A 210113 Samenwerkingsovereenkomst GGD regio Utrecht (208890) bijlage regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling (nav vraag PvdA)
Tekst van het document
•
Afspraken over uistroom naar alle gemeenten, afspraken over urgentieverlening en beschikbaar woningaanbod met woningcorporaties in de regio.
3.2.6 Nazorg: alle gemeenten centrum en regio Het geweld is niet van de ene op de andere dag gestopt en het stoppen gaat samen met een verandering van patronen. Dit gaat stapsgewijs. Zoals een cyclus van geweld zich langzaam opbouwt en verdiept tot een geweldspatroon tussen partners en in het gezin, zo moet het geweldspatroon ook weer afgepeld.
Bron: Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp, Verwey Jonker instituut 2014. De effectiviteit wordt groter als van de betrokkenen zelf een actieve - en bij hun draagkracht passende - bijdrage wordt gevraagd. Dit incorporeren van de eigen kracht is een belangrijk element in de effectiviteit van de aanpak. Daarbij verdienen de betrokkenen professionele begeleiding, ondersteuning en indien nodig ook behandeling. Een nog groter effect kan worden bereikt door ook het sociale netwerk rond het betrokken gezin, de familie of het huishouden, mits dat veiligheid biedt, te betrekken bij de aanpak. Samen met de sociale omgeving kunnen maatregelen worden genomen om de veiligheid ook op langere termijn te waarborgen, niet alleen doordat er ‘ogen in het zeil’ zijn, maar ook, en misschien wel het belangrijkste, doordat sociaal isolement doorbroken is en er
25
vormen van contact, betrokkenheid en steun ontwikkeld zijn. De sociale omgeving moet er daarbij op kunnen rekenen dat ze een beroep kan doen op een professioneel netwerk voor het vragen van advies en hulp bij haar ondersteuningstaak.
Bron: Een veilig thuis, gemeentelijke visie op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling
Nazorg Het bereiken van duurzame veiligheid na huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt tijd. Bij ernstige problematiek kan zeker anderhalf jaar nodig zijn voor het bereiken van een stabiele situatie. Goede nazorg na een hulptraject is daarom van belang, evenals het organiseren van steun in de eigen sociale omgeving. Speerpunten: •
Afspraken maken over de overdracht naar de buurt en wijkteams.
•
Specifieke afspraken over nazorg en steun uit de sociale omgeving als vast onderdeel van het afronden van een hulptraject.
Nazorg met steun van vrijwilligers – een voorbeeld Stichting Timon begeleidt o.a. jonge moeders. Jonge moeders kunnen worden gekoppeld aan een maatje voor praktische vragen (post sorteren, baan vinden), maar ook voor de gezelligheid (naar de kinderboerderij etc.). Als de jonge moeder haar begeleiding bij Stichting Timon afrondt, gaat het contact met het maatje door. Een aantal keren heeft Stichting Timon meegemaakt dat een maatje Timon waarschuwt als het niet goed gaat met een jonge moeder. Timon neemt dan contact op met de jonge moeder en zo is bijvoorbeeld voorkomen dat een jonge moeder met haar opleiding moest stoppen. Dit is nazorg op een natuurlijke wijze .
26
Hoofdstuk 4 Bestuurlijke en beleidsmatige borging, financiën en verantwoording 4.1 Bestuurlijke en beleidsmatige borging van de uitvoering van de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling Bestuurlijke en ambtelijke afstemming tussen gemeenten over de aanpak van huiselijk geweld heeft nog geen eenduidige vorm in de provincie. Amersfoort In het centrumgemeentegebied van Amersfoort stemmen de gemeenten twee maal per jaar beleid af in een ambtelijk overleg. Eenmaal per jaar worden de bestuurders van alle betrokken ketenpartners in een bestuurlijke bijeenkomst geïnformeerd over ontwikkelingen in de aanpak. Utrecht In Utrecht wordt de aanpak van geweld in huiselijke kring besproken en afgestemd in het regionaal bestuurlijk WMO overleg voor het centrumgemeentegebied. Het overleg wordt ambtelijk voorbereid door de stad Utrecht gezamenlijk met vertegenwoordiging uit de drie WMO regio’s Lekstroom, Utrecht Zuid Oost en Utrecht West onder voorzitterschap van de wethouder WMO Utrecht stad. Inzet In 2015 willen wij komen tot een eenduidige structuur voor afstemming in de provincie Utrecht. De gemeenten zullen gezamenlijk een ambtelijk advies voorbereiden en dit ter besluitvorming voorleggen aan de portefeuillehouders. Uiteraard wordt aangesloten bij bestaande overlegstructuren.
4.2 Afstemming met ketenpartners Klankborgroep Op beleidsniveau stemmen gemeente, politie en hulpverlenende organisaties af in een provinciale klankbordgroep Veilig Thuis. Deze klankbordgroep is in 2014 onstaan als samenvoeging van de klankbordgroep voor het centrumgemeentegebied van Utrecht en de begeleidingsgroep voor het centrumgemeentegebied van Amersfoort Regionale adviesgroep In de Regionale adviesgroep huiselijk geweld (provinciaal) vindt de beleidsmatige afstemming plaats tussen gemeenten, hulpverlening en veiligheidsketen voor de hele provincie. Met het vergroten van de politieregio naar Midden Nederland zoeken we ook de afstemming met centrumgemeenten Almere en Hilversum. Dit moet nog verder vorm krijgen. Regionale veiligheidsstrategie De regionale adviesgroep adviseert onder andere het Regionaal college over de aanpak van huiselijk geweld in de politieregio. In het Regionaal college maken burgemeesters van alle gemeenten in de provincie Utrecht2, de korpschef van de politie en de hoofdofficier van justitie afspraken op strategisch niveau.
2 Deelnemers zijn de burgemeesters van de volgende gemeenten:
De Bilt, Bunnik, Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Wijk bij Duurstede, Zeist, Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Woudenberg, Houten, IJsselstein, Lopik, De Stichtse Vecht, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, De Ronde Venen, Vianen, Woerden en Utrecht. 27
4.3 Financiën Financieringsstromen in de aanpak De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling loopt van preventie tot interventie en nazorg en vindt plaats op lokaal, (boven) regionaal en landelijk niveau. Dat betekent dat er in de aanpak veel financieringsstromen samenkomen die vanuit verschillende oogpunten worden ingezet. Voorkomen van geweld in huiselijke kring en kindermishandeling is vaak onderdeel van het algemene beleid van elke gemeente met als doel participatie en weerbaarheid van mensen (zie paragraaf 3.2.1). Financiering van preventie vormt onderdeel van het lokale beleid op deze terreinen en ignaleren en toeleiden naar hulp gebeurt in het lokale veld, bekostigd met Wmo-middelen. Veel van de hulp wordt vanuit het principe een huishouden een plan ook lokaal georganiseerd en bekostigd. Bovenregionaal zijn afspraken gemaakt over de financiering van SAVE en Veilig Thuis. Voor het onderdeel kindermishandeling zijn deze afspraken vastgelegd in de regionale transitieagenda’s jeugdhulp. Specialistische jeugdhulp en Wmo hulp wordt grotendeels ingekocht op het niveau van de regio’s, waarvoor op regioniveau financiële afspraken zijn gemaakt. Landelijk wordt bijvoorbeeld het knooppunt huwelijksdwang en achterlating in Den Haag gefinancierd als onderdeel van de aanpak geweld in huiselijke kring.
Omdat de regiovisie met name tot doel heeft om de samenwerking tussen de centrumgemeenten en hun regiogemeenten te versterken en verantwoordelijkheden te verhelderen, lichten we in deze paragraaf toe hoe de doeluitkering aan de centrumgemeenten voor huiselijk geweld en vrouwenopvang (DUVO) wordt ingezet. De financiering van alle lokale en regionale onderdelen van de aanpak opnemen zou deze financiële paragraaf te omvangrijk en onoverzichtelijk maken. In de op te stellen jaarplannen, waarin steeds een aantal speerpunten uit de regiovisie wordt gekozen en uitgewerkt, wordt de gezamenlijke financiering van de inzet op die speerpunten nader uitgewerkt. Decentralisatieuitkering vrouwenopvang/huiselijk geweld De centrumgemeenten ontvangen een decentralisatie-uitkering vrouwenopvang van de rijksoverheid. Deze uitkering wordt verstrekt aan centrumgemeenten ten behoeve van hun centrumgemeentegebied. Het budget was in oorsprong bestemd voor het organiseren van de vrouwenopvang voor het centrumgemeentegebied.
Met de verschuiving naar een meer preventieve en meer ambulante aanpak zijn hier in de loop der jaren echter incidentele en structurele budgetten aan toegevoegd voor onder andere de Steunpunten huiselijk geweld, huisverboden, opvang van jonge moeders, de invoering van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de aanpak van ouderenmishandeling en de coördinatie van slachtoffers mensenhandel. Dit heeft de financiering van de aanpak geweld in huiselijke kring en het aandeel van centrumgemeenten en regiogemeenten daarin onoverzichtelijk gemaakt. Omdat het een decentralisatie-uitkering betreft zijn centrumgemeenten in overleg met hun regiogemeenten vrij in het besteden hiervan. Per centrumgemeentegebied zijn afspraken gemaakt over de inzet en cofinanciering door regiogemeenten. Er bestaan daarom verschillen tussen de verschillende centrumgemeentegebieden, ook tussen Utrecht en Amersfoort in de besteding van de decentralisatieuitkering en cofinanciering door regiogemeenten.
28
Nieuwe Verdeelsleutel Decentralisatieuitkering vrouwenopvang/huiselijk geweld (DUVO) Per 2015 wordt een nieuwe verdeelsleutel ingevoerd voor de decentralisatie uitkering vrouwenopvang en geweld in huiselijke kring. Door de nieuwe verdeelsleutel wordt overgegaan van een verdeling op historische grondslagen naar een verdeling op basis van de (potentiële) hulpvraag in een centrumgemeentegebied. Voor de centrumgemeentegebieden van Utrecht en Amersfoort zijn de gevolgen beperkt. Voor andere gebieden zijn de herverdeeleffecten fors. Het ministerie van VWS heeft daarom een budget van 10 miljoen euro beschikbaar gesteld die een beheerste invoering mogelijk maakt. Zo kunnen voorzieningen in de ene regio worden opgebouwd voordat ze in een andere regio worden afgebouwd. Het budget wordt vervolgens in 2017 structureel toegevoegd aan het totale budget verdeeld over alle 35 centrumgemeenten, om een kwaliteitsimpuls mogelijk te maken. In het onderstaande overzicht is de huidige investering in de aanpak huiselijk geweld te vinden. Algemene preventie en hulpverlening is hierin niet opgenomen. Beschikbare Budgetten ( bron gemeentefonds meicirculaire 2014 ) Decentralisatieuitkering Utrecht:
5.413.666 euro
Decentralisatieuitkering Amersfoort
2.076.766 euro
Utrecht Veilig Thuis Opvang en begeleiding Algemeen Totaal decentralisatieuitkeringen
Amersfoort 1.014.710 719.500 4.020.714 1.279.363 378.242 77.903 5.413.666
2.076.766
1.734.210 5.300.077 456.145 7.490.432
Veilig Thuis: Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling, crisisinterventie en procescoördinatie huisverboden, inzet Aware. Uit de DUVO worden alleen de middelen voor volwassenen bekostigd, het onderdeel voor minderjarigen wordt door alle gemeenten bekostigd met middelen voor jeugd (zie ook begroting Veilig Thuis). 29
Opvang en begeleiding: waaronder crisisopvang, begeleid wonen, begeleid zelfstandig wonen voor slachtoffers van huiselijk geweld (zie ook paragraaf 3.2.4). Algemeen: onder andere coördinatie mensenhandel (Utrecht) en zaken als inzet op implementatie meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, ondersteuning ketensamenwerking, communicatie, extern advies voor Veilig Thuis, samenwerkingsbijeenkomsten. Naast de opvang van vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld bestaat in de G4 op basis van een landelijk convenant ook mannenopvang. De middelen hiervoor maken geen onderdeel uit van de decentralisatieuitkering, maar zijn een tijdelijke uitkering aan de G4 vanuit de rijksoverheid. Over de toekomst van de mannenopvang worden landelijk afspraken gemaakt tussen VWS de G4 en de overige centrumgemeenten. Deze middelen zijn niet opgenomen in het bovenstaande overzicht. 4.3 Monitoring en verantwoording Ketenpartners verantwoorden hun inzet naar hun opdrachtgevers, via jaarverslagen en managementrapportages. De sociale teams en Veilig Thuis verantwoorden bijvoorbeeld naar gemeenten, de politie naar het ministerie. Om een beeld te krijgen van de ketenaanpak als geheel volstaat dit echter niet. In Eemland/Heuvelrug werden jaarlijks cijfers van het Steunpunt, de casusoverleggen, politie en justitie verzameld, zonder verdere analyse.
In Utrecht is enkele keren een brede monitor huiselijk geweld uitgevoerd. Dit zijn tijdsintensieve taken waarbij de verschillende manieren van registratie , de onderrapportage van meldingen en aangiften het lastig maken om conclusies te kunnen trekken over de aanpak. Wij willen voor het monitoren zoveel mogelijk aansluiten bij landelijke monitoringsinstrumenten en onderzoeken wij of de in ontwikkeling zijnde landelijke monitor Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld van NJi en Movisie goed bruikbaar is in onze regio. Deze monitor brengt op gemeenteniveau zowel de aard en omvang van kindermishandeling en huiselijk geweld in beeld als de kwaliteit van de ketenaanpak. Daarnaast levert de ook landelijk in ontwikkeling zijnde algemene monitor sociaal domein relevante informatie. Prestatie-indicatoren voor instellingen kunnen dan verbonden worden aan wat landelijk wordt gemonitord. Eind 2014 is vanuit het landelijke ondersteuningsprogramma Veilig Thuis is een handreiking ‘prestatie indicatoren Veilig Thuis’ verschenen. Ook deze kunnen we benutten bij het ontwikkelen van goede monitoring. De Jeugdmonitor van CBS geeft zicht op het aantal risicogezinnen binnen een gemeente of regio. Deze is ingedeeld in een aantal domeinen, met ieder een groot aantal gedetailleerde indicatoren. Enkele daarvan zijn ook relevant voor de aanpak kindermishandeling.
Via JeugdLink zijn de gegevens per gemeente op te vragen. In 2015 zal het nog niet goed mogelijk zijn om te kunnen sturen op basis van heldere indicatoren. Zowel Veilig Thuis als de sociale wijk en buurteams zijn nog volop bezig met implementatie en borging van de nieuwe structuren. Monitoring en verantwoording is daarmee een ontwikkelopgave. Een lerende beleidscyclus van gemeenten in de regio en Veilig Thuis “Juist omdat er zoveel nieuw is en gemeenten (nog) geen ervaring hebben met de verantwoordelijkheid voor Veilig Thuis te midden van wijkteams, de jeugdketen en de veiligheidsketen, is het van belang dat beide partijen (gemeenten en Veilig Thuis) het uitgangspunt kiezen dat er de komende jaren vooral geleerd moet worden. Prestatie-indicatoren zijn er dus vooral om gegevens boven tafel te krijgen over hoe het Veilig Thuis als organisatie werkt en hoe het functioneert binnen de ketens.”
30
“Het is verstandig om bij het opstellen van prestatie-indicatoren voor Veilig Thuis steeds in gedachten te houden wat de hoofddoelstelling is van Veilig Thuis. Die hoofddoelstelling kan niet anders zijn dan dat het geweld en de mishandeling in de huiselijke kring stoppen en dat het na verloop van enige tijd aantoonbaar beter gaat met de mensen die bij de meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling betrokken waren. Of die hoofddoelstelling wordt gehaald - en in welke mate - is eigenlijk alleen maar te bepalen door het houden van exitinterviews en kwaliteitsonderzoek. Dat is een dure variant. Maar om te weten te komen waar het functioneren van de gehele keten, inclusief Veilig Thuis, kan worden verbeterd, is het zeker ook nodig de direct betrokkenen te bevragen en hun antwoorden buitengewoon serieus te nemen.”
Bron: handreiking Prestatie-indicatoren voor Veilig Thuis
31