020202 NRIJ ontwerpprogrammabegroting 2027
Tekst van het document
Hiermee wordt voorkomen dat onverwachte kosten ontstaan en wordt geborgd dat het bestuur kan sturen op doelmatigheid en prioriteiten. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd. Er wordt een intern inkoop- en beleidskader opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd en de verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven.
23
Programmabegroting 2027 | Programmaplan 6.2. Planning en control (inclusief project control en rechtmatigheidscontrole) Wat willen we bereiken De Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste en vormt het belangrijkste sturingsinstrument voor het bestuur. In de huidige situatie is de P&C-cyclus onvoldoende planmatig en voorspelbaar ingericht. Informatie over activiteiten, inzet en kosten is niet altijd tijdig beschikbaar en biedt onvoldoende inzicht om gericht te kunnen sturen. De P&C-cyclus wordt daarom doorontwikkeld tot een samenhangend en voorspelbaar sturingsinstrument waarmee het bestuur structureel inzicht krijgt in de voortgang van doelen, activiteiten, inzet en budgetten en tijdig kan bijsturen. Wat gaan we er voor doen De P&C cyclus wordt ingericht op basis van een vooraf vastgestelde jaarplanning, waarin activiteiten, inzet en middelen expliciet worden gekoppeld aan bestuurlijke doelen. Gedurende het jaar wordt via periodieke rapportage, waaronder de najaarsrapportage en kwartaalrapportage inzicht gegeven in: -
De voortgang van activiteiten De inzet van middelen en uren Financiële afwijkingen en risico's
Afwijkingen ten opzichte van planning en budget worden tijdig gesignaleerd en expliciet bestuurlijk voorgelegd, zodat het bestuur kan sturen op prioriteiten. De administratie en projectcontrol worden zodanig ingericht dat financiële en inhoudelijke gegevens, zodat verantwoording transparant, herleidbaar en controleerbaar zijn, inclusief inzicht in de relatie tussen inzet, kosten en geleverde prestaties. De cyclus wordt afgesloten met de jaarrekening waarin verantwoording wordt afgelegd over de inzet van middelen en de bereikte resultaten. De inrichting en uitvoering van de P&C begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) conform de vastgestelde jaarplanning van het schap en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening. Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) en projectcontrolling maken vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C. Met de najaarsrapportage wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt ervoor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere relevante wet- en regelgeving.
In de huidige situatie is een deel van de werkzaamheden rondom rechtmatigheidsverantwoording en controle extern belegd, wat leidt tot hogere kosten en minder doelmatige inzet van middelen. Hierbij moet worden bezien hoe deze werkzaamheden structureel en doelmatig kunnen worden belegd, zodat het bestuur beter grip heeft op de kosten, kwaliteit en continuïteit van de financiële functie.
24
Programmabegroting 2027 | Programmaplan 7. Juridische diensten 7.1. Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, - juridische risico’s, aansprakelijkheden, kosten door een zorgvuldige en consistente toepassing van wet- en regelgeving en heldere afspraken in beheer en gebruik van de gebieden. Daarnaast draagt professionele afhandeling van klachten en geschillen bij aan het voorkomen van escalatie en juridische procedures. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman. Wat gaan we er voor doen Juridische advisering wordt ingezet ter ondersteuning van het bestuur bij het maken van rechtmatige en zorgvuldige keuzes, onder meer bij het maken van rechtmatige en zorgvuldige keuzes, onder meer bij contractvorming, vergunningverlening en beheerafspraken. Risico's en aansprakelijkheden worden tijdig in beeld gebracht en betrokken bij bestuurlijke afwegingen, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen. Klachten en geschillen worden zorgvuldig en voortvarend afgehandeld, gericht op het voorkomen van escalatie en het beperken van juridische procedures en kosten. Hiermee wordt bijgedragen aan een doelmatige en rechtmatige uitvoering van het beheer, met inzicht in juridische consequenties van keuzes.
Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. 7.2. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een tijdige en kwalitatief hoogwaardige juridische ondersteuning gericht op het beheersen en beperken van risico's, aansprakelijkheden en imagoschade. Wat gaan we er voor doen Juridische ondersteuning wordt ingezet om het bestuur te adviseren bij het maken van rechtmatige en zorgvuldige keuzes in beheer, gebruik en ontwikkeling van de gebieden. Overeenkomsten met derden worden zodanig ingericht en beoordeeld dat verantwoordelijkheden, risico's en verplichtingen helder zijn vastgelegd en aansluiten bij de bestuurlijke kaders.
Juridische risico's worden tijdig gesignaleerd en betrokken bij bestuurlijke afwegingen, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen en onnodige kosten worden voorkomen. Hiermee wordt geborgd dat samenwerking met derden en uitvoering van beheer plaatsvindt 25
Programmabegroting 2027 | Programmaplan binnen een heldere en juridisch robuuste structuur. Waar sprake is van mogelijke belangenverstrengeling of een samenloop van belangen tussen het schap en de uitvoerende organisatie, wordt zo nodig gebruik gemaakt van onafhankelijke externe juridische expertise. Hiermee wordt geborgd dat het bestuur beschikt over objectieve en onpartijdige advisering, met oog voor de belangen van het schap. Deze inzet van externe expertise vindt plaats op basis van aard, complexiteit en gevoeligheid van het vraagstuk. 7.3. Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure spaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Indien conflicten met derden leiden tot juridische procedures wordt het schap op zorgvuldige en doelmatige wijze vertegenwoordigd. Afhankelijk van de rol van het schap (bijvoorbeeld als verweerder, eiser of belanghebbende) wordt passende juridische ondersteuning ingezet. Daarbij wordt, indien nodig, gebruik gemaakt van onafhankelijke externe juridische expertise, met name in situatie waarin sprake kan zijn van samenlopende belangen met de uitvoerende organisatie.
De regie op juridische procedures ligt bij het schap, zodat het bestuur kan sturen op risico's, kosten en gewenste uitkomsten. Waar relevant worden betrokken medewerkers ondersteund en wordt opgetreden als gemachtigde in gerechtelijke procedures. 7.4. Woo-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van Woo-procedures. Wat gaan we er voor doen Woo-verzoeken worden zorgvuldig en tijdig in behandeling genomen, conform de wettelijke kaders. Het schap borgt dat de benodigde informatievoorziening op orde is, zodat verzoeken adequaat kunnen worden beoordeeld en afgehandeld. Indien het recreatieschap als belanghebbende bij WOO-verzoeken van derden wordt een zienswijze opgesteld waarin de belangen van het schap worden gewogen en ingebracht. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan de bescherming van bestuurlijke, financiële en juridische belangen, alsmede aan mogelijke risico's van openbaarmaking. Waar nodig wordt juridische expertise ingezet. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden. 7.5. Projecten/kredieten Op dit moment zijn er geen afzonderlijk geadministreerde projecten of kredieten die doorlopen tot in 2027. Investeringen en vervangingen maken integraal onderdeel uit van het reguliere beheer en onderhoud en worden via de programmabegroting en het uitvoeringsprogramma aangestuurd.
Daarmee behoudt het bestuur inzicht in de samenhang tussen beheer, investeringen en beschikbare middelen en kan gestuurd worden op prioritering en doelmatige inzet van middelen. Indien in de toekomst sprake is van afzonderlijke projecten of kredieten, worden deze expliciet inzichtelijk gemaakt, zodat bestuurlijke afweging en sturing mogelijk blijft. 26
Programmabegroting 2027 | Programmaplan In de uitgangspunten voor de programmabegroting 2027 is opgenomen dat de besparingsreserve uitsluitend opgenomen kan worden ten dienste van het programma Toekomstbestendig NRIJ. 8. Mutaties reserves Stand per 01-01-2027
Bestemming Resultaat 2026
Toevoegingen in 2027
Onttrekkingen in 2027
Stand per 31-12-2027
Algemene Reserve
610.106
0
0
0
610.106
Totaal Algemene Reserve
610.106
0
0
0
610.106
1.170.830 339.333 3.051 287.400 428.599 1.414.830 205.025
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 27.700 0 0 0
0 0 0 15.000 15.997 0 0
27.700
30.997
1.170.830 339.333 3.051 300.100 412.602 1.414.830 205.025 13.845.770
27.700
30.997
4.455.876
Bestemmingsreserves Investeringsreserve Reserve herinrichting Zuidelijk Randpark Reserve vervangingsinvesteringen Reserve Pendrechtse Molen Afschrijvingsreserve Reserve besparingen Egalisatiereserve Groot Onderhoud Afrondingsverschil Totaal bestemmingsreserves
3.849.068
Totaal
4.459.174
0
27
Programmabegroting 2027 | Programmaplan 9. Wat gaat het kosten Lasten Deelproduct/product
Rekening 2025 Personeel
Baten
Begroting 2026 Begroting 2027
Rekening 2025
Saldo
Begroting 2026 Begroting 2027
Rekening 2025
Begroting 2026 Begroting 2027
984.103
1.084.850
1.124.370
-
-
-
984.103
1.084.850
1.124.370
-
(454.288) -
(15.000) (100.000)
-
-
15.738 76.500 80.000 130.000 -
-
(454.288) -
2.321.501 3.305.604 29.808
2.532.226 3.162.788 51.500
2.513.560 3.522.930 53.300
809.377 809.377 -
832.900 832.900 -
832.900 1.135.138 -
29.808 1.091 400 1.491
51.500 10.000
53.300 10.300
-
-
-
10.000
10.300
-
-
Juridische diensten
90.085 159.438 249.523 194.300 53.042 247.342 7.916 7.916
34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500
36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300
-
Totaal overhead
504.779
367.050
397.250
-
7.918 7.918
5.826 5.826
3.824 3.824
-
-
-
Optimaliseringsrichting fysiek beheer Taakstelling Thema B Taakstelling deelproject 1 (2026) Taakstelling deelproject 1 (2027) Taakstelling deelproject 2 Taakstelling deelproject 3 Taakstelling deelproject 4 Taakstelling deelproject 5 Materieel Gebiedsbeheer Personeel Materieel Maatschappelijke betrokkenheid Personeel Materieel Plannen maken
1.512.125 2.496.227 29.808
1.245.038 2.329.888 51.500
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000) 1.263.422 2.387.792 53.300
-
29.808 1.091 400 1.491
51.500 10.000 10.000
53.300 10.300 10.300
-
-
90.085 159.438 249.523 194.300 53.042 247.341 7.916 7.916
34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500
36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300
-
-
504.780
367.050
397.250
(1.653.711) (353.988) (105.479) (854.372) (2.967.551)
(1.766.163) (318.988) (124.174) (550.000) (2.759.325)
(1.710.103) (970.115) (126.176) (550.000) (3.356.393)
Overhead Personeel Materieel Bestuurlijke diensten Personeel Materieel Financiële diensten Personeel Materieel
Deelnemersbijdrage Bijdrage Provincie Zuid-Holland Beheerkostenregeling Rente Bijdrage gemeente Rotterdam Algemene middelen Onvoorzien
Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten
3.849.600 177.624
3.597.164 -
3.987.604
1.653.711 353.988 113.397 854.372 2.975.469 -
3.784.846
-
73.317
1.766.163 318.988 130.000 550.000 2.765.151 -
3.598.051 -
1.710.103 970.115 130.000 550.000 3.360.217 -
4.495.355 -
-
-
-
64.754
(887)
(507.752)
104.307
-
-
Saldo van baten en lasten
4.027.224
3.597.164
3.987.604
3.858.163
3.598.051
4.495.355
169.062
(887)
(507.752)
Totaal mutatie reserves
591.359
27.700
534.696
834.370
26.813
26.944
(243.011)
887
507.752
Gerealiseerd resultaat
4.618.583
3.624.864
4.522.300
4.692.533
3.624.864
4.522.299
(73.949)
-
28
0
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
10. Paragrafen Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het recreatieschap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd of ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de weerstandsratio berekend om te bepalen of het recreatieschap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. 11. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
12. Risicoanalyse
Risico
Aard van het risico
Financiële impact risico
Impact (uitgaande van vier jaar)
Kans van optreden H/M/L *)
29
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Niet kwantificeerbare risico’s
Structureel
€ 18.900
€ 75.600
*) De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 75%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 25% van het bedrag van de financiële omvang te nemen. Niet kwantificeerbare risico’s Hier wordt uitgegaan van 2% van de structurele inkomsten. Voor dit beleid volgt het schap het rijksbeleid voor gemeenten. Het rijk stelt voor gemeenten, die vallen onder het artikel 12-regime, de minimale buffer van de algemene reserve op 2% van de som van de structurele inkomsten. Dit bedrag is daarmee het minimaal gewenste/benodigde weerstandsvermogen voor niet gekwantificeerde risico's. Voor de structurele inkomsten wordt uitgegaan van de huren & pachten en de verwachte rentebaten. Deze zijn in de begroting 2027 gesteld op 845K. Het risico is dan 16.900 x 4 = 67.600 euro. De onderstaande risico's zijn gebaseerd op de huidige onzekerheden in financiering en kosteninzicht en vragen om expliciete bestuurlijke afweging. Gemeentelijke financiële druk De begroting bij gemeenten staan erg onder druk. Het risico is dat gemeenten hiervoor mogelijk minder (kunnen) bijdragen of afhaken. Dit heeft directe impact op inkomsten. Inzichtelijkheid en toerekening van kosten Het bestuur constateert dat er sprake is van aanvullende bestuurlijke risico's met name ten aanzien van de inzichtelijkheid en toerekening van kosten, waaronder overhead en overslag.
Zolang deze kosten niet volledig herleidbaar en navolgbaar zijn, bestaat het risico dat: -
Kosten niet gebaseerd zijn op werkelijke inzet en volledig stuurbaar zijn, maar op een vast opslagmodel. Er onduidelijkheid kan bestaan over toerekening van kosten, waaronder de relatie tussen generieke organisatiekosten en schapsgebonden activiteiten. Het bestuur zijn kaderstellende en controlerende rol niet optimaal kan uitoefenen. Kosten niet volledig schapsgebonden zijn, bij onvoldoende inzicht in toerekening en uitvoering. 30
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
-
Het bestuur onvoldoende kan sturen op doelmatigheid en het realiseren van besparingen.
Deze risico's kunnen leiden tot onvoldoende bestuurlijke uitlegbaarheid en rechtmatigheid van kosten. Deze zijn inherent aan de huidige overgangsfase en vragen om nadere uitwerking en expliciete betrokkenheid bij de bestuurlijke afweging en besluitvorming van het DB en AB en raden bij de definitieve programmabegroting 2027. Om dit tijdig in beeld krijgen dient er uiterlijk 13 april 2026 een volledig beeld van de opbouw van kosten voor het bestuur inzichtelijk te zijn. Subsidie en financiële onzekerheid De begroting gaat uit van een provinciale subsidie voor beheer van recreatiegebieden (regeling 2026 – 2029), waarbij sprake is van een maximale bijdrage van 40% van de subsidiabele kosten. Dit vraagt minimaal om 60% cofinanciering vanuit het schap. Op het moment van vaststelling van de programmabegroting is hiervoor nog geen definitieve beschikking voor het schap afgegeven. Gezien de omvang van deze bijdrage en het feit dat deze een substantieel onderdeel vormt van de dekking van de begroting, brengt dit een reëel financieel risico met zich mee. Indien de subsidie lager uitvalt of (deels) niet wordt toegekend, heeft dit direct effect op de financiële positie van het schap en kan dit leiden tot aanvullende maatregelen of een hogere bijdrage van deelnemers.
Daarnaast geldt dat de subsidieregeling voorwaarden stelt aan subsidialiteit waaronder eisen ten aanzien van eigendom en gebruik. Daarbij is sprake van eventuele niet-financierbare gebieden. Het risico als niet alle projecten/gebieden worden gedekt er gaten in de uitvoering of druk op de begroting kan ontstaan. Hierdoor bestaat onzekerheid over de mate waarin kosten voor bepaalde gebieden daadwerkelijk voor subsidie in aanmerking komen. Het bestuur acht het daarom van belang dat: • •
de risico's expliciet worden betrokken bij de bestuurlijke afweging; bij de definitieve beschikking zo nodig herijking van de begroting plaatsvindt.
Samenwerking en overgangsfase SOK De huidige overeenkomst met Staatsbosbeheer loopt per 1 juli 2026 af. Partijen bevinden zich in een overgangsfase waarin nieuwe afspraken worden voorbereid over dienstverlening, kostentoerekening en sturing. Deze afspraken kunnen substantiële gevolgen hebben voor de opbouw en omvang van deze begroting. Omdat deze nog niet zijn uitgewerkt, bestaat het risico dat de huidige begroting op onderdelen niet aansluit bij de toekomstige inrichting van de samenwerking en dat aanpassingen in een later stadium noodzakelijk zijn.
31
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Taakstelling 75% In de programmabegroting 2027 is uitgegaan van de in de najaarsrapportage 2025 vastgestelde structurele taakstelling, waarbij 75% van het positieve saldo structureel wordt betrokken. De structurele taakstelling is bestuurlijk vastgesteld en wordt gemonitord, maar is nog niet financieel verwerkt in de tabellen van deze begroting. Hoewel met deze ambitie invulling wordt gegeven aan de wens van de raden om te sturen op kostenbeheersing, is nog niet volledig inzichtelijk op welke wijze deze taakstelling structureel wordt gerealiseerd. Dit brengt het risico met zich mee dat de beoogde besparing niet volledig wordt gehaald of dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de begroting structureel in balans te houden. Programma toekomstbestendig NRIJ De opgave van het programma toekomstbestendig NRIJ vanuit financieel perspectief is het behalen van de taakstelling van € 454.288, zoals opgenomen in de programmabegroting van 2025, 2026 en 2027. Tot op heden heeft het programma geleid tot een structurele besparing van €128.897 (ten opzichte van de begroting van 2025). Deze besparingen zijn al verwerkt in de begroting van 2027, hoofdzakelijk in verminderde beheerkosten bijdragen aan veerdiensten. Het resterende bedrag van de taakstelling, € 357.714, is nog niet gerealiseerd op het moment van opstellen van de programmabegroting 2027. Dit risico moet worden onderkend.
In 2026 wordt gewerkt aan het realiseren van structurele besparingen, maar de maatregelen kennen expliciete afhankelijkheden van derden en onzekerheden in de haalbaarheid, zoals vertraging, maatregelen die minder opleveren of als de uitvoering mogelijk niet lukt. De totale set aan resterende maatregelen binnen het programma toekomstbestendig NRIJ kent een maximale potentiële structurele besparing van €984.476. Dit schetst een te optimistisch beeld. Daarom is per deelproject een globaal risico ingeschat (hoog, midden, laag) en gekwantificeerd (75%, 50%, 25%) dat corrigeert voor de afhankelijkheden en haalbaarheid van de maatregelen. Dit resulteert in een realistische inschatting van de uit te voeren maatregelen ter hoogte van €417.238. Het voor risico gecorrigeerde resultaat van de maatregelen (€417.238) ligt hoger dan de nog te behalen taakstelling van € 357,714. Ondanks dat de maatregelen in 2026 nog moeten worden uitgevoerd lijkt het daarom realistisch om aan te nemen dat de taakstelling in 2027 wordt gerealiseerd en daarmee op €0 kan worden ingeschat.
32
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
13. Kanttekeningen In de begroting zijn nu alle uit te voeren maatregelen, gecorrigeerd met een risicofactor, opgenomen ter hoogte van €417.238. Omdat de resterende taakstelling maar €357.714 is, is er €59.524 te veel resultaat opgenomen in de begroting, wat kan leiden tot een begrotingswijziging met een tegenvaller van €59.524 terwijl de taakstelling wel volledig volgens de opgave is gerealiseerd. Daarnaast is de originele taakstelling van €454.288 opgenomen, in plaats van de huidige taakstelling van €325.391. Het verschil tussen deze twee bedragen (€128.897) kan leiden tot een begrotingswijziging met een meevallend resultaat van €128.897. 14. Beheersing en monitoring In de uitvoering van de maatregelen en projecten wordt geprioriteerd op kansrijkheid en korte termijn resultaten. Het programma wordt actief gemonitord waarbij minimaal elk kwartaal een expliciet bijsturingsmoment van het Dagelijks Bestuur plaatsvindt. Indien het resultaat toch tegenvalt en in 2026 niet de volledige taakstelling wordt gehaald kunnen diverse incidentele maatregelen worden genomen om in deze overgangsperiode het resterende bedrag te dekken. Een voorbeeld is de reserve besparingen (ter hoogte van €1.414.830) in te zetten als incidenteel middel en laatste redmiddel. 33
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
15. Ratio Weerstandsvermogen Zoals hiervoor aangegeven wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Het totaal van de risico-inventarisatie komt uit op € 67.600 De stand van de Algemene Reserve is per eind 2027 ca. € 610.100. De ratio komt uit op > 1 en is daarmee uitstekend. Hoewel de berekende ratio van het weerstandsvermogen op basis van de huidige risico/inschatting als uitstekend is beoordeeld, is deze uitkomst sterk afhankelijk van de gehanteerde (beperkte) risico-inventarisatie. Gezien de aanwezige overige onzekerheden in financiering, taakstelling en kosteninzicht kan het werkelijke risicoprofiel hoger liggen. De huidige methodiek (2% van inkomsten) doet mogelijk onvoldoende recht aan feitelijke risico's binnen het programma en de organisatie. Dit vraagt om een expliciete bestuurlijke afweging. Kengetallen BBV In het BBV (=financiële regelgeving voor gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen) staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. De kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Begroting 2031
-121% n.b. 64%
-117% n.b. 67%
-94% n.b. 76%
-104% n.b. 72%
-113% n.b. 69%
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie.
34
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
De Provincie Zuid-Holland gebruikt de volgende signaleringswaarden: Kengetal netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
gezond <90% <90% >50% >0%
neutraal risicovol 90-130% >130% 90-130% >130% 20-50% <20% 0% <0%
De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele lasten.
35
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
16. Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande uitgaven voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande uitgaven van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de Voorziening verantwoord. Jaarlijks worden de geplande uitgaven, de dotatie en de werkelijke kosten gemonitord.
Elke vier jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is Programma groot onderhoud In onderstaande tabel is het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud te zien voor de komende jaren. Stand voorziening Groot onderhoud per 01-01 Dotatie Prognoses 2027 M ev. Prognoses 2027 P ev.
2027 2.663.091 718.700
2028 2.414.673 718.700
2029 2.238.441 718.700
2030 1.367.133 718.700
2031 1.695.806 718.700
743.936 223.181
688.409 206.523
1.223.082 366.925
300.020 90.006
322.288 96.686
2.414.673
2.238.441
1.367.133
1.695.806
1.995.531
P uitgaven over overloop Stand voorziening groot onderhoud per 31-12
In 2027 is groot onderhoud en vervangingsonderhoud voorzien aan o.a.: -
bos en beplantingen: het uitvoeren van onderhoud aan beplantingen in het gehele gebied; 36
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
-
verhardingen: het uitvoeren van groot onderhoud en vervangingsonderhoud aan diverse parkeerterreinen en fiets- en voetpaden in de recreatiegebieden Donckse Velden, Oosterpark, Sandelingen Ambacht en Veerplaat/Hooge Nesse (zowel asfalt- als halfverhardingen).
Onderstaand een volledig overzicht van de in 2027 geplande werkzaamheden (excl. P): Cat egorie TBM-overig Niet normat ieve asset s (lampjes) Bos Solit airen en knot bomen Asfalt Bagger Element enverharding Halfverharding Harde oevers Bruggen Tot aal GO
2027 2.866 11.482 11.040 39.133 334.656 17.282 18.870 288.537 997 19.073 743.936
Er zijn in 2027 geen vervangingsinvesteringen gepland. 17. Financiering
Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden / schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Er is voldaan aan de kasgeldlimiet, aangezien er per saldo geen sprake is van een kortlopende schuld. 37
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. In 2025 zijn geen vaste geldleningen aangegaan. Er zijn op balansdatum 2027 één uitstaande geldlening zonder renteherziening gedurende de looptijd. Er is geen sprake van herfinanciering. Derhalve is er geen renterisico. Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. De drempel van € 1.000.000 is in 2025 niet overschreden. Zie verder het overzicht in de toelichting op de balans, onderdeel Schatkistbankieren. EMU saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid.
Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor de EMU-enquête worden de gemeenten, de provincies en de waterschappen integraal waargenomen. Bij de gemeenschappelijke regelingen wordt een deelwaarneming gedaan. Een gemeenschappelijke regeling valt binnen de deelwaarneming indien het totaal aan baten of lasten op de exploitatierekening groter is dan 20 miljoen euro. Omdat het begrotingstotaal van het Recreatieschap onder deze grens van €20 miljoen ligt is toelichting van het EMU saldo niet verplicht en derhalve niet opgenomen. Renteschema
38
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Rent eschema: a. De ext erne rent elast en over de kort e en lange financiering b. De ext erne rent ebat en (idem) Saldo rent elast en en rent ebat en c1. De rent e die aan de grondexploit at ie moet w orden doorberekend c2. De rent e van project financiering die aan het bet reffende t aakveld moet w orden t oegerekend c3. De rent ebaat van doorverst rekt e leningen indien daar een specifieke lening voor is aanget rokken (= project financiering), die aan het bet reffende t aakveld moet w orden t oegerekend Aan t aakvelden t oe t e rekenen ext erne rent e €
-/-
-/-
-
-/-
-
-/-
-
3.824 130.000 -126.176
-
d1. Rent e over eigen vermogen d2. Rent e over voorzieningen Tot aal aan t aakvelden t oe t e rekenen rent e
+/+ +/+
e. De aan t aakvelden t oegerekende rent e (rent eomslag)
-/-
-126.176 -126.176
f. Rent eresult aat op het t aakveld Treasury
18. Grondbeleid Algemeen Het Algemeen Bestuur van het recreatieschap heeft in maart 2026 de Nota grondbeleid vastgesteld. Hierin staan de volgende uitgangspunten centraal: -
Grond is een middel en geen doel. Bij en met de inzet van grond en vastgoed wordt financiële optimalisatie nagestreefd. Met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht. Hoewel het schap zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen – actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie. 39
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
-
Het schap werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen. Het schap neemt in beginsel niet risicodragend deel in gebieds- en vastgoed)ontwikkelingen. Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform.
Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten. Grondpositie Grondpositie per 31 december 2025: Oppervlakte:
31-12-2024
31-12-2025*
Toelichting mutatie:
563 ha
563 ha
Geen wijzigingen
Totaal *Afgerond op hele getallen
Deze tabel betreft de grondpositie, hierin zijn niet meegenomen de gronden die het schap op basis van persoonlijke overeenkomsten (o.a. huur) in gebruik en onderhoud heeft. Peildatum voor deze tabel is de kadastrale registratie per 31 december 2025. 19. Bedrijfsvoering
Bij de gehanteerde kostenopbouw wordt gebruik gemaakt van het Terrein Beheer Model (TBM) waarin een personele inzet van 30% als tijdelijk rekenuitgangspunt is opgenomen. Het algemeen Bestuur heeft vastgesteld dat deze uitgangspunten in 2026 nader worden gevalideerd, mede in samenhang met de herziening van de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer per 1 juli 2026. De toepassing van deze systematiek in de programmabegroting 2027 moet daarom worden gezien als een voorlopige invulling binnen een overgangsfase. Verdere uitwerking en eventuele aanpassing van de systematiek, inclusief de financiële gevolgen daarvan vindt plaats op basis van nadere bestuurlijke afweging en besluitvorming. Indien nadere onderbouwing of bestuurlijke afweging daartoe aanleiding geeft, kan dit 40
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
leiden tot aanpassing van de systematiek en de daarmee samenhangende kostenniveaus. Dit uitgangspunt is bestuurlijk niet als definitieve systematiek vastgesteld en wordt bepaald op basis van nadere bestuurlijke afweging en besluitvorming. De kernvraag is niet technisch van aard, maar bestuurlijk. Kan het bestuur vaststellen dat uitsluitend schapsgebonden, eenduidige en uitlegbare kosten in rekening worden gebracht? Omdat deze kosten direct doorwerken in de programmabegroting 2027 is inzicht in de opbouw en toerekening daarvan noodzakelijk voor vaststelling. De inzet van middelen en daarmee samenhangende kosten vinden reeds plaats en werken direct door in de begroting 2027. Hoewel de uitwerking van de systematiek plaatsvindt in het kader van de SOK, laat dit onverlet dat reeds opgenomen kosten in de begroting op dit moment uitlegbaar en toetsbaar moeten zijn. Zolang kosten niet herleidbaar en uitlegbaar zijn, ontstaat onvoldoende inzicht voor het bestuur om kaderstellende en controlerende rol en daarmee zorgvuldige besluitvorming in de weg staat. De voorliggende programmabegroting vraagt nadere duiding op onderdelen, zodat het bestuur in staat is een goed onderbouwde en uitlegbare afweging te maken.
41
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Productomschrijving
Beheerinformatie Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer uitvoeren Terreinbeheer RO 30% Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen
Gebiedsbeheer
Maatschappelijke Plannen maken betrokkenheid
Overhead
63.000 75.000 42.200 469.770 71.600 147.800 233.400 21.600
Vrijwilligers en actief burgerschap
Totaal
63.000 75.000 42.200 469.770 71.600 147.800 233.400 21.600 53.300
Plan- en projectvoorbereiding Beheerkostenberekening & analyses
53.300 10.300 -
10.300 -
Accountmanagement
36.100
36.100
Financieel beleid Planning en control Projectcontrol rechtmatigheidscontrole
16.300 151.000 16.300 20.000
16.300 151.000 16.300 20.000
Aansprakelijkheid Juridische ondersteuning Procederen WOB-procedures
3.500 14.400 1.700 1.700
3.500 14.400 1.700 1.700
261.000
1.448.970
Subtotaal Dienstverlening in uitgaven voorziening Groot Onderhoud
1.124.370
53.300
10.300
274.200
274.200
Totaal
1.723.170
20. Deelnemersbijdrage
42
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Verdeling deelnemersbijdrage Gemeente Albrandswaard Gemeente Barendrecht Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Gemeente Ridderkerk Gemeente Zwijndrecht
Aandeel in nadelig exploitatiesaldo
Percentage
Inwoneraantallen per 2025 (bron: CBS)
227.467 413.506 279.864 408.814 380.452 1.710.103
13% 24% 16% 24% 22% 100%
26.707 48.550 32.859 47.999 44.669 200.784
43
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Financiële begroting
44
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
Lasten Deelproduct/product
Rekening 2025 Personeel
Baten
Begroting 2026 Begroting 2027
Rekening 2025
Saldo
Begroting 2026 Begroting 2027
Rekening 2025
Begroting 2026 Begroting 2027
984.103
1.084.850
1.124.370
-
-
-
984.103
1.084.850
1.124.370
-
(454.288) -
(15.000) (100.000)
-
-
15.738 76.500 80.000 130.000 -
-
(454.288) -
2.321.501 3.305.604 29.808
2.532.226 3.162.788 51.500
2.513.560 3.522.930 53.300
809.377 809.377 -
832.900 832.900 -
832.900 1.135.138 -
29.808 1.091 400 1.491
51.500 10.000
53.300 10.300
-
-
-
10.000
10.300
-
-
Juridische diensten
90.085 159.438 249.523 194.300 53.042 247.342 7.916 7.916
34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500
36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300
-
Totaal overhead
504.779
367.050
397.250
-
7.918 7.918
5.826 5.826
3.824 3.824
-
-
-
Optimaliseringsrichting fysiek beheer Taakstelling Thema B Taakstelling deelproject 1 (2026) Taakstelling deelproject 1 (2027) Taakstelling deelproject 2 Taakstelling deelproject 3 Taakstelling deelproject 4 Taakstelling deelproject 5 Materieel Gebiedsbeheer Personeel Materieel Maatschappelijke betrokkenheid Personeel Materieel Plannen maken
1.512.125 2.496.227 29.808
1.245.038 2.329.888 51.500
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000) 1.263.422 2.387.792 53.300
-
29.808 1.091 400 1.491
51.500 10.000 10.000
53.300 10.300 10.300
-
-
90.085 159.438 249.523 194.300 53.042 247.341 7.916 7.916
34.900 99.400 134.300 188.600 23.650 212.250 20.500 20.500
36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300
-
-
504.780
367.050
397.250
(1.653.711) (353.988) (105.479) (854.372) (2.967.551)
(1.766.163) (318.988) (124.174) (550.000) (2.759.325)
(1.710.103) (970.115) (126.176) (550.000) (3.356.393)
Overhead Personeel Materieel Bestuurlijke diensten Personeel Materieel Financiële diensten Personeel Materieel
Deelnemersbijdrage Bijdrage Provincie Zuid-Holland Beheerkostenregeling Rente Bijdrage gemeente Rotterdam Algemene middelen Onvoorzien
Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten
3.849.600 177.624
3.597.164 -
3.987.604 -
1.653.711
1.766.163 318.988 130.000 550.000 2.765.151
353.988 113.397 854.372 2.975.469 -
-
3.784.846
3.598.051
73.317
-
1.710.103 970.115 130.000 550.000 3.360.217 -
4.495.355 -
-
-
-
64.754
(887)
(507.752)
104.307
-
-
Saldo van baten en lasten
4.027.224
3.597.164
3.987.604
3.858.163
3.598.051
4.495.355
169.062
(887)
(507.752)
Totaal mutatie reserves
591.359
27.700
534.696
834.370
26.813
26.944
(243.011)
887
507.752
Gerealiseerd resultaat
4.618.583
3.624.864
4.522.300
4.692.533
3.624.864
4.522.299
(73.949)
-
45
0
Programmabegroting 2027 | Programmaplan
21. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Het overzicht van lasten en baten is als volgt opgebouwd: Reguliere lasten en baten gewone bedrijfsvoering Dit onderdeel betreft de exploitatielasten en –baten van de structurele activiteiten. Dit zijn de jaarlijks min of meer in dezelfde vorm terugkerende activiteiten. Op basis van deze informatie kunnen meerjarige trends en ontwikkelingen worden geschetst. Kredieten De kredieten hebben betrekking op uitgaven gerelateerd aan activiteiten die zorgen voor veranderingen in de natuur- en recreatiegebieden, zoals investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Deze uitgaven worden gedekt vanuit bijdragen derden (subsidies, bijdragen) en/of onttrekkingen aan de algemene of bestemmingsreserves. Toevoegingen en onttrekkingen (mutaties) aan reserves Dit onderdeel omvat alle mutaties (stortingen en onttrekkingen) in de reserves. Structureel evenwicht In verband met de aanscherping van het financieel toezicht is in de begroting en de meerjarenraming het structureel en reëel evenwicht geïntroduceerd. Het BBV is aangepast, zodat Algemeen Bestuur en financieel toezichthouder kunnen vaststellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting en de meerjarenraming.
Algemeen uitgangspunt is dat structurele lasten en baten die lasten en baten zijn die betrekking hebben op posten of beleid met een looptijd van meer dan drie jaar. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves worden als incidenteel beschouwd, tenzij het gaat om reguliere onttrekkingen aan financieringsreserves c.q. dekkingsreserves (kapitaallasten) of om onttrekkingen uit een daartoe toereikende (bestemmings)reserve gedurende een periode van minimaal 3 jaar met als doel het dekken van structurele lasten. Het structureel en reëel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). Het overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen is opgenomen in de toelichting op de meerjarenraming. Uiteenzetting van de financiële positie (geprognosticeerde balans) De financiële positie in meerjarenperspectief blijkt uit de geprognosticeerde balanscijfers voor de jaren 2027 tot en met 2031.
46
Programmabegroting 2027 | Programmaplan Bedragen Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Begroting 2031
ACTIVA Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa
2.513.807 4.402.120
2.474.350 4.216.670
2.435.097 3.381.319
2.400.328 3.741.465
2.365.559 4.072.664
Totaal activa
6.915.927
6.691.020
5.816.416
6.141.793
6.438.223
PASSIVA Reserves (Geraamd) resultaat Voorzieningen Langlopende schulden Vlottende passiva
4.455.876 2.414.673 45.378 -
4.452.579 2.238.441 -
4.449.283 1.367.133 -
4.445.986 1.695.807 -
4.442.690 1.995.533 -
Totaal passiva
6.915.927
6.691.020
5.816.416
6.141.793
6.438.223
Totaaloverzicht
Toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie De uitgangspunten, die bij het samenstellen van deze begroting zijn gehanteerd, zijn vermeld in hoofdstuk 2 van deze begroting. Materiële vaste activa De afname in de materiële vaste activa betreft de jaarlijkse afschrijvingen. Financiële vaste activa Niet van toepassing. Vlottende activa De vlottende activa is bepaald door het verschil te nemen tussen het “totaal passiva per jaar” minus het totaal van de materiële vaste activa. Reserves en meerjarenperspectief Stand per 01-01-2027
Bestemming Resultaat 2026
Toevoegingen in 2027
Onttrekkingen in 2027
Stand per 31-12-2027
Stand per Stand per Stand per Stand per 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030 31-12-2031
Algemene Reserve
610.106
0
0
0
610.106
610.106
610.106
610.106
610.106
Totaal Algemene Reserve
610.106
0
0
0
610.106
610.106
610.106
610.106
610.106
1.170.830 339.333 3.051 287.400 428.599 1.414.830 205.025
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 27.700 0 0 0
0 0 0 15.000 15.997 0 0
27.700
30.997
1.170.830 339.333 3.051 300.100 412.602 1.414.830 205.025 13.845.770
1.170.830 1.170.830 339.333 339.333 3.051 3.051 312.800 325.500 396.605 380.608 1.414.830 1.414.830 205.025 205.025 13.842.473 3.839.177
1.170.830 339.333 3.051 338.200 364.611 1.414.830 205.025 3.835.880
1.170.830 339.333 3.051 350.900 348.614 1.414.830 205.025 1 3.832.584
27.700
30.997
4.455.876
4.452.579
4.445.986
4.442.690
Bestemmingsreserves Investeringsreserve Reserve herinrichting Zuidelijk Randpark Reserve vervangingsinvesteringen Reserve Pendrechtse Molen Afschrijvingsreserve Reserve besparingen Egalisatiereserve Groot Onderhoud Afrondingsverschil Totaal bestemmingsreserves
3.849.068
Totaal
4.459.174
0
4.449.283
ALGEMENE RESERVE De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. BESTEMMINGSRESERVES a) Investeringsreserve Het doel van de Investeringsreserve is het dekken van investeringskosten van de (land)inrichting van diverse nieuwe gebieden. 47
Programmabegroting 2027 | Programmaplan b) Bestemmingsreserve herinrichting Zuidelijk Randpark De Reserve Herinrichting Zuidelijk Randpark is bestemd voor het gelijknamige recreatiegebied op de grens van de gemeenten Barendrecht en Rotterdam. Het park ligt pal ten noorden van de A15/Betuwespoorlijn en bestaat uit verschillende deelgebieden. Met deze reserve worden de kosten gedekt die nodig zijn om het Zuidelijk Randpark opnieuw in te richten als recreatiegebied. c)
Reserve vervangingsinvesteringen.
Deze reserve is ingevoerd in 2015. In de meerjarenraming zijn voor 2026 geen onttrekkingen gepland. d)
Reserve Pendrechtse Molen
Deze reserve is gevormd bij de jaarrekening 2015 ter vervanging van de voorziening Pendrechtse Molen. De voorziening voldeed niet aan de financieel-technische eisen die hier wettelijk aan gesteld worden. e)
Reserve besparingen
De reserve besparingen heeft als doel het financieren van investeringen die leiden tot een afname in de onderhoudskosten. f)
Reserve afschrijvingen
Het doel van deze reserve is het dekken van de afschrijvingslasten van projecten die geactiveerd zijn conform nieuwe BBV regelgeving. Voorzieningen en meerjarenperspectief Stand per 01-01-2027 Onderhoudsegalisatievoorziening Afrondingsverschil Totaal
Toevoegingen Onttrekkingen in 2027 in 2027
2.663.091
718.700
967.117
2.663.091
718.700
967.117
Stand per 31-12-2027 2.414.674 12.414.673
Meerjarig perspectief verloop voorzieningen
Stand per Stand per Stand per Stand per 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2030 31-12-2031 Onderhoudsegalisatievoorziening Afrondingsverschil
2.238.442 12.238.441
1.367.134 11.367.133
1.695.808 11.695.807
1.995.534 11.995.533
Ontrekkingen Stortingen
(894.932) (1.590.007) 718.700 718.700 -176.232 -871.307
(390.026) 718.700 328.674
(418.974) 718.700 299.726
Voorziening groot onderhoud
48
Programmabegroting 2027 | Programmaplan Groot Onderhoud is noodzakelijk ten einde de duurzame instandhouding van de gebieden te garanderen. Regulier onderhoud kent een jaarlijkse cyclus. Groot Onderhoud heeft een cyclus groter dan één jaar. Voor het verrichten van groot onderhoud is een voorziening Groot Onderhoud beschikbaar. Het doel van deze voorziening is de lasten van groot onderhoud gelijkmatig over de jaren te verdelen. Langlopende schulden Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De stand van de langlopende schulden is bepaald door per lening rekening te houden met het betreffende verloopschema. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn in de meerjarenraming constant gehouden.
49
Programmabegroting 2027 | Programmaplan Meerjarenraming Lasten Deelproduct/product Personeel Optimaliseringsrichting fysiek beheer Taakstelling Thema B Taakstelling deelproject 1 (2026) Taakstelling deelproject 1 (2027) Taakstelling deelproject 2 Taakstelling deelproject 3 Taakstelling deelproject 4 Taakstelling deelproject 5
Baten
Saldo
2028
2029
2030
2031
2028
2029
2030
2031
1.124.370
1.124.370
1.124.370
1.124.370
2028 -
2029 -
2030 -
2031 -
1.124.370
1.124.370
1.124.370
1.124.370
15.738 76.500 80.000 130.000 -
15.738 76.500 80.000 130.000 -
15.738 76.500 80.000 130.000 -
15.738 76.500 80.000 130.000 -
832.900 1.135.138 1.710.103 970.115 130.000 550.000 3.360.217 4.495.355 -
832.900 1.135.138 1.710.103 970.115 130.000 550.000 3.360.217 4.495.355 -
832.900 1.135.138 1.710.103 970.115 130.000 550.000 3.360.217 4.495.355 -
832.900 1.135.138 1.710.103 970.115 130.000 550.000 3.360.217 4.495.355 -
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000) 1.262.400 2.386.770 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 (1.710.103) (970.115) (128.176) (550.000) (3.358.393) (510.774) -
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000) 1.262.196 2.386.566 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 (1.710.103) (970.115) (130.176) (550.000) (3.360.393) (512.978) -
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000) 1.257.712 2.382.082 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 (1.710.103) (970.115) (130.000) (550.000) (3.360.217) (517.286) -
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000) 1.257.712 2.382.082 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 (1.710.103) (970.115) (130.000) (550.000) (3.360.217) (517.286) -
(15.000) (100.000)
(15.000) (100.000)
(15.000) (100.000)
(15.000) (100.000)
2.512.334 3.521.704 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 (176) (176) 3.982.378 -
2.507.850 3.517.220 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 3.978.070 -
2.507.850 3.517.220 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 -
Totaal kredieten
2.512.538 3.521.908 53.300 53.300 10.300 10.300 36.100 102.800 138.900 203.600 33.450 237.050 21.300 21.300 397.250 1.824 1.824 3.984.582 -
Saldo van baten en lasten
3.984.582
3.982.378
3.978.070
3.978.070
Totaal mutatie reserves
537.718
539.922
544.230
544.230
4.495.355 26.944
4.495.355 26.944
4.495.355 26.944
4.495.355 26.944
(510.774) 510.774
(512.978) 512.978
(517.286) 517.286
(517.286) 517.286
4.522.300
4.522.300
4.522.300
4.522.300
4.522.299
4.522.299
4.522.299
4.522.299
0
0
0
0
Materieel Gebiedsbeheer Personeel Materieel Maatschappelijke betrokkenheid Personeel Materieel Plannen maken Overhead Personeel Materieel Bestuurlijke diensten Personeel Materieel Financiële diensten Personeel Materieel Juridische diensten Totaal overhead Deelnemersbijdrage Bijdrage Provincie Zuid-Holland Beheerkostenregeling Rente Bijdrage gemeente Rotterdam Algemene middelen Onvoorzien
Saldo gewone bedrijfsvoering
Saldo
3.978.070 -
50
Programmabegroting 2027 | Programmaplan Grondslagen voor de meerjarenbegroting De grondslagen voor de ramingen in de meerjarenbegroting zijn vermeld in hoofdstuk 2 “Uitgangspunten”. Structureel evenwicht Voor een toelichting op het begrip “structureel evenwicht” wordt verwezen naar de toelichting bij het overzicht van baten en lasten (zie het begin van dit hoofdstuk). De berekening van het structurele begrotingssaldo voor de jaren 2027 tot en met 2031 blijkt uit het volgende overzicht. Bedragen Structureel resultaat Lasten Baten Totaal saldo baten en lasten
2027 3.987.604 (4.495.355) (507.752)
2028 3.984.582 (4.495.355) (510.774)
2029 3.982.378 (4.495.355) (512.978)
2030 3.978.070 (4.495.355) (517.286)
2031 3.978.070 (4.495.355) (517.286)
Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Totaal saldo mutaties reserves
534.696 (26.944) 507.752
537.718 (26.944) 510.774
539.922 (26.944) 512.978
544.230 (26.944) 517.286
544.230 (26.944) 517.286
0
0
0
0
0
Af: incidentele baten en lasten (incl. reserves) Incidentele lasten Incidentele baten Totaal saldo incidentele baten en lasten
534.696 (15.000) 519.696
537.718 (15.000) 522.718
539.922 (15.000) 524.922
544.230 (15.000) 529.230
544.230 (15.000) 529.230
Structureel rekening resultaat
(519.696)
(522.718)
(524.922)
(529.230)
(529.230)
2027 534.696 (26.944) 507.752
2028 537.718 (26.944) 510.774
2029 539.922 (26.944) 512.978
2030 544.230 (26.944) 517.286
2031 544.230 (26.944) 517.286
534.696 (15.000) 519.696
537.718 (15.000) 522.718
539.922 (15.000) 524.922
544.230 (15.000) 529.230
544.230 (15.000) 529.230
(11.944) (11.944)
(11.944) (11.944)
(11.944) (11.944)
(11.944) (11.944)
(11.944) (11.944)
Rekening resultaat
Reserve mutaties Stortingen Onttrekkingen
Incidentele reserves Stortingen Onttrekkingen
Structurele reserves Stortingen Onttrekkingen
51
Programmabegroting 2027 | Programmaplan De incidentele lasten bestaan uit: Storting aan de reserve Pendrechtse Molen
2027 27.700
2028 27.700
2029 27.700
2030 27.700
2031 27.700
Totaal
27.700
27.700
27.700
27.700
27.700
De incidentele baten bestaan uit Onttrekking aan de reserve Pendrechtse Molen
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
Totaal
15.000
15.000
15.000
15.000
15.000
52
Programmabegroting 2027 | Bijlage 22. Bijlagen Bijlage “Bedragen per taakveld” Lasten
2027 Baten
Saldo
- Overhead - Treasury - Overige baten en lasten - Mutaties in reserves - Openbaar groen en (openlucht) recreatie
397.250 3.824 534.696 3.586.530
130.000 1.710.103 26.944 2.655.253
397.250 126.1761.710.103507.752 931.277
- Resultaat van de rekening baten en lasten
-
-
-
4.522.300
4.522.299
0
Verdeling taakvelden
Totaaltelling lasten en baten
53
Programmabegroting 2027 | Bijlage Bijlage “Conversiestaat” Deelproduct/product Beheerinformatie Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer uitvoeren Terreinbeheer RO 30% Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Personeel
Baten Lasten Saldo Begroting 2027 Begroting 2027 Begroting 2027 63.000 63.000 75.000 75.000 42.200 42.200 469.770 469.770 71.600 71.600 147.800 147.800 233.400 233.400 21.600 21.600 1.124.370 1.124.370
Regulier onderhoud Dotatie voorziening groot onderhoud
1.565.900 718.700
Optimaliseringsrichting fysiek beheer Taakstelling Thema B Taakstelling deelproject 1 (2026) Taakstelling deelproject 1 (2027) Taakstelling deelproject 2 Taakstelling deelproject 3 Taakstelling deelproject 4 Taakstelling deelproject 5
(15.000) (100.000)
15.738 76.500 80.000 130.000 -
(15.738) (76.500) (80.000) (15.000) (130.000) (100.000)
Afschrijvingen Energie- en waterverbruik Subsidies natuurbeheer
40.479 30.000 -
110.900
40.479 30.000 (110.900)
Belastingen Verzekeringen Huren en pachten Vergunningen, Ontheffingen en Toestemmingen Veerdiensten Publiciteit & voorlichting
55.000 18.250 60.000
Materieel
18.931 6.300
1.565.900 718.700
715.000 7.000 -
Vrijwilligers en actief burgerschap
2.398.560 3.522.930 53.300
Personeel
53.300
-
53.300
-
Plan- en projectvoorbereiding
53.300 10.300
53.300 10.300
Personeel
10.300
-
10.300
10.300
-
10.300
Gebiedsbeheer
Maatschappelijke betrokkenheid
Plannen maken
1.135.138 1.135.138
55.000 18.250 (655.000) (7.000) 18.931 6.300 1.263.422 2.387.792 53.300
Overhead Accountmanagement Bestuurssecretaris Personeel
36.100
Bestuurssecretaris/Secretariaat Bestuurskosten
102.300 500
Materieel Financieel beleid Planning en control Projectcontrol Rechtmatigheidscontrole Personeel
102.800 138.900 16.300 151.000 16.300 20.000 203.600
Accountantskosten Bank- en treasurykosten Fiscaal advies
30.000 550 2.900
Materieel
33.450 237.050 3.500 14.400 1.700 1.700 21.300
-
Juridische diensten
21.300
-
21.300
Totaal overhead
397.250
-
397.250
Bestuurlijke diensten
Financiële diensten Aansprakelijkheid Juridische ondersteuning Procederen WOB-procedures Personeel
Rente Deelnemersbijdrage Beheerkostenregeling Bijdrage gemeente Rotterdam Algemene middelen Onvoorzien
36.100
36.100
3.824 3.824
3.987.604
Totaal kredieten
-
-
102.800 138.900 16.300 151.000 16.300 20.000 203.600 30.000 550 2.900
-
130.000 1.710.103 970.115 550.000 3.360.217 -
4.495.355
-
Saldo van baten en lasten
36.100 102.300 500
-
-
Saldo gewone bedrijfsvoering
-
-
33.450 237.050 3.500 14.400 1.700 1.700 21.300
(126.176) (1.710.103) (970.115) (550.000) (3.356.393) -
(507.752) (507.752) -
3.987.604
4.495.355
27.700 506.996
15.000 11.944 -
12.700 (11.944) 506.996
534.696
26.944
507.752
4.522.300
4.522.299
0
Mutatie reserves Reserve Pendrechtse molen Reserve afschrijvingen Algemene Reserve Totaal mutatie reserves
Saldo
54