CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

020202 NRIJ ontwerpprogrammabegroting 2027

gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze conceptjaarstukken 2025 en ontwerpbegroting 2027 NRIJ17.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PROGRAMMABEGROTING 2027 Natuur- en recreatieschap IJsselmonde

Ontwerpbegroting 2027

Programmabegroting 2027

Inhoud 1. BESTUURLIJKE SAMENVATTING 2. UITGANGSPUNTEN 3. PROGRAMMA INSTANDHOUDING EN ONTWIKKELING GEBIEDEN 4. OVERHEAD 5. BESTUURSPRODUCTEN 6. FINANCIËLE DIENSTEN 7. JURIDISCHE DIENSTEN 8. MUTATIES RESERVES 9. WAT GAAT HET KOSTEN 10. PARAGRAFEN 12. RISICOANALYSE 13. KANTTEKENINGEN 14. BEHEERSING EN MONITORING 15. RATIO WEERSTANDSVERMOGEN 16. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN 18. GRONDBELEID 19. BEDRIJFSVOERING 20. DEELNEMERSBIJDRAGE 21. TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 22. BIJLAGEN

1

2 10 12 20 21 23 25 27 28 29 29 33 33 34 36 39 40 42 46 53

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten

1. Bestuurlijke samenvatting Voor u ligt de programmabegroting 2027 van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. Deze begroting geeft inzicht in de activiteiten, de inzet en de financiële middelen voor het beheer en onderhoud van recreatiegebieden en vormt daarmee een belangrijke basis voor de gemeentelijke bijdrage én voor de bestuurlijke beoordeling van de inzet, prestaties en kosten. Karakter van de begroting Bij de opstelling van de Programmabegroting 2027 staat het borgen van financiële stabiliteit voor het schap en de deelnemende gemeenten centraal. In lijn met de signalen vanuit gemeenten wordt bij alle begrotingskeuzes, inclusief de toepassing van indexatie, expliciet bezien wat dit betekent voor de financiële positie en draagkracht van deelnemers. De programmabegroting 2027 moet, gelet op alle actuele ontwikkelingen worden gezien als een tussenstap: een begroting die het beheer in 2027 borgt en tegelijkertijd onderdeel is van een bredere gezamenlijke beweging naar een meer transparante, uitlegbare en toekomstbestendige inrichting van de samenwerking. Dit betekent dat de begroting nog niet op alle onderdelen volledig is uitgekristalliseerd en dat verdere uitwerking en besluitvorming noodzakelijk zijn.

Deze positionering maakt het mogelijk om het beheer te continueren, terwijl tegelijkertijd gewerkt wordt aan het versterken van bestuurlijke sturing en financiële transparantie. Dit stelt het bestuur en de raden in staat om hun kaderstellende en controlerende rol in te vullen en gericht bij te sturen waar nodig. Het overkoepelende vastgestelde uitgangspunt beoogt rust, voorspelbaarheid en bestuurlijke consistentie te waarborgen in een fase waarin wordt gewerkt aan zowel financiële stabiliteit als een herijking van de samenwerking met uitvoerende partners ten aanzien van de rollen, taken en positionering. Indexatie volgens regionale afspraken vormt een technisch uitgangspunt, maar wordt steeds geplaatst binnen een bredere bestuurlijke afweging, waarbij terughoudendheid wordt betracht zolang de financiële positie van het schap kwetsbaar is en de herziening van de Samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer nog loopt. In dat kader heeft de begroting 2027 een overwegend consoliderend karakter en is gericht op het voortzetten van het beheer en onderhoud van de recreatiegebieden, met aandacht voor kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid. Tegelijkertijd is er sprake van een overgangsfase. Deze begroting maakt expliciet wat reeds onderbouwd is en waar nadere uitwerking nodig is. Dit betekent dat op deze onderdelen nog bestuurlijke afwegingen nodig zijn.

En dat keuzes in een later stadium worden geconcretiseerd. Het bestuur houdt hiermee regie op zowel de inhoudelijke doorontwikkeling als het verdere besluitvormingsproces. Het gaat hierbij om: 2

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten -

De provinciale subsidieregeling recreatiegebieden 2026 - 2029 waarvoor nog geen beschikking voor het schap is afgegeven. De opbouw van kosten (waaronder overhead en opslagcomponenten) De relatie tussen prestaties en kosten De verdere ontwikkeling van de samenwerking bij de herziening van de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer per 1 juli 2026.

Deze onderdelen zijn bepalend voor de verdere ontwikkeling van de begroting en kunnen invloed hebben op de uiteindelijke kosten en bijdragen. Met deze aanpak wordt geborgd dat: -

De begroting tijdig kan worden vastgesteld. Het bestuur en de raden inzicht hebben in de belangrijkste aandachtspunten. Tegelijkertijd ruimte blijft om tot nadere onderbouwing en verbetering te komen.

Realistische begroting Hoewel de berekende ratio van het weerstandvermogen op basis van de huidige risico/inschatting als uitstekend is beoordeeld, is deze uitkomst sterk afhankelijk van de gehanteerde (beperkte) risico-inventarisatie. Het is van belang dat de begroting een realistisch beeld geeft van de benodigde middelen en expliciet maakt waar onzekerheden en risico's aanwezig zijn. Dit stelt het bestuur en de raden in staat om afgewogen keuzes te maken en zo nodig bij te sturen. Gezien de aanwezige overige onzekerheden in financiering, taakstelling, samenwerking en kosteninzicht kan het werkelijke risicoprofiel hoger liggen. De huidige methodiek (2% van inkomsten) doet mogelijk onvoldoende recht aan feitelijke risico's binnen het programma en de organisatie. Dit vraagt om een expliciete bestuurlijke afweging. Maatschappelijke waarde en toenemende druk De recreatiegebieden van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde hebben een grote maatschappelijke waarde in een sterk verstedelijkte regio. Zij dragen bij aan recreatie, natuur, gezondheid en leefbaarheid in het gebied ten zuiden van Rotterdam. Tegelijkertijd neemt de druk op deze gebieden toe. Het gebruik intensiveert en het aantal initiatieven groeit. Dit vraagt om zorgvuldig beheer en gerichte inzet van middelen.

Dit betekent dat keuze in beheer en inzet van middelen steeds belangrijker worden en expliciet moeten worden afgewogen. Grond met een recreatieve en groene functie is schaars, zeker in de Randstad. Keuzes die het schap maakt, hebben daardoor niet alleen effect op de eigen gebieden, maar ook op de bredere ruimtelijke ontwikkeling in de regio. Dit onderstreept het belang van een financieel solide basis en van heldere bestuurlijke keuzes. Alleen dan kan het schap zijn rol als betrouwbare partner en opdrachtgever waarmaken en kan richting raden transparant worden verantwoord hoe middelen worden ingezet.

3

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten Uitgangspunten voor deze begroting Het Algemeen Bestuur heeft vastgesteld dat financiële stabiliteit en terughoudendheid bij structurele verplichtingen leidend zijn. Dit betekent dat keuzes expliciet door het bestuur worden gemaakt en door de raden kunnen worden getoetst. Daaruit volgt het principe dat financiële verplichtingen gebaseerd zijn op bestuurlijk vastgestelde kaders, taken of kwaliteitsniveaus zoals gehanteerd in de begroting 2026. Voor het bestuur is het van belang dat de begroting zodanig inzicht biedt dat zij haar kaderstellende en controlerende rol richting de deelnemende gemeenten goed kan invullen. Financiële context en bestuurlijke rol Gemeenten worden de komende jaren geconfronteerd met toenemende druk op hun begrotingen. Dit onderstreept het belang van een NRIJ-begroting die niet alleen financieel stabiel is, maar ook transparant, navolgbaar en bestuurlijk uitlegbaar. Dit betekent dat gemeenten hun bijdrage moeten kunnen relateren aan de geleverde prestaties. Taakstelling en kostenbeheersing In lijn met de zienswijzen van de raden en de wens om richting en daadkracht te tonen in het begrotingsproces, wordt bij de opstelling van de Programmabegroting 2027 uitgegaan van een taakstellend kader waarbij 75% van het in de Najaarsrapportage 2025 geconstateerde positieve saldo van € 107.000 (zijnde € 80.250).

Dit wordt betrokken als structurele opgave binnen de bestaande taakstelling. Deze opgave beperkt zich niet uitsluitend tot de huidige scope van het programma toekomstbestendig NRIJ, maar vraagt tevens nadrukkelijk om optimalisatie en kostenbeheersing binnen reguliere processen en beheeractiviteiten. Dit betreft een richtinggevend uitgangspunt voor de uitwerking van de begroting. Het bestuurlijk vastgestelde programma Toekomstbestendig NRIJ vormt het bestuurlijk kader voor het realiseren van structurele kostenreductie op beheerlasten en een doelmatigere inzet van middelen waaronder de uitvoeringskosten bij Staatsbosbeheer. Overgangsfase en herziening samenwerking (SOK) Het beheer van de gebieden door Staatsbosbeheer wordt door het bestuur als kwalitatief goed ervaren. De inzet en betrokkenheid van alle medewerkers in het veld, zoals boswachters, rentmeesters en (gebieds)adviseurs wordt breed gewaardeerd en levert zichtbaar maatschappelijke waarde op. Tegelijkertijd vraagt de inrichting van de ondersteunende dienstverlening en de bijbehorende kostenstructuur aandacht. Uit de evaluatie blijkt dat meer inzicht, transparantie en bestuurlijke sturing nodig is om te borgen dat publieke middelen doelmatig en in lijn met het maatschappelijk belang worden ingezet.

De samenwerking met Staatsbosbeheer kent het karakter van een publiek-publieke samenwerking, waarbij Staatsbosbeheer als uitvoeringspartner een belangrijke rol vervult in het beheer en onderhoud van de gebieden. Tegelijkertijd blijft het bestuur van het NRIJ, op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, als opdrachtgever verantwoordelijk voor de kaderstelling, besluitvorming en verantwoording richting de deelnemende gemeenten. Dit 4

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten betekent dat het bestuur ook expliciet moet kunnen beschikken over voldoende inzicht in kosten, inzet en prestaties om deze rol invulling te geven. In de huidige overgangsfase, met het oog op de herziening van de samenwerkingsovereenkomst per 1 juli 2026, wordt gewerkt aan het verder verduidelijken van deze rollen en verantwoordelijkheden. Dit is gericht op: -

Bestuurlijke sturing; Transparantie over de inzet en kosten van de dienstverlening; Verantwoording richting raden; Financiële transparantie.

Dit betekent dat op onderdelen nog nadere uitwerking nodig is en dat hierover in een later stadium bestuurlijk keuzes worden gemaakt. Een substantieel deel van de uitgaven heeft betrekking op diensten die door Staatsbosbeheer worden geleverd. De dienstverlening voor de begroting 2027 zal, als basis, conform de dienstverlening 2026 worden opgenomen inclusief een indexering van 3,41%. Na de nieuw af te sluiten samenwerkingsovereenkomst per 1 juli 2026 tussen Natuur- en recreatieschap IJsselmonde en Staatsbosbeheer wordt de nieuwe dienstverlening als begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2027 en voorgelegd worden aan het bestuur. Dit betekent dat de huidige begroting op onderdelen nog een voorlopig karakter heeft en op basis van deze nadere uitwerking kan worden aangepast. Overhead en kostentransparantie In deze begroting is circa € 730.000 opgenomen aan kosten die bestaan uit zowel overheadkosten als de toepassing van de 30% systematiek voor terreinbeheer. Deze kosten zijn op dit moment nog niet volledig herleidbaar en inzichtelijk op het niveau dat nodig is voor bestuurlijke duiding richting de deelnemende gemeenten. In september 2025 heeft het AB besloten om de 30%-systematiek als tijdelijk rekenuitgangspunt te hanteren vanwege de herziening van de samenwerkingsovereenkomst per 1 juli 2026.

Conform het besluit AB (december 2025) is Staatsbosbeheer verzocht inzicht te bieden in de opbouw van overhead, zodat kan worden beoordeeld in hoeverre er sprake is van schapsgebonden en stuurbare kosten conform de BBV-handreiking Rijksoverheidstarieven. Staatsbosbeheer heeft aangegeven deze vraag te erkennen en werkt aan nadere uitwerking. Gelet op het belang van een zorgvuldige en uitlegbare besluitvorming richting de deelnemende gemeenten, is het noodzakelijk dat deze nadere duiding beschikbaar is voorafgaand aan de definitieve vaststelling van de programmabegroting. Het bestuur hanteert daarbij dat uiterlijk 13 april 2026 inzicht wordt geboden in de opbouw van overhead en de gehanteerde opslag zodat dit betrokken kan worden bij verdere besluitvorming. Tot deze nadere duiding beschikbaar is, heeft dit onderdeel in de begroting een voorlopig karakter en kan dit leiden tot aanpassing bij de verdere besluitvorming. Daarbij is het van belang dat volledig en herleidbaar en dat inzicht wordt geboden in de opbouw van kosten en overhead, zodat het bestuur kan beoordelen wat schapsgebonden, proportioneel en stuurbaar is. De hoofdvraag is waar betalen we voor, hoe is dat opgebouwd en in hoeverre is dat 5

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten terecht en beïnvloedbaar. De nadere uitwerking geeft niet alleen inzicht in de gehanteerde percentages, maar ook in de onderliggende opbouw van tarieven en de wijze waarop kosten worden doorberekend. Deze uitwerking vindt plaats in nauwe afstemming met Staatsbosbeheer als uitvoeringspartner. De vragen aan Staatsbosbeheer zijn onder meer: -

Hoe zijn de tarieven opgebouwd? Welke aannames zitten daaronder (productieve vs. niet-productieve uren? Hoe verhouden deze zich tot de handreiking Rijksoverheidstarieven? Hoe is de overhead samengesteld? Hoe worden de kosten verdeeld over de gebieden? Welke kosten zijn wel en niet schapsgebonden? Hoe verhouden de verschillende kostencomponenten zich tot elkaar in de toerekening?

Het uitgangspunt voor het bestuur is: transparantie + herleidbaarheid = bestuurlijke stuurbaarheid. Dit is nodig om te kunnen beoordelen of sprake is van schapsgeboden kosten en proportionele kosten. Hiermee kan worden voorkomen dat kosten worden doorbelast die niet direct samenhangen met het beheer en onderhoud van de gebieden binnen het schap. Actuele doorwerking van kosten en bestuurlijke verantwoordelijkheid De inzet van personele capaciteit en overhead werkt direct door in de begroting 2027 en zijn onderdeel van de huidige begrotingsverantwoordelijkheid. Dit betekent dat deze kosten op dit moment inzichtelijk, herleidbaar en bestuurlijk uitlegbaar moet zijn richting het bestuur en de deelnemende gemeenten. Het doorschuiven van deze duiding naar een later moment, bijvoorbeeld in het kader van de herziening van de samenwerkingsovereenkomst is bestuurlijk niet wenselijk. Het realiseren van de in 2024 vastgestelde taakstelling (deelproject 5 programma Toekomstbestendig NRIJ), dat gericht is op reductie van de bedrijfsvoeringskosten met name bij Staatsbosbeheer, veronderstelt inzicht in de opbouw van bedrijfsvoeringskosten. Zonder dit inzicht is gerichte sturing en beoordeling van besparingen niet mogelijk.

Het bestuur moet hiervoor kunnen beoordelen en verantwoorden of de ingezette middelen doelmatig, schapsgebonden en proportioneel zijn en hierover transparant verantwoording kunnen afleggen richting de raden. Hiermee wordt inzicht geboden in de relatie tussen generieke organisatiekosten en het beheer en onderhoud van het schap. Uitwerking en vervolgacties De nadere uitwerking van de overhead wordt vastgelegd in een bestuurlijke notitie “Uitwerking kostprijs en dienstverlening”. Dit is een uitwerkingsdocument dat expliciet onderdeel wordt van de besluitvorming. De notitie wordt uiterlijk 13 april 2026 beschikbaar gesteld, zodat het bestuur dit tijdig kan betrekken bij de besluitvorming. Indien uit de uitwerking leidt tot aanpassing van de begroting, wordt dit betrokken bij de verdere besluitvorming en, indien aan de orde, als aanvullende informatie, daarna voorgelegd aan het Algemeen Bestuur en de raden. Financiële aandachtspunten en onzekerheden 6

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten

Financieel is sprake van een sluitende begroting met wezenlijke relevante aandachtspunten en onzekerheden. De provinciale subsidie voor beheer van recreatiegebieden 2026 - 2029 is op dit moment nog niet definitief beschikt en kent een maximale bijdrage van 40% van de subsidiabele kosten. De exacte financiële doorwerking is daarmee nog afhankelijk van de definitieve beschikking en de nadere uitwerking van de subsidiabele activiteiten. Dit betekent dat circa 60% van de kosten uit andere middelen moet worden gedekt en dat de uiteindelijke financiële consequenties voor het schap nog kunnen wijzigen. Dit vraagt om een bestuurlijke afweging, waarbij inzicht nodig is in de relatie tussen kosten, prestaties en beschikbare middelen. Deze worden, na ontvangst van de definitieve beschikking, expliciet inzichtelijk gemaakt en betrokken bij de verdere besluitvorming rondom de definitieve programmabegroting. Programma Toekomstbestendig NRIJ Het programma Toekomstbestendig NRIJ vormt het leidende kader voor de programmabegroting 2027. Aanleiding voor dit programma is de structurele afname van inkomsten en de daaruit voortvloeiend opgave om te komen tot een financieel duurzaam en toekomstbestendig recreatieschap.

Deze opgave vraagt niet alleen om maatregelen in het terreinbeheer maar nadrukkelijk ook om herijking van de bedrijfsvoering en de wijze waarop diensten worden georganiseerd en geleverd. De aanleiding van het programma toekomstbestendig NRIJ is het uittreden van de gemeente Rotterdam en provincie Zuid-Holland, waardoor de inkomsten van het schap verminderen met een taakstelling als gevolg. Eerdere maatregelen en initiatieven (sinds 2021) hebben nog onvoldoende geleid tot resultaten, waardoor in 2024 de voorbereiding en eind Q2 van 2025 de uitvoering van het programma toekomstbestendig NRIJ is gestart. Naar verwachting loopt het programma tot eind 2026 om de beoogde taakstelling in te vullen en de gewenste besparing te realiseren. Het programma bestaat uit 2 thema's en 5 deelprojecten die als doel hebben om de structurele beheerkosten te verlagen of structurele baten te verhogen. De scope van het programma is vastgelegd in het Verslag Toekomstbestendig NRIJ (november 2024). Het programma Toekomstbestendig NRIJ fungeert als kader voor de verdere inrichting van de producten- en dienstencatalogus en de samenwerking met uitvoerende partijen. De in deze begroting opgenomen producten en diensten zijn hieraan ondergeschikt en worden in samenhang bezien, met als doel te komen tot een doelmatige, transparante en bestuurbare organisatie.

Een belangrijk onderdeel van het in 2024 vastgestelde programma betreft de structurele reductie van bedrijfsvoeringskosten. In deelproject 5 is expliciet als doel een besparing van € 100.000 tot € 150.000 per jaar opgenomen. Uit de analyse blijkt dat tot op heden beperkt inzicht bestaat in de relatie tussen inzet, kosten en geleverde prestaties, met name binnen de bedrijfsvoering. Daarom wordt in deze begroting ingezet op het vergroten van transparantie in producten, inzet en kosten, zodat het bestuur expliciet kan sturen op doelmatigheid en gemaakte keuzes. De ondersteuning van het bestuur waaronder de invulling van de bestuurssecretaris en het secretariaat wordt in deze begroting nadrukkelijk bezien in het licht van het programma

7

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten Toekomstbestendig NRIJ. Uitgangspunt hierbij is dat deze ondersteuning onafhankelijk transparant en doelmatig wordt ingericht, passend bij de rol en positie van het bestuur. Gelet op de huidige ontwikkeling van de samenwerking wordt voor 2027 nog geen definitieve invulling van de bestuursproducten vastgelegd. Voorafgaand daaraan wordt ingezet op het verkrijgen van inzicht in de benodigde inzet, de bijbehorende kosten en de wijze van organiseren, zodat het bestuur hierover expliciet en onderbouwd kan besluiten. De taakstelling zoals opgenomen in het programma Toekomstbestendig NRIJ is op dit moment nog niet volledig gerealiseerd. In 2026 wordt gewerkt aan de uitvoering van de benodigde maatregelen. De programmabegroting 2027 is gebaseerd op de huidige inzichten in deze ontwikkeling. De voortgang wordt periodiek gemonitord en waar nodig bijgestuurd. De mate waarin de taakstelling daadwerkelijk wordt gerealiseerd, blijft daarmee een aandachtspunt binnen de verdere besluitvorming. De resultaten van het programma vormen daarmee een belangrijke basis voor de inrichting van de programmabegroting 2027 en de verdere uitwerking van de producten en dienstverlening. De prognose dat het resultaat van het programma toekomstbestendig NRIJ wordt gehaald is opgenomen in de programmabegroting van 2027.

De onzekerheden en risico's worden verder toegelicht in de risicoparagraaf. In de periode 2021-2024 is een structurele besparing van €90.000 gerealiseerd. Begin 2025 was de resterende taakstelling €454.288. In 2025 is een structurele besparing van €32.323 gerealiseerd. Deze resultaten tot op heden zijn een verlaging van structurele beheerlasten en zijn in de begroting terug te zien door een afname van de kostenpost ‘Gebiedsbeheer (materieel en personeel)’, omdat de maatregelen zijn doorgevoerd in het Terrein Beheer Model. In 2026 is tot op heden een aanvullend resultaat van € 96.574 gerealiseerd. De resterende taakstelling van het programma toekomstbestendig NRIJ (€ 357.714) is op dit moment nog niet gerealiseerd. De verwachting is dat in 2027 dit resultaat wel is gehaald, omdat in 2026 nog maatregelen worden opgepakt en uitgevoerd om het resultaat van het programma te realiseren. Het programma wordt actief gemonitord en waarbij minimaal elk kwartaal een expliciet bijsturingsmoment plaatsvindt. Sturing en doorontwikkeling Financiële keuzes worden niet alleen gemaakt bij het vaststellen van de begroting. Ook gedurende het jaar wordt bijgestuurd via de P&C-cyclus. Het Algemeen Bestuur werkt daarbij met een herijkingskalender, die twee keer per jaar wordt besproken.

Dit betekent dat het bestuur op vaste momenten inzicht krijgt in de ontwikkeling van kosten, prestaties en investeringen en waar nodig kan bijsturen. De kalender geeft inzicht in de ontwikkeling van contracten en investeringen, zowel voor het lopende jaar als voor de komende jaren. Het bestuur volgt daarnaast actief de ontwikkeling van kosten, inzet en prestaties. Dit maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen en versterkt de grip op de uitvoering. Om de rol van het bestuur als opdrachtgever te versterken, wordt inzichtelijk gemaakt welke kennis en expertise structureel nodig is aan de kant van het schap. Het doel is om beter inzicht te krijgen in beheer, kosten en investeringen, zodat het bestuur gerichter kan sturen op kwaliteit en 8

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten doelmatigheid. Dit betekent dat wordt toegewerkt naar een duidelijkere rolverdeling tussen opdrachtgever en uitvoering. Daarbij is het uitgangspunt dat er een duidelijke scheiding is tussen: • •

de rol van het bestuur als opdrachtgever; de uitvoering en ondersteuning door de uitvoeringsorganisatie.

Dit is een voorwaarde om de bestuurlijke sturing en controle op het beheer verder te versterken. Financiële samenvatting Voor 2027 is sprake van een sluitende begroting. Hierbij is uitgegaan van: • • •

een deelnemersbijdrage van € 1.710.103; een bijdrage van de gemeente Rotterdam van € 550.000; een veronderstelde provinciale bijdrage van € 970.115 (provincie Zuid-Holland).

De provinciale subsidie is op dit moment nog niet definitief beschikt. De uiteindelijke omvang en voorwaarden zijn afhankelijk van de nadere uitwerking en besluitvorming door de provincie. Indien de subsidie (deels) niet wordt toegekend, heeft dit directe gevolgen voor de financiële dekking van het beheer en kan dit leiden tot aanvullende keuzes binnen de begroting. Daarmee is sprake van een relevante financiële onzekerheid, die van invloed kan zijn op de uitvoerbaarheid van het beheer en de benodigde inzet van middelen door de deelnemende gemeenten. Het bestuur wordt hierover tijdig geïnformeerd, zodat indien nodig aanvullende keuzes kunnen worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur en de raden. Dit onderstreept het belang van een realistische en onderbouwde begroting, waarin afhankelijkheden en risico's expliciet inzichtelijk zijn. In 2026 wordt een deel van de benodigde maatregelen van het programma Toekomstbestendig NRIJ uitgevoerd, met als doel dat vanaf 2027 structurele effecten zichtbaar zijn. De realisatie van deze effecten is echter nog onzeker en afhankelijk van de voortgang en uitvoerbaarheid van de maatregelen in 2026. Tot op heden is € 96.574 van de totale taakstelling (€454.288) gerealiseerd. Dit betekent dat in 2026 nog een besparing van € 357.714 aan besparingen moet worden gerealiseerd. De resterende taakstelling brengt onzekerheid met zich mee.

Deze liggen met name in: -

Het realiseren van aanvullende inkomsten De uitvoerbaarheid en doorlooptijd van maatregelen De afhankelijkheid van derden (eigenaren en ondernemers) en hun bereidheid om financieel bij te dragen (deelproject beheer derden)

Indien de beoogde resultaten niet worden behaald, kan dit leiden tot aanvullende bestuurlijke keuzes, waaronder bijstelling van de begroting, de reservebesparing of inzet van incidentele middelen (noodmaatregel). Het bestuur wordt hierover periodiek geïnformeerd, zodat tijdig kan worden bijgestuurd en, indien nodig, aanvullende besluitvorming kan plaatsvinden. Reserves en kredieten Voor een aantal reserves en kredieten geldt dat de onderliggende bestedingsrichting en planning nog niet volledig zijn uitgewerkt. Hierdoor is beperkt inzicht in de mate waarin deze middelen daadwerkelijk worden ingezet en bijdragen aan de doelstellingen van het schap. Het is van belang dat deze middelen voorafgaand aan en gedurende 2027 nader worden geconcretiseerd en 9

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten voorzien van duidelijke onderbouwing, zodat het bestuur en de deelnemende gemeenten de doelmatigheid en noodzaak van de reserves goed kunnen beoordelen en betrekken bij de besluitvorming. 2. Uitgangspunten Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de uitgangspunten voor de programmabegroting 2027 expliciet besloten dat het borgen van financiële stabiliteit voor het schap en de deelnemende gemeenten centraal staat. Dit betekent dat bij alle begrotingskeuzes, inclusief indexatie, expliciet wordt afgewogen wat gevolgen zijn voor de deelnemende gemeenten en hun draagkracht. De begroting richt zich nadrukkelijk op: • • • •

Het versterken van de samenhang tussen doelen, prestaties en kosten. Het vergroten van de transparantie en navolgbaarheid van de kostprijsopbouw. Het expliciet maken van aannames, risico's en onzekerheden. Het borgen van bestuurlijke grip en uitlegbaarheid richting raden.

Deze elementen zijn integraal verwerkt in de opbouw en toelichting van de programmabegroting. De programmabegroting 2027 wordt daarmee opgesteld als een tussenstap naar een financieel stabiele en beter uitlegbare inrichting van het schap. In deze overgangsfase worden keuzes gemaakt die bijdragen aan meer transparantie in kosten, prestaties en financiële onderbouwing. Afwijkingen van de vastgestelde uitgangspunten worden expliciet aan het bestuur voorgelegd, zodat hierover afzonderlijke besluitvorming kan plaatsvinden. Indexatie Voor 2027 is een indexatie van 3,41% toegepast, overeenkomstig de regionale afspraken (Wethoudersoverleg Financiën Regio Rijnmond). Deze indexatie wordt toegepast op de lasten, met uitzondering van belastingen, verzekeringen, rentelasten en afschrijvingen. De toepassing van indexatie heeft directe gevolgen voor de gemeentelijke bijdragen en draagt daarmee bij aan de financiële druk op de deelnemende gemeenten. Daarom wordt indexatie niet uitsluitend technisch toegepast, maar betrokken in de bredere bestuurlijke afweging over de betaalbaarheid en prioritering van het beheer. Voor de meerjarenraming 2028 tot en met 2031 is geen indexatie toegepast, conform het voorzichtigheidsbeginsel.

Subsidie beheer recreatiegebieden provincie Zuid-Holland 2026 - 2029 Op het moment van opstellen van deze programmabegroting is nog geen individuele beschikking voor het schap afgegeven voor de subsidie beheer recreatiegebieden Zuid-Holland. De provincie heeft wel een indicatie gegeven dat de totale subsidie over de gehele aanvraagperiode 2026 - 2030 € 3.880.000 bedraagt. Deze indicatie biedt richting, maar biedt nog geen zekerheid over de uiteindelijke toekenning en omvang per jaar.

10

Programmabegroting 2027 Uitgangspunten Recent is door de provincie het subsidieplafond vastgesteld en aangepast. Hiermee is budgettaire ruimte voor subsidieverlening gecreëerd. Dit betreft echter een algemeen besluit en nog geen individuele beschikking voor het schap. Voor toekenning geldt als voorwaarde dat sprake is van een juridische titel (eigendom of erfpacht). Omdat hierbij niet in alle gevallen kan worden voldaan bestaat het risico dat de subsidie (deels) niet wordt toegekend. Zolang hier niet volledig in is voorzien, blijven onzekerheden bestaan over de subsidiabiliteit van de kosten en daarmee over de structurele dekking van het beheer. Dit onderstreept het belang van een sluitende financiële en juridische basis onder het beheer. De subsidieregeling kent een maximale dekking van 40% van de subsidiabele kosten. Dit betekent dat een substantieel deel van de kosten structureel uit andere middelen moet worden gedekt. Dit legt structurele druk op de begroting en vraagt om expliciete bestuurlijke keuzes over de dekking van de resterende kosten. De financiële effecten en onzekerheden die hieruit voortvloeien, worden in samenhang bezien en betrokken bij de verdere uitwerking en besluitvorming.

11

Programmabegroting 2027 | Programmaplan

3. Programma Instandhouding en ontwikkeling gebieden Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: -

Gebiedsbeheer Maatschappelijke betrokkenheid Plannen maken Overhead Algemene dekkingsmiddelen Kredieten en Mutatie reserves

3.1. Gebiedsbeheer Wat willen we bereiken De gebieden vormen een samenhangend geheel waarin recreatie, natuur, ecologie en landschap elkaar versterken. Het recreatieve aanbod is divers en sluit aan bij de vraag van gebruikers. Dit vraagt om professioneel en planmatig beheer, waarbij keuzes in inrichting en beheer expliciet worden onderbouwd. Het Terrein Beheer Model (TBM) wordt gebruikt om deze keuzes te structureren en te onderbouwen, met inzicht in de samenhang tussen activiteiten, prestaties en kosten. Hiermee wordt bijgedragen aan een transparante en navolgbare kostprijsopbouw. Het model vormt daarmee een belangrijk instrument voor bestuurlijke sturing op de uitvoering van het beheer en de rol van Staatsbosbeheer. In het verleden was dit inzicht beperkt, waardoor onderbouwing van kosten en prestaties onvoldoende navolgbaar was. Het model kan beter dienen als instrument voor bestuurlijke sturing en het versterken van grip op de uitvoering. Dit vraagt om verdere doorontwikkeling en ontsluiting van het model zodat het kan dienen als volwaardig instrument voor sturing, toetsing en verantwoording van het beheer door Staatsbosbeheer. Wat gaan we er voor doen Voor het aantrekkelijk en veilig houden van de gebieden wordt gestuurd op een zorgvuldige balans tussen gebruik, beleving en natuur- en landschapswaarden.

Afwegingen worden expliciet gemaakt en periodiek inzichtelijk gemaakt voor het bestuur. In de huidige overgangsfase wordt gewerkt aan een beter onderbouwde inrichting en kostprijs van het beheer. Daarbij wordt: • • •

jaarlijks de samenhang tussen doelen, prestaties en kosten inzichtelijk gemaakt; twee keer per jaar via de herijkingsmomenten gerapporteerd over de voortgang en bijstelling van beheerkeuzes op basis waarvan het bestuur kan bijsturen; het Terrein Beheer Model en de beheerinformatie verder ontsloten, zodat deze bestuurlijk navolgbaar en toetsbaar zijn.

Hiermee wordt het bestuur beter in staat gesteld om gericht te sturen op de uitvoering van het beheer en de bijbehorende kosten. 3.2. Beheerinformatie Wat willen we bereiken Het bestuur beschikt over tijdig en betrouwbaar samenhangend inzicht. In beheer, kosten prestaties zodat gericht kan worden gestuurd en bijgestuurd. 12

Programmabegroting 2027 | Programmaplan Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in de terreinen en vormt tevens een belangrijke basis voor bestuurlijke sturing, afweging en verantwoording. Om de bestuurlijke grip te versterken wordt gewerkt met een herijkingskalender, die twee keer per jaar door het Algemeen Bestuur wordt geagendeerd. Deze kalender richt zich op de strategische en financiële momenten in het jaar waaronder contractverlengingen, kwaliteitskaders, investeringsbesluiten en een vooruitblik op de middellange termijn van 24 maanden. De herijkingskalender stelt het bestuur in staat om tijdig en in samenhang keuzes te maken tussen doelen, prestaties en kosten en het biedt ruimte om op basis van actuele inzichten bij te sturen. Hiermee wordt het bestuur beter in staat gesteld om te sturen, bij te sturen en verantwoording af te leggen. Ook wordt hiermee invulling gegeven aan de versterking van het opdrachtgeverschap en het vergroten van de bestuurlijke grip, transparantie en navolgbaarheid van besluiten. Wat gaan we er voor doen Om te beschikken over actuele, betrouwbare en navolgbare beheerinformatie wordt de beheerinformatie verder ontwikkeld en ontsloten.

Daarbij wordt de koppeling gelegd tussen het Terrein Beheer Model, data en een Geografisch Informatie Systeem (GIS), zodat gegevens eenduidig worden vastgelegd, beheerd en ontsloten. De beheerinformatie wordt zodanig ingericht dat deze periodiek beschikbaar is voor bestuurlijke sturing en besluitvorming. Dit betekent dat: -

Jaarlijks een integraal inzicht wordt gegeven in de samenhang tussen doelen, prestaties en kosten; Twee keer per jaar via de herijkingsmomenten wordt gerapporteerd over de ontwikkeling van beheer, kosten en benodigde investeringen zodat het bestuur kan bijsturen. Beheerdata en kaarten actueel en vergelijkbaar worden gehouden, zodat trends en afwijkingen inzichtelijk zijn.

De informatie wordt gebruikt voor: -

Het onderbouwen van keuzes en prioriteiten; Het vergroten van inzicht in de ontwikkeling van kosten; Het versterken van de samenhang tussen doelen, prestaties en middelen.

Hiermee wordt het bestuur beter in staat gesteld om te sturen op het beheer, keuzes te maken en verantwoording af te leggen over de inzet van middelen. Dit is noodzakelijk om in de overgangsfase naar een hernieuwde samenwerking te komen tot een beter onderbouwde en bestuurlijk gedragen kostprijsopbouw.

3.3. Uitvoeren terreininspecties Wat willen we bereiken Door het uitvoeren van inspecties beschikt het bestuur over actuele en betrouwbare informatie over de staat van de gebieden. Daarmee kan op de korte termijn de kwaliteit en veiligheid in de gebieden gewaarborgd worden en is op de langere termijn inzicht in de noodzakelijke investeringen.

13

Programmabegroting 2027 | Programmaplan Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties wordt continu inzicht verkregen in de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. De uitkomsten worden zodanig ontsloten dat deze bestuurlijk inzicht geven in de samenhang tussen onderhoudsstaat, benodigde maatregelen en kosten. Dit stelt het bestuur in staat om: • •

Gerichte keuzes te maken in prioritering en inzet van middelen; Tijdig te anticiperen op noodzakelijke investeringen.

Hierdoor kan het beheer planmatiger en transparanter worden uitgevoerd en wordt de bestuurlijke sturing versterkt. Inspecties dragen daarnaast direct bij aan: • • • •

Het borgen van de kwaliteit van de terreinen; Het actueel houden van meerjarenplanningen voor groot onderhoud; Het waarborgen van veiligheid in het gebied; Het aantoonbaar invulling geven aan de zorgplicht (juridische aansprakelijkheid).

3.4. Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Wat willen we bereiken Beoogd wordt een natuurlijke en eigentijdse inrichting van de terreinen, met naast recreatieve mogelijkheden ook aandacht voor landschappelijke kwaliteit en vergroting van de biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Terreinbeheer vraagt om voortdurend inspelen op veranderende wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkeling en het gebruik van de gebieden door bezoekers en stakeholders. Ontwikkelingen en vraagstukken worden daarom systematisch gevolgd en vertaald naar het beheer en de inrichting van de terreinen. De inzet van recreatieadviseurs, ecologen en landschapsarchitecten draagt bij aan een integrale benadering, waarbij recreatief gebruik, natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit in samenhang worden beschouwd. Daarbij wordt gestuurd op een transparante en navolgbare afweging van maatregelen en investeringen, waarbij expliciet inzicht wordt gegeven in: • • •

De relaties tussen ambities, gebruik en natuur- en landschapswaarden. De consequenties van keuzes voor inrichting en beheer. De bijbehorende kosten en inzet van middelen.

Hiermee wordt het mogelijk om bestuurlijk keuzes beter te onderbouwen, prioriteiten te stellen en bestuurlijk te sturen op een evenwichtige ontwikkeling van recreatie, natuur en landschap. Ook wordt geborgd dat keuzes in inrichting en beheer ook bestuurlijk onderbouwd, navolgbaar en toetsbaar zijn. Dit is van belang in de huidige overgangsfase, waarin wordt gewerkt aan een beter onderbouwde en bestuurlijk gedragen inrichting en kostprijs van het beheer. 3.5. Uitvoeren terreinbeheer Wat willen we bereiken Efficiënt en hoogwaardig terreinbeheer zorgt voor duurzaam onderhouden recreatie- en 14

Programmabegroting 2027 | Programmaplan natuurgebieden die aansluiten op de wensen van bezoekers en voldoen aan de eisen van kwaliteit en veiligheid. Daarnaast draagt het beheer bij aan natuurwaarden en biodiversiteit. Wat gaan we er voor doen Binnen de geldende wet- en regelgeving wordt het terreinbeheer integraal en duurzaam uitgevoerd, met aandacht voor gebruik, natuurwaarden en maatschappelijke opgaven. Het Terrein Beheer Model (TBM) wordt ingezet om de samenhang tussen beheeractiviteiten, prestaties en kosten inzichtelijk te maken. Hiermee ontstaat beter inzicht in de opbouw van beheerkosten en de ontwikkeling van onderhoud en vervangingsinvesteringen. Op basis van de meerjarige onderhoudsplanning wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van onderhoud en de relatie met benodigde investeringen. Dit maakt het mogelijk om bestuurlijke afwegingen te maken en gericht te sturen op prioriteiten en inzet van middelen. Dit maakt het mogelijk om: • • • •

Prioriteiten te stellen in onderhoud en investeringen; Keuzes expliciet en onderbouwd te maken; De inzet van middelen af te wegen tegen de gewenste kwaliteit en gebruiksfunctie van de gebieden; Bestuurlijk bij te sturen waar dat nodig is.

Hiermee wordt invulling gegeven aan een meer transparante, navolgbare en bestuurbare uitvoering van het terreinbeheer. 3.6. Omgevingsmanagement Wat willen we bereiken Omgevingsmanagement draagt bij aan draagvlak voor beheerkeuzes, heldere communicatie en samenwerking met belanghebbenden, zodat maatregelen uitvoerbaar en maatschappelijk gedragen zijn. Wat gaan we er voor doen Om draagvlak en betrokkenheid van gebruikers en belanghebbenden te versterken, wordt actief ingezet op communicatie, participatie en samenwerking met de omgeving. Via gebieds- en stakeholdercommunicatie, participatie- en informatiebijeenkomsten worden signalen en inzichten opgehaald en gedeeld. Boswachters vervullen hierbij een belangrijke rol als lokaal aanspreekpunt en ogen en oren in het gebied. Uiteraard worden ook landelijke expertise en netwerken ingezet. De opgehaalde signalen en inzichten worden benut om: • • •

De aansluiting tussen beheer en gebruik te verbeteren. Draagvlak voor maatregelen te vergroten. Keuzes en prioriteiten in het beheer beter te onderbouwen.

Hiermee wordt invulling gegeven aan een meer transparante en navolgbare afweging, waarbij belangen van gebruikers, natuur en landschap in samenhang worden meegewogen.

15

Programmabegroting 2027 | Programmaplan

3.7. Beheer vastgoed en gronden Wat willen we bereiken Professioneel vastgoed- en grondbeheer borgt de vermogenspositie van het schap. Wat gaan we er voor doen De grondpositie vormt de basis van het natuur- en recreatiegebied en vraagt om zorgvuldig en doelmatig beheer. Daarbij wordt invulling gegeven aan gebruik en medegebruik, met aandacht voor een goede balans tussen maatschappelijke waarde en rendement. Via erfpacht- en gebruikersovereenkomsten wordt medegebruik mogelijk gemaakt, inclusief de bijbehorende administratieve, financiële en juridische afhandeling. Hiermee wordt invulling gegeven aan professioneel rentmeesterschap. Op basis van lopende contracten en ontwikkelingen ontstaat via de herijkingskalender inzicht in: -

De financiële en juridische consequenties van beheer en gebruikskeuzes; Contractuele verplichtingen en bijbehorende risico's De effecten van verlenging, aanpassing of beëindiging van overeenkomsten.

Dit stelt het bestuur in staat om te sturen op een doelmatige en rechtmatig inzet van gronden en vastgoed. Daarbij wordt inzicht geboden in de financiële en juridische consequenties van beheerkeuzes, zodat het bestuur in staat is om hierover navolgbare en onderbouwde afwegingen te maken. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om onderbouwde keuzes te maken en bestuurlijk te sturen op een doelmatige en rechtmatige inzet van gronden en vastgoed. Dit is van belang in de huidige overgangsfase, waarin keuzes in gebruik en beheer direct samenhangen met de verdere inrichting van de samenwerking (SOK, PDC en uitvoeringsprogramma.). Op basis van de lopende contracten en ontwikkelingen komen in 2027 twee contracten voor verlenging in aanmerking én moet één contract worden herzien. De inzet voor dit type werkzaamheden valt buiten het operationeel beheer en wordt betrokken bij de herziening van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Hiermee wordt geborgd dat deze werkzaamheden in samenhang en op het juiste bestuurlijke niveau worden afgewogen. De samenwerkingsovereenkomst (SOK) bepaalt de kaders, het uitvoeringsprogramma bepaalt de inzet / prioriteiten en de PDC bepaalt de inhoud van de producten. De PDC is geen vaststaand gegeven, maar een uitwerking van bestuurlijke keuzes zoals vastgelegd in de herziene SOK en geconcretiseerd in het programma. 3.8.

Toezicht en handhaving Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied te leveren waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatieve waarde geborgd. 16

Programmabegroting 2027 | Programmaplan Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving worden gericht ingezet om veiligheid, kwaliteit en naleving van regels in de gebieden te waarborgen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in: - Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; - Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving; - Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (zoals politie, gemeentelijke handhavers); De inzet van toezicht en handhaving wordt afgestemd op het gebruik van de gebieden, de aard van de locaties en de risico's die zich voordoen. De uitvoering door boswachters met boabevoegdheden, gebeurt in overleg met gemeenten en andere partners. Door deze inzet ontstaat inzicht in: • • •

Het gebruik en gedrag van bezoekers. De aard en frequentie van overtredingen. De effectiviteit van maatregelen.

Dit stelt het bestuur in staat om prioriteiten te stellen, de inzet van capaciteit gericht te bepalen en bij te sturen waar dat nodig is. Hierbij wordt bijgedragen aan een doelmatige en navolgbare inzet van middelen, in samenhang met bredere bestuurlijke keuzes binnen het beheer. Daarbij wordt ingespeeld op de aard van het gebied en mogelijke probleemsituaties in de terreinen en/of op het water. 3.9. Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Wat willen we bereiken De gebieden bieden ruimte voor initiatieven van derden, waarbij aanvragen zorgvuldig worden getoetst aan natuurwaarden, veiligheid en beheer. Afspraken worden eenduidig vastgelegd en gecommuniceerd. Wat gaan we ervoor doen De gebieden worden actief gebruikt door organisaties en particulieren voor activiteiten en evenementen. Dit draagt bij aan de maatschappelijke waarde en beleving van de gebieden, maar vraagt om duidelijke kaders en zorgvuldige afwegingen. Aanvragen voor gebruik worden daarom systematisch beoordeeld en vastgelegd via vergunningen, ontheffingen of toestemmingen (veelal door gemeenten), in afstemming met de doelstellingen voor de gebieden. Daarbij wordt inzicht geboden in: • • •

De aard en impact van activiteiten; De samenhang met natuur- en recreatiedoelen; De voorwaarden voor gebruik en medegebruik.

Dit stelt het bestuur in staat om: • • •

Een evenwichtige afweging te maken tussen gebruik en bescherming; Prioriteiten te stellen bij toenemende druk op de gebieden. Te sturen op doelmatig en passend gebruik van de gebieden.

Bij grote bezoekersaantallen is het nodig om in de een vergunning heldere afspraken te maken over het gebruik van het gebied en de faciliteiten. Deze wordt vastgelegd in de vorm van een vergunning (verlening door gemeenten), ontheffing of toestemming. Vanzelfsprekend op basis 17

Programmabegroting 2027 | Programmaplan van de afspraken en doelstellingen die voor een terrein gelden.

3.10. Maatschappelijke betrokkenheid Wat willen we bereiken Het versterken van maatschappelijke betrokkenheid van de gebieden, zodat er draagvlak, begrip en gezamenlijke verantwoordelijkheid ontstaat voor beheer en ontwikkeling. Wat gaan we er voor doen Duurzaam en hoogwaardig beheer vraagt om actieve samenwerking met omwonenden, ondernemers en diverse gebruikersgroepen. Maatschappelijke betrokkenheid draagt bij aan de kwaliteit, het draagvlak en het gebruik van de gebieden. Daarbij wordt ingezet op een inclusieve benadering, waarbij ook ruimte wordt geboden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en de toegankelijkheid van de gebieden voor mensen met een beperking. Door deze inzet wordt de verbinding tussen beheer, gebruik en maatschappelijke meerwaarde versterkt. De opbrengsten hiervan worden zichtbaar gemaakt en betrokken bij de verdere afweging en inrichting van het beheer. 3.11. Vrijwilligers en actief burgerschap Wat willen we bereiken Een zorgvuldige aanpak van vrijwilligerswerk en actief burgerschap leidt tot betrokkenheid, betekenis en plezier bij gebruikers en de omgeving van het gebied. De vrijwilligers werken mee aan excursies, jeugdactiviteiten en terreinbeheer, maar ook helpen zij bij monitoring, toezicht en handhaving en bij vragen, meldingen en klachten van bezoekers.

Wat gaan we er voor doen Vrijwilligers en actief burgerschap leveren een belangrijke bijdrage aan het beheer en het gebruik van de gebieden. De inzet van vrijwilligers wordt daarom op een gestructureerde en doelmatige wijze georganiseerd en ondersteund. Veel mensen voelen zich betrokken bij de gebieden en zetten zich er graag voor in. ‘Vrijwilligers en actief burgerschap’ is een essentieel product om hen hiervoor op een zorgvuldige, professionele manier ruimte te bieden en terreinen op eigentijdse wijze te beheren. Dat levert kwalitatief hoogstaand gebiedsbeheer op en bovendien draagvlak in de omgeving. Daarbij wordt gestuurd op een goede aansluiting tussen de inzet van vrijwilligers en de professionele beheerorganisatie. Het bestaat uit o.a.: • • •

professionele begeleiding inzet van vrijwilligers; faciliteren en onderhouden van participatiegroepen; samenwerken met bewonersplatforms, stichtingen en verenigingen.

De inzet van vrijwilligers draagt bij aan: • • • •

Vergroten van betrokkenheid en draagvlak in de omgeving. Het versterken van de kwaliteit van het beheer van de gebieden. Het verkrijgen van aanvullende inzichten vanuit het gebruik van de gebieden. Hiermee wordt invulling gegeven aan een doelmatige inzet van capaciteit en wordt maatschappelijke betrokkenheid actief verbonden met de bestuurlijke sturing op het beheer. 18

Programmabegroting 2027 | Programmaplan 3.12. Plannen maken Gebiedsbeheer vraagt niet alleen om het instandhouden van de bestaande inrichting, maar ook om het tijdig inspelen op veranderende maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Dit vraagt om een strategische en onderbouwde doorontwikkeling van de gebieden, waarbij nieuwe inzichten op het gebied van recreatie, leefomgeving, klimaatadaptatie en ecosystemen worden betrokken. Daarbij wordt gestuurd op een samenhangende afweging van ambities, kwaliteit en kosten, zodat keuzes in de ontwikkeling van gebieden bestuurlijk navolgbaar en uitvoerbaar zijn. Het gaat ook om flexibel kunnen reageren op veranderende maatschappelijke en ecologische vraagstukken. Maar ook om aanpassing van beheer naar de nieuwste inzichten op het gebied van recreatie, kwaliteit van de leefomgeving, klimaatadaptatie en ecosystemen. Dat vraagt om strategische en onderbouwde doorontwikkeling van terreinen. 3.13. Plan- en projectvoorbereiding Gedurende het jaar kunnen zich knelpunten of kansen aandienen, die vragen om een eerste beoordeling en standpuntbepaling door het bestuur. Om flexibel op dergelijke ontwikkelingen te kunnen reageren wordt een budget van € 20.000 opgenomen. Dit budget wordt ingezet voor het uitvoeren van eerste verkenningen en het opstellen van bestuurlijke voorstellen. Deze voorstellen geven inzicht in: -

De aard en urgentie van het vraagstuk of de kans. De mogelijke oplossingsrichtingen De financiële en inhoudelijke consequenties van vervolgkeuzes.

Dit voorstel heeft als doel een besluit te nemen of het schap het gesignaleerde probleem wil oplossen of de kans wil benutten en bereid is daarvoor middelen beschikbaar te stellen. Zo’n voorstel geeft daarom inzicht in welke kosten en opbrengsten aan een vervolg zijn verbonden. Op basis hiervan kan het bestuur onderbouwde keuzes maken over het al dan niet oppakken van een ontwikkeling en het beschikbaar stellen van middelen. Hiermee wordt geborgd dat nieuwe ontwikkelingen op een transparante en navolgbare wijze worden afgewogen en dat bestuurlijke sturing tijdig kan plaatsvinden. 3.14. Beheerkostenberekening en analyses Wat willen we bereiken De beheerkostenberekening biedt vooraf inzicht in de structurele beheerkosten van gebieden, zodat het bestuur tijdig onderbouwde keuzes kan maken over inrichting, kwaliteitsniveaus en investeringen. Hiermee wordt de relatie zichtbaar tussen keuzes in inrichting en de daaruit voortvloeiende beheerlasten en ontstaat grip op zowel de begroting als de toekomstige kostenontwikkeling. Wat gaan we er voor doen Bij (her)inrichting van gebieden en bij nieuwe ontwikkelingen worden systematisch beheerkostenberekeningen en –analyse uitgevoerd. Daarbij worden de kosten van de huidige situatie afgezet tegen de toekomstige inrichting. Deze analyse maken inzichtelijk: -

Welke keuzes leiden tot welke structurele beheerlasten. Welke kostendrijvers bepalend zijn. Welke afwegingen mogelijk zijn tussen kwaliteit, gebruik en kosten.

19

Programmabegroting 2027 | Programmaplan Op basis hiervan kan het bestuur vooraf sturen op een financieel houdbare en bestuurlijk gewenste inrichting van de gebieden. Tevens wordt hiermee de aansluiting tussen planvorming, uitvoering en begroting versterkt. Hiermee wordt voorkomen dat keuzes in inrichting leiden tot onvoorziene of niet- onderbouwde kosten in de begroting. 4. Overhead Wat willen we bereiken Een transparante, herleidbare en uitlegbare inzet van overheadkosten, waarbij aantoonbaar is dat middelen doelmatig en uitsluitend schapsgericht worden ingezet. Wat gaan we er voor doen Het bestuur heeft expliciet aangegeven dat het totale kostenbeeld nodig is in de opbouw en toerekening van kosten, inclusief overhead. Daarom wordt de opbouw van kosten, inzet, productieve uren en overhead transparant en herleidbaar gemaakt. Dit wordt periodiek inzichtelijk gemaakt via rapportages, zodat het bestuur kan sturen op doelmatigheid en rechtmatigheid. Daarbij wordt inzicht geboden in: • • •

De opbouw van de overhead. De relatie tussen kosten en geleverde producten en prestaties. De wijze van toerekeningen aan het schap.

Hiermee wordt geborgd dat: • •

Kosten eenduidig en transparant worden toegekend aan schapsgerichte activiteiten. De inzet van middelen aantoonbaar doelmatig en uitlegbaar is.

Dit is een randvoorwaarde voor bestuurlijke uitlegbaarheid en financiële controleerbaarheid. In de huidige fase is sprake van een overgangssituatie, waarbij de opbouw en toerekening van overheadkosten, tarifering, opslagsystematiek en kostprijsopbouw op basis van productieve en non/productieve uren nader wordt uitgewerkt en gevalideerd in het kader van de herziening van de samenwerkingsovereenkomst (SOK). De overhead is een belangrijk instrument voor bestuurlijke sturing. Het ondersteunt het bestuur concreet bij: -

Het voorbereiden en onderbouwen van bestuurlijke besluiten. Het inzichtelijk maken van financiële consequenties en risico's. Het borgen van rechtmatigheid en juridische houdbaarheid. Het monitoren van de uitvoering en voortgang van het beheer.

Hiermee wordt het bestuur in staat gesteld om tijd bij te sturen, prioriteiten te stellen en keuzes te maken die passen binnen de beschikbare middelen en vastgestelde beleidskaders. Dit draagt bij aan een transparant en navolgbare inzet van middelen en voorkomt dat bestuurlijke keuzes onvoldoende onderbouwd zijn. De inzet van functies zoals bestuurssecretaris en secretariaat wordt expliciet onderscheiden van de dienstverlening door Staatsbosbeheer. Het bestuur kiest voor een onafhankelijk invulling van deze functies waardoor deze niet (meer) via de overhead of producten van Staatsbosbeheer 20

Programmabegroting 2027 | Programmaplan bekostigd worden. Hiermee wordt geborgd dat functies en bijbehorende kosten eenduidig en transparant zijn belegd. 5. Bestuursproducten De in deze programmabegroting opgenomen producten en diensten onder bestuursproducten zijn gebaseerd op de huidige inzichten en vormen een voorlopig kader voor 2027. De definitieve invulling van de af te nemen diensten wordt bepaald in samenhang met de vaststelling van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst (SOK) per 1 juli 2026 en de daarbij behorende overeen te komen producten en dienstencatalogus (PDC). Dit betekent dat de feitelijk afname van diensten voor 2027, inclusief ondersteunende functies, nog onderwerp is van bestuurlijke besluitvorming en waar nodig wordt aangepast. Vooruitlopend op deze besluitvorming worden geen onomkeerbare verplichtingen aangegaan en worden kosten uitsluitend toegerekend voor daadwerkelijk afgenomen en bestuurlijk overeengekomen diensten. Voor het maken van onderbouwde keuzes over de af te nemen diensten is inzicht noodzakelijk in de opbouw van kosten, inzet en prestaties. Dit betreft onder andere: -

De inzet van uren (productief en niet-productief) De relaties tussen functies en werkzaamheden De toerekening van overhead, opslagcomponenten en overige kosten De concrete prestaties die hiervoor worden geleverd

Zonder dit inzicht kunnen geen volwaardige en navolgbare bestuurlijke keuzes worden gemaakt over de inzet van middelen en de inrichting van de samenwerking. 5.1. Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager fungeert als vast aanspreekpunt voor het schap en borgt de verbinding tussen bestuurlijke opdracht en de uitvoering. De rol is zodanig ingericht dat er een duidelijke scheiding is tussen opdrachtverlening, uitvoering en verantwoording. De inzet en de kosten van de accountmanager zijn transparant en herleidbaar, zodat het bestuur kan sturen op doelmatigheid en effectiviteit. De accountmanager ondersteunt het bestuur bij de voortgangsbewaking en zorgt voor tijdige, eenduidige en navolgbare informatie over uitvoering en resultaten. Wat gaan we er voor doen De accountmanager vertaalt bestuurlijke opdrachten naar concrete werkzaamheden en bewaakt de samenhang tussen opdracht, uitvoering en resultaat. De voortgang, inzet en kosten worden periodiek inzichtelijk gemaakt op basis van vooraf gestelde doelen, zodat het bestuur kan sturen en bijsturen waar nodig. 5.2. Bestuurssecretaris Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris ondersteunt en adviseert het bestuur onafhankelijk bij de voorbereiding en uitvoering van bestuurlijke processen en besluitvorming. Hij of zij ondersteunt het bestuur bij de 21

Programmabegroting 2027 | Programmaplan voorbereiding en uitvoering van bestuurlijke besluitvorming, bewaakt de kwaliteit en zorgvuldigheid van processen en draagt zorgt voor heldere en navolgbare besluitvorming. Wat gaan we er voor doen De bestuurssecretaris is functioneel en organisatorisch gepositioneerd bij het schap en niet gelieerd of ondergebracht bij de uitvoerende organisatie. Hiermee wordt geborgd dat advisering, procesbewaking en ondersteuning plaatsvinden vanuit het belang van het bestuur en met een onafhankelijke positie ten opzichte van de uitvoering. De inzet en positionering van de bestuurssecretaris wordt zodanig ingericht dat belangenverstrengeling wordt voorkomen en de bestuurlijke integriteit wordt geborgd. De bestuurssecretaris adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd over bestuurlijk juridische en organisatorische vraagstukken, met oog voor de scheiding tussen opdrachtgeverschap en uitvoering. Besluiten van het bestuur worden door de bestuurssecretaris vertaald naar concrete en eenduidige opdrachten, waarbij de uitvoering en verantwoording transparant en controleerbaar blijven. De inzet van de bestuurssecretaris is erop gericht het bestuur in positie te brengen om effectief te sturen en onafhankelijk toezicht te houden op de uitvoering.

De functie van een onafhankelijke bestuurssecretaris die in dienst is van het schap, wordt buiten de dienstverlening van Staatsbosbeheer georganiseerd en separaat begroot. In dat geval maakt deze geen onderdeel uit van de door Staatsbosbeheer geleverde producten en bijbehorende kosten. Ditzelfde geldt voor het ambtelijk secretariaat zoals hieronder omschreven. 5.3. Secretariaat Wat willen we bereiken Het ambtelijk secretariaat zorgt ervoor dat de vergaderingen goed voorbereid en professioneel verlopen, dat de daarbij behorende vergaderstukken tijdig beschikbaar zijn en dat de archivering op orde is. Wat gaan we er voor doen Het ambtelijk secretariaat zorgt voor een professionele en onafhankelijke ondersteuning van het bestuur, waarbij vergadering goed voorbereid en zorgvuldig verlopen, stukken tijdig beschikbaar zijn en de archivering op orde en toegankelijk is. Het ambtelijk secretariaat wordt ook organisatorisch gepositioneerd aan de zijde van het schap en ondersteunt het bestuur onafhankelijk van de uitvoerende organisatie. Het secretariaat verzorgt de planning, organisatie, voorbereiding en verslaglegging van bestuurlijke overleggen en draagt voor een volledige en toegankelijke dossiervorming en archivering.

Daarbij wordt geborgd dat besluitvormingsprocessen, transparant, navolgbaar en conform de geldende wet- en regelgeving, waaronder de Wet gemeenschappelijke regelingen worden ingericht en uitgevoerd. Het secretariaat werkt in nauwe afstemming met de bestuurssecretaris, waarbij de rollen van ondersteuning, advisering en uitvoering helder van elkaar zijn gescheiden.

22

Programmabegroting 2027 | Programmaplan 6. Financiële diensten 6.1. Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig financieel beleid. De beschikbare publieke middelen worden doelmatig en rechtmatig ingezet, met inzicht in de relatie tussen inzet, kosten en geleverde prestaties. De financiële inrichting wordt zodanig vormgegeven dat kosten eenduidig worden toegerekend en herleidbaar zijn naar producten en activiteiten. Daarbij wordt geborgd dat: • • •

Kosten eenduidig en transparant worden toegekend aan schapsgerichte activiteiten. Uitsluitend kosten worden toegerekend die direct samenhangen met werkzaamheden voor het schap Inzicht bestaat tussen inzet, kosten en geleverde prestaties.

Hiermee wordt voorkomen dat niet schapsgebonden inzet of indirecte kosten onbedoeld onderdeel uitmaken van de begroting en wordt de bestuurlijke uitlegbaarheid en controleerbaarheid versterkt. Op verzoek van het bestuur wordt deze toerekening inzichtelijk gemaakt voor 13 april 2026 zodat keuzes over inzet en organisatie van werkzaamheden (inclusief externe invulling van functies) goed kunnen worden onderbouwd. Het bestuur wordt periodiek voorzien van heldere en navolgbare kwartaalrapportages waarmee gestuurd kan worden op budget, afwijkingen en kostenontwikkelingen. Daarnaast worden aanbestedingen, contractvorming en financiële verantwoording zorgvuldig ingericht en uitgevoerd, conform de geldende wet- en regelgeving. Waar nodig wordt het bestuur voorzien van financieel advies ter ondersteuning van bestuurlijke afwegingen. Dit is een belangrijke randvoorwaarde om te voorkomen dat kosten onvoldoende uitlegbaar of niet herleidbaar zijn binnen de begroting. Aanvullende of niet in de begroting voorziene werkzaamheden worden uitsluitend uitgevoerd na voorafgaande bestuurlijke afstemming en expliciete opdrachtverstrekking. Kosten die hieruit voortvloeien worden alleen toegerekend aan het schap indien hiervoor vooraf akkoord is verleend. Dit geldt nadrukkelijk ook voor externe inhuur of specialistische ondersteuning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16998819/2