uitgewerkt. 4.4.1. Volgordelijkheid flankerend beleid Zoals opgenomen in paragraaf 2.3 wordt in De Stationstuinen gereguleerd- en betaald parkeren ingevoerd. Voor het omliggende gebied geldt ten aanzien van het flankerend beleid een gelaagde aanpak. Deze aanpak is schematisch weergegeven in Figuur 3.
1. In stand laten huidige situatie
2. Invoering of aanpassing gereguleerd parkeren (blauwe zone)
3. Invoering betaald parkeren met een vergunningenstelsel
Figuur 3 Volgordelijkheid toepassing beheersinstrumenten.
Fase 1: In stand laten huidige situatie De eerste stap binnen het toepassen van flankerend beleid is het in stand laten van de huidige situatie met betrekking tot de wijze waarop het parkeren in het desbetreffende deelgebied is georganiseerd. Dit zou voor deelgebied 1 (Noord, Binnenland en Oranjewijk) betekenen dat de huidige blauwe wordt voortgezet. In de overige twee deelgebieden zou het parkeren ongereguleerd blijven. Fase 2: Invoering of aanpassing gereguleerd parkeren (blauwe zone) De tweede stap binnen het flankerend beleid is de invoering van gereguleerd parkeren, in de vorm van een blauwe zone, ter bescherming tegen uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen. Het reguleringsvenster dat geldt in deze blauwe zone wordt afgestemd op het reguleringsvenster dat geldt voor betaald parkeren in De Stationstuinen: maandag tot en met zondag, dagelijks van 07:00 tot 23:00 uur. Dit betekent dat het reguleringsvenster voor de blauwe zone stationsgebied bij deze stap wordt uitgebreid. Het gebied waarin de blauwe zone geografisch gezien van kracht is, wordt gelijkgesteld aan de grenzen van het deelgebied. De reeds geldende parkeerduurbeperkingen binnen de blauwe zone wijzigen niet. Het verlengen van het reguleringsvenster van de blauwe zone heeft voor bewoners de bestaande blauwe zone stationsgebied beperkt consequenties.
Omdat de blauwe zone ook tijdens de avonduren en in het weekeinde gaat gelden, komen bezoekers van bewoners vaker in aanraking met de blauwe zone. Voor de Pagina 16 van 22
bewoners wordt een bezoekersregeling ingesteld, voor bezoekers die zijn aangemeld met deze regeling geldt de parkeerduurbeperking niet. Fase 3: Invoering betaald parkeren met een vergunningenstelsel Zoals beschreven wordt binnen het flankerend beleid in eerste instantie ingezet op het voorkomen van uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen door de invoering van gereguleerd parkeren in de vorm van een blauwe zone. Verwacht wordt dat deze maatregel effect is omdat parkeerders met een bestemming binnen De Stationstuinen niet in aanmerking komen voor een ontheffing. Zij moeten zich dan ook houden aan de geldende parkeerduurbeperking. Deze restrictie maakt dat het voor parkeerders met een bestemming in De Stationstuinen minder aantrekkelijk is om te parkeren in de blauwe zone. De effectiviteit van de blauwe zone als middel om uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen te voorkomen wordt gemonitord en geëvalueerd. Het is mogelijk dat uit deze monitoring en evaluatie naar voren komt dat de blauwe zone onvoldoende effect heeft om uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen te kunnen voorkomen. Indien deze constatering wordt gedaan, dan kan het noodzakelijk zijn om de blauwe zone te vervangen door parkeerregulering in de vorm van betaald parkeren met een vergunningenstelsel. Deze reguleringsvorm is, ten opzichte van de blauwe zone, effectiever in het voorkomen van uitwijkgedrag.
De doelstelling van de parkeerregulering blijft, bij de omvorming van de blauwe zone naar betaald parkeren met een vergunningenstelsel, ongewijzigd; het voorkomen van uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen. Om deze reden worden, bij een mogelijke omzetting van blauwe zones tot betaald parkeren, de uitgangspunten die voor de blauwe zone gelden beleidsneutraal gehandhaafd. Op hoofdlijnen zou het omzetten van de blauwe zones het volgende betekenen: Per bewoner van een adres kan maximaal 1 parkeervergunning worden aangevraagd. Het tarief dat bewoners bij het betaald parkeren betalen voor een parkeervergunning is gelijk aan het legestarief voor een ontheffing blauwe zone. Voor bewoners wordt een digitale bezoekersregeling ingesteld waarmee zij hun bezoekers tegen gereduceerde kosten kunnen laten parkeren. Voor regulier parkeren geldt een parkeertarief (de hoogte van dit tarief is nog nader te bepalen). Mogelijk toekomstige wijziging beleidsdoelstelling parkeerregulering Zoals beschreven heeft de invoering van betaald parkeren met een vergunningenstelsel als achterliggende doelstelling het voorkomen van uitwijkgedrag vanuit De Stationstuinen. Hierbij moet worden vermeld dat de beleidsdoelstelling van het betaald parkeren in de loop der tijd kan veranderen. Deze wijziging heeft mogelijk consequenties voor de uitgangspunten die gelden voor het betaald parkeren.
Als gevolg van een te hoge parkeerdruk veroorzaakt door gebiedseigen parkeerders kan het bijvoorbeeld nodig zijn om door middel van tarifering te sturen op autobezit en- gebruik. Om een dergelijke verandering van de beleidsdoelstelling achter parkeerregulering mogelijk te maken is een wijziging van de Parkeernota Barendrecht nodig. 4.4.2. Uitgangspunten flankerend beleid In paragraaf 4.4 is een beleidsmatig logische volgorde uitgewerkt op basis waarvan het flankerend beleid wordt vormgeven. Binnen dit parkeerbeleid geldt als uitgangspunt dat het flankerend beleid op een proactieve manier wordt uitgevoerd. Dit betekent dat gelijktijdig aan de invoering van het gereguleerd- en betaald parkeren in De Stationstuinen, ook in de drie deelgebieden parkeerregulering wordt ingevoerd. De algehele fasering van de gebiedsontwikkeling geldt hierbij als uitgangspunt voor het moment van invoering. Voor de stap naar het omvormen van de blauwe zones naar betaald parkeren met een vergunningenstelsel (fase 3) geldt een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat, op basis van monitoring en evaluatie van de parkeersituatie, per deelgebied wordt onderzocht of de invoering van betaald parkeren ter vervanging van de blauwe zone noodzakelijk is.
Pagina 17 van 22
5. Van beleid naar uitvoering Met de vaststelling van het voorliggende beleidsdocument en de regelgeving die benodigd is om uitvoering te kunnen geven aan het gereguleerd- en betaald parkeren, is een samenhangend beleidskader voor het parkeren in De Stationstuinen gevormd. De uitvoering van het beleid is een volgende stap in het proces. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de aspecten die hierbij van belang zijn. Publiek- en privaatrechtelijke borging van de parkeeroplossing De Stationstuinen is als gebiedsontwikkeling in verschillende fasen onderverdeeld. Voor de ruimtelijke ontwikkelingen die plaatsvinden in iedere fase worden parkeeroplossingen vervormd. Deze oplossingen dienen publiek- en privaatrechtelijk te worden geborgd. De publiekrechtelijke borging vindt plaats in de omgevingsvergunning die voor de desbetreffende ontwikkeling wordt afgegeven, de privaatrechtelijke borging vindt plaats in anterieure overeenkomsten tussen gemeente en de ontwikkelende partijen. In de omgevingsvergunning die wordt afgegeven voor een ruimtelijke ontwikkeling dienen ten aanzien van parkeren tenminste de volgende aspecten te zijn vastgelegd: De parkeerbalans die op basis van het geplande ruimtelijke programma is opgesteld voor de desbetreffende ontwikkeling (fiets- en autoparkeren).
De wijze waarop wordt voorzien in de parkeerbehoefte van de ontwikkeling die op basis van de parkeerbalans is vastgesteld, waarbij een onderscheid geldt tussen: o Het aantal te realiseren parkeerplaatsen in een eventuele private parkeergarage; o Het resterende aandeel van de parkeerbehoefte waarin wordt voorzien door het beschikbaar stellen van openbare parkeervoorzieningen (de mobiliteitshubs, parkeren op maaiveld en het parkeerdek). Het initiële aantal parkeervergunningen dat op basis van de parkeeroplossing beschikbaar wordt gesteld aan de toekomstige bewoners, bedrijven en instellingen. Zoals opgenomen in paragraaf 4.3 is het aantal te verlenen vergunningen in de initiële fase gelijkgesteld aan het aantal openbare parkeerplaatsen als onderdeel van de parkeeroplossing. De huisadressen (bouwnummers indien bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning huisnummers nog niet bekend zijn) die binnen de ontwikkeling beschikken over één of meerdere privé-parkeerplaatsen. In de gemeentelijke basisadministratie wordt aan deze adressen een POETstatus gekoppeld. Het aantal deelauto’s dat wordt ingezet binnen de ontwikkeling (door de gemeente te verzorgen) om te voorzien in de vraag naar mobiliteit. De afspraken die op anterieure wijze moeten worden vastgelegd zijn hoofdzakelijk gericht op het borgen van de parkeeroplossing richting de eindgebruiker.
Met ontwikkelende partijen binnen De Stationstuinen worden concrete afspraken vastgelegd over de manier waarop toekomstige bewoners, bedrijven in instellingen worden geïnformeerd over het parkeren. Zo dient de werking van het parkeerconcept in brochures en op websites te worden beschreven. Wanneer komen bewoners in aanmerking voor een parkeervergunning? Wat zijn de kosten van een vergunning? Deze informatie dient tevens te worden geborgd in koop- en huurovereenkomsten. Betrokken partijen: rollen en verantwoordelijkheden Bij het uitvoeren van de parkeeropgave die geldt voor De Stationstuinen zijn meerdere partijen betrokken. Iedere betrokken partij heeft per fase van de gebiedsontwikkeling zijn eigen rol en verantwoordelijkheden. In Figuur 4 is hier een visualisatie over opgenomen. Zoals hieruit af te leiden kan binnen de parkeeropgave op hoofdlijnen onderscheid worden gemaakt tussen vijf fasen; van beleidsontwikkeling tot het dagelijks beheer van de parkeervoorzieningen. Zoals opgenomen in paragraaf 2.2.1 is gemeente Barendrecht binnen De Stationstuinen naast beleidsmaker ook eigenaar en exploitant van de openbare parkeervoorzieningen die worden gerealiseerd. Met betrekking tot de beleidsuitvoering en het dagelijkse beheer van de parkeervoorzieningen geldt dat de gemeente deze taken zelf kan uitvoeren of ervoor kan kiezen om (delen van) dit takenpakket extern uit te besteden.
Over de manier waarop dit organisatievraagstuk wordt ingericht vindt nog nadere besluitvorming plaats.
Pagina 18 van 22
Figuur 4 Visualisatie betrokken partijen gebiedsontwikkeling en parkeren.
Businesscase parkeren De Stationstuinen De rol van de gemeente Barendrecht binnen de parkeeropgave van De Stationstuinen brengt een structurele financiële verplichting van enige omvang met zich mee. Zo moet de gemeente de (gebouwde) parkeervoorzieningen waarvan zij eigenaar wordt financieren en deze in stand houden. Verder brengt de verzorging van de exploitatie en het dagelijkse beheer (ongeacht hoe dit georganiseerd is) baten en lasten met zich mee. Op basis van de uitganspunten die gelden voor de parkeeropgave en de hiermee samenhangende baten en lasten is voor De Stationstuinen een businesscase parkeren opgesteld. In deze businesscase wordt duidelijk op welk moment investeringen gedaan moeten worden, wanneer welke eigenaars- en exploitatielasten jaarlijks gedekt moeten worden en welke inkomsten uit het gebruik van de parkeervoorzieningen zullen voortkomen. De businesscase geeft naast de voor de ontwikkeling van de parkeervoorzieningen benodigde investeringen ook een beeld van de jaarlijks verwachte resultaten. Door de jaarlijkse financiële resultaten over de volledige looptijd van 40 jaar te beschouwen wordt inzicht verkregen in welke mate de investeringen zichzelf terugverdienen en met welke geprognosticeerde aanloopverliezen rekening gehouden moet worden.