Algemene Beschouwingen BOP 2021
Tekst van het document
Algemene beschouwing 2021 Voorzitter, een onderbreking vanwege een kortstondig wethouderschap en een daaropvolgende oplaadperiode daargelaten, maak ik sinds 2006 namens de Baarnse Onafhankelijke Partij deel uit van de gemeenteraad. Dit is de dertiende Algemene Beschouwing die ik als zodanig afsteek. Gewoonlijk levert het opstellen van zo’n beschouwing mij weinig hoofdbrekens op. Hoe anders was dat dit jaar. Vanwaar dit ontbreken van inspiratie? Ik zal het u proberen uit te leggen en dat doe ik geheel en al op persoonlijke titel, waar overigens mijn fractiegenote Marjo Stam zich in kan vinden. Maar eerst dit. Ruim een jaar geleden kwam ons land in de greep van de COVID-19 pandemie. Die bracht naast soms onnoemelijk veel leed ook veel ongekende beperkingen met zich mee. Er zullen vrijwel zeker anderen zijn die in hun Algemene Beschouwing spreken over de negatieve effecten die de coronacrisis ook voor Baarn met zich meebracht, daar sluit ik mij kortheidshalve bij aan. Voorzitter, dat het opstellen van een Algemene Beschouwing mij dit jaar niet gemakkelijk afging heeft alles van doen met een door de jaren heen gestapeld verlies aan vertrouwen in de politiek dat zich ook van mij meester heeft gemaakt.
Dan doel ik niet alleen op het gesteggel binnen het landelijke politieke circuit, ook binnen ons politieke gemeentebestuur weegt het coalitie-monisme te vaak zwaarder dan het dualisme. De innige band tussen het college en zijn coalitiepartners komt vooral tot uiting in gewichtige dossiers, waar het bijeenhouden van de coalitie het zwaarst lijkt te wegen. Neem het dossier Landgoed Paleis Soestdijk. Blind volgen de coalitiepartijen hier de lijn van het college, dat zich volkomen heeft vereenzelvigd met de MeyerBergman Erfgoed Groep. Hierbij wreekt zich mijns inziens ook het feit dat dit onderwerp behandeld wordt door een wethouder van buiten die, weinig bekend met het karakter van de Baarnse buitengebieden, vrijwel direct vanaf zijn aantreden in 2015 betrokken was bij de verkoopprocedure van de binnen het Natuurnetwerk Nederland gelegen buitenplaats. Leek het er in april 2019 nog op dat de coalitiepartijen de natuurbelangen vooropstelden, vorig jaar juli was het gedaan met de kritische geluiden. Het mag zo zijn dat de projectontwikkelaar zijn plannen inmiddels cosmetisch heeft bijgesteld, ik ben er niet van onder de indruk. Zo blijft men bijvoorbeeld vasthouden aan de nieuwbouw voor een grote hotelvoorziening aan de rand van het Baarnse Bos.
Ook de tientallen grote evenementen die men moet organiseren om de jaarlijkse begrotingen sluitend te krijgen zullen nadelig uitpakken voor de in het paleispark en de aangrenzende bosgebieden levende fauna. Kon ik mij aanvankelijk nog vinden in het veel bescheidener plan Made by Holland, inclusief de
bouw van 65 huizen óp het voormalige Kmar-kazerneterrein, voortschrijdend inzicht maakt dat ik daar nu volstrekt anders tegenaan kijk: in het Borrebos past simpelweg geen nieuwe woonwijk. Mijn vertrouwen in de paleiseigenaar is inmiddels gezakt tot beneden het vriespunt. Temeer omdat naar mijn vaste overtuiging de projectontwikkelaar het landgoed op een dubieuze wijze in bezit heeft gekregen. Voor de weergave van een reconstructie van de verkoopprocedure verwijs ik kortheidshalve naar de website van de BOP en naar het Paleis Soestdijk-artikel in NRC Handelsblad van jongstleden zaterdag 19 juni. Over de toekomst van het Landgoed Paleis Soestdijk is het laatste woord nog niet gesproken. Om niet al mijn kruit nu al te verschieten bewaar ik wat ik nog te zeggen heb over de rollen die de gemeente samen met de provincie speelden in dit dossier tot de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in september. Voorzitter, ondertussen pleit men in Den Haag voor een nieuw sociaal contract, nodig voor het herstel van vertrouwen tussen burgers en politiek. Als je je bedenkt dat de Tweede Kamer binnenkort wordt gevormd door 19 fracties, die elk hun eigen ideeën hebben over hoe het verder moet met de Staat van Nederland, lijkt mij dat een moeilijke zo niet onmogelijke klus.
Het is evident dat de landelijke politieke arena zich niet laat vergelijken met die van een gemeente, waar een politieke cultuuromslag gemakkelijker te realiseren zou moeten zijn. Eerlijkheidshalve heb ik er geen goed gevoel bij voorzitter, temeer omdat gemeenten ook nog eens kampen met het op een adequate wijze uitvoeren van taken die in de afgelopen jaren op hun bordjes zijn gelegd, hetgeen niet zelden gepaard ging met forse bezuinigingen. Gemeenten zouden dichter bij de burger staan en zo beter in staat die taken uit te voeren. In de praktijk is dat te vaak een farce gebleken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de jeugdzorg. Niet voor niets gaan er stemmen op die taak terug te geven aan het Rijk. Daarbij komt nog dat er vrijwel geen taken meer zijn die kleinere gemeenten met hun door bezuinigingen afgeslankte organisaties zelfstandig kunnen uitvoeren. Voorbeelden te over dat de gemeente ook hier niet zelden met problemen wordt geconfronteerd. Voorzitter, mijn vijf minuten zitten erop. Zoals gezegd, mijn vertrouwen in de politiek is in de loop der jaren behoorlijk geslonken en eerlijkheidshalve heb ik weinig positieve verwachtingen voor de toekomst. Echter, om niet geheel in mineur af te sluiten, hoop ik dat mijn pessimistische kijk op het politieke klimaat zal worden gelogenstraft en dat het wél komt tot een cultuuromslag die zal leiden tot een kwalitatief beter bestuur.