CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie Contactcommissie Lage Vuursche - advies inzake voorgenomen zienswijze Gemeente Baarn op het Ontwerp-UPLG

Oordeelsvorming in de raadscommissie 11 februari 2026, gemeente BaarnBij agendapunt: Peiling Zienswijze Provinciale omgevingsvisie en UPLG1.541 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Contactcommissie

Lage Vuursche Contactcommissie Lage Vuursche p/a Kloosterlaan 33 3749 AJ Lage Vuursche info@cclv.ril Gemeente Baarn College van Burgemeester en Wethouders Postbus 1003 3740 BA Baarn met afschrift aan: Gemeenteraad Baarn

Lage Vuursche, 6 februari 2026 Betreft: Advies inzake voorgenomen zienswijze gemeente Baarn op het Ontwerp-UPLG Geacht College, Met belangstelling heeft de Contactcommissie Lage Vuursche kennisgenomen van de zienswijze die u wilt indienen bij Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht in het kader van het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). In het bijzonder betreft dit het verzoek om voor buitenplaatsen "maatwerk" mogelijk te maken voor "zeer beperkte verstedelijking", die zou kunnen dienen als kostendrager voor de duurzame instandhouding van landgoederen. Wij begrijpen dat er geld nodig is om de landgoederen in stand te houden. Wij ondersteunen uw oproep om landgoederen in aanmerking te laten komen voor financiële ondersteuning voor natuurbeheer van harte. Wij zijn echter van mening dat de door het College voorgestelde route, die feitelijk neerkomt op een versoepeling van het beschermingsregime voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) — niet de juiste weg is. In deze brief zetten wij onze bezwaren uiteen. 1. Juridische onverenigbaarheid met het NNN-beschermingsregime De buitenplaatsen in onze gemeente liggen grotendeels binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN kent een strikt beschermingsregime.

Volgens de Omgevingsverordening mag het omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het NNN geen regels bevatten die activiteiten toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de oppervlakte of de

samenhang van het NNN. Hiervan kan alleen worden afgeweken om nieuwe activiteiten of een wijziging van bestaande activiteiten mogelijk te maken als er sprake is van: a. een groot openbaar belang, waarbij er geen reële alternatieven zijn die het NNN niet of minder aantasten. b. een plan waarop de meerwaarderegeling wordt toegepast c. een beperkte wijziging, waarbij de wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande activiteiten. Daarbij geldt dat de aantasting van het NNN, het ruimtebeslag, de bebouwing en de activiteiten altijd zo beperkt mogelijk moeten worden gehouden. Daarnaast moet er compensatie plaatsvinden. De Omgevingsverordening kent dus al regels die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Die regels zijn bewust streng om aantastingen te beperken tot de gevallen waarin het echt niet anders kan of tot gevallen waarin deze per saldo tot een verbetering leiden. Het door het College verzochte maatwerk voor zeer beperkte verstedelijking voorziet in een uitzondering op deze regels. Die uitzondering is hier op de volgende gronden niet mee te verenigen. Geen groot openbaar belang •

•

De financiële gezondheid van een particulier landgoed is een privaat belang, geen (groot) openbaar belang. Ter vergelijking: een onmisbare hoogspanningsverbinding naar een stad of de aanleg van een fietspad langs een gevaarlijke weg zijn voorbeelden van een groot openbaar belang. Het onderhoud van een particulier landgoed valt daar niet onder. Als de overheid zich op het standpunt stelt dat de instandhouding van landgoederen en buitenplaatsen een groot openbaar belang is, dan ligt het op haar weg om voldoende middelen ter beschikking te stellen voor de instandhouding. Ter vergelijking: goed onderwijs voor de gehele bevolking is van groot openbaar belang. Goed onderwijs zou niet voor de gehele bevolking gegarandeerd zijn als de financiering aan particulieren zou worden overgelaten. Daarom zorgt de overheid voor financiering. Als de overheid het niet nodig vindt om voldoende financiering ter beschikking te stellen, is het belang ofwel niet openbaar, of niet groot genoeg.

Ontbreken reële alternatieven niet aangetoond Er moet bij een activiteit of een wijziging van een activiteit uitgebreid onderzoek worden gedaan naar reële alternatieven en alternatieve locaties. De niet-onderzochte stelling dat ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk zijn om als kostendrager te fungeren, is uiteraard niet voldoende om aan deze eis te voldoen. Meerwaarderegeling omzeild De meerwaarderegeling biedt al mogelijkheden voor maatwerk. Ontwikkelingen zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk, als deze uiteindelijk leiden tot een verbetering van het NNN. Dat is in de geest van de Omgevingsverordening en het NNN. We behouden en versterken de schaarse natuur. Als er door maatwerk verstedelijking wordt toegestaan die niet binnen de meerwaarderegeling past, dan is deze - de goede inpassing - ten spijt, kennelijk niet te verenigen met deze doelstelling. Ongewenste invulling noodzakelijkheidscriterium De wens om de uitzondering in het leven te roepen, komt voort uit exploitatietekorten bij de landgoederen. Het is de vraag of dit een door de Omgevingsverordening en

hogere regelgeving bedoelde en gewenste invulling van het noodzakelijkheidscriterium is. Er zijn meer bedrijven in het gebied die moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Als deze invulling van het noodzakelijkheidscriterium wordt gevolgd, is moeilijk te verdedigen dat een pluimveefokbedrijf dat moet uitbreiden om niet verlieslatend te worden, niet mag uitbreiden. Ongewenste precedentwerking ligt hier op de loer. Bovendien is de noodzaak niet aangetoond. Noodzaak is niet aangetoond De zienswijze stelt dat de "grenzen van een gezonde exploitatie in zicht komen", maar een onderbouwing ontbreekt. Bij particuliere landgoederen is er geen sprake van financiële transparantie. Wij hebben eerder geconstateerd dat een buitenplaats in een jaarrekening een omzet van slechts €43 rapporteerde. Zonder inzicht in de daadwerkelijke financiële situatie van de landgoederen kan het vermeende belang bij versoepeling van de regels niet worden getoetst, laat staan worden aangemerkt als "groot openbaar belang". 2. Nederlands bos: schaars en onder hoge druk Het leeuwendeel van het NNN in ons gebied bestaat uit bos. In ons gebied kan de indruk bestaan dat we daar genoeg van hebben, maar die indruk is onjuist. Het bos heeft daarom sterke bescherming nodig, in plaats van een sluipende aantasting.

Eén van de bosarmste landen van Europa Nederland beschikt over circa 365.000 hectare bos, ofwel bijna 11% van het totale landoppervlak. In de Europese ranglijst staat Nederland daarmee op plaats 41 van 43 landen. Alleen Malta en IJsland (waar van nature vrijwel geen bomen groeien) hebben verhoudingsgewijs minder bos. Land Finland Zweden Oostenrijk Duitsland België Denemarken Vereniqd Koninkriik Nederland Malta

Bospercentage 73,7% 68,7% 47,3% 32,8% 22,6% 15,7% 13,2% 11,0% 1,4%

Hoogste economische druk per hectare in Europa Een veelzeggende indicator is de bruto toegevoegde waarde (GVA) die bossen genereren per hectare. Nederlandse bossen scoren hier het hoogst van heel Europa: Land Nederland Tsjechië Slowakije EU-gemiddelde Finland Zweden

GVA per hectare bos €597 €471 €401 €174 €196 €157

De uitzonderlijk hoge Nederlandse waarde wordt veroorzaakt door de intensieve en multifunctionele benutting van het schaarse bosareaal. Het is geen goed idee om het bos nog verder onder druk te zetten om er meer geld uit te persen. Nederland zou als een van de rijkste landen ter wereld in staat moeten zijn om het kleine areaal bos op andere manieren te onderhouden dan door verdere verstedelijking.

Extreme recreatiedruk Nederlandse bossen zijn samen met de Vlaamse bossen de meest intensief voor recreatie gebruikte in Europa. De combinatie van een zeer dichtbevolkt land (510 inwoners per km2) met zeer weinig bos leidt tot een extreme recreatiedruk: Indicator Bos per inwoner Bevolkinqsdichtheid

Nederland 0,02 ha 510/km2

EU-gem. 0,36 ha 106/km2

3. Nieuwe ontwikkelingen verhogen de druk verder Het mogelijke argument dat "zeer beperkte verstedelijking" slechts bestaande recreatie accommodeert, gaat niet op. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen — zoals een nieuw restaurant, uitbreiding van horeca of nieuwe verblijfsaccommodatie — trekken ook nieuwe bezoekers aan. Het is prettig voor bezoekers dat zij een ruime keus aan horecagelegenheden hebben. Maar als de mogelijkheid om een wandeling met een lunch te combineren zou ontbreken, zou dat een deel van de bezoekers weerhouden van het bezoek. Het zou bovendien geen nieuwe groep bezoekers trekken die alleen maar komt om te Iunchen in dat leuke tentje in het bos. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen leiden dus tot een ongewenste vicieuze cirkel: 1. Nieuwe voorzieningen trekken extra bezoekers aan 2. Meer bezoekers leiden tot hogere kosten voor onderhoud van paden, parkeervoorzieningen en natuurbeheer 3. Hogere kosten leiden tot de roep om nóg meer commerciële ontwikkeling om de hogere kosten te kunnen dragen. 4. Het bos raakt verder onder druk Gezien de reeds hoge druk zou het beleid er juist op gericht moeten zijn om bestaande bezoekers en de autonome groei daarvan op een zodanige wijze te

accommoderen dat de belasting van het bos gelijk blijft of daalt, in plaats van deze te verhogen. 4. Bossenstrategie loopt ver achter In de landelijke Bossenstrategie uit 2020 is het streven opgenomen om het oppervlakte aan bos in Nederland voor 2030 met 10% (37.000 hectare) te vergroten. Er is echter nog geen 5% van dit doel behaald. Het realiseren van een hectare bos is lastig en duur (circa €80.000- €100.000). In dit licht is het belangrijk om het bestaande bosareaal te beschermen. Door ruimtelijke ontwikkelingen gaat onvermijdelijk bos verloren, wat het halen van de doelstellingen nog lastiger en kostbaarder maakt. Conclusie en verzoek Wij adviseren het College om de voorgenomen zienswijze te heroverwegen en af te zien van het verzoek aan de provincie om het beschermingsregime voor het NNN te versoepelen ten behoeve van particuliere landgoederen. Het schaarse Nederlandse bos verdient bescherming, geen verdere aantasting. Het creëren van een sluiproute om het beschermingsregime van NNN is geen goede oplossing. Wij ondersteunen de suggestie om buitenplaatsen financieel te ondersteunen bij het natuurbeheer van harte.

Met vriendelijke groet, namens de Contactcommissie Lage Vuursche,

Mariette van Oosterom Voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16595777/2